Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1967’

Knockando 1967/1979, Justerini & Brooks

Tot voor kort had ik nog geen enkele lekkere Knockando gedronken. Recente bottelingen bleken meestal granig en clean te zijn, niet slecht maar saai. Deze 1967 brengt daar verandering in. Hier en daar nog (of opnieuw) te koop, aan prijzen variërend tussen 185 en 350 euro.

 

Knockando 12 YO 1967/1979, 43%, Justerini & BrooksKnockando 12y 1967/1979, 43%, Justerini & Brooks, Dateo Import Italy
Mooie, droge en mineralige neus. Nat gras en natte keien. Die mineralen worden na enige tijd vergezeld van was. Kaarsvet vooral. Citronellakaarsen. En ook door een hint van turfrook. Niet veel fruit, buiten de citroenen en gele appels dan. Ik ruik ook wat leder. Oude, geboende ledere zetels. En zoete gember. Ginger Ale. Okkernoten dienen zich ook nog aan. Helemaal niet slecht deze neus. Olieachtig mondgevoel met aroma’s van kaarsvet, appels, olijfolie, hars, okkernoten, appelsien, kokos en zachte rook op de achtergrond. En doorheen dat alles altijd dat grassige. Best complex eigenlijk. Middellange, droge afdronk. Mijn beste Knockando tot op heden. 85/100

Advertenties

Bunnahabhain 38y 1967, Duncan Taylor voor Van Wees

Vandaag een Bunnahabhain 1967 (de topperiode) die Duncan Taylor enkele jaren geleden bottelde voor Van Wees. Met voor mij één van de beste sherryneuzen ever. Ook bedankt voor deze sample Gunther.

 

Bunnahabhain 38 YO 1967/2005, 40.8%, Duncan Taylor Rare Auld for Van Wees, sherry cask #3328Bunnahabhain 38y 1967/2005, 40.8%, Duncan Taylor Rare Auld voor Van Wees, sherry cask #3328, 209 bottles
De neus legt meteen z’n troeven op tafel: krachtige, expressieve en sappige sherry. Erg rijk en vol, startend op sappig fruit zoals rijpe appelsienen, bananen, kiwi, mango, perziken en ananas. Tropical! Sappige rozijnen, en ook wat gekonfijt fruit. Prachtig. Een klein beetje ‘zee’. Zeewier en zilt. Chocolade, twijfelend tussen melkchocolade en donkere. Veel eik, maar niks drogend. Kruiden zoals kaneel, zoethout en anijs. Maar doorheen deze kruiden en eik is het fruit ronduit groots. De perfecte sherryneus voor mij. De smaak is een stuk krachtiger dan de 41% alcohol kon doen vermoeden. Daar zorgt de eik, de kruiden en het zilt voor. Het maakt het stevig en prikkelend. Ik heb hier minder fruit dan ik in de geur had. Appelsienen, mandarijnen, limoenen en bananen, dat wel, en ook rozijnen en pruimen, maar allemaal wat minder aromatisch. De chocolade keert weer. De balans tussen de droge en de zoete elementen slaat op de duur iets te veel door naar het droge. Het wordt redelijk bitter. Noten en hoestsiroop komen erbij. Lichte tannines. Middellange, licht bittere afdronk. De neus geef ik nog enkele punten meer. 91/100

Glenglassaugh 31y 1967, Signatory, Silent Stills

Glenglassaugh figureerde weliswaar in de Silent Still reeks van Signatory (een reeks bottelingen van gesloten distilleerderijen), maar hoort daar vandaag eigenlijk niet meer in thuis, aangezien de distilleerderij in 2008 opnieuw werd opgestart. In 1998 (het jaar dat deze whisky gebotteld werd) was Glenglassaugh echter inderdaad nog gewoon een gesloten distilleerderij (sinds 1986).

 

Glenglassaugh 31 YO 1967, 55.8%, Signatory Silent Stills, cask 2893Glenglassaugh 31y 1967/1998, 55.8%, Signatory, Silent Stills, cask 2893, 217 bottles
Aromatische neus. Zoet, fruitig, kruidig, grassig en licht rokerig. Het fruit speelt hier wel de eerste vioool, ik noteer abrikozen, rabarbercompot, sinaas, pompelmoes en sappige appels. Het grassige vertaalt zich in gedroogd gras (hooi), het kruidige in munt, citroenmelisse, gember en tijm. De lichte rook doet me niet direct aan turf denken, eerder aan tabaksrook en rook van een houtvuur. In ieder geval, ik vind dit zalig om ruiken. De smaak is lichter dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Erg grassig wel (net zoals in de geur de gedroogde variant). Samen met hars en eik maakt dit het geheel wel vrij droog. Ook de kruiden versterken dit gevoel. Maar vanille en sinaas zorgen wel voor tegengewicht. En ook een zilte toets komt nog om de hoek kijken. En opnieuw de zachte (tabaks)rook. En na enige tijd opnieuw de munt. Fris. Lekker op de smaak, schitterend op de neus. 91/100

Karuizawa 1967 & Mark Lanegan

Twee legendes vandaag. Ik proef de Karuizawa 1967 voor La Maison du Whisky & The Whisky Exchange en luister ondertussen naar Bubblegum, de klassieker van Mark Lanegan.

Mark Lanegan werd bekend als frontman van The Screaming Trees, een Amerikaanse grunge-band, opgericht in 1985 en gesplit in 1996. Na deze split wierpen de leden zich op eigen projecten, waarbij Lanegan veruit het succesvolst was. Hij werkte o.a. samen met Kurt Cobain (nog ten tijde van de Screaming Trees), de Queens of the Stone Age, Isobel Campbell (Ballad of the Broken Seas) en Greg Dulli van Afghan Whigs (onder de naam The Gutter Twins).
Lanegan heeft een unieke stem. Hees, ruw en doorrookt. Z’n muziek leunt nog een beetje aan bij de grunge, maar vermengt ook invloeden van rock, blues en punk.
In 1990 bracht hij met The Winding Sheet een eerste solo-album uit, maar doorbreken deed hij pas in 2004 met Bubblegum, z’n vijfde soloplaat. Nu ja, doorbreken, z’n muziek leent zich niet tot echt commercieel succes, maar het album werd door de critici wel lovend onthaalt en het vond toch z’n weg naar een iets breder publiek. Op Bubblegum werkt Lanegan samen met een schare artisten zoals P.J. Harvey, Josh Homme, Nick Oliveri, The Afghan Whigs, Queens of the Stone Age en nog een pak anderen.
De nummers op Bubblegum gaan van rustig en breekbaar (Come to me, Out of Nowhere) tot luid, rauw en explosief (Sideways in Reverse, Driving Death Valley Blues). Ik vind het een geweldige plaat.

En dan onze Karuizawa 1967. Een cultfles. In 2009 gebotteld voor zowel La Maison du Whisky als voor The Whisky Exchange ter gelegenheid van z’n tienjarig bestaan. Bij verschijnen al niet gekoop, maar vandaag moet je op veilingen op 1200 euro rekenen, en mogelijks meer. Dat is 10 euro per slokje.

 

Karuizawa 42y 1967/2009, 58.4%, OB for LMdW and for TWE 10th Anniversary, cask 6426
Hola, wat een overweldigend heerlijke neus is dit! Anders dan recentere bottelingen, de sherry is ‘ouder’, minder scherp, ronder, meer belegen. Oude, sappige eik, oud leder, oude meubels, sigarendoosje, tabak, koffie, munt, anijs, hoestsiroop… Dan ook zoet fruit. Pruimentaart, aardbeienconfituur, bramen, kersen. Boenwas, chocolade en ahornsiroop, wat het smeuïg maakt. Mos en varens (het bos). Complex, elegant en fris. Ronduit subliem. Stevig op de tong, mondvullend. Nu ja, bijna 60% na 42 jaar rijpen… ze doen hun spirit daar duidelijk op een hoger alcoholpercentage op vat. Prachtige, ronde eik, die alle andere sensaties draagt en ondersteunt. Droog, maar nooit drogend. Er zijn voldoende zoetere en fruitige elementen. Chocolade, tabak, oud leder, rozijnen, noten (studentenhaver), munt en zoethout. Geen koffie, eerder thee. Hars. Qua fruit denk ik aan kersen, bramen en pruimen. Enorm rijk en alles perfect in balans. Zeer lange, droge afdronk. Mooi kruidig, met een wel zeer aangename toets chocolade. Ik ben niet zo’n grote Karuizawa-fan, maar dit is hemelse whisky. 94/100

Lochside 44y 1967, Malts of Scotland

De meest bijzondere whisky uit de jongste Malts of Scotland release, is deze Lochside 1967. Het is meteen ook de oudste. Het bijzondere ligt ‘m vooral in het feit Lochside van de jaren zestig vaker grain of single blend (malt & grain van dezelfde distilleerderij) is, single malt van die leeftijd is zeldzaam. En omdat het zo zeldzaam (en zo oud is), is hij met z’n 345 euro ook erg prijzig.

 

Lochside 44y 1967/2012, 41.7%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12016, 115 bottles
Zeer mooie, subtiele en elegante neus, waarbij meteen de eik opvalt, sappige, belegen eik. Maar het geheel is verre van droog of ‘woody’. Aarde en wortels spelen ook vooraan. Net als gepoetst zilverwerk. Het is pas nadien dat de meer expressieve aroma’s naar voor komen. En dat is in de eerste plaats heel wat fruit. Zoet en sappig fruit. Ik denk aan ananas, appelsap en abrikoos. Kokos ook. Daarnaast toast, gedroogd gras, geboende eiken meubelen, bijenwas en een honing/vanille combinatie. De wortels maken daarna nog een comeback. Ah, ook nog wat tabaksrook. Nice. Maar alles dus eerder subtiel dan wel exuberant. De smaak is al even complex maar ook hier weinig uitgesproken. Het goede nieuws is dat ook de eik dat niet is, ik had het gezien de leeftijd zeker op de smaak een stuk droger verwacht. De smaak is wel een beetje bitter, maar dat blijft aangenaam. Eik, pompelmoes, wortels, planten, kruiden. En ook hier pas in tweede instantie de vanille en het fruit, naast de pompelmoes dan. Perziken, abrikozen en kokos. Naar het einde toe en in de afdronk treedt de eik wel iets meer naar voor. Die afdronk is niet al te lang, maar dus eerder droog en (aangenaam) bitter. Dit is geen absolute hoogvlieger, daarvoor is hij niet expressief genoeg en wordt het geheel naar het einde toe misschien wat te droog. Maar als je er de tijd voor wil nemen, is het toch genieten geblazen. 89/100

Springbank 31y 1967, Murray McDavid

Oude Springbank? We krijgen er niet genoeg van. Wat te denken van een jaren-zestig exemplaar? Eéntje op fresh bourbon, vrij ongewoon voor oude Springbank. Een botteling voor de Amerikaanse markt.

 

Springbank 31y 1967/1998, 46%, Murray McDavid, fresh bourbon cask #1314, 750ml
Olijfolie, dat is het eerste wat opvalt in de neus. Vervolgens kokos (een klassieker bij oude Springbank), acaciahoning (ook niet ongewoon), allerlei bloemen en pas dan fruit (naast de kokos): ananas, rozijnen en rijpe kruisbessen. Achterliggend ook wat natte aarde en mos, net als lichte (tabaks)rook. En zilt. Complex, inderdaad. Krachtig en stevig mondgevoel (zou dat blind hoger inschatten dan 46%). Veel honing, maar ook veel fruit: ananas, kokos, abrikoos en sinaas. Nootmuskaat, anijs en kaneel maken het pittig. Minder complex dan de neus maar nog altijd erg lekker. Redelijk lange afdronk in het verlengde van de smaak: honing, fruit en kruiden, met hier dan nog een klein beetje rook als extra. Oude Springbank, toch altijd genieten. 90/100

Springbank 33y 1967, Blackadder Raw Cask

Tijd voor oude Springbank? Het is altijd tijd voor oude Springbank!

 

Springbank 33y 1967/2000, 50.9%, Blackadder Raw Cask, cask 1562, 220 bottles, 750ml
Oh yes! Bijenwas, antiekwas, honing (acacia), kokos en geflambeerde banaan, een (geweldige) combinatie die niet ongewoon is bij oude Springbank. Dit alles wordt op de hielen gezeten door zachte turfrook, rozijnen op rum, ananas en sappige eik, ook allemaal bijna klassieke elementen die bij dit profiel horen. De geur van de herfst (natte bladeren, mos), nog zoiets. Een klein beetje zilt noteer ik nog, net als kaneel. Complex en elegant. De smaak doet niet veel onder: zijdezacht op veel honing, bijenwas, sinaasconfituur, ananas, kaneel, zoethout, nootmuskaat, een beetje munt en opnieuw wat turfrook. Minder complex dan de neus, maar dat is niet moeilijk. Lange afdronk op honing, sinaas, kruiden en eik. Een typische en dus heerlijke oude Springbank. 92/100

Tomintoul 44y 1967, A. Dewar Rattray

Tomintoul is een recente distilleerderij, het werd gebouwd in 1964. Tien jaar later werd de capaciteit verdubbeld, het moment ook dat hun eerste single malt op de mark kwam.

 

Tomintoul 44y 1967/2011, 46.4%, A. Dewar Rattray, bourbon cask 5405, 138 bottles
All right, dit is een toppertje! Zalige, delicate maar rijke neus die zich heel geleidelijk ontvouwt. Als hij volledig open gekomen is, krijg je veel fruit en honing, en maar een heel klein beetje hout. Het fruit vertaalt zich in zoete appels, abrikozen, sinaas en zelfs een beetje tropisch fruit (lychee?). Naast dit fruit heb ik dus honing maar ook marsepein en warme appelmoes, mooie zoete aroma’s. De eik houdt zich op de achtergrond. Een lichte kruidigheid (kaneel, nootmuskaat) en groene thee vervolledigen. Zacht en elegant op de tong, met fruit en kruiden als dominerende aroma’s. De eik laat zich hier iets meer gelden dan in de geur. In de kruidenafdeling noteer ik peper, gember en nootmuskaat, bij het fruit is dat dan appelsien en mandarijn. Ook wat zeste. En misschien een beetje zout. Water? Vergeet het. Middellange, licht drogende afdronk op de kruiden en het (citrus)fruit van de smaak. I like. 90/100

Caperdonich 36y 1967, Douglas Laing Platinum Selection

De Caperdonich die ik gisteren proefde was een beetje een teleurstelling, laat me dit goedmaken met een klepper, een 1967 van Douglas Laing. Grazie mille Signore Bruyneel.

 

Caperdonich 36y 1967/2004, 57.9%, DL Platinum Selection, 167 bts.
Ronduit sublieme, aromatische en rijke neus op succulent fruit en dito zoets. Allerlei fruit, zoals perzik, mandarijn, sinaas, abrikoos (vers én gedroogd), gedroogde vijgen, druiven en ananas, vermengd met romige chocolade (chocoladefondue), praliné, honing en vanille. En daardoorheen geroosterde noten, gele rozijnen, een beetje kruiden en prachtige, sappige eik. Halleluja, dit is goed! En dan zou ik de bijenwas nog vergeten… Stevige, romige smaak die start op veel fruit: braambessen en rode bessen, ananas, sinaas en roze pompelmoes. Zowel licht zoete, wat zure als eerder bittere varianten dus. Daaronder zachte karamel en nougat, gevolgd door wat kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en gember, een beetje zilt, een beetje bijenwas en zachte eik. Die eik blijft in eerste instantie op de achtergrond, ter ondersteuning, zorgend voor extra karakter en body. Maar naar het einde toe treedt de eik meer op de voorgrond, en het samenspel met de pompelmoes maakt het dan wat bitter. Aangenaam bitter dien ik te onderstrepen. Water is niet echt nodig, maar het brengt de bijenwas meer naar voor. Lange afdronk in het verlengde van de smaak en dat is hier geweldig nieuws. Machtige whisky, zeker op de neus. 93/100

Tomintoul 43y 1967, Liquid Sun

De laatste Liquid Sun botteling die ik hier heb staan, is een Tomintoul 1967 (kost een 190 euro). Ook dit is niet de eerste Tomintoul 1967 die recent op de markt kwam, ik besprak al eerder een heerlijke Thosop en dito Rattray. De verwachtingen staan dus hoog gespannen.

 

Tomintoul 43y 1967, 49.8%, Liquid Sun, Bourbon hogshead, 209 bottles
Lichte, breekbare, wat vluchtige neus, een beetje zoals bij de botteling van Dewar Rattray. Wat fruit (perzik en abrikoos vooral, ook een beetje meloen), wat honing, amandelen (geroosterd), eik en een lichte kruidigheid op de achtergrond. De neus blijft echter gedempt, ook met tijd te geven. Zachte, romige smaak op fruit (banaan, perzik), honing, granen en eik. Nootmuskaat. Middellange afdronk op fruit en zachte kruiden. Gho, dit is opnieuw erg lekkere whisky, maar toch een lichte teleurstelling, zowel de Thosop als de Rattray vond ik beter, complexer en expressiever. 87/100

Glenglassaugh 38y 1967, Signatory

Een Glenglassaugh, dat is weer even geleden. En een stevige, zo goed als 60% alcohol na meer dan 38 jaar op vat, sterk.

 

Glenglassaugh 38y 1967/2006, 59.3%, Signatory, Cask Strenght Collection, cask 98/685, 109 bottles
Stevig is inderdaad het woord. Enorm krachtig op geur en smaak, maar nooit erover, de sensaties hebben vrij spel, hij wordt op geen enkel moment te wrang of te droog. Complex daarentegen is ie wel. Op de neus heb ik abrikoos, pompelmoes, limoen, eik, hars, honing, heide, eucalyptus, varens, mos, enzovoort enzoverder. Wat zilt zelfs. Verdacht drinkbaar zonder water. Stevig en verwarmend natuurlijk, maar water is niet nodig, brengt ook niet veel extra bij. De citrus van op de neus, kruisbessen, karamel, fudge, eik, nootmuskaat, zilt… Lange afdronk, bitterzoet. Peper en zout. Lovely whisky! 90/100

Tomintoul 1967, Thosop

Niet zo lang geleden proefde ik de Tomintoul 1967 van A.D. Rattray. Dat was een whisky die moest groeien, hij startte heel gedempt, zowel op de neus als op de smaak, maar met wat moeite doen en vooral tijd geven, bloeide hij open tot een wondermooie whisky. Vandaag proef ik de 1967 van Thosop, en aangezien ik nog wat over had van de Rattray heb ik meteen een mooie sparring partner.

 

Tomintoul 43y 1967/2010, 49.3%, Thosop, handwritten label, bourbon cask #5426, 112 bottles
Deze Thosop is in tegenstelling tot de Dewar Rattray meteen erg aromatisch, hier moet je niet zo veel moeite voor doen. Ook een bourbon cask maar het hout was hier actiever, zonder dat het z’n stempel op de whisky drukt. Veel fruit: ananas, rijpe sinaas, appels. Veel groene thee ook. Dan geroosterde noten. Karamel? Ja, een beetje. Butterscotch. Nootmuskaat, en dus de mooie, zachte eik. De smaak is zeker steviger dan die van de Rattray (logisch, 9% meer), met de eik die zich heel mooi vermengd met tonen van gebakken banaan, pompelmoes, karamel en kruiden. Hier echt veel nootmuskaat. Daarna ook wat peer. De eik zorgt voor een mooie bitterheid. Eerder lange, verwarmende en drogende afdronk op kruiden en sinaas. Erg lekkere whisky. Het is moeilijk kiezen tussen beide, het zijn twee verschillende profielen, je moet ze ook anders benaderen… maar beide zijn toppers, laat dat duidelijk zijn. 90/100

Tomintoul 43y 1967, Dewar Rattray

Tomintoul, dat je uitspreekt als Tomintauwel, is met z’n oprichting in 1965 een eerder jonge distilleerderij. Het ligt in de vallei van de Avon, de Strath Avon of de Glen Avon. Sedert het jaar 2000 is het in handen van Angus Dundee Distillers, en de productie gaat voor het overgrote deel naar de blending industrie. Vroeger nog meer dan vandaag trouwens.

 

Tomintoul 43y 1967/2010, 40.7%, Dewar Rattray, bourbon cask #2559, 132 bottles
Lichte, delicate neus die zich langzaam ontplooit tot een absolute beauty. Enerzijds heb je een schitterende fruitigheid op perzik, peer, abrikoos, mandarijn en roze pompelmoes. Een lichte tropische toets zelfs. Lychee, meloen. Fris! Daarnaast een smeuïge zoetigheid op de heerlijkste honing en marsepein. Gevolgd door een zachte kruidigheid. Nootmuskaat en munt. Prachtige eik doorheen dit alles, die nooit of te nimmer de bovenhand neemt. Een beauty, ik zei het al. De smaak is zacht als zijde, de whisky vlijt zich elegant op de tong. Echt krachtig is dit natuurlijk niet, maar kracht is het laatste wat je in dit soort whisky nodig hebt. Het fruit leidt ten dans, ik heb peer, gele appels, banaan en abrikozenconfituur. Zoete granen ook, ontbijtgranen met honing. Een lichte herbal kruidigheid en zachte eik. Dat laatste doet z’n best voor een droge toets te zorgen, maar het fruit wint ook hier, met verve. Hier ga ik geen water bij doen, het risico om dit plaatje om zeep te helpen wil ik niet lopen. De afdronk is misschien niet erg lang maar al even lekker als de smaak. Citrusvruchten (mandarijn, sinaas) en kruidenthees. Heerlijk. En met 170 euro verdomd scherp geprijsd voor een 43 jaar oude whisky. 91/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.