Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1965’

Tomatin 1965 selected by Tasttoe

Vandaag een klepper gebotteld voor Tasttoe, een Tomatin 1965, dezelfde vinage als de fameuze Oat Mint van The Nectar. Geen idee van de leeftijd, geen idee wanneer dit gebotteld is. In ieder geval pas dit jaar op de markt gebracht, op 24 flessen meer bepaald.

 

Tomatin 1965, 52.1%, specially selected by Tasttoe, 2013Tomatin 1965, 52.1%, specially selected by Tasttoe, 2010, 24 bottles
Jawadde, oude Tomatin kan toch goed zijn! Heerlijke delicate neus op het meest fantastische fruit. Ananas, meloen, rode sappige appels, perzik, mango, rijpe banaan en papaja. Nogal tropisch dus. Al dat fruit wordt ondersteund door bijenwas (en schoensmeer, en meubelwas, en kaarsvet) en zachte, belegen eik. Lichte tonen van eucalyptus, gember en munt, wat het een extra frisheid bezorgt. Na enige tijd ook een florale toets. Hooi? Ik denk het. Heide misschien ook wel. Zachte, romige honing. Sublieme neus. Op de smaak is dit een zachte, romige en elegante whisky met toch de nodige punch (52% is vrij hoog gezien de leeftijd). Voor die punch zorgen eik en kruiden (peper, munt, gember, zelfs een beetje chili), maar het is het fruit dat de bovenhand behoudt. Moet ik ze nog eens opsommen? Allez vooruit, ik proef meloen, papaja, mango, appels, harde peren en aardbeien. Ik at vorig weekend aardbeien met limoncello, munt en zwarte peper (geweldige combinatie), het is alsof ik dat opnieuw proef. De was blijft ook in de smaak aanwezig, net als het hooi. Behoorlijk complex, deze Tomatin heeft heel wat meer te bieden dan fruit en eik/kruiden. Lange afdronk, die ondanks de mooie eik weigert uit te drogen. Staar je niet blind op Tomatin 1976, probeer ook eens een jaren-zestig-Tomatin. Je herkent het profiel van oude Tomatin, maar het is allemaal wat delicater en subtieler, gelaagder ook. Minder direct. Maar zeker niet minder goed. Integendeel. 92/100

Advertenties

Clynelish 28y 1965 Signatory, cask 666

Clynelish 1983, dat was dus redelijk oude Clynelish. Nu ja, dat is allemaal erg relatief. Laat ons nog twee decennia verder in de tijd gaan, naar het jaar 1965. Naar pre-Brora Cynelish dus, Clynelish gestookt in de distilleerderij die later Brora zou gaan heten. Ik proef vat 666 (gekend als the cask of the beast), gebotteld door Signatory. Signatory heeft ook vat 667 gebotteld (the neighbour of the beast). En ja, ook bij deze is een “bedankt Dominiek” wel zeer op z’n plaats.

 

Clynelish 28 YO 1965/1993, 50.7%, Signatory, sherry butt #666Clynelish 28y 1965/1993, 50.7%, Signatory, sherry butt #666, 520 bottles
Whaa, echt oude Clynelish is toch wel iets unieks, iets bijzonders. En omdat het zo uniek is, ook moeilijk om te beschrijven. Sherry, maar dan oude sherry. Oude meubels, oude geboende meubels, oud geboend leder. Antieke en waxy toestanden. Maar ook een heel lichte ‘farmyness’. Ik denk dan eerder aan het hooi dan aan de mest. En dan dat fruit. Sinaas, gele pruimen, rozijnen op (oude) rum, maar ook subtiele tropische toetsen. De geur evolueert ook erg mooi. Nu ontwaar ik ook een beetje zilt. En een elegante kruidigheid. En rook. Geen turfrook echter, eerder tabaksrook en houtvuur. Met een hammetje aan het spit. Ja, wat gerookt vlees. En dan iets van natte bladeren en mos. Subtiel, elegant, heerlijk. Romige smaak, op een profiel dat in de lijn van de neus ligt. En dan heb ik het over dat oude sherryprofiel. Belegen eik, oude meubels, antiekwas, zachte karamel, tabak en sigarendoosjes, rozijnen op rum, pruimencompot, hooi, enzoverder. Enzoverder? Welaan dan. Sinaas en na enige tijd ook opnieuw het lichte tropische karakter (papaya, lychee). Kruiden zoals zoethout en kaneel. Hoe langer hoe zilter. Gezouten karamel. Krachtig en rijk. Lange, mooi droge afdronk op kruiden, ronde eik, zilt, sinaas en subtiele rook. Complexe, prachtig gebalanceerd en gelaagde whisky. Grote klasse. 93/100

Lokaal graan

Gisteren publiceerde ik review nummer 1499. Vandaag moet ik dus iets bijzonders van stal halen. En laat ons er daar maar meteen twee van maken, het zijn tenslotte feestdagen. 1500 whisky’s op iets minder dan vijf jaar (vijf jaar Onversneden in februari, zal al maar beginnen uitkijken naar wat spectaculair spul), dat is een mooi gemiddelde vind ik zo.

Barley

Wat te denken van wat lokaal graan voor deze gelegenheid? Of lokale gers eigenlijk. Tussen 1988 en 2001 bottelde Springbank een ondertussen legendarisch geworden reeks whisky’s, onder de naam ‘Local Barley’. Er werd dus gebruik gemaakt van whisky gedistilleerd uit lokaal gekweekte gerst – en onder lokaal kan Campbeltown verstaan worden. Voor het overgrote deel waren dat whisky’s gedistilleerd in 1966, maar in 2001 werden ook enkele 1965’ers gebotteld, onder een ander label. Die laatsten zijn iets minder gekend, en ook iets minder gerenommeerd dan een paar beroemde broertjes uit 1966 zoals vaten 443, 499 of 507. Toch waag ik me vandaag aan twee van de buitenbeentjes, die met hun 36 jaar meteen ook de oudste Local Barley’s zijn.

 

Springbank 36 YO 1965 'Local Barley', 47.6%, cask 1965/8Springbank 36y 1965 ‘Local Barley’, 47.6%, OB 2001, cask 1965/8
Pure boter op de neus, bakboter, samen met aroma’s van munt en sappige eik, met daarna (en daarachter) rozijnen (sultanas), ananas, abrikozen, vanille en hooi. Het geheel is fris en expressief. De geur van een warme appelcake ook, wat het frisse wat tempert. Lichte tonen van kokos. Inkt? Ja, dat zit er ook ergens tussen. En – ik zou bijna natuurlijk zeggen – zachte, zoete rook. Turfrook en tabaksrook. Boenwas ook, net als leder. En een beetje hars. Na enige tijd komt daar nog de geur van vers gebakken brood bij. En gember niet te vergeten. Zeer mooi, geweldig om ruiken. De smaak start vrij droog (eik, hars en kruiden), maar langzaamaan komen er zachtere aroma’s bij, zoetere en fruitigere. Wat de kruiden betreft denk ik aan kaneel, zoethout en gember, qua fruit aan abrikozen, perziken, bananen en (warme) appels. Karamel en melkchocolade maakt het zoet, olijfolie maakt het eh, olieachtig. Zilt naar het einde toe. Minder complex dan de neus. Lange afdronk, waar het droge het net wint van het zoete. Kruidig. Goed, zeer goed zelfs, maar toch blijf ik wat op m’n honger zitten, het wordt nooit fantastisch goed (alhoewel het op de neus in de buurt komt). Zou het kloppen dat de 1965’ers niet kunnen tippen aan de meeste 1966’ers? Let’s double check. 91/100

 

Springbank 36 YO 1965 'Local Barley', 52.1%, cask 1965/9Springbank 36y 1965 ‘Local Barley’, 52.1%, OB 2001, cask 1965/9
Mmm, die vlieger gaat niet helemaal op. Helemaal niet zelfs. Ik vond de vorige al geweldig lekker om ruiken, dit is nog een andere categorie. Man, hoe zalig is dit! Tel bij de neus van de 1965/8 een pak meer tropisch fruit (meer kokos, meer ananas, maar ook passievrucht, mango, banaan en meloen) alsook een grotere ‘waxyness’ (bijenwas, boenwas, kaarsvet). De eik is ronduit groots, nog ronder en dieper dan bij de 1965/8. Ik tref ook geroosterde noten aan, praliné, oude boeken en geroosterd vlees. Barbequetoestanden. En dat is allemaal extra, want de munt, de rozijnen, het hooi, de kokos, de appelcake, het leder, het zit ook allemaal hier in. Net als de geweldige rook. Prachtige, rijke, elegante en gebalanceerde sherry. Top! Dik, rijk, krachtig en geconcentreerd mondgevoel. Gestoofd fruit (confituur van sinaas, van aardbei, van bramen), abrikozentaart, rozijnen op rum, chocolade van de beste kwaliteit, geroosterde noten, hooi (licht farmy), meloen, lychee, Lapsang Souchong thee, eucalyptus, kokos, kandijsuiker, hoestsiroop… de aroma’s blijven komen. Ronde sappige eik. Prachtige (turf)rook. Zucht, dit is zo’ whisky die je onmogelijk volledig kunt vatten. Pure kunst. Fantastisch lange afdronk, op een pak van bovenvermelde associaties, maar waar vooral de kruiden, de kandij en zoete rook het luidst om de aandacht roepen. Ik weet niet of dit de meest complexe oude Springbank ooit gebotteld is, maar man, wat is dit een wonderlijk goedje. 95/100

Bunnahabhain 1965, OB for Feis Ile 2001

Vandaag één van de oudste officiële Bunnahabhains, de 1965 voor het Feis Ile (het jaarlijkse muziek- en whiskyfestival op Islay) van 2001. De oudste is volgens mij een 1963 voor Feis Ile 2003. Je kan deze 1965 nog vinden, maar reken op een kleine 600 euro.

 

Bunnahabhain 35y 1965, 53.9%, OB Feis Ile 2001, cask 7159, 594 bottles
Meer dan aangename neus, fruitig en zoet. Vanille, marsepein, honing en wit fruit à la peer, appels en vooral witte perziken. Kokos (jawel, ook wit). Daarna kamille, linde en wat munt. Eik? Ja, maar niet opvallend. Bijenwas niet te vergeten. En iets van gerookt vlees. Geen Zwarte Woudham deze keer, iets zachter zoals filet de sax. Delicaat en complex. Op de smaak speelt het hout, zoals wel vaker op hoge leeftijd (de whisky, niet ik), meer op dan in de geur. Eik, noten, thee, je kent het patroon. Maar er is genoeg zoets en fruitigs ter compensatie: sinaas, perzik, banaan, ananas, mango, vanille en honing. Opnieuw wat tuinkruiden en ook iets licht metaligs. Kaneel komt nog om de hoek piepen. Best lange afdronk, met nog steeds het (zoete) fruit, de kruiden en de eik mooi gebalanceerd. Ja, oude Bunna kan verdorie lekker zijn. Ook al is het geen Auld Acquaintance. 90/100

‘Oat Mint’ – Tomatin 43y 1965, The Nectar

Vandaag een oude Tomatin, een distillaat uit 1965, twee jaar geleden door The Nectar gebotteld. En dit nog onder het vorige label, dat met de anagrammen. Tomatin werd hier Oat Mint. Nog te koop voor een 180 euro.

 

Tomatin 43y 1965/2009 ‘Oat Mint’, 47.1%, The Nectar, Daily Dram, 210 bottles
Frisse en fruitige neus op appel en peer, gevolgd door onrijpe banaan, heide, kruiden en hooi. Die heide valt hoe langer hoe meer op. Munt (maar geen haver – oat). Een lekkere waxyness. Wat eik erdoorheen. Complex en zalig om ruiken. Op de smaak meer eik, resulterend in een stevig mondgevoel. Maar deze eik gaat nooit domineren, het ondersteunt, het draagt. Ook meer kruiden (munt, peper, kaneel), maar het fruit blijf aanwezig. Aardbeiconfituur, appel, banaan. Het blijft ook op de smaak fris en levendig, met een mooie balans tussen het fruit en de eik. Lange, aangenaam bittere afdronk, met wat fruit dat doorheen de eik en de kruiden priemt. Knap! 91/100

En nog een Clynelish 1965

Een dikke twee weken geleden proefde ik de Clynelish 24y 1965 die Cadenhead bottelde en Sestante importeerde, vandaag proef ik de zusterbotteling. Ook een 1965, ook 24 jaar oud, ook een botteling van Cadenhead, ook voor de Italiaanse markt, maar dit keer voor Mainardi.

 

Clynelish 24y 1965/1989, 46%, Cadenhead’s for Mainardi, 75 cl
Schitterende zachte en fruitige neus met subtiele sherrytonen. Ik ruik peer, sinaas, pompelmoes, banaan (gebakken banaan that is), karamel, koffie verkeerd, leder (oud leder natuurlijk), noten. Iets coastal ook (beetje zilt en zeewier) en niet te vergeten een zalig toefje turf om het plaatje helemaal af te maken. Zalig om ruiken. De smaak wijkt hier (gelukkig) weinig van af. De subtiele sherry, het smeuïge fruit, de lichte turf, de romige karamel, het beetje zilt, het zit er allemaal in. Ah, ook een heerlijke kruidigheid doemt op. Dit is lekkere whisky man! Lange, zalige afdronk, perfect in lijn met de smaak. Misschien niet helemaal het niveau van de Sestante versie op 49.4%, maar dat was ook schier onmogelijk. 93/100

Tomatin 42y 1965, Duncan Taylor

Tomatin is één van de vele distilleerderijen die eind 19e eeuw het levenslicht zagen, het werd opgericht in 1897. Vandaag is het in handen van de Japanse groep Takara Shuzo.

 

Tomatin 42y 1965/2008, 52.1%, DT Rare Auld, cask 20942, 211 bts.
Fruit, fruit en fruit. En daartussen nog wat fruit. Vooral veel appels, soms lijkt het puur appelsap (gevaarlijk appelsap). Peren ook, perziken, abrikozen, meloen. Oké, als je je best doet, haal je er ook andere associaties uit maar het fruit is ‘big’. Die andere associaties zijn honing, eik (op de achtergrond dus), cashewnoten en een klein beetje gember. Op de smaak heb ik weliswaar meer eik, maar het fruit blijft de toon zetten, de eik vult enkel aan. Net als vergezellende kruiden trouwens. Verschrikkelijk drinkbaar, ik heb het idee zo’n ganse fles te kunnen verzetten. Decadent en niet verstandig, ik weet het. Lange, zoete en fruitige afdronk met ook hier de eik die zich erg gedeisd houdt. Geen complexe whisky, maar wat kan mij het schelen, dit is gewoon geweldig lekkere whisky. 91/100

Clynelish 24y 1965, Cadenhead

Tijd voor een streepje cult. Pre-Brora Clynelish ís cult. Ik bedoel dus Clynelish gestookt in de distilleerderij die later Brora zou gaan heten. In 1969 verhuisde de productie van Clynelish immers naar ‘Clynelish 2’. Het oorspronkelijke ‘Clynelish 1’ werd snel omgedoopt in Brora en Clynelish 2 werd weer gewoon Clynelish, maar dat verhaal hebben we hier al gehad. Het verhaal van de 24-jarige Clynelish 1965 die Cadenhead voor Sestante bottelde nog niet.

 

Clynelish 24y 1965/1989, 49.4%, William Cadenhead, Sestante import, Ainslie & Heilbron, 75 cl
Djééé, wat een neus! Schitterende oude, waxy sherry vermengd met subtiel fruit. Met oude en waxy sherry bedoel ik de geur van oud en geboend leder en dito meubelen. Een antiekshop, enorm. Het subtiele fruit vertaalt zich in rozijnen op rum, gekonfijte sinaas en gebakken banaan. Nee, geflambeerde banaan. Andere sherrytonen zoals koffie, karamel en tabak ook. Een zachte, bitterzoete kruidigheid. Zoethout, en nog een pak andere kruiden waar ik nu geen zin heb om naar te zoeken. Fenomenaal lekkere neus. Ho wacht, turf. Natuurlijk, nog wat turf om het helemaal perfect te maken, dat zou ik nog vergeten. De smaak is even goed. Ik bedoel even subliem. Stevig mondgevoel, zoet met een zalige bitterheid erdoorheen. Een kruidige, nooit drogende bitterheid. En even waxy als de neus. En dezelfde zalige zachte turf. En de zachte karamel. En het geweldige fruit. En… en… Man, dit is goed! Lange afdronk in het verlengde van de smaak (nogal lekker dus). Whisky zoals alle whisky zou moeten zijn. 95/100
 

Bedankt Dominiek! En ik weet niet waarom, maar ik heb bij het drinken van deze whisky nogal spontaan naar de muziek van Richard Thompson gegrepen.

Springbank 1965, Murray McDavid

In de jaren 1850 was Springbank één van de eerste distilleerderijen die overschakelden van turf naar kolen om hun malt te drogen. Er waren immers genoeg koolmijnen in de buurt op Campbeltown. Het is vandaag trouwens één van de enige distilleerderijen die hun eigen whisky ook zelf bottelt.

 
Springbank 1965/1998, 46%, Murray McDavid, cask 580, 204 bottles
De neus start zoet (honing, nougat) en laat langzaamaan fruitige tonen door. Eerst gedroogd fruit à la rozijnen en vijgen, daarna frambozen en tropisch fruit. Passievrucht, meloen, mango. Een lichte waxyness (boenwas) en een even lichte kruidigheid op de achtergrond. Meer op de voorgrond ook melkchocolade en praliné. Heerlijk om ruiken. In de mond komt hij steviger over dan het alcoholpercentage kon doen vermoeden. Olieachtig. Ook hier licht tropisch met kokos als extraatje. Perziken ook. De kruiden meer prominent dan in de geur. Peper, gember, munt. Chocolade, hier donkere. Wordt naar het einde wel wat bitter, maar nooit storend. Lange verwarmende afdronk met munt en abrikoos die opvallen. Stevige oude Springbank. En lèkker! 91/100

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.