Spring naar inhoud

Posts tagged ‘12yo’

Nog twee Highland Parks

Highland Park 12y, 43%, OB bottled 1980’s for Italy (Ferraretto), 75 cl – Orkney
Zachte en zoete neus op honing, pollen, appelsienconfituur, een beetje hout, appelbloesems, heel lichte rook en nog heel wat meer. Complex dus, en erg lekker. Stevige smaak (moest ik niet beter weten, ik zou ‘m een 50% schatten) met karamel, cake, koffie, wat rubber en een aangename kruidigheid (peper, kruidnagel). Drogend naar het einde. Lange, droge finish met honing en zilt. Merkelijk beter dan de huidige standaardbotteling. 88/100
 
Highland Park 14y 1995/2009, 57.6%, SMWS 4.132 ‘Wrestling match on Hobbister Hill’, 296 bottles – Orkney
Lichte turf in de neus, naast honing en citrus. Sinaas. Wat mineralig ook. Smaak in het verlengde hiervan, met kruiden op het einde. Niet slecht, maar ook niet bijzonder. 77/100

Glenburgie 12y 1996, Douglas Laing

Glenburgie 12y 1996/2008, 46%, DL Provenance Spring Distillation – Speyside
Lekkere neus met een mooie balans tussen fruitig (zoet fruit) en kruidig. In de smaak veel hout, wat het geheel bitter en droog maakt, té droog voor mij, beetje wrang. Droge, kruidige afdronk. Veelbelovende neus, maar smaak kan het verwachtingspatroon niet inlossen. 72/100

Oud naar nieuw III

Voor het laatse paar tekende Glendronach. We proefden twee twaalfjarigen, de laatste en een botteling van midden jaren tachtig.

 

Glendronach 12y, 40%, OB 2009 – Speyside
Dit is een recentere versie dan degene die ik een tijdje geleden proefde. Die had een crème kleurig etiket bovenaan, bij deze zijn beide etiketten bordeaux. Deze 2009 vertoont aangename cleane sherry met associaties van noten, karamel, pruimen, hout, tabak. Gember? Vrij zoet op de tong, met woudvruchten en lichte rook. Wat hout en een lichte kruidigheid. Eerder korte, droge en kruidge finish. Beter dan de vorige batch, maar nog niet helemaal my cup of tea. 77/100
 
Glendronach 12y, 43%, OB bottled mid 1980’s, 75cl – Speyside
Qua cup of tea komt dit al een pak dichter in de buurt. Lekkere zacht-zoete sherry met rozijnen, sinaas, honing, leder, tabak, rozebottel en nog veel meer. Complex die neus. Ook in de smaak is dit complexer dan het recentere werk. Vettig, romig met karamel, sinaas, noten, kruidenthee… wat drogend. Oh ja, dit is écht lekker. De afdronk is best lang, kruidig en fruitig. 89/100

 

Yep, de oude was weerom de beste. Het was vroeger gewoon allemaal beter verdorie. Alhoewel dit natuurlijk niet voor elke whisky geldt, maar zo van die oud-naar-nieuw tastings zijn soms toch vrij ontluisterend.

 

De gezamelijke top 3 was identiek aan die van mij:

  1. Glendronach 12y – oud
  2. Dalmore 12y – oud
  3. Ambassador 8y

Als afsluitertje kregen we nog de Laphroaig Cairdeas 12y te drinken, een beetje turf voor de mensen die dit in de voorgaande whisky’s gemist hadden. Ik blijf dit een erg lekkere Laphraoig vinden, ietsje beter dan de voorganger, de Cairdeas NAS, van 2008.

Oud naar nieuw II

Het twee koppel whisky’s was een jonge en een oude Dalmore 12y, de meest recente versie en ééntje gebotteld rond 1980.

 
Dalmore 12y, 40%, OB 2009 – Highland
Heel spirity en jong in de geur. Wit onrijp fruit. Harde peren. Vrij vlak. Na enige tijd wat hout, granen en een lichte kruidigheid. Smaak is mineralig en wat fruitig. Hout en vanille vervolledigen het plaatje. Korte bitterzoete afdronk. Niet slecht, maar daar is ook alles mee gezegd. 73/100
 
Dalmore 12y, 43%, OB bottled +/-1980, Black & Gold label, plastic screw cap – Highland
Veel meer fruit hier. Sappig, rijp fruit. Versgeperse sinaas o.a.. Iets waxy ook, tabak en honing. Njummie! Een lekkere kruidigheid in de smaak die ik in de neus niet aantrof, samen met lichte rook, honing, citrus en hout. Middellange finish, licht drogend. 85/100
 
Ook hier was de oude dus beter, merkelijk beter.

Oud naar nieuw I

Maandag stond er weer een Fulldram tasting op het programma, een ‘oud naar nieuw’ tasting, één van de klassiekers ondertussen. Deze week hiervan een verslagje.

 

Als welcome dram kregen we de Ambassador 8y ingeschonken, een blend gebotteld vóór 1975. Hij viel bij menigeen in de smaak, in die mate dat hij zelfs de top 3 haalde, ook bij mij.

Ambassador 8y, 43%, OB, Taylor & Ferguson Ltd., bottled <1975, 75 cl
Zachte, zoete neus met graan, honing, veel fruit (ananas onder andere) en bloemen. Dat laatste neigt een beetje naar zeep, maar dit is hier absoluut niet storend, integendeel. Geen franse hoeren hier. Licht waxy. Ook op de smaak is ie erg aangenaam. Zoet (cake) en fruitig. Granen. Hooi? Mocht misschien wat krachtiger, maar dan ben ik aan het zeuren. Geen al te lange maar wel lekkere fruitige finish. Lekkere whisky, en behoorlijk complex voor een achtjarige blend. 81/100
 

Na deze verrassende opener begonnen we aan onze eerste head-to-head, een Pride of Islay gebotteld eind jaren tachtig en de meest recente versie ervan. Pride of Islay is een label van Gordon & MacPhail en is een vatting van Islay whisky. Bij geen van beide konden we uitmaken welke whisky er in zat, de mengeling verdoezelde enig distilleerderijkarakter.

 
Pride of Islay 12y, 40%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus is grassig, op hooi, levertraan, kokos, wat zilt en een beetje turf. Een beetje, echt niet veel. Komkommer? De smaak geeft granen, gras opnieuw, infusiethee (slappe kamillethee) en druivensap. Korte en lichte afdronk. Vrij matige whisky en zeker op de smaak zou je ‘m niet op Islay plaatsen. 71/100
 
Pride of Islay 12y, 40%, G&M, Meregalli, Milano, bottled end 1980’s, 75cl
Dit is dus compleet verschillend. Op de neus heb ik zoete cake, karamel, rozijnen, pruimen, noten… duidelijk meer sherryvaten in deze. Zilt ook en turf, meer dan in de recente. De smaak gaat hier op verder, met gedroogde abrikozen, dadels, sinaas, espresso, karamel en subtiele turf. Redelijk vettig, romig. Zoete en kruidige finish. 77/100
 
Zowat iedereen vond de oude beter dan de nieuwe, maar de nieuwe stelde dan ook echt teleur. Morgen het tweede koppel.

Hibiki 12

Hibiki 12y, 43%, OB 2009 – Japan
Zacht zoete en fruitige whisky. In de neus heb ik sinaas, pruimentaart, confituurtoestanden, acaciahoning, cake. Bloemen ook wel. Fris. Iets geroosterd. Granen? Noten? Complex seg! In de smaak pompeloes (bitterzoet), vanille, een beetje hout en kruiden. Lichte sherrytoets. Middellange, wat droge afdronk met kruiden en noten. Zacht en zeer mooi gebalanceerd deze Hibiki. Top-blend! 85/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Een reeksje Malts of Scotland

Malts of Scotland is een nieuwe Duitse onafhankelijke bottelaar, opgericht door Thomas Ewers. Het zag begin dit jaar het levenslicht met het op de markt brengen van een eerste batch van elf bottelingen, later volgden er meer. Malts of Scotland beweert een zeer uitgebreide stock vaten van een zestigtal distilleerders te hebben liggen. Hun bottelingen zijn single casks op vatsterkte, worden niet bijgekleurd noch koud gefilterd.
Ik merk dat ik nog geen enkele bespreking van een whisky van hen gepubliceerd heb. Laat ons daar met een straatje van zes verandering in brengen zie… Beginnen doe ik met de Clynelish 1996.

 
Clynelish 12y 1996, 58.1%, Malts of Scotland, 2009, cask 8245, 304 bottles – Highland
Cask 8245 is duidelijk een sherryvat. Alhoewel de sherry niet overheerst, de typische Clynelish kenmerken kunnen nog vrij hun gang gaan. Boenwas, fruit (citrus, sinaas vooral), pollen, bloemen, het gekende patroon. Mooie balans met de droge sherrytonen. Zoet, maar ook lichtjes bitter in de smaak. Aangenaam bitter, met zoethout en de lekkere waxyness er mooi doorheen verweven. Middellange bitterzoete finish. Je zou je kunnen afvragen wat een tiental jaar extra rijping zou gegeven hebben, maar who cares, dit is op 12 jaar al meer dan te pruimen. Misschien is ie wel op z’n top gebotteld en zou het hout anders te veel gaan domineren. Whatever, voor 50 euro een sterke prijs/kwaliteit verhouding. 88/100

Brora & Clynelish tasting II

Nadat iedereen opnieuw gezeten was (noodzakelijk, want anders zouden meerdere broeken afgezakt zijn) werd ons de Brora 29y 1971/2000, 50%, Douglas Laing OMC, 274 bottles voorgeschoteld. Hèhè, dit is wat ik lekker vind zie! Een herkenbare Brora-neus met alles wat Brora je kan geven. Genot, plezier, levensvreugde, een reden om te leven tout court, maar ook farmy notes, rook, fruit (citrus & appels had ik), wat zoets, zilt en de zee. Gerookte vis! Bij Dominiek doemde een plat de fruits de mer, inderdaad. De smaak gaat hier mooi op door, geeft een zalige combinatie van de associaties uit de neus, en brengt ook een heerlijke kruidigheid naar voren. Pffiew, dit is goeie whisky! En dan die afdronk… man, man. 93/100. De rest van deze fles moest en zou ik mee naar huis nemen. Biedt diene onnozele Luc toch wel mee zeker… Bon, geen Brora 29y 1971 op whiskysamples!

Ik dacht dat ik deze Brora al eens had gedronken, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het is z’n broertje op 210 flessen (ook 29y 1971 OMC) die ik al gehad had (niet gepost). In mijn herinneringen – nee, dit soort whisky vergeet men niet – zijn ze aan elkaar gewaagd.

 

Dan terug wat meer ‘gewonere’ whisky dachten er enkelen, de Clynelish 27y ‘Synch Elli’ 1982/2009, 46%, Daily Dram, The Nectar. Ik wist beter, ik had de batch van The Perfect Dram al geproefd (op vatsterkte die) – dit is immers een split cask met The Whisky Agency. Ruiken: whoehoe! Bijenwas (en véél!), zalig fruit (pompelmoes, meloen), dito zoets (zachte honing) en bloesems (een fruitgaard in volle bloei). Proeven: whoehoe bis! De was, het fruit, de honing, en ook kruiden. Kaneel. Nootmuskaat? Lange, zoet-fruitige afdronk met ook hier een geweldige waxy touch. Van een heel andere orde dan de Brora, maar evenzeer top. 92/100.

Weer eens een bewijs van de constant hoge kwaliteit van Clynelish. In tegenstelling tot een aantal distilleerderijen waarbij het “vroeger toch allemaal beter was”, kunnen heel wat Clynelish’s van de jaren tachtig of negentig (zie ook de SMWS of de 12y 1996 Malts of Scotland) makkelijk naast toppers uit de jaren zestig en zeventig gaan staan. Ook deze dus, met sprekend gemak.

 

Het slot van het ‘officiële’ gedeelte werd verzorgd door de Brora 30y, 53.2%, OB 2009, 2652 bottles. De neus is vrij krachtig en geeft turf, wit fruit, een beetje zilt, redelijk wat boenwas en verbrande cake (wat scherp, zonder te storen). Ook op de tong is hij stevig. De boenwas doemt ook hier op, net zoals de turf, het zout en het fruit. Na een tijdje kruiden, ‘wood-spices’. Dit laatste komt ook terug in de lekkere, lange afdronk.
Deze Brora is niet ‘farmy’ te noemen, je zou ‘m anderzijds wel kunnen beschouwen als een geturfde Clynelish. Het is duidelijk meer op eind jaren zeventig dan begin jaren zeventig Brora. Begin jaren zeventig Brora is volgens mij dan ook zo goed als op, anders zouden ze vorig jaar ook geen 25 jarige hebben uitgebracht. Het zou me echter niet verbazen mochten ze binnen enkele jaren nog een veertigjarige op de markt brengen. Aan een viercijferig bedrag natuurlijk.
Score: 92/100. Voor mij speelt deze nog net in de categorie van de 30y 2007 (92) en de 25y 2008 (91). Lekker, zéér lekker zelfs, maar toch een categorie lager dan de drie voorgaande releases. De eerste twee batchen (2002 & 2003) heb ik nog niet gedronken. Hier moet dringend verandering in komen, vind ik zo.

 

Naar goede gewoonte werd er op het einde en voor de veiling van de flessen een top 3 samengesteld, deze zag er als volgt uit:

  1. Brora 29y 1971 OMC
  2. Clynelish ‘Synch Elli’ 27y 1982 Daily Dram
  3. Brora 1972/1995 G&M

Exact mijn top 3 trouwens.

 

Tot slot had Dominiek nog een extraatje bij, de Clynelish 12y, 56.9%, OB, Ainslie & Heilbron for Edward & Edward, Italy (Giaccone), rotation 1973, bicolor label. Ik rook, ik nipte, ik mompelde een ‘halleluja’ en goot m’n 2cl gezwind over in een sampleflesje. Dit is echt wel zonde om als achtste whisky nog rap rap achterover te kappen. Ik proef ‘m nu, in alle rust en lichtjes boven m’n stoel zwevend.
Rotation 1973, dat is dus pre-Brora Clynelish, gedistilleerd in de distilleerderij die later Brora zou heten, ergens rond het jaar 1960. En dit ís ook Brora, Brora voordat Brora bestond. En hoeft het gezegd, I love it. Zachte, zoete turf en sappig fruit, prachtig verweven met zalige waxy én lichte farmy notes. Piew, wat een neus! Honing, vanille, amandel, peer, sinaas, antiekwas, ‘boerderij’, enzovoort enzoverder. De smaak houdt moeiteloos dit niveau aan. Krachtig en toch subtiel, complex en toch perfect gebalanceerd. Goddelijk! De turf, het fruit, de honing, het hooi, de waxy touch, een mens wordt daar stil van. Ook een lichte kruidigheid, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. En die afdronk, die blijft maar duren! Ik denk dat ik straks m’n tanden niet poets… wakker worden op dit, stel je voor. Ok, ok, de lyriek (anderen noemen het malt-o-porn) neemt de bovenhand. Ik stop. Enkel de score nog. Pfff, who cares? Of toch, ik heb de 1971 93/100 gegeven en vermits ik mij de rest van deze fles bij opbod heb aangeschaft, zie ik mezelf verplicht nog wat van deze laatste in te schenken. Een score moet immers gefundeerd zijn, dat spreekt. Wel, deze 12 jarige Clynelish is nóg beter. Niet veel, maar toch. 94/100 zal het zijn.

 

En of het dus goed was. Ook de nabeschouwing was dat, alleen ben ik nog altijd niet bijgeslapen.

 

Brora & Clynelish tasting I

De eerste clubtasting van het seizoen zette ons onder de noemer ‘Back to basics’ weer met beide voeten op de grond, de tweede tasting had een lichtjes ander effect. De meesten onder ons bevonden zich na afloop met hun hoofd in de wolken, wolken die naar bijenwas en schapenstal roken dan nog (ja, ik kan me voorstellen dat dat voor menigeen een nieuw concept is). Bijenwas en schapenstal, dat is dus Clynelish en Brora. Voor de geïnteresseerden, ik heb me in het verleden al aan een beknopte geschiedschrijving van deze toch wel legendarische distilleerderijen gewaagd, daar hoef ik me dus niet meer mee bezig te houden.
Dominiek, die niet vies is van dit soort whisky, had acht flessen mee. Sommige whisky’s waren lekker, voor andere moet ik een ander vocabularium bovenhalen.

 

Het opwarmertje was de Clynelish 12y, 46%, OB for the Friends of the Classic Malts. Geen slechte whisky om mee te starten, maar wel veruit de minste van de avond. De neus vond ik heel mineralig. Natte steen. Ook geeft ie wat citrusfruit, wat zoets (karamel), rook, zilt en een heel lichte zeeptoets, wat geen meerwaarde te noemen is. Die zeep had ik weliswaar pas toen ik er na enkele andere whisky’s terug naar greep, dat viel dus nog wel mee. De smaak vonden sommigen wat zurig. Ik had appels (maar inderdaad eerder zure dan zoete), citrus opnieuw en een beetje was. Licht zoete en kruidige finish die effe blijft hangen. Al bij al weinig distilleerderijkarakter. Score? 76/100. Ik zie dat SV ‘m 85 geeft, die was er dus duidelijk meer van onder de indruk.

 

Ook nummer twee was een Clynelish, meer bepaald de Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, Douglas Laing OMC, sherry finish, 186 bottles, die ik hier al eens besproken heb. Net zoals toen was ik er ook maandag niet echt wild van. Het is lekkere whisky, zeker op de neus, maar hij had eerder gebotteld moeten zijn. Het hout maakt het op de tong en in de afdronk wat te droog. Mijn bevindingen en score van maandag komen mooi overéén met wat ik begin dit jaar neerpende. Die 85/100 blijft dus ongewijzigd.

 

Tijd voor een Brora, ééntje uit 1972 (jawel): Brora 1972/1997, 40%, Gordon & MacPhail Rare Old. Gordon & MacPhail heeft een aantal Brora’s 1972 onder het Connoisseurs Choice label uitgebracht, waarvan ik er onlangs twee proefde en een derde (1992) mij wel heel verleidelijk vanuit m’n whiskyschap staat aan te staren (ja, flessen en samples kunnen staren). Deze 25 jarige Brora hebben ze – bij mijn weten als enige – onder hun Rare Old label gebotteld. De neus is wat je van Brora 1972 mag verwachten: farmy! Very farmy that is. De stallen, de mest, het hooi, de natte hond die tegen je opspringt, de… nee Johan, laat de boerendochter maar achterwege. Zachte zoete turf ook, beetje fruit, beetje honing… smullen! Ook de smaak is lekker, maar mist punch. De Connoisseurs Choices bewijzen dat dat niet aan het lage alcoholpercentage hoeft te liggen, toch is deze op de smaak wat plattekes, licht waterig. Pas op, wat je proeft is nog altijd zeer Brora-ig (turf, farmy, honing, beetje zilt) en dus lekker-lekker. De 1993 blijft echter mijn favoriet, die is steviger én complexer. De extra waxyness, bloemen en zalige fruitigheid van de 1993 ontbeert de Rare Old. Desondanks geef ik ‘m toch nog 90/100, vooral dankzij de neus.

 

Het eerste gedeelte van de tasting eindigde met de Clynelish 8y 1999/2008, 62.8%, SMWS 26.54 ‘Midsummer nights’ dram’, een erg lekkere, frisse Clynelish die wel water nodig heeft. Zonder water is de neus erg mineralig. De natte steen weer. Wat metalig ook. Met water gaat hij open, wordt zoeter en komen er bloemen, fruit en wat zilt door. Ook de smaak kan water gebruiken, best veel water zelfs, deze Clynelish toont zich een erg goeie zwemmer (iets wat niet over mezelf gezegd kan worden, maar dit volledig terzijde). Fruitig (peer, perzik), bijenwas, noten, kruiden, erg complex voor zo’n jonge whisky. Hij blijft ook z’n kracht behouden, zelfs nog indien verdund tot onder 40%. Knap! 86/100.

 
Morgen deel twee, going crescendo.

Royal flush!

Ok, ok, de jaartallen volgen elkaar niet op, zo royal is deze flush dus ook niet…
 
Highland Park ‘High Dark Plan’ 10y 1998/2009, 46%, Daily Dram – The Nectar – Orkney – 85/100
Herkenbare bitterzoete HP neus met fruit (citrus), honing en (lichte) turf. Ook de smaak is fruitig (appel) en zoet (vanilla, honing) en vermengt zich mooi met de turf. Na een tijdje kruiden. Zoete en kruidige finish. Peper. Klassieke en dus aangename Highland Park.
 
Highland Park 11y 1997/2008, 57.6%, Gordon & MacPhail, sherry cask 5820, 298 bottles – Orkney – 62/100
Wow, dit is speciaal! En niet in positieve zin. Neus is erg scherp, met veel zwavel. Toch is ie ook zoet, mierzoet zelfs. Karamel, maar dan verbrande karamel, zwaar verbrande karamel. Chicorei. En iets van gerookte bacon. Maar de zwavel is veel te dominant. Ook de smaak is erg aggressief. Droog, wrang en scheepladingen zwavel. Water helpt iets, maar niet veel. Doet ook hier chicorei naar boven komen. Afdronk? Welke afdronk? M’n zintuigen zijn KO.
 
Highland Park 12y 1989/2001, 56.5%, Caledonian Selection, cask 1897 – Orkney – 83/100
Elegante sherryneus met fruit en honing. Krachtige, wat zoete smaak. Sinaas en bittere chocolade. Orangettes, jawel! Lichtjes rokerig. Lange droge afdronk. Een lekkere malt.
 
Highland Park 19y 1986/2005, 55.3%, OB for Maxxium Holland, cask 2793, 1120 bottles, 35 cl – Orkney – 90/100
Schattig flesje! En lekkere whisky dat daar in zit! Subtiele en zoete sherryneus op honing, kandijsiroop, rozijnen, rum (en de combinatie van deze laatste twee), hout, koffie, rubber, leder, lichte rook,… zalig complex. Hetzelfde kan gezegd worden van de stevige, ronde smaak. Sinaasschil, bittere karamel, noten, rozijnen (studentenhaver toestanden), beetje turf, hout, chocolade. Mooie bitterheid. Middellange, bitterzoete afdronk. Top-notch HP!
 
Highland Park 24y 1981/2005, 52.3%, Dewar Rattray, cask 6061, 263 bottles – Orkney – 86/100
Zalige zoet-zilte neus. Honing, zee en lichte turf. Appels ook. En na een tijdje krijgt ie iets bloemigs. Erg complex allemaal. Smaak ligt mooi in het verlengde hiervan. Zoet en zilt hand in hand. Ook wel wat hout op het einde en in de lange, zoete afdronk.