Spring naar inhoud

Glen Grant 1972, Duncan Taylor for The Whisky Fair

Een oude Glen Grant, altijd iets waar een mens naar uitkijkt. Deze whisky – die rijpte op sherryvat – werd recent door Duncan Taylor gebottled voor The Whisky Fair.

 

Glen Grant 36y 1972/2009, 56.3%, DT for The Whisky Fair, 209 bts
De neus is krachtig en start erg fruitig. Eerst op pompelmoes en mandarijn, daarna gaat ie de exotische toer op. Ananas, mango… maar ook pruimen en allerlei gedroogd fruit. Noten. Studentenhaver dus. Langzaamaan komen er bloemen en kruiden opzetten. Zoethout, eucalypthus. Dan boenwas en honing. Veel honing. Subtiele rook ook. Erg complex en wreed lekker die neus. De smaak is zoet en licht bitter. De sherry heeft z’n werk gedaan maar gaat nooit domineren. Het fruit (dezelfde soorten als in de neus), de kruiden, de noten, het hout, de honing, de chocolade, ze krijgen vrij spel. Middellange, verwarmende finish op allerlei zoets, leder en kruiden. Droogt niet uit. Geweldige Glen Grant. Dit is sherry zonder streken, sherry zoals ik ‘m graag heb. 91/100

Longmorn 15y

De Longmorn 15 is de voorganger van de huidige 16. Ik heb de 15 altijd graag gedronken, iets wat bij de 16 toch wel minder het geval is.

 

Longmorn 15y, 45%, OB 2005
Lekkere levendige neus op fruit en bloemen. Appels en appelbloesems. Perzik. Daarnaast heb ik karamel, een beetje graan, amandel en vanille. Zeer speels allemaal. De smaak is olieachtig en zoet op tonen van fruit, kandijsuiker, rozijnen, gras, munt en peper. Lichte sherryinvloed. De afdronk is niet echt lang te noemen maar is aangenaam bitterzoet op kaneel, gember en noten. Toch een stuk beter dan de nieuwe 16y. 85/100

Black bullets in a posh library

Deze naam kan enkel naar een botteling van de Scotch Malt Whisky Society verwijzen. En zoals wel vaker is de naam niet slecht gekozen.

 
Clynelish 26y 1983/2009, 55%, SMWS 26.61 ‘Black bullets in a posh library’, 101 bottles
Zoete en fruitige neus, met de verwachte wastoestanden. Boenwas, kaarsvet, schoensmeer, dat soort dingen. Oude eiken meubels. De geur van oude boeken, ja toch wel. Honing. Aangenaam zoet op de tong met een lichte kruidigheid. Ietwat droge afdronk. Lekker maar toch minder dan verwacht van Clynelish van deze periode. 86/100

Banff 21y 1982, Rare Malts

Banff sloot z’n deuren in 1983 en werd in de jaren daarna geleidelijkaan afgebroken. Het laatste overblijfsel van de distilleerderij, een warehouse, ging in 1991 in vlammen op.

 

Banff 21y 1982, 57.1%, Rare Malts 2004
Zeer frisse, cleane neus die wat tijd nodig heeft om zich volledig bloot te geven. Ik had dat ook met de 1971 van de Dead Whisky Society, alhoewel deze neus dat niveau nu ook weer niet haalt. Het begin is wat saai met citrus, granen (havermout) en hout, maar dan komt er meer fruit door: sappige peren, ananas en meloen (cavaillon ofte charentais). Gras ook en opgeblonken zilverwerk. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong toont hij zich ruw, scherp en erg alcoholisch. Bitter. Die bitterheid valt in het begin nog mee, maar naar het einde begint het bittere stevig te overheersen. Granen, vanille, witte pompelmoes, nootmuskaat, veel hout – op de duur teveel – en vooral op het einde noten en rauwe kastanjes. Pfff, neen, dit is niet meer aangenaam. De neus was beter, merkelijk. Bittere afdronk met wat citrus en kruiden maar vooral veel hout en noten. Moeilijk om te scoren. Op basis van de neus had hij 85 verdient, minstens. Het eindoordeel valt een pak magerder uit. 80/100

Caol Ila 25y 1984, Cadenhead

Het dorpje Caol Ila werd in 1846 zo goed als letterlijk uit de grond gestampt door de oprichter van de Caol Ila distilleerderij, Hector Henderson, op dat moment ook de eigenaar van Littlemill. Samen met de bouw van hun werkplek bouwde hij immers huisjes voor z’n werknemers.

 
Caol Ila 25y 1984/2010, 55.2%, Cadenhead Authentic Collection, 250 bts
Gebalanceerde neus op turf, appelsienconfituur, appel, zilt, kruidnagel en kaneel. Op de tong is hij zoet en zilt met ook hier de turf, net als citrus en vanille. De afdronk is redelijk droog, rokerig en ziltig. Lekkere whisky, kapt makkelijk binnen. En ik moet verdorie nog altijd mijn eerste slechte Caol Ila tegenkomen… 85/100

Bunnahabhain ‘Auld Acquaintance’

Dit is zonder enige twijfel de beste Bunnahabhain die ik ooit gedronken heb. En ik ben in goed gezelschap, ook John MacLellan, de vorige distillery manager en Serge Valentin beschouwen dit als de beste Bunna ever. Ik dronk ‘m voor het eerst in de legendarische whiskybar Duffies in hartje Bowmore. Nu eindelijk de kans om dat in alle rust nog eens over te doen en er een tweede keer van genieten. En dit is genieten met volle teugen, hij is even fantastisch als in m’n (springlevende) herinnering.

 

Bunnahabhain 34y 1968 ‘Auld Acquaintance’, 43.8%, OB 2002, 2002 bts
Zalige complexe en delicate neus met fruit (sinaas vooral maar ook pruimen), zachte zoete turf, zilt, gember, boenwas, evoluerende naar geroosterde noten, melkchocolade, de geur van een antiekshop en een lichte stoffigheid die hier een absolute meerwaarde is… prachtige subtiele sherrytonen. En wat een balans! Sublieme neus. De smaak doet echter niet onder. Hij is romig, hij is zoet, hij is fruitig en hij is kruidig. Een beetje hout erdoorheen, niet teveel, niet te weinig. De balans tussen bitter, zoet en zelfs een klein beetje zuur is gewoon perfect. Lange verwarmende afdronk met chocolade, sinaas en hout. What an acquaintance! 94/100

Bowmore Tempest

Eén van de terechte winnaars in de Battle of the Stunners was de Bowmore Tempest. Vandaag neem ik er wat meer tijd voor.

 

Bowmore 10y ‘Tempest’, 55.3%, OB 2009, 12.000 bottles
De neus biedt een perfecte mix tussen rokerige, fruitige en coastal elementen. ‘Coastal’ vertaalt zich in the usual suspects: zilt, zeewier, iodium, oesters (met peper en citroen!). Het fruit is naast de citroenen vooral sinaas en wat perzik. En na enige tijd zelfs wat tropische toestanden. Vanillecrème ook, nootmuskaat en een lichte florale toets. Behoorlijk complex dus. En lekker! In de mond dezelfde knappe balans tussen turf, fruit (citrus en tropisch) en zilt. Lekkere bitterheid. Zoethout. Lange afdronk op zoet fruit en zilt, met ook de rook die terug de kop opsteekt. Wreed lekkere en knap gebalanceerde whisky met een niet geheel terechte benaming vind ik zo (sea breeze was gepaster). 90/100

Battle of the Stunners


 

Het nieuwe Fulldram seizoen werd dit jaar afgetrapt door Bert Bruyneel, notoir levensgenieter uit Ingooigem. Het beproefde concept dat de naam Battle of the Stunners draagt, vormde een ideale opener voor zowel anciens als nieuwe leden. In vijf categorieën voerden Bert en het Fulldrambestuur een strijd om wie de beste ‘stunner’ meehad. Een stunner – term indertijd door Luc Timmermans gelanceerd – is een bangelijk lekkere whisky die minder dan 50 euro kost. Alle whisky’s werden uiteraard blind geproefd – jawel, er was iemand die een blinddoek bijhad. Hieronder een verslag van een leuke avond – gelardeerd met de nodige hilarische anekdotes – waar het wedstrijdelement ondergeschikt was aan het plezier. Om één of andere reden was het vooral Bert die dit laatste meermaals benadrukte. De uitslag zie je bovenaan – voor alle duidelijkheid, dat leest als Fulldram-Bert en niet omgekeerd. Let op, de winnaar voor de groep was niet altijd mijn winnaar.

 

Categorie 1: super-stunner (minder dan 25 euro)

Goldlys Rye & Malt 1988, 46%, Filliers 2010
Twee graandistillaten, rogge en gerst, 22 jaar samen gerijpt op bourbonvaten. Erg granig met een beetje fruit. Wordt hoe langer hoe zoeter. Veel vanille. Ik was hier niet echt wild van. Bijlange niet het niveau van de Limousin als je het mij vraagt.

Fighting Cock 103 proof, 51.5%, Heaven Hill 2010
Een Bourbon die ik ook bij een vorige proefbeurt niet echt geweldig vond. Zoet, granig, verbrande karamel, leder, iets geroosterd en veel kruiden.

Voor mij twee tegenvallers.
Winnaar: Goldlys, Fulldram. I disagree (lichtjes).

 

Categorie 2: Niet-geturfd, geen vatsterkte

Arran 14y, 46%, OB 2010
Vrij complexe, frisse en fruitige whisky. Redelijk zoet ook, wat hout en een aangename kruidigheid op de smaak.

Amrut 2004/2009, 52%, OB for Crombé, cask 2930, 221 bottles.
Moeilijke whisky. Start wat vreemd, niet gemakkelijk om te associëren. Grassig, floraal, kruiden. Een bijzondere bitterheid.

Winnaar: Arran, Fulldram. I agree.

Hier moet ik ootmoedig toegeven dat ook bij mij de Arran de winnaar was alhoewel ik de Amrut indertijd een hogere score gaf dan onlangs de Arran. Dit toont nogmaals de relativiteit aan van scores. Omstandigheden, line-up, stemming, het speelt allemaal een rol. Maar als ik er mijn oorspronkelijke notes bijhaal, merk ik dat ik ook toen wel wat worstelde met deze Amrut maar er uiteindelijk wel volledig voor viel. Misschien heeft deze Amrut gewoon meer tijd nodig.

 

Categorie 3: Geturfd, geen vatsterkte

Lagavulin 16y, OB 2010
Zachte, zoete, ronde turf met fruit en kruiden erdoorheen. Redelijk complexe, subtiele en mooi gebalanceerde whisky. Herkenbaar Lagavulin 16y.

Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
Medicinaler en meer rook dan de Lagavulin. Meer zilt ook. Kruidigheid van het hout, vooral op de smaak. Voor mij iets ééndimensionaler, minder complex.

Twee erg lekkere whisky’s, maar ik vond de Lagavulin iets beter.
Winnaar: Laphroaig, Fulldram. I disagree.

 

Categorie 4: Niet-geturfd, vatsterkte

Westport (Glenmorangie) 9y 2000/2010, cask 800104, 644 bottles
Lekkere sherry! Zoet (geconfijt en gedroogd fruit) en aangenaam bittter. Koffie, noten, hout… Droog, maar nooit té.

Glenfarclas 105, 60%, OB 2010
Ook dit is lekkere sherry. Meer op kruiden wel. En ook eerder rood fruit. Stevig! De Westport is echter beter, complexer.

Winnaar: Westport, Fulldram. I agree.

 

Categorie 5: Geturfd, vatsterkte

Laphroaig 10y Cask Strenght, 57.8%, OB 2009, Batch 001
Erg rokerig. Medicinaal, houtskool, een beetje fruit, peper. Voor mij teveel rook, te ééntonig.

Bowmore 10y ‘Tempest’, 56.3%, OB 2010, 12.000 bottles
Dit is beter, de rook zit ook hier maar wordt vergezeld van zilt, veel fruit (sinaas vooral), vanille, bloemen… een pak complexer dan de Laphroaig en alles perfect in balans. Deze bespreek ik later deze week meer in detail, flesje staat klaar.

Winnaar: Bowmore, Fulldram. I fully agree.

 

Conclusie: afgedroogd. Nu is het wel zo dat het Fulldrambestuur ondertussen goed weet wat het gemiddelde lid lekker vindt. Bert had daar misschien een lichte handicap. Maar desalniettemin, 5-0… het staat daar wel mooi te blinken bovenaan.

 

Een nieuwe Isle of Jura ‘Superstition’

Vorige batchen kregen het label ‘heavily peated’ mee, deze niet. En dat merk je, alhoewel de turf er niet helemaal uit verdwenen is. Het water dat gebruikt wordt voor de Isle of Jura whisky’s komt van een nabijgelegen meer en is op zich al vrij turfhoudend.

 
Isle of Jura ‘Superstition’, 43%, OB 2010
De neus start weinig aromatisch. Granig, mineralig en licht fruitig. Een beetje hout. Maar na een tijdje komt hij open, wordt fruitiger (appel, peer, perzik), en gewoon aangenamer. Een beetje rook op de achtergrond. Ook de smaak start weinig aromatisch, maar in tegenstelling tot de neus gebeurt hier ook na enige tijd niet veel. Granen, hout, gras, een beetje turf, zoethout en nootmuskaat is zowat het belangrijkste om te noteren. Minder fruit dan in de geur. De afdronk is niet erg lang, zoet maar nogal vlak. De score is grotendeels op het conto van de neus te schrijven. 80/100

Hakushu 25y

Laat ons nog even in Japan blijven… De Hakushu 25y is de oudste whisky van deze distilleerderij. De prijs is er dan ook naar: waar je hem nog kan vinden, betaal je gauw 650 euro.

 
Hakushu 25y, 43%, OB 2008
Aangename, olieachtige neus met lekkere sherrytonen. Eerst heb ik noten, vlees en nieuw leder. Dan wat fruit: wit fruit (appel en peren) en veel sinaas. Daarna wordt hij vrij herbal. Eucalyptus en zo. Zachte smaak, licht drogend met ‘mellow’ hout (belegen), zoethout, sinaas, pompelmoes, peper, kruidnagel. Woodsmoke? Drogende, middellange afdronk. Lekkere whisky maar veuls te duur. 86/100

Yamazaki 18y

Een Japanner die dringend aan bod diende te komen, is de alom bejubelde Yamazaki 18y. Deze whisky rijpte op verschillene types vaten, zowel ex-bourbon, ex-sherry als Japanse Mizunara vaten. Mizunara is een type Japanse eik.

 
Yamazaki 18y, 43%, OB 2010
Expressieve neus met een lekkere zoete kruidigheid. Gedroogde bloemen, hooi, karamel, rozijnen, pruimen, hout, olijfolie, geroosterde en gesuikerde noten. Dan meer en meer groenten. Broccoli, peterselie, tijm. I like. De smaak is romig en zacht, je proeft het hout maar dat domineert absoluut niet. Het vegetale zit ook hier, neigend naar herbal-tonen. Aangename sherrynotes met associaties van walnoten, perensiroop, rozijnen, braambessenconfituur, honing. Een beetje kaneel niet te vergeten. Vrij lange afdronk, fruitig en kruidig. Deze whisky is rijk aan smaken, complex, gebalanceerd… mooi, absoluut. 88/100

Longmorn 30y, Gordon & MacPhail

Een dertigjarige Longmorn voor minder dan 100 euro, nice! Gordon & MacPhail blijft z’n whisky’s op drinksterkte scherp geprijsd houden. Mooi zo.

 
Longmorn 30y, 43%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus laat zich omschrijven als ‘gedempte vegetale sherry’. Wat ik bedoel is dat de sherry zacht is, wat onderdrukt en vergezeld wordt van de geur van groenten en planten. Peterselie, oxo… ja, ook wat zilt. Mooi verweven met de sherry: karamel, gedroogde vruchten, noten en nootmuskaat. Lekker! De smaak ligt perfect in het verlengde van de neus, maar is wel behoorlijk droog. Gedroogd fruit, noten (studentenhaver), groenten. Ja, die peterselie zit ook hier. Wat nog? Bessen, sinaas, bittere chocolade, kruiden en toch wel een stevige hoeveelheid hout. De droge afdronk is middellang, kruidig en toch ook nog voldoende fruitig. Los van het iets teveel aan hout op de smaak is dit best een aangename whisky. 86/100

Kevin Coyne & Caol Ila

Ha, die Kevin Coyne… een beetje een twisted mind maar o zo geniaal. Singer-songwriter, schilder, schrijver, componist (o.a. van musicals), filmmaker, levenskunstenaar… een artiest in alle betekenissen van het woord. Hij stierf in 2004 op zestigjarige leeftijd, na een intens leven balancerend op de grens tussen heroïek en tragiek. Zijn onorthodoxe muziekstijl met stevig wat bluesinvloeden inspireerde op zijn beurt een hele generatie artiesten. Z’n teksten zijn erg maatschappijkritisch, o.a. de misstanden in de behandeling van psychiatrische patiënten krijgen een prominente plaats in z’n lyrics. Als je je verder verdiept in de persoon Coyne hoeft dat laatste niet te verbazen. Laat me zeggen dat hij zich wel zou verstaan hebben met Syd Barrett bv.. Maar het is toch vooral de humor, de vaak absurde en typisch Britse humor die z’n songs typeren.
Voordat z’n zangcarrière een hoge vlucht nam, werkte hij als sociaal werker, o.a. met drugsverslaafden. Deze zelfkant van de maatschappij bleef hem boeien en inspireren, maar ook aantrekken. Na de voor hem zeer productieve jaren zeventig, eerst met Siren en daarna solo, volgden enkele donkere jaren, grotendeels in de hand gewerkt door overmatig drankverbruik. Dit vertaalde zich in een paar somberdere albums. In 1985 verhuisde hij naar Neurenberg, Duitsland om een nieuwe start te nemen. Deze verhuis en het afzweren van de drank bezorgde z’n productiviteit een boost, zowel wat z’n muziek als z’n schilderkunst betreft. Het complete oeuvre van Coyne beslaat een veertigtal albums.
Nog een leuk weetje: toen hem gevraagd werd Jim Morrison te vervangen als leadzanger van The Doors na diens overlijden, stuurde Coyne de platenbaas droogweg wandelen met de boodschap “I don’t like leather trousers!”. Het tekent z’n aversie voor het maken van compromissen.

Het album Marjory Razorblade uit 1973 is z’n bekendste en voor mij samen met Babble uit 1979 ook z’n beste. Deze klassieker – blanke blues met een vleugje punk – betekende de doorbraak bij het grote publiek en bevat geweldige nummers zoals Eastborne Ladies, House on the Hill – over het leven in een psychiatrisch ziekenhuis, Marlene, Good boy, Dog Latin,… allemaal uitingen van een geniale en soms behoorlijk geschifte geest.

Laat dit een ode zijn aan wijlen Steven De Batselier, professor Steven De Batselier. Hij was het die mij Coyne leerde kennen, wat niet hoefde te verbazen, verwante zielen enzomeer. Hij was het ook die ons in contact bracht het werk van Jorge Semprum, György Konrád en Georges Steiner, onze blik op Mens en Maatschappij verruimde, ons met een andere bril naar de dingen leerde kijken, onze vastgeroeste zekerheden onderuit haalde – wat voor sommigen als erg bedreigend overkwam. Een prof die durfde rammelen met conventies, die zich niet liet leiden door politieke correctheid, daardoor niet altijd even onbesproken bleef, kortom, iemand die niemand onverschillig liet. Een prof ook die graag een glaasje dronk. Whisky? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik drink er in ieder geval vandaag één op zijn gezondheid. En op deze van Kevin Coyne.

 
Caol Ila 26y 1982/2009, 55.9%, Duncan Taylor Rare Old, cask 2741
Lekkere fruitige neus met een perfecte mix tussen citrus (witte pompelmoes, mandarijn) en zachte turf. Tabak en zilt heb ik ook nog. Ook de smaak vertoont een mooie balans tussen zachte zoete turf, citrusfruit en elementen van de zee (zilt, zeewier, oesters). Lange afdronk in het verlengde hiervan met een lekkere kruidigheid om het plaatje af te maken. 88/100

Tyrconnell 10y, sherry finish

De niet-geturfde tegenhanger van Connamara is Tyrconnell, samen de bekendste producten van de Cooley distilleerderij. De whisky die ik vandaag proef, is een tienjarige gefinished op sherryvaten.

 

Tyrconnell 10y ‘sherry finish’, 46%, OB 2009
Aromatische neus, erg kruidig. Een gans kruidenboeket. Waar hij mij vooral aan doet denken, is peperkoek met gember. De sherry is subtiel. Karamel, een beetje hout, rozijnen, vijgen. Ook op de tong is hij kruidig, zacht en droog. Pruimen, rozijnen, noten. Vooral naar het einde droogt hij wat uit. Witte pompelmoes, hars, hout. Zoethout. Bitterzoete afdronk met ook hier redelijk wat hout. Een beetje te droog op de tong om écht lekker te zijn, maar hier is voor de rest niets mis mee. 83/100

St. Magdalene uit z’n beste periode op sherryvat

De beste periode voor St. Magdalene is met voorsprong midden jaren zestig. Als je ooit de kans krijgt St. Magdalene 1964, 1965 of 1966 te proeven, grijpen. Met beide handen. Gordon & MacPhail heeft er meerdere onder z’n Connoisseurs Choice label gebotteld – sommige outstanding – en er bestaan ook enkele sublieme Cadenhead dumpy’s. De meeste bottelingen zijn bourbon-gerijpt, maar er zijn ook enkele sherry-gerijpte. Een voorbeeld hiervan is degene die ik vandaag proef, een 1964 Connoisseurs Choice. Onder het motto ‘ook dit is Lowland!’

 
St. Magdalene 18y 1964, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1983, old brown label
Halleluja, dit is een zalige neus! Zachte, fruitige sherry en warme chocolade-saus. Callebaut kwaliteit, minstens. Het fruit is vooral rood: rode bessen, kersen, braambessen (ok, dat is al zéér donker rood). Banaan ook. Pruimen. Steviger dan het alcoholpercentage doet vermoeden. Amandelen, geroosterd hout, antieke lederen zetels… het zegt misschien niet zo veel, maar dit is écht een superneus. Ook de smaak is super. Zalige sherry met rode vruchten, hout, abrikoos, vanille fudge, mokka, tabak, licht waxy… droger naar het einde, het hout zet zich wat door. Ook de afdronk is vrij droog, maar wel érg lekker. Het bittere wordt meer dan voldoende gecounterd door het zoete en het fruitige. 93/100
 

De sherry maakt dat dit een ander profiel is dan de St. Magdalene uit deze periode die ik al dronk. Maar ook deze is fantastisch lekker, ondanks z’n laag alcoholpercentage. Jaren zestig St. Magdalene kan zó goed zijn… spijtig dat ze dit niveau later niet meer hebben kunnen evenaren. Maar dat geldt voor meerdere distilleerderijen natuurlijk.

 

En dan nog een Islay ‘in disguise’

De laatste Islay in het rijtje van zes is één van de Born on Islay’s van Wilson & Morgan, ook gekend als hun ‘house malt’. Iemand enig idee welke whisky dit is?

 
‘Born on Islay’ 1999/2009, 43%, W&M Barrel Selection ‘House Malt’, casks 12732-12739
Deze neus zou ik omschrijven als ‘vegetale turf’. Turf vermengd met planten en groenten. Broccoli, groene kool, peterselie. En dit alles slecht gekuisd, waarmee ik bedoel dat ik ook aarde ruik. Het wroeten in de aarde. Wat nog? Kalk, spek & eieren, lichte sherry… al bij al vrij complex zonder dat ik dit echt lekker kan vinden. De smaak is zacht, vegetaal met de turf die langzaamaan de bovenhand krijgt. Een lichte kruidigheid naar het einde en in de lange afdronk. Verre van slecht, maar ook niets bijzonder. 79/100

Laphroaig 1998, Jean Boyer

Vandaag proef ik een 10-jarige Laphroaig van Jean Boyer, gebotteld op 43% en dus ideaal om naast de officiële 10y te zetten.

 
Laphroaig 1998/2008, 43%, Jean Boyer, Best Casks, 1300 bottles
Zoet-zilte geur met zachte rook erdoorheen. Ik heb fudge, vanille, citrus en snoepgoed genoteerd. Een licht florale toets niet te vergeten. De smaak is rokerig, ziltig (zeewier, oesters, zout…), fruitig (citrus) en ook hier licht floraal. Gesuikerde infusiethee. Drop. Lange afdronk, rokerig met ook hier drop. Zoute drop. In vergelijking met de OB is deze steviger, ondanks hetzelfde alcoholpercentage en ook wat complxer. Lekkere Laphroaig zonder super te zijn evenwel. 85/100

Twee Lagavulins

Zoals beloofd volgen nu twee Lagavulin’s, hier ook de standaard botteling – waarmee het voor mij allemaal begon – en een ‘distillers edition’.

 
Lagavulin 16y, 43%, OB 2010
Zachte, zoete turf met behoorlijk wat fruit (appelmoes, appelstrudel), een beetje boenwas, Lapsang Souchong thee, karamel en kruiden. Kaneel (de strüdel), munt, nootmuskaat. Ja dit is een boeiende, subtiele en mooi gebalanceerd neus. Iets meer turf op de smaak die voor de rest zoet is, wat medicinaal en kruidig. Zowel herbal als spicy. Zoethout, nootmuskaat en wat hout op het einde. Vrij lange en kruidige afdronk met terugkerende rook. De Lagavulin 16 is niet meer wat het was in de jaren tachtig en negentig, maar het blijft een dijk van een grootwarenhuiswhisky. 87/100
 
Lagavulin 1991/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB ref 4/496
En dan begeven we ons een trapje hoger, de 1991 Distillers Edition is voor mij de beste DE die ik al proefde, zelfs iets beter dan de 1981 Lagavulin. Er staat niet vermeld welke tweede rijping deze Lagavulin nog gehad heeft maar bij vroegere batchen was dat telkens Pedro Ximénez. De neus geeft in ieder geval al snel de richting aan: lekkere, zoete sherrytonen die zich mooi vermengen met florale en ziltige. De associaties die ik heb zijn karamel, okkernoten, sappige peren, ananas, zeelucht, bloemen en sigarendozen. Daarna komt de zachte turf opzetten, vergezeld van lichte rubber. De smaak spreidt een schitterend samenspel tentoon van zoets (zachte karamel, honing), fruit (peer en sappige appels), zilt en zachte turf. Behoorlijk wat zoethout, zeker naar het einde en in de lange afdronk. Dit is echt een beauty, de turf en de sherry vullen elkaar perfect aan. 91/100

Twee Caol Ila’s

De komende dagen bespreek ik enkele Islay’s. Vandaag twee Caol Ila’s, morgen twee Lagavulins en daarna zal nog een Laphroaig volgen en ééntje die zich niet kenbaar wil maken.

 
Caol Ila 12y, 43%, OB 2010
De recentste batch van deze klassieker. Jonge, cleane turf op de neus, licht medicinaal met een aangename zurigheid. Yoghurt. Zilt en zeewier voegen ‘zee’ toe. Champignons, geen off-note echter. De smaak is rokerig met tabak, wat assen (zonder te storen), rijpe sinaas en zilt. Licht drogend, ook in de rokerige maar vrij korte afdronk. Ver van slecht maar mist wat complexiteit om nog hoger te scoren. 83/100
 
Caol Ila 1996/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, ref 4/468, moscatel cask
Zeer lichte turf, op de achtergrond. Meer op de voorgrond heb ik planten, banaan, appels, zeewier, mineralen en zachte waxyness. Schoensmeer. Zachte en lekkere neus, die zoeter wordt met de tijd. Honing. Erg aangenaam. Ook de smaak is zacht, fruitig (sinaas) met hier iets meer turf. Turf die bijlange niet domineert maar gewoon een toegevoegde waarde is, juist zoals ik het graag heb. Een beetje hout, noten en zoethout ook. Middellange afdronk, fruitig en ook hier lichte turf. Ik vind dit erg lekkere whisky. Lekkerder en vooral complexer dan de standard 12y en dus ook enkele puntjes meer. 87/100

Kilkerran ‘Work in progress’

Kilkerran is een product van de Glengyle distillery. Deze distilleerderij was in 2004 de eerste die in 125 jaar op Campbeltown werd geopend. Zoals in een vorige post vermeld, was Campbeltown lange tijd de whiskyhoofdstad van Schotland (en dus van de wereld). Na massale sluitingen bleven enkel Springbank en Glen Scotia over. Distilleerderijen die het onderspit moesten delven waren onder andere Hazelburn en Longrow, namen die beide weer tot leven werden gewekt door de groep achter Springbank. Maar ook Glengyle was één van de vele slachtoffers. Opgericht in 1872 door William Mitchell, op dat moment mede-eigenaar van Springbank, sloot het z’n deuren in 1925 om 75 jaar later dus gereanimeerd te worden, opnieuw door de Springbank jongens. J&A Mitchell and Co. Ltd., de eigenaars van Springbank richtte in het jaar 2000 Mitchell’s Glengyle Ltd. op, de site van Glengyle werd volledig gerenoveerd en in april 2004 werd gestart met distilleren. De whisky die er sedert zes jaar wordt gemaakt, wordt vermarkt onder de naam Kilkerran en niet Glengyle, om verwarring met een merk van vatted Highland malt te vermijden. De naam Kilkerran verwijst naar Caenn Loch Cille Chiarain, in het Engels Head of the loch of Saint Kerran. De Heilige Kerran reisde er tijdens de middeleeuwen naar toe en stichtte er een religieuze gemeenschap, daar waar nu de stad Campbeltown staat.
Bon, genoeg duiding, de whisky nu. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden is hun Work in Progress een volwaardige whisky van vijf jaar oud, gerijpt op bourbonvaten. Elk jaar zal er een Work in Progress op de markt gebracht worden, tot de whisky 12 jaar oud. Pas dan willen ze spreken van een eerste échte whisky. Hiermee roeien ze stevig tegen de stroom in, ik bedoel dan de tendens om massaal jonge producten onder allerlei fancy namen, finishes en verpakkingen (i.e. marketing) te lanceren.

 

Kilkerran ‘Work in progress’, 46%, OB 2009, 12.000 bottles
Frisse, prikkelend neus. Jong, speels, lekker. Niet erg ‘new make’ evenwel. Mineralen, een zoete granigheid, vanille, appelsap, witte perziken, hooi, bijenwas, kruiden en een klein beetje turf. Of is het woodsmoke? Ja, misschien eerder rook van het hout. Zeer licht in ieder geval. Romig en vol in de mond met fruit (peren, limoen) als eerste smaak. Daarna komen het hout en de kruiden opzetten. En nogal stevig. Speculaaskruiden, kaneel, gember. What else? Amandelen, granen, een klein beetje vanille. Het geheel blijft wel vrij droog en bitter. Ik vond ‘m op de neus aangenamer. Best lange (alvast voor z’n leeftijd) afdronk met associaties van eikenhout, bittere chocolade en ook hier wat rook. De bitterheid van de smaak zet zich dus verder in de afdronk. Mocht ik het niet weten, ik zou dit geen 5 jaar schatten, eerder het dubbele. Maar de bitterheid in de mond stoort me wat. Nu ja, vermits dit nog maar Work in Progress is, is Kilkerran zeker een whisky om in het oog te houden. 80/100