Spring naar inhoud

Big Peat

De Big Peat, een product van Douglas Laing, is een vatted malt met whisky van Ardbeg, Caol Ila, Bowmore en Port Ellen. Er zit dus ook behoorlijk oude whisky tussen if you snap what I mean. Geweldig etiket trouwens.

 

Big Peat, 46%, Douglas Laing 2010
Zalige zoete en licht medicinale neus. Veel vanille heb ik, net als zoethout, zachte zoete turf en zilt. Dan koffie en karamel, daarna fruit ook. Appel, perzik. Complex. Drinkt vlot weg, hij is ook erg lekker op de smaak. De start is zoet, rokerig en licht coastal (zilt, zeewier). Ook hier komt na enige tijd fruit opzetten. Pompelmoes en limoen. Toast. Lange, eerder droge, rokerige en zoete afdronk. Ik proefde hem blind en dacht dat het twintig jaar oude Laphroaig was. Natuurlijk zit er vanalles is behalve Laphroaig. In ieder geval, prachtige vatting! Voor een kleine 40 euro een wel erg sterke aanrader. 89/100

Twee Ileach

Vandaag maak ik tijd voor een Bowmore die tot behoorlijk wat heen en weer gemail met Bert Bruyneel heeft geleid en de recentste batch van de Ardbeg 10y. Beide blind geproefd en vooral die Bowmore vind ik erg lekker (BB heeft niet altijd gelijk).

 
Bowmore 11y 1998/2009, 46%, Duncan Taylor, NC2
Frisse, florale en mineralige neus met fruit en zelfs een licht waxy touch. Bijenwas, sappige appels, rijpe kruisbessen. Na enige tijd krijg ik iets lichts geroosterds (geroosterde noten?) en lucifers. Geen zwavel evenwel, niets storends. Integendeel, I love this nose! De smaak geeft lichte turf, veel fruit (citrus, peer), honing, amandelnoten en gedroogde bloemen. Of eerder gedroogde kruiden à la linde en kamille. Een klein beetje hout ook, vooral naar het einde. Lange, licht bittere afdronk met fruit en zoete turf. Vooral de neus is erg goed. 88/100
 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2009
Neus op turf, wat fruit (druivensap, peren) en medicinale toetsen. Een beetje zilt ook. Peper. Aarde. Asperges??? Mmm, niet slecht maar ook niet erg complex. Het fruit dat ik had, verdwijnt vrij snel. De turf, het medicinale en de aarde blijven over. Ook op de tong domineert de turf, die wordt vergezeld van wat zoets (vanille) en een klein beetje fruit (citrus). Wat kruiden naar het einde. Vrij assig op de duur. Nogal ruw. Lange, rokerige afdronk met ook hier wat citrus. Niet slecht, niet geweldig, wel wat beter dan de vorige batchen die ik proefde. 83/100
 
En dit weekend… Lindores Whisky Fest! Of wat had je gedacht?

Adelphi’s Laudale

Deze Laudale (‘Valley of the Mountain Streams’) is eigenlijk een vatted Glenfarclas. Hij bevat whisky van tien first fill sherryvaten waarvan de jongste 12 jaar en de oudste 15 jaar oud is, alle van dezelfde Speyside distilleerderij dus. Ook Adelphi was vroeger een distilleerderij en is nu gekend als onafhankelijk bottelaar. Het wordt geadviseerd door Charles McLean.

 
Adelphi’s Laudale ‘Batch #1’ 12y, 46%, Adelphi 2009, 3458 bottles
Droge en sterke sherryneus. Veel hout, rubber, bittere chocolade, tabak, rozijnen, leder… the usual suspects. Herbal ook. Eigenlijk helemaal niet slecht, maar de smaak kondigt zich aan als ‘erover’. Inderdaad, alhoewel het nog meevalt. Vrij bitter en droog maar misschien eerder ‘op het randje’ dan ‘erover’. Rode bessen, onrijpe kruisbessen, maar vooral rubber, bittere chocolade, koffie, noten en sterke thee. Ook de afdronk is droog en bitter met veel noten en espresso. De score kan vooral op het conto van de neus geschreven worden. 81/100

Amrut Peated

Ik heb al enkele lekkere Amruts geproefd, maar nog geen geturfde versie (tenzij de Fusion ook voor een geturfde Amrut kan doorgaan). Laat ons daar meteen verandering in brengen zie.

 

Amrut ‘Peated’ NAS, 46%, OB 2010
Zachte en romige neus. Wit fruit, vanille, hooi, en zachte kruiden. En maar een een klein beetje turf. Niet erg expressief allemaal, ik moet moeite doen om deze neus te vatten. Maar wat ik uiteindelijk ruik, is wel lekker. Meer turf op de smaak die voor de rest zoet, fruitig (appel, peer) en kruidig (gember, peper) is. Middellange, kruidige afdronk met ook hier niet meer dan een beetje turf. Het fruit is er nog bij maar komt toch wat in de verdrukking. Conclusie: een gedempte maar wel lekkere Amrut. 85/100

Twee Glenmorangies

En dat zijn er twee officiële. Wat niet moeilijk is, er zijn erg weinig onafhankelijke Glenmorangies en al helemaal geen (bij mijn weten) die de naam van de distilleerderij dragen.

 

Glenmorangie ‘Quinta Ruban’, 46%, OB 2009, Port Cask Extra Matured
Frisse, mineralige en florale neus. Licht geparfumeerd maar niks storends. Er komt ook fruit door. Appelmoes heb ik, en mandarijn. Wordt zoeter met de tijd. Vanille en zachte karamel. Aangenaam zoet en sappig op de tong. Perensap, ananassap… fruity! Honing, chocolade, daarna nootmuskaat en kaneel. Hout naar het einde. De afdronk is niet erg lang, wel aangenaam zoet-fruitig. Geen geweldig complexe whisky, wel lekker. 82/100

 

Glenmorangie ‘Nectar d’Or’, 46%, OB 2008, Sauternes Extra Matured
De geur van kamillethee met honing. Vegetaal en zoet. Gedroogd gras, honing en dan komt het fruit opzetten. Appels, abrikoos, citroencake… alles zijdezacht. Plezante neus. De smaak is zacht en romig. Ik denk aan havermoutpap met suiker (zoete granigheid) en gestoofd fruit. Een lichte kruidigheid ook (gember), maar vooral het zoete domineert. Eerder korte, zoete en kruidge afdronk met hints van sinaas, granen en, o ja, geconfijte gember. Beter dan de Quinta Ruban. 84/100

Bunnahabhain ‘Toiteach’

Toiteach is Gaelic voor rokerig. Deze whisky is dus een geturfde whisky, wat we van Bunnahabhain niet gewoon zijn. Uit het recente verleden herinner ik me nog de Moine voor het Feise Isle 2004. De Toiteach vermeldt geen leeftijd. De gebruikte turf is trouwens mainland turf, anders dan de Islay turf die medicinaler en zilter is.

 

Bunnahabhain NAS ‘Toiteach’, 46%, OB, 2009
Zoete, granige en florale neus met een vegetaal kantje. Oxo. Gedroogde bloemen. Honing. Misschien wat noten. Turf erdoorheen, welke met de tijd meer op de voorgrond treedt. Matig, ben hier niet geweldig zot van. Op de smaak is de turf meteen daar, samen met de honing, sinaas en kruiden. Rokerig, zoet en kruidig dus. Het geheel is een beetje ruw. De finish is behoorlijk lang, zoet en rokerig. Correcte whisky met groeipotentieel zonder echt geweldig te zijn. 80/100

Balmenach 1973, Gordon & MacPhail

Tijd voor een Balmenach, die hebben we nog niet gehad. Deze distilleerderij met z’n rijke geschiedenis ligt midden in Speyside, naast Tomintoul en werd opgericht in 1824 door James McGregor, een notoir ‘moonshiner’. Het bleef een ganse eeuw familiebezit. In 1993 sloot de toenmalige eigenaar Diageo de deuren, maar tot een afbraak kwam het net niet. Daar zorgde Inver House voor, dat in 1997 Balmenach opkocht, weliswaar met lege warehouses. Je kan de whisky van Balmenach ook tegenkomen onder de namen Balminoch en Cromdale.

 
Balmenach 1973/1995, 40%, G&M Connoisseurs Choice
De neus is droog en wat muf. Niet echt stoffig, ik denk eerder aan champignons en mos. Stro. Niets fouts evenwel. Na enige tijd maakt dit plaats voor fruit. Pruimen, sinaas en zelfs wat mango. Ook een kruidige toets doemt op. Kamille, munt. Evolueert mooi. Fruitige smaak met de mango en de sinaas van de neus, net als kiwi. Ja, deze Balmenach is wat tropisch. Naast het fruit heb ik vanille, zoethout, gember en een beetje hout. Lekker. Dat muffe zit blijkbaar enkel wat in de neus. Middellange afdronk op gestoofd fruit en kruiden, eindigt licht bitter. Een meer dan geslaagde kennismaking. 85/100

Tyrconnell 10y, port finish

Na de tienjarige Tyrconnell sherry finish die ik vorige maand besprak, proef ik vandaag de port finish.

 

Tyrconnell 10y ‘Port finish’, 46%, OB 2009
Frisse neus, een ‘herbal’ kruidigheid vermengd met een zoete fruitigheid. Vanille, honing, druivensap, abrikozen, pruimen. Een klein beetje hout. Niet slecht. Vlot drinkbaar, met dezelfde herbal tonen (eucalyptus, munt), honing, granen, gras en zoet fruit. De pruimen, net als de druiven. Eerder korte, zoet-kruidige finish. Al bij al een aangename whisky zonder echt bijzonder te zijn. Misschien een beetje té zoet voor mijn smaak. Beter dan vorige batchen, dat wel. 80/100

Dave Broom

Dave Broom, whiskyjournalist en vooral gekend van Whisky Magazine, is de Billy Connolly van de whisky. Die kop, die moves, dat gevoel voor humor… Gekoppeld aan een massieve whiskykennis was hij de ideale ceremoniemeester bij deze tasting ter ere van de restyling van Tasttoe, Kampenhout, de moeder der Belgische whiskywinkels. Donderdag verzorgde hij er een tasting, vrijdag één bij Broekmans. Ik moet toegeven dat de line-up bij Broekmans mij de ogen uitstak, maar Kampenhout is een stuk dichterbij en uiteindelijk ga je voor Broom, veel meer dan voor wat je te drinken krijgt. Daarenboven was de line-up in Kampenhout ook erg sterk, een top drie samenstellen was onbegonnen werk. Enkele whisky’s kende ik al, enkele nog niet, maar waren verdomd aangename verrassingen. Het thema van beide tastings was turf. En ik die dacht dat ik ondertussen al heel wat wist over turf. Quod non.
Ik heb zoveel mogelijk neergepend van wat we dronken – hieronder lees je wat ik er van vond – maar ook enkele opvallende uitspraken genoteerd, zoals daar zijn “age means nothing” of “p.p.m. is bollocks”.

 
Longrow 18y, 46%, OB 2010
185 euro voor een 18-jarige standaardbotteling op drinksterkte… alleen maar omdat het de oudste Longrow is die ze hebben. Maar, ik moet toegeven, hij is fantastisch lekker. Zalige zoete en fruitige neus met mooi geïntegreerde rook. Eerder rook die aan een houtvuur doet denken dan aan turf. Het fruit dat ik had, was pompelmoes, meloen en peer. Dave sprak zelf van zwarte olijven (inderdaad). Boter. Noten. Olieachtig mondgevoel, zacht en ’briny’. Zilt dus, met andere zee-elementen, fruit (citrus), chocolade, kruiden en pas daarna de rook. Lange, fruitige afdronk. Complexe, subtiele, prachtige whisky deze Longrow. 91/100
 
Bunnahabhain ‘Toiteach’, 46%, OB 2010
De turf die voor deze Bunnahabhain gebruikt werd, is mainland turf, wat een heel ander effect heeft op de whisky dan eilandturf. De Islay-turf is maritiemer, bevat ook zo goed als geen materiaal van bomen (te winderig op de meeste westelijke eilanden). Ik vond dit geen bijzondere whisky. Droge turf, vegetaal, herbal, hooi… Voorlopig geen score, ik proef deze whisky immers later deze week nog eens opnieuw.
 
Bowmore 15y 1995/2010, 46%, Daily Dram, The Nectar, sherry butt
Van Bowmore 1995 kunnen we de laatste tijd niet genoeg krijgen. Ook dit Oloroso vat is een schot in de roos en een bewijs dat Bowmore de vermaledijde jaren tachtig de rug heeft gekeerd. Expressieve neus op sherry, zilt en tropisch fruit (de sixties zijn terug). Ik heb passievrucht, ananas en peer genoteerd. Peperkoek en buskruid (neen, geen sulfer). Op de tong lijkt hij sterker dan 46%. De start is maritiem (zilt, zeewier, iodium), dan zet de rook door, sigaren en dan krijg je het fruit (sinaas vooral). Ook wat chocolade. Pim’s cakes zei Dominiek. Erg lange, fruitige en ziltige afdronk met de zoete rokerigheid die zich niet laat wegdrummen. Een topper. 90/100
 
Laphroaig 21y 1989/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), 197 bts
Deze Laphroaig was voor velen de beste whisky van de avond, zo ook na lang wikken en wegen voor mij (een tikkeltje beter dan de Longrow). Weer een ander type turf. Zoet en herbal. Grassig. Eucalyptus merkte iemand op. Maar ook fruit (banaan, perzik). Vanille. Gerookte ham. Een ziltige toets dus. De kruidigheid en de fruitigheid van de neus zitten ook op de smaak. Eerst het fruit (en vanille), op het einde de kruiden. In het midden, mooi ingekapseld, de turf. Een lichte waxyness niet te vergeten, altijd een meerwaarde. In de mond toont deze Laphroaig zich erg romig en ‘dik’. Lange kruidige, rokerige finish. O ja, ‘erg lang’ schreef ik tien minuten later op. What a cracker! 92/100
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.6%, DT for The Nectar, cask 2738, 279 bts
Het niveau van deze tasting blijft geweldig hoog liggen, ook deze Caol Ila 1982 for The Nectar II is een zalige whisky. Zeer fris en fruitig voor z’n leeftijd, dit was dus een reatief inactief vat (vandaar de “age means nothing”). De neus is daarnaast grassig en erg mineralig. Natte steen, nat gras, de schil van sinaas en turfrook op de achtergrond. Dat laatste zit wat prominenter op de smaak, meer vooraan. Daarna komt het fruitige-zoets er door, gevolgd door wat zilte tonen. Lange, fruitige en zilte afdronk. 90/100
 
Highland Park 20y 1988, 46%, Murray McDavid
Eén van de betere HP’s die ik al dronk. We vergeten even enkele wonderbaarlijke distillaten uit de jaren vijftig. In deze turf ruiken en proeven we de heide van Orkney (ook hier geen bomen). Delicate rook, gaat richting haardvuur. Veel sappig fruit, mooi gelaagd. Citrus. Honing. Dave sprak van honinggraten (honeycomb). Onderliggende kokos. Erg fris en clean. Ook de smaak is dat. Veel citrus met mooi geïntegreerde subtiele turf. Een klein beetje zilt. Zesty! Geen al te lange maar wel frisse afdronk. 88/100
 
Slotsom: dit was een erg mooie line-up en vooral een leuke ervaring om Broom eens in levende lijven bezig te zien en te horen. Bijzonder man met een bijzonder indrukwekkende kennis over de door ons zo geliefde drank.
 

Tullibardine 1993, PX sherry finish

Tullibardine, Keltisch voor ‘Heuvel aan het kleine bos’ vierde vorig jaar z’n zestigste verjaardag en is vandaag eigendom van Tullibradine Distillery Ltd., dat het overkocht van Whyte & MacKay. De Tullibardine 1993 die ik vandaag proef, werd afgewerkt op Pedro Ximinez vat.

 
Tullibardine 1993/2009, 46%, OB, PX sherry butt finish
De neus van deze Tullibardine start wat muf en weinig aromatisch. Nat karton, niet meteen het aangenaamst om ruiken. Na enige tijd komt er wat zoets door. Gedroogde pruimen, dadels en gebakken bananen. Karamel. Geroosterde noten. Gember? Gras. De smaak is een beetje flauw, wat vlak. Vooral zoet. Abrikoos, rozijnen, sinaas. En ook hier wat karton. Een lichte kruidigheid die echter weinig bijbrengt. Vrij korte, bitterzoete afdronk op granen en kruiden. Heeft tijd nodig, maar echt lekker wordt hij nooit. Het karton vind ik moeilijk te negeren. De Sauterne Wood finish is veel beter. 72/100

Celtique Connexion

Celtique Connexion is een label van Celtic Whisky Companie, een Bretoense whiskyspecialist met warehouses gelegen aan de noordkust van Bretagne. De whisky’s onder dit label zijn alle ‘double matured’: na hun klassieke rijping in Schotland, werden ze ‘afgewerkt’ in Bretagne op first fill vaten van allerlei herkomst. Naar eigen zeggen, waren zij het die voor het eerst experimenteerden met het finishen van whisky op Sauternesvaten, een praktijk die ondertussen overgenomen is door menig Schots distilleerder. Een voorbeeld hiervan proef ik vandaag, welke trouwens hoge ogen gooide op de Malt Manic Awards van vorig jaar.

 

Celtique Connexion ‘Affinage Sauternes’ 1995/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Speyside, 235 bottles
Lekkere, zoete en florale neus met hoe langer hoe meer vegetale tonen. Gedroogde bloemen. Peterselie. Citrus en een beetje eikenhout. De smaak is kruidig (peper, nootmuskaat), zoet (vanille) en licht drogend. Voor dat laatste zorgt het hout en de bijhordende kruiden. Wat abrikoos ook, vooral in de voor de rest kruidige finish. Niet slecht, verre van. 86/100

Springbank 1997, batch #2

De eerste batch van deze 1997 Vintage werd in 2007 gebotteld op 55.2%, de tweede een jaartje later op 54.9%. Het is deze laatste die ik nu proef. Gerijpt op ‘recharred’ (opnieuw geschroeide) sherryvaten en te koop voor een 55 euro.

 

Springbank 1997 cask strength, 54.9%, OB 2008, batch #2, 10800 bts
Stevige en droge neus op geroosterde en aardse tonen. Bosgrond, varens, rauwe champignons. Geroosterde granen (het maken van muesli). Zeelucht ook, een beetje boenwas en veel citrus. Schil van pompelmoes, mandarijn. Kruiden en een beetje rook. Vrij complex maar ook vrij ruw. Hetzelfde geldt voor de smaak. Ook hier heb ik geroosterd graan, veel kruiden, citrus en rauwe champignons. Daarnaast karamel, geroosterde noten en rook. Best bitter. Misschien wat water proberen… dat help, een beetje. Meer fruit maar ook (nog) meer kruiden. Lange, droge en redelijk bittere afdronk of kruiden (veel peper en ook gember) en rook. Gho, ik kan me voorstellen dat sommigen dit erg lekkere whisky vinden, maar ik vind het geheel te scherp om een score in de tachtig te rechtvaardigen. 77/100

Royal Lochnagar 28y 1977, Blackadder Raw Cask

Lochnagar is één van de drie Schotse Highland distilleerderijen die het label Royal in hun naam dragen. Ook Brackla en Glenury hebben Royal respectievelijk voor en achter hun naam staan.
Lochnagar ligt in de buurt van Balmoral Castle, het zomerverblijf van de Britse koninklijke familie. De toenmalige koningin, Queen Victoria, bezocht midden de negentiende eeuw met haar bijzit Albert de pas opgerichte distilleerderij – die toen nog New Lochnagar heette, de oude brandde volledig af – en was dermate onder de indruk van het productieproces en vooral het resultaat ervan, dat Lochnagar meteen tot koninklijk leverancier gepromoveerd werd. De naam werd omgedoopt tot Royal Lochnagar en de prijzen van hun whisky in lijn daarmee noordwaards aangepast.

 
Royal Lochnagar 28y 1977/2005, 58.5%, Blackadder Raw Cask, cask 310, 260 bottles
Lekkere, stevige neus. Romig en zoet met wat hout erdoorheen. Boter, honing, amandelen, vanille, eik, perzik en een heel klein beetje rook op de achtergrond. Olijfolie. Niet slecht, verre van. Ook de smaak is best oké, alhoewel ik de neus prefereer. Krachtig met behoorlijk wat hout. Zoet en bitter. Veel kruiden (het hout), peper vooral, honing, graankoeken, wat fruit (witte perziken en sinaas). Meer rook dan op de neus. Aangename, romige, bitterzoete afdronk met hout, veel noten en honing. Marsepein. De neus en de afdronk zijn de beste delen van deze whisky. 85/100

Laphroaig Triple Wood

De Laphroaig Triple Wood is in feite een Quarter Cask die nog een extra, derde rijping meekreeg op sherryvat. Hij zat dus eerst het grootste deel van de tijd op bourbonvat, dan op kleinere ‘quarter casks’ en dan nog even op Olorosovat, wat dus eigenlijk een tweede finish is. Benieuwd of dit een meerwaarde betekent voor de whisky.

 

Laphroaig Triple Wood, 48%, OB 2008, 1L
Verrassend zachte neus, het hout dat ik verwachtte, houdt zich gedeisd. De neus is vooral zoet (veel vanille), met lichte turfrook (ook minder dan verwacht), medicinale toetsen en kruiden. Rokerige kruidenthee. Yep, de Lapsang Souchong. Wat fruit erdoorheen. Zoet fruit, banaan, rijpe (rode) kruisbessen. Een beetje peper en een beetje zout. Subtiele en erg lekkere neus. Meer rook op de smaak met het zoete en de ‘herbal’ kruidigheid van de neus die ook hier meespelen. Vanille, zachte karamel (vanille fudge eigenlijk), zoethout, kaneel. Sinaas. Niet direct veel hout, wel veel vanille dus. En kruiden. Het hout heeft op een bepaalde manier dus wel z’n werk gedaan. En dan heb ik het zowel over de quarter casks als over de Europese eik, ze drukken beide een eigen stempel op deze whisky. Gedroogde bloemen. Deze Laphroaig blijft lang hangen, de finish is romig, zoet en rokerig met assen (maar zeker niet teveel), vanille, melkchocolade en hooi. Ik vond de neus geweldig, op de smaak en in de afdronk spelen de assen net iets teveel op om negentig te scoren. Vergeleken met de Quarter Cask heb ik bij deze laatste meer rook op de neus dan op de smaak, hier is het omgekeerd. In ieder geval, voor mij is hij beter dan de Quarter Cask, maar ik ben blijkbaar een uitzondering. 88/100

Bowmore 19y 1990, Signatory

Bowmore is de hoofdstad van Islay. In het Gaelic verwijst ‘Bow’ naar baai en ‘More’ naar groot, Bowmore ligt inderdaad aan de (grote) baai van het Loch Indaal.

 
Bowmore 19y 1990/2009, 46%, Signatory, casks 653 & 654, 697 bts
Rook en zilt, dat is deze whisky in twee woorden. De neus geeft turfrook, zeelucht (inclusief de iodium) en zilt. Een beetje vanille en citroen laten ook nog van zich horen (t.t.z. ruiken). Geroosterd vlees. De smaak is zacht en romig met buiten de turf en het zout ook hier citrus. Na een tijdje meer zoets. Honing en vanillepudding. Vrij lange, zilte finish met een aangename kruidigheid en terugkerende rook. Lekkere Bowmore. 85/100

Yoichi 20y

De naam Yoichi verwijst naar de plaats op het meest Noordelijk gelegen Japanse eiland Hokkaido, waar Masataka Takestsuru – na enkele jaren Schotse studietijd – in 1934 startte met de productie van whisky. Deze streek sloot klimatologisch het beste aan bij Schotland. Taketsuru zou spoedig de naam van de distilleerderij veranderen van Yoichi naar Nikka. Later werd de naam Yoichi opnieuw gebruikt voor één van de Nikka whisky’s.

 

Yoichi 20y, 52%, Nikka 2008
Scherpe, zware sherryneus met veel hout, okkernoten, kruiden, bittere chocolade, nieuw leder, teer, vernis, verse champignons… gelukkig is er ook de ziltigheid die het scherpe karakter wat doorbreekt. En een bepaalde grassigheid. Al bij al toch wat te ruw. Ook de smaak is dat. Stevig maar nogal woody. Veel kruiden, eik, noten, zoethout, sterke thee… De afdronk is lang, kruidig en licht zuur. Geen foute whisky, verre van, maar niet echt mijn smaak. De 15y vind ik veel beter. 76/100

Port Ellen 9th release

Voordat de tiende release wordt uitgebracht, laat ik nog even de vorige passeren. Dit is een whisky die me doet denken aan Campbeltown. Je zou denken aan Islay, maar neen, aan Campbeltown. Op onze Fulldram Schotlandreis werd deze ontkurkt toen we wachtten op de overzet van Campbeltown naar Arran. We hadden immers tijd zat… Gezeten op een rots, met de voeten in het water, de blik op het wondermooie Isle of Arran en een Port Ellen 9th in m’n glas… ha, memories! Nu dezelfde whisky, maar op een bureaustoel en de blik op het scherm, het is niet hetzelfde.


Port Ellen 30y 1979/2009 ‘9th release’, 57.7%, OB, 5916 bottles
Cleane neus. Niet scherp, niet heftig zoals deze van sommige andere Port Ellens. Niet teveel turf, niet teveel hout, niet teveel zilt, neen, alles is zacht, subtiel zelfs en perfect gebalanceerd. Ik heb het dan over zachte turf, een zoete granigheid (ontbijtgranen met honing en melk), teer (maar ook dit is subtiel), zeelucht (inclusief de jodium), fruit (zoete appels), planten (heide, munt) en een lichte farmy touch. I love it! En I love de smaak also. Even clean, subtiel en complex als de neus. Evoluerend van zoet naar droog, met altijd een aangename rokerigheid en fruitigheid. Eerst is er de citrus en het zilt, daarna het hout, de grassige tonen en de kruiden. Zoethout, peper, kruidnagel… De afdronk is zoals te verwachten lang en moet het hebben van rook en zilt, zo kennen we Port Ellen. Eén van de beste ‘officials’ die ik al dronk. 92/100

Het Zesde Metaal & Linkwood 1973

Het Zesde Metaal is van het beste wat West-Vlaanderen de wereld te bieden heeft. Samen met Rodenbach en The Chocolate Line dan. Hun debuut Akattemets heb ik al grijs gedraaid, maar het kreeg – buiten de late uren op Radio 1 – niet geweldig veel airplay. Nochtans schreeuwt deze plaat om bewonderd te worden. Songs als Est Miskien, Keuning van de Jacht, Peis Je Nog Aan Mie en Appartementje zijn echt sterk, maar vooral van Ik Haat U Niet krijg ik kippenvel. Wat een intensiteit! Hoe dat nummer opbouwt, van zacht naar oerend hard en terug gaat, ik krijg het er koud van. En zelfs de teksten zijn relatief verstaanbaar voor de niet-natives (zeker als je Bert Bruyneel al eens in z’n moedertaal hebt bezig gehoord).
Beluisteren van goeie muziek gaat hier ten huize Onversneden meestal gepaard met het drinken van goeie whisky. De keuze viel op een Linkwood 1973 van Signatory.

 
Linkwood 31y 1973/2005, 52.6%, Signatory, cask 14072, 191 bottles
Levendige, krachtige en fruitige neus. Ik ruik limoen, abrikoos, pruim. Kandijsiroop en vanille zorgen voor het zoets, het hout countert. Lichte, frisse smaak met ook hier een mooi samenspel tussen fruit, hout en zoets. Hier eerder honing. Qua fruit heb ik vooral perzik en abrikoos. Chocolade en een beetje zilt, en kruiden naar het einde. Die ‘peper en zout’ heb ik ook in de middellange afdronk. Erg lekkere oude Linkwood. 87/100

Glenrothes 1979, OB 1994

De Glenrothes die ik vandaag proef, werd gedistilleerd op 3 augustus 1979 en ‘goedgekeurd’ voor bottelen op 5 oktober 1993. Dat laatste gebeurde uiteindelijk pas in 1994, in de karakteristieke in karton verpakte bolle flessen.

 
Glenrothes 1979, 43%, OB 1994
Subtiele, delicate en rijke neus. Zeer fruitig en wat floraal (gedroogde bloemen) met honing en zachte turf erdoorheen. Knap! Het fruit waar ik aan denk, zijn zoete druiven, rijpe (rode) kruisbessen, warme appelmoes, rozijnen op rum, kaneel… ja, dit gaat richting appelstrudel. Zalig lekker die neus. De smaak is romig, zacht, zoet-fruitig en ook kruidig, kruidiger dan de neus. Kaneel, nootmuskaat en zoethout. Vooral veel zoethout. Honing ook, sinaas, gedroogde abrikoos en een tikkeltje turf. Vrij lange, kruidige en licht drogende afdronk met wat zoets ter compensatie. Geweldige Glenrothes. Bedankt Ruben! 90/100

Mijn beste Caperdonich tot op heden

En dat kan dan bijna niet anders dan een 1968 of een 1972 zijn (alhoewel er recent ook enkele 1970’ers gebotteld werden). Het is een 1968 geworden, ééntje op sherryvat. En dat het een onafhankelijke botteling is, mag nog minder verbazen. Er bestaan immers zo goed als geen officiële Caperdonichs, de eigenaars stuurden bijna altijd hun volledige productie naar de blenders. Enkel onafhankelijk bottelaars slaagden er af en toe in een vat op de kop te tikken, vooral na de definitieve sluiting in 2002, toen kwamen er meer en meer onafhankelijke Caperdonichs op de markt. En wij weten ondertussen dat dit een zegen is.

 
Caperdonich 1968/2006, 49.5%, M&H Cask Selection, sherry, 131 bts
De kleur verraadt het vat. De neus en de smaak nog meer. Zachte, zoete en waxy sherrytonen met amandel, marsepein, veel chocolade (gianduja, die amandelen weer), mokka, eucaluptus, oud leder, antiekwas, balsamico, enzoverder enzomeer. Een klein beetje turfrook ook. Zalig, een neus om in alle stilte en rust van te genieten, je vult er je avond mee. De smaak is zowel bitter als zoet-fruitig. Het éne ogenblik overweegt het bittere, het andere het zoete fruit. Sinaas, abrikoos, pruim. Zowel gestoofd als gedroogd fruit. Dat bittere vertaalt zich in koffie, noten, donkere chocolade, kruiden, hout en wat rubber, maar wordt nooit te wrangs of te droog, de balans blijft perfect behouden. Lange, bitterzoete afdronk. Schitterende whisky! 93/100