Spring naar inhoud

Glendronach 1978, oloroso cask #1040

De single casks van de jaren zeventig – de 1978, 1972 en 1971 dus – zijn alle gerijpt op olorosovat. Met deze 1978 maken we meteen een stevige sprong in de tijd, elf jaar ouder dan de vorige 1989’er. Eens zien of het ook beter wordt.

 

Glendronach 31y 1978/2010, 51,2%, OB, oloroso cask #1040, 522 bts.
Zachte subtiele sherry. Op de neus heb je de usual suspects zoals noten, koffie (latte), sinaas, bessensap ook en wat honing, maar alles subtiel, niks scherps. Dat kan beschouwd worden als een pluspunt, maar anderzijds ben ik er ook niet wild van. Zacht maar weinig boeiend, mist karakter. De smaak is gelukkig iets steviger. Hier heb ik rijpe sinaas, kandijsuiker, hazelnoten en eikenhout. Bitterzoet afdronk. Verre van slecht maar voor mij toch een beetje een tegenvaller. 82/100

Glendronach 1989, Pedro Ximenez sherrycask #3315

Zoals zaterdag aangehaald, is deze 1989 een erg rijke whisky, met een veel uitgesprokener geur- en smaakprofiel dan de 1990 en 1991. Bij deze laatste twee was alles subtiel en delicaat, hier is het veel meer into-your-face. And I like it a lot.

 

Glendronach 20y 1989/2010, 53.2%, OB, Pedro Ximenez cask #3315, 522 bts.
Expressieve zoete neus op pruimentaart, opgelegde peren, balsamico (veel), rozijnen op rum, kersen, cassis en vers gemaakte (nog warme) aardbeienconfituur. Dat alles gebed in de duidelijk merkbare invloed van het hout en de bijhorende kruiden. Met water komt daar wat methol bij. De smaak is dik, vettig bijna en behoudt de mooie balans tussen bittere en zoete tonen. Boter, rozijnen, gedroogde pruimen, confituur, noten, hout, kruiden, de balsamico. Daarna heb ik ook nog mokka en kandijsuiker. Wat bitterder met water. Nee, doet blijkbaar meer kwaad dan goed dat water. Erg lekkere, lange afdronk op pruimen. Op ongetwijfeld heel wat meer, maar het zijn vooral de gedroogde pruimen die opvallen en blijven hangen. Duidelijk anders dan de 1990 en 1991, maar wel helemaal my cup of tea als het op whisky op sherryvat aankomt. 89/100

Glendronach 1990, oloroso sherrycask #2621

Ik begon met het proeven van deze 1990 samen met de 1989 en dat was geen goed idee. De 1989 is een pak expressiever en drukte deze volledig weg. De 1989 terug in z’n flesje gegoten en me op de 1990 geconcentreerd.

 

Glendronach 20y 1990/2010, 57.9%, OB, oloroso cask #2621, 546 bts.
Zonder het 1989-geweld moet ik toegeven dat hij heel wat te bieden heeft, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Zachte, subtiele sherry met veel sinaas (sinaasschil), geroosterde noten (niks scherps), oude geboende meubels, antiquariaat (bladeren door oude stoffige boeken), vanille-fudge, iets floraals, oud leder… lekker! Erg drinkbaar ook, licht drogend en zoet op tonen van chocolade, noten en rozijnen, van die studentenhaver in donkere chocolade dus. De sinaas heb ik terug, net als wat pompelmoes (een aangename bitterheid), tabak, licht verbrande karamel. Middellange en middeldroge afdronk op noten en orangettes. 85/100

De Glendronach’s single cask 2010

Vandaag en de komende dagen maak ik – eindelijk – tijd voor de nieuwe single casks van Glendronach. Zullen achtereenvolgens aan bod komen: de 1993, de 1991, de 1990, de 1989, de 1978, de 1972, de 1971 en de ‘Cask in a Van’ botteling. De meeste van deze whisky’s rijpten op olorosovat, sommige op Pedro Ximenez. Zonet proefde ik de twee jongste, de 1993 oloroso en de 1991 PX. Zij aan zij, met nogal uitéénlopende bevindingen.

 

Glendronach 17y 1993/2010, 60.5%, OB, oloroso cask #529, 627 bts.
De neus start erg zoet op stroop en verbande karamel, gaat over naar vegetale tonen (oxo, bouillon, consommé) en noten, om langzaam te verglijden richting rubber en lichte sulfer. Me no like. Op de smaak heb ik die sulfer niet zo, maar echt lekker vind ik ‘m hier ook niet. De start is eveneens zoet (perensiroop), om snel plaats te maken voor kruiden. Paprika, kruidnagel, peper… Dan komt er wat gedroogd fruit door, pruimen en dadels, maar het droge gaat overheersen. Hout, de kruiden en bittere chocolade zorgen daarvoor. Misschien dat het beter wordt met wat water, is per slot van rekening een botteling op meer dan 60%. Mmm, er komt meer fruit door. Rode bessen, zonder suiker uiteraard. Droge, kruidige finish. Een whisky waar je je moet doorworstelen, niet echt mijn profiel. 72/100

 

Glendronach 18y 1991/2010, 51.7%, OB, Pedro Ximenez cask #3182, 633 bts.
Ha, dit is al een pak beter. Een heel ander profiel. Veel minder scherp, en fruitiger. De sherry is op de neus zacht, zoet en fruitig. Qua associaties heb ik geconfijt fruit (zoet dus, doet me wat denken van die gesuikerde halve appelsienschijfjes van bij de bakker), acaciahoning, kamille, munt en nootmuskaat. Niet supercomplex maar wel erg aangenaam om ruiken. De smaak is vol en verwarmend, licht drogend en kruidig. Drinkt evenwel veel vlotter dan de 1993. Naast de lichte houtinvloed en de kruiden (anijs, kruidbagel) ook best wat fruit. Kersen, vijgen. Hier is water trouwens niet van doen. Middellange, kruidige finale met zoete kersen die het bittere counteren. Zomaar eventjes 12 punten meer dan de 1993, maar dat ligt zowel aan de kwaliteiten van deze (vooral de neus vind ik erg lekker) als aan de zwakte van de andere. 84/100

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Caol Ila 24y 1984, Bladnoch Forum

Caol Ila is Gaelic voor “Sound of Islay”, de naam van de strook water tussen Islay en Jura, waaraan Caol Ila gelegen is. Mooi gelegen is.

 
Caol Ila 24y 1984/2009, 55%, Bladnoch Forum, cask 5381, 290 bts.
Neus op zilt en citrus. Een ‘plat de fruits de mer’ besprenkeld met citroen. Oesters, iodium, maar ook eucalyptus en munt, en turf natuurlijk. Vrij mineralig allemaal. Meer turf op de tong, naast het zilt en de citroenen. Zacht en romig mondgevoel. Wat vanille en hoe langer hoe meer fruit. Naast de citroen krijg je dan ananas, groene appels en kweeperen. Confituurtoestanden. Een beetje hars. Lange afdronk op turf, vanille, citrus en een beetje peper. Nog maar ’s een lekkere Caol Ila. 86/100

Dallas Dhu 27y 1981, Duncan Taylor

Dallas Dhu distillery werd getekend door Charles Doig, de geestelijke/geestrijke vader van het pagodedak. Dallas Dhu is niet meer actief, het sloot de deuren in 1988.

 
Dallas Dhu 27y 1981/2008, 55.1%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 389
Sherry cask. Lekkere fruitige neus op pompelmoes, limoen, kiwi en peer. Antiekwas, honing, zilverpoets, koffie, sigarenrook… oh ja, dit is lekker. Behoorlijk wat hout op de smaak met zoets en fruit ter compensatie. Sinaas, pompelmoesschil, karamel en veel kruiden. Ik denk aan kruidnagel en nootmuskaat. Een aangename zurigheid. Lange, kruidige afdronk met ook hier veel citrus. 88/100

Twee Scotch Malt Whisky Society bottelingen

Ik geraak maar niet door m’n samples (luxeprobleem, I know). Mijn oog viel op twee whisky’s van de Scotch Malt Whisky Society, S.M.W.S. voor de vrienden: een oude Glenrothes en een jongere Glenmorangie. Omdat Glenmorangie niet toelaat dat z’n naam wordt gebruikt bij onafhankelijke bottelingen, is dit wel vrij unieke whisky.

 
Glenrothes 27y 1980/2008, 51.7%, SMWS 30.52 ‘Christmassy sophistication’
De neus is lekker zoet en fruitig. Rozijnen, geconfijt fruit enzo. Denk aan… juist ja, Christmas cake. Een beetje kruiden heb ik ook, net als koffie en sigaren. De smaak is licht bitter, maar zeer aangenaam bitter. Hij start kruidig, gaat over in fruit (pruimen), koffielikeur, menthol. De middellange afdronk gaat hierop door. Erg lekkere Glenrothes. 87/100
 
Glenmorangie 14y 1995/2009, 56.2%, SMWS 125.20 ‘Trap door to another world’, 291 bottles
Frisse en fruitige neus. Wit fruit. Appel, peer, perzik. Honing. Beetje hout. Ook in de smaak een mooie verwevenheid van fruit en hout. Korte, droge maar lekkere afdronk. Aangename en vlot drinkende Glenmorangie. 82/100

Port Ellen 19y 1970 for Gallo

Hebben we deze al niet gehad? Nope, dat was er ééntje die er heel goed op trekt, ééntje waarvan een fles me onlangs op een haar na ontglipte. Ook een Port Ellen 1970, ook 19 jaar oud, ook een Gordon & MacPhail botteling geïmporteerd door Sestante, maar deze werd gebotteld voor Gallo, ook voor de Italiaanse markt dus. The lucky bastards.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import for Gallo, 75cl
Versneden tot 40%, maar toch een ‘sterke’ Port Ellen, complex en erg verfijnd. Neus van vanille, karamel, boter. Crème brûlée. Turf, maar minder dan verwacht. Zilt en peper. Wel prominente turf in de smaak. Wat zoetigs ook (honing?) en citrus fruit. Krachtig voor z’n alcoholpercentage. Mooie rook. Lange ziltige afdronk. Gebotteld op een 10% meer had ie misschien (maar dat is natuurlijk niet zeker) meer gehaald. Haalde die andere geen 95 op 40%? Inderdaad, maar die is buiten categorie. Naast het bovenstaande heeft die nog – en vooral – een succulente fruitigheid. Nu ja, je leest het daar. 91/100

Littlemill 1975

Littlemill zou met stichtingsjaar 1772 de oudste distilleerderij van Schotland zijn. Ze is echter niet meer actief, want in 1994 de deuren gesloten.

 

Littlemill 1975, 40%, OB 1999
Lekkere neus, zoet en fruitig. Wat hout erdoorheen, mooi in balans met de rest. In de mond is deze Littlemill zacht en wat plakkerig (stroperig) met veel fruit (ik heb onder andere perzik en meloen), perensiroop, kandijsiroop, daarna ook wat sinaas en een lichte kruidigheid op het einde. Zoete afdronk. Niet echt complex maar zeker ook niet slecht. Bijlange na niet het niveau van onze Fulldram botteling echter! 83/100

Malt Maniac Awards 2010

Een mailtje van Johannes van den Heuvel deze ochtend meldde de uitslagen van de Malt Maniac awards 2010. Ik ga deze niet in detail analyseren, hier kan je alles uitpluizen. Elf maniacs proefden en scoorden liefst 262 whisky’s blind (daar moeten we toch van uitgaan), waarvan er 219 een medaille kregen. Brons gaat naar gemiddelde scores van 80 en meer, zilver naar gemiddelde scores van 85 en meer. De twaalf winnaars van een gouden medaille (score van 90 en meer) zijn:

  • Glendronach 38y 1972/2010, 49.5%, OB, Taiwan Import, cask 700
  • Longmorn 1964/2010, 45%, G&M for LMDW, cask 1034
  • Macallan 1970/2010, 46%, G&M for LMDW, cask 10031
  • Karuizawa 32y 1977/2010 ‘Noh’, 60.7%, Number One Drinks, cask 4592
  • Karuizawa 1975/2010, 61.8%, OB for LMDW, cask 6736
  • Glengoyne 37y 1972/2010, 57%, The Perfect Dram, refill sherry wood
  • Kawasaki ‘Ichiro’s Choice’ 1982/2009, 65.4%, OB for LMDW, refill sherry
  • Glenfarclas 40y, 46%, OB 2010
  • Caperdonich 37y 1972/2010, 53.4%, DT Rare Auld, cask 7420
  • Glen Scotia 33y 1977/2010, 57%, A. D. Rattray, Sherry, cask 985
  • Karuizawa 32y 1976/2009 ‘Noh’, 63%, Number One Drinks, cask 6719
  • Port Ellen ‘Pe2’, 59.5%, Speciality Drinks Ltd. 2010

Opvallend is dat het hier bijna uitsluitend gaat om sherryvaten, enkel van de Caperdonich ben ik niet zeker. Wat nog opvalt, is de dominante aanwezigheid van La Maison du Whisky, stilaan een constante – ze weten daar hun vaten te selecteren, en van Karuizawa, die door ons aller Bert van de eerste plaats werd gehouden – ook dat lijkt een constante te worden.

Van bovenstaand lijstje besprak ik reeds de Glen Scotia 1977 van A. D. Rattray en kan het niet vreemd vinden dat hij erbij staat. Ook de Glenfarclas 40y staat hier meer dan terecht tussen. Dat Glendronach 1972 waanzinnig goed kan zijn, wisten we al, en dat zal ik hier volgende week bevestigen met een zustervat van de absolute winnaar.

Twee Gordon & MacPhail’s

Twee 1991’ers ook, meer bepaald een Rosebank gebotteld onder het Connoisseurs Choice label en een Imperial gebotteld onder het G&M Reserve label. De eerste dus op drinksterkte en de tweede op vatsterke.

 
Rosebank 1991/2008, 43%, Gordon & MacPhail, Connoisseurs Choice
Granige neus met associaties van muesli, havermout en malt. Gras ook, net als wat citroenen en bessen. Lichtjes zoet. Nogal eentonig eigenlijk. Ook de smaak is granig en zoet. Vanille, een beetje hout, vrij veel citroenen en kruiden. Korte, cleane en zoete afdronk. Niet slecht, geen fouten, maar al bij al een eerder saaie whisky. 78/100
 
Imperial 1991/2003, 60.4%, G&M Reserve, cask 8681, 243 bottles
Stevige, krachtige Imperial. Veel graan, hout en noten op de neus. Amandelen. En ja, erg alcoholisch. Water toevoegen geeft meer zoets: marsepein, citroensnoepjes. En wat vers gemaaid gras. Ook de smaak kan water gebruiken, blijft anders te ruw en alcoholisch. Een 50% lijkt me ideaal, dan krijg je door het graan en de alcohol citrus, kruiden en noten. Middellange, kruidige finish. Niet slecht, maar enkel met wat water. 81/100

En nog een Bowmore

Zoals gezegd had ik nog een Bowmore staan, ééntje die ik gisterenavond met veel plezier heb gekraakt. Het betreft een standaard 12y, maar dan ééntje uit een ander tijdperk. Zo’n bruine dumpy fles met goudkleurig label (euh ja, zie hieronder), gebotteld ergens begin jaren tachtig.

 

Bowmore 12y, 43%, OB bottled early 1980’s, dumpy, gold label
Ha, van die zachte, smeuïge turf, vermengd met veel ‘zee’ (zeewier, zilt, wat iodium…). Zalig. Lekker fruitig ook, tropisch fruit à la banaan, mango, papaya, pompelmoes. Gesuikerde lindethee. Licht, zacht en zoet op de tong… fudge, mokka, lichte rook, zilt, tropisch fruit (meloen, papaya). De afdronk is niet erg lang maar ligt perfect in het verlengde van de smaak, dat is dus zoet en maritiem met tropisch fruit en zachte turf. Heerlijk, alhoewel het geheel misschien wat punch ontbeert. Soit, dit is een profiel van whisky dat je moeilijk kan vergelijken met de huidige standaardbottelingen. 91/100

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Clynelish 27y 1982, The Nectar of the Daily Drams

Deze fles kocht ik op de opendeurdag van QV.ID in Huldenberg enkele weken terug. En man, wat ben ik content met deze aankoop! Er komt de laatste tijd redelijk wat Clynelish 1982 op de markt, denken we maar aan enkele Malts of Scotland (zoals deze en deze), Perfect Drams (zoals deze), en andere Synch Elli’s, maar dat is alleen maar fantastisch, van dit profiel krijg ik immers nooit genoeg.

 

Clynelish 27y 1982/2010, 59.8%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with La Maison Du Whisky France, 132 bottles
Zoet, sappig, rijp fruit en heerlijke bijenwas. Typisch, I know, maar o zo lekker. Qua fruit denk ik aan meloen, ananas, perzik… druipend van het sap. Citroen, maar dan eerder citroensnoepjes, meer zoet dan zuur. Honing ook en gedroogde bloemen. Lovely! Proeven: waxy! Smeuïg waxy en dito fruitig. Citroen, mandarijn. Hier ook wat kruiden (ik heb o.a. nootmuskaat), maar vooral de fruitige waxyness of waxy fruitigheid spelen de eerste viool. Water? Gho, op dit alcoholpercentage kan dat nuttig zijn nietwaar, maar ik heb dat hier eigenlijk niet gemist. Toch even proberen: water brengt het zoete en het fruitige nog meer naar voor, de kruiden meer naar de achtergrond. De afdronk is lang, fruitige en zoet. Nee, dit is geen geweldig complexe whisky, maar een bewijs dat een whisky niet complex hoéft te zijn om bangelijk goed te zijn. 93/100

Sazerac Straight Rye

Dit label van Buffalo Trace is genaamd naar het Sazerac koffiehuis in New Orleans, alwaar de beroemde, gelijknamige cocktail het levenslicht zag. De Sazerac draagt trouwens de titel van eerste Amerikaanse cocktail. Sazerac Coffee House werd opgekocht door Thomas H. Handy, die deze Sazerac – oorspronkelijk op basis van Cognac – massaal in flessen verkocht. Omdat Cognac alsmaar moeilijker te importeren werd, werd het in het recept vervangen door roggewhisky (rye). Uiteindelijk ging ook deze Thomas H. Handy roggewhisky, eigendom van Buffaolo Trace, de naam van de cocktail dragen.
De Sazerac die ik vandaag proef – sample gekregen van Ben Ellefsen van Master of Malt – heeft geen leeftijdsaanduiding, maar zou een vijftal jaar oud zijn.

 

Sazerac Straight Rye, 45%, OB Buffalo Trace, 2010, 75 cl
De neus bevalt me wel, hij is erg kruidig zoals we gewoon zijn van rye, ik denk aan gember en peper. Maar hij biedt meer dan dat, hij is ook fruitig (gebakken banaan, sinaas) en zoet (vanille en karamel). Gras, munt, kokos… ja, heeft best wat te bieden. I like this. Op de tong is hij krachtig en pittig. Aangenaam bitter, lekker kruidig en zoet. Kruidnagel, kaneel, eucalyptus, citroen, karamel, kandijsiroop, hout (vrij veel, maar stoort niet). Zoete en kruidige afdronk met hout en groene thee. Ik kan niet zeggen dat ik al veel Rye Whiskey gedronken heb, maar dit is toch van het betere spul. 84/100

Ledaig 10y

Ledaig – wat je uitspreekt als Lètsjik – is een product van de Tobermory Distillery. Doorheen z’n geschiedenis lopen de namen Tobermory en Ledaig door elkaar, het opereerde soms onder de naam Tobermory maar vaker onder de naam Ledaig. Vandaag is Ledaig het label waaronder Tobermory geturfde whisky produceert.

 

Ledaig 10y, 46.3%, OB 2010
Jonge, medicinale turf op de neus, vermengd met veel granen en gedroogde bloemen, zilt en wat vanille. Iets metaligs ook. Het geheel is vrij sober en wat ruw, met enkele druppels water (wat ik op dit alcoholpercentage normaal niet zou doen) komt er echter ook wat fruit door. De smaak is licht stoffig, en hier wordt de medicinale turf vergezeld van florale toetsen. Gaat richting hooi. Peper en zout ook. Zo goed als geen fruit. Alhoewel, misschien wat perzik. Middellange, rokerige, zilte en licht ‘rubberige’ afdronk. Niet slecht maar ook niet echt mijn ding. Mag nog wat verder getemd worden op vat. 77/100

Ardbeg 1975, Jas. Gordon for Auxil

Nog een Lindores sample. Dit is een Ardbeg die ik meenam van – je kan het al raden – Geert Bero z’n stand. De fles was nog dicht, het was dus een beetje een gok, maar zowel Geert als ik waren danig onder de indruk van de neus van deze whisky. Ik besloot dan ook wat in m’n glas zat gezwind over te gieten in een sampleflesje.

 

Ardbeg 1975/1989, 40%, Jas. Gordon (G&M), importe par Auxil, 75 cl
Wohoow… dit is het profiel waar ik een zwakke plek voor heb zie! Veel zoet en sappig fruit met zachte zoete turf op de achtergrond. Ik heb dit profiel al uitgebreid bejubeld bij de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante, deze ligt wat in het verlengde. De Port Ellen is nòg fruitiger en misschien nog iets complexer, maar ook deze is top. Ook hier is het het fruit dat om de aandacht vraagt. Ik denk in de eerste plaats aan appel, limoen, roze pompelmoes en wat perzik. Er doemen oesters op, net als zachte, romige karamel. Een beetje teer. Dit alles op een bedje van subtiele, delicate turf. Wat farmy zelfs. Gewoon heerlijk! Minder fruit en meer rook op de smaak. Kruiden ook, licht bitter. Het fruit is citrus, sinaas vooral. Rijpe sinaas. Appelschil. Boter, amandelen en karamel heb ik ook nog. Lange, wat mineralige afdronk op fruit en turf. Schitterende whisky, alhoewel als ik enkel de neus zou scoren, het een een puntje meer zou zijn. 92/100

Benriach 24y 1985, Signatory

Benriach werd gebouwd in 1898, maar heeft niet lang kunnen genieten van een actief bestaan. Eigenaar John Duff, die ook Longmorn bezat, diende twee jaar later om financiële redenen beide distilleerderijen van de hand te doen. De nieuwe eigenaar besloot daarop één van de twee te sluiten, Benriach dus. Het bleef echter actief als malting plant, maar pas in 1965 werd de productie opnieuw opgestart.


Benriach 24y 1985/2009, 50.6%, Signatory bottled for Vinothek St. Stephan, cask 5500, 218 bottles
Zoete, florale neus met een heerlijke waxy draai. Ik heb hooi, gedroogde bloemen, veel bijenwas en daarna fruit. Zoet fruit. Ananas in blik (op siroop), pruimentaart, perensap. Harde fruitsnoepjes. Erg lekker. Rijke, romige smaak op citrus (mandarijn, limoen), cake en kandijsuiker. Hout en kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Terugkerende citrus (sinaas hier). Zeer geslaagde botteling. Eens te meer bedankt Serge. 88/100

Glengoyne 1972/1998, cask 583

Glengoyne ligt net boven de scheidingslijn tussen de Lowlands en de Highlands, vlak bij Glasgow en is sedert 2003 in handen van Ian McLeod Distillers (Glengoyne was hun eerste distileerderij). 20% van de productie gaat naar single malt.

 

Glengoyne 1972/1998, 55.9%, OB, cask 583, 468 bottles
Heerlijke zoete sherry met noten prominent vooraan in de neus. Bij het zoete denk ik aan kandij, crème brûlée en veel zachte chocolade. Belegen dennenhout en een lichte kruidigheid (eucalyptus). En dan komt het fruit opzetten: harde peren, gebakken banaan… perfecte balans tussen bittere en zoete tonen. Hele mooie, elegante neus! De smaak is erg krachtig en behoorlijk bitter. Veel okkernoten, hout, rode bessen, kruiden. Munt. Toch wat water proberen. Dit maakt de geur floraler, de smaak wat zoeter (chocolade), alhoewel het bittere en het droge blijven domineren. Lange, droge afdronk. Ik kan erg genieten van de neus, de smaak en de afdronk zijn me een ietsje te droog. Bedankt voor de sample Serge. 86/100