Spring naar inhoud

Bruichladdich 15y Samaroli ‘Mayflower ‘80’

Bon, tijd voor een klepper. En daar mag de heer Samaroli nog eens voor zorgen. Ik heb hier een stenen kruikje staan met daarin Bruichladdich die minstens vijftien jaar oud was toen hij in 1980 gebotteld werd, whisky van de eerste helft van de jaren zestig dus. Met kruiken is het altijd opletten geblazen, die zijn immers niet altijd even luchtdicht, maar bij deze blijkt er wat dat betreft geen enkel probleem te zijn.

 

Bruichladdich 15y ‘Mayflower ’80’, 43%, Samaroli 1980, ceramic decanter, 1000 bottles
O ja, dit zit snor. Dit zit meer dan snor. Heerlijke, subtiele, zoete sherryneus. High-end balsamico is het eerste waar ik aan denk, perensiroop ook, oxo, peterselie, oud leder, geboend leder, oude boeken… yep, we evolueren richting antiekshop. Wijlen mijn grootvader lurkend aan z’n pijp (het is dus die pijp eerder dan mijn grootvader an sich die ik hier wens te evoceren). Wat waxy tonen mag ik niet vergeten te vermelden, net als een lichte rokerigheid die het allemaal nog wat complexer en vooral lekkerder (nóg lekkerder) maakt. Genieten in overdrive. In de mond is hij zacht, vol en romig. Mooie, zijdezachte sherry (zoals ik het prefereer – watje, I know) met maar een klein beetje hout en kruiden, voor de rest blijft hij doorgaan op het subtiele zoete, stroperige. Donkere chocolade die je dipt in koffie en die dan verder smelt op je tong (kwijl kwijl), rozijnen op rum, pruimenkompot… De balsamico zit ook hier, net als het leder en de turf die zich ergens op de achtergrond blijft manifesteren. Smullen! Lange afdronk die het bittere en het zoete perfect in evenwicht weet te houden. Een zalig en uniek profiel. 93/100

Bowmore 17y & 18y H2H

Ik heb in mijn rek twee staaltjes Bowmore staan, de nieuwe 17- en de 18-jarige, ideaal voor een head-to-head me dunkt. Ik heb ook nog een restje oude 17y staan, meer didactisch materiaal dan wat anders, want omwille van de niet te negeren zeep-associaties moeilijk lekker te noemen. Ik ga ervan uit dat beide nieuwelingen komaf hebben gemaakt met deze off-note.

 

Bowmore 17y, 43%, OB 2010
Vrij zoete neus op karamel en drop. Zowel zoete als zoute drop. Granen ook, een beetje turf en wat melkchocolade. Geen zeep, nice! Ook niet op de smaak. Wat wel? Citrus, turf, zandkoekjes, kokos, granen en wat zilt. Middellange, zachte en rokerige afdronk. Niet geweldig complex maar wel weer een bewijs dat Bowmore terug en stevig op het rechte pad zit. 84/100

 

Bowmore 18y, 43%, OB 2010
Rook en fruit is het eerste dat opvalt in de neus. Niet zo zeer citrus – wat ik verwachtte – maar wel de schillen van (groene) appels en kersen. Daarnaast heb ik karamel, woodsmoke en na enige tijd veel hooi. De smaak moet het hebben van turf en kruiden, minder fruit hier. Ja, de kersen die ik ook op de neus had, dat wel. Gedroogde bloemen en chocolade. Geen al te lange afdronk op fruitige turf. Niet slecht deze Bowmore 18y, maar ik vind de 17y toch beter. 80/100

Springbank 34y 1970, Prestonfield

Ha, oude Springbank, altijd iets om naar uit te kijken. De whisky van Springbank is licht geturfd, in tegenstelling tot hun Hazelburn (niet-geturfd) en Longrow (zwaar geturfd). In concreto betekent dit dat de gemoute gerst gedurende ongeveer zes uur gedroogd wordt boven een turfvuur en dan nog eens een 24 uur met hete lucht. Dat is in ieder geval de situatie nu, de whisky die ik vandaag bespreek, is er eentje van eventjes geleden. Bedankt voor deze sample Karel!

 

Springbank 34y 1970/2001, 51.2%, Prestonfield, cask 1631, 157 bts.
Mmm, mooie sherry op de neus. Bitterzoet. In eerste instantie denk ik aan hout, eikenhout, vermengd met zwarte bessen (cassis – crème de cassis). Een heerlijke lichte rokerigheid erdoorheen. Rook van het hout. Geboende antieke meubels. Gho ja, dat typische oude Campbeltown profiel, I just love it. Waxy sherry! Gestoofd fruit, warme aarbeienconfituur. Kruiden. Complex quoi. Proeven nu. Mondvullend, dik op de tong, stevig en drogend. Zelfs wat agressief. De bessen, het hout, de lichte rook, de kruiden, het zit allemaal ook hier. Daarenboven dien ik nog hazelnoten en rijpe sinaas te vermelden. Op de duur wordt hij me evenwel een beetje té droog, er doemen taninnes in de vorm van druivenpitten en kastanjes op. Lange, droge en kruidige afdronk met wat appelsienschil. Een hemelse neus en een smaak die je terug met de voeten op de aarde zet. 87/100

Miyagikyo 12y

Miyagikyo is de minder bekende distilleerderij van de Nikka groep, maar wint langzaamaan aan bekendheid én populariteit. Enkele prijzen op allerlei festivals zullen daar niet vreemd aan zijn.

 

Miyagikyo 12y, 45%, OB 2010, Nikka
Neus: fruity! Europees fruit, ik denk aan appels en peren en witte perziken, vermengd met florale toetsen. Karamel en kandij zorgen voor het zoets. Misschien wat mokka op de achtergrond. Lekker maar niet echt complex te noemen. De smaak gaat hier op verder, wat je ruikt, proef je ook. Karamel, fruit, koffie, wat chocolade ook. De afdronk is middellang, zoet en licht kruidig. Niet slecht, maar ook weinig boeiend. Easy-drinking, dat is hij zeker wel. 81/100

Craigellachie 32y 1973, Douglas Laing Platinum

Craigellachie is niet meteen de meest bekende, laat staan meest sexy distilleerderij. Sedert 1998 is het in handen van John Dewar & Sons (deel van de Bacardi groep), die ook MacDuff en Aberfeldy in portefeuille hebben. Craigellachie, gelegen aan de samenvloeiing van de Spey en de Fiddich, is misschien nog meer bekend van z’n hotel (mét indrukwekkende whiskybar) dan van z’n distilleerderij. En van de Speyside Cooperage natuurlijk. En van Macallan, inderdaad. Eigenlijk van heel wat… kortom, een must bij een bezoek aan Speyside.

 

Craigellachie 32y 1973/2005, 42.7%, Douglas Laing Platinum, 181 bts.
Zoete en grassige neus. Gedroogd gras, gaat richting hooi. Honing. Daarna fruit. Lekker, sappig fruit. Appels, appelsap. Vanille. Wat me ook opvalt, is de geur van geroosterde granen, het maken van muesli (dat is een jeugdherinnering). Natuuryoghurt, samen een ideaal ontbijt. Die neus is echt complex, er komt ook nog wat hout bij en een klein beetje hars. Ha, nu we het toch over bomen hebben: berkensap. Nog zo’n jeugdherinnering. Erg boeiende, lekkere, complexe neus. Op de smaak heb ik meer hout, kruiden, linde, munt en ook hier best wat fruit. Clementines, limoen. Honing, wat hars en een licht mineralige toets. Licht bitter op het einde en in de vrij lange, zoete, kruidige afdronk. Heerlijke genietwhisky, die blijft en blijft boeien. 89/100

Linlithgow 27y 1974, Silver Seal

Linlithgow is eigenlijk St. Magdalene onder een andere naam en verwijst naar het plaatsje Linlithgow waar de distilleerderij gevestigd is. De distilleerderij was enkel in z’n beginjaren gekend als Linlithgow, de naam werd spoedig veranderd in St. Magdalene. Er zit echter geen logica in het gebruik van beide namen in de bottelingen, zowel bij officiële als onafhankelijke bottelingen heb je beide. Blijkbaar drukte men soms de éne naam op de vaten en soms de andere. Bizar.

 

Linlithgow 27y 1974, 50%, Silver Seal ‘First Bottling’ 2001, 180 bts.
Cleane, sobere neus die me onmiddellijk doet denken aan olijfolie. Daarna krijgt hij een zoet en licht fruitig kantje. Perziken en tropisch fruit. Kaarsvet, amandelen (de noten welteverstaan), marsepein. Subtiel, je moet wat zoeken, maar dan is het een beauty. De smaak is zacht en fruitig. Na een tijdje komen er kruiden en hout bij. De noten zitten ook hier, net als wat citrusschil. Een aangename bitterheid. Lange, licht bittere afdronk. Erg lekkere St. Magdalene (of nee..), niet helemaal het niveau van midden jaren zestig spul, en eerder neigend naar 1966 St. Magdalene dan naar 1964 of 1965, voor zover ik dat kan beoordelen in functie van wat ik daar van gedronken heb tenminste. 89/100

Glenfar… euh Speyside 1976 by Thosop

Neen, de naam Glenfarclas staat niet vermeld op de fles, maar als Luc Timmermans een niet nader genoemde Speysider bottelt, mag men ervan uit gaan dat het om Glenfarclas gaat. Hij bottelde deze onder z’n handwritten label, een label dat zo stilaan een stevige reputatie aan het opbouwen is.

 

Speyside 33y 1976 (Glenfarclas), 53%, Thosop 2010, Handwritten label
Schitterende smeuïge, romige en zoete neus op tonen van gekonfijt fruit, vanille, honing, siroop en pruimentaart. Confituren. Bijenwas. Daarna heb ik ook wat geroosterde vlees, geroosterd en gemarineerd eigenlijk. Gekruid vlees op de barbeque. Een beetje eucalyptus. Wat meloen. Subtiele en delicate neus. Het zoete en het fruitige zetten zich door op de smaak, maar moeten daar opboksen tegen het hout. Eik, noten, kastanjes, hars en veel kruiden. Nootmuskaat, en peper vooral. Doorheen deze ‘droogmakers’ priemt wat peer en meloen, groene thee en het (gemarineerde) vlees dat ik ook op de neus had. Naar het einde komt het fruit meer opzetten, very nice. Lange, kruidige afdronk met voldoende speelruimte voor het fruit. Erg lekkere whisky, waarbij de neus het absolute hoogtepunt is. 88/100

Arran 1997 ‘Rowan Tree’

De tweede Arran in de reeks ‘Icon’s of Arran’ – na de 1996 Peacock – is de Rowan Tree, verwijzend naar de boom die je erg vaak in Schotland aan oude huizen aantreft. Ook op Arran is het een typisch element in het landschap. Wij kennen de Rowan Tree als lijsterbes. De rode bessen van deze boom zouden de geesten van de huizen weghouden en er voor zorgen dat feeën de baby’s niet meenemen en verwisselen voor hun eigen baby’s, die dan een slecht karakter of handicap zouden hebben. Denk aan de uitdrukking ‘He’s away with the fairies’ voor iemand die ze niet allemaal op een rijtje heeft. Bedankt voor de sample Marc! En sorry voor het – onbedoelde – bruggetje.
A ja, ook nog vermeldenswaard is dat dit een vatting is van 10 ex-sherryvaten, waar het bij de Peacock zowel sherry- als bourbonvaten betrof.

 

Arran 1997 ‘Rowan Tree’, 46%, OB 2010, Icon’s of Arran, 6000 bottles
Ik heb de indruk dat ik hier meer granen op de neus heb dan bij de Peacock. Het zoete distilleerderijkarakter is echter evenzeer aanwezig. Vanille, honing en daarna zoet fruit. Bij dat laatste denk ik aan pruimen, rozijnen en krieken, maar dan gesuikerde krieken. Krieken op siroop. Kriekenjenever. En roze pompelmoes (had ik ook in de Peacock). Iets floraals komt ook nog om de hoek kijken. Ja, hooi, gedroogde bloemen en potpourri, samen met de honing gaat dat domineren. Wat ik ook zowel hier als in de Peacock heb, is gekonfijte gember. Wordt dat een herkenningspunt? Erg aangename neus in ieder geval. De smaak is zacht, licht en prikkelend. Nu heb ik meer kruiden (gember vooral, net als wat peper en kruidnagel) en ook noten, naast de zoete granigheid. En de roze pompelmoes, ook dat is een terugkerende associatie. Middellange, verwarmende en kruidige afdronk. Lekkere whisky, duidelijk meer sherry-invloed dan de Peacock, maar niet beter. Ook niet slechter, dezelfde score dus. 83/100

Crossing the ocean…

…om in de VS uit te komen. Ik proefde zonet twee goedkopere Amerikaanse whiskey’s, een Bourbon en een Rye, beide van Heaven Hill, beide ginds te koop voor een $20, hier zal je misschien iets meer moeten neertellen. De eerste is dus een distillaat van meerdere graansoorten waarvan maïs minstens 51% moet uitmaken, de tweede bevat dan weer minimum 51% rogge.

 

De Old Fitzgerald 12y 90 proof zou meer tarwe bevatten dan andere bourbons en is blijkbaar populair in het Witte Huis, want gekend als ‘The favorite of American Presidents’. Old Fitzgerald werd geïntroduceerd in 1870 en vandaag wordt nog steeds hetzelfde originele mash-recept van John Fitzgerald en Pappy Van Winkle gebruikt. De 90 proof is hier dus 45%, gewoon delen door twee. Niet te verwarren met het Europese proofstelsel.


Old Fitzgerald ‘Very Special’ 12y 90 proof, 45%, Kentucky Straight Bourbon, Heaven Hill 2010
De neus combineert het klassieke kruidige en granige profiel met zoetzuur fruit. Kruisbessen, onrijpe bananen, bosvruchten. Leder. Vanille. Wat noten. En een beetje stof ook. Vrij complex maar erg lekker vind ik dit toch niet. Olieachtig in de mond met een bitterzoete smaak. Granen, kruiden (peper), vanillepudding, zachte karamel, de bosvruchten (ik denk vooral aan bosbessen), wat abrikoos, pruimtabak en een beetje hout. Middellange, verwarmende en eerder droge afdronk. De vanille, de kruiden en het hout blijven hangen. Hier is nog weinig sprake van fruit. Degelijke instap-bourbon, maar ook niet meer dan dat. Dat Crembo de volgende keer eens Belgian Owl meepakt naar het Witte House i.p.v. een kristallen vaas. 75/100
 

De Rittenhouse ‘Bottled-in-bond’ 100 proof Rye Whiskey kreeg in 2006 de prijs van ‘North American Whiskey of the Year’ op het San Francisco World Spirits Competition. Rye whiskey wordt gezien als de meest oorspronkelijke en unieke Amerikaanse whiskey, die er lange tijd ook de belangrijkste was, voor hij overschaduwd werd door bourbon en Schotse en Ierse import.


Rittenhouse 100 proof, 50%, Straight Rye Whiskey, Heaven Hill 2010
Zoete en kruidige neus. Ik denk aan karamel, chocolade, vanille, geroosterde noten, kruiden (peper, gember), granen en wat gedroogd fruit. Wat associaties ja, maar het geheel kan me toch niet echt bekoren. De smaak is vrij straight forward. Erg kruidig en vrij droog. Wat gedroogd fruit, noten en rozijnen, naast de overdosis aan kruiden. De afdronk is lang, maar ook hier erg (tè) kruidig. Heb al betere Rye gedronken. Voor de Sazarac betaal je misschien iets meer, maar die vind ik merkelijk beter. Whiskey of the year!? 74/100

Glenury Royal 37y 1973, The Whisky Agency

De whisky die ik vandaag bespreek, heeft op korte tijd een cultstatus verworven, vooral dankzij de 94/100 die hij op Whiskyfun toebedeeld kreeg. Ik was dan ook erg gebrand op een sample, voor een fles was het immers al lang te laat. De sample heb ik kunnen bemachtigen en ik zal dus spoedig weten of ik extra gefrustreerd moet zijn geen fles te hebben.

 

Glenury Royal 37y 1973/2010, 42.1%, The Whisky Agency, bourbon cask, 187 bottles
Fantastische subtiele en elegante neus op zoete en fruitige tonen, vermengd met lichte rook. Veel citrus (roze pompelmoes, mandarijn, bloedappelsien), nectarines, cavaillon, honing. Die neus is inderdaad geweldig. Ook wat hout, meer als toegevoegde waarde, nooit storend. Op de smaak speelt het hout iets meer op en komen er kruiden bij. De honing en het fruit blijven echter voldoende aanwezig. Orangettes, zoete citrusschil. Vol van smaken. Romig mondgevoel. Lange, fruitige en kruidige afdronk. Erg aromatische whisky met een neus die meer dan de uiteindelijke score verdiende. De gevoelens van frustratie kan ik toch lichtjes onder controle houden. Lichtjes. 91/100

Shalom Ballechin

Ik bemerk dat ik in drie jaar Onversneden nog geen enkele Edradour heb besproken. En neen, daar zit geen bewuste tactiek achter. Laat ons hier verandering in brengen door twee… Ballechins te proberen. Ballechin is immers een redelijk recent (2002) label van geturfde Edradour. De Longrow van Edradour eigenlijk. Alhoewel deze vergelijking misschien wat impulsief is.
De naam Ballechin verwijst naar een landgoed in Perthshire waarop tussen 1810 en 1927 een gelijknamige distilleerderij actief was. Ballechin was één van de zeven boerderij-distilleerders die in die tijd in Perthshire opereerde. Van die zeven bestaat vandaag enkel Edradour nog. Ballechin diende z’n deuren te sluiten omdat de waterloop die het gebruikte, omgelegd werd.
De whisky rijpt op verschillende types wijnvaten en de bottelingen die tot op heden op de markt werden gebracht, hebben geen leeftijd – zijn dus jong. De eerste release van Ballechin rijpte uitsluitend op rode Bourgogne-vaten. Elke release wordt op 46% en 6000 flessen gebotteld. Het fenolengehalte schommelt rond de 50 p.p.m..

 

Ballechin ‘3rd Release’, 46%, OB 2008, Port Cask matured, 6000 bts.
Ik heb erg lekkere turf op de neus, niet dominant, het laat voldoende ruimte voor zoete en fruitige tonen. Vanille, ananas, rijpe sinaas. Marsepein. Licht medicinaal. Sappige appels ook. I like this. Meer rook op de smaak, rubber en teer. Maar ook de sinaas van de neus en vanille. Verse pruimen. Gember en kaneel zorgen voor een kruidige toets. Wat zilt ook. Romig en dik in de mond. Best complex. Erg lange afronk, zoet en rokerig. Lekkere en relatief complexe whisky. Doet me zelfs wat aan Laphroaig denken (wat gezien de ligging geen evidente vergelijking is). Ze hebben de Edradour geturfd moeten maken om hem lekker te krijgen! 87/100

 

Ballechin ‘4th Release’, 46%, OB 2009, Oloroso Cask matured, 6000 bts.
De neus van deze vierde release start wat vreemd. Licht stoffig, de geur van ‘het putje’, sterfput, of van een afvoer die je aan het openbreken bent (ja, ik doe ook andere dingen dan whisky drinken). Asfalt ook en zachte rook. Na enige tijd komt er toch wat fruit door. Sinaas, pruimen, verse vijgen. Misschien wat noten. Minder expressief evenwel als de vorige, maar wordt beter met wat te ademen. Een beetje rook op de smaak, aardbeien en lichte assen. Daarna meer kruiden. Gember en zoethout vooral. Vrij lange, zoete en rokerige afdronk met wat kruiden ertussendoor. Lekkere whisky, eens te meer, maar toch minder boeiend dan de derde release. 84/100

Connemara Sherry Finish

Let’s go Irish! Dat is weer even geleden. Ik dronk daarnet de Connemara ‘Sherry finish’ uit Cooley’s Small Batch Collection, maar was niet echt onder de indruk.

 

Connemara ‘Sherry Finish’ NAS, 46%, OB 2009, Small Batch Collection, Peated, Lot L9088
Een neus op cleane turf en houtskool. Zeelucht ook, jodium. Mineralig. Een beetje fruit misschien, maar helemaal niet veel. Hoestsiroop, dat wel. Nogal eentonig. Ook de smaak is dat, ik heb hier precies meer fenolen dan in de Octomore. Cleane turf, rook, assen. Wat citroen. Misschien iets zoets maar het geheel blijft toch te eendimensionaal. Vrij lange, eerder droge, rokerige afdronk. Niet slecht, wel saai. En waar zit de sherry verdorie? 77/100

Bowmore 1995, Wilson & Morgan

Bowmore 1995, altijd weer iets om naar uit te kijken. Laat het duidelijk zijn dat Bowmore z’n zeepverleden achter zich heeft gelaten, wat ik al dronk aan Bowmore van de jaren negentig (1993, 1994, 1995 en 1998) was over het algemeen allemaal erg drinkbaar tot bangelijk lekker. Vandaag eentje van Wilson & Morgan.

 

Bowmore 1995/2009, 46%, W&M Barrel Selection, Sherry finish
De neus neemt een frisse en florale start. Kamille, bloemen. Daarna zoet met honing en veel fruit. Banaan, ananas, meloen. Een beetje rubber en gedroogd gras. Bloesems ook en wat anijs. Lichte turf. Erg lekkere neus. Op de tong is hij licht en prikkelend, fruitig (hier vooral citrus) en floraal. Het mondgevoel is romig, mondvullend en licht stroperig. Bloesems, noten en honing heb ik nog. Wat kruiden en zilt naar het einde. En ook hier maar een beetje turf. De afdronk is middellang, ziltig, kruidig en zoet. Frisse, levendige whisky. Ik vind dit lekkere whisky, Bert Bruyneel vond dit niet te drinken, vertrouwde hij mij onlangs toe. Malt Maniacs! 87/100

Amrut 2003, Milroy’s

Vandaag proef ik een vijf à zes jaar oude Amrut, gedistilleerd in 2003 en gebotteld in 2009 door Milroy’s. Hij behaalde brons op de Malt Maniac Awards 2009. Vermits Amrut omwille van het Indische klimaat een erg hoge angel’s share heeft, zullen we het met deze leeftijden moeten doen en nooit 15 of 20 jarige Amrut te proeven krijgen.

 
Amrut 2003/2009, 46%, Milroy’s, cask 08/08/30-1, 210 bottles
De neus van deze Amrut start granig en licht herbal, maar evolueert daarna richting floraal, grassig, mineralig en zoet (honing). Lindebloesems. Aangenaam om ruiken. Ook op de smaak start hij vrij vlak met wat kruiden en granen, maar hij wordt beter met de tijd. Herbal, grassig en floraal. Romig mondgevoel. Eerder korte en licht zoete afdronk. Heeft wat tijd nodig, maar is dat best lekker. Mist wel een beetje pit op de tong, de neus vond ik het beste deel. 84/100

Tsuru 17y, Nikka

Een whisky die ik nooit geproefd had, is de Nikka ‘Tsuru’. Net als de Taketsuru een product van de Nikka groep dus. Maar waar de Taketsuru een vatted malt is, is de Tsuru een blend. De 17-jarige Tsuru kost rond de 85 euro, wat niet echt goedkoop is voor een blend, maar zoals de Hibiki al bewees, kunnen Japanse blends wel bangelijk goed zijn.

 

Tsuru 17y blended, 43%, OB 2010, Nikka
Frisse, prikkelende en zoete neus op vanille en florale toetsen. Gekookt fruit. Groene appels. Langzaamaan komt er ook een heerlijke kruidigheid opzetten. Nootmuskaat. Oude balsamico. Een lekkere zurigheid, zie ook de groene appels. Zachte rook. Man, dit is goed. En complex. Zacht en romig op de tong, zeer delicaat en met toch behoorlijk wat body. Ook hier heb ik zowel zoete, zure als kruidige tonen. De start is zoetzuur: kruisbessen, zoetzure appels. Daarna krijg ik wat hout en de bijhorende kruiden. Peper en zoethout. De kruiden zetten zich verder in de vrij lange afdronk, alwaar ze het zoete en het fruit wat in de schaduw stellen. Een ronduit schitterende blend! 86/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

Dufftown 27y 1982, Riverstown

Dufftown is één van de grootste distilleerderijen in de portefeuille van Diageo, en vóór de bouw van Roseisle volgens mij zelfs dé grootste. De productie gaat bijna volledig naar blends zoals Johnny Walker, Bell’s (Arthur Bell was lange tijd eigenaar van de distilleerderij) en Dewar’s White Label. Een klein deel wordt als single malt gebotteld, vooral door onafhankelijke bottelaars. Zo ook vat 18582, een sherryvat door Riverstown.

 

Dufftown 27y 1982/2010, 55.7%, Riverstown, cask 18582, 104 bts.
Ik vond dit geen gemakkelijke whisky. De neus is erg alcoholisch en kruidig, maar na enige tijd en zeker met een beetje water, bloeit hij open. Honing, gras, bloemen en citrusfruit laten zich dan gelden. Zonder water is hij op de tong vrij bitter en droog met een klein beetje rook op de achtergrond, maar ook hier is water een serieuze meerwaarde. Hij wordt zoeter en fruitiger. Middellange, kruidige afdronk. Aangename whisky, maar enkel met water. 84/100

Belgian Owl 4y

Eind vorig jaar zag de nieuwe Belgian Owl het levenslicht. De whisky rijpte lang genoeg om als vierjarige gebotteld te worden. Ik besprak eerder reeds een driejarige Owl, benieuwd om te zien in hoeverre de spirit er op vooruit gegaan is.

 

Belgian Owl 4y, 46%, OB 2010
Frisse, florale en zoete neus. De bubblegum die ik nog in de 3y had, is hier zo goed als afwezig. De peren en de perziken heb ik nog wel. Ook wat kers trouwens. Daarnaast de onvermijdelijke granen en vanille. Lentebloesems. Ook de smaak is fris en floraal met zoete en fruitige toetsen. Jong, maar rijper dan dan de 3y. Euh ja, een jaar rijper. De smaak doet me wat denken een appel-kersensap, maar dan iets straffer. Vanille ook, granen en citrus. En meer kruiden dan in de 3y. Middellange, florale en fruitige afdronk. Gezien de leeftijd is dit lekkere whisky, absoluut, en beter dan de 3y. Ook al proef je dat er nog verbeteringsmarge is. Ideaal als aperitief me dunkt. 79/100

Benriach 34y 1975 for The Whisky Agency

Ah, oude Benriach… smeuïge, zoete fruitigheid! Een profiel dat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Er zijn hier al een handvol 1976’ers en 1968’ers de revue gepasseerd, vandaag een 1975 voor The Whisky Agency. We weten dat Carsten z’n bottelingen wel weet te kiezen, dit kan alleen maar genieten worden…

 

Benriach 34y 1975/2010, 50.6%, OB for The Whisky Agency, cask 3061, bourbon hogshead, 348 bts.
Zoals te verwachten heb ik meteen veel fruit op de neus. Tropisch fruit à la meloen, passievrucht, ananas en ook mandarijn en roze pompelmoes. Wat honing zorgt voor een zoete toets, gember en peper voor een kruidige. Op de achtergrond een klein beetje turf, niet zoveel als in de 1976 for the Nectar maar wel aanwezig, wat ik bij andere 1976’s niet had. Die neus is om van te smullen, zonder erg complex te zijn. Ook de smaak is dat niet. Hij is romig, zoet en fruitig. De lichte rokerigheid is hier zo goed als verdwenen. Het tropisch fruit, de citrus, de honing en de lichte kruidigheid zijn wel nog aanwezig. Lange afdronk, perfect in het verlengde van de smaak, op dezelfde associaties. Héérlijk! 91/100

Arran 1996 ‘Peacock’

Arran is nog maar een goeie 15 jaar actief, maar heeft al heel wat bottelingen op de markt gebracht, waaronder een pak finishes. In 2009 werd de reeks ‘Icons of Arran’ boven de doopvont gehouden. De eerste whisky in deze reeks was een 1996 die de naam ‘Peacock’ meekreeg, verwijzend naar de pauw die je massaal op het eiland aantreft.

 

Arran 1996 ‘Peacock’, 46%, OB 2009, Icon’s of Arran, 6000 bottles
Zoete neus met fruitige accenten. De associaties die ik hier eerst heb zijn zoete: vanille, honing, harde aardbeisnoepjes, rozijnen. Daarna volgt het fruit: roze pompelmoes, mandarijn, banaan. Gekonfijte gember (eens je dat hebt gegeten, vergeet je dat niet), appel-kaneel. Dat laatste heb ik ook in de smaak, naast de honing, de vanille en het fruit. Ananas, limoen. Wat granen. En ook hier dat licht kruidige. Peper, en de kaneel dus. Levendig, prikkelend. Geen al te lange afdronk op zoet fruit met een toefje peper. Frisse, vlot drinkende whisky, een ideale zomerdram me dunkt. 83/100