Spring naar inhoud

Glen Ord 15y 1996, Malts of Scotland

Laat ons nog even terugkeren naar de laatste batch Malts of Scotland. Er staan er immers nog een aantal te blinken op m’n bureau. Eén daarvan is een Glen Ord 1996.
De whisky van Glen Ord is doorheen z’n geschiedenis onder meerdere namen gebotteld, o.a. als Ord, Glen Oran, Glen Ordie en natuurlijk Glen Ord zelve.

 

Glen Ord 15y 1996/2011, 53.3%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #2171, 310 bottles
Heel mooie, frisse, prikkelende neus op grassige en fruitige tonen. Vers gemaaid gras, kruisbessen, harde appels (crispy), wat limoen in de verte. Kersen. Een beetje bijenwas en kaarsvet. Vanille en ook nog een klein beetje gember. Stevig, fris en olieachtig mondgevoel. Gebalanceerde zoete (vanille, honing), bittere (noten, stevige pompelmoes, kruiden) en zure (limoen) tonen. Eau de vie van allerlei vruchten. Eerder korte maar wel frisse afdronk op fruit, gember en peper. Misschien niet de meest complexe whisky, maar erg fris en clean. Ik vind dit lekker. En voor 59 euro een hele goede prijs/kwaliteitsverhouding voor deze single cask. 85/100

Benriach 12y

De Weedram Masters werd dus afgesloten met de Benriach 1975 voor Asta Morris, een in mijn ogen sublieme whisky. Deze werd voorafgegaan door de standaard 12y. Van deze laatste had ik nog een sample staan, de gelegenheid deze te ledigen.

 

Benriach 12y, 43%, OB 2011
De neus is fris, zoet en floraal. Honing, vanille, bloemen. Wat fruit erdoorheen. Rijpe sinaas. Iets etherisch ook. Nagellakverwijderaar? Noten. Rond en boterig mondgevoel. Vanille, een beetje eik, fruit en hier meer kruiden. Nootmuskaat, kaneel. Toast. Middellange afdronk op vanille en kruiden. Niet echt complexe maar vlot drinkbare Benriach aan een scherpe prijs (een 30 euro). 78/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Weedram Masters – Het derde koppel

Laat ons de draad van de Weedram Masters terug opnemen. De derde distilleerderij die aan bod kwam was Isle of Jura, Jura voor de vrienden. De alom gekende Superstition mocht de wat mij betreft beste Jura ever inleiden, de 1966/1998 Signatory 10th Anniversary (bedankt voor de foto Mark).

 
Isle of Jura ‘Superstition’, 43%, OB 2011
Ook deze had ik al een paar keer geproefd, de laatste keer nog geen jaar geleden, maar nooit zo slecht gevonden als nu. Zeer vreemd, dit kan bijna niet anders dan een nieuwe batch zijn. Een neus die muf start maar snel overgaat naar de geur van aangebrande spruiten, groene kool, veel granen en turf. Vegetale turf, wat ik wel vaker heb, maar hier ver van aangenaam. Zoet en vegetaal op de smaak met hier meer turf. Medicinaal. Maar lekker? No way. 68/100
 
 

Isle of Jura 1966/1998, 50.6%, Signatory, 10th Anniversary, cask 1485, 248 bottles
En dan een whisky die mij reeds tweemaal van m’n sokken blies, in Avelgem een derde keer. Wat ben ik blij dat ik deze in alle rust kan herproeven. Superfruitig op neus en smaak, ik ga de soorten niet opsommen, dat is onbegonnen werk. Op de neus doorheen het fruit succulente honing, marsepein, fudge, de geur van een weide (allerlei bloemen, boterbloemen, papavers, gras), heide, boter (echte melkerijboter), lichte zilt, discrete rook, oud geboend leder… goddelijk! Op de tong heb je niet het gevoel iets aan toch nog meer dan 50% alcohol te drinken. Superzacht, romig mondgevoel met ook hier een enorme fruitigheid. Nougat en vanille zorgen voor het zoets, allerlei kruiden en wat eik voor de nodige pit. Bijenwas. En ook hier een heel klein beetje rook. Subliem, ronduit subiem. Afdronk? O ja, van hetzelfde laken een broek. 95/100
 

Niet meer of niet minder dan de bevestiging van de cultstatus die deze whisky voor mij al had. Nu nog een fles zien te vinden…

Tamdhu 20y 1990, Malts of Scotland

Tamdhu is een zeer recent gesloten distilleerderij, de productie werd vorig jaar stilgelegd. Tamdhu werd opgericht in 1896 door een blendersfirma maar kwam twee jaar later in handen van de Highland Distillers & Co., nog steeds de huidige eigenaars en vandaag onderdeel van de Edrington groep. Het is onduidelijk of de sluiting definitief is.

 

Tamdhu 20yo 1990/2011, 49.8%, Malts of Scotland, Sherry Butt #8119, 209 bottles
Romige, zoete sherryneus met zilte en vegetale aroma’s. Oxo. Geroosterde granen, kandij, kervel, eucalyptus, pruimencompot en dadels. Veel dadels. Ook op de smaak is het zoete wat eerst opvalt: de kandij(siroop), de gedroogde vruchten. Wat hout (getemperd), kruiden, noten, donkere chocolade… resulterend in een mooie bitterheid. Zilte drop. Best lange, bitterzoete afdronk. Lekkere whisky gemarkeerd door de sherry, vergezeld van een licht zilte toets. 84/100

Weedram Masters – Het tweede paar

Voor het tweede koppel zorgde Longmorn (eigenlijk Bert, maar soit): de standaard 16y zij aan zij met een vrij legendarische 1969/1991 van Gordon & MacPhail, waarvan er trouwens twee versies bestaan. Wij kregen de G&M Cask white label ingeschonken, er bestaat ook een G&M for Intertrade (Highlander Label, Turatello). Verschillende bottelingen, dezelfde whisky. Reken op 300, 350 euro op veilingen of bij verzamelaars.

 
Longmorn 16y, 48%, OB 2011
Deze besprak ik eerder al, ik ga er van uit dat dit dezelfde batch is. Frisse, fruitige whisky, niet echt complex maar foutloos.
 
 

Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M Cask, White Label
Yééhaa, dit noemt men een stevige neus. Punchy! Alcoholisch, ja, maar de schitterende sherry laat zich meteen kennen. Veel rood fruit, noten, kruiden, koffie en tabak. Dat fruit krijgt op de duur zelfs een tropisch karakter. Iets zalig zurigs zit er ook in, iets wat ik niet onmiddellijk kan thuisbrengen. Limoen, dat in ieder geval wel. Pollen en bijenwas. Zachte rook. Die rokerigheid wordt nog versterkt met wat water toe te voegen. Alhoewel water, ondanks het alcoholpercentage niet noodzakelijk is. Deze whisky is inderdaad perfect drinkbaar op 61%. Krachtig, dat spreekt. Mondvullend, brandend. Opnieuw veel fruit: roze pompelmoes, sinaas, frambozen, perzik, meloen. Noten, karamel, espresso, eik. Een afdronk op het fruit van de smaak, peper, vanille en eik, blijft lang hangen. Best veel eik in deze Longmorn, maar op geen enkel moment storend, de andere smaken krijgen vrij spel. Een dijk van een whisky. 93/100
 

Blij deze eens geproefd te hebben, stond al lang op m’n verlanglijstje. I get the fuss…

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Glenallachie 16y 1995, Malts of Scotland

Naast de geweldige Glen Keith 1970 en de twee nog geweldigere Caperdonichs 1972 brengt Malts of Scotland dezer dagen nog andere bottelingen uit, in een lagere prijscategorie. De komende dagen komen deze hier aan bod. Ik begin met een Glenallachie 1995, waarvoor je een 60 euro betaalt.

 

Glenallachie 16y 1995/2011, 53%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #1257, 222 bottles
Lichte, prikkelende, fruitige neus die redelijk ‘jong’ aandoet. Harde peren, ananas, gele appels. Vanille. Wat granen ertussendoor (ik denk aan havermoutpap, een jeugdherinnering vooral), net als – en dat is de eerste keer dat ik deze associatie gebruik – botermelk met druivensuiker. Best genietbaar. De smaak is zoet en granig. Licht bitter en wat alcoholisch. De vanille en het fruit die ik op de neus had, zitten ook hier. Appels vooral. Op het einde komt er limoen door, net als een klein beetje peper. Drop? Licht bitter. De afdronk is vrij lang, licht drogend op pompelmoes en mandarijn. Genietbaar, absoluut, zeker op de neus. 82/100

Deanston 12y

Bon, nu wordt het écht wel tijd om terug met beide voeten op de grond te komen. Laat ons voor dit doel de nieuwe Deanston 12y, althans de recentste batch, ter hand nemen.

 

Deanston 12y, 46.3%, OB 2011
Granige en florale neus die met wat frisser overkomt dan de vorige batch die ik proefde. Vanille en een beetje eik. Toch ook beetje karton. Droog karton. Gedroogd gras, hooi. Het bittere, het droge komt langzaamaan meer naar de voorgrond. Op de smaak gelukkig wat meer fruit. Sinaas, pompelmoes en peer heb ik. Hout, gedroogd gras en toch ook vrij veel kruiden. Kaneel, gember, peper. Bijzonder boeiend is dit toch niet. Middellange, kruidige, eerder saaie afdronk. Wat beter dan de 2008 batch maar dit blijft een erg matige whisky. Spijtig voor deze Deanston, maar mijn voeten staan wel degelijk terug op de grond. 72/100

Caperdonich 1972 extravaganza

Zo, u dacht dat het feest gedaan was? Wel, u heeft het mis. Ik heb m’n rijtje dan wel afgewerkt maar ik wil nog even terugkeren naar Caperdonich 1972. Vorige week proefde ik één van de twee Caperdonichs 1972 van Malts of Scotland, naast deze van The Whisky Agency. Dat moest beter kunnen, er ontbrak namelijk iets aan die setting. Vandaag proef ik dan ook beide Caperdonichs 1972 van Malts of Scotland, naast deze van The Whisky Agency. Voor de besprekingen van de eerste Malts of Scotland (cask 1144) en de TWA, verwijs ik graag naar de links hierboven, ik beschrijf deze challange vanuit het standpunt van die andere Malts of Scotland, vat 1145 op 52.4%.

 

Caperdonich 1972/2011, 52.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1145, 76 bottles
Oké, dit zou een erg korte tastingnote kunnen worden: zie vat 1144 en doe er een punt bij. Euh, een punt bij? Dat is dan 95!? Awel ja, dit zou voor mij wel eens de beste Caperdonich ooit kunnen zijn. Het op een rijtje zetten van deze drie juweeltjes maakt in ieder geval duidelijk dat vat 1145 toch wel een lichtjes ander profiel heeft. Zoals in vorige note al aangehaald, vind ik de neus van 1144 een klein beetje beter dan deze van TWA, op de smaak had ik een lichte voorkeur voor TWA. De neus van deze (1145) ligt weliswaar in het verlengde van 1144 maar hij is ronder, voller en romiger. Misschien wat minder kruiden en wat meer zoet fruit (dezelfde soorten als bij de andere). Daarenboven is de waxyness (bijenwas) hier nog prominenter. Ook een florale toets is hier echt wel een extra. Als een fenomenaal lekkere Clynelish op sherryvat. En je weet hoe graag in al gewoon-lekkere Clynelish drink… Op de smaak is het scenario wat gelijkaardig. Het alcoholpercentage zal zeker meespelen, maar deze is gewoon perfect op de tong, daar waar 1144 een beetje water kon gebruiken. Ook hier is hij romig, vol en rond, zonder het minste scherp kantje. Veel fruit (allerlei confituren), kruiden (hier wel meer the herbal kind), honing, leder, en net als op de neus een enorme waxyness. Minder eik dan in beide protagonisten. Je zou kunnen stellen dat op de smaak de 1145 de 1144 is met een beetje water toegevoegd. De afdronk is bij de drie erg lang, hier minder drogend en romiger. Deze is veruit de toegankelijkste van de drie, en – maar niet noodzakelijk daarom – ook de beste voor mij. Uit de kunst. Maar 95!? Jawel, een score waarbij de hoogtevrees begint toe te slaan. 95 geef ik aan Ardbegs Provenance, aan Brora 30y 2004, aan Glenburgie 1966 G&M, aan Port Ellen 1970, héél uitzonderlijk misschien aan een Benriach…. Toch is deze score in mijn beleving en smaak perfect correct, hij kan écht wel zonder blozen naast die andere absolute toppers gaan staan. Waarmee de these nog eens ontkracht is – zie ook vorige post – dat je voor die absolute top per definitie naar oude legendarische bottelingen zou moeten grijpen. 94/100

Benriach 35y 1975, Asta Morris

De voorlaatste feest-dram was een cultwhisky, de laatste is een cultwhisky in wording, neem dat van mij aan. We besluiten het ‘1000’ feest met een nagelnieuwe Benriach 1975 voor het bijna even nieuwe Asta Morris label. Ik proefde deze whisky reeds meerdere malen: afzonderlijk, naast een ook erg lekkere 1978 voor Asta Morris, naast andere Benriachs 1975, naast de legendarische 1976 (cask 3557) voor La Maison du Whisky, gisteren in een moord-line-up op de Weedram Masters – waarover later meer… en telkenmale doorstond hij de test. Met brio. Vanaf heden te koop bij menig whiskyhandel voor een 250 euro.

 

Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bts.
De neus start op een sublieme fruitigheid, zowel tuinfruit – ik denk hier aan appels en kruisbessen – als tropisch fruit: passievrucht, mango en ananas, en ook roze pompelmoes, met een beetje kristalsuiker. Succulent! Hij gaat verder op honing, heide, rozenbottel, hooi en eik. Zachte eik die het al schitterende geheel nog extra karakter, extra punch geeft. Proeven. De whisky blijft niet braaf op de tong liggen, maar verkent meteen alle hoeken van de mond. Hij is krachtig, romig en meteen full-blown tropisch. Meloen vooral, papaya en ook wat passievrucht. De roze pompelmoes hebben we opnieuw. Net als de zachte eik van de neus, kandij en een subtiele kruidigheid. Big! Lange, heerlijke afdronk waar het tropisch fruit van geen wijken wil weten. Indrukwekkend. Echt indrukwekkend. 95/100
 
Petje af Bert!

Eindigen in schoonheid

Laat ons het rijtje feestwhisky’s in schoonheid afsluiten met twee sublieme pareltjes van whisky’s. Twee compleet verschillende profielen, in een ander decennium gebotteld, maar beide niet meer of niet minder dan onversneden godendranken. Eén van de twee is de Ardbeg Ardbeggeddon, een cult-Ardbeg als geen ander. Deze whisky werd in 2001 door Douglas Laing gebotteld onder hun Old Malt Cask label en dit voor het whiskygenootschap PLOWED, ofte People Lucid Only While Enjoying Dalwhinnie (de originele afleiding, maar daar zijn ondertussen al meerdere varianten op gefabriceerd).

 

Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED, 227 bottles
Halleluja, dit is zalig! Big! Enorm intense neus op romige turf, gerookte vis en andere zilte aroma’s. Asfalt ook, net als een beetje teer. Houtskool. Zoete appels. Vanille. Gerookt spek. Nat hooi. Wat farmy, indeed. Wat een complexiteit en zo geconcentreerd, genieten in overdrive. Op de tong is hij dik en romig. De associaties die me het eerste te binnen springen zijn turf, smeuïge turf that is, honing, kandij, citrus, zilt, wat eik, kruiden… lichte sherrytonen. En wat een prachtige bitterheid! En dan hebben de afdronk nog niet gehad… gigantisch. Man man, wat een dijk van een whisky! 95/100

Glen Grant 34y 1972, Single Malts of Scotland

De op twee na laatste whisky in het feestrijtje is een Glen Grant 1972 gebotteld door Speciality Drinks Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter onder andere The Whisky Exchange.

 

Glen Grant 34y 1972, 54.9%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, sherry butt #2380, 447 bottles
Sherry voor sherryliefhebbers. Zowel op de neus als op de smaak stevige maar ook complexe sherry. Dat vertaalt zich in de geur van rode vruchten (zoete kersen, duidelijk), noten, romige karamel, eik, pruimencompot en drop. Dat alles met een lichte rokerigheid op de achtergrond. Erg dik en ‘rijk’, rijk aan geuren. Ook de smaak is dat. Hier denk ik aan hetzelfde rode fruit maar ook gedroogd fruit (abrikozen, rozijnen, pruimen), kruiden, eik, kandij, pompelmoes (mooie bitterheid) en opnieuw drop. Zoute drop. Tabak ook nog. Lange, verwarmende, bitterzoete afdronk. Erg mooie, complexe Glen Grant met – wat me hier vooral aanstond – veel rood fruit. 91/100

Caol Ila 15y, bronze metallic jug, mid 1980’s

Laat ons na het Malts of Scotland geweld terugkeren naar mijn rijtje feestwhisky’s. Vandaag een sample van Max Rigi, notoir Italiaans whiskyliefhebber en verzamelaar. De whisky komt uit een leuk kruikje.

 

Caol Ila 15y, 43%, OB Bulloch Lade & Co bottled mid 1980’s, 75cl, bronze metallic jug
Pfiew, weer zo’n zalige neus. Deze vermengt Islay elementen met heerlijke, zachte sherrytonen. Smeuïge turf, zeewier, zilt (beetje maar), zoethout, tijm, dille, sinaas, abrikoos, okkernoten, amandelnoten, antiekshop, balsamicocrème… Ik denk eerder aan Fino dan aan Oloroso. Geweldig aangenaam om ruiken in ieder geval. Al even zacht in de mond, de start is vrij licht maar hij wordt steviger in het midden en op het eind. Qua associaties denk ik aan wit fruit, noten, koffie, rabarbertaart, rum, kruiden, zilt en turfrook. Lange afdronk die me opnieuw wat aan rum doet denken. Licht geturfde en wat zilte rum dan wel. Complexe en erg geconcentreerde oude Caol Ila. Zou het aan het metalen kruikje liggen? Bij keramieken kruikjes is het immers vaak het tegendeel (risico op platte, vlakke whisky). 93/100

Intermezzo: Caperdonich 1972, Malts of Scotland #1144

Na de lichtjes geniale Glen Keith proef ik een tweede Malts of Scotland die veelbelovend op m’n bureau stond te blinken, een Caperdonich 1972. Malts of Scotland brengt heden twee 1972’ers uit, ééntje op 52.4% en éénje op 57.4%. Caperdonich en 1972 zijn ‘a match made in heaven’. Maar beter doen dan de Glen Keith, dat is schier onmogelijk.

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 57.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1144, 98 bottles
Hu… onmogelijk? Djeezes, die is gewoon nog beter! De neus start even aromatisch als de Glen Keith maar deze gaat dieper, de sherry zorgt voor een extra laag, de complexiteit wordt naar ongekende hoogtes gekatapulteerd. Steady on Johan… Gho, waar beginnen? Met het fruit: perzik, abrikozen, kweepeer, gedroogde pruimen, vijgen. Dan de kruiden: kamille, linde, munt. Vervolgens het zoets: honing, fudge. Fruit, kruiden, zoets, dat had de Glen Keith ook. Maar hier gaat deze verder. Hij is ook erg waxy. Ik denk aan boenwas, oude meubels, geboend leder. Een beetje rook, van het hout neem ik aan. De sherry die nog voor die extra dimensie zorgt. Fenomenaal goede neus. Proeven nu. De whisky explodeert in de mond, mondvullend is een understatement hier, maar toch is hij zeer goed drinkbaar zonder water, alle sensaties barsten meteen open op je tong. En die sensaties zijn: fruit (gekookt fruit, abrikoos, pruimencompot), kruiden (nootmuskaat, kaneel, peper, zoethout), kandij, honing, eik, leder, bijenwas, pollen, noten,… Let op de puntjes. Complex is het woord. Het geheel is licht drogend, toch ook een beetje water proberen. De eik wordt met water wat naar de achtergrond verbannen, het fruit komt nog meer naar voor en de ‘spicy’ kruiden worden vervangen de ‘herbal’ variant. Lange, erg lange bitterzoete, licht drogende afdronk op honing, fruit en zoethout. Op de neus vind ik deze zelfs nog wat beter dan de botteling van The Whisky Agency, op de smaak wint deze laatse nipt het pleit. Zelfde topscore. 93/100

Ook deze kost een 190 euro, maar ook hier lijkt me haast geboden indien je nog een fles op de kop wil tikken.

Intermezzo: Glen Keith 1970, Malts of Scotland #6042

Vandaag en morgen maak ik graag tijd voor een zijsprongetje in het rijtje, nl. voor twee van de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Omdat ik toch in de sfeer van toppers wil blijven, is mijn keuze uit de nieuwe bottelingen nogal gericht, ik licht er immers een Glen Keith 1970 en een Caperdonich 1972 uit.

 

Glen Keith 40y 1970/2011, 47.9%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6042, 163 bottles
Ruiken: yeeha! Proeven: yeeha! Jawadde, dit is goed! En zo absoluut mijn ding… Enorm fruitige neus. Sappig, rijp fruit, onmogelijk om alle associaties te vangen. Zowel wit Europees fruit (ik denk aan perzik, peer en gele appels) als de meer tropische variant (lychee, ananas, mango), en telkens de meest sappige varianten. Het-sap-druipend-van-je-kin variant. Met je neus boven een kom superieure fruitsla. Vervolgens met je neus boven een aantal kruidenthees. Ijzerkruid, zoethout, linde… Wat honing in die thees. Nog iets anders zoets. Nougat? Vanillepudding. Gewoon fantastisch die neus. Ook op de tong roept het fruit het hardst om de aandacht, met de tropische variant die pas naar het einde de kop opsteekt. Veel ananas. Wat eik en pompelmoes geven het geheel een perfecte bitterheid. Net als een lichte kruidigheid. Kaneel. Op een warme appeltaart. Een klein beetje gember ook. De gekonfijte versie. Fruit, zoet en bitter perfect gebalanceerd. Lange, fruitige finish met diezelfde zalige bitterheid. Nu echt wel op pompelmoes, en het tropisch fruit dat zich niet weg laat drukken. Sublieme whisky. 93/100

190 euro kost deze veertigjarige whisky, maar als je een fles wil aanschaffen, zou ik daar niet al te lang mee wachten.

Glenugie 1966, Signatory dumpy

Volgende in het rijtje feestwhisky’s is een Glenugie 1966 van Signatory, een dumpy botteling van 1996. Ik weet niet meer waar ik dit sampletje vandaan heb, maar wat maakt het uit.

 

Glenugie 30y 1966/1996, 58%, Signatory, cask 848, 180 bottles
Fruity! Erg fruitige neus (ik proef de laatste tijd precies niet veel anders dan fruitbommen, watch this space – niet dat ik dat erg vind), heel aromatisch. Appels vooral. Ook wat papaja en ananas. Lichte florale toetsen erdoorheen, net als wat kruiden, wat eik en de geur van aarde. Een heel lichte rokerigheid. En een even lichte farmyness annex waxyness. Subtiel en complex. Perfect drinkbaar op 58%, straf! Ook hier zijn subtiel en complex de kernwoorden. Opnieuw heel veel fruit. De nadruk ligt op perzik hier, maar in het midden en het einde meer tropisch fruit. Honing ook, net als kruiden. Kruidnagel, beetje peper. Eik, maar nooit té. Kandij, dat samen met de honing voor de zoete toetsen zorgt. Met water komt er een heerlijke waxyness bovendrijven. Een hint van turf. Lange, filmende en pittige afdronk met het fruit, de kruiden en de eik die elkaar mooi in evenwicht houden. Prachtig! 92/100

Bowmore 18y 1971, Sestante

De volgende ‘feest’ sample is een Bowmore 1971 van Sestante. Er is heel wat Bowmore 1971 gebotteld voor Sestante (meestal door Gordon & MacPhail), van midden tot eind jaren tachtig. Sommige op drinksterkte, andere op vatsterkte. Ik proef vandaag één van de vele 18-jarigen, deze op 57.3%.

 

Bowmore 18y 1971, 57.3%, G&M for Sestante
Ja ja, tropisch fruit op een bedje zachte turf… I like. Passievrucht, mango, banaan. Wat hout en de bijhorende kruiden erdoorheen. Jodium ook en zilt, het coastal karakter van Bowmore dus. Voor z’n alcoholpercentage vlot drinkbaar, niet geweldig complex maar wel geweldig lekker. De zachte zoete turf, het fruit (minder dan op de neus), de kruiden, het zilt, het zilt, ik heb het ook hier. Fruitige en zoete afdronk met de zachte turf die lang blijft hangen. Een beauty! 92/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Berry Bros & Rudd Pure Single Malt 1961

Derde in de rij feestwhisky’s is net als de Glen Cawdor een blindganger, ik bedoel dat het label geen distilleerderij vermeldt. Wat dat label wel vermeldt, is ‘Berry Bros & Rudd’, ‘Pure Single Malt’ en de jaartallen 1961 en 1974 voor respectievelijk distilleer- en botteljaar. Iemand hier een idee wat het kan zijn?

 

Berry Bros. & Rudd ‘Pure Single Malt’ 1961, 43%, Berry Bros 1974, Italian Import, 75 cl
De neus start zoet-kruidig. Karamel, misschien verbrande karamel, crème brûlée, nootmuskaat, peterselie, kervel. Groentebouillon. Daartussen ook heel wat ‘bos’: varens, mos, aarde. Lichte metalige tonen, toch wat old bottle effect met andere woorden. Oud leder, oude boeken met een dun laagje stof op. Dan een beetje balsamico en evenzeer een beetje zoete turf op de achtergrond. Dit is een erg subtiele maar prachtige oude sherryneus. Op de tong is hij zacht en romig, vegetaal en kruidig. Hier mocht hij me wel iets krachtiger. Associaties van vanille-fudge, bosbessen, koude thee, pruimen, de peterselie opnieuw en de metalige toetsen. Een klein beetje eik. Niet slecht, maar het niveau van de neus haalt hij bijlange niet meer. Middellange, bitterzoete afdronk met een klein beetje turf dat om de hoek komt kijken. Merkelijk beter op de neus dan op de smaak, daar mist hij ‘ballen’. Een – weliswaar lichte – teleurstelling toch, ik had immers gehoopt met mijn rijtje constant boven de negentig te kunnen blijven. Nu ja, laat me dit maar spoedig compenseren. 88/100