Spring naar inhoud

Bladnoch 1990, Single Cask Collection

Single Cask Collection is anders dan de naam doet vermoeden geen nieuw label van een bestaande bottelaar maar een nieuwe bottelaar an sich, een Oostenrijkse bottelaar meer bepaald. De mensen achter SCC organiseren ook het Scottish Single Malt Spring festival in Linz.

 

Bladnoch 21y 1990/2011, 51.9%, Single Cask Collection, bourbon cask #134, 288 bottles
Delicate en cleane neus op zoete ontbijtgranen (honey pops), kruisbessen, limoen en vers gemaaid gras. Rietsuiker. De neus doet me wat aan Caipirinha denken (brengt me terug naar m’n verlof in Catalonië). Nat hooi ook na enige tijd. Lekkere neus, absoluut. Stevig en romig mondgevoel. Minstens even grassig als de neus, met ook hier citrus (eerder witte pompelmoes) en een zoete toets. Wat eik en kruiden (peper). Groene thee. Noten. Een onderliggende en aangename bitterheid. De best lange afdronk ligt perfect in het verlengde van de smaak, bitterzoet. Mooie vatselectie met voor nog geen zestig euro een erg sterke prijs/kwaliteitsverhouding. 86/100

Lochside 1981/2011, Berry Bros & Rudd

Nog een Lochside 1981? Waarom niet. Veel liever dat dan nog eens een Laphroaig 1998 bijvoorbeeld. Vandaag ééntje uit de stal van de excellente Londonse bottelaar Berry Bros & Rudd. Leestip: Bert Bruyneel’s interview met Doug McIvor van Berry Bors in de laatste Whisky Passion.

 

Lochside 1981/2011, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 808
Het label vermeldt geen vattype, maar de neus maakt snel duidelijk dat deze whisky op sherryvat rijpte (oké, de kleur deed ook al iets in die richting vermoeden). Een perfecte combinatie van de typische Lochside fruitigheid met sherrytonen. Rijpe sinaas, roze pompelmoes, neigend richting tropische fruit, vermengd met geblakerde eik, geroosterde noten en rook van het hout. Gedroogde pruimen en een beetje kruiden. Nootmuskaat, peper. O ja, de waxyness niet te vergeten. Boenwas enzo. Lovely! Maar de smaak is minstens even goed, misschien zelfs nog beter. Enorm fruitig. Tropical galore! Passievrucht, papaya, maracuja, guave… en de overmijdelijke roze pompelmoes. Rozenbottelthee ook duidelijk, wat eik, gember, bijenwas, misschien wat honing. Licht drogend naar het eind, maar het tropische fruit blijft lang hangen. En daar kunnen we enkel blij mee zijn… Er verschijnt de laatste tijd veel Lochside 1981, maar als je niet goed weet welke te kiezen, is deze absoluut geen slechte keuze, integendeel. 91/100

Caperdonich 1995, A.D. Rattray

Ik heb tot op heden enkel nog maar Caperdonich 1968 of 1972 besproken, je zou haast vergeten dat deze distilleerderij tot 2002 actief was en er dus heel wat meer Caperdonich is dan deze twee vintages.

 

Caperdonich 15y 1995/2011, 60.4%, A.D. Rattray, bourbon cask 95052, 82 bottles
De neus start een beetje bizar op een aantal geroosterde en zelfs verbrande associaties. (Iets te hard) geroosterde noten, aangebakken aardappelen, verbrand hout… geblakerd bourbonvat? Deze associaties laten zich echter vrij snel wegdrukken door heel wat frissere aroma’s. Peer, meloen, aardbei, zelfs wat jodium (zeelucht). Zo zie je maar, je hoeft niet aan de kust te liggen om ‘coastal’ aroma’s in je whisky te krijgen. Een klein beetje rook ook op de achtergrond. Caperdonich heeft in de jaren negentig meermaals geëxperimenteerd met geturfde runs, misschien dat de leidingen niet helemaal uitgekuisd waren voor deze run. 60.4%… op de neus merkte ik dat niet zo, op de smaak daarentegen! Brandt zich een weg naar je maag. Al wel wat fruit, maar dat komt pas goed naar voor met meerdere druppels water. Peer, meloen, vergezeld van honing en noten (marsepein). En ook hier een klein beetje zilt. Op de neus verandert water niet zo veel, dat verbrande blijft licht aanwezig. Middellange afdronk. Moeilijk om te scoren. Los van die licht storende start, is dit best aangename whisky, maar op de smaak heeft hij water nodig. 82/100

Glenfarclas 1968, sherry cask #697 by Luc Timmermans

Luc Timmermans kan het niet laten, zo af en toe selecteert hij een Glenfarclas uit z’n geboortejaar. En wat hij selecteert is meestal… euh, niet slecht. Z’n recentste 1968’er is een whisky gerijpt op Pedro Domecq Manzanilla sherryvat. Dit is een Fino sherry gemaakt van de Palominodruif, welke geteeld wordt nabij de Spaanse kust. Het is een droge en delicate sherry met een licht zilte toets. De naam Manzanilla verwijst naar het Spaans voor kamille, een smaak die in deze sherry terug te vinden zou zijn.

 

Glenfarclas 43y 1968/2011, 47.5%, Family Cask Special Release, selected by Luc Timmermans, Manzanilla sherry cask #697, 133 bts.
Ja, bingo! M’n neus een fractie van een seconde het glas in en meteen een smile op m’n gezicht. Alles wat je kan verwachten van perfect gerijpte whisky op sherryvat, maar met een stevige nadruk op fruit. En dat fruit laat zich niet vangen in één of twee associaties, o nee. Ik verwachtte vooral gedroogd fruit, wat er zeker in zit (denk vijg en abrikoos), maar dat is maar een fractie, ik heb ook druivensap (blauwe druiven), bitterzoete appelsien, meloen (cavaillon), rijpe ananas, papaya. Behoorlijk tropisch inderdaad. En dan, wat buiten dit fruit? Wel, allereerst gebak (tarte tatin en abrikozentaart), vervolgens antiekwinkel-toestanden à la oud leder, antiekwas, oude boeken, tabak, sigarendoos. Een heerlijke lichte rokerigheid. Een kampvuur waar je dennennaalden en denappels op gooit. Zoethout en zoute drop. Complex, elegant en stijlvol. En dan hebben we nog niet geproefd. Het mondgevoel is zacht en romig, en toch stevig. Meer zilt dan op de neus, en ook meer kruiden, maar het fruit blijft prominent aanwezig. Sinaas, braambessenconfituur en een licht tropische toets. Qua kruiden denk ik aan kruidnagel, peper, wat eucalyptus en gember. Ginger Ale in de verte. Koffie en kandijsuiker. Onderliggende eik en geroosterde noten geven het geheel een aangename bitterheid. De lichte ziltigheid blijft een tijdje hangen. Lange, elegante en gebalanceerde afdronk. Een whisky met klasse. Grote klasse. 93/100

Tullibardine 1988

Tullibardine ligt in het stadje Blackford, waar al sedert 1700 whisky gestookt werd. Tullibardine zelf is echter een vrij recente distilleerderij, het werd opgericht in 1949. Sedert 2003 is het eigendom van Whyte & MacKay.

 

Tullibardine 1988, 46%, OB 2010
Deze whisky werd gebotteld ter gelegenheid van de 500ste verjaardag van de kroning van koning James IV. De neus geeft niet veel vrij. Granen, vanille, gras (droog gras, eerder hooi), alcohol, niet veel meer. Vrij clean. Misschien ook wat verbrande karamel. En wie weet een beetje citroen en munt, maar daar moet ik al heel wat moeite voor doen. Ah, de geur van drijfgas! In ieder geval een eerder vlakke, platte geur. De smaak is vrij scherp, zoet en granig. Frosties, brood, vanille, sinaasschil, noten, peper… saai. Of wacht, ik tref toch ook nog een klein beetje turf en hooi aan. Wordt wat droog. Neen, lekker vind ik dit toch niet. Korte, kruidige en wat bittere afdronk. Gelukkig dat James IV dit niet meer hoeft te drinken. 74/100

Macallan 23y 1977, Silver Seal

Vandaag een Macallan van Silver Seal. Silver Seal is een Italiaanse bottelaar, opgericht in 1979, die vooral na 1990, de periode dat Sestante er de brui aan gaf, meer en meer whisky begon te bottelen. Sinds kort is Max Righi (Whisky Antique) de wereldwijde verdeler van Silver Seal. Deze whisky is trouwens ook bij hem te koop.

 

Macallan 23y 1977/2000, 50%, Silver Seal, First Bottling, 240 bts.
Veel aarde-toetsen op de neus. Ik denk aan bosgrond met varens, mos, paddestoelen enzomeer. Daardoorheen rook van het hout en kruiden. Kaneel, kruidnagel, tijm. Noten ook en fruit. Banaan? Rode appels zeker wel. En orangettes. En iets licht waxy. Lekkere neus, absoluut. Op de smaak mooie eik die nooit te droog wordt, kruiden (zoethout), sinaas, pruimencompot, karamel en de wood-smoke die ik ook al op de neus had. Romig, zijdezacht mondgevoel. Lange afdronk op kruiden, eik en fruit. Hier wel wat drogend. Knappe balans, lekkere whisky. 87/100

Clynelish 1972 for Helmsdale Bar Tokyo

Laat ons nog eens zot doen. Goed zot. En dit met een legendarische Clynelish, een 1972 voor Helmsdale Bar Tokyo. De Malt Maniacs Monitor vermeldt twee 1972’ers voor deze bar, beide gebotteld in 2000: deze op 57.75% (foutief als 57.79%) en ééntje op 44.37%. Volgens mij gaat dat om één en dezelfde botteling, zie – wat wazige – foto. Deze whisky heeft een alcoholpercentage (‘proof of strength’) van 57.75% en een ‘angel’s share’ van 44.37%. Die jongens van de Helmsdale Bar hadden zich deze whisky ongetwijfeld al stevig laten welgevallen toen ze zich aan het label zetten, maar volgens mij ligt daar de verwarring. Soit, belangrijkste is dat ik nogmaals Dominiek dien te bedanken. Dus: bedankt Dominiek!

 

Clynelish 27y 1972/2000, 57.75%, Helmsdale Bar Tokyo, cask 14281, 173 bottles
Jééhaa! Man, dit is goed! Über fruity, kruidig, stroperig, waxy, laag na laag geeft deze neus zich bloot, ongelooflijk complex. Het stroperig vertaalt zich in romige karamel, (kandij)siroop en gekarameliseerde appels. Het fruit in gebakken appels dus, perzik, mango, rijpe ananas, papaya… De kruiden in kaneel, peper en nootmuskaat. De waxyness in antiekwas, oude geboende meubelen en oude boeken. Dan zou je toch wel denken dat het daar ophoudt. Wrong bet! Hij gaat verder op wat zilt, lichte turfrook en Lapsang Souchong thee. Zelfs een lichte farmy toets… ja wadde, een betere neus dan dit heb ik nog niet vaak geroken. Indrukwekkend. Echt wel tijd om te proeven nu, alhoewel ik hier gerust een ganse avond aan kan ruiken. Mondvullend en toch elegant en subtiel… ja ja, dit is Clynelish. En niet zomaar Clynelish. Het fruit, de kruiden, het stroperige, het licht ziltige, het licht rokerige: wat de neus beloofde geeft de smaak even schitterend weer. Smeuïge chocolade en praliné ook. Een beetje eik ja, maar houdt zich koest op de achtergrond. Ik heb al best wat Clynelish geproefd, maar dit is zonder twijfel één van de beste. A ja, de afdronk nog: heel lang en euh, lekker. En al even complex als de rest, dat blijft ook op het einde maar evolueren. Indrukwekkend, of had ik dat al gezegd? 95/100

Macallan 1995, A.D. Rattray

A.D. Rattray, de Schotse bottelaar die in 1868 opgericht werd door de heren Andrew Dewar en William Rattray, brengt heden weer enkele nieuwe bottelingen op de markt. Vandaag proef ik een Macallan 1995, gedurende de komende weken volgt de rest, waaronder een distilleerderij die hier nog nooit aan bod gekomen is.

 

Macallan 15y 1995/2011, 46%, A.D. Rattray, bourbon cask #11251, 334 bottles
Frisse, prikkelende neus. Veel Europees fruit à la appels, peren en witte perziken. Bloesems, een beetje gedroogd gras, honing en Ginger Ale. Een hint van witbier. Erg fris dus allemaal. Ook aangenaam om drinken. Clean, zoet en fruitig. De appel, de peer, de perzik, de honing. Hier zorgen kruiden voor wat extra complexiteit. Vanille heb ik nog, net als wat eik. Fijne eik. Easy drinking. De afdronk is eerder kort maar lekker. Kruiden en fruit voeren hier de toon aan. Dit is een veel beter alternatief voor zowat gans de officiële Fine Oak reeks. En als het in augustus nu ook nog wat zou willen zomeren, een ideale zomer/terrasdram. 84/100

Een Brora, weer veel te lang geleden

Brora 1978 is erg zeldzaam, bij mijn weten zijn er enkel drie 1978’ers gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society, SMWS voor de vrienden. Eén van deze drie kreeg de naam ‘Marmalade on burned toast’ mee, ik veronderstel dat ik dat dan ook ga proeven.

 

Brora 25y 1978/2004, 57%, SMWS 61.20 ‘Marmalade on burned toast’
Cleane, waxy en mineralige neus: natte stenen, kaarsvet, schoensmeer. Wat floraal ook: gedroogde bloemen en hooi. Appelmoes met kaneel. Gestoofd fruit (de ‘marmalade’), hoe langer hoe meer. Olie. Lichte turfrook. Fris en erg aromatisch. Stevig en olieachtig in de mond, op bijenwas, honing, kruiden (zoethout, peper, gember), gekonfijt én gestoofd fruit, confituren inderdaad. En nu je het zegt, iets geroosterd, toast indeed. En niet te vergeten, onderliggende turf. Smullen! Water geprobeerd, maar dat brengt weinig bij, is trouwens al lekker genoeg zo. Lange afdronk, op zachte, romige turf en wat kruiden (hint van mosterd zelfs). Lovely! En zeker op de smaak heeft deze whisky z’n naam niet gestolen. 92/100

Littlemill 21y 1989, The Whisky Agency

Littlemill 1989, 1990 en 1991 blijkt vaak verrassend – alhoewel hoe langer hoe minder verrassend natuurlijk – lekker te zijn. Ik kijk dan ook uit naar deze 1989’er van The Whisky Agency, te meer omdat deze op sherryvat rijpte. Binnenkort volgt nog een 1990 van First Cask. En wat zetten we ernaast? De Littlemill 1990 voor Fulldram? You bet!

 

Littlemill 21 yo 1989/2011, 51,3%, The Whisky Agency, refill sherry hogshead, 239 bottles
Smeuïge zoete en fruitige neus. Perzik en abrikoos vooral, warme abrikozentaart. Appelmoes ook (met kaneel), cake met appeltjes, rijpe kruisbessen, sinaasconfituur, pruimencompot… dat soort zaken. De waxyness die ik ook in andere bottelingen had, heb ik ook hier. Bijenwas, zelfs iets licht farmy. Nat hooi en dito hond. Wat eik. En een erg aangename mineraliteit erbovenop. De zomerse regenbui. Stevig, fris en olieachtig in de mond. Veel fruit met hier meer kruiden dan op de neus. Qua fruitigheid enerzijds de gedroogde variant (abrikoos vooral, maar ook pruimen) en anderzijds de tropische (meloen, roze pompelmoes en mandarijn). Eik. Karamel. Qua kruiden denk ik aan peper en kruidnagel. Lange afdronk, vooral zoet en kruidig, het fruit geeft er vrij snel de brui aan. Bon, het niveau van ons aller Fulldram botteling haalt hij niet, die gaat nog dieper en evolueert meer, maar dit is wel erg lekkere whisky. 89/100

En nog een Clynelish 1965

Een dikke twee weken geleden proefde ik de Clynelish 24y 1965 die Cadenhead bottelde en Sestante importeerde, vandaag proef ik de zusterbotteling. Ook een 1965, ook 24 jaar oud, ook een botteling van Cadenhead, ook voor de Italiaanse markt, maar dit keer voor Mainardi.

 

Clynelish 24y 1965/1989, 46%, Cadenhead’s for Mainardi, 75 cl
Schitterende zachte en fruitige neus met subtiele sherrytonen. Ik ruik peer, sinaas, pompelmoes, banaan (gebakken banaan that is), karamel, koffie verkeerd, leder (oud leder natuurlijk), noten. Iets coastal ook (beetje zilt en zeewier) en niet te vergeten een zalig toefje turf om het plaatje helemaal af te maken. Zalig om ruiken. De smaak wijkt hier (gelukkig) weinig van af. De subtiele sherry, het smeuïge fruit, de lichte turf, de romige karamel, het beetje zilt, het zit er allemaal in. Ah, ook een heerlijke kruidigheid doemt op. Dit is lekkere whisky man! Lange, zalige afdronk, perfect in lijn met de smaak. Misschien niet helemaal het niveau van de Sestante versie op 49.4%, maar dat was ook schier onmogelijk. 93/100

St. Magdalene 23y 1982, Old Malt Cask

Alhoewel ik oude St. Magdalene enorm kan appreciëren, bevalt de whisky uit hun nadagen mij heel wat minder. St. Magdalene sloot z’n deuren, net zoals heel wat andere distilleerderijen van Diageo, in 1983.

 

St. Magdalene 23y 1982/2006, 50%, DL Old Malt Cask, cask 2918, 331 bts.
Cleane, granige en licht zoete neus. Ontbijtgranen, vers gebakken brood. Vanille. Vrij grassig ook (hooi). Iets licht zurigs… rottend hooi? Wat rubber misschien ook. Daarnaast heb ik de geur van boter, noten en wat vegetale toetsen. Net als kaarsvet. Een klein beetje turf vervolledigt het geheel. Al bij al een weinig boeiende neus. In de mond is dit een olieachtige whisky, redelijk dik. De start is ook hier zoet en granig en wordt net zoals op de neus gevolgd door grassige tonen. Wat bijenwas, citrus en ook hier een beetje turf. Wat ik niet zo op de neus had, zijn kruiden. Munt, peper. Best lange afdronk, zoetzuur (neigt richting farmy tonen). Een whisky die weinig met me doet. 78/100

Laphroaig 12y 1996, Milroy’s

Laphroaig heeft lange tijd een bijzondere relatie gehad met Lagavulin. Zo werd de distilleerderij opgericht door de zoon van de stichter van Lagavulin, Donald Johnston en werd het een tijd gerund door de manager van Lagavulin, Walter Graham, toen Donald’s zoon op elfjarige leeftijd de distilleerderij erfde van zijn vader. Graham beheerde dus een tijdje twee distilleerderijen. Daarna verslechterde gedurende een bepaalde tijd de relatie tussen beide, resulterend in meerdere gerechtelijke procedures.

 
Laphroaig 12y 1996/2009, 46%, Milroy’s, bourbon hogshead #7289, 337 bottles
De neus neemt een cleane, mineralige en grassige start. Natte stenen, hooi en stro. Daarna zet de rook zich door en vervolgens komen vegetale en kruidige toetsen (zoethout o.a.) en wat vanille bij. Op de smaak rook, meer dan op de neus, dat grassige opnieuw, alsook de mineralen. Mist hier wel wat complexiteit. Geen al te lange afdronk, clean en rokerig. Niet slecht maar misschien een beetje simpel. 83/100

Caol Ila 20y 1988, Wilson & Morgan

Caol Ila werd in 1846 gebouwd door Hector Henderson, op dat ogenblik de eigenaar van Littlemill. In 1863 verkocht Henderson Caol Ila aan Bulloch Lade, wiens naam nog op heel wat oudere bottelingen prijkt (Bulloch Lade & Co).

 

Caol Ila 20y 1988/2008, 46%, W&M Barrel Selection, casks 4224 & 4225
De neus is zoet (vanille), fruitig (appel, peer, witte perzik) en licht floraal. Onderliggend zachte turf en even zachte sherry-aroma’s (koffie, tabak). Zacht en olieachtig op de tong. Romige chocolade, praliné… mellow. Best wat eik. Witte pompelmoes, wat kruiden. Licht (maar aangenaam) bitter. Mooi evenwicht tussen de eik en de fruitige turf. Wat zilt hier ook. Lange, bitterzoete afdronk. Niets mis mee, integendeel, I like this. 87/100

Longmorn 1976, Thosop

Ha, een nieuwe Thosop Handwritten label! Altijd iets om naar uit te kijken. Thosop is het geesteskind van Luc Timmermans, die de bottelingen onder het handwritten label nog steeds zelf selecteert, maar sedert kort doet hij dat samen met Dominiek Bouckaert (The Whiskyman), die de whisky’s ook verdeelt. Hun recentste selectie is dus deze Longmorn 1976 op 134 flessen. 134 flessen die wel eens snel uitverkocht kunnen zijn.

 

Longmorn 35y 1976/2011, 53%, Thosop, Handwritten label, bourbon barrel, 134 bottles
O ja, even ruiken maakt duidelijk dat dit absoluut geen slechte vatselectie is… integendeel, zalig zoet en fruitig. Rijpe kruisbessen, peren, perzik, meloen, biscuit, meringue. Ik proefde deze een eerste maal naast een Longmorn 1975. Een erg lekkere 1975, ook erg fruitig en zoet, maar daar bleef het grotendeels bij. Deze gaat een stuk verder, hier komen nog wat extra lagen bij. Vooral de eik zorgt voor extra diepte en complexiteit, net als kruiden (gember, veel, maar ook nootmuskaat en kaneel), oude en stoffige meubels, romige melkchocolade, wat vanille en leder. Erg complex. Ook de smaak is dat. Net als op de neus is het het fruit dat eerst opvalt. Ik denk aan perzik, meloen en sinaas. Gebakken appels ook. Met bruine suiker. Tarte Tatin. Dan komt de eik erbij, die zorgt voor diepte maar gaat nooit overheersen. Kruiden vergezellen de eik, gevolgd door leder en iets licht waxy. Heerlijk! Rond en olieachtig mondgevoel. Lange, volle afdronk, fruitig en kruidig. Een top-Longmorn, een van de beste die ik al dronk. 92/100

Macallan 30y 1980, Prenzlow Portfolio Collection

De Macallan 1980 die ik nu bespreek, werd gebotteld door Jack Wieber in z’n Prenzlow Portfolio Collection. Alfred Prenzlow is kunstenaar en gekend om z’n tekeningen en schilderijen van het distilleerproces en distilleerderijen. De whisky’s onder dit label krijgen dan ook een passend label mee, en worden op een uitzondering na alle gebotteld op 120 flessen. Hier vind je meer info terug over de collectie.

 

Macallan 30y 1980/2010, 49.6%, Jack Wiebers Whisky World, Prenzlow Portfolio Collection, cask 16447, 120 bottles
Bitterzoete sherryneus op de schil van sinaas, donkere chocolade (orangettes, inderdaad), praliné, butterscotch, kandijsuiker, geroosterde noten, rozijnen, pruimencompot, eik en een klein beetje rook van het hout. Een lichte waxyness. Aangenaam, en meer dan dat. Best stevig op de tong. Romig ook, op kandijsiroop, zoete appels, sinaas, rozijnen, cake en kruiden. Qua kruiden denk ik aan nootmuskaat en kruidnagel. Licht drogend. En ook hier een toefje rook. Lange, bitterzoete afdronk op kruiden, gekonfijt fruit en wat eik. Erg lekkere Macallan, vooral de neus is dat. 87/100

Port Ellen 23y 1983, Douglas Laing Provenance

Port Ellen, we kunnen er maar niet genoeg van krijgen… Vandaag een 1983 die Douglas Laing onder z’n Provenance label bottelde. Provenance is zowat het instaplabel van DL met toegankelijke whisky’s op drinksterkte.

 

Port Ellen 23y 1983/2007, 46%, DL Provenance, cask 3402 & 3403
Aangename Port Ellen. Oké, dat is een pleonasme. De neus geeft rokerige, zilte en fruitige aroma’s vermengd met zachte turf. Een beetje vanille ook, zeewier en vers gemaaid gras. Zachte smaak (het alcoholpercentage speelt mee natuurlijk) op zilt, citroen, amandelen, groene appel, peper, vanille, nat hout, rook… nice, maar mist toch wat ballen hier. Het zilt en de zachte turf blijven lang hangen in de zoete afdronk. De balans tussen de turf, de rook, het zoete en de citrus klopt als een bus. Zeker niet de beste Port Ellen die ik al proefde, maar lekker, dat wel. 86/100

Bowmore 8y 2000, A.D. Rattray

Bowmore mout nog steeds zelf een deel van z’n gerst, ongeveer een derde, de rest van de malt komt van Port Ellen maltings. Dit moutproces maakt een bezoek aan Bowmore extra interessant mocht je ooit eens op Islay verzeild raken.

 
Bowmore 8y 2000, 46%, A.D. Rattray for Single & Single, 2009
Op de neus enorm olieachtig. Lijnzaadolie, zelfs wat levertraan (jeugdtrauma). Nieuw rubber (binnenband). Gelukkig blijft het daar niet bij, ook een beetje turf, iets waxy en meer en meer florale toetsen. Gedroogde bloemen. Mineralen en jodium. De lichte off-notes van het begin worden weggedrukt, mooi. Dat florale (de gedroogde bloemen) gaat verder op de smaak, de turf komt meer naar voor, en hier komt er een lekkere kruidigheid bij. Tuinkruiden. Vanille ook. Helemaal niks storends op de smaak. Zacht en romig mondgevoel. Best lange afdronk, op zoete en kruidige turf. Had even tijd nodig, maar werd dan toch een mooie whisky. Bronze medaille op de Malt Maniacs Awards 2009. 84/100

Benriach 10y ‘Curiositas’ revisited

De Curiositas proefde ik reeds in 2008 en vond die toen best aangenaam om drinken, lekker zonder meer. Vandaag keer ik er naar terug met de recentste versie. Kost geen 40 euro.

 

Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB 2010, Peated
Lekkere, ietwat farmy turf op de neus, vergezeld van vanille, wat fruit (ananas, rode bessen en rijpe kruisbessen) en na enige tijd ook vegetale toetsen. Op de smaak lichte assen (niks storends), een beetje rubber en opnieuw het vegetale (hier meer naar het kruidige). En de vanille. Eerder lange afdronk op vanille en turfrook. Wat simpel misschien maar wel lekker, en voor mij een trapje hoger dan de 2008 batch. 84/100

Talisker 10y, een klassieker

Laat me eens één van mijn favoriete standaardwhisky’s bespreken, de Talisker 10. Er zijn hier in het verleden al oudere batchen de revue gepasseerd, vandaag een recente botteling. Ik vind immers dat deze whisky nog niets van z’n pluimen heeft verloren, integendeel, hij wordt er gewoon nog beter op.

 

Talisker 10y, 45.8%, OB 2010
Zoete en licht kruidige turf op de neus. Meer turf dan verwacht en dan in vorige batchen. Iets licht farmy (nat hooi), wat fruit (sinaas, zoete appels) en bijenwas. Perfecte balans en heerlijk om ruiken toch wel. Ook bij het proeven stoot ik op zachte, zoete turf, (rijpe) sinaas, was en kruiden. Lichte zilt. Leder. Een beetje teer. De smaak sluit heel mooi aan bij de geur. Romig mondgevoel. Lange afdronk, complex en rond. Waar voor je geld, en nog niet zo’n klein beetje. 90/100