Spring naar inhoud

Linkwood 21y 1989, A. Dewar Rattray

De volgende in het rijtje nieuwe bottelingen van A. Dewar Rattray is een Linkwood 1989. Te koop voor een kleine 80 euro. Ik denk dat dit m’n derde Linkwood 1989 is, na de 12y van Gordon & MacPhail en de 20y van Malts of Scotland.

 

Linkwood 21y 1989/2011, 55.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #7322, 522 bottles
Erg mooie neus die zoet en kruidig start, om daarna over te gaan in fruitige tonen. De kruiden vinden we in de afdeling van de tuinkruiden, samen met allerlei planten en gras. Bladeren, varens en aarde ook. Wat het zoete betreft, denk ik vooral aan honing, maar ook aan kandijsuiker. Het fruit dat in tweede instantie naar boven komt, is gedroogd fruit (rozijnen en pruimen). Heerlijke bijenwas en geboend leder zorgen voor een smeuïge toets. De honing groeit en het gras neigt op de duur meer naar nat hooi. Ja ja, farmy. Ook de smaak is meer dan gewoon aangenaam. Stevig, maar niks scherps. Vol en rond. Romig en zoet. Zoete appels, rijpe kruisbessen, honing, een beetje nougat en suiker. Melkchocolade ook. Daarna zet er zich een beetje eik door, gevolgd door de bijhorende kruiden. Kaneel, kruidnagel en anijs. Middellange, grassige en zoete finish. Complexe en verrassend lekkere whisky. 88/100

Springbank extravaganza

Vandaag twee top-Springbanks. De eerste, de 25y dumpy golden seal Japan import, had ik bij op het Lindores Whiskyfest, oktober vorig jaar. Om deel te mogen nemen aan het gebeuren moest je immers een ‘deftige’ fles voorleggen. Deftig scheen ie alvast te zijn, het bleek voor velen zelfs één van de toppers van het fest te zijn. Ik proefde hem begin deze maand nog eens naast de volgens velen beste Springbank ooit, de 12y 100 proof 57.1% voor Samaroli, waarvan je hieronder ook notes leest. De 25 proef ik vandaag een derde en wie weet laatste maal, in de vorm van de laatste twee centiliter uit de fles. Op die manier moet Luc de lege fles niet meer naar de glasbak brengen. Puur altruïsme, blij dat u het opmerkt.

 

Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, parchment label, golden seal, dumpy bottle, Japan import, 75cl
Prachtige neus, maar niet evident om te omschrijven. Een eindeloze reeks associaties, perfect gebalanceerd, die zich aandienen in lagen. We nemen een start op hazelnoten, amadelen en rozijnen. Daarna volgen bijenwas, honing en geboend leder. Dan olie en en romige boter. Onderliggend hebben we zeewier, tabak, teer en lichte rook. Een volgende laag wordt gevormd door belegen eik en hars. En dan de finishing touch in de vorm van succulent fruit: banaan, kokos, sinaas, vijgen (gedroogde en verse), papaya, passievrucht… en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een tiental andere geuren. Schitterend. Ho maar, de smaak is minstens even goed! Olieachtig, elegant en subtiel, en al even complex als de neus. Geflambeerde banaan, kokos, kiwi, sinaas, passievrucht, honing, peper, kaneel, bijenwas (big time!), amandelen, melkchocolade, praliné, prachtige eik opnieuw, … sorry, hier stop ik, laat me maar wat verder genieten. Ja, op de smaak vind ik ‘m eigenlijk zelfs nog een ietsje beter dan op de neus. De afdronk is niet super-lang, maar wat maakt het uit als het perfect in lijn met de sublieme smaak is? Grootse whisky! 95/100

 

Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s, 2400 bottles
Naast de 25 viel me op dat de neus van deze Springbank zo mogelijk nog beter is dan deze van de 25. Niet noodzakelijk complexer, maar expressiever. Ja, zeker expressiever. Vandaar de cult status I presume. Veel fruit, honing en bijenwas. Het fruit is zoet, al dan niet gestoofd (confituren, maar ook rozijnen en pruimen, en net zo goed ananas en banaan). Zachte rook, belegen eik, tabak en koffie. En ook hier ongetwijfeld nog veel meer, kon onmogelijk alles opschrijven, laat staan onthouden. Ja, ‘zilt’ staat hier nog. Die neus is simpelweg subliem. De smaak is enorm explosief en ‘invasief’, de whisky explodeert bijna letterlijk in je mond. Ook hier zeer complex, maar ook scherp en zelfs wat ruw. De elementen van in de geur komen terug (het fruit, de bijenwas, de zachte rook, de koffie, het zilt, de tabak), maar worden aangevuld met kruiden en noten. De eik treedt ook meer op de voorgrond en gaat gepaard met een beetje hars. Op dit alcoholpercentage erg drinkbaar, maar dus wat ruw. Zeer lange afdronk in lijn met de smaak. Echt super op de neus, maar voor mij net wat te scherp, te hoekig, te bruut op de smaak. Ik zou qua score niet boven deze van de 25 uitkomen. 95/100 (verificatie vereist, dat spreekt).

 

Indien de neus van de Samaroli gecombineerd werd met de smaak van de 25, deed ik er nog een punt of twee bij.

Glen Moray 36y 1973, The Perfect Dram

Vandaag wat voor mij de winnaar was op de Fulldram Class of ‘89 tasting. Ruben en Marc hebben een verslagje van deze tasting gepubliceerd. Zoals je daar kan lezen was de Highland Park 1986 van The Nectar de winnaar voor de groep, voor mij ging daar nog zeer nipt de Glen Moray 1973 Perfect Dram boven. Dit vat deelde The Whisky Agency met de Three Rivers bar in Tokyo. Waar hij nog te koop is, betaal je er een dikke 150 euro voor.

 

Glen Moray 36y 1973/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), joint bottling with Three Rivers Tokyo, bourbon hogshead, 301 bottles
Mooie, ronde en volle neus op allerlei soorten fruit (ik denk onder andere aan vijgen, pruimen en ananas), honing, boenwas, een klein beetje rook van het hout, kaneel, vanille en volle, sappige eik. De eik is hier echt groots. Op de smaak een gelijkaardig patroon. Fruit (pruimen, rijpe sinaas, en ook roze pompelmoes), kruiden (ik proef vooral nootmuskaat), was, vanille en noten ook, gedragen door de romige eik. Smeuïg, met onderliggend een zalige bitterheid. Lange afdronk in lijn met de smaak: sinaas, kruiden en eik. En dat laatste, de eik, is wat ‘m voor mij de winnaar maakte. Die eik is echt prachtig en geeft het geheel body en karakter, zonder de andere aroma’s zoals het fruit en kruiden naar de achtergrond te verwijzen. Het lijkt me een typisch kenmerk van Glen Moray, zeker uit deze periode, te zijn. 91/100

Highland Park 18y ‘Earl Haakon’

En nu we toch bezig zijn, hierbij mijn bevindingen van de derde in de Saint Magnus trilogie, de 18-jarige ‘Earl Haakon’, genoemd naar de moordenaar van de heilige Magnus. Nogmaals bedankt voor de sample Marc.

 

Highland Park 18y ‘Earl Haakon’, 54.9%, OB 2011, 3.300 bottles
De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Hij start ‘groen’ (planten en tuinkruiden), gevolgd door kandijsuiker en bananen. Doet me wat aan rum denken. Kaneel ook en warme appelsmoes. Daardoorheen ‘herfst’: natte bladeren en mos. Maar een heel weinig turfrook. Stevig op de tong, mondvullend. Hier vallen de kruiden eerst op: gember, nootmuskaat, peper en zoethout . Ook hier rozijnen en bananen, groene bananen (lichte taninnes). Vanillefudge en nougat maken het geheel zoet. Lichte rook. Middellange, bitterzoete afdronk. Niet erg complex, wel lekker. Maar hoeft het gezegd, te duur voor wat het is. 86/100

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’

Met de Magnus Editions trilogie heeft Highland Park eer betoond aan Saint Magnus, de eerste graaf van Orkney, en ook wel een beetje aan z’n stichter Magnus Eunson (1798), genoemd naar deze heilige. Saint Magnus was een Noorman (Orkney was in die tijd Noors grondgebied) die leefde van 1075 tot 1116 of 1117, toen hij door z’n neef en rivaal, Earl Haakon, werd vermoord. Z’n verhaal wordt verteld in twee sages (Magnus’ saga) en een legende (Legenda de sancto Magno).
De drie whisky’s in deze reeks zijn de 15y ‘Earl Magnus’, de 12y ‘Saint Magnus’ en de 18y ‘Earl Haakon’. Ze werden gebotteld in een hand-geblazen bruine fles en kregen een retro-label mee dat gebaseerd werd op een 150 jaar oude fles Highland Park.

De Saint Magnus die ik vandaag proef, is een vatting van whisky gerijpt op sherryvaten, voor het grootste deel van Europese eik. De jongste whisky werd gedistilleerd in 1998.

 

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’, 55%, OB 2010, 11.994 bottles
Krachtige en zoete neus op tonen van honing en hooi (of wat had je gedacht?), karamel, leder, gedroogde vruchten, geroosterd vlees, kaneel en zoethout. En dat alles vermengd met eik en wat rook. Op zich allemaal aangename associaties, maar het geheel is vrij scherp: de karamel doet wat verbrand aan, het leder is nieuw en ruw, de eik en de kruiden zijn best dominant. Dus al bij al niet zó geweldig aangenaam. De smaak is al even krachtig en ja, ook scherp. Bitter. Daar zorgen kruiden, karamel, eik en noten voor. Wat rook ook, en teer. Water helpt wel, het brengt honing, sinaas en bijenwas naar voor. Lange droge afdronk op kruiden en turf. Zonder water zou ie onder de tachtig zijn geëindigd. Niet makkelijk meer te krijgen, maar zo erg is dat nu ook weer niet. 82/100

Strathisla 1963 for Limburg

Strathisla heette bij oprichting in 1786 Milltown distillery. Pas in 1870 werd de naam gewijzigd in Strathisla, om vanaf 1890 dan weer als Milton distillery (verwijzend naar het nabijgelegen Milton Castle) door het leven te gaan. Vanaf 1951 werd het dan opnieuw Strathisla.

Vandaag één van de beste whisky’s die ik vorig jaar kon proeven. Ik proefde deze in Limburg (na de Brora 30y 2004, wat ‘m nog meer tot z’n recht deed komen) en vorig weekend een tweede maal.

 

Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, Gordon & MacPhail for Limburg, Book of Kells label, first fill sherry butt #576
Gewoonweg heerlijke, oude sherryneus met de geur van appel- en perensiroop, rozijnen op rum (op oude rum), gedroogde dadels en vijgen, marsepein, geboend leder, bijenwas, belegen eik en kruiden. Gekonfijte gember, zoethout en peper. Ook wat tuinkruiden zoals peterselie en kervel. Daarna de lichte geur van geroosterd vlees, met een honingsausje. Erg complex, perfect gebalanceerd en vooral zalig om ruiken. En al even zalig om drinken. Enerzijds is ie zoet: marespein, perensiroop, honing. Anderzijds kruidig, zowel spicy als herbal: eucalyptus, munt, peper, gember, zoethout. Maar hij is ook fruitig: rozijnen, gedroogde pruimen, sinaas en bramen. Wat onderliggende eik, maar niet veel. Bijenwas ook en opnieuw de oude rum. Puur genieten. Lange, bitterzoete afdronk op marepein, rozijnen, rijpe sinaas en kruiden. Voor 48 jaar oud te zijn is dit een erg levendige, prikkelende en aromatische whisky. Top. 93/100

Benriach 16y Sauternes finish

Deze Benriach nam ik mee vanop een Fulldram tasting in Leuven, die in het teken stond van wijn-finishes. Er zat wat rommel bij, maar ook enkele die er mee door konden. Deze was voor mij de beste van de line-up. Na 15 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, heeft deze whisky nog een jaar op Chateau D’Yquem vaten gelegen.

 

Benriach 16y Sauternes finish, 46%, OB 2011, 1650 bottles
Zoete neus op granen, honing, rozijnen, marsepein, ananas en meloen. Licht, romig, boterig op de tong en ook hier zoet. Vanille, honing en meloen. Wat eik en kruiden naar het einde toe, en in de middellange, zachte afdronk. Niet complex, wel lekker. Een geslaagd huwelijk in dit geval. 83/100

Benrinnes 26y 1984, Kintra

Benrinnes is een distilleerderij waar ik nog niet veel bottelingen van geproefd heb. Het is dan ook een typische blenderswhisky, alhoewel er af en toe toch ook single malts van verschijnen, meestal onder onafhankelijke labels.
De geschiedenis van Benrinnes gaat terug tot 1826 en naar goede gewoonte is de distilleerderij doorheen de jaren enkele malen van eigenaar veranderd, om uiteindelijk in de handen van het huidige Diageo terchtgekomen.

 

Benrinnes 26y 1984/2011, 58.3%, Kintra Single Cask Collection, refill sherry butt #2272, 120 bottles
Vrij onaangename neus op tonen van natte kranten, al even nat karton, gekookte artisjok en champignons. Klink niet erg aanlokkelijk, geef toe. Toch nog even zoeken naar wat aangenamere tonen… Schoensmeer misschien? Ja, schoensmeer. En ook iets vlezigs. Ham. En zachte karamel. Oké, misschien niet geheel onaangenaam, maar genieten is er toch niet bij. Krachtig en alcoholisch op de tong. Kirsch. Eau de vie van pruimen. Bitter. Tonic. Water brengt misschien beterschap. Met water wordt het grassiger en komt er fruit door, ik denk aan mandarijn. Maar ook hier komt het niet in de buurt van lekker. Middellange, bittere afdronk. Nope, dit is het niet. 71/100

Bunnahabhain 36y 1975, The Nectar of the Daily Drams

Bunnahabhain is één van de weinige distilleerderijen die gedurende het grootste deel van z’n geschiedenis eigendom is gebleven van dezelfde groep, nl. de Highlands Distillers Group. Gebouwd tussen 1881 en 1893, kwam het in 1887 in handen van de groep en bleef dat tot 2003, toen de groep Bunnahabhain verkocht aan Burn Steward Distillers, dat op z’n beurt overgenomen werd door CL Financial.

 

Bunnahabhain 36y 1975/2011, 58%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with LMdW, fino sherry, 258 bts.
Aangename neus, maar wat aan de droge kant. Wat niet abnormaal is natuurlijk, de fino zal z’n werk gedaan hebben. De associaties waar ik aan denk, zijn grassig (hooi), noten, natte bladeren, aarde (natte aarde), een beetje boenwas en dadels. Met water treedt er fruit op de voorgrond. Rode appels en sinaas vallen me dan op. Ook de smaak is droog, maar complexer dan de neus. Okkernoten, natte bladeren, mos en zoethout als start, in lijn met de neus dus. Daarna gevolgd door balsamico en zilt, en door heel wat fruit. Sinaas, bramen, kersen, bosbessen… Lange, droge afdronk met toch voldoende fruit om het lekker te houden. Op de neus vond ik ‘m niet super, misschien wat te weinig aromatisch, op de smaak won hij enkele punten, vooral dankzij de extra complexiteit en de prominentere aanwezigheid van het fruit. 87/100

‘Jag Loan Needed’ wedding dram, Cooley

’Jag Loan Needed’, dat kan bijna niet anders dan een botteling van The Nectar zijn, onder hun vorige anagram label. Maar deze is geen gewone botteling, hij heeft volgens mij ook nooit in de winkels gelegen. Deze whisky werd gebotteld voor het huwelijk van Jan Broekmans. Meer nog, hij werd gedistilleerd op 24 maart 1999, de dag dat hij zijn echtgenote voor het eerst ontmoette, en gebotteld op de dag van hun huwelijk, 11 november 2008.

 

‘Jag Loan Needed’ wedding dram 9y 1999/2008, 59.6%, The Nectar, Cooley Distillery
Mmm, lekkere neus. Prikkelend en levendig. Zoet (vanille, butterscotch en marsepein), granig en fruitig (appels, perziken en peren). Daarna ook een beetje kruidig (kaneel en gember). En dat alles op een tapijtje (om geen ‘bedje’ te gebruiken) van zachte turfrook. Rond en vol mondgevoel waar de zoete turf de eerste viool speelt. Honing en vanille ronden de scherpe kantjes van de turf af. De gember zit ook hier, maar is gekonfijt. Peper en kaneel heb ik ook nog. En daaronder priemen fruitige tonen. Warme appels, banaan (misschien nog wat groen, maar zo heb ik ze het liefst) en ananas in blik. Licht drogend, maar nooit storend, alhoewel water het geheel nog wat zoeter maakt (en zoals even vaak ook de rook meer naar voren brengt). Vrij lange afdronk op kruidige en zoete turf. Knappe vatselectie van de heer Broekmans. 88/100

Glen Elgin 26y 1984, A. Dewar Rattray

Het grootste deel van de productie van Glen Elgin wordt gebruikt in de Whitehorse blend. Af en toe verschijnt er ook een single malt op de markt. Het voorbije jaar lag de nadruk op 1984. Zo bracht ook A. Dewar Rattray een distillaat van dat jaar uit. Te koop voor een 85 euro.

 

Glen Elgin 26y 1984/2011, 48.7%, A. Dewar Rattray, bourbon hogshead #2861, 252 bts.
De geur start op olie en gras. Niet zozeer vers gemaaid maar eerder gedroogd gras, richting hooi. Dat evolueert dan verder naar nat hooi. In de verte zelfs wat mest (voor alle duidelijkheid, dat is een plus). Honing en perzik maakt het wat zoet, noten (amandelen – marsepein), kaneel en zoethout zorgen voor de nodige ondersteuning. Wat hier ook opvalt is lichte rook. Geen turf echter, wel haardvuur. Vol en olieachtig mondgevoel, zoet en erg grassig. Veel honing opnieuw, pompelmoes, amandelen, getemde eik en kruiden. Hier eerder tuinkruiden. Malt (iets van Ovomaltine). Middellange afdronk, aangenaam bitter, met veel granen, citrus en een snuifje peper. Puur, erg rechttoe rechtaan, een whisky zonder streken. 86/100

The Balvenie Tun 1401

The Balvenie Tun is een high-end botteling (reken op een 200 euro) die whisky’s van verschillende leeftijden bevat. Ik proef vandaag de tweede batch, een vatting van zeven bourbon- en drie sherryvaten, die werden samengevoegd in een zogenaamde Marrying Tun, een groot vat dat het nummer 1401 draagt. De distillatiejaren van deze tien whisky’s zijn 1967, 1970, 1971 (2), 1972, 1973, 1974, 1975, 1978 en 1989, gemiddeld best wel oude whisky dus.

 

The Balvenie Tun 14.01 batch #2, 50.6%, OB 2010, 2226 bottles
Wow! Rijke, volle, expressieve neus op romige honing, gekonfijt fruit (denk bolus), cake, kaneel, peperkoek met gekonfijte gember, kruidnagel, Turks fruit, kokos, gedroogde vijgen, praliné, boenwas, en zo kan ik nog even verder gaan. Complex en smeuïg. Hetzelfde geldt voor de smaak, complex en smeuïg, op perensiroop, appel-kaneel, Calvados, rijpe ananas, chocolade, gember, rozijnen op rum, belegen eik, cake… wat munt ook wel. Lange afdronk op kandij, citrus, eik en kruiden. Knappe vatting, resulterend in een rijk, aromatisch en coherent geheel waarbij de bittere en de zoete elementen elkaar perfect in evenwicht houden. Mijn beste Balvenie tot op heden. 91/100

Strathmill 37y 1974, The Nectar of the Daily Drams

Strathmill, één van de vele distilleerderijen opgericht tijdens de whisky-boom eind 19e eeuw, is zo’n typische blenderswhisky die je zelden tegenkomt als single malt. Officieel ken ik enkel een Flora & Fauna botteling en een Manager’s Choice. Deze 1974 was voor mij één van de hoogtepunten op het voorbije Spirits in the Sky festival. Eens kijken of dit in andere omstandigheden nog zo is. Een fles kost ongeveer 150 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.4%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with The Whisky Agency
Oh ja, pure Clynelish-stijl. Erg fruitig en ‘waxy’ that is. Mandarijn, peer en meloen wat het fruitdepartement betreft, bijenwas, boenwas en schoenpoets wat de waxyness betreft. Dat alles vermengd met honing, melkchocolade en zoethout. Heerlijk om ruiken. Zacht en romig op de tong, op tonen van abrikoos, citrus, honing (veel), romige melkchocolade en kruiden. Het zoethout opnieuw, maar ook kaneel, curry en peper. Succulent en smeuïg. Middellange, kruidige afdronk met hints van gekonfijt fruit. Niet de meest complexe whisky, maar wreed lekker! 92/100

Bunnahabhain 24y 1987, Duncan Taylor

Vandaag nog een nieuwe botteling van Duncan Taylor, deze keer een Bunnahabhain 1987. Kost ongeveer 100 euro. Wist je trouwens dat Bunnahabhain Distillery in z’n beginjaren Islay Distillery heette?

 

Bunnahabhain 24y 1987/2011, 55.7%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 1598, 399 bts.
Rijke en aromatische sherryneus met veel gedroogd fruit (abrikozen, vijgen, dadels, pruimen, rozijnen, the whole lot), noten, sinaas en honing. Daarnaast heeft deze neus ook een florale kant. Gedroogde bloemen, hooi en heide. Ook kruiden ontbreken niet: peper en kaneel. Zeer mooi. Stevig en prikkelend mondgevoel, met zowel een zoete en fruitige kant als een droge en kruidige kant. Voor dat laatste zorgen eik, noten, peper en gember, maar dat wordt gecounterd door cake, chocolade, honing, sinaas en rode appels. Naar het einde gaat het droge het zoete wat verdringen. Sterke thee. Middellange, verwarmende en kruidige afdronk. Vooral de neus van deze whisky kon me erg bekoren. 85/100

Glenlossie 18y 1992, A. Dewar Rattray

Glenlossie is in 1876 opgericht door John Duff, de toenmalige eigenaar van Glendronach. Die meneer Duff was best een bezig baasje, zo stichtte hij ook nog Longmorn en ontwierp plannen voor Benriach. Vandaag een 1992 van A. Dewar Rattray, die je je kan aanschaffen voor 65 euro.

 

Glenlossie 18y 1992/2011, 56.1%, A. Dewar Rattray, bourbon cask 3441, 244 bottles
Aangename en frisse neus, grassig en waxy. Bij dat grassige denk ik aan vers gemaaid gras en weidebloemen, bij dat waxy aan kaarsvet. Olijfolie ook en vanille. Pas nadien zet er zich fruit door: mandarijn, appel en limoen. En maakt de vanille plaats voor honing. Levendige, mooi evoluerende neus. Prikkelend op de tong, eerst vrij droog (eik en thee), daarna plaatsmakend voor honing (best veel) en citrusfruit (limoen en citroen, licht zuur). Opnieuw het grassige, hier vergezeld van mineralen. Zoeter met water. Eerder lange en droge afdronk met heel wat citroen. Lekkere, levendige en ‘jonge’ whisky die zeker op de smaak wat water kan gebruiken. 85/100

Geen paniek

Nee hoor, je hebt geen verkeerd adres ingetypt. Het was gewoon tijd, hoog tijd eigenlijk, om het uitzicht van deze blog eens onder handen te nemen. Wat bij deze gebeurd is. Ik ben even zoet geweest met het zoeken naar een look-and-feel die me aanstond. Deze moest clean zijn, helder, zonder al te veel toeters en bellen, en vooral aangenaam om lezen. Ik ga hier en daar nog wel wat aanpassingen doorvoeren, bv. qua lettertype/kleur, navigatie of visuele elementen toevoegen, maar basically zal het dit zijn waar jullie het mee gaan moeten doen. Benieuwd naar jullie reacties.

Macallan 10y Full Proof, Giovinetti & Figli

En nu we toch bezig zijn… De Macallan 10y Full Proof voor de Italiaanse markt (ingevoerd door Giovinetti & Figli) is een whisky die de laatste jaren een stevige cultstatus heeft verworven. Er zijn natuurlijk nog betere Macallans, de éne al onbetaalbaarder dan de andere (uit de jaren dertig, veertig, vijftig of zestig – zie ook zaterdag), maar deze zou wel eens één van de beste prijs/kwaliteit Macallans kunnen zijn. Je kan deze whisky immers nog makkelijk vinden op veilingen, hij staat op zo goed als elke Whisky Auction. Reken op een 200 euro.

 

Macallan 10y Full proof, 57%, OB +/- 1980, Giovinetti Import, 75cl
Heerlijke, volle geur van stevige sherry en medicinale turfrook. Uniek voor een Macallan. Veel gedroogd fruit (vooral rozijnen), wat sinaas, zoethout, zilt, tabak, houtskool, natte bladeren, mos en koffie. Onderliggende kruiden (naast het zoethout ook nootmuskaat en kruidnagel) en sappige eik. Krachtig, rond, complex en perfect in balans. Prachtig gewoon. Ook de smaak is dat. Kruiden (munt, kaneel), zilt, rozijnen, pruimen, kandijsuiker, donkere chocolade (half gesmolten, gedopt in je koffie… ah!) en braambessengelei. Wat Pu-Erh thee ook, en bijenwas. Lichte turf op de achtergrond. Zéér lange afdronk, zoet (kandij, vijgen en rozijnen) en licht maar heerlijk bitter (espresso, zoethout, pompelmoes). En ook hier een beetje turf. Dit is erg jonge Macallan, maar al zo vol, complex en voldragen. Knap. Macallan op z’n best en dit met een unieke medicinale toets, een juweeltje uit een ver verleden. 93/100

Macallan 1951

Laat ons nog eens heel decadent doen. De Macallan die ik vandaag proef (voor alle duidelijkheid, het gaat om een 2 cl sample), kost ongeveer 4.500 euro (voor de fles, niet de sample). Het is een vatting van twee sherryvaten, distillaten van 1951, op 50-jarige leeftijd gebotteld.

 

Macallan 1951, 48.8%, OB 2001, casks 1541 & 1542, 632 bottles
Erg rijke sherryneus met veel eik en veel kruiden. Kruidnagel en kaneel vooral. Zoethout ook. Rozijnen, vijgen en dadels geven het een zoet-fruitige toets. Ah, en de perensiroop ook natuurlijk. Wat nog? Koffie onder andere, en tabak. Grootse neus! Al even rijk en ‘dik’ op de tong. Stroperig opnieuw, kandijsiroop, perensiroop, met ook hier veel eik. Daarna lichte turf, peper, gekonfijt fruit, cake (Christmas cake, inderdaad). Licht verbrande cake. Braambessen. Zelfs licht medicinale elementen. Zeer lange, droge afdronk op turf, kandij en kruiden, en na enige tijd ook nog wat gedroogd fruit. Prachtige oude sherry! 94/100

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Bowmore 12y 1998, A. Dewar Rattray

Vandaag een Bowmore 1998 van Dewar Rattray, te koop aan minder dan 60 euro. We weten al langer dat Bowmore de zepige jaren tachtig achter zich heeft gelaten, we hebben schitterende dingen kunnen proeven uit 1993, 1994 en 1995, maar ook distillaten uit de tweede helft van de jaren negentig blijken dus vaak erg lekker te zijn.

 

Bowmore 12y 1998/2011, 62.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #800167 (part), 271 bottles
Stevig rokerige neus (en dus niet ‘a touch of smoke and peat’ zoals de officiële tasting notes suggereren), vermengd met zee-elementen, mineralen en mooie sherrytonen. Dat vertaalt zich in associaties van turfrook, zilt, jodium, wat rubber, noten, leder, sinaas en natte stenen. Bij die sinaas denk ik vooral aan de schil ervan (zeste). Met water (want niet onlogisch aan dit alcoholpercentage) zelfs wat ‘farmy’ (nat hooi en natte hond). Mooi! Hij is zonder water natuurlijk erg krachtig en prikkelend op de tong, olieachtig ook. Opnieuw rook, maar minder dan op de neus, zilt, citrus (eerder citroen hier) en een groot aandeel sherry. Noten, leder en kruiden (zoethout valt op). Met water zoeter (vanille), meer citroen, en ook nog meer zilt. Lange afdronk, rokerig en zilt. Bowmore uit een sterke periode heb ik zo de indruk. 87/100