Spring naar inhoud

Bowmore 12y 2000, The Whisky Mercenary

Er wordt de laatste tijd serieus wat afgebotteld in België. Lange tijd was The Nectar de enige noemenwaardige naam in het landschap, maar de jongste jaren zijn daar enkele bottelaars bijgekomen. Ik denk in de eerste plaats aan Thosop, Asta Morris en The Whiskyman, maar ook kleinere spelers zoals Lords of the Drams en nu ook The Whisky Mercenary. De mercenary of huurling in kwestie is Jürgen Vromans, al jarenlang een gevestigde naam in de Belgische whiskywereld en tegen het lijf te lopen op zowat elk whiskyfestival of tasting in de regio. Jürgen brengt meteen drie whisky’s op de markt, een Clynelish 1997, een Bunnahabhain 1976 en deze Bowmore 2000. Voorwaar een aanlokkelijk trio. De Bowmore kost je 60 euro.

 

Bowmore 12y 2000/2012, 46%, The Whisky Mercenary, 42 bottles
Ja ja, dit zit snor (met alle sympathie voor Movember), het eerste wat mij opvalt is zoet fruit, eerder nog dan de turfrook en het zilt, twee zaken waar je bij jonge Bowmore moeilijk omheen kunt. De associaties van de zee, met naast het zilt ook zeewier en oesters, en de zachte turfrook, worden mooi in bedwang gehouden door tonen van zoete rode appels, ananas in blik, banaan en zelfs wat lycheesap. Vrij zoet, naast het zoete fruit heb ik ook kandijsuiker, marsepein, vanille en gekonfijte gember (prikkelend zoet). Gezouten boter, leder en onderliggend een subtiele maar absoluut welgekomen mineraleit. Behoorlijk complex voor z’n leeftijd. All good. Zacht en romig op de tong. Iets meer turfrook dan op de neus, zoals wel vaker, maar het is toch weer het fruit dat met de pluimen gaat lopen. Perziken en de ananas en lychee die ik ook al in de neus had. Een stevige hoeveelheid zilt, en ook wat vanille, kandij en kruiden. Hoe langer hoe meer kruiden. Gember en zoethout. Zwarte olijven? Ik denk het. Middellange afdronk, zilt, rokerig en fruitig. Aangezien deze whisky op drinksterkte is gebotteld, doe ik hier geen water bij, iets waar ik ook absoluut geen behoefte aan heb. Op veel vlakken vind ik dit allemaal perfect. Compleet mijn profiel, turfrook als toegevoegde waarde. Prijs/kwaliteit een echter topper. 89/100

Glen Scotia 20y 1992, Thosop

Een nieuwe Thosop handwritten, altijd iets om naar uit te kijken. Deze keer is het een Glen Scotia 1992. Hij kost je 110 euro.

 

Glen Scotia 20y 1992/2012, 48.2%, Thosop Handwritten label by The Whiskyman, refill sherry hogshead, 162 bottles
Mooie sherryneus, zoet en ‘notig’. Studentenhaver, met z’n gedroogd fruit (rozijnen, vijgen) en allerlei noten. Prikkelende munt, eucalyptus en gember. Fris. Hoestbollen. Geboende eik, en een mooie rokerigheid. Geen turfrook, eerder tabaksrook en de geur van sigarendoosjes. Tabaksbladeren. Enorm dat laatste. Erdoorheen wat bosvruchten (bramen, zwarte en rode bessen). Elegante en rijke neus. Ook in de mond is dit een elegante whisky, het droogt nooit uit. Daar zorgt het (weliswaar gedroogde) fruit, de chocolade en de bijenwas voor. Zilt (iets wat ik bij deze niet op de neus had) en munt komen daar bij, net als de onvermijdelijke eik en kruiden. Qua kruiden denk ik aan nootmuskaat, kaneel, peper en (veel) zoethout. Sterke kruidenthees. En ook hier bosvruchten na enige tijd. Ik vreesde dat ik dit op de smaak té droog zou vinden, maar dat is dus niet het geval. Pas op, dit is redelijk droog, maar nooit té. Nice. Middellange afdronk, mooi droog, op eik, noten, kruiden en zilt. Dit is één van de beste Glen Scotias 1992, van de velen die we de jongste jaren voorgeschoteld kregen. 87/100

Highland Park 1986, MoS Amazing Casks

Hoog tijd om terug wat recentere bottelingen te proeven, de laatste drie weken ben ik niet meer tot proeven gekomen en teerde ik vooral op tasting notes die ik nog had liggen. Ik begin met de jongste Amazing Cask van Malts of Scotland. Niet dat we er daar al veel van hebben gehad, deze Highland Park is nog maar de tweede. Wat het bijzonder karakter van deze bottelingen natuurlijk alleen maar onderstreept. Bedoeling van deze reeks is immers whisky’s te bottelen die uit de band springen, die een uniek en bijzonder karakter hebben, eerder nog dan dat ze uitzonderlijk lekker zouden zijn (wat we natuurlijk niet mogen uitsluiten), een beetje zoals het fameuse White Label van Cadenhead. De selectie gebeurt door Thomas Ewers (de man achter Malts of Scotland) en Luc Timmermans.
Deze HP kost je 160 euro.

 

Highland Park 1986/2012, 54.1%, Malts of Scotland ‘Amazing Casks’, Bourbon Hogshead #MoS12053, 245 bottles
Zeer frisse, aromatische neus. Veel ‘buitenlucht’. Een wandeling door de heide, en nog meer door de weide, met z’n hoge gras en bloemen. Boterbloemen, paardenbloemen. Ochtenddauw. Klei. Kalk. Natte stenen (we wandelen nu langs een bergriviertje). Aspirine. Honing? Mja, maar toch eerder vanille. En fruit zegt u? Reken maar van yes. Rode, sappige appels (Jazz), perziken, veel kruisbessen en een beetje lycheesap. Rook? Ook dat is er wel, maar ver op de achtergrond. Bijenwas, dat zeker wel. Hooi ook. En dennennaalden, samen met een klein beetje hars. Echt wel veel ‘buiten’-associaties. Clean, en vooral complex profiel. Frisse, zoete, florale en fruitige tonen mooi met elkaar verweven. Maar geef ‘m zeker tijd, hij groeit, evolueert prachtig. Eigenlijk veel meer Clynelish dan Highland Park. De smaak doet qua cleanigheid en complexiteit niet onder. Eerst valt het florale karakter op (hooi, gras, bloemen), gevolgd door het zoete (honing, vanille, nougat), dan door het mineralige, het fruit (perziken, peren, ananas en pompelmoes) en de bijenwas. Onderliggend kruiden (kaneel, zoethout en peper) maar zo goed als geen eik. Wel een beetje zout. Prikkelend mondgevoel. Lange, tintelende afdronk, zoet, zilt en kruidig. De neus is pure Clynelish, de smaak is iets meer Highland Park. Zeer complexe, en inderdaad toch ook wel bijzondere whisky. 91/100

Bruichladdich 28y 1968, Signatory Vintage

Die Signatory Vintage ‘dumpy’ flessen, daar zitten toch wel pareltjes bij. Zeker bij de eerste bottelingen, deze van vóór 1995. Vandaag een botteling van 1996, een Bruichladdich 1968. Signatory heeft heel wat Bruichladdich 1968 op de markt gebracht, de éne al beter dan de andere.

 

Bruichladdich 28y 1968/1996, 49.6%, Signatory Vintage, dumpy, cask 2120, 382 bottles
Frisse, fruitige neus. Meloen, lychee en perzik. Honing en Canada Dry (Ginger Ale) zorgen voor de zoete toets, kaneel, anijs en gember (zie ook de Canada Dry) voor een pittige. Gedroogd gras en mos vervolledigen. Stevig mondgevoel, complexe smaak. Vanille, meloen, lychee en groene appels, met onderliggende eik en kruiden. Peper, kaneel, nootmuskaat. Licht zilt. Lange afdronk op gekookt fruit en kruiden. Die kruiden drogen het geheel wel wat uit. Maar buiten dat bittere naar het einde toe vind ik dit een zeer aangename en elegante whisky. 89/100

Strathmill 15y ‘Manager’s Dram’

Strathmill wordt zelden gebotteld als single malt, nochtans zijn de drie onafhankelijke bottelingen die ik hier in het verleden besproken heb, mij erg goed bevallen. Benieuwd of dit ook bij deze Manager’s Dram het geval is.
In z’n beginjaren heette Strathmill trouwens Glenisla-Glenlivet Distillery.

 

Strathmill 15y ‘Manager’s Dram’, 53.5%, OB 2003
Scherpe neus, alcoholisch en grassig. Vers gemaaid gras, eik, okkernoten, de schil van groene appels. Ook iets vegetaals. Gekookte groenten. Asperges? Het gras slaat op de duur om in hooi. Marsepein noteer ik ook nog. Zeker niet slecht maar nogal scherp allemaal. Met water granen, boter en lichte rook (assen). Ook de smaak is alles behalve rond. Groene appels, de schil van citrus, gras, hooi, noten en peper. Erg clean en scherp dus. Kandij toch ook en opnieuw de marsepein, wat dan toch voor een zoete toets zorgt. Maar het is de alcohol die domineert. Met water zoeter en meer citrus. Korte, frisse, cleane afdronk. Heeft zeker water nodig, maar ook dan is dit niet erg bijzonder. Vreemd dat de managers deze whisky ooit geselecteerd hebben. 82/100

Nikka from the Barrel

Nikka from the Barrel is een blend van grain whisky afkomstig van de Miyagikyo distilleerderij en malt whisky afkomstig van Yoichi.

 

Nikka ‘From the barrel’, 51.4%, OB +/- 2012, 50cl
Op de neus – niet geheel onverwacht – zoete granen. Ontbijtgranen, Frosties, honing, vanille. Dat wordt dan gevolgd door rode bessen, abrikozen (vers én gedroogd), dadels, de schil van sinaas en noten (richting maresepein). De geur van sigarendoosjes ook. En daaronder eik en kruiden. Kruiden zoals daar zijn kaneel en munt. Op de smaak vallen die kruiden meer op, samen met de granen. Daarnaast vanille en kandijsuiker, wat het een zoete toets geeft. En opnieuw die lichte tabak. Rozijnen, vijgen, gedroogde abrikozen en eik vallen ook nog op. Middellange afdronk op kruiden (vooral gember hier), granen en een beetje kandij. Net wat te weinig, want het wordt toch vrij droog. Maar dat is het enige minpunt, voor de rest is dit best te pruimen. Juist, pruimen, ook dat had ik op de smaak. 84/100

Caperdonich 38y 1968, Duncan Taylor cask 2619

Caperdonich van eind jaren zestig, dat is een ander profiel dan dat van de ondertussen welgekende 1972’ers. Over het algemeen zijn deze eersten zachter en subtieler, minder expressief maar eleganter. En evenzeer over het algemeen heb ik een voorkeur voor de 1972’ers, uitzonderingen zoals de 1968 M&H niet te na gesproken natuurlijk.
Vandaag een 1968 van Duncan Taylor. Eén van de vele, Duncan Taylor heeft massa’s Caperdonich op de markt gebracht. Ik besprak hier in het verleden reeds zustervaten 2609 (voor The Nectar) en 2616.

 

Caperdonich 38y 1968/2007, 51.4%, Duncan Taylor, cask 2619, 166 bottles
Op de neus heb ik niet de verwachte fruitexplosie. Wel zachte turfrook en geroosterde noten, eik, hars, gember, anijs en eucaluptus. Een beetje nougat. Pas daarna krijg ik fruit, licht tropisch, maar ook gestoofd (confituren, vooral sinaas). Ook op de smaak valt lichte turf op, tabak, eik, hars en zilt, gevolgd door perzik, honing, sinaas en opnieuw de eucalyptus. En munt. Herbal that is. Lange afdronk op kruiden en zachte rook. Verrassende en ongewone Caperdonich. Wel lekker. 88/100

Dailuaine 27y 1966, Cadenhead

Vandaag een oude Dailuaine, meer bepaald een 1966 van Cadenhead, ondertussen bijna twintig jaar geleden gebotteld. Cadenhead heeft meerdere Dailuaines 1966 gebotteld, waaronder de legendarische 1966/1997 onder hun Authentic Collection label.

 

Dailuaine 27y 1966/1994, 45.7%, Cadenhead’s Original Collection
Hola, wat een mooie oude sherry op de neus. Belegen eik, geboende meubels, antiekwas, oud leder, oude kleerkast, oude boeken. Alles aan deze whisky geurt oud. Maar nooit stoffig of saai. Daar zorgt het fruit voor, fruit dat na enige tijd op de voorgrond treedt. Ananas, gedroogde abrikozen, mango… tropical. Heerlijk zoet. Crème brûlée. Amandelspijs. Dan ook nog frisse kruiden zoals eucalyptus en munt. Samen met het fruit geeft dat een erg frisse en levendige toets aan deze whisky. Prachtig. Volle smaak, erg kruidig. Ik heb nog gedroogd fruit en kandijsuiker, maar de eik en vooral de kruiden gaan hoe langer hoe harder roepen. Zoethout, peper, kruidnagel en munt. Licht bitter. Okkernoten en aarde ook. Lange afdronk, ook hier licht bitter maar met zacht tropisch fruit dat nog om de hoek komt kijken, wat de balans terug in evenwicht trekt. Heerlijke old school sherry. 92/100

Longmorn 23y 1988, First Cask

First Cask kennen we van het Britse Direct Wines, maar sinds kort ook van Whisky Import Nederland (WIN) van de heren Jan Kok en Marcel Bol. Onder hun First Cask label (ik ga ervan uit dat ze de rechten van Direct Wines hebben overgekocht) bottelen zij single casks, zoals deze Longmorn 1988. Hij kost je net geen honderd euro. Bedankt voor de sample Steven.

 

Longmorn 23y 1988/2012, 52.6%, First Cask, sherry hogshead #14379, 259 bottles
Volle, smeuïge sherryneus. Veel zoet fruit: rozijnen op rum, gekarameliseerde appels, warme appelstrudel, tarte tatin, appelmoes met kaneel… eigenlijk alles wat je kan bedenken met warme appels. Vergezeld van een bolletje vanille-ijs. Bramenconfituur ook, en pruimencompot. Daaronder zorgen vanillefugde en bijenwas voor een extra smeuïgheid. Gevolgd door sappige eik, gekonfijte gember en zoethout, die de neus extra gewicht geven. Mooi. Zéér mooi. De vanille groeit trouwens, we hadden al vanillefudge en vanille-ijs, nu zijn het zuivere vanillestokjes. Leder ook nog en een beetje heide. Een heel lichte rokerigheid. Van de heide, en van sigarendoosjes. Die evolutie is echt knap. Erg aangenaam mondgevoel, perfecte sterkte. Zoete en kruidige tonen vallen op. Kandijsuiker, rozijnen, gedroogde pruimen en melkchocolade met pralinévulling. Lichtgroene bananen (zoals ik ze het liefst heb). Qua kruiden noteer ik zoethout, kaneel en nootmuskaat. Speculaaskruiden ook wel. De balans is perfect, het zoete blijft mooi in de pas van de drogere elementen lopen. Lange afdronk waarbij het gedroogde, zoete fruit blijft domineren. Een whisky die startte op 87/100 om uiteindelijk zonder blikken of blozen te eindigen op 90/100

Linlithgow 30y 1973

Linlithgow, dat is dus St. Magdalene. Beide namen werden door elkaar gebruikt, zonder een echte logica. Het gaat dus niet om twee verschillende whisky’s van dezelfde distilleerderij (zoals bv. Springbank, Longrow en Hazelburn) maar gewoon twee namen voor hetzelfde product. Deze officiële 30y rijpte op Amerikaanse eik.

 

Linlithgow 30y 1973, 59.6%, OB 2004, 1500 bottles
Wat een zalige neus! Smeuïg zoet op cake, zoete drop, rozijnen (sultanas eigenlijk), gedroogde vijgen, abrikozenconfituur, geflambeerde banaan en gekonfijte gember, wat het licht prikkelend maakt. Ook citrus zorgt voor de lichte prikkeling. Naast dit alles vallen er ook lichte rook en oud leder te noteren, net als wat olijfolie. In de mond is dit niet meer en niet minder dan een smaakbom. Veel fruit (citroen, mandarijn, de schil van appelsienen), rozijnen, zachte karamel, praliné, bijenwas, cake, gember, peper, nootmuskaat, enzoverder. De kruiden groeien, op een fantastische manier. Ze gaan het geheel nooit uitdrogen, ze prikkelen en accentueren de complexiteit. Alles expressief en rond. En de perfecte hoeveelheid eik. De balans is gewoon perfect. Erg lange afdronk, kruidig en zoet. Ronduit prachtige whisky. 93/100

Lochside 1991/2008, Connoisseurs Choice

Lochside 1981 kent iedereen ondertussen wel, maar ook de andere jaren werd daar gedistilleerd natuurlijk. Zo ook in 1991, een vintage waarvan Gordon & MacPhail blijkbaar een groot deel heeft opgekocht. Deze botteling van 2008 is één van de vele 1991’ers van hun hand.

 

Lochside 1991/2008, 43%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, bourbon barrels
Frisse, mineralige geur. Natte stenen, natte gazon, de geur na een zomerse regenbui. Pas daarna zet het fruit zich door. Roze pompelmoes, limoen en mandarijn. Citrus dus. Maar ook ananas na enige tijd. Honing en nougat maken het zoet. En een beetje zout maakt het… eh, zout. Een beetje dus. Op de smaak wordt dit patroon verdergezet. Veel pompelmoes en mandarijn, maar ook het mineralige en het grassige komen terug. Vanille. Misschien wat noten en groene thee als extra. Met de eik erbij maakt dit dat het naar het einde vrij droog wordt, maar nooit storend. De afdronk is niet echt lang en mooi drogend. Witte pompelmoes, bittere sinaas, eik en peper. Verfijnde, elegante whisky. Wordt 1991 met tien jaar extra rijping het nieuwe 1981? Time will tell. 86/100

Octomore 5y ‘Comus’

We keren even terug naar Octomore. Na de 4.1. die ik best te pruimen vond, proef ik nu de 4.2, ook op astronomisch turfgehalte (167 ppm – let wel, dat gaat dan altijd over hoe zwaar de malt geturfd is, dat zegt uiteindelijk weinig over het turfgehalte van de whisky zelf). Deze is echter gefinisht op Chateau d’Yquemvaten. De naam van deze botteling verwijst naar Comus, de zoon van Bacchus, die we natuurlijk wel allemaal kennen.

 

Octomore 5y 04.2 ‘Comus’, 61%, OB 2012, 18000 bottles, chateau d’Yquem finish
Ook bij deze valt de turfrook wel mee. Hij is er – natuurlijk – maar hij is niet zo overweldigend dan je wel zou denken. Deze whisky is ook fruitig en zoet, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Wat het fruit betreft, denk ik aan perzik en abrikoos, peren en rode appels. Qua zoete tonen noteer ik cake, honing en nougat. Maar daar stopt het niet bij. Ik heb ook leder, hooi en een beetje bijenwas. Zilt ook nog. En peper. En een klein beetje hars. Erg lekker vind ik dit. Stevig en olieachtig mondgevoel, de smaak verweeft perfect de zilte en rokerige aroma’s van de whisky met de zoete en fruitige aroma’s van de Sauternes. Turfrook, teer, zilt en zeewier aan de éne kant, abrikozen, perziken, druiven en meloen aan de andere. Leder, hooi en noten vullen aan. Lange afdronk, rokerig en zoet. Lekkerder nog dan z’n voorgangers. De finish op Chateau d’Yquem heeft hier blijkbaar een erg positief effect gehad, het voegt een heerlijke complexiteit toe. 89/100

Caol Ila 23y 1984 for The Finest Notes

Ik ben een tijdje geleden via-via in het bezit gekomen van een sample van de eerste clubbotteling voor The Finest Notes, de whiskyclub met uitvalsbasis Zolder. Het betreft een Caol Ila 1984, gebotteld ter ere van hun 5 jarige bestaan.

 

Caol Ila 23y 1984/2008, 52.7%, Duncan Taylor for The Finest Notes, 65 bottles
In de neus zachte zoete turf, fruit (appel, citroenschil, confituur van appelsienen), zilt, zeewier, oesters (de zee dus) en kruiden (kruidnagel, zoethout). Lekker. Een klein beetje eucalyptus ook. En lichte mineralen. Zelfs een licht farmy kantje valt te ontwaren. Het mondgevoel is zacht en romig. In de smaak turf, meer dan in de geur, vanille, zilt en citrus. Allerlei zeevruchten, besprenkeld met citroen. Na enige tijd ook ananas en rode appels. En de zoethout die ik ook op de neus had, hier aangevuld met kaneel. Hoog drinkbaarheidsgehalte. Lange zoete afdronk op turfrook, vanille, zilt en een toefje peper. Een zeer geslaagde selectie van de mannen van The Finest Notes. 89/100

Dalmore 15y

Zoals elke botteling van The Dalmore draagt ook deze de twelve-pointer stag, het koninklijk hertengewei uit het wapenschild van de clan Mackenzie. Deze clan, wiens geschiedenis teruggaat tot de dertiende eeuw, was lange tijd eigenaar van de distilleerderij.
Deze 15y rijpte volledig op Mathusalem sherryvaten.

 

Dalmore 15y, 40%, OB +/-2012
Zoete neus op tonen van karamel, mout (Ovomaltine), mokka, praliné, rijpe sinaas, gedroogde abrikozen, rozijnen en pruimencompot. Daarachter zitten de kruiden: gember en kruidnagel. Tabak ook. En lichte eik. Zachte smaak, een stuk droger dan de neus. Wat karamel en chocolade, en ook cake met gekonfijt fruit. Sinaas opnieuw. De eik, de kruiden en ook noten vervolledigen en gaan echt wel domineren. Gember en kaneel. Serieus droog naar het einde. Licht zilt. Middellange, droge afdronk op kruiden en eik. Verre van slecht maar de neus is me wat te ééntoning zoet en de smaak te ééntoning droog om écht te kunnen boeien. 81/100

Highland Park Ambassador Cask no 4

Tot 1997 had Highland Park enkel een 12y als standaardbotteling, pas in 1997 werd deze vervoegd door een 18y en een 25y. In 2005 door een 30y en in 2008 tenslotte door een 40y. Naast de standaardreeks worden er regelmatig unieke bottelingen (limited releases) gelanceerd, zoals een Bicentenary in 1998, enkele Ambassandor Casks en enkele vintages. Recent gaat men hier een versnelling hoger in met o.a. de Magnus trilogie, de Viking reeks, de Thor en meerdere jaartalbottelingen.
Vandaag één van die Ambassador Casks, de nummer 4.

 

Highland Park 29y 1979/2008 ‘Ambassador cask no 4’, 56.1%, OB, cask 413/A, 160 bottles
Romige, zoete neus op zachte karamel, crème brûlée, sinaas en na enige tijd ook warme krieken. Daaronder tref ik de heide aan, net als een lichte rokerigheid, twee van de typische Highland Park elementen. Melkchocolade, mokka en praliné vullen aan. Meer dan aangenaam om ruiken. Zacht en zoet op de tong (gedroogd fruit, kandijsuiker), met een iets scherper kantje in de vorm van zilt en kruiden. Die kruiden en begeleidende eik groeien. Geroosterde noten en zachte rook vallen ook nog op. En iets licht grassig. Middellange, zoete afdronk met de zachte turf die blijft hangen. Niet de beste Ambassador cask, wel een erg lekkere. 88/100

Glenlossie 35y 1975, The Whisky Agency

In 1971 werd vlak naast Glenlossie een nieuwe distilleerderij gebouwd, Mannochmore. Beide distilleerderijen produceren vooral whisky voor de blenders. Bij Glenlossie gaat amper 0,5% van de productie naar single malt.

 

Glenlossie 35y 1975/2010, 49.3%, The Whisky Agency ‘Anatomy’, with THE M.I.K.E., bourbon hogshead
Frisse, florale neus op gras, bloemen, vanille, houtschilfers, limoen, pompelmoes en yoghurt. Daarachter gaat er boenwas en leder schuil. Net als natte bladeren en mos. Zeer mooie, aromatische neus, erg lekker om ruiken. Ook de smaak is fris. Niet echt rond, eerder wat springerig. Floraal en fruitig. Citrusfruit vooral en ook wat gele appels. Het gras en de bloemen, maar ook munt en gember. Honing en zachte eik. Lange en al even frisse afdronk op citroen en munt. Erg lekker en beter dan de 1975 die The Whisky Agency in de Grotesque Crocs reeks bottelde. 89/100

Lindores Whiskyfest – een korte terugblik

Ik weet het, ik ben ongetwijfeld bevooroordeeld, maar het was me toch weer een geweldig fest vorig weekend. Indien je mij niet gelooft, moet je er de blogs van Marc en van Angus maar bijhalen.

Het Lindoresweekend begon in grote stijl met een werkelijk unieke Highland Park tasting. We proefden achtereenvolgens de nieuwe Highland Park Amazing Cask (vanaf heden in de handel), de verrassend lekkere 12y OB 1992 voor België, de heerlijke 21y 1959 green dumpy, de ronduit wonderbaarlijke 40y 1958 en de indrukwekkende 35y 1962 John Goodwin retirement. Vooral deze twee laatsten zijn fenomenaal. Ik kon maar niet uitmaken welke van deze twee ik het best vond. Ik zal dat binnenkort aan de hand van samples misschien wel kunnen uitmaken. Ook van de 12y for Belgium volgt een bespreking.

Zaterdag en zondag hadden we twee festivaldagen waarbij de bezoekers zich aan de verschillende standen konden laven aan allerlei zeldzame en unieke whisky’s. Vooral op zaterdag lag de opkomst erg hoog, zondag was het iets kalmer.
Zaterdagavond was er niet te vergeten de fameuse Nocturne alwaar er enkele pareltjes uit de jaren 1950 (of eerder) te proeven vielen, waaronder de Bowmore 1955 ceramic voor de opening van het bezoekerscentrum, de Ardbeg 1959/1985 Cadenhead dumpy, een Clynelish 12y rotation 1960’s, de Teaninich 1959 Samaroli, een Macallan 1946/1961… kortom decadantie ten top.
Ah, van decadentie gesproken, Malt Maniac Patrick de Schulthess was zo zot (en vooral zo genereus) om zondagvoormiddag een Chateau d’Yquem 1937 te openen. Yquem, waarschijnlijk de beroemste witte wijn ter wereld. En nu we toch bezig zijn, op vrijdagavond opende Thomas Ewers een flesje Laphroaig 14y 1970 Samaroli. Hoe zeldzaam moet je ze hebben?

En moeten we het niet over Serge Valentin z’n zo geliefde shrimp croquets hebben? Soit, het was een weekendje genieten. Binnenkort zal ik hier een aantal van de hierboven vermelde whisky’s bespreken, heb wat sampletjes (en in een aantal gevallen flessenresten) meegebracht.

Auchroisk 16y 1996, Asta Morris

Bert Bruyneel houdt er het tempo in, deze maand gooit hij een Auchroisk 1996 op de markt, ook een botteling onder z’n eigen Asta Morris label. En weerom een typische Asta Morris whisky.

 

Auchroisk 16y 1996/2012, 53.5%, Asta Morris, cask AM014, 307 bottles
Zachte, elegante neus, een compleet ander profiel dan de vorige Asta Morris. Niet zo hevig, niet zo krachtig, niet zo expressief. Wel lekker, daar niet van. Grassig en fruitig. Vooral grassig. De vers gemaaide variant. Licht mineralig. Clean. Gezoet citrusfruit doemt op. Rietsuiker. Kokos nu ook. Daarna boterbloemen en heide, en acaciahoning. En best wat eik. Die eik gaat gepaard met anijs en eucalyptus. Fris profiel. Rond en romig mondgevoel. Elegant, opnieuw. Hij gaat van zoet naar droog en terug. Honing, vanille, gras (hier de gedroogde variant), fruit (gele appels en dito pruimen), zachte eik en kruiden (kaneel, zoethout). Mooie bitterheid. Met water erbij krijg ik tonen van appelsap. Met appelsap trouwens ook (ha). Dat water duwt het droge bijna volledig naar de achtergrond (zonder dat het een echte ‘zwemmer’ is, enkele druppels zijn genoeg). Maar dat variëren van zoet naar droog stoort mij absoluut niet, voor mij hoeft dat beetje water dus niet, voor anderen misschien wel. Middellange, frisse afdronk, zoet en floraal, vanille, honing en hooi. Knappe balans tussen droog en zoet. Weer een typische Asta Morris vind ik zo. Prijs/kwaliteit moeilijk te kloppen. 88/100

Clynelish 16y 1996 for Lindores Whiskyfest 2012

We hebben weer een schitterend Whiskyfest achter de rug. Fijne whisky’s, fijne babbels, fijn gezelschap. En wat ik ook fijn vond, is de festivalbotteling. Oké, ik heb ‘m mee geselecteerd, mijn ‘objectiviteit’ (een woord dat eigenlijk niet thuishoort bij whisky bespreken, maar soit) mag hier dus in twijfel getrokken worden. Het betreft een Clynelish 1996 uit de stal van fellow Lindorable Dominiek aka The Whiskyman, een wel zéér typische Clynelish.


 

Clynelish 16y 1996/2012, 52.3%, The Whiskyman for the Lindores Whiskyfest 2012, refill bourbon hogshead, 239 bottles
Prikkelende, waxy neus. Enorm veel was: kaarsen van bijenwas, schoensmeer, kaarsvet, geboende meubels… Na enige tijd wordt deze was vergezeld van mineralen. Nat gras, natte keien. En ook fruit ontbreekt niet. Ik noteer perzik, abrikoos en gele pruimen. Noten. Groene thee met honing. De smaak is romig, vettig bijna. Boter. Gezouten boter. En opnieuw erg waxy. De bijen met hun honing, pollen en was. Clynlishiger kan niet. Knappe balans tussen zoete en bittere tonen. Er is witte pompelmoes, maar daar zit suiker op. Er is eik en hars, maar er is ook kandij. Er zijn kruiden zoals nootmuskaat, maar ook zoethout. Er zijn noten, maar ook honing. Zelfs een heel klein beetje rook valt te ontwaren. ! De afdronk is niet superlang, maar ook hier houden de zoete en de bittere tonen elkaar zeer mooi in evenwicht. Waxy, kruidig en fruitig, met een beetje zilt. Als je wil weten wat men bedoelt met ‘waxyness’ of hoe je was in whisky kan ruiken en proeven, is dit een schoolvoorbeeld. 89/100

Dalmore 12y 2000, Malts of Scotland

De laatste uit de jongste batch Malts of Scotland, is een Dalmore 2000. Cask strength Dalmore aan 55 euro, je komt het niet makkelijk tegen. Hij is dan ook niet meer te krijgen…

 

Dalmore 12y 2000/2012, 53.4%, Malts of Scotland, sherry hogshead, MoS12035, 290 bottles
Een beetje een vuile neus heeft deze Dalmore. Schotelvot. De geur van ‘het putje’. Water dat te lang heeft stilgestaan. Dat vuile trekt wel wat weg om plaats te maken voor noten, dadels (enorm), karamel, en andere sherrytonen, maar helemaal lekker wordt het nooit. Meer en meer tuinkruiden. Munt, eucalyptus. Iets van praliné nu ook wel. Bwa, met ‘m tijd te geven kan ie er nog mee door. Ook de smaak is een randgeval. Hier niets storends maar ook niets wat me blij maakt. Erg zoet (kandijsiroop), kruidig (eucalyptus, gember) en maar een beetje (rood) fruit. De praliné opnieuw. Middellange, drogende afdronk. Matig, en voor mij veruit de minste uit deze reeks Malts of Scotland. 76/100