Spring naar inhoud

Posts from the ‘Macallan’ Category

Macallan 14y 1980, Master of Malt for Roland Schär

Vandaag een Macallan met een kleine reputatie. Een distillaat van 1980 dat bijna twintig jaar geleden door Master of Malt werd gebotteld voor een zekere Ronald Schär. Ik ken die mens niet, maar hij heeft een verdomd goede smaak.

 

Macallan 14 YO 1980/1994, 43%, Master of Malt, special bottling for Roland SchärMacallan 14y 1980/1994, 43%, Master of Malt, A special bottling for Roland Schär, 360 bottles, 75cl
Hola, is me dat een zalige geur! Sherry op z’n fruitigst. De verwachtte droge variant: abrikozen, rozijnen, vijgen, pruimen. Maar ook de verse, sappige variant: perziken, abrikozen, appelsienen, rode bessen en bramen. Al dat fruit wordt gevolgd door allerlei noten. En ook door chocolade, karamel en kandijsuiker. Samen met kruiden en de rozijnen doet hij me wat aan superieure rum denken. En dan nog wat vloeibaars in de vorm van balsamico en sojasaus. Onderliggend lichte tabakstonen en eik. Van hetzelfde laken een broek op de smaak. Kruiden, ja. Eik, ja. Chocolade, ja. Koffie, noten, tabak, ja. Maar het is het fruit dat ook hier de eerste viool speelt. Alhoewel het nu vooral gedroogde vruchten zijn. Pruimen, rozijnen, dadels… Eucalyptus en zoethout wat de kruiden betreft. En een hint van anijs. Hoestsiroop. Bitter en zoet in perfecte harmonie. Ook in de middellange afdronk. Wat een beauty! Na een copieuze maaltijd scoort hij nog een punt of twee hoger denk ik. Blij dat ik die heb kunnen ontdekken. Bedankt Gunther! 91/100

Advertenties

Macallan 1946

Macallan 1946, geef toe, dat staat daar toch maar mooi te blinken. Gedistilleerd vlak na de Tweede Wereldoorlog (een periode waar de meeste distilleerderijen nog veel – en zeker meer dan vandaag – op turf droogde), en gebotteld begin jaren zestig, want voorzien van een zogenaamde ‘securo cap’. Bedankt voor de sample Angus (mocht hij dat al begrijpen).

 

Macallan 1946 80 proof, OB Campbell, Hope & King, 1961, securo capMacallan 1946, 80 proof, OB Campbell, Hope & King +/- 1961, securo cap, 26 2/3 fl. oz.
De neus is alvast licht rokerig. Niet zozeer turf, maar wel smeulend houtvuur en tabaksrook. Hij is ook zoet: rozijnen, marsepein, nougat, zachte karamel, aardbeienconfituur, rode-bessenconfituur. En ook fruitig dus. Naast de vermelde gedroogde en gestoofde varianten heb ik ook sinaas en braambessen. Kruiden vallen er ook waar te nemen: eucalyptus, zoethout en nootmuskaat. Licht metalige tonen (gepoetst zilver). Wat me in een antiekshop brengt. Oude geboende meubels (een beetje waxy dus) en oud leder. Alles is erg licht, een breekbaar profiel, elegant en delicaat. Licht drogend. De smaak is minder licht dan de neus, hij tintelt zelfs wat op de tong. Rijk, al even complex als de neus. Lichte rook, hier wel eerder de turfrook. Houtskool, hoestsiroop, eucalyptus, sinaas, dat metalige van de neus, die lichte toetsen van was ook. Het gaat verder op amandelen (marsepein), zachte karamel, leder, zilt, bosvruchten en praliné. Nog erg levendig voor liefst meer dan vijftig jaar op fles gezeten te hebben. Ha, de good-old securo cap. Lange, mooi drogende afdronk, met wat sinaas, en de zachte turf die blijft hangen. Een delicaat pareltje. Zo’n whisky die je met fluwelen handschoenen moet drinken. 93/100

Macallan 25y Anniversary Malt

Vandaag één van de vele ‘anniversary’ bottelingen van Macallan. In tegensteling tot andere vermeldt deze geen distillatiejaar, maar is hij ergens rond de eeuwwisseling gebotteld. Whisky van de jaren zeventig dus.

 

Macallan 25y ‘Anniversary Malt’, 43%, OB +/- 2000
Njummie, heerlijk zoete en kruidige neus. Honing, kandijsiroop, zoethout en kruidnagel vallen op. Maar er is ook fruit: kersen, zwarte bessen, bramen… Wat balsamico ook. En daaronder mooie eik en lichte rook van het hout. Zeer mooi. Niet zo complex als bv. de 1964, maar wel erg lekker. Het mondgevoel is romig maar ook stevig (toch voor z’n 43%) en de smaak is net als de neus zoet en kruidig. Het zoete (ik denk aan siroop, kersen, rijpe sinaas, balsamicocrème, chocolade…) houdt gelijke tred met het bittere (de kruiden, de eik). En ook hier is er die rook van het hout. Lange droge afdronk waar ook nog wat sinaas en stroop doorpriemt. Niet geweldig complex, maar wat maakt het uit? Ik kan hier erg van genieten. 91/100

Macallan 10y Full Proof, Giovinetti & Figli

En nu we toch bezig zijn… De Macallan 10y Full Proof voor de Italiaanse markt (ingevoerd door Giovinetti & Figli) is een whisky die de laatste jaren een stevige cultstatus heeft verworven. Er zijn natuurlijk nog betere Macallans, de éne al onbetaalbaarder dan de andere (uit de jaren dertig, veertig, vijftig of zestig – zie ook zaterdag), maar deze zou wel eens één van de beste prijs/kwaliteit Macallans kunnen zijn. Je kan deze whisky immers nog makkelijk vinden op veilingen, hij staat op zo goed als elke Whisky Auction. Reken op een 200 euro.

 

Macallan 10y Full proof, 57%, OB +/- 1980, Giovinetti Import, 75cl
Heerlijke, volle geur van stevige sherry en medicinale turfrook. Uniek voor een Macallan. Veel gedroogd fruit (vooral rozijnen), wat sinaas, zoethout, zilt, tabak, houtskool, natte bladeren, mos en koffie. Onderliggende kruiden (naast het zoethout ook nootmuskaat en kruidnagel) en sappige eik. Krachtig, rond, complex en perfect in balans. Prachtig gewoon. Ook de smaak is dat. Kruiden (munt, kaneel), zilt, rozijnen, pruimen, kandijsuiker, donkere chocolade (half gesmolten, gedopt in je koffie… ah!) en braambessengelei. Wat Pu-Erh thee ook, en bijenwas. Lichte turf op de achtergrond. Zéér lange afdronk, zoet (kandij, vijgen en rozijnen) en licht maar heerlijk bitter (espresso, zoethout, pompelmoes). En ook hier een beetje turf. Dit is erg jonge Macallan, maar al zo vol, complex en voldragen. Knap. Macallan op z’n best en dit met een unieke medicinale toets, een juweeltje uit een ver verleden. 93/100

Macallan 1951

Laat ons nog eens heel decadent doen. De Macallan die ik vandaag proef (voor alle duidelijkheid, het gaat om een 2 cl sample), kost ongeveer 4.500 euro (voor de fles, niet de sample). Het is een vatting van twee sherryvaten, distillaten van 1951, op 50-jarige leeftijd gebotteld.

 

Macallan 1951, 48.8%, OB 2001, casks 1541 & 1542, 632 bottles
Erg rijke sherryneus met veel eik en veel kruiden. Kruidnagel en kaneel vooral. Zoethout ook. Rozijnen, vijgen en dadels geven het een zoet-fruitige toets. Ah, en de perensiroop ook natuurlijk. Wat nog? Koffie onder andere, en tabak. Grootse neus! Al even rijk en ‘dik’ op de tong. Stroperig opnieuw, kandijsiroop, perensiroop, met ook hier veel eik. Daarna lichte turf, peper, gekonfijt fruit, cake (Christmas cake, inderdaad). Licht verbrande cake. Braambessen. Zelfs licht medicinale elementen. Zeer lange, droge afdronk op turf, kandij en kruiden, en na enige tijd ook nog wat gedroogd fruit. Prachtige oude sherry! 94/100

En dan was er nog die Kersttasting…

Naar wat ondertussen een jaarlijkse traditie is geworden, trokken tien whiskyliefhebbers vorige week donderdag richting Mortsel om enkele whisky’tjes te proeven. Mortsel, toch wel een eindje rijden. En dat na een drukke werkdag. Terwijl we zelf thuis toch genoeg whisky hebben openstaan. Je vraagt je af waarom we het doen. Routine? Sociale druk? Verveling? Ontwijken van de echtgenote in de drukte voor Kerst? Wie zal het zeggen. Iemand opperde voorzichtig dat het iets te maken zou kunnen hebben met het niveau van de whisky’s die Luc dan schenkt. Let wel, zou kunnen, het is maar een hypothese. Laat ons de avond even overlopen en zien of die these enigzins onderbouwd kan worden.

In ieder geval, aangezien ik Bob was, diende ik mij noodgedwongen te beperken tot het ruiken en in het beste geval even nippen van m’n glas. Erg leuk is dat niet, maar nu ik hier achter m’n computer zit met een rij sampletjes genummerd van 1 tot 11, geeft het me een tweede kans om te zien of er misschien iets lekker tussen zit.

 

Beginnen deden we met een Caol Ila 1972, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, old map lable, 75cl, gebotteld ergens eind jaren tachtig. Jonge whisky dus, kunnen we niet zoveel van verwachten.
Mmm, slecht ruikt dit toch niet. Peer en perzik, oud leder, vers gemaaid gras, zoute boter, oesters en lichte farmy tonen met zachte, delicate turf op de achtergrond. Een lichte toets van bijenwas. Ook op de smaak dezelfde lichte turf als extraatje naast het fruit en het leder, maar ook amandelen en honing. Iets van cider. En rijpe kruisbessen. Lekker. Middellange afdronk op fruit en de turf die langzaamaan wegdeemstert. Alles zijdezacht en dus zéér drinkbaar. Sommigen zouden zeggen “a little weak on the palate”, maar I don’t care. Bon, ik kan dat moeilijk een slechte opener noemen. 91/100
 
 

Na een tussendoortje onder de vorm van de nieuwe Thosop botteling, kregen we de Bowmore 12y 1965/1977, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz., sherry wood voorgeschoteld. Twaalf jaar oude Bowmore, het komt me stilaan de strot uit.
Mmm, misschien dat ik voor dit type jonge Bowmore wel een uitzondering wil maken… Mooie, prachtige oude sherry met onderliggend fruit. Zowel sinaas, rozijnen en pruimen als lichte tropische toetsen. Oud leder ook en cuberdons. Geroosterde noten. Kandijsuiker. De smaak ligt in de lijn van de neus. Ik heb de noten en de kandij terug, de rozijnen en de pruimen. Wat zachte karamel ook. En even zachte kruiden. Er is echter niet veel tropisch fruit meer te bespeuren. Maar wel lekker seg. Geen al te lange afdronk op noten en fruit. Oké, voor 12 jaar oude Bowmore is dit verdekke niet slecht. 92/100

 
 

De volgende whisky in de line-up was de Bowmore 13y 1966/1979, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz.. Pfff, weeral zo’n jonge Bowmore.
Mmm, dit blijkt wel een exotisch fruitbommetje te zijn, een neus die barst van het tropische fruit: meloen, ananas, papaja, passievrucht, mango (big time) en coeur de boeuf. Daarna ook gras, smeuïge honing en florale toetsen, maar dat alles moet de eerste viool aan het tropisch fruit laten. Ook op de smaak domineert het geweldige tropisch fruit, hier vergezeld van weidebloemen, wat gras en honing. Oké, een beetje zoals op de neus eigenlijk. Ook deze heeft geen erg lange afdronk, maar wat maakt het uit? Dan neem je toch gewoon nog een slokje? Een klein tropisch juweeltje, waarvan ik dien toe te geven dat ik dat wel lust. 93/100

 
 

En dan nu eindelijk eens een wat oudere whisky, de Ardbeg 29y 1967/1996, 52%, Kingsbury, cask 923. Maar die kan je nergens kopen, ook niet op veilingen. Wat hebben we daar nu aan?
Mmm, I see… hèhe, ik weet wat ik daar aan heb. Als ijkingspunt ging trouwens een glas Ardbeg 1976/1999 Manager’s Choice rond, de op één na beste Ardbeg die ik ooit proefde. Deze is op de neus misschien wel even goed, maar op de smaak is ie… euh, ook misschien wel even goed. My God, what a dram! Ronde, volle, enorm rijke neus op geroosterde noten, melkchocolade gevuld met de beste kwaliteit praliné, zeste van sinaas (orangettes), high-end honing, balsamico-crème, lapsang souchong, gerookte coburg, antiekwas, nat naaldhout en ga zo maar door. Turf? Natuurlijk, maar als bijkomend element, onderliggend. En dan proeven… ronduit indrukwekkend! Even rijk en vol als de neus, krachtig en toch elegant. En zo vreselijk complex. Zachte turf vermengd met het beste wat een sherryvat een whisky kan meegeven. Zie voor de associaties bij de neus a.u.b., ik ga nu even genieten… Lange afdronk, perfect in lijn met de rest. Ik zei dat ie misschien even goed is als de Manager’s Choice, maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van, vandaag komt ie nog meer tot z’n recht dan tijdens de tasting. Dit is volgens mij gewoon beter. Ja, nog beter. Bon, je kan deze whisky dus niet krijgen, en als ie ooit eens te koop wordt aangeboden, zal hij ongetwijfeld compleet onbetaalbaar zijn, maar hoe gelukkig prijs ik mezelf ‘m eens geproefd te hebben. En ik meen te begrijpen waarom deze whisky een absolute cultstatus heeft verworven. Dat ligt dus niet alleen aan z’n extreme zeldzaamheid. 97/100

 
 

Vervolgens kwam de Bowmore ‘Bicentenary cask strength’ 1964/1979 98.8 proof, 56.2%, OB for Fecchio & Frassa, Italy, cubic bottle aan bod. Allez, jonge Bowmore, hoe origineel.
Mmm, origineel of niet, who cares? Op de neus denk ik aan noten en gedroogd fruit (rozijnen, vijgen), maar het is pas met enkele druppels water toe te voegen dat hij open komt, dan krijg ik vers fruit zoals mandarijn, perzik en ananas, maar ook nat hooi (licht ‘farmy’ dus) en kruiden (munt, dille, kamille). Lichte turfrook ook, als extraatje. Stevig mondgevoel dat start op vijgen en een scheepslading sinaas. Daarna munt, gember en kaneel. Lichte eik. En ook hier een klein beetje turf. Middellange afdronk op kruiden en sinaas. Na het voorgaande toch een lichte tegenvaller. Maar dat is hier dus redelijk relatief. 91/100

 
 

De eerste flight werd afgesloten met de Tormore 16y 1966, 57%, Samaroli 1982, sherry wood. Tormore? Komaan! En dan nog amper zestien jaar oude Tormore. Op flessen getrokken door één of andere obscure Mediterraanse bottelaar!
Mmm… ik bedoel halleluja, dit is wel één van de beste sherryneuzen die ik ooit gehad heb! Djéé man, goddelijk gewoon. Vreselijk complex op de heerlijkste tonen van zoet en gekonfijt fruit, vijgen, noten, tamari, high-end balsamico, amandelen, honing, marsepein, nougat… Vooral veel puntjes. Op de smaak wordt dit alles aangevuld met pistache en een sublieme bittere toets. Sappige, belegen eik, noten en hars, maar nog altijd erg veel fruit, honing en die geweldige balsamico. Erg lange afdronk op de mooiste sherrytonen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er ooit betere Tormore gebotteld is. 96/100

 
 

Na een korte pauze werd de tweede flight ingeleid door de Cardhu 12y, 43%, OB for Wax & Vitale, Italy, early 1970’s, cork. Cardhu 12 dus… nu ja, ’t is crisis voor iedereen natuurlijk.
Mmm, voor twaalfjarige Cardhu is dit toch verdraaid lekker om ruiken. Vooreerst doet dit me aan de herfst denken. Mos, gevallen bladeren en takken. Maar dan zet er zich fruit door: kruisbessen, peer en zoete appels. Best wat was ook, en mineralen. Natte stenen en planten. Iets stoffigs, maar dan erg aangenaam stoffigs. Oude boeken enzo. Marsepein. Best complex als je er wat tijd voor neemt. Zachte, romige, fruitige en florale smaak met ook hier de bijenwas en de mineralen die opvallen. Ontbijtgranen doemen op. Licht, speels en complex. Jazzy whisky. Vrij korte, maar erg aangename, waxy afdronk. 89/100

 
 

Na deze standaardbotteling schonk Luc ons een Macallan in, meer bepaald de Macallan ‘Special Reserve’, 43%, OB, 75cl, wat trouwens krak dezelfde whisky is als de Macallan 1948-1961/1981 ‘Royal Marriage’, 43%, OB, 75cl. Macallan uit de geboortejaren van Charles en Diana dus. Tja, Macallan, het is toch vooral een snob whisky.
Mmm, ik ben een snob! Waxy sherry, I like that! A lot. Boenwas, schoensmeer, honing, hooi, veel kruiden (peper, zoethout, eucalyptus en gember) en dan het fruit. Peren, sinaas en bananen. Mooi, mooi. Romig mondgevoel. De smaak begint zoet en fruitig. Harde fruitsnoepjes. Maar ook vers en sappig fruit zoals abrikozen, meloenen en ananas. Pas daarna zetten de kruiden zich door. Peper, nootmuskaat en zoethout. Kamillethee met honing. Middellange afdronk, bitterzoet. Ik had deze een puntje hoger op de tasting, in de geur houdt ie voor mij de 93 aan, de smaak – die erg lekker is, mind you – doet er punt af. 92/100

 
 

We gingen verder met de Laphroaig 30y 1966/1996, 48.9%, Signatory, cask 561, 142 bottles. Laphroaig 1966. Was het niet vooral 1967 dat een goed jaar was voor Laphroaig? 1966, een beetje een zwaktebod lijkt me dan.
Mmm, lang leve 1966! Man, wat een geweldige geur! Een antiekshop met z’n oude boeken en geboende antieke meubelen, gedroogde bloemen, rijpe bananen, succulente honing, mineralen (natte steen), oesters, tabak en natuurlijk de heerlijkste zachte zoete turf. Lichte tonen van een koeienstal. Genieten in overdrive. Het goede nieuws is dat de smaak niet erg veel moet onderdoen voor de neus. Delicaat, subtiel en complex. Romige turf ingekapseld in honing, marsepein, bijenwas en veel fruit. Banaan, sinaas en sappige peer. Maar daar stopt het niet bij, ik denk ook aan gekonfijte gember, zoete drop en een hammetje aan het spit. Lange afdronk waar het fruit en de bijenwas langzaamaan uitdoven, maar waar de zoete turf daarna nog eventjes blijft doorgaan. Fantastische whisky. 95/100

 
 

We naderden stilaan het einde van deze twee flight, als voorlaatste in de line-up had Luc de Springbank 31y 1963/1994, 52.3%, Cadenhead’s Authentic Collection gezet. Oude Springbank… ja, dat kan goed zijn. Maar dat kan ook tegenvallen natuurlijk. Altijd een risico.
Mmm, mmm, mmm, mmm… euh sorry, ik was me volledig aan het verliezen in de neus van deze whisky. Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen, maar fuck man, wat een neus! Opnieuw een sherryneus die dicht bij de perfectie aanleunt. Die perfectie zit ‘m ook in de balans tussen bitter en zoet, bittere en zoete tonen zoals daar zijn: eik, noten, kaneel, munt, donkere chocolade, perensiroop en balasamico. Maar op de smaak is die balans er wat mij betreft niet meer. Hier is hij me wat te droog, de zoete toetsen komen echt wel in de verdrukking door het hout en de noten. Zelfs wat propolisdruppels. Het dient gezegd dat water wel wat helpt, maar de balans die de neus wel vertoonde, blijft buiten bereik. De indrukwekkende neus is echter 95, 96 waard. 92/100

 
 

Eindigen deden we met de Ardbeg 13y 1975/1988, 54.2%, Gordon & MacPhail for Intertrade, sherry wood, 543 bottles. Allez, dertien jaar oude whisky, dat staat dan op het einde…
Mmm, voor dertien jaar oude whisky is dit toch wel bangelijk goed. Erg frisse en levendige geur die me meteen naar de zee brengt. Zilt, jodium, oesters, zeewier en een overvolle plat de fruits de mer. Mineralen laten zich gelden (de geur na een zomers regenbui), maar natuurlijk ook de verwachte turf, gevolgd door allerlei sherrytonen: braambessen, zwarte bessen, chocolade, tabak, koffie en zoethout. Ronde smaak, elegant en toch scherp in zekere zin. De start is zoet op appelsiroop, kandij en balsamico. Daarna gaat ie over op turf en teer, gevolgd door de sherry, die opnieuw veel donker fruit (bramen) meebrengt. Zwarte woudham. Maar het wordt nooit droog, het blijft vooral zoet. O ja, dit is goed, ik vind ‘m op de smaak zelfs nog iets beter dan op de neus. Lange afdronk, met turf en sherry in perfecte harmonie. Djee, dit is toch weer wreed lekkere whisky. Stel je voor dat je dat nog voor een redelijke prijs op de kop kan tikken. 94/100

 
 

Mmm, als ik de scores zo bekijk, zat er blijkbaar toch spul tussen dat best drinkbaar is. Zou het dan toch aan het niveau van de whisky kunnen liggen dat we ieder jaar opnieuw die moeite doen?

 

In ieder geval, ik wens julie bij deze alvast een prettig eindejaar en een gelukkig en vooral geestrijk 2012.

 

Macallan 21y 1990, Malts of Scotland, Oloroso Sherry

Na de fino #1135, vandaag het zustervat met referentie 1134, een oloroso hogshead vat dus.

 

Macallan 21y 1990/2011, 49.1%, Malts of Scotland, oloroso sherry hogshead #1134, 184 bottles
De neus van deze whisky start meteen een stuk aromatischer, expressiever en voller dan de fino. Karamel, gesuikerde en geroosterde noten, rozijnen, cake, gekonfijt fruit (Christmas cake inderdaad), noten, dadels, tabak en chocolade. Volle, romige en bitterzoete smaak op gedroogd en gestoofd fruit, noten, eik, gember en nootmuskaat. In tegenstelling tot bij de fino zit hier de balans tussen de bittere en zoete tonen beter me dunkt. Lange bitterzoete afdronk. Het is niet dat ik een voorkeur heb voor oloroso gerijpte whisky, maar bij deze Macallans gaat mij voorkeur toch uit naar deze botteling. 86/100

Macallan 21y 1990, Malts of Scotland, Fino Sherry

Vandaag en maandag twee Macallan’s 1990 van Malts of Scotland. Zustervaten, dus waarschijnlijk hetzelfde distillaat. Beide rijpten ze op sherryvaten, maar het profiel is gans anders. Het vattype (de éne rijpte op fino, de andere op oloroso) drukt hier echt wel z’n stempel op de uiteindelijke whisky, iets wat ons ondertussen niet meer zou mogen verbazen.

 

Macallan 21y 1990/2011, 51.5%, Malts of Scotland, fino sherry hogshead #1135, 254 bottles
De neus start wat gedempt op gekookte groeten en zilt. Ook wat bostoestanden: mos, varens, gevallen bladeren. Maar met wat ademen, komt hij open. Dan krijg ik fudge, vanille (american oak?), kruiden (zoethout onder andere) en meer en meer fruit. Pompelmoes, kruisbessen. Wordt aangenaam om ruiken. Stevig op de tong en licht drogend. Veel noten hier, honing, eik, kruiden, dezelfde vegetale toets van de neus, net als florale tonen. Hooi en heide. Lange, eerder bittere afdronk op eik, pompelmoes en kruiden. Lekkere neus die tijd nodig heeft, een ietsje te droog op de tong echter om hoger te scoren. 84/100

Macallan 23y 1977, Silver Seal

Vandaag een Macallan van Silver Seal. Silver Seal is een Italiaanse bottelaar, opgericht in 1979, die vooral na 1990, de periode dat Sestante er de brui aan gaf, meer en meer whisky begon te bottelen. Sinds kort is Max Righi (Whisky Antique) de wereldwijde verdeler van Silver Seal. Deze whisky is trouwens ook bij hem te koop.

 

Macallan 23y 1977/2000, 50%, Silver Seal, First Bottling, 240 bts.
Veel aarde-toetsen op de neus. Ik denk aan bosgrond met varens, mos, paddestoelen enzomeer. Daardoorheen rook van het hout en kruiden. Kaneel, kruidnagel, tijm. Noten ook en fruit. Banaan? Rode appels zeker wel. En orangettes. En iets licht waxy. Lekkere neus, absoluut. Op de smaak mooie eik die nooit te droog wordt, kruiden (zoethout), sinaas, pruimencompot, karamel en de wood-smoke die ik ook al op de neus had. Romig, zijdezacht mondgevoel. Lange afdronk op kruiden, eik en fruit. Hier wel wat drogend. Knappe balans, lekkere whisky. 87/100

Macallan 1995, A.D. Rattray

A.D. Rattray, de Schotse bottelaar die in 1868 opgericht werd door de heren Andrew Dewar en William Rattray, brengt heden weer enkele nieuwe bottelingen op de markt. Vandaag proef ik een Macallan 1995, gedurende de komende weken volgt de rest, waaronder een distilleerderij die hier nog nooit aan bod gekomen is.

 

Macallan 15y 1995/2011, 46%, A.D. Rattray, bourbon cask #11251, 334 bottles
Frisse, prikkelende neus. Veel Europees fruit à la appels, peren en witte perziken. Bloesems, een beetje gedroogd gras, honing en Ginger Ale. Een hint van witbier. Erg fris dus allemaal. Ook aangenaam om drinken. Clean, zoet en fruitig. De appel, de peer, de perzik, de honing. Hier zorgen kruiden voor wat extra complexiteit. Vanille heb ik nog, net als wat eik. Fijne eik. Easy drinking. De afdronk is eerder kort maar lekker. Kruiden en fruit voeren hier de toon aan. Dit is een veel beter alternatief voor zowat gans de officiële Fine Oak reeks. En als het in augustus nu ook nog wat zou willen zomeren, een ideale zomer/terrasdram. 84/100

Macallan 30y 1980, Prenzlow Portfolio Collection

De Macallan 1980 die ik nu bespreek, werd gebotteld door Jack Wieber in z’n Prenzlow Portfolio Collection. Alfred Prenzlow is kunstenaar en gekend om z’n tekeningen en schilderijen van het distilleerproces en distilleerderijen. De whisky’s onder dit label krijgen dan ook een passend label mee, en worden op een uitzondering na alle gebotteld op 120 flessen. Hier vind je meer info terug over de collectie.

 

Macallan 30y 1980/2010, 49.6%, Jack Wiebers Whisky World, Prenzlow Portfolio Collection, cask 16447, 120 bottles
Bitterzoete sherryneus op de schil van sinaas, donkere chocolade (orangettes, inderdaad), praliné, butterscotch, kandijsuiker, geroosterde noten, rozijnen, pruimencompot, eik en een klein beetje rook van het hout. Een lichte waxyness. Aangenaam, en meer dan dat. Best stevig op de tong. Romig ook, op kandijsiroop, zoete appels, sinaas, rozijnen, cake en kruiden. Qua kruiden denk ik aan nootmuskaat en kruidnagel. Licht drogend. En ook hier een toefje rook. Lange, bitterzoete afdronk op kruiden, gekonfijt fruit en wat eik. Erg lekkere Macallan, vooral de neus is dat. 87/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

Macallan 19y 1991, A.D. Rattray

Het hoofdstuk nieuwe bottelingen van A.D. Rattray sluit ik af met de Macallan 1991. Macallan beweerde altijd dat de volledige productie rijpte op sherryvaten, waarvan een driekwart oloroso. De recente fine oaks en ook dit bourbonvat van Rattray bewijzen iets helemaal anders natuurlijk. Dit bourbonvat werd al in 1991 gevuld.

 

Macallan 19y 1991/2010, 58.9%, Dewar Rattray, cask 4135, 260 bts
Het eerste waar ik aan dacht bij het ruiken van deze whisky was peterselie. Het knippen van verse peterselie. Dan aan broccoli. Vervolgens kwam er wat zoets door, maar hij blijft erg vegetaal. Bouillonblokjes. Maggi. Het zoet wordt vergezeld van zilt. Granen, citrus en gele appels ontwaar ik ook nog. De smaak is olieachtig en net als de neus vegetaal en ziltig. Gezouten popcorn. Hier heb ik nog perziken, hout en veel kruiden. Peper, kaneel, zoethout en tijm. Kirsch. Groene thee. Meer hout en herbal tonen na wat water te hebben toegevoegd. Best lange, kruidige en ja, vegetale afdronk. Bijzondere whisky, voor bij vlees en patatten zou ik zeggen. Maar wel lekker hoor. 83/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Macallan 21y 1982, Silver Seal

Geproefd bij Max Righi op het Lindores Whiskyfest vorig jaar. De overschot op het eind van de dag voor m’n neus weggekaapt door Karel Cousy, een voor de rest zeer aimabel persoon overigens. Nu de gelegenheid om deze eens – met zeer veel goesting – deftig te proeven.

 
Macallan 21y 1982/2003, 52.5%, 385 bottles, Silver Seal – Speyside

Deze Macallan is één van de beste die ik al heb gedronken. Zijdezachte sherry, niks scherps, niks bitters. Donkere chocolade ja, maar chocolade die smelt op je tong. Met van die stukjes appelsien ertussen! In de neus heb ik allereerst rozijnen, pruimencompot, vijgen en geconfijt fruit. Gerookt vlees. Zwarte-woudham (my favorite!). Geroosterde en gesuikerde noten. Tabak. Njummie! Erg romig, boterig in de mond, dik bijna. Superieure Earl Grey, noten, pruimtabak, pompelmoes, zacht hout, de smeltende chocolade dus… top! Lange, zijdezachte afdronk. Een zalige en complexe Macallan. Dit is nu eens sherry zoals ìk ‘m graag heb. En dat met een kreunende Tom Waits op de achtergrond… mmm, wat kan het leven mooi zijn. Bedankt voor de sample Karel! Aimabel, ik zei het al. 92/100

Macallan 10y Sherry oak

Macallan 10y ‘sherry oak’, 40%, OB 2008 – Speyside
Niet te verwarren met de 10 jarige ‘fine oak’ (gerijpt op zowel sherry- als bourbonvaten). Deze 100% sherrygerijpte whisky heeft een klein beetje sulfer in de neus, kost punten. Daarnaast karamel, fruit en slappe koffie. Smaak is licht, met granen, opnieuw wat karamel en een beetje fruit. Vrij korte afdronk. Niks om over naar huis te schrijven. 69/100

En nog twee oldies

Macallan 10y, 40%, OB +/- 1985 for Giovinetti & Figli, 75 cl – Speyside – 84/100
Lekkere oude gesherryde Macallan, wat moet een mens nog meer hebben? Rozijnen en gedroogde abrikozen, karamel. Of wacht, de schromelijk ondergewaardeerde rum-rozijnen! Koffie. Mooie balans bitter en zoet. Hele lichte zwavel, maar absoluut niet storend.
 
Glengoyne 8y, 43%, OB bottled 1973 – Highland – 87/100
Zoete en kruidige neus. Dito smaak. Ook wat fruit (perzik). Erg lekkere oude Glengoyne.

Vier 12 jarigen

Dat is dus samen 48. Euh ja, dat soort onnozeliteiten krijg je van slaaptekort. Soit, here they are:

 
Old Pulteney 12y, 40%, OB 2006 – Highland – 81/100
Nieuwe botteling. Heb hier eerder al mijn proefnotitie van een vorige batch (2003) gepubliceerd. Ik moet zeggen, er is weinig verschil met de vorige. Is meestal ook de betrachting van de distilleerders. Blijft voor z’n prijs een erg interessante malt.
 
Dailuaine 12y 1994/2006, 45%, Samaroli, cask Z06/06086, 390 bottles – Speyside – 79/100
Redelijk scherpe alcoholische neus met zoete tonen. Vanille, honing… Ook smaak is zoet, doorweven met fruit en iets kruidigs (peper). Noten ook. Okkernoot. Mooie balans. Wat zoete en kruidige finish. Niets om lyrisch over te doen, maar aangenaam drinkbaar.
 
Talisker 12y, 43%, OB mid 1970’s, John Walker & Sons, twist cap 750 ml – Skye – 72/100
Vorig jaar kwam Talisker met een nieuwe officiële botteling op de markt, een 12 jarige. Heb ‘m nog steeds niet geproefd, maar heb al wel deze oude 12y kunnen proeven, gebotteld door John Walker & Sons ergens in de jaren 70. Groen glas met draaidop en label met Johnny Walker op. Speciale smaak met veel bloesems en iets onbestemd kruidigs. Viel me tegen, had er meer van verwacht. Vandaag betaal je op veilingen makkelijk 500 euro voor zo’n fles. Niet te snappen.
 
Macallan 12y Fine Oak, 40%, OB 2006 – Speyside – 78/100
Heb nog niet veel goeds over deze whisky gehoord. Eens zien of ik er ook zo over denk. Frisse, lichte en bloemige neus met verdacht weinig sherry. De eik ruik je wel. Peperig ook. En een beetje zilt? Zowaar lichte eiland-associaties. Best wel een aangename neus… Fruitige (appel) en zoete smaak. Relatief korte afdronk met veel hout. Vind dit absoluut niet slecht, en vooral anders dan verwacht.

Deksels goede whisky ten huize Dominiek…

Maar dat wisten we al. Had al lang beloofd een CD’tje bij Dominiek binnen te brengen en gisteren kwam het er van. Nu, zoals te vrezen viel – ja ok, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen ‘te hopen viel’ – liep het bezoekje een beetje uit. Voor ik er erg in had, waren we vijf uur later en besefte ik dat ik in het beste geval nog 4 uur slaap zou hebben. De wekker gemolesteerd, de dag vervloekt, een teen op niet nader vernoemde – maar vooral onnavolgbare – wijze gestoten, de “precies een beetje laat gisteren?” opmerkingen over me heen laten komen, de aandachtige blik tijdens een vergadering wanhopig proberen vast te houden… ja, het was een beetje doorbijten vandaag, maar hoeft het gezegd, het was het allemaal méér dan waard.
Ik had zelf enkele flessen meegenomen zodat we een paar head to head konden zetten.

Wat dronken we zoal? We begonnen met een fruitige Speysider, de Tomatin 26y 1966/1992, 43%, Signatory, casks 14362-63, 1200 bottles. Veel fruit dus, honing ook en beetje bitter op het einde. Mooie opener. Daarna volgde nog een Signatory, de Aberlour-Glenlivet 19y 1970/1990, 46%, Signatory, casks 236-239, 1300 bottles, lekkere sherry en behoorlijk kruidig in de smaak en afdronk. Ook lekkere sherry in de Macallan 18y 1980/1999 ‘Gran Reserva’, 40%, OB, alhoewel ik de Aberlour toch lichtjes beter vond. Vervolgens maakte Luc’s Daily Dram z’n opwachting. Luc is Luc Timmermans, de whisky een… Glenfarclas, inderdaad. Een veertigjarige Glenfarclas. Er bestaan 20 flessen van, de rest van het vat werd door Douglas Laing gebotteld voor QualityWorld Denmark, een Deense whiskyclub. Voluit: Glenfarclas 40yo 1964/2005, 53.5%, DL for QWD, cask 1578, 515 bottles. Schitterende whisky die de voorgaande gesherriede whisky’s deed verbleken. Naast de sherry ook zilt en lichte rook. Supercomplex, krachtig… smullen! Scoort vooraan in de negentig. Daarna nog een Glen Garicoh 29y 1968, 56%, OB, cask 622, één van de vele heerlijke 1968 Glen Gariochs.

Dan volgde 4 head to heads. Dat de nadruk op Brora lag, mag niet verbazen.

Dominiek’s Brora 27y 1981/2008, 53.8%, Duncan Taylor, cask 1427 vs. mijn Brora 18y 1981/1999, 50% DL OMC, 335 bottles. Deze laatste won overtuigend het pleit. De DT kan je omschrijven als een Clynelish (mineralig, was, bloemen) met een toefje turf, in de tweede herken je onmiskenbare Brora. Voor mij is deze de tot op heden de beste jaren tachtig Brora. Wat niet wil zeggen dat de DT niet lekker was, integendeel.

Dominiek vond niet onmiddelijk een fles om tegen mijn Port Ellen 6e Release te zetten. Tot hij plots “wacht” uitriep en z’n kelder indook. Hij kwam boven met een Port Ellen 24y 1978/2002, 57.9%, DL for The Whisky Shop, 602 bottles die prompt soldaat werd gemaakt. Hoe graag ik de zesde release ook drink (90/100), hij maakte geen kans tegen het geweld van Dominiek. Man, dat is bangelijk lekkere whisky. Top-sherry, top-turf en dito zilt… in perfecte harmonie. Misschien wel de beste Port Ellen tot op heden gedronken. 93, 94? Whatever.

Het gesprek viel op de Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, sherry cask, 618 bottles, waarover Dominiek in het verleden al eens de loftrompet stak. Een whisky die nochtans geen hoge scores krijgt in de Maltmaniacs Monitor, maar waarvan meneer Bouckaert toevallig toch nog een staaltje had liggen zeker. De maniacs hebben ongelijk, dit is verdorie lekker spul, Port Ellen zoals ik ‘m graag heb.

En dan werd het tijd om mijn Brora 30y 2004, 56.6%, OB, 3000 bottles naast de Brora 30y 2007, 55.7%, OB, 2958 bottles van mijn gastheer te zetten. De 2004 wordt algemeen beschouwd als de beste van de officiële releases, een these die ik alleen maar kan onderschrijven. Ook de 2007 kon er niet tegen op. Ik scoorde de 2004 95, de 2007 ligt 2 à 3 punten achter, wat nog meer dan behoorlijk is natuurlijk. Hiermee te maken heeft het feit dat in de 2007 duidelijk nog wat begin jaren 1970 Brora zit. 30 jaar is dus ruim 30+.

De laatste head to head was deze tussen de Brora 20y 1975/1995, 59.1%, Rare Malts, 75 cl van Dominiek en mijn Brora 21y 1977/1998, 56.9%, Rare Malts. Beide erg lekker, beide vrij mineralig. Turf, zilt, fruit, zoet, lichte farmy toestanden, kortom the whole shebang, al bij al een redelijk gelijklopend profiel. Ik herinner me niet meer welke Dominiek de beste vond (neem het me maar eens kwalijk), ik had een lichte voorkeur voor de 21y. De mijne weerom, ha!

Als toetje haalde Dominiek nog de Brora 30y 1972/2003, 49.7%, DL Platinum, L6961, 222 bottles en de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de batch op 58.7%) uit z’n toch al indrukwekkende kast whisky’s. Ja, ik wist niet goed waaraan ik het verdiende, maar dat vraagstuk bande ik snel uit m’n hoofd en schoof mijn glas gezwind een halve meter vooruit. De Rare Malts kende ik al (Halleluja!), de Platinum was nieuw voor mij en, my God, ook dat is een dijk van een whisky! ’t Is dat ik de accenten op m’n toetsenbord niet vind, er horen er immers te staan op de ‘ij’ van dijk. De farmy en waxy Brora-notes met de schitterendste sherry (ok, ik weet het, ik val in herhaling, er is al wat sherry van het schitterende soort gepasseerd). En wat een evolutie! Elke snuif, elke slok geeft andere en nieuwe sensaties. Wohoow! En krachtig en complex moeten ook nog vermeld worden… goddelijk! 95/100 I’d say.

Ziezo, dat was het zo’n beetje. Niet slecht hé? Een geslaagd avondje, om even een eufemisme te placeren. Thanks again Dominiek!

Een jonge Macallan en een iets oudere Richard Thompson

Had me gisteren een 7 jarige Macallan voor de Italiaanse markt ingeschonken. Best wel lekkere whisky is dat. Ook wel best ok (en dat is een eufemisme) was Mirror Blue van Richard Thompson op de achtergrond. Een album uit 1994 en voor mij zijn beste.

 
Macallan 7y Italian version, 40%, OB 2000, 75 cl – Speyside – 80/100
Gerijpt op sherry-vaten, niet echt uitzonderlijk voor een Macallan natuurlijk. Erg veel power voor een 7-jarige! Verrassende hoeveelheid rook en turf ook. Smaak is ook zoet met karamel en gebakken banaan. Lange afdronk op kruiden en turf.