Spring naar inhoud

Posts from the ‘Caol Ila’ Category

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Caol Ila 1980, Malts of Scotland

Na een helse tocht Brussel-Leuven ben ik toe aan een hartverwarmende dram. Het wordt de laatste in de rij Malts of Scotland, een Caol Ila gedistilleerd op 21 mei 1980 en gebotteld in oktober dit jaar.

 
Caol Ila 29y 1980/2009, 54%, Malts of Scotland, cask 4935, 175 bottles – Islay
Oh ja, dit is weer in de roos hoor. Niet de verwachte fruitige turf, maar eerder kruidige turf. In de neus heb ik drop, gember, hout, hars, planten, turf, beetje zilt en toch nog een beetje fruit (witte pompelmoes) op de achtergrond. Heel mooi. Erg krachtig op de tong, komt sterker over dan de 54%. Spicy! Ook hier. Peper, zoethout. Meer fruit dan in de neus, en een perfecte portie hout. Beetje water toevoegen maakt het geheel – zoals gewoonlijk – wat zoeter. Middellange, aangenaam bittere en verwarmende afdronk. Ja, ze weten hun vaten daar wel te kiezen bij de Malts of Scotland. 89/100
 

Dit was trouwens note nummer 499, heb voor het weekend een specialleke klaarstaan. En dat is een understatement.

Two pairs!

Linkwood 17y 1987/2004, 43%, Signatory, cask 4145 – Speyside – 72/100
Granige neus met appel en versgemaaid gras. Niet onaangenaam, maar weinig boeiend. Zachte, wat zoete smaak met ook hier granen. Vanille ook en iets bloemigs. Middelange afdronk. Beetje saai, deze Linkwood.
 
Linkwood 18y 1990, 45%, G&M for LMDW 2009, cask 6962 – Speyside – 84/100
Stevige sherrytoestanden in geur en smaak. In de neus geeft dat noten, koffie (sterke espresso), karamel, rozijnen en bittere chocolade. En ongetwijfeld nog heel wat meer dat ik dan niet inmiddelijk kan plaatsen. De smaak is bitterzoet. De bittere chocolade onieuw. Rubber. Vrij veel hout, mag wat minder voor m’n papillen. Ook kruiden doemen op. Middellange, droge en kruidige finish. Complexe whisky met een erg aangename neus maar een ietsje te droog, te scherp in de smaak. Dit laatste doet ‘m net uit de 85+ catagerie vallen.
 
Caol Ila 15y 1990/2005, 50%, DL OMC, 358 bottles – Islay – 83/100
Neus is erg zacht, de turf is eerst vaag aanwezig maar komt langzaamaan bovendrijven, en verdringt daarmee de vanille en de citrus. Appelschil. Ook de smaak is zacht, zoet, met lekkere turf en dito zilt. Middellange, eerder droge afdronk.
 
Caol Ila 17y 1991/2008, 46%, Cadenhead, 361 bottles – Islay – 82/100
Neus: zoet, turf, rook, fruit. Matig complex. Smaak: lekkere zoete turf. Gerookte zalm. Beetje vettig. Vrij lange, zoete afdronk. Aangename Caol Ila.
Frapant, op enkele uitzonderingen na (die Manager’s Dram!) scoor ik bijna alle Caol Ila’s tussen 80 en 85. Degelijke, lekkere whisky zonder echt uitzonderlijk te zijn, maar ook zelden tegenvallend.

Port Askaig

Port Askaig is de naam van een havenstadje (nu ja, dorp) aan de noordoostkust van Islay én sinds kort ook de naam van een nieuwe single malt whisky. Denk nu vooral niet dat Islay een nieuwe distilleerderij rijker is, het is Speciality Drinks Ltd. – de firma achter The Whisky Exchange van Sukhinder Singh – dat onder deze naam een single malt whisky uit Islay bottelt. Als je er de kaart van Islay bijneemt, zie je dat er zich in de buurt van Port Askaig maar één distilleerderij bevindt, Caol Ila. Alles wat onder het Port Askaig label wordt gebotteld, is dus in feite Caol Ila whisky.
Vandaag de dag bestaan er drie varianten Port Askaig: een 17-jarige aan +/- 60 euro, een 25-jarige voor een 90 euro en een cask strength whisky die ongeveer 45 euro moet kosten. Eind dit jaar zou er ook nog een 30-jarige gebottled worden. De whisky op drinksterkte hebben ze – net zoals Talisker dat doet trouwens – tot Imperial 80 proof versneden. Dit komt overéén met 45,8% alcohol.
Je vindt Port Askaigs natuurlijk op The Whisky Exchange, maar je komt ze evengoed tegen in de betere whiskyhandel. Ik heb me – ondertussen al een tijdje geleden – via Whiskysamples een setje besteld en nu eindelijk ook geproefd.

 
Port Askaig 17y, 45.8%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 83/100
In de neus een klassieke turf-rook-citrus mélange. Cleane turf, kampvuur, citroenen, sinaasschil. Beetje zoets ook, honing. Licht medicinale touch. Hey, als extraatje een subtiele waxy note! In de olie-achtige smaak krijg ik eerst veel turf, citrus (pompelmoes) en honing. Tot zo ver dus mooi in lijn met de neus. Daarna meer en meer zilt, zoethout en kruiden. Lange, warme afdronk op teer en zilt. Klassieke en dus best genietbare Caol Ila met een mooie balans.
 
Port Askaig 25y, 45.8%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 86/100
Oh, deze is veel fruitiger, wat gezien de leeftijd niet geheel onlogisch is natuurlijk. Zachte, complexe neus met sinaas, appel, passievrucht, boenwas, honing, zoethout, kruiden… Rook ook (en as – verbrand hout hier) maar merkelijk minder prominent dan in de 17y. Zachte smaak waar fruit, zoet en hout de kernwoorden zijn. Pompelmoes, sinaas, appel, honing, suiker, zilt, kruiden en hout. Serieus drogend (bitter) naar het eind. Middellange droge finish met hout, peper, zoethout en rook. Complexer dan de 17y, lekkerder ook. Een ietsje minder hout in de smaak had een puntje of twee meer opgeleverd.
 
Port Askaig Cask Strength, 57.1%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 77/100
Smokey! Veel rook, meer nog dan de 17y. Als ik ze naast elkaar zet, geeft de 17y eerder pure turf en deze CS rook. Houtskool, sigaren, smeulend haardvuur, roet/uitlaatgassen, dat soort zaken. Daarnaast heb ik wat zoets en hooi (of is het stro? – Even een zijsprongetje, een luistertip: Hay foot/Straw foot van 16 Horsepower, een project van de geniale David Eugene Edwards). Datzelfde hooi/grassige in de smaak, naast weerom veel rook en assen. Wat ziltig en met moeite een beetje vanille. Vrij lange rokerige (of wat had je gedacht?) afdronk, die kruidig en wat bitter eindigt. Blijf toch wat met een asbak gevoel zitten, de rook verdringt te veel de rest. Vond de 17y beter gebalanceerd.

Twee Duncan Taylors for The Nectar

Twee schitterende DT’s geselecteerd door en gebotteld voor The Nectar.
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.3%, DT for The Nectar, cask 2746, 269 bottles – Islay – 91/100
De verwachte turf is aanwezig, maar op de achtergrond. De elegante neus is zoet (karamel) en fruitig (citrus). Kruiden zitten er ook in. En zoethout. Heerlijk. Zachte, romige, fruitige smaak met zilt en kruiden. Lange kruidge afdronk. Zeer lekkere en complexe Caol Ila.
 
Caperdonich 35y 1972/2008, 50.3%, DT for The Nectar, cask 7424, 136 bottles – Speyside – 92/100
Deze Caperdonich is er één uit de oude doos, een voorbeeld van hoe lekker oude whisky kan zijn. Het hout heeft z’n werk gedaan, maar overheerst niet, wat maakt dat de andere elementen zich ten volle kunnen profileren en we hier dus een complexe en subtiele whisky hebben. Het hout wordt in de geur vergezeld van vanille, boenwas (bijenwas…), perzik, abrikoos, kruiden, lichte turf zelfs. Top! De smaak is erg zacht, zoet en fruitig (appelsienen hier). Lange fruitige en kruidige afdronk. Super whisky!

The Whisky Agency

Het wordt tijd dat ik eens een woordje placeer over deze nieuwe bottelaar, want heb er ondertussen al één en ander van geproefd, meestal tot mijn grote voldoening.
The Whisky Agency (TWA) is een Duitse bottelaar die werd opgericht door de heren Ehrlich en Schneider. Carsten Ehrlich is trouwens ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Fair, één van de meest gerenomeerde whiskyfestivals ter wereld, dat jaarlijks plaatsvindt in het Duitse Limburg. Het hoeft geen betoog dat beide oprichters al jaren intensief met whisky bezig waren alvorens ze besloten zelf whisky te gaan selecteren en bottelen. In principe bottelen ze alles wat ze zelf lekker vinden, ongeacht regio, distilleerderij, leeftijd, vattype of wat dan ook. De whisky wordt niet koud gefilterd noch bijgekleurd. TWA bottelt zowel onder z’n eigen naam als onder het label van The Perfect Dram.

Vandaag mijn bevindingen van hun Caol Ila, Fettercairn – ja, die hadden we nog niet gehad – en Longmorn, later deze week gaan we de sherrytoer op met één van hun Bunnahabhains (de 1974) en een spiksplinternieuwe Glenfarclas.

Caol Ila 26y 1982/2009, 63%, The Perfect Dram (TWA), 120 bottles – Islay – 84/100
Door de alcaohol ruik je zoete truf. Met water heel wat meer. Wat? Wel, we hebben o.a. zilt, gerookte vis (heilbot?), appels en vanille. In de smaak zonder water kruiden (nootmuskaat) en rook, met water nog meer rook en ook appels (opnieuw), zoethout en drop. Lange rokerige finish. Heeft absoluut water nodig om open te komen, maar vertoont zich dan een goeie zwemmer.
 
Fettercairn 33y 1975/2008, 58.3%, The Perfect Dram (TWA), 143 bottles – Highland – 80/100
Pfff, dit is een vreemde neus. Er is een hoek af, maar kan niet onmiddelijk associëren. Stoffig? Mmm, zeker geen old bottle toestanden. Nat karton misschien. Iets ranzig in ieder geval. Granen ook, kandij en na een tijdje wat fruit. Appels. Advocado? Moeilijk. Je moet ‘m sowieso wat tijd geven. Smaak is in ieder geval beter. Hout (vrij veel), karamel, fruit (allerlei citrus) en kruiden. Kruidige, licht bittere afdronk. Niet slecht en alhoewel lang getwijfeld over de score toch 80, weliswaar met de hakken over de sloot en volledig op het conto van de smaak.
 
Longmorn 32y 1976/2008, 53%, The Whisky Agency, 120 bottles – Highland – 85/100
Aangename neus met hooi, fruit (perzik, abrikoos, peer), beetje hout, kruiden, lichte rook en tabak. Mondvullende smaak – deels door het hout veronderstel ik – met ook hier fruit en kruiden, wordt vrij bitter naar het einde. Lange, droge en kruidige afdronk. Lekker, maar een beetje te bitter om geweldig te zijn.

Enkele heerlijke Islay’s

Caol Ila 15y 1992/2007, 52.5%, Duncan Taylor, cask 3633 – Islay – 86/100
Typische frisse Caol Ila neus met vanille, turf en zilt. Appels. Sappige groene appels. Stevige smaak. Zoet (de vanille), kruidig (peper) en voorzien van een behoorlijke dosis turf. Robuust, maar toch erg vlot drinkbaar. Lange zoete finish met de klassieke zilte turf. Foutloze en dus erg lekkere Caol Ila.
 
Laphroaig 15y, 43%, OB 2008 – Islay – 89/100
Complexe, subtiele neus. Vrij medicinaal. Zilt, jodium, turf… een echte eilander. Beetje zoet en fruitig ook. Smaak is wat vettig (olie), zoet en fruitig (citrus vooral). Turf natuurlijk ook, en naar het eind wat zilt. Hout ook, die de lange afdronk licht drogend maakt. Allemaal wat minder direct dan bij de andere OB’s heb ik de indruk. Wel héél lekker.
 
Port Ellen 26y 1979/2006, 50%, DL OMC, 514 bottles – Islay – 88/100
De herkenbare Port Ellen neus met zilt, zeewier en turf. Ook smaak dominant turf, maar daarna komt het fruit, citrus. Lichte aangename bitterheid. Bittere chocolade. Orangettes! Middellange rokerige afdronk.

Murray McDavid

murray-mcdavid

Deze jonge bottelaar werd in 1997 opgericht door Mark Reynier, Simon Coughlin en Gordon Wright. Deze laatste is een lid van de familie Wright, eigenaars van Springbank Distillery. De naam Murray McDavid verwijst naar de grootouders van Mark Reynier, Harriet Murray en Jock McDavid, adjudant van Winston Churchill tijdens de eerste wereldoorlog.

Murray McDavid bottelt single malt whisky, het brengt geen blends op de markt. Sommige vaten worden onmiddellijk gebotteld, bij andere wordt er geopteerd de whisky nog wat verder te laten rijpen op vaten van Europese eik. Wat vrij uniek is, is dat het zelden ‘single casks’ bottelt, maar vaten van eenzelfde distilleerderij mengt tot het een ideale blend verkrijgt. De argumentatie hiervoor is dat de kwaliteit van single cask whisky erg verschilt van vat tot vat, de balans vaak zoek is en dat single casks niet altijd representatief zijn voor de distilleerderij. Er zijn immers heel wat factoren die een rol spelen in het rijpingproces, factoren waar je niet altijd invloed op hebt.

De whisky’s van deze bottelaar worden op 46% gebotteld en niet gekleurd noch koud gefilterd. Elke fles vermeldt het aantal vaten dat gebruikt is voor de whisky in kwestie. Dat kunnen er twee zijn, drie, vier, vijf… maar dus uitzonderlijk ook één. Het bottelen vindt plaats in de bottelarij van Bruichladdich. Bruichladdich kwam immers in december 2000 in handen van Murray McDavid. Het was meteen de eerste maal dat een onafhankelijke bottelaar eigenaar werd van en distilleerderij. Jim McEwan (ex-Bowmore) werd aangetrokken om Bruichladdich te leiden en is vandaag ook verantwoordelijk voor de selectie van de vaten voor Murray McDavid.

Murray McDavid brengt een beperkt aanbod whisky op de markt, onder één van volgende reeksen:

  • The Benchmark, een reeks jonge whisky’s.
  • The Mission, een jaarlijkse release oudere whisky’s, geselecteerd door Jim McEwan en beperkt tot 600 flessen.
  • Jim McEwan’s’s Celtic Heartlands, unieke vaten, gebotteld in karaffen, beperkt tot 700 stuks.
  • Maverick, de jongste telg.

 
Caol Ila 11y 1993/2004, 46%, Murray McDavid, Maverick chenin cask W0404 – Islay – 84/100
Eerst op een Bourbon vat gerijpt, daarna op een Chenin vat (uit de Loirestreek?). Erg fruitige neus. Citrus, pompelmoes. Lekkere rook. Wat vettige smaak met de Caol Ila turf en rook, maar ook fruitig. Iets van koffie. Zoethout (zou dat de invloed van de wijn zijn?). Lange en mooie afdronk. Ik heb zo m’n reserves bij rijping of finishes op een wijnvat, maar hier is het huwelijk meer dan geslaagd te noemen.

Enkele nieuwe Diageo bottelingen

Caol Ila 8y ‘unpeated’, 64.2%, OB 2008, third release – Islay – 82/100
Inderdaad geen turf te bespeuren. Ondanks alcoholpercentage best drinkbaar zonder water, maar dan is ie wel erg droog en lichtjes bitter. Water maakt het geheel zachter, zoeter. Dan krijg je vanille, fruit (appel, banaan), hout en iets kruidigs in de neus en veel fruit in de smaak. Smeuïge zoetigheid. Melkchocolade! Korte, droge en fruitige finish. ‘Cleane’, atypische Caol Ila. Wel lekker.
 
Lagavulin 12y 1995, 48%, OB 2008, for the Friends of Classic Malts – Islay – 85/100
Rokerige, zilte en ‘farmy’ neus. Zoet ook. Beetje bitter. Pompelmoes. Vrij complex. Lekkere turf in de smaak, naast citrus, thee en karamel. Lange finish op zoete turf.
 
Linkwood 26y 1981/2008, 56.9%, OB 2008, Port Wood, 1260 bottles, 50 cl – Speyside – 82/100
Deze Linkwood heeft z’n laatste 14 jaar op een portovat gerijpt. Te veel om van een finish te spreken, laat het ons een ‘double wood’ noemen. Het resultaat mag er in ieder geval zijn. Veel zoet fruit in de neus. Banaan. Sinaas. Honing. Cake. Vernis? Hu, ja. Ook fruit in de smaak, maar dan eerder rood fruit, gestoofd rood fruit. Confituurtoestanden. Aardbei- en rode bessenconfituur. Lichtjes zurig. De rode bessen! Het zurige wordt wel serieus gecompenseerd door zoets. Chocolade. Sinaas. Ha, orangettes! Zuur-zoet, speciaal. Noten naar het einde. Droge, wat bittere afdronk met okkernoot. De port heeft z’n werk gedaan, maar overheerst niet. Geslaagd indeed.

Wilson & Morgan

wilson-morgan

Wilson & Morgan is een Italiaanse onafhankelijke bottelaar, eigendom van de Venetiaanse familie Rossi. De Rossi’s waren vooral gekend als wijn- en oliehandelaar, onder impuls van peetvader Giuseppe. Na de tweede wereldoorlog nam Giuseppe’s zoon Mario de zaak over en vanaf de jaren 1960 begon hij zich toe te leggen op de import van Schotse whisky. Eerst betrof het de invoer van blended whisky, daarna van luxueuzere blends en tenslotte vanaf de jaren 1980 – onder impuls van de derde generatie Rossi – single malt whisky, onder het label ‘King of whiskies’.
In 1992 richtte Fabio Rossi, zoon van Mario, de firma Wilson & Morgan op. W&M specialiseerde zich van in den beginne in single malts. Maar omdat het niet éénvoudig was de hand te leggen op kwaliteitswhisky, ging W&M nauw samenwerken met William Cadenhead. Cadenhead had zelf hoge standaarden qua selectie van vaten en werd bereid gevonden bepaalde, door Fabio gekozen vaten te bottelen voor de Italiaanse markt, onder het Wilson & Morgan ‘Barrel Selection’ label.
Na een tijdje nam Fabio het besluit zélf vaten te gaan selecteren. Hiertoe bezocht hij zowat alle Schotse distilleerderijen en kocht die vaten die volgens hem goed genoeg waren voor z’n ‘Barrel Selection’. W&M laat de vaten rijpen in de warehouses van de distilleerderij zelf en verkoopt z’n flessen over gans de wereld.
Vandaag de dag is de leiding van W&M nog steeds in handen van Fabio Rossi en heeft de firma zich ook toegelegd op de import en het bottelen van rum, onder het ‘Rum Nation’ label.

 
Port Ellen 23y 1979/2003, 46%, Wilson & Morgan, sherry cask 6769 – Islay – 88/100
Dankzij Lindores en hun Whiskyfest (2007) kon ik deze fameuse botteling toch eens proeven. Zware sherry-neus met hout, fruit, tabak en lekkere, subtiele turf. En de geur van een natte hond. Na een tijdje komt er ook iets kruidigs door. Heerlijk complex! Ook stevige sherry in de smaak. Droge sherry, hout. Beetje té. Lichte turf en iets fruitigs (sinaas). Bittere chocolade. Lange afdronk, maar voor mij wat te droog, te veel hout. Dankzij de geweldige neus toch nog een score van 88.
 
Caol Ila 10y 1994/2004, 50%, Wilson & Morgan Barrel Selection – Islay – 81/100
Typische Islay neus, zonder al te scherpe kantjes. Ziltig, rokerig, wat zoet. Beetje fruitig ook. Ook in de smaak de eiland-kenmerken, ziltig met stevige turf. Droge, wat bittere afdronk met opnieuw de turf. Niet erg complex, maar wel lekker.

Een straat Caol Ila

Na het Samaroli geweld terug met beide voeten op de grond.
 
Caol Ila 18y, 43%, OB 2004 – Islay – 83/100
Zachtere neus dan de 12y. Redelijk complex. Kruidig, bourbon, fruit. Minder turf dan verwacht. Maar wel genoeg voor mij. Smaak is droog. Lichtjes zoet. Drop, zoethout. Vanille ook. Lange, maar weinig uitgesproken afdronk. Erg lekker, maar mocht wat krachtiger.
 
Caol Ila NAS Natural Cask Strength, 58.4%, OB bottled for the Feis Ile Festival 2007, distillery only, 2000 bottles – Islay – 82/100
Fles gebotteld naar aanleiding van het Feis Ile festival 2007 en enkel beschikbaar in de distilleerderij. Meegebracht door een clublid. Typische neus voor een jonge geturfde whisky, veel new spirit. Koekjes ook (maar welke?), cake. Scherpe smaak met veel citrus en turf, maar wel lekker. Met water komt peper vrij. Redelijk lange afdronk op scherpe turf.
 
Caol Ila 11y 1994/2005, 43%, Signatory, casks 10894 & 10895, 753 bottles – Islay – 78/100
Beetje tegenvallende Caol Ila, geen verdere notities, resulterend in een score van 78.
 
Caol Ila 25y 1979/2004, 50%, DL OMC, cask 1355, 266 bottles – Islay – 83/100
Lichte rook in de neus, maar ook veel fruit (appel, peer) en iets bloemigs. Zilt ook. Zeewier. Zachte, fruitige smaak met zilt, beetje turf en zoethout. Lange afdronk op turf en beetje peper. Lekker, alhoewel ik van een oude Caol Ila nog een ietsje meer verwacht had.

Kleppers – Caol Ila 15y Manager’s Dram

Afsluiter en hoogtepunt van een supertasting ten kelder Luc Timmermans. De andere whisky’s waren verschrikkelijk lekker, deze was… ja, wat? Wat is het superlatief van verschrikkelijk lekker? Soit, je leest het hieronder:
 
Caol Ila 15y Manager’s Dram, 63%, OB July 1990, dark sherry – Islay – 96/100
Een legendarisch botteling, misschien wel de beste Caol Ila ooit. En ik mag dat proeven! Stevige neus die op dit alcoholpercentage al z’n geheimen prijs geeft. Turf, kruiden, houtskool, hesp… een hammetje op de barbecue dus. Pas aangestreken lucifers. En dan komt de sherry, met karamel en chocolade. Appels. Oh boy, oh boy! Smaak ligt toch wel perfect in de lijn van de neus zeker… heeft ook hier geen water nodig (op 63% dus hé). Turf en sherry, maar ook iets ziltigs en wat peper. Sojasaus? En opnieuw donkere chocolade en karamel. Alles zóóóó perfect in balans, dit is hemels! De afdronk vormt de kroon op het werk, die blijft maar duren. Sherry en turf op z’n best, en dus whisky as such op z’n best!

Voor de geïnteresseerden: deze fles staat nog te koop bij The Whisky Exchange, voor de luttele som van £699. Ik hou het op m’n 2cl.

Gordon & MacPhail

Gordon & MacPhail is een oude onafhankelijke bottelaar, gesticht in 1895 door James Gordon en John Mac Phail. Al gauw zou John Urquhart hen vervoegen. Het zijn de kleinkinderen van deze laatste die nog steeds eigenaar zijn.
Al meer dan een eeuw koopt G&M vaten van verschillende Schotse distilleerderijen en laat deze rijpen in haar eigen warehouses in Elgin of in de opslagplaats van de distilleerderij zelf. Daar worden ze op de voet opgevolgd tot de whisky volgens G&M op z’n best is, waarop het vat wordt gebotteld onder één van de labels van G&M. Bekende labels of reeksen zijn Connoisseurs Choice (op commerciële drinksterkte), de Cask reeks met single casks op vatsterkte, de Rare Old reeks met oude bottelingen van gesloten distilleerderijen, de Gordon & MacPhail Reserve met jongere bottelingen en de Centenary Reserve naar aanleiding van hun 100e verjaardag.

Doorheen de jaren heeft Gordon & MacPhail een schat aan vaten opgeslagen, welke geleidelijk aan op de markt gebracht worden. Ze hebben dan ook een erg ruime selectie aan whisky’s, welke grotendeels te bewonderen en gekocht kan worden in hun indrukwekkende shop in Elgin, 58-60 South Street.
 
Caol Ila 9y 1995/2004, 55.2%, G&M Reserve, cask 10618, 303 bottles – Islay – 84/100
Zware turf neus. Ook wat kruiden en nat hout. Na een tijdje komt er lichte zwavel doorheen, gelukkig niet té. Smaak is wat zoet (chocolade?), drop, maar overpowered door de frisse (jonge) turf. Njammie!
 
Linkwood 12y 1989/2001, 61%, G&M Cask – Speyside – 85/100
Lekkere, kruidige neus. Met water erbij ook koffie, karamel en vanille. Krachtige smaak met fruit (sinaas, peer) en iets zoet. Marsepein. Speculaas, yep zeker speculaas. Beetje rubber? Mooie balans. Middellange, wat ziltige afdronk. Lekker!
 
Mortlach 17y 1990/2007, 45%, G&M Rare Old – Speyside – 79/100
Lekkere neus van koffie en karamel. En zoet fruit (ananas, peer…). Sherry. Complex! Smaak is vrij krachtig, met sherry en bitter-zoete sinaasschil. Chocolade. Middellange en droge afdronk. Neigt wat naar Cognac. Lekker zonder meer.
 
Ardbeg 9y 1996/2005, 46%, G&M Connoisseurs Choice, cask 906 – Islay – 81/100
Gebotteld voor Corman Collins België. Typische Ardbeg neus met veel zoete turf en citrus. Gerookt spek. Ook de smaak ligt in de lijn van de verwachtingen met de turf, de rook en de citrus (pompelmoes). Beetje peper ook. Middellange, zoete finish met turf en peper.

Enkele klassiekers – de letter C

Caol Ila 12y, 43%, OB 2006 – Islay – 82/100
Lekkere neus met eerst de dominante turf, maar ook een lichte fruitigheid en wat zoet. Fris. Na een tijdje ook kruiden. I love it! Smaak is toch wat minder. Turf en zoet. Redelijk krachtig, maar ik mis de complexiteit van de neus. Na een tijdje toch wat fruitig, maar al bij al een beetje vlak. Afdronk is lekker en behoorlijk lang. Smaak net 80, maar hoger gescoord omwille van de lekkere neus.
 
Clynelish 14y, 46%, OB 2006 – Highland – 71/100
Dit is een botteling waarover de meningen erg uitéénlopen. Ik hou van Clynelish, maar ben absoluut geen fan van deze 14 jarige. Neus is rokerig, maar niet aangenaam. Scherp. Ook iets fruitigs. Sinaasschil? In de smaak naast de lichte turf en citrus ook wat kruidig (peper). Afdronk is behoorlijk bitter.
 
Connemara Peated Malt NAS, 40%, OB 2006 – Ireland – 73/100
NAS = No Age Specified. Connemara, een brand van de Cooley distilleerderij, is de enige geturfde Ierse whisky. Dit ‘instap model’ heeft een lekkere neus met zoete turf en fruit. Peer en citroen. Mooie balans. Vrij vlakke, wat waterige smaak. Slappe tee. Beetje fruit (sinaas) en kruiden (peper). Minder turf en rook dan in de neus. Integenstelling tot de Islay whiskies, heeft de Connemara een erg zachte en zoete turf. Niet echt medicinaal, weinig iodium. Middellange afdronk met wat peper en rook. Indien gebotteld op enkele graden meer scoorde deze ongetwijfeld enkele punten hoger.