Spring naar inhoud

Berichten van Johan

Overlijden Guy Boyen

Gisteren kreeg ik onderstaand bericht toe.
 
Deze ochtend om kwart voor zeven heeft Guy Boyen, na een lange en dappere strijd, het tijdelijke met het eeuwige gewisseld. Ons medeleven gaat uit naar de familie. We wensen hen veel sterkte toe.
 
Wie Guy gekend heeft, zal hem herinneren als een joviale, levenslustige en passionele liefhebber van de goede dingen van het leven. Met zijn enthousiasme heeft hij velen van ons samengebracht en dankzij hem hebben we fantastische momenten beleeft rond een goed glas whisky of wijn. Hij laat een grote leegte na.
Maar we zijn vooral dankbaar dat we hem hebben mogen kennen.
 
Guy, bedankt voor de tijd van ons leven.

 
Guy heeft een niet te onderschatten rol gespeeld in de ontwikkeling van mijn passie voor whisky, ik kan me dus helemaal vinden in de woorden van Dominiek.

Kruiden etc. – de smaak van whisky

Woensdag had ik het over turf en de rol die het speelt in het productieproces, vandaag maak ik tijd voor een koppel kruidige whisky’s.
Nu, het kruidig karakter van een whisky heeft niets met kruiden an sich te maken. Het is gewoon zo dat het distilleren en het rijpen van whisky resulteert in verschillende types whisky. Zo kan een whisky zoet zijn, of fruitig, of ziltig, of kruidig…
De smaak van een whisky wordt voor een groot stuk (70% naar men aanneemt) bepaald door het vat waarop het rijpt, het gebruikte hout, de poreusiteit van het vat, de regio waar dat vat ligt te rijpen, enzovoort. De whisky neemt smaken en geuren op uit het vat en uit de lucht die door de poriën van het vat raakt. Een vat dat rijpt aan zee zal een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland. De zeelucht zal jodium, zilt, zeewier… afgeven. Een dennenbos of de heide zullen andere aroma’s geven. Ook de ligging van een vat in de opslagplaats speelt een rol. Op de grond, zeven, acht rijen hoog, het speelt allemaal een rol.

Niet te onderschatten ook is het blakeren van het vat, het zwart branden van de binnenkant. Dit blakeren en de duur ervan hebben een invloed op de aroma’s die het hout (eik) aan de whisky zal geven. Vanille, tannines, kruidigheid, etc.. Het blakeren van een vat duurt over het algemeen 40 tot 60 seconden, soms ook langer. Suikers uit het hout worden zo ‘gekarameliseerd’, wat ook weer z’n invloed op de whisky heeft.

Soit, Google-gewijze vind je hier heel wat bijkomende technische info over. Soms wordt het wel heel technisch, wanneer het bijvoorbeeld gaat over chemische reacties tussen de vanille in het eikenhout en het koper in de whisky, afkomstig van de stookketels… In ieder geval, er zijn zoveel elementen die meespelen in het ontstaan van een bepaalde smaak, dat er geen twee identiek smakende vaten whisky bestaan. Gelijk smakende whisky kan enkel verkregen worden door de kunst van het blenden, het mengen van whisky uit verschillende vaten.

De praktijk leert dat je vooral in de (noordelijke) Highlands – en in mindere mate ook wel in Speyside – whisky’s met een kruidig karakter vindt.

Twee voorbeelden:
 
Blair Athol 15y 1990, 61.4%, Blackadder Raw Cask, sherry finish, cask 7161, 483 bottles – Highland – 73/100
Erg kruidig, zowel in de neus als in de smaak. Ook behoorlijk wat sherry. Smaak: hier moet water bij! Dan krijg je de kruiden en iets zoets. Bittere chocolade. Relatief korte peperige afdronk. Wat eenzijdig.
 
Glen Garioch 16y 1990/2007, 52.5%, Dewar Rattray, cask 4125, 264 bottles – Highland – 72/100
Spreek uit ‘Glen Gierie’. Fruitge neus (veel citrus, maar ook appel), zoet en kruidig. Mosterd ook. Zachte, licht zoete smaak. Hint van rook. Vrij lange, kruidige afdronk. Voor mij een ‘unusual’ dram, door de mosterd denk ik. Globaal niet slecht, maar word er niet wild van.

Turf

Ofte ‘peat’. Je hebt peat freaks en peat haters. Ik beken me eerder tot de eerste groep, alhoewel ik me zeker niet wens te beperken tot geturfde whisky, ook niet-geturfde whisky kan verdraaid lekker zijn.

Vanwaar komt dat turfkarakter in whisky nu? Van het gebruikte water dat door turfgrond stroomt? Nope, dat is een vaak gehoorde kwallel. Het is het droogproces van de gemoute gerst dat hier bepalend is. De gerst wordt eerst gemout (malting) door het in water te weken, waarna het vochtige graan begint te kiemen, te eesten. Het kiemen wordt gestopt door de gerst te drogen, op een eestvloer of moutvloer. Deze vloer bevat een rooster waaronder een vuur wordt gestookt. Dit kan een kolenvuur zijn, een turfvuur of gewoon hete lucht. In het geval van een turfvuur, zal dit het uiteindelijke distillaat een peaty karakter geven.
Lightly peated whisky is whisky van malt dat gedurende enkele uren op een turfvuur is gedroogd en vervolgens de rest van de droogtijd met warme lucht of met een kolenvuur.

Sommige distilleerders vermalen de turf tot poeder en strooien dat over een klassiek vuur. Dit zal een eerder rokerig karakter aan de whisky geven, met minder prominente turf.

Spreekt men over turf, dan denkt men onmiddellijk aan Islay, het eiland ten westen van het Schotse vastenland, gekend om z’n geturfde whisky’s. Maar ook buiten Islay werd en wordt peaty whisky geproduceerd. Ik denk aan Longrow, sommigen Benriachs, Brora…
Het is zelfs zo dat vroeger alle distilleederijen hun mout op een turfvuur droogde, whisky was dus sowieso peaty. Later stapte men stilaan af van het gebruik van turf en schakelde vele distilleerderijen over op kolen.
 

 

Het grootste deel van Schotland is bedekt met een turflaag van een goeie meter dik, die zich onder een dunne bovenlaag bevindt. Elk jaar komt er een millimeter bij (1 meter per duizend jaar dus).
Vroeger was turf dé energiebron en ook nu nog wordt turf op bepaalde plaatsen gebruikt om huizen te verwarmen. Toen we in november 2006 door Skye trokken, kwam de turflucht ons vaak uit woonwijken tegemoet gewaaid (één neusgat dichtduwen en maar snuiven!).
Turf vormt zich uit dode planten. Het zijn deze dode planten in de turf die energie leveren, net zoals dat met steenkool het geval is. Turf brand sneller dan kolen en geeft daarbij een grotere hitte af.
Turf werd vroeger gestoken met behulp van een smalle turfspade. Tegenwoordig gebeurt dit meer en meer machinaal. De worsten turf worden te drogen gelegd, het water ontsnapt en zo onstaan er brandbare turf-briketten.

Maar niet alle turf is hetzelfde en geeft eenzelfde aroma aan whisky. Op Islay bv. is de turf in de loop der tijd doordrenkt geraakt door het jodium, het zeewier en het zilt van de zee, wat terug te vinden is in de medicinale neus en smaak van heel wat whisky’s van het eiland.
De turf uit de Highlands is harder en brand dus ook langer. Deze turf zal de whisky een doordringendere geur en smaak geven. In de Lowlands is de turf zachter, brandt korter en geeft minder smaak af.
A propos, op Islay koestert men z’n turf, er is zelfs een verbod uitgevaardigd op de export ervan. Nu ja, er is naar schatting nog voor meer dan 1.000 jaar whisky-stoken aanwezig, we hoeven ons dus geen zorgen te maken. Computermodellen maken trouwens duidelijk dat er in gans Schotland meer turf bijkomt dan dat er wordt gestoken.
Op Campbeltown is de turf wel bijna uitgeput, Springbank voert een groot deel van de benodigde turf in uit andere Schotse regio’s.

Het turfgehalte van whisky wordt weergegeven in fenolen p.p.m. (parts per million). 1 PPM komt overéén met 1 deel fenolen in 1 miljoen delen whisky. Ook niet geturfde whisky bevat fenolen, maar nooit meer dan 5 PPM. Bij 10 à 20 PPM spreken we van licht geturfde whisky, 30 à 40 PPM is zowat normaal geturfde whisky en alles daarboven kan men zwaar geturfde whisky noemen. De Octomore van Bruichladdich is bij mij weten ’s werelds zwaarst geturfde whisky met een PPM van 80.
Tijdens de eerste jaren rijping kan het fenolengehalte van de whisky toenemen als gevolg van het schroeien van het vat aan de binnenkant. Na 15 à 20 jaar zal het fenolengehalte in een vat echter afnemen.

Bon, indien je aan deze post niet genoeg hebt, kan je het boek Peat, Smoke and Spirit: a Portrait of Islay and its Whiskies van Andrew Jefford lezen. Met z’n 406 bladzijden een turf van een boek. Whoehahaha! Euh, sorry. De whisky nu. Ja, hoog tijd voor de whisky.

 
Isle of Jura Superstition ‘Lightly peated’, 45%, OB 2005 – Jura – 78/100
Beter dan de 10y. Lichte rook in de voor de rest vrij zoete neus. Honing, chocolade… Zachte en wat vettige smaak met honing en turf. Afdronk op lichte rook en zilt. Makkelijk en aangenaam drinkbaar, maar mist wat punch.
 
The Ileach Cask Strength, 58%, OB 2007 – Islay – 88/100
The Ileach (‘The Man from Islay’) is een vatted malt botteling van The Vintage Malt Whisky Company (in 1992 opgericht door Brian Cook) . Bestaat in een 40% versie en een Cask Strength. Gouden medaille op de International Wine & Spirit Competition. Deze Islay heeft een geweldige neus, met turf, rook, zilt, kruiden… the whole lot. Barbeque in de winter. Krachtige smaak met turf en kruiden. Maar ook iets fruitigs. Vrij lange afdronk op turf en zilt. Lagavulin? In ieder geval, voor een 40 euro is dit top prijs/kwaliteit.

Twee 17-jarige Cadenhead bottelingen

Glenrothes – Glenlivet 17y 1990/2008, 57.7%, Cadenhead, sherrywood, 395 bottles – Speyside – 72/100
Zware sherry in de neus, bitter-zoet met veel verbrand rubber. Hetzelfde in de smaak, alhoewel het lang geleden is dan ik nog eens verbrand rubber gegeten heb… hout ook, erg droog allemaal. Ook nog met water. Behoorlijk lange, droge (jawel) finish. Digestif, met of zonder sigaar.
 
Auchentoshan 17y 1990/2007, 59.2%, Cadenhead, 252 bottles – Lowland – 82/100
Erg lekkere Auchentoshan (spreek uit ‘oochentosjen’). Zoete neus met drop, zoethout, caramel. Hint van zout ook. Daarna balsamico. Lichte, zilt-zoete smaak met ook hier het zoethout, maar ook provencaalse kruiden. Middellange afdronk.

Dewar Rattray

Een bottelaar die nog niet de revue is gepasseerd, is Dewar Rattray. De naam verwijst naar de twee stichters, Andrew Dewar en William Rattray. Zij stampten in 1868 het bedrijf A. Dewar Rattray uit de grond, dat zich in de beginjaren voornamelijk toelegde op de import van Franse wijn en Italiaanse olijfolie en sterke drank. Na een tijdje werd de activiteit uitgebreid naar de blending en de opslag van malt en grain whisky. De firma werd de vertegenwoordiger en makelaar van verschillende Highland distilleerders.
De drooglegging van de jaren 1920 maakte ook bij de whiskymakelaars slachtoffers. Dewar Rattray diende de zaak te verkopen aan William Walker. Walker slaagde erin de zaak niet alleen draaiende te houden, maar ook uit te breiden met de overname van enkele kleinere handelaars.
Vandaag is Dewar Rattray opnieuw in familiehanden. Huidige eigenaar Tim Morrison is immers afstammeling van stichter Andrew Dewar. Morrison had z’n sporen verdiend bij Morrison Bowmore Distillers.

2004 werd een sleuteljaar voor de bottelaar. Het was in dat jaar dat Tim Morrison besloot enkele van de vaten die hij zelf geselecteerd had te bottelen. Dit luidde een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Dewar Rattray en een hele reeks eigen bottelingen in.
Dewar Rattray bottelt al z’n single malts als Single Cask en op vatsterkte. De whisky wordt nooit gekleurd en is altijd un-chillfiltered. Je vindt ze onder het Dewar Rattray Cask Collection label.

Twee Speysiders van deze bottelaar:
 
Craigellachie 15y 1989/2005, 54.2%, Dewar Rattray, refill cask 3882, 315 bottles – Speyside – 78/100
Zoete (honing) neus met veel rijp fruit. Appel, perzik. Peer. Yep, that’s it, echt de geur van een rijpe peer. Ook de smaak is erg fruitig en zoet. De honing weer. En een beetje peper ook. Middellange zoete afdronk. Niet slecht, maar mag iets complexer.
 
Glenglassaugh 21y 1986/2007, 53.4%, Dewar Rattray, sherry cask 162, 399 bottles – Speyside – 65/100
Zware sherry neus met ‘Maggi’ associaties. Sinaas ook. Smaak is erg zoet en wat bitter. Karamel. Korte, ietwat bittere afdronk met terugkerende karamel. Tegenvaller.

Kleppers – Caol Ila 15y Manager’s Dram

Afsluiter en hoogtepunt van een supertasting ten kelder Luc Timmermans. De andere whisky’s waren verschrikkelijk lekker, deze was… ja, wat? Wat is het superlatief van verschrikkelijk lekker? Soit, je leest het hieronder:
 
Caol Ila 15y Manager’s Dram, 63%, OB July 1990, dark sherry – Islay – 96/100
Een legendarisch botteling, misschien wel de beste Caol Ila ooit. En ik mag dat proeven! Stevige neus die op dit alcoholpercentage al z’n geheimen prijs geeft. Turf, kruiden, houtskool, hesp… een hammetje op de barbecue dus. Pas aangestreken lucifers. En dan komt de sherry, met karamel en chocolade. Appels. Oh boy, oh boy! Smaak ligt toch wel perfect in de lijn van de neus zeker… heeft ook hier geen water nodig (op 63% dus hé). Turf en sherry, maar ook iets ziltigs en wat peper. Sojasaus? En opnieuw donkere chocolade en karamel. Alles zóóóó perfect in balans, dit is hemels! De afdronk vormt de kroon op het werk, die blijft maar duren. Sherry en turf op z’n best, en dus whisky as such op z’n best!

Voor de geïnteresseerden: deze fles staat nog te koop bij The Whisky Exchange, voor de luttele som van £699. Ik hou het op m’n 2cl.

Twee Speysiders van Douglas Laing

Mannochmore 12y 1990/2003, 46%, DL Provenance Spring distillation, cask 1012 – Speyside – 68/100
Erg lichte whisky, subtiel. Maar mist daardoor toch wel wat punch. Lichte sherryneus, maar meer kan ik er niet uithalen. Beetje zoet misschien. Banaan? Smaak is zeker fruitig en ook lichtjes zoet. Vanille. Korte, droge afdronk. Slecht kan ik dit niet noemen, maar lyrisch wordt ik er nu ook niet van.
 
Dufftown 20y 1980/2000, 50%, DL OMC, sherry cask , 630 bottles – Speyside – 86/100
Een heerlijke sherry neus met wat fruit en tabak. Ook sherry in de smaak, naast rozijnen (I love it) en behoorlijk wat fruit. Appels. Peer. Vrij lange afdronk op zoete en – aangenaam – bittere tonen. Dit is echt wel lekker!

Belastingsaangifte

Vandaag zitten zwoegen op onze belastingsaangifte. En dan blijkt dat we volgend jaar minder gaan terugtrekken dan dit jaar… Heb maar wat troost gezocht in een geweldig lekkere, oude Bowmore.
 
Bowmore 32y 1968, 45.5%, OB 2000, 1860 bottles – Islay – 92/100
Mijn eerste jaren zestig Bowmore… Fantastische neus met veel fruit (tropisch fruit, maar ook appel, peer, banaan), heerlijke rook, bloemen, vanille. Iets waxy (boenwas) ook. Erg complex. Ook fruit in de smaak (eerder citrus hier), naast kruiden en weerom de zalige rook. Lange afdronk. 92 punten, vooral dankzij de indrukwekkende neus.
 
Voor alle duidelijkheid, dit was een sampletje van 2cl, geen fles. Zoveel hebben we dit jaar nu ook weer niet teruggetrokken…

Longrow – we geven niet op

Gisteren nog het flesje met opschrift ’14y’ geledigd, vandaag dat met vermelding ‘Gaja Barolo’.
 
Longrow 14y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 89/100
Mmm, dit is lekker! Zachte, zoete turfneus. Zwavel, maar het aangename type. Wat zilt ook. Gerookte heilbot! Zee associaties. Jodium. Vanille. Zoethout. Complex en wreed lekker die neus. Ook de smaak mag er wezen. Stevig, zoet (vanille), turf, zilt, eindigend in kruiden. Peper vooral. Lange, rokerige en zilte afdronk. Beste Longrow tot op heden geproefd!
 
Longrow 7y ‘Gaja Barolo’, 55.8%, OB 2008 – Campbeltown – 86/100
Na 5,5 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, is deze whisky nog anderhalf jaar gefinished op een Barolo wijnvat van Angelo Gaja, eigenaar van het beroemde wijnhuis Gaja uit Piemonte. Lekkere neus met de typische zoete turf, het zoete dat nog wat extra wordt geaccentueerd door de (zoete) wijn. Fruit, tropisch fruit. Lekker rokerig. En ook hier weer iets licht waxy. Boenwas en zo. Smaak is stevig, met de turf, het zoete (vanille vooral), en naar het eind peper. Behoorlijk wat ‘body’ voor een 7-jarige whisky!

Nog enkele Longrow OB’s

Ik heb hier nog enkele samples staan van een Longrow tasting in Tasttoe die ik spijtig genoeg niet kon bijwonen. Maar vermits ik me had ingeschreven, zal ik de flesjes dan maar eenzaam en alleen tot mij nemen. Vandaag proef ik de 10y en de 100 proof.
 
Longrow 10y, 46%, OB 2007 – Campbeltown – 80/100
Veel minder prominente turf dan de Longrow CV. Neus is erg subtiel. Turf ja, maar op de achtergrond. Zoet vooral. Iets waxy ook. Hars. En zilt. Ook in de smaak is de turf subtiel aanwezig. Hier domineert eerder de peper, met daarnaast iets zoets en iets ziltigs. Droge, vrij lange afdronk op peper en zout. Lekker.
 
Longrow 10y 100° proof, 57%, OB 2007 – Campbeltown – 78/100
Zoete, licht rokerige neus met iets bloemigs. Stevige smaak op zoete turf en fruit. Sinaas. Droge, rokerige en peperige afdronk.

Springbank

De Springbank distilleerderij op Campbeltown, een schiereiland ten westen van Schotland, is uniek in meerdere opzichten. Het is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland en is nog steeds familiebezit. Daarenboven is het ook de enige die het volledig productieproces in eigen beheer uitvoert, van het malten tot het bottelen.
 
Op de grondvesten van zijn illegale stokerij stichtte Archibald Mitchell in 1828 Springbank. In die dagen was het één van de 30 distilleerderijen op Campbeltown, dat toen nog geen 2.000 inwoners telde. Negen jaar later (1837) droeg Archibald z’n levenswerk over op zijn twee zonen John en William Mitchell.
De whisky die het produceerde was – zoals de gewoonte in die tijd – erg geturfd, maar Springbank was één van de eerste distilleerderijen die rond 1850 op vraag van de blending industrie niet-geturfde whisky produceerde door z’n gemoute gerst boven een kolenvuur i.p.v. een turfvuur te drogen.
Gedurende de rest van de 19e eeuw kende het bedrijf een grote bloei. In 1897 nam de vennootschap J. & A. Mitchell & Co Ltd het beheer over.
De jaren twintig van vorige eeuw was voor vele distilleerders een donkere periode. De drooglegging zorgde ervoor dat velen de productie dienden stil te leggen, soms tijdelijk, soms definitief. Ook Springbank ontsnapte niet aan het onheil en sloot z’n deuren van 1926 tot 1935.

Vandaag is de distilleerderij in handen van Hedley G. Wright, achter-achter-kleinzoon van stichter Archibald Mitchell. Het heeft drie stills, een wash still en twee spirit stills. De productie verloopt nog grotendeels artisanaal en draait ook niet altijd op volle toeren. Meer nog, Springbank is één van de minst actieve distilleerderijen, de stills opereren hooguit een derde van de tijd. Wat hier mee te maken heeft, is dat het weinig whisky stookt voor blenders. 70% van de productie gaat naar single malt whisky.
 
Naast whisky onder het label Springbank produceert de distilleerderij ook de Longrow en Hazelburn whisky’s. De drie single malt whisky’s hebben een eigen karakter en een specifiek productieproces.

Springbank Single Malt is veruit het bekendst en wordt 2,5 maal gedistilleerd. Dit houdt in dat maar een deel van het eerste distillaat (de low wines) een tweede maal wordt gedistilleerd. Daarna worden beide opnieuw vermengd voor de laatste distillatie. Als resultaat heb je een spirit waarvan een gedeelte tweemaal en een ander gedeelte driemaal gedistilleerd is. De mout wordt 6 uur boven een turfvuur gedroogd en daarna nog eens 24u met warme lucht, resulterend in een licht-geturfde whisky.
De 10y en de 100 proof zijn de populairste Springbanks, de Local Barley’s (1965/1966) het meest legendarisch.

Longrow Single Malt is een geturfde whisky, verkrijgbaar in enkele standaardbottelingen (CV, 10y, 14y, 100 proof…) of finishes. Longrow wordt tweemaal gedistilleerd. De naam verwijst naar een oude distilleerderij op Campbeltown, gesloten in 1896.

Hazelbrun Single Malt is de jongste whisky van Springbank, voor het eerst gedistilleerd in 1997 en tot op heden enkel als 8 jarige gebotteld. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Ook de naam Hazelburn is ontleed aan een vroegere Campbeltown distilleerderij. Hazelburn sloot definitief z’n deuren in 1925 (inderdaad, de doorglegging).
 
Twee standaard bottelingen, een Springbank en een Longrow:
 
Springbank 10y 100° proof, 57%, OB 2006 – Campbeltown – 78/100
Fruitige neus met vanille. Met water bloemen. Licht ziltig. Vaag ook wat turf. Ook in de smaak hint van turf. Droog, sherry. Toch ook iets bitter, zeker in de afdronk. Behoorlijk complex voor een 10 jarige, maar zou hoger scoren zonder te bittere nasmaak…
 
Longrow CV, 46%, OB 2008 – Campbeltown – 85/100
De ‘CV’ in de naam staat naar het schijnt voor Curriculum Vitae. Ik weet niet of ik dit moet begrijpen als het visitekaartje van Longrow, maar het is in ieder geval een erg lekkere dram. De botteling bevat whisky van verschillende leeftijden. Mooie turf in de neus met fruit (appel), vanille en zilt. Ook de smaak is meer dan OK. Turf, vanille, citrusfruit en vooral veel peper. De peper en de turf blijven nazinderen in de lange afdronk.

Enkele blends

Na de legendarische Brora, nu terug met beide voeten op de grond. Twee klassieke blends en één verrassing.
 
Famous Grouse, 40%, OB 2000 – 38/100
Eén van de betere onder de klassieke blends. Zeker een trapje hoger dan J&B of Johnny Walker RL, maar dat is niet echt moeilijk natuurlijk.
 
J&B, 40%, OB 2005 – 19/100
Goed voor cocktailsaus. Alhoewel zelfs dat voor discussie vatbaar is…
PS: J&B staat voor Justerini & Brooks. Is zo’n typische kwisvraag. Waarmee deze proefnotitie toch nog voor iets nuttig is.
 
Whyte & Mackay 21y, 43%, OB 2002 – 78/100
78 voor een blend??? Yep, deze is echt wel lekker. Het bewijs dat een blend niet per definitie niet te drinken is. Hoeft helemaal niet onder te doen voor een gemiddelde malt, integendeel. Maar ja, ook de prijs (80 euro) moet er niet voor onder doen…

Kleppers – Brora 22y 1972/1995 Rare Malts

Zet je schrap! Vandaag maak ik tijd voor de tot op heden beste whisky die ik geproefd heb. Het hoeft niet te verbazen dat dit een Brora is.
 
Brora 22y 1972/1995, 58.7%, Rare Malts – Highland – 97/100
Op het Lindores Wiskyfest 2007 kon ik nog net de laatste 2 cl bemachtigen uit deze ondertussen erg zeldzame en vooral erg dure fles. Op eBay is er onlangs nog een goeie 1.200 euro voor geboden. De prijs van het sampletje was dan ook navenant, maar elke cent meer dan waard! Deze botteling heeft alles van een goede Brora, maar dan in de overtreffende trap. Neus: complex en krachtig met zoete turf, rook, ‘farmy’ notes, zilt, kruiden, fruit (appel)… subliem gewoon, olfactorisch orgastisch! Euh, steady on Johan, it’s only whisky. Only whisky? Nee, dit is meer dan gewoon whisky… Heb hier zeker een halfuur gewoon aan zitten ruiken. Genieten! Smaak: heaven! Weer die heerlijk zoete Brora turf met zalige zilt en kruiden (peper vooral). Wat citrus ook. God, I love Brora! En de afdronk kan geen puntje afdoen van de 97 die ik ‘m wil geven op basis van geur en smaak. Vreselijk – ik bedoel fantastisch – lang op tonen van rook en zilt. Zonder enige twijfel de ster aan de top van mijn track record!

De beste whisky

Mensen vragen mij weleens wat nu de beste whisky is, of althans wat ik als de beste whisky beschouw. Wel, dat is een vraag die ik onmogelijk kan beantwoorden. Er zijn wel een aantal types waar ik lyrisch van word. Ik denk hierbij aan Bowmore van de jaren ’60, Ardbeg van begin jaren ’70, Brora van diezelfde periode, geturfde whisky op sherryvat gerijpt (bijvoorbeeld de Caol Ila 15y Manager’s Dram, de Laphroaig 31y 1974, maar ook Port Ellen heeft hier schitterende voorbeelden van), enzovoort.
Er zijn zoveel sublieme bottelingen uitgebracht, van verschillende distilleerderijen dat het onmogelijk is te zeggen dat er niets beters is dan whisky’s van distilleerderij X uit periode Y. Want enige tijd en enkele whisky’s later denk je daar weer anders over.
Het enige wat ik kan zeggen is welke distilleerderijen over gans hun actief bestaan whisky’s hebben geproduceerd die mij gemiddeld genomen het meest kunnen bekoren. Zie hiervoor mijn Distillery Top 10.

Maar om toch een idee te geven van wat ik echt – maar dan ook écht – lekker vind, zal ik onder de hoofding ‘Kleppers’ af en toe proefnotities publiceren van whisky’s waarvan ik dacht “kan het nog beter?”. Meestal zijn dit bottelingen die niet (meer) te betalen zijn, maar waarvan ik het geluk had op één of andere tasting of festival toch nog een sampeltje te kunnen bemachtigen.
Enkele weken geleden heb ik reeds een proefnotitie van de Laphroaig 31y 1974, 49.7%, OB for LMDW, 910 bottles gepubliceerd, en ik kan je verzekeren, dat is al een klepper de naam meer dan waardig. Ook de Brora 30y 1972/2002, 46.6%, DL OMC for Germany, 204 bottles voldoet aan de criteria.

Manager’s dram

De Manager’s Dram serie is een legendarische reeks whisky’s welke nooit via de reguliere handel verkrijgbaar waren.
Op regelmatig tijdstip kwamen de distillery managers van de United Distillers groep (het huidige Diageo) samen en brachten elk een sample mee van wat zij als hun beste vat beschouwde. Deze samples werden door alle managers blind geproefd en de winnende whisky werd gebotteld. De flessen werden gehandtekend door de betreffende manager en elke manager van de groep kreeg een fles. De resterende flessen werden weggeschonken aan personeel of relaties.
De bottelingen onder het ‘Manager’s Dram label’ betreffen dus alle single cask whisky van topkwaliteit.

Aangezien deze flessen nooit als dusdanig verkocht werden, zijn ze erg zeldzaam en als ze al ergens te koop worden aangeboden ook erg prijzig. Je betaalt al snel enkele honderden euro’s, met uitschieters van 1.000 euro en meer.

Opmerkelijk is dat bijna alle Manager’s Dram whisky’s een leeftijd hebben tussen de 15 en de 20 jaar oud, waaruit je zou kunnen concluderen dat dat toch wel de ideale bottel-leeftijd is. Misschien een veralgemening, maar ervaring (i.e. veel proeven) leert dat dit toch vaak zo is.
 
Twee Manager’s Drams, twee sherryvaten:
 
Aberfeldy 19y Manager’s Dram, 61.3%, OB botteled 20/10/1991, sherry cask – Highland – 92/100
Zalige ‘vuile’ neus. Met ‘vuil’ bedoel ik iets richting de geur van een uitgewrongen dweil. En voor alle duidelijkheid, dit is dus geen afknapper, integendeel, I love it! Daarna noten. En houtskool. Erg complex, maar vooral erg lekker. Op de smaak ook weer noten, en fruit. Citrus. Zoet (honing). Heeft ondanks z’n alcoholpercentage geen water nodig. Lange, zalige afdronk op fruit en rook. Top-whisky!
 
Cragganmore 17y Manager’s Dram, 62%, OB bottled 10/1992, sherry cask – Speyside – 88/100
Deze kan wel een beetje water verdragen…maar dan is hij echt wel lekker. Zoete neus (karamel) met fruit (groene appels), granen, koffie en iets rokerigs. Ook karamel in de smaak, naast vanille, appels, peer… Redelijk lange, droge en kruidige afdronk. Lekker!
 
Ook geproefd: de 16 jarige Ord, de 17 jarige Clynelish en de 15 jarige Caol Ila. Deze laatste is zondermeer indrukwekkend. Proefnotities volgen…

Twee Duncan Taylors

En nog lekker ook…
 
Glenlochy 26y 1980/2006, 53.2%, DT Rarest of the Rare, cask 2452, 294 bottles – Highland – 84/100
Complexe neus. Fruitig (sinaas) en bloemig. Gras ook. Vers afgereden gras (’t is dat ik dat zonet nog ‘live’ heb kunnen ruiken). Daarnaast hout en vanille. Lekker! Hetzelfde geldt voor de smaak, lekker en complex. Fruitig (eerder perzik en peer hier), wat zoet (gedroogde vijgen?) en weer de lekkere houttoets. Lange, zoete afdronk. Een erg aangename whisky.
 
Glenlivet 37y 1968/2006, 41.7%, DT Lonach – Speyside – 78/100
De whisky’s uit de Lonach reeks van Duncan Taylor (link) zijn mengelingen van meerdere vaten waarvan er één of meerdere under strength (<40%) waren en dus op zich niet gebotteld konden/mochten worden.
Frisse, bloemige neus met vanille en groene appels. Erg zacht en fruitig (citrus) in de mond met hout, kruiden (nootmuskaat), vanille… Easy drinking. Relatief korte finish op vanille.

Twee Cadenheads

Vandaag nog twee Cadenhead bottelingen, een wat tegenvallende Glen Moray en een betere Ben Nevis.
 
Glen Moray – Glenlivet 16y 1991/2007, 57.1%, Cadenhead, bourbon hogshead – Speyside – 66/100
Eén van de vele distilleerderijen uit het dal van de river Livet. Cadenhead blijft halsstarrig de naam Glenlivet gebruiken voor distilleerderijen uit dat dal. Onlangs wonnen ze nog een proces, aangespannen door The Glenlivet (merk de ‘the’ op), die het alleenrecht op het gebruik van de naam Glenlivet wensen te bekomen. Tevergeefs dus.
Proeven nu. Erg frisse neus. Munt. Ook wat kruiden. Peper. Gember. Met water komt er fruit door. Groene appels. Smaak is zonder water redelijk scherp. Met water wordt ie iets (maar dan ook maar iets) aangenamer. Karamel en vanille. Matig.
 
Ben Nevis 16y 1991/2007, 46%, Cadenhead, sherry but, 720 bottles – Highland – 77/100
Neus is eerst erg muf. Stoffig zelfs. Maar daarna komt er fruit door. Exotisch fruit. Passievrucht, mango. Best wel aangenaam. Smaak van verbrande karamel en rook. En na een tijdje ook hier exotisch fruit. Lekker, maar het is een typevoorbeeld van een whisky die wat tijd nodig heeft.

Samaroli

Samaroli is een Italiaanse onafhankelijke bottelaar, gesticht in 1968 door Silviano S. Samaroli.

Heel wat van Samaroli’s bottelingen hebben doorheen de jaren een legendarische status verworven. Ik denk bijvoorbeeld aan de Laphroaig 15y 1967, de Springbank 12y 100 Proof, de 1973 Ardbegs, de Caol Ila 1968, enkele jaren ’70 Glen Gariochs en niet te vergeten de Bowmore 18y 1966/1984 uit de ‘Bouquet’ reeks. Deze laatste wordt door sommigen die het geluk hadden hem te kunnen proeven, beschouwd als de beste whisky ooit. Luc Timmermans en Dominiek Bouckaert hebben ‘m zelfs 100/100 gescoord.

Maar weet je wat godgeklaagd is? Van bovenstaande whisky’s heb ik er nog geen enkele kunnen proeven! Maar… er is hoop. Later dit jaar komt de heer Samaroli himself immers drie van z’n bottelingen voorstellen op een master class op het Lindores Whiskyfest. En wat meer is, de Bowmore zit in de line-up! Daarnaast de Ardbeg 9y 1974 en de Glen Garioch 1971. En om het plaatje helemaal af te maken: ondanks dat de plaatsen beperkt en vooral erg gegeerd waren, ben ik er toch ingeslaagd een ‘ticket-to-heaven’ vast te krijgen! Iets om wel héél erg naar uit te kijken dus!
 
Als kenners een top 10 opmaken, staan daar gegarandeerd enkele Samaroli bottelingen bij. Nadeel is wel dat de whisky’s van deze bottelaar over het algemeen niet goedkoop zijn, niet bij hun lancering en na verloop van tijd nog minder. Daarenboven is het aantal flessen meestal beperkt.
 
Naast de beroemde Bouquetreeks, zijn Coilltean en No Age ook bekende labels van Samaroli. No Age is een serie vatted malt whisky’s, welke enkel en alleen whisky bevat van de laatste Schotse artisanale distilleerderijen. Een statement tegen de industrialisatie van de distilleren als het ware.
 

 
Glencadam 20y 1985/2005, 45%, Samaroli, cask 3998, 330 bottles – Speyside – 77/100
Nog steeds actieve distilleerderij, maar productie wordt bijna uitsluitend gebruikt voor de Ballantine’s blends. 165 euro is wel veel geld voor een 20-jarige Glencadam, maar je betaalt ongetwijfeld een stuk de naam Samaroli. Dit is een erg zoete whisky met vanille en karamel, zowel in de neus als de smaak. Ook wat fruit (citrus). OK, maar beetje eenzijdig.
 
Glen Garioch 26y 1971/1997, 43%, Samaroli, cask 1239, 300 bottles – Highland – 91/100
Dit is een geweldige Glen Garioch! Heerlijk subtiele neus met houtskool, rook, fruit en iets kruidigs. Erg aangename smaak met turf en kruiden. Fruitig ook. Behoorlijk lange, rokerige afdronk. Schitterende dram!
 

Head to head Laphroaig Feis Ile 2007 – Feis Ile 2008

Heb gisteren de Cairdeas naast de vintage 1989 van vorig jaar gezet. In mijn eerste tasting note heb ik de Cairdeas 91 punten gegeven, de 1989 kreeg er 90. Maar ik moet bekennen dat in deze head-to-head de Cairdeas toch wel wat verbleekt. Het blijft een erg lekkere dram, maar vooral de smaak (wat vlak) moet toch een ietsje onder doen voor de Feis Ile 2007 botteling. Ik hou de 1989 op 90 punten, maar dien de Cairdeas wat naar onder te herzien. 88 is echter nog steeds een mooie score.

Enkele cask samples van Duncan Taylor

Bij Guy Boyen (Tasttoe) kon ik onlangs enkele cask samples proeven van Duncan Taylor. Stalen van vaten dus die nog niet gebotteld zijn, maar waarvan de bottelaar op basis van de reacties zal beslissen al dan niet tot bottelen over te gaan.
 
Caperdonich 35y 1972/2007, 48.4%, Duncan Taylor, cask sample – Speyside – 87/100
In tegenstelling tot de Caperdonich 1968/2007 (link) van Duncan Taylor is deze dus niet gebotteld. Nochtans vind ik deze iets lekkerder. Gelijkaardige sensaties, maar wat kruidiger en een lichte rook in de neus.
 
Glen Grant 34y 1972/2007, Duncan Taylor, cask sample – Speyside – 84/100
Nota’s beperken zich tot ‘lekker!’ en een score van 84.
 
Imperial 9y 1998/2007, 43.1%, Duncan Taylor, cask 1014, cask sample – Speyside – 77/100
Mmmm, de concentratie verslapte… enkel een score van 77 genoteerd.