Spring naar inhoud

Archief voor

Blair Athol 1998, Berry Bros & Rudd

Blair Athol, ook dat is weer even geleden. Een distilleerderij die aan de poort van de Highlands ligt, in Pitlochry. Niet echt gekend als single malt, toch niet in officiële bottelingen – alhoewel er onlangs een Manager’s Choice is uitgebracht – maar des te meer als leverancier van malt voor de Bell’s blends, één van de populairste blends in het Verenigd Koninkrijk.

 

Blair Athol 1998/2009, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 2157
De neus start lichte granig (ontbijtgranen, muesli) en vermengt zich met een aangename fruitigheid. Wit fruit à la appels en peren. Het geheel is fris, ik heb ook eucalyptus, net als hooi en zachte honing. Aangename neus. Ook de smaak is fris, levendig en romig. Herbal, kruidenthees. Ook hier de granen, de honing en het fruit. Eerder citrus (mandarijn) nu. Lichte woodsmoke? Meer en meer kruiden. Gember, peper. Middellange finish, met een mooi evenwicht tussen fruit en kruiden. Zeker niet slecht. 84/100

Balmenach 26y 1983, Bladnoch Forum

Van onbekend naar onbekender? Balmenach is één van de vijf distilleerderijen van Inver House, naast de bekendere Old Pulteney, Balblair en Knockdhu (An Cnoc) en het even weinig bekende Speyburn. Het is met z’n oprichting in 1824 één van de oudere Schotse distilleerderijen.

 

Balmenach 26y 1983/2010, 52.8%, Bladnoch Forum, cask 2410, 201 bottles
Frisse, aangename neus op florale en fruitige elementen. Appels, perziken. Honing ook en een lichte granigheid. De smaak is olie-achtig en wat aan de bittere kant (noten, koffie, zoethout), maar zonder te storen, de honing en het fruit compenseren meer dan genoeg. Stevige en eerder droge finish, maar ook hier wat fruit dat er voor zorgt dat de balans niet te veel overhelt naar het droge. Verre van slecht deze Balmenach. 82/100

Aultmore 21y 1989, Duncan Taylor

Aultmore, nog zo’n nobele onbekende. Dit is ook nog maar de tweede Aultmore die ik proef. Net als Royal Brackla was Aultmore eigendom van Diageo om dan later verkocht te worden aan de Bacardi-Martini groep. Z’n geschiedenis startte wel iets later, meer bepaald in 1896, midden in de whisky-boom. De naam laat zich uit het Gaelic vertalen als ‘grote bron’ en verwijst naar een gelijknamige rivier in de buurt.

 
Aultmore 21y 1989/2010, 51.8%, Duncan Taylor, cask 1124, 184 bts.
Geur van lijm, alcohol, hars, hout, granen, gist en wat zoets. Het geheel is scherp, zelfs licht zuur en gewoon niet aangenaam. Ook de smaak is scherp, krachtig, kruidig en granig. Wat grassig misschien ook. Droge, bittere afdronk op hout en granen. Nee, dit is gewoon niet lekker, hier hadden ze mee moeten blenden zoals met het grootste deel van de productie. 64/100

Royal Brackla 1976, G&M

Nog zo’n minder bekende distilleerderij is Royal Brackla. Brackla was de eerste distilleerderij die in 1835, onder de heerschappij van William IV, de titel van hofleverancier mocht dragen, vandaar de ‘Royal’ voor de naam. Brackla werd gebouwd op het domein Cawdor, bekend van MacBeth. En van Samaroli, maar daar kom ik een andere keer op terug.

 
Royal Brackla 1976/2003, 46%, G&M Connoisseurs Choice
Frisse, florale neus met vanille en zachte karamel. Ook een zachte kruidigheid. Niet ongenaam. In de mond komt hij een stuk sterker over dan de 46% alcohol… stevig, mondvullend, krachtig en kruidig. Peper en gember. Vrij lange afdronk. Stevige maar niet al te complexe noch echt boeiende whisky. 78/100

Ardmore 1990, Gordon & MacPhail

Opgericht tijdens de whisky-boom einde negentiende eeuw door William Teachers, bleef Ardmore eigendom van de familie Teachers tot het overgenomen werd door Allied Distillers. Sedert 2005 zit het in de portefeuille van Fortune Brands. De whisky wordt gebruikt in enkele blends, vooral in Teacher’s.

 
Ardmore 1990/2006, 43%, Gordon & MacPhail
Frisse, jonge turf, floraal en zelfs wat bubblegum. Een lichte granigheid. Op de neus komt hij veel jonger over dan de zestien jaar dat hij oud is. Hints van new spirit. Maar hij is wel voller dan new spirit natuurlijk. Heide en honing. Op de smaak gaan het zoete en de turf hand in hand, met ook hier florale toetsen en hooi. Fris. De turf is clean en vertoont geen medicinale trekjes. Middellange, eerder droge afdronk op cleane turf. Straight forward, niet bijzonder boeiend, wel lekker zonder meer. 82/100

Old Pulteney WK209 ‘Good Hope’

Old Pulteney WK209 is een nieuwe botteling voor duty free. Het volgt de WK499 (‘Isabella Fortuna’) op. Deze codes verwijzen naar het registratienummer van een haringboot, in dit geval van de ‘Good Hope’. Beide sloepen liggen in de haven van Wick. De Good Hope zou de eerste boot uit de haven zijn die echolood gebruikte (voor het bepalen van de diepte van het water). De whisky van deze WK209 rijpte exclusief op ex-oloroso sherryvaten en is acht à tien jaar oud. Hij is vanaf deze maand te koop voor een 50 euro.

 

Old Pulteney WK209 ‘Good Hope’, 46%, OB 2010, travel retail, 9600 bottles, 100 cl.
Geen al te aantrekkelijke neus, die met de tijd wel beter wordt. Hij start op rubber en wortels. Rooty. Wat vegetaal ook. Wortelgewassen. Aardpeer, knolselder, schorseneer, pastinaak, chicorei. O ja, dat laatste zelfs heel duidelijk. Miso noteer ik nog. Wordt daarna zoeter. Gebrande rietsuiker (het maken van crème brûlée). Noten ook, dadels en leder. Licht zilt. Je moet een beetje door de rubber en de chicorei heen ruiken, maar écht lekker wordt het nooit. Op de tong zit ook dat vegetale en de wortelgewassen, naast de meer typische sherrytonen van gedroogde vruchten, noten, hout en veel kruiden. Het goede nieuws is dat ik hier geen rubber meer heb. Wel koffie, karamel, zoethout en vrij veel zilt. Het blijft Old Pulteney natuurlijk. Woudvruchten doemen op. Braambessen onder andere. Het geheel blijft redelijk droog. De afdronk is middellang, droog en kruidig met terugkerend gedroogd fruit en zilt. Gho, dit is geen slechte whisky maar echt bekoren kon hij me niet. Hij gaat verschillende richtingen uit, maar nogal ongecoördineerd. 77/100

Fettercairn 12y

Er zijn de laatste dagen een aantal schitterende whisky’s de revue gepasseerd, meestal oude en dure en vaak ook ‘usual suspect’ bottelingen. Met usual suspects bedoel ik gekende distilleerderijen (‘namen’) die wel vaker knap uit de hoek komen. Tijd om de balans de komende dagen weer wat meer in evenwicht te brengen met enkele minder bekende en/of betaalbaardere bottelingen. Want ook daar zitten af en toe pareltjes tussen, whisky hoeft immers niet duur of oud te zijn om lekker te zijn. Een aantal van de minder bekende bottelingen ontdekte ik via Peter. Waarvoor dank Peter! We starten met de Fettercairn 12y, die de these dat whisky niet duur hoeft te zijn om lekker te zijn evenwel niet bekrachtigt.

 

Fettercairn 12y, 40%, OB 2010
De neus start niet echt aangenaam, wat stoffig en muf. Granig (ik denk aan havermout) met na enige tijd toch wel wat fruit (kruisbessen en appels) en met wat goede wil een beetje kruiden. Honing, ook een beetje. Vernis, wat ik trouwens ook heb op de smaak. Nog weinig fruit hier, dat is zo goed als afwezig. Karamel, dat wel. Het geheel is vlak, plat en saai. Eerder korte, droge afdronk. Een 10- of 12-jarige whisky kan men over het algemeen beschouwen als het visitekaartje van de distilleerderij, in dit geval is dat een weinig impressionant visitekaartje. Erg lichte, vlakke malt, waarin je de aroma’s echt moet gaan zoeken. Nogal vruchteloos. 68/100