Spring naar inhoud

Posts tagged ‘supertasting’

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Advertenties

En dan was er nog die Kersttasting…

Naar wat ondertussen een jaarlijkse traditie is geworden, trokken tien whiskyliefhebbers vorige week donderdag richting Mortsel om enkele whisky’tjes te proeven. Mortsel, toch wel een eindje rijden. En dat na een drukke werkdag. Terwijl we zelf thuis toch genoeg whisky hebben openstaan. Je vraagt je af waarom we het doen. Routine? Sociale druk? Verveling? Ontwijken van de echtgenote in de drukte voor Kerst? Wie zal het zeggen. Iemand opperde voorzichtig dat het iets te maken zou kunnen hebben met het niveau van de whisky’s die Luc dan schenkt. Let wel, zou kunnen, het is maar een hypothese. Laat ons de avond even overlopen en zien of die these enigzins onderbouwd kan worden.

In ieder geval, aangezien ik Bob was, diende ik mij noodgedwongen te beperken tot het ruiken en in het beste geval even nippen van m’n glas. Erg leuk is dat niet, maar nu ik hier achter m’n computer zit met een rij sampletjes genummerd van 1 tot 11, geeft het me een tweede kans om te zien of er misschien iets lekker tussen zit.

 

Beginnen deden we met een Caol Ila 1972, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, old map lable, 75cl, gebotteld ergens eind jaren tachtig. Jonge whisky dus, kunnen we niet zoveel van verwachten.
Mmm, slecht ruikt dit toch niet. Peer en perzik, oud leder, vers gemaaid gras, zoute boter, oesters en lichte farmy tonen met zachte, delicate turf op de achtergrond. Een lichte toets van bijenwas. Ook op de smaak dezelfde lichte turf als extraatje naast het fruit en het leder, maar ook amandelen en honing. Iets van cider. En rijpe kruisbessen. Lekker. Middellange afdronk op fruit en de turf die langzaamaan wegdeemstert. Alles zijdezacht en dus zéér drinkbaar. Sommigen zouden zeggen “a little weak on the palate”, maar I don’t care. Bon, ik kan dat moeilijk een slechte opener noemen. 91/100
 
 

Na een tussendoortje onder de vorm van de nieuwe Thosop botteling, kregen we de Bowmore 12y 1965/1977, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz., sherry wood voorgeschoteld. Twaalf jaar oude Bowmore, het komt me stilaan de strot uit.
Mmm, misschien dat ik voor dit type jonge Bowmore wel een uitzondering wil maken… Mooie, prachtige oude sherry met onderliggend fruit. Zowel sinaas, rozijnen en pruimen als lichte tropische toetsen. Oud leder ook en cuberdons. Geroosterde noten. Kandijsuiker. De smaak ligt in de lijn van de neus. Ik heb de noten en de kandij terug, de rozijnen en de pruimen. Wat zachte karamel ook. En even zachte kruiden. Er is echter niet veel tropisch fruit meer te bespeuren. Maar wel lekker seg. Geen al te lange afdronk op noten en fruit. Oké, voor 12 jaar oude Bowmore is dit verdekke niet slecht. 92/100

 
 

De volgende whisky in de line-up was de Bowmore 13y 1966/1979, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz.. Pfff, weeral zo’n jonge Bowmore.
Mmm, dit blijkt wel een exotisch fruitbommetje te zijn, een neus die barst van het tropische fruit: meloen, ananas, papaja, passievrucht, mango (big time) en coeur de boeuf. Daarna ook gras, smeuïge honing en florale toetsen, maar dat alles moet de eerste viool aan het tropisch fruit laten. Ook op de smaak domineert het geweldige tropisch fruit, hier vergezeld van weidebloemen, wat gras en honing. Oké, een beetje zoals op de neus eigenlijk. Ook deze heeft geen erg lange afdronk, maar wat maakt het uit? Dan neem je toch gewoon nog een slokje? Een klein tropisch juweeltje, waarvan ik dien toe te geven dat ik dat wel lust. 93/100

 
 

En dan nu eindelijk eens een wat oudere whisky, de Ardbeg 29y 1967/1996, 52%, Kingsbury, cask 923. Maar die kan je nergens kopen, ook niet op veilingen. Wat hebben we daar nu aan?
Mmm, I see… hèhe, ik weet wat ik daar aan heb. Als ijkingspunt ging trouwens een glas Ardbeg 1976/1999 Manager’s Choice rond, de op één na beste Ardbeg die ik ooit proefde. Deze is op de neus misschien wel even goed, maar op de smaak is ie… euh, ook misschien wel even goed. My God, what a dram! Ronde, volle, enorm rijke neus op geroosterde noten, melkchocolade gevuld met de beste kwaliteit praliné, zeste van sinaas (orangettes), high-end honing, balsamico-crème, lapsang souchong, gerookte coburg, antiekwas, nat naaldhout en ga zo maar door. Turf? Natuurlijk, maar als bijkomend element, onderliggend. En dan proeven… ronduit indrukwekkend! Even rijk en vol als de neus, krachtig en toch elegant. En zo vreselijk complex. Zachte turf vermengd met het beste wat een sherryvat een whisky kan meegeven. Zie voor de associaties bij de neus a.u.b., ik ga nu even genieten… Lange afdronk, perfect in lijn met de rest. Ik zei dat ie misschien even goed is als de Manager’s Choice, maar nu ben ik daar niet meer zo zeker van, vandaag komt ie nog meer tot z’n recht dan tijdens de tasting. Dit is volgens mij gewoon beter. Ja, nog beter. Bon, je kan deze whisky dus niet krijgen, en als ie ooit eens te koop wordt aangeboden, zal hij ongetwijfeld compleet onbetaalbaar zijn, maar hoe gelukkig prijs ik mezelf ‘m eens geproefd te hebben. En ik meen te begrijpen waarom deze whisky een absolute cultstatus heeft verworven. Dat ligt dus niet alleen aan z’n extreme zeldzaamheid. 97/100

 
 

Vervolgens kwam de Bowmore ‘Bicentenary cask strength’ 1964/1979 98.8 proof, 56.2%, OB for Fecchio & Frassa, Italy, cubic bottle aan bod. Allez, jonge Bowmore, hoe origineel.
Mmm, origineel of niet, who cares? Op de neus denk ik aan noten en gedroogd fruit (rozijnen, vijgen), maar het is pas met enkele druppels water toe te voegen dat hij open komt, dan krijg ik vers fruit zoals mandarijn, perzik en ananas, maar ook nat hooi (licht ‘farmy’ dus) en kruiden (munt, dille, kamille). Lichte turfrook ook, als extraatje. Stevig mondgevoel dat start op vijgen en een scheepslading sinaas. Daarna munt, gember en kaneel. Lichte eik. En ook hier een klein beetje turf. Middellange afdronk op kruiden en sinaas. Na het voorgaande toch een lichte tegenvaller. Maar dat is hier dus redelijk relatief. 91/100

 
 

De eerste flight werd afgesloten met de Tormore 16y 1966, 57%, Samaroli 1982, sherry wood. Tormore? Komaan! En dan nog amper zestien jaar oude Tormore. Op flessen getrokken door één of andere obscure Mediterraanse bottelaar!
Mmm… ik bedoel halleluja, dit is wel één van de beste sherryneuzen die ik ooit gehad heb! Djéé man, goddelijk gewoon. Vreselijk complex op de heerlijkste tonen van zoet en gekonfijt fruit, vijgen, noten, tamari, high-end balsamico, amandelen, honing, marsepein, nougat… Vooral veel puntjes. Op de smaak wordt dit alles aangevuld met pistache en een sublieme bittere toets. Sappige, belegen eik, noten en hars, maar nog altijd erg veel fruit, honing en die geweldige balsamico. Erg lange afdronk op de mooiste sherrytonen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er ooit betere Tormore gebotteld is. 96/100

 
 

Na een korte pauze werd de tweede flight ingeleid door de Cardhu 12y, 43%, OB for Wax & Vitale, Italy, early 1970’s, cork. Cardhu 12 dus… nu ja, ’t is crisis voor iedereen natuurlijk.
Mmm, voor twaalfjarige Cardhu is dit toch verdraaid lekker om ruiken. Vooreerst doet dit me aan de herfst denken. Mos, gevallen bladeren en takken. Maar dan zet er zich fruit door: kruisbessen, peer en zoete appels. Best wat was ook, en mineralen. Natte stenen en planten. Iets stoffigs, maar dan erg aangenaam stoffigs. Oude boeken enzo. Marsepein. Best complex als je er wat tijd voor neemt. Zachte, romige, fruitige en florale smaak met ook hier de bijenwas en de mineralen die opvallen. Ontbijtgranen doemen op. Licht, speels en complex. Jazzy whisky. Vrij korte, maar erg aangename, waxy afdronk. 89/100

 
 

Na deze standaardbotteling schonk Luc ons een Macallan in, meer bepaald de Macallan ‘Special Reserve’, 43%, OB, 75cl, wat trouwens krak dezelfde whisky is als de Macallan 1948-1961/1981 ‘Royal Marriage’, 43%, OB, 75cl. Macallan uit de geboortejaren van Charles en Diana dus. Tja, Macallan, het is toch vooral een snob whisky.
Mmm, ik ben een snob! Waxy sherry, I like that! A lot. Boenwas, schoensmeer, honing, hooi, veel kruiden (peper, zoethout, eucalyptus en gember) en dan het fruit. Peren, sinaas en bananen. Mooi, mooi. Romig mondgevoel. De smaak begint zoet en fruitig. Harde fruitsnoepjes. Maar ook vers en sappig fruit zoals abrikozen, meloenen en ananas. Pas daarna zetten de kruiden zich door. Peper, nootmuskaat en zoethout. Kamillethee met honing. Middellange afdronk, bitterzoet. Ik had deze een puntje hoger op de tasting, in de geur houdt ie voor mij de 93 aan, de smaak – die erg lekker is, mind you – doet er punt af. 92/100

 
 

We gingen verder met de Laphroaig 30y 1966/1996, 48.9%, Signatory, cask 561, 142 bottles. Laphroaig 1966. Was het niet vooral 1967 dat een goed jaar was voor Laphroaig? 1966, een beetje een zwaktebod lijkt me dan.
Mmm, lang leve 1966! Man, wat een geweldige geur! Een antiekshop met z’n oude boeken en geboende antieke meubelen, gedroogde bloemen, rijpe bananen, succulente honing, mineralen (natte steen), oesters, tabak en natuurlijk de heerlijkste zachte zoete turf. Lichte tonen van een koeienstal. Genieten in overdrive. Het goede nieuws is dat de smaak niet erg veel moet onderdoen voor de neus. Delicaat, subtiel en complex. Romige turf ingekapseld in honing, marsepein, bijenwas en veel fruit. Banaan, sinaas en sappige peer. Maar daar stopt het niet bij, ik denk ook aan gekonfijte gember, zoete drop en een hammetje aan het spit. Lange afdronk waar het fruit en de bijenwas langzaamaan uitdoven, maar waar de zoete turf daarna nog eventjes blijft doorgaan. Fantastische whisky. 95/100

 
 

We naderden stilaan het einde van deze twee flight, als voorlaatste in de line-up had Luc de Springbank 31y 1963/1994, 52.3%, Cadenhead’s Authentic Collection gezet. Oude Springbank… ja, dat kan goed zijn. Maar dat kan ook tegenvallen natuurlijk. Altijd een risico.
Mmm, mmm, mmm, mmm… euh sorry, ik was me volledig aan het verliezen in de neus van deze whisky. Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen, maar fuck man, wat een neus! Opnieuw een sherryneus die dicht bij de perfectie aanleunt. Die perfectie zit ‘m ook in de balans tussen bitter en zoet, bittere en zoete tonen zoals daar zijn: eik, noten, kaneel, munt, donkere chocolade, perensiroop en balasamico. Maar op de smaak is die balans er wat mij betreft niet meer. Hier is hij me wat te droog, de zoete toetsen komen echt wel in de verdrukking door het hout en de noten. Zelfs wat propolisdruppels. Het dient gezegd dat water wel wat helpt, maar de balans die de neus wel vertoonde, blijft buiten bereik. De indrukwekkende neus is echter 95, 96 waard. 92/100

 
 

Eindigen deden we met de Ardbeg 13y 1975/1988, 54.2%, Gordon & MacPhail for Intertrade, sherry wood, 543 bottles. Allez, dertien jaar oude whisky, dat staat dan op het einde…
Mmm, voor dertien jaar oude whisky is dit toch wel bangelijk goed. Erg frisse en levendige geur die me meteen naar de zee brengt. Zilt, jodium, oesters, zeewier en een overvolle plat de fruits de mer. Mineralen laten zich gelden (de geur na een zomers regenbui), maar natuurlijk ook de verwachte turf, gevolgd door allerlei sherrytonen: braambessen, zwarte bessen, chocolade, tabak, koffie en zoethout. Ronde smaak, elegant en toch scherp in zekere zin. De start is zoet op appelsiroop, kandij en balsamico. Daarna gaat ie over op turf en teer, gevolgd door de sherry, die opnieuw veel donker fruit (bramen) meebrengt. Zwarte woudham. Maar het wordt nooit droog, het blijft vooral zoet. O ja, dit is goed, ik vind ‘m op de smaak zelfs nog iets beter dan op de neus. Lange afdronk, met turf en sherry in perfecte harmonie. Djee, dit is toch weer wreed lekkere whisky. Stel je voor dat je dat nog voor een redelijke prijs op de kop kan tikken. 94/100

 
 

Mmm, als ik de scores zo bekijk, zat er blijkbaar toch spul tussen dat best drinkbaar is. Zou het dan toch aan het niveau van de whisky kunnen liggen dat we ieder jaar opnieuw die moeite doen?

 

In ieder geval, ik wens julie bij deze alvast een prettig eindejaar en een gelukkig en vooral geestrijk 2012.

 

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.