Spring naar inhoud

Posts tagged ‘sherry cask’

Bowmore 12y 1998, A. Dewar Rattray

Vandaag een Bowmore 1998 van Dewar Rattray, te koop aan minder dan 60 euro. We weten al langer dat Bowmore de zepige jaren tachtig achter zich heeft gelaten, we hebben schitterende dingen kunnen proeven uit 1993, 1994 en 1995, maar ook distillaten uit de tweede helft van de jaren negentig blijken dus vaak erg lekker te zijn.

 

Bowmore 12y 1998/2011, 62.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #800167 (part), 271 bottles
Stevig rokerige neus (en dus niet ‘a touch of smoke and peat’ zoals de officiële tasting notes suggereren), vermengd met zee-elementen, mineralen en mooie sherrytonen. Dat vertaalt zich in associaties van turfrook, zilt, jodium, wat rubber, noten, leder, sinaas en natte stenen. Bij die sinaas denk ik vooral aan de schil ervan (zeste). Met water (want niet onlogisch aan dit alcoholpercentage) zelfs wat ‘farmy’ (nat hooi en natte hond). Mooi! Hij is zonder water natuurlijk erg krachtig en prikkelend op de tong, olieachtig ook. Opnieuw rook, maar minder dan op de neus, zilt, citrus (eerder citroen hier) en een groot aandeel sherry. Noten, leder en kruiden (zoethout valt op). Met water zoeter (vanille), meer citroen, en ook nog meer zilt. Lange afdronk, rokerig en zilt. Bowmore uit een sterke periode heb ik zo de indruk. 87/100

Advertenties

Tomatin 1966, The Whisky Agency & The Nectar

Vandaag één van de nieuwe joint bottlings van The Whisky Agency en The Nectar, een Tomatin 1966 die 45 jaar gerijpt heeft op sherryvat. Op die leeftijd kunnen we alleen maar hopen dat dat vat niet ál te actief was.

 

Tomatin 45y 1966/2011, 46.1%, TWA & The Nectar, sherry butt, 391 bts.
Volle, fruitige neus. Sappig fruit à la peer, meloen en ananas. Een beetje tropisch dus. Daardoorheen zoete toetsen (honing en marsepein) en wat eik, maar niet te veel. Iets licht floraals ook. O, daar doemt bijenwas en oud leder op. Heerlijk! Zachte kruiden ook en amandelen. Ook de smaak is vol en zoet. Dik en mondvullend. Ook hier fruit, misschien wel evenveel als op de smaak (peer, sinaas, vijgen). De bijenwas en de honing opnieuw, maar het zijn vooral het hout en de kruiden (peper, munt, tuinkruiden) die nu op de voorgrond treden. Wordt wat bitter, zeker naar het einde en op de afdronk. Erg lekkere neus, wat tegenvallende smaak. Iets te laat gebotteld me dunkt, het hout voert zeker op de smaak te veel de boventoon. 87/100

Intermezzo: Caperdonich 1972, Malts of Scotland #1144

Na de lichtjes geniale Glen Keith proef ik een tweede Malts of Scotland die veelbelovend op m’n bureau stond te blinken, een Caperdonich 1972. Malts of Scotland brengt heden twee 1972’ers uit, ééntje op 52.4% en éénje op 57.4%. Caperdonich en 1972 zijn ‘a match made in heaven’. Maar beter doen dan de Glen Keith, dat is schier onmogelijk.

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 57.4%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #1144, 98 bottles
Hu… onmogelijk? Djeezes, die is gewoon nog beter! De neus start even aromatisch als de Glen Keith maar deze gaat dieper, de sherry zorgt voor een extra laag, de complexiteit wordt naar ongekende hoogtes gekatapulteerd. Steady on Johan… Gho, waar beginnen? Met het fruit: perzik, abrikozen, kweepeer, gedroogde pruimen, vijgen. Dan de kruiden: kamille, linde, munt. Vervolgens het zoets: honing, fudge. Fruit, kruiden, zoets, dat had de Glen Keith ook. Maar hier gaat deze verder. Hij is ook erg waxy. Ik denk aan boenwas, oude meubels, geboend leder. Een beetje rook, van het hout neem ik aan. De sherry die nog voor die extra dimensie zorgt. Fenomenaal goede neus. Proeven nu. De whisky explodeert in de mond, mondvullend is een understatement hier, maar toch is hij zeer goed drinkbaar zonder water, alle sensaties barsten meteen open op je tong. En die sensaties zijn: fruit (gekookt fruit, abrikoos, pruimencompot), kruiden (nootmuskaat, kaneel, peper, zoethout), kandij, honing, eik, leder, bijenwas, pollen, noten,… Let op de puntjes. Complex is het woord. Het geheel is licht drogend, toch ook een beetje water proberen. De eik wordt met water wat naar de achtergrond verbannen, het fruit komt nog meer naar voor en de ‘spicy’ kruiden worden vervangen de ‘herbal’ variant. Lange, erg lange bitterzoete, licht drogende afdronk op honing, fruit en zoethout. Op de neus vind ik deze zelfs nog wat beter dan de botteling van The Whisky Agency, op de smaak wint deze laatse nipt het pleit. Zelfde topscore. 93/100

Ook deze kost een 190 euro, maar ook hier lijkt me haast geboden indien je nog een fles op de kop wil tikken.

Glen Moray 1959, Samaroli

En nu we toch bezig zijn met superspul, proefde ik gisteren ook nog een Glen Moray van 1959 gebotteld door Samaroli, een whisky die omwille van de bottelaar en de huidige veilingprijzen van rond de 1000 euro torenhoge verwachtingen schiep.

 

 

Glen Moray – Glenlivet 1959, 46%, Samaroli, 1984, sherry butt, 240 bts.
Een hele waaier aan geuren. Zalige geuren. Tropisch fruit (we zitten dan ook in de goeie periode daarvoor): mango, meloen, passievrucht, ananas, papaya… heerlijk. Abrikozen niet te vergeten, hoe langer hoe duidelijker. Vanille komt erbij, wat hout, bijenwas, pollen, antieke meubelen, sandalwood… een typisch oud Highland profiel. Of oude Springbank, ook daar kan je deze mee vergelijken. De smaak is vrij krachtig en vol, fruitig en kruidig. De abrikozen zijn hier gedroogde, ik heb ook sinaas, er is ook meer hout dan op de neus, de vanille is nog aanwezig, maar het zijn de kruiden die hier het verschil maken. Nootmuskaat, kaneel, kruidnagel, koriander, the whole lot. Hoestbonbons. Geen al te lange maar wel heerlijke afdronk op vanille, sinaas en gember. Een whisky waar de klasse van afstraalt. 92/100

Craigduff

Craigduff is geturfde Glen Keith, bij mijn weten enkel door Signatory gebotteld. Naast de onderstaande 1973 is er nog een andere 1973 (vat 2514) door hen onder dezelfde naam op flessen getrokken. Signatory heeft trouwens ook een Glenisla op de markt gebracht, een nog zwaarder geturfd Glen Keith experiment.
Toen Signatory z’n eerste Craigduff 1973 bottelde, ging men er verkeerdelijk van uit dat het om geturfde Strathisla ging, maar nader onderzoek wees uit dat de whisky gedistilleerd werd op Glen Keith. Het label vermeldt dus een verkeerde distilleerderij.
Het experiment dat men op Glen Keith uitvoerde, was op basis van licht geturfde malt én zwaar geturfd water dat bij elke wash toegevoegd werd, à ratio van 10 gallons (een kleine 38 liter) per wash.

 

Craigduff 32y 1973/2005, 49.4%, Signatory Cask Strength Collection, sherry butt #2513, 566 bottles
Frisse, levendige en complexe neus. Cleane turf, geen medicinale elementen, wel veel bijenwas, honing, noten, vers gemaaid gras, composterend tuinafval (dat valt hier heel wat beter mee dan het zo neergeschreven overkomt), wat frisse kruiden ook (the herbal kind). Erg lekker! Op de smaak is hij stevig en mondvullend, waxy, licht rokerig en grassig. Het niveau van de neus wordt hier niet helemaal doorgetrokken, het frisse en zoete ontbreekt. Wat kruiden naar het einde, net als hars. Vooral het waxy karakter valt op. Middellange, eerder droge en kruidige afdronk. Van neus over smaak naar afdronk gaat het van heerlijk tot matig. 86/100

Shalom Ballechin

Ik bemerk dat ik in drie jaar Onversneden nog geen enkele Edradour heb besproken. En neen, daar zit geen bewuste tactiek achter. Laat ons hier verandering in brengen door twee… Ballechins te proberen. Ballechin is immers een redelijk recent (2002) label van geturfde Edradour. De Longrow van Edradour eigenlijk. Alhoewel deze vergelijking misschien wat impulsief is.
De naam Ballechin verwijst naar een landgoed in Perthshire waarop tussen 1810 en 1927 een gelijknamige distilleerderij actief was. Ballechin was één van de zeven boerderij-distilleerders die in die tijd in Perthshire opereerde. Van die zeven bestaat vandaag enkel Edradour nog. Ballechin diende z’n deuren te sluiten omdat de waterloop die het gebruikte, omgelegd werd.
De whisky rijpt op verschillende types wijnvaten en de bottelingen die tot op heden op de markt werden gebracht, hebben geen leeftijd – zijn dus jong. De eerste release van Ballechin rijpte uitsluitend op rode Bourgogne-vaten. Elke release wordt op 46% en 6000 flessen gebotteld. Het fenolengehalte schommelt rond de 50 p.p.m..

 

Ballechin ‘3rd Release’, 46%, OB 2008, Port Cask matured, 6000 bts.
Ik heb erg lekkere turf op de neus, niet dominant, het laat voldoende ruimte voor zoete en fruitige tonen. Vanille, ananas, rijpe sinaas. Marsepein. Licht medicinaal. Sappige appels ook. I like this. Meer rook op de smaak, rubber en teer. Maar ook de sinaas van de neus en vanille. Verse pruimen. Gember en kaneel zorgen voor een kruidige toets. Wat zilt ook. Romig en dik in de mond. Best complex. Erg lange afronk, zoet en rokerig. Lekkere en relatief complexe whisky. Doet me zelfs wat aan Laphroaig denken (wat gezien de ligging geen evidente vergelijking is). Ze hebben de Edradour geturfd moeten maken om hem lekker te krijgen! 87/100

 

Ballechin ‘4th Release’, 46%, OB 2009, Oloroso Cask matured, 6000 bts.
De neus van deze vierde release start wat vreemd. Licht stoffig, de geur van ‘het putje’, sterfput, of van een afvoer die je aan het openbreken bent (ja, ik doe ook andere dingen dan whisky drinken). Asfalt ook en zachte rook. Na enige tijd komt er toch wat fruit door. Sinaas, pruimen, verse vijgen. Misschien wat noten. Minder expressief evenwel als de vorige, maar wordt beter met wat te ademen. Een beetje rook op de smaak, aardbeien en lichte assen. Daarna meer kruiden. Gember en zoethout vooral. Vrij lange, zoete en rokerige afdronk met wat kruiden ertussendoor. Lekkere whisky, eens te meer, maar toch minder boeiend dan de derde release. 84/100

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Glen Grant 1972, Duncan Taylor for The Whisky Fair

Een oude Glen Grant, altijd iets waar een mens naar uitkijkt. Deze whisky – die rijpte op sherryvat – werd recent door Duncan Taylor gebottled voor The Whisky Fair.

 

Glen Grant 36y 1972/2009, 56.3%, DT for The Whisky Fair, 209 bts
De neus is krachtig en start erg fruitig. Eerst op pompelmoes en mandarijn, daarna gaat ie de exotische toer op. Ananas, mango… maar ook pruimen en allerlei gedroogd fruit. Noten. Studentenhaver dus. Langzaamaan komen er bloemen en kruiden opzetten. Zoethout, eucalypthus. Dan boenwas en honing. Veel honing. Subtiele rook ook. Erg complex en wreed lekker die neus. De smaak is zoet en licht bitter. De sherry heeft z’n werk gedaan maar gaat nooit domineren. Het fruit (dezelfde soorten als in de neus), de kruiden, de noten, het hout, de honing, de chocolade, ze krijgen vrij spel. Middellange, verwarmende finish op allerlei zoets, leder en kruiden. Droogt niet uit. Geweldige Glen Grant. Dit is sherry zonder streken, sherry zoals ik ‘m graag heb. 91/100

St. Magdalene uit z’n beste periode op sherryvat

De beste periode voor St. Magdalene is met voorsprong midden jaren zestig. Als je ooit de kans krijgt St. Magdalene 1964, 1965 of 1966 te proeven, grijpen. Met beide handen. Gordon & MacPhail heeft er meerdere onder z’n Connoisseurs Choice label gebotteld – sommige outstanding – en er bestaan ook enkele sublieme Cadenhead dumpy’s. De meeste bottelingen zijn bourbon-gerijpt, maar er zijn ook enkele sherry-gerijpte. Een voorbeeld hiervan is degene die ik vandaag proef, een 1964 Connoisseurs Choice. Onder het motto ‘ook dit is Lowland!’

 
St. Magdalene 18y 1964, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1983, old brown label
Halleluja, dit is een zalige neus! Zachte, fruitige sherry en warme chocolade-saus. Callebaut kwaliteit, minstens. Het fruit is vooral rood: rode bessen, kersen, braambessen (ok, dat is al zéér donker rood). Banaan ook. Pruimen. Steviger dan het alcoholpercentage doet vermoeden. Amandelen, geroosterd hout, antieke lederen zetels… het zegt misschien niet zo veel, maar dit is écht een superneus. Ook de smaak is super. Zalige sherry met rode vruchten, hout, abrikoos, vanille fudge, mokka, tabak, licht waxy… droger naar het einde, het hout zet zich wat door. Ook de afdronk is vrij droog, maar wel érg lekker. Het bittere wordt meer dan voldoende gecounterd door het zoete en het fruitige. 93/100
 

De sherry maakt dat dit een ander profiel is dan de St. Magdalene uit deze periode die ik al dronk. Maar ook deze is fantastisch lekker, ondanks z’n laag alcoholpercentage. Jaren zestig St. Magdalene kan zó goed zijn… spijtig dat ze dit niveau later niet meer hebben kunnen evenaren. Maar dat geldt voor meerdere distilleerderijen natuurlijk.

 

Glencadam 1974, Malts of Scotland

Malts of Scotland blijft maar whisky’s bottelen, ik krijg ze amper bijgeproefd verdorie. In de nieuwe release zit een Glencadam 1974, een Clynelish 1982 en een Glen Scotia 1992. Ik zette ze vandaag alle drie op een rij en publiceer alvast mijn review van de Glencadam. De andere volgen morgen en zaterdag.

 
Glencadam 1974/2010, 48.9%, Malts of Scotland, sherry cask #3214, 216 bottles
Heerlijke zoete neus. Niet mierzoet, geen suikerspin of kandijsirooptoestanden, eerder een fruitige zoetheid. Ik denk aan appel- en perensiroop, geconfijt fruit, gedroogde abrikozen, vijgen en rozijnen. Rozijnen op rum. Daardoorheen priemt wat hout, boter en leder door. Top! Bloemen na enige tijd. Vrij complexe, delicate sherry. Op de tong is hij krachtig en romig, met het zoete fruit (hier eerder sinaas), rozijnen opnieuw, noten, kirsh en zilt (vrij veel zelfs). Hout ook, misschien net wat teveel hout zelfs, hij droogt naar het eind en in de middellange afdronk wat uit. Het hout en de bijhorende kruiden gaan het fruit en het zoets wat overheersen in plaats van het te completeren. Spijtig, het maakt dat hij toch onder de negentig punten tuimelt, een score die ik op basis van de neus niet meer dan terecht had gevonden. Heeft geen water nodig, water brengt trouwens niet veel bij. 88/100

Lagavulin Distillers Edition H2H

Lang geleden dat ik nog eens een Lagavulin gedronken heb, laat er ons dan maar meteen twee van maken. Ik heb immers nog samples staan van een koppel Distillers Editions, beide – zoals gewoonlijk bij Lagavulin – bijkomend gerijpt op Pedro Ximénez sherryvaten. De 1981 heb ik me aangeschaft via Luc’s Whiskysamples, de 1990 is een sample van Ruben. De flesjes staan al enige tijd stof te vergaren tussen allerlei ander lekkers, hoog tijd dus om de stofdoek boven te halen.

 
Lagavulin 1981/2000 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
Complexe neus met de herkenbare Lagavulin-elementen mooi verweven met de sherry. De zachte en zoete turf moet z’n best doen om de aandacht te trekken. Een lekkere kruidigheid (gember en kruidnagel), appelsien en zilt zorgen voor heel wat weerwerk. Ook in de mond komt ie me minder agressief en subtieler over dan andere Lagavulins. Turf en rook ja, maar met een zeer aangename toets die het midden houdt tussen bitter en zuur. Wat is de kruising tussen een citroen en een pompelmoes? Wat hout naar het einde, net zoals wat noten. Lange, verwarmende finish op citrus en rook. Zachte en complexe Lagavulin en minder op turf dan ik gewoon ben bij dit ‘merk’. 90/100
 
Lagavulin 1990/2006 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
De neus van de 1990 is zoet (suikerspin), rokerig (kampvuur) en zeer droog. Vrij veel hout. En zoethout, ook hiervan veel. Marsepein heb ik zeker nog, net als chocolade – echt wel veel ‘zoete’ associaties – en een beetje zilt. Niet al te veel fruit in deze, en als er al fruit te detecteren valt, is het citrus. De smaak is romig en zoet. Een stevige portie rook vermengd met wat zilt, espresso en ook hier veel zoethout. Geen al te lange, bitterzoete afdronk. Kruiden en turf maken hier de dienst uit. 87/100
 

In de 1981 speelt de sherry een grotere rol dan in de 1990. Ik weet niet of het dat is, maar ik heb een duidelijke voorkeur voor de 1981.

Bunnahabhain 1976, Malts of Scotland

Bunnahabhain 33y 1976/2010, 52%, Malts of Scotland, sherry butt 6388/2, 275 bottles – Islay
Gedistilleerd 25/11/1976, het eerste deel van het vat gebotteld in maart 2009, het tweede deel vorige maand. Subtiele neus met enerzijds een aangename kruidigheid (drop, munt, zoethout, peper) en anderzijds veel zoet fruit. Banaan, rijpe banaan. Geplette banaan met suiker (ja, ook ik ben kind geweest). Er doemt een mooie zurigheid op. Balsamico. Opgelegde peren. De smaak is wat droog, op kruiden, vanille en de zoete banaan weer. Geen al te lange, zoete en fruitige afdronk. Je proeft het hout, maar altijd op de achtergrond. Zeer mooie Bunnahabhain op een niet al te actief sherryvat. 88/100
 
De komende dagen volgen nog enkele nieuwe Malts of Scotland.

Wait La Mazurka

Hoog tijd dat ik deze proefde. Wait La Mazurka is een Karuizawa die door menig liefhebber de hemel ingeprezen is. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje op WhiskNotes.

 
Karuizawa ‘Wait La Mazurka’ 31y 1977/2009, 62.7%, Daily Dram, The Nectar, cask 6994, 200 bottles – Japan
Whow, dit is krachtig spul! En ik bedoel niet alleen het alcoholpercentage. In de neus vette, stevige sherry op tonen van pure chocolade, tabak, okkernoten, espresso, rozijnen en ander gedroogd fruit. Teer ook, verse asfalt. Op de tong een sherry-explosie met bittere tonen van rode bessen, tamme kastanjes en straffe koffie. Misschien toch maar wat water toevoegen… O ja, dat helpt. De neus wordt wat zoeter, meer rood fruit en er komt ook een lekkere kruidigheid door, de smaak wordt zonder meer toegankelijker. Meer fruit (rood fruit, maar ook kruisbessen), chocolade, rozijnen op rum (ja, daar ben ik behoorlijk zot van), gedroogde pruimen, Irish coffee, peper. Lange, droge en kruidige afdronk. Een sherrymonster, maar wel een toegankelijk sherrymonster. Met water welteverstaan. 87/100

Springbank 22y 80° proof Cadenhead dumpy

Springbank 22y 80° proof, 46%, Cadenhead dumpy, refill sherry, bottled late 1970’s – Campbeltown
Ha, nog eens zo’n goeie ouwe dumpy! Dat zijn zo van die lelijke gedrongen flessen in bruin glas. Deze moet ergens tweede helft jaren ’70 gebotteld zijn. Erg complexe neus met vanille, hout, citrus, mineralen (de geur na een zomerse regenbui), amandel. Marsepein. Top! De smaak is fruitig en zoet (de vanille opnieuw), met subtiele rook. Ook wat peper en iets licht bitters. Zalig man! Middellange, fruitige finish met ook hier een toefje peper. Schitterende oude Springbank. 93/100