Spring naar inhoud

Posts tagged ‘QV-ID’

Bowmore 11y 2001, The Whiskyman

Vandaag een Bowmore 2001 die The Whiskyman eind vorig jaar bottelde voor drie whiskyshops: QV.ID, Whiskysite.nl en Single Malt Whisky Shop. Nog te koop aan 65 euro.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 50.6%, The WhiskymanBowmore 11y 2001/2012, 50.6%, The Whiskyman, 240 bottles
De neus laat zich samenvatten als rokerig, granig en zilt. Deze drie geuren zijn mooi verweven met elkaar en domineren het geheel. Boter, neigend naar boterkoekjes. Petit Beurre. Ook motorolie laat zich ruiken, net als teer. En binnenbanden. En leder. De geur wordt hoe langer hoe zoeter. Bananen, de schil van appels en appelsienen qua fruit, vergezeld van zoethout en kandijsuiker. Rond romig mondgevoel. Minder granen dan in de geur, wel veel turfrook, zilt en zoete associaties. Zoete associaties zoals daar zijn: zoethout, appelsienen, gezoete pompelmoes en gekonfijte gember. Bij het zilte moet ik denken aan gerookte vis. Heilbot bijvoorbeeld. Vrij lange afdronk, op hetzelfde patroon als dat van de smaak. Zilt, rokerig en zoet dus. Jonge Bowmore, het blijft een succesverhaal. Benieuwd naar dezelfde vintages na een tiental jaar extra rijping (meer fruit, getemperde turf en zilt), dat moeten kanonnen worden. 88/100

Advertenties

Caperdonich 1972, en nog één

Caperdonich 1972, moet ik daar nog woorden aan vuil maken? Nee toch? Of juist wel, je leest ze hieronder. En het zijn er veel, dit is immers het type whisky waarbij ik me nogal eens durf laten gaan. Het betreft daarenboven twee whisky’s, een botteling van Duncan Taylor van begin vorig jaar en een botteling van The Whiskyman voor QV.ID van eh, nu. Reken op een 300 euro voor beide whisky’s (afzonderlijk welteverstaan), wat meer dan het dubbele is dan de prijs van de Duncan Taylor bij lancering zowat anderhalf jaar geleden. Hoe dat komt? Wel…

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 53.6%, Duncan Taylor Rarest of the Rare, cask 7460, 160 bts.
Tsjaka! Yeeha! Bingo! En nog zo enkele kreten. Dit is Caperdonich 1972 zie. En Caperdonich 1972 op z’n best, op de ideale leeftijd gebotteld. Gelaagder en voller dan de bottelingen van enkele jaren voordien, en waarschijnlijk beter in balans dan bottelingen die er de komende jaren misschien nog gaan volgen. Waarom? De eik. Die is in z’n volle glorie aanwezig, meer dan bij vroegere bottelingen maar in de perfecte hoeveelheid. De eik draagt het geheel, geeft het structuur en gelaagdheid, resulterend in een volle, rijke, complexe whisky. Op de neus ondersteunt de eik het fruit (sinaas, mandarijn, ananas, mango en perzik), de gedroogde vijgen, de was (boenwas, oud geboend leder), de geur van een sigarendoosje, de nougat, de honing, de pollen, de kruiden (gember en kaneel) en het natte hooi. En ongetwijfeld nog heel wat meer. Genieten in drukletters. Elegante en toch ook krachtige smaak, expressief en aromatisch. Opnieuw veel fruit: perziken, mandarijnen, bloedappelsienen, mango’s, appelsienconfituur. Honing en kandijsuiker maken het zoet, kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en peper pittig. En opnieuw die prachtige, sappige eik die draagt. Lange afdronk, zoet en kruidig met het fruit dat heel langzaam uitdooft. Tja, ik kan er nog een paar krachttermen tegenaan gooien, maar laat het me hierbij houden. Het bovenstaande zegt genoeg, een welverdiende 93/100

 

Caperdonich 40y 1972/2012, 49%, selected by and bottled for The Whiskyman & QV.ID, 65 bts.
Deze is anders, de neus start iets minder expressief maar nog altijd zeer herkenbaar Caperdonich 1972. Wreed lekker dus. Na enige tijd komt al hetgeen ik bij de Duncan Taylor genoteerd heb wel naar boven, maar iets bedeesder, iets meer onderdrukt. Maar het is er dus wel allemaal: het fruit, de ‘waxyness’, de kruiden, het zoets, de lichte tabaksgeur, de even lichte ‘farmyness’ (het natte hooi) en natuurlijk de eik. Deze treedt iets meer op de voorgrond, de reden waarom de rest iets moeilijker op dreef raakt. Op de smaak is dat minder het geval, de eik en de kruiden zijn perfect in balans met het fruit en het zoets, de bitterheid is wel zéér aangenaam. Vol, krachtig en rond. Perzik en abrikoos, roze pompelmoes en mandarijn, honing en vanille, kaneel en gember. Maar ook munt, iets wat ik niet terugvond in de DT. Lange, bitterzoete afdronk. Op de neus wint vat 7460 de debatten, op de smaak heb ik een lichte voorkeur voor deze. Een gelijkspel dus (weliswaar met een karrevracht aan doelpunten). Maar veel langer moet Caperdonich 1972 toch niet rijpen, de eik is prominent aanwezig, hier dus nog prominenter dan bij de Duncan Taylor, maar ook nog altijd in balans. Nog iets meer eik zou echter te veel zijn. Als je dus nog een Caperdonich 1972 wil kopen, is nu het moment. Ware het niet dat deze botteling op de dag van lancering (vorige zaterdag) al uitverkocht was. Niet geheel onbegrijpelijk. 93/100

En morgen doen we daar nog een schepje bovenop…

Highland Park 10y 1998 for QV.ID

Typisch voor het profiel van Highland Park whisky zijn de associaties van honing en heide. Die heide komt van de turf waarmee men een deel van de kiemende gerst droogt. Op Orkney is er veel heide, de turf bevat dan ook veel heiderestanten. Een klein deel van het mouten gebeurt nog op de distilleerderij zelf.
Vandaag een 1998 gebotteld voor QV.ID. Eén van hun eerste bottelingen was dat.

 

Highland Park 10y 1998 for QV.ID, 46%, Cuvee Idee 2009
Mooie ronde neus op vanille, zachte eik, pruimen en mokka, met onderliggend de typische Highland Park elementen zoals heide, lichte turf en zilt. Je ruikt ook meer en meer zee: de geur van zeewier en jodium. Die van oesters ook. Besprenkeld met een beetje citroen. En lijnzaadolie (in de whisky, iet op de oesters). Erg clean profiel. Het mondgevoel is romig en olieachtig. Opnieuw vrij clean. Met een licht zoet toets. Honing, vanille en mokka-ijs. Of mokka-pudding. Fris fruit zoals limoen en harde peer. Ook wat sinaas na een tijdje. De zachte rook en het zilt tekenen ook op de smaak present. Easy drinking, kapt binnen als limonade. De afdronk is lang, op citrus, zachte turf en zilt. Prima whisky. 85/100

Bowmore 21y 1989 for QV.ID & Whiskysite.nl

Met een Bowmore 1989 brengt QV.ID, de speciaalzaak uit het Vlaams-Brabantse Huldenberg, een derde botteling onder eigen label uit. De eerste was een geweldig lekkere Caol Ila, de tweede een nu al legendarische Port Ellen. Net als bij de Port Ellen is ook dit trouwens een split cask met Whiskysite.nl.

 


Bowmore 21y 1989/2011, 51.2%, selected by Luc Timmermans and The Whiskyman for QV.ID/Whiskysite.nl, Bourbon Hogshead, 233 bts.
Erg cleane, mineralige (natte stenen) en grassige (versgemaaid gras) neus met de typische ‘eiland’ associaties zoals zilt, zeewier, oesters (besprenkeld met citroen), jodium enzomeer. Daarnaast ook de geur van boter (melkerijboter), net zoals deze van vanille en hazelnoten. Zachte turf. Na enige tijd zet er zich fruit door. Vooral veel kruisbessen. Mooie en complexe neus. Op de tong is de turf(rook) prominenter, vergezeld van citroen, hetzelfde grassige karakter van de neus, zilt en butterscotch. Clean, droog en scherp. Dat laatste in de positieve betekenis van het woord, ‘gefocust’ zou je ook kunnen zeggen. Minder complex dan de neus evenwel. Middellange afdronk op rook, zilt, peper en citrus, een klassieke Islay-combinatie. Dit is een erg lekkere whisky die in niets meer doet denken aan die typische jaren-tachtig Bowmore. Ook de derde in de rij is dus een zeer geslaagde botteling. En voor 95 euro is hij de jouwe. 89/100

Caol Ila 1983 QV.ID

En nu we het toch over Caol Ila hebben, ook QV.ID (Cuvee Idee) heeft onlangs een mooie Caol Ila laten bottelen, een zéér mooie, een 1983.

 

Caol Ila 27y 1983/2010, 54.5%, selected by QV.ID, sherry cask
Succulente neus met veel fruit en gedroogd gras op een bedje van zilt en zachte, zoete turf. That says it all. Alhoewel nee, er is nog zoveel meer te ontdekken in deze neus, maar dit geeft wel een idee. Het fruit wordt gedomineerd door sinaas, rijpe sinaas, vergezeld van limoen en kruisbessen. Het gedroogde gras neigt naar gedroogde bloemen, potpourri, maar dan niet van die goedkope rommel. Romige honing zorgt voor het zoets, het zilt en zeevruchten voor de coastal touch, de zachte turf vult zeer mooi aan, zonder ook maar ooit de hoofdrol op te eisen. Wat leder haal ik er ook uit, net als oude boeken, boter en marsepein. Je leest het, ‘complex’ is het woord dat hier meer dan op z’n plaats is. Maar ook ‘heerlijk’. Eigenschappen die ook op de smaak van toepassing zijn. Stevig zonder scherpe kantjes, prikkelend, romig en licht mineralig. Het zilt zit ook hier, net als het fruit. Duidelijk citrus, en dan eerder citrusschil (zesty as they say). Gezoet citroensap. Hier ook kruiden, wat ik minder op de neus had. Zoethout, mosterd. Een lichte rokerigheid. Perfect drinkbaar op deze sterkte, ik heb absoluut geen behoefte om hier water bij te doen. Vatsterkte? Of ideale drinksterkte? Of gewoon beide? De afdronk is middellang, clean, rokerig en licht zilt met de citrus die blijft hangen. Heerlijk gewoon. Na de Port Ellen 1982 (eigenlijk voor, maar voor mij na) opnieuw een schot in de roos. Bull’s eye. 91/100

Port Ellen 1982, Luc Timmermans for QV.ID

Luc Timmermans – je weet wel, ex-Malts of Scotland, ex-Handwritten Label, maar alles behalve ex-whiskyliefhebber, laat dat duidelijk zijn – had nog een vatje Port Ellen 1982 liggen, eentje dat hij voor z’n zoon wou bewaren (het hangt er toch maar van af waar je geboren wordt verdorie – mijn vader deed in Artispunten). Maar aangezien de whisky nu toch wel top was, en Koen Philips van QV.ID ofte Cuvee Idee het wel zag zitten een deel van dit vat onder zijn label te laten bottelen – hij zou zot zijn het niet te doen, staat hier nu voor mij een glas gevuld met deze whisky. De rest van het vat (100 flessen) werd gebotteld voor Whiskysite.nl. De flessen zelf zijn vanaf heden en exclusief te krijgen bij QV.ID.
Als sparring partner zet ik er de schitterende Port Ellen 24y 1982/2007, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464 naast, ondertussen al vaak gedronken, resulterend in een soliede 92/100. Kwestie van de lat meteen hoog genoeg te leggen, ik had deze QV.ID enkele weken geleden immers al eens kunnen proeven en wist dus in welke klasse hij speelt.

 

Port Ellen 28y 1982/2010, 57.5%, selected by Luc Timmermans, exclusively distributed by QV.ID, sherry puncheon
Heerlijke neus die enerzijds typisch voor Port Ellen 1982 is: veel zee-elementen zoals zilt, zeewier en jodium, zachte turf en fruit. Limoen, de schil van groene appels… maar hij gaat verder en dieper. Hij voegt nog een heerlijke kruidigheid toe (nootmuskaat, kaneel) en zachte karamel. Het geheel is vol, dik en romig. Ja, die neus is zalig. De smaak is beter. Echt waar. Vaak is het omgekeerd, maar hier doet de smaak er nog schepje bovenop. Het zilt en de kruiden dienen zich eerst aan, daarna zet het citrusfruit zich door en pas daarna komt de turf erbij, turf die heel lang blijft hangen, samen met het zilt. Een lichte medicinale toets. Hazelnoten en beukennoten. Prachtige evolutie en wat een balans! Niks, maar dan ook niks scherps, niks dat de balans op welk moment dan ook verstoort. Lange, erg lange afdronk op zilt, citrusfruit en romige turf. De beste jaren tachtig Port Ellen die ik al dronk. En ik heb nog een volle fles staan. Lucky me. 93/100
 
De score laat zich dus extra verantwoorden door de Port Ellen voor The Nectar. Een dijk van een whisky, maar de QV.ID wint toch het pleit door z’n extra dimensie, hij is nog wat complexer. Ronder ook.

Malts of Scotland, Luc’s choice – part I

Maandagavond stond een mooi rijtje Malts of Scotland op het Fulldram programma. Niet zomaar wat nieuwe bottelingen, maar het beste wat ze daar volgens Luc Timmermans in Paderborn in hun pril bestaan op fles getrokken hebben. Een beetje een ‘best of’ dus. Een groot deel kende ik al, wat de line-up alleen maar aantrekkelijker maakte.Vandaag en morgen lees je hier een verslagje van deze Malts of Scotland bloemlezing.

Bij binnenkomst kreeg ik een glaasje Charlepoeng in de handen geduwd, een bier van de biergilde Dijleland uit Huldenberg. Een erg lekker brouwsel. Fris, hoppig, licht bitter. Ook een ander, donker bier van dezelfde gilde, St. Roch kon gedegusteerd worden. Beide zijn te verkrijgen bij QV.ID van Koen Philips in Huldenberg. Koen z’n populariteit in de club verkent stilaan ongekende hoogtes.

Wat zeker ook niet onvermeld mag blijven bij deze tasting is de voorafgaande opwarmer. Bestuurslid Peter had immers een eigen(zinnige) tasting in elkaar geknutseld. Ieder kreeg een blad met 40 smaken (gaande van Heinz Ketchup over Babi Pangang tot RHAHG, ofte Rudi Heeft Achter de Haag Gekakt), tien (blinde) zakken chips gingen rond, aan ons om beide aan elkaar te linken. Nadien volgde een klassikale verbetering. Boeiend en bij momenten behoorlijk hilarisch. De beste scoorde 5/10, ik deed het met 3/10 nog zo slecht niet. Kebabchips, hoe kom je er op… Soit, na de – soms vrij degoutante – chipssmaken weggewerkt te hebben met brood, water of nog wat bier, was het hoog tijd om ons aan de whisky te zetten.

 
Glen First Class 2000, 50%, Malts of Scotland 2010
Om het pallet juist te zetten, had Luc de Glen First Class bij. Als je dat met een stuk in je voeten tracht uit te spreken, dan heb je meteen de naam van de distilleerderij. Samen met de Glen Peat Class zijn dat de twee instapmalts van Malts of Scotland, op de volgens hen ideale drinksterkte van 50%. De Glen First Class is een vatting van een 40-tal sherryvaten van het jaar 2000, op tienjarige leeftijd gebotteld. Lekkere whisky en voor 36 euro prijs/kwaliteit een koopje. Een ideale daily dram. De neus is zoet en fruitig. Ik schreef ananas, sinaas, amandelen, honing en marsepein op. De smaak is romig en vol, en moet het hebben van fruit, noten, koffie en tabak. Alles vrij zacht en ‘smooth’. Middellange, fruitige afdronk. 83/100
 
Deanston 33y 1977/2010, 43%, Thosop, handwritten label, 205 bts.
De eerste topper was een whisky waarvan maar weinig bottelingen bestaan, zeker onafhankelijk is er niet veel voorradig. En wat opzoekingswerk leert dat enkel James MacArthur en Cadenhead in het verleden Deanston 1977 hebben gebotteld. Nu ook Thosop. Deze werd dus door Luc onder zijn eigen ‘handwritten’ label gebotteld en niet onder dat van MoS. Let op: 43% is hier vatsterkte. De neus deed me denken aan één van de lekkerste taarten van onze bakker: Frangipanetaart met peer. Fris, zoet en zeer fruitig. Lekker! De smaak voegt daar nog wat kruiden, bijenwas en pompelmoes aan toe. Vrij korte, fruitige afdronk. Knappe vatselectie. 86/100
 
Bunnahabhain 43y 1967/2010, 41.1%, MoS, cask 3315, 147 bts.
Vat 3315 is een bourbonvat. En een vat waarvan de inhoud al serieus bejubeld is. Ik proefde hem al eens, maar had hem nog niet besproken. Complexe neus die erg discreet van start gaat en langzaamaan meer en meer prijs geeft. Ik had zowel fruitige, kruidige, florale als zoete toetsen. Ook wat lichte zilt. Mooie evolutie. Ook de smaak is complex, en romig, met fruit (citrus, ananas) en kruiden (zoethout o.a.) die de eerste viool spelen. Alles perfect vermengd met het hout. De afdronk is middellang en kruidig. Zalige, perfect gebalanceerde whisky. 92/100
 
En dan… dan was er nog een Auchentoshan. Een wreed lekkere Auchentoshan. Atypsich, maar bangelijk goed. Hierover echter later meer. Pauze. Morgen deel twee.