Spring naar inhoud

Posts tagged ‘proefnotities’

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Glenglassaugh 38y 1967, Signatory

Een Glenglassaugh, dat is weer even geleden. En een stevige, zo goed als 60% alcohol na meer dan 38 jaar op vat, sterk.

 

Glenglassaugh 38y 1967/2006, 59.3%, Signatory, Cask Strenght Collection, cask 98/685, 109 bottles
Stevig is inderdaad het woord. Enorm krachtig op geur en smaak, maar nooit erover, de sensaties hebben vrij spel, hij wordt op geen enkel moment te wrang of te droog. Complex daarentegen is ie wel. Op de neus heb ik abrikoos, pompelmoes, limoen, eik, hars, honing, heide, eucalyptus, varens, mos, enzovoort enzoverder. Wat zilt zelfs. Verdacht drinkbaar zonder water. Stevig en verwarmend natuurlijk, maar water is niet nodig, brengt ook niet veel extra bij. De citrus van op de neus, kruisbessen, karamel, fudge, eik, nootmuskaat, zilt… Lange afdronk, bitterzoet. Peper en zout. Lovely whisky! 90/100

Bowmore 25y

Als we van de bottelperiode van de nieuwe Bowmore 25y z’n leeftijd aftrekken, belanden we midden in de jaren tachtig, midden in de lavendel- en zeepperiode dus. Desondanks blijkt mijn vrees voor een ‘French Whore Perfume’ bom onterecht te zijn…

 

Bowmore 25y, 43%, OB 2011
Zachte sherry vermengd met zilt en turf. Munt ook, eucalyptus, hout en drop. Gedroogde bloemen. Confituur. Alles behoorlijk subtiel. De smaak is zijdezacht en licht droog op turf, karamel, bloemen, noten en kruiden. Veel ‘bloemen’ zoals je kan lezen, floraal is inderdaad het woord, maar nooit ‘zeep’. De afdronk is best lang en zoet op zilt en fruitige turf. Dit is lekkere whisky, maar aan het niveau van de 21y kan hij naar mijn smaak toch niet tippen. 84/100

Duizend

Wel, bijna toch. Vrijdag publiceerde ik mijn 999ste proefnotitie. En dat na drie jaar en drie maanden Onversneden. Time flies. Ik heb dan ook wat lekkers (en ja, dat is een understatement) klaar staan, maar daarover later meer. Ik wil immers van de gelegenheid gebruik maken om een soort van round-up te maken van Onversneden. Sommige bloggers geven bij het begin van een nieuw jaar een overzicht van hun bezoekersaantallen en dergelijke van het voorbije jaar, ik heb dat tot op heden nooit gedaan, omdat ik er niet direct de meerwaarde van inzag. Of wou inzien, want ik krijg daar toch regelmatig (nee, dat is gelogen, af en toe) vragen over. Vandaar dat ik de gelegenheid te baat neem om eens wat cijfers de ether in te gooien, zonder het evenwel te kunnen laten daar enkele al dan niet zinvolle bedenkingen bij te formuleren.

 

Bezoekersaantallen. Tricky! Sommigen geven zogenaamde pageviews of bezichtigingen, andere bezoeken, nog andere unieke bezoekers. Het is dus niet altijd even evident appels met appels te vergelijken. Indien jij vandaag drie maal Onversneden bezoekt, de eerste keer twee pagina’s opent, de tweede keer één en de derde keer vier, zijn dat zeven bezichtigingen, drie bezoeken en één unieke bezoeker. Spijtig genoeg heb ik geen cijfers over het aantal unieke bezoekers, daarvoor moet je Google Analytics of andere site stats in je pagina’s hebben staan, wat ik niet heb. Soit, bezichtingen en bezoeken dus. Onversneden genereert tussen de 500 en de 800 bezichtigingen per dag, met de laatste maand een gemiddelde van 588. Aan gemiddeld 1,4 bezichtigingen per bezoek geeft dit meer dan 400 bezoeken per dag. Rekening houdend met het feit dat het Nederlands het hinterland ervan behoorlijk inperkt, overtreft dit eerlijk gezegd mijn stoutste dromen.

Omwille van die taal merk ik dat de pagina’s regelmatig worden vertaald. De top-3 van talen zijn niet echt verrassend te noemen, nl. Engels, Duits en Japans. Ook Chinees, Frans en Zweeds scoren niet slecht. Een aparte vermelding verdient echter Swahili. No kidding, weliswaar buiten de top-10, maar toch. Swahilli! Ik stel me dan de Keniaanse savanne voor, een local die zich Hakuna-Matata-gewijze tegen een baobab vlijt en op z’n laptop http://www.onversneden.com intikt (of nee, uit z’n favorieten selecteert). De realiteit is ongetwijfeld een stuk prozaïscher, maar sta me toch toe dit beeld even te koesteren.

 

Bezoekduur. Ook tricky! Er moet immers een onderscheid gemaakt worden tussen de gemiddelde bezoekduur en de tijd dat de gemiddelde bezoeker op de site blijft hangen. Voorbeeld: indien er van de laatste 100 bezoeken een bezoeker 2 uur op Onversneden zit en de andere 99 telkens een tiental seconden, krijg je een gemiddelde bezoekduur van 1 min. 22 sec. terwijl de gemiddelde bezoeker maar 10 seconden op de blog blijft. De gemiddelde bezoekduur op Onversneden is trouwens 2 minuten en 26 seconden.
Maar als ik het voorbeeld van daarnet concretiseer en de laatste 100 bezoeken nader bekijk, zie ik dat 41 van de 100 bezoeken geregistreerd staan als een 0 seconden bezoek. Een 0 seconden bezoek is een niet relevant bezoek, ééntje met een duur van minder dan vier seconden. Typisch en ongetwijfeld herkenbaar: Onversneden openen, zien dan er niets nieuws gepubiceerd staat en onmiddellijk weer weg. Of nog: zoekopdracht ‘mest schapenstal te koop’ in Google ingeven, resultaat ‘Brora 1972’ aanklikken, en met gefronste wenkbrauwen weer teruggaan naar de zoekresultaten.
Daarnaast zijn er 24 bezoeken met een duur tussen 4 en 10 seconden. Typisch: pagina openen, lezen over welke whisky het gaat, conclusie en score lezen en weer weg. Toch is de gemiddelde bezoekduur van die laatste 100 bezoeken 4 minuten en 11 seconden omwille van een paar lange bezoeken van meer dan een uur en één van 2 uur en 36 minuten (get a life!). De mediaan echter is een bezoek van 8 seconden. Het is dus belangrijk te weten wat je meet.

 

De populairste pagina is de home page, gevolgd door ‘geproefd’, wat niet hoeft te verbazen omdat er van daaruit veel genavigeerd wordt. Daarna volgen Whisky Top 20, Japan, Over en Whiskytermen.
De populairste zoektermen zijn ook weinig verrassend: onversneden, whisky kopen, whisky top-10, whisky tasting notes, japanse whisky, onversneden whisky, beste whisky, whisky besprekingen, whisky veiling, duurste whisky, whisky reviews… maar bv. ook Duvel distilled deed het goed, net als Lagavulin, Brora, Clynelish, Bowmore, The Belgian Owl, Bruichladdich, Ardbeg, Benriach, Laphroaig, Glenfarclas, Springbank en Port Ellen. Diageo, Douglas Laing, Blackadder (hier zitten ongetwijfeld een hoop mensen tussen die niet begrijpen hoe ze hier terecht zijn gekomen), Rare Malts, Samaroli, Signatory, Malts of Scotland, La Maison du Whisky, Gordon & MacPhail, Duncan Taylor, Dewar Rattray zijn ook populair. Ook op een zekere Luc Timmermans wordt veel gezocht. Zou die iets hebben met whisky misschien?

 

De whisky’s die tot vandaag het meest aan bod zijn gekomen, zijn Caol Ila (36), Bowmore (32), Ardbeg (31), Laphroaig (30), Brora (28), Clynelish (27), Port Ellen (27), Glenfarclas (26), Benriach (26), Springbank (26), Highland Park (24) en Longmorn (21). Ik kan niet onder stoelen of banken steken dat mijn persoonlijke voorkeur enigzins meespeelt in het selecteren van whisky’s. Zo geweldig veel Brora wordt er immers niet meer gebotteld, maar je moet al erg je best doen om geen Caol Ila, Laphroaig, Clynelish of Bowmore tegen te komen.

 

Voila, tot zo ver deze kleine round-up. Er rest mij jullie enkel nog te bedanken voor de online bezoeken. Zoals gezegd ga ik me de komende dagen wat lekkers inschenken, laat je niet weerhouden dit zelf ook te doen. Op het onversneden zintuiglijk genot dat whisky ons dag in dag uit verschaft!

 

Glen Keith 1990, Malts of Scotland

Nog twee Malts of Scotland wachten op proeven. Ik begin met een Glen Keith, morgen een Glengoyne.

 
Glen Keith 19y 1990/2010, 52.1%, Malts of Scotland, cask 13678, 232 bottles – Speyside
Mmm, die neus lijkt me weer dik in orde. Zacht en fris met veel fruit. Ik heb druivensap, banaan (nog wat groen) en pompelmoes. Maar ook bloemen en bloesems, linde en honing. En een waxy touch om het helemaal af te maken. Zalig seg! De smaak is vol en smeuïg op kruidenthee (met honing), citrus en wat hout. Licht drogend. Kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Deze Glen Keith is een topper op de neus en meer dan aangenaam op de tong. Weer een verdomd knappe vatselectie van de Malts of Scotland en voor 75 euro zeer koopwaardig. 88/100

Brora & Clynelish tasting II

Nadat iedereen opnieuw gezeten was (noodzakelijk, want anders zouden meerdere broeken afgezakt zijn) werd ons de Brora 29y 1971/2000, 50%, Douglas Laing OMC, 274 bottles voorgeschoteld. Hèhè, dit is wat ik lekker vind zie! Een herkenbare Brora-neus met alles wat Brora je kan geven. Genot, plezier, levensvreugde, een reden om te leven tout court, maar ook farmy notes, rook, fruit (citrus & appels had ik), wat zoets, zilt en de zee. Gerookte vis! Bij Dominiek doemde een plat de fruits de mer, inderdaad. De smaak gaat hier mooi op door, geeft een zalige combinatie van de associaties uit de neus, en brengt ook een heerlijke kruidigheid naar voren. Pffiew, dit is goeie whisky! En dan die afdronk… man, man. 93/100. De rest van deze fles moest en zou ik mee naar huis nemen. Biedt diene onnozele Luc toch wel mee zeker… Bon, geen Brora 29y 1971 op whiskysamples!

Ik dacht dat ik deze Brora al eens had gedronken, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het is z’n broertje op 210 flessen (ook 29y 1971 OMC) die ik al gehad had (niet gepost). In mijn herinneringen – nee, dit soort whisky vergeet men niet – zijn ze aan elkaar gewaagd.

 

Dan terug wat meer ‘gewonere’ whisky dachten er enkelen, de Clynelish 27y ‘Synch Elli’ 1982/2009, 46%, Daily Dram, The Nectar. Ik wist beter, ik had de batch van The Perfect Dram al geproefd (op vatsterkte die) – dit is immers een split cask met The Whisky Agency. Ruiken: whoehoe! Bijenwas (en véél!), zalig fruit (pompelmoes, meloen), dito zoets (zachte honing) en bloesems (een fruitgaard in volle bloei). Proeven: whoehoe bis! De was, het fruit, de honing, en ook kruiden. Kaneel. Nootmuskaat? Lange, zoet-fruitige afdronk met ook hier een geweldige waxy touch. Van een heel andere orde dan de Brora, maar evenzeer top. 92/100.

Weer eens een bewijs van de constant hoge kwaliteit van Clynelish. In tegenstelling tot een aantal distilleerderijen waarbij het “vroeger toch allemaal beter was”, kunnen heel wat Clynelish’s van de jaren tachtig of negentig (zie ook de SMWS of de 12y 1996 Malts of Scotland) makkelijk naast toppers uit de jaren zestig en zeventig gaan staan. Ook deze dus, met sprekend gemak.

 

Het slot van het ‘officiële’ gedeelte werd verzorgd door de Brora 30y, 53.2%, OB 2009, 2652 bottles. De neus is vrij krachtig en geeft turf, wit fruit, een beetje zilt, redelijk wat boenwas en verbrande cake (wat scherp, zonder te storen). Ook op de tong is hij stevig. De boenwas doemt ook hier op, net zoals de turf, het zout en het fruit. Na een tijdje kruiden, ‘wood-spices’. Dit laatste komt ook terug in de lekkere, lange afdronk.
Deze Brora is niet ‘farmy’ te noemen, je zou ‘m anderzijds wel kunnen beschouwen als een geturfde Clynelish. Het is duidelijk meer op eind jaren zeventig dan begin jaren zeventig Brora. Begin jaren zeventig Brora is volgens mij dan ook zo goed als op, anders zouden ze vorig jaar ook geen 25 jarige hebben uitgebracht. Het zou me echter niet verbazen mochten ze binnen enkele jaren nog een veertigjarige op de markt brengen. Aan een viercijferig bedrag natuurlijk.
Score: 92/100. Voor mij speelt deze nog net in de categorie van de 30y 2007 (92) en de 25y 2008 (91). Lekker, zéér lekker zelfs, maar toch een categorie lager dan de drie voorgaande releases. De eerste twee batchen (2002 & 2003) heb ik nog niet gedronken. Hier moet dringend verandering in komen, vind ik zo.

 

Naar goede gewoonte werd er op het einde en voor de veiling van de flessen een top 3 samengesteld, deze zag er als volgt uit:

  1. Brora 29y 1971 OMC
  2. Clynelish ‘Synch Elli’ 27y 1982 Daily Dram
  3. Brora 1972/1995 G&M

Exact mijn top 3 trouwens.

 

Tot slot had Dominiek nog een extraatje bij, de Clynelish 12y, 56.9%, OB, Ainslie & Heilbron for Edward & Edward, Italy (Giaccone), rotation 1973, bicolor label. Ik rook, ik nipte, ik mompelde een ‘halleluja’ en goot m’n 2cl gezwind over in een sampleflesje. Dit is echt wel zonde om als achtste whisky nog rap rap achterover te kappen. Ik proef ‘m nu, in alle rust en lichtjes boven m’n stoel zwevend.
Rotation 1973, dat is dus pre-Brora Clynelish, gedistilleerd in de distilleerderij die later Brora zou heten, ergens rond het jaar 1960. En dit ís ook Brora, Brora voordat Brora bestond. En hoeft het gezegd, I love it. Zachte, zoete turf en sappig fruit, prachtig verweven met zalige waxy én lichte farmy notes. Piew, wat een neus! Honing, vanille, amandel, peer, sinaas, antiekwas, ‘boerderij’, enzovoort enzoverder. De smaak houdt moeiteloos dit niveau aan. Krachtig en toch subtiel, complex en toch perfect gebalanceerd. Goddelijk! De turf, het fruit, de honing, het hooi, de waxy touch, een mens wordt daar stil van. Ook een lichte kruidigheid, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. En die afdronk, die blijft maar duren! Ik denk dat ik straks m’n tanden niet poets… wakker worden op dit, stel je voor. Ok, ok, de lyriek (anderen noemen het malt-o-porn) neemt de bovenhand. Ik stop. Enkel de score nog. Pfff, who cares? Of toch, ik heb de 1971 93/100 gegeven en vermits ik mij de rest van deze fles bij opbod heb aangeschaft, zie ik mezelf verplicht nog wat van deze laatste in te schenken. Een score moet immers gefundeerd zijn, dat spreekt. Wel, deze 12 jarige Clynelish is nóg beter. Niet veel, maar toch. 94/100 zal het zijn.

 

En of het dus goed was. Ook de nabeschouwing was dat, alleen ben ik nog altijd niet bijgeslapen.

 

Glenmorangie 1971

Glenmorangie 1971, 43%, OB 1993 – Highland – 87/100
Gebotteld op 30/8/1993. Oude Glemorangies zijn zeldzaam, deze batch voor de Belgische markt is dat dus eens te meer. Duidelijke sherry in de neus, maar zeker niet te scherp. Fruitig (wit fruit – appel, peer), lichtjes zoet (donkere chocolade) en lekkere subtiele rook. Balsamico? Ja, inderdaad ook balsamico. Droge smaak, licht bitter. Sterke thee. Het zoete is verdwenen, maakt plaats voor kruiden. Blijft erg aangenaam. Middellange droge finish. Lekkere oude Glenmorangie.

Back to basics

De zomer loopt op z’n laatste benen, het vakantiegevoel is al lang uit de kleren, Johnny Cash is nog altijd dood… maar, een nieuw whiskyseizoen dient zich aan! Gewoontegetrouw steken we met onze club Fulldram van wal met een tasting die ons weer met beide voeten op de grond brengt. Zeker na de supertasting op het einde van vorig seizoen, is zo’n ‘back to basics’ tasting niet geheel zinloos. Een mens z’n standaarden moeten af en toe opnieuw eens geijkt worden nietwaar? Vandaag en morgen lees je wat we zoal (blind) proefden aan standaardbottelingen. Beginnen deden we met de White Horse 12y blend, waarna het officiële programma werd aangevat met de Benriach Curiositas, gevolgd door de Amrut NAS.

 
White Horse 12y, 40%, OB 2008 – 68/100
White Horse is een legendarische blend die vooral in het verleden hoge ogen gooide. Als ik het etiket goed gelezen heb, bevat hij vandaag de dag whisky van Craigellachie, Lagavulin en Glen Elgin. De neus vond ik best aangenaam. Hij had iets geroosterd, met verbrande karamel, hout, kruiden en rook. Ook de smaak gaf hout, maar was me wat te wrang waardoor ie uit de categorie van de zeventigers tuimelt. Al bij al geen slechte blend.
 
Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB, peated – Speyside – 80/100
Aangename zoete neus met vanille, turf (geen rook), iets floraals en fruitigs. Peren op wijnazijn. Op wijnazijn? Ja, toch wel, deed me aan m’n grootmoeder denken. Ik had ook lichte zilt in de neus, wat dan op een coastal whisky kon wijzen. Maar de aarde moet nog stevig opwarmen wil Benriach ooit coastal worden. Daar zat ik dus… euh, niet helemaal juist. In de smaak toont deze Curiositas zich erg drinkbaar. Licht zoet, beetje hout, kruiden en zachte turf. Mooie balans. Geen al te lange finish op lichte, zoete turf.
 
Amrut NAS, 46%, OB 2008 – India – 77/100
Deze had een wat ambigue neus (nu ja, dat kon van Cleopatra ook gezegd worden). Enerzijds had ik fruit, veel fruit. Zacht, zoet, gekookt fruit (het bereiden van confituur). Maar ik kreeg ook lijm, en ik was niet de enige. Beetje hout en vanille. De smaak is stevig, mondvullend en wat droog. Hout, drop, zoethout (kalisse), kruiden. Beetje fruit ook. Bitter-zoete afdronk met (te) veel hout. OK, maar de Amrut van Blackadder op 46% vind ik een pak beter.

Scores

Ik heb de vorige week gedronken Ardbeg 1967 Pale Oloroso 95 punten gegeven. Ik moet toegeven dat ik lang getwijfeld heb tussen 95 en 96, want hij is echt wel gigantisch lekker. Ik merk bij mezelf dat ik hoe langer hoe scrupuleuzer wordt bij het toekennen van dit soort scores. Soms vraag ik me af of ik sommige whisky’s niet te hoog scoor, of mijn referentiekader ondertussen groot genoeg is om deze scores te verantwoorden. Ik heb het eens nageplozen. Tot op heden heb ik 480 whisky’s gescoord (maar nog niet alles gepubliceerd), waarvan er tien een score van 95 of meer hebben gekregen. Dit is 2% van alles wat ik geproefd heb. Als ik kijk naar de scores boven 92 – wat ik om één of andere reden een psychologische drempel vind – kom ik op 26 (5%). Dat valt dus wel mee vind ik.

In totaal geef ik er 79 een score van negentig of meer (16%). 16% is misschien veel maar het is wel zo dat je na een tijdje wel weet welke whisky’s lekker zijn, welke whisky’s een reputatie hebben opgebouwd. Op festivals bv. zoek je die dan ook op (als de prijs het toelaat natuurlijk). Samaroli tastings en zo helpen natuurlijk ook wel om het betere werk voorgeschoteld te krijgen.

Bovendien kunnen scores na een nieuwe proefbeurt altijd herzien worden, zowel naar boven als naar beneden. Scores zijn immers geen vaststaande beoordelingen en worden altijd in bepaalde mate beïnvloed door het moment waarop men de whisky in kwestie drinkt. Met ‘moment’ bedoel ik de sfeer, de mood, de plaats van de whisky in een line-up, etc.. Zo had ik na onze supertasting vorige maandag voor de bewuste Ardbeg een score van 96 in m’n hoofd, maar na herproeven woensdag thuis uiteindelijk toch naar 95 gebracht, weliswaar na erg lang wikken en wegen. Ben ook eens benieuwd naar de herkansing voor de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de 58.7% versie), die ik in 2007 97 punten gaf, toen mijn referentiekader zeker nog niet voldoende groot was. Ik heb tot nu toe het karakter gehad m’n 3cl sampeltje te negeren, maar denk niet dat ik dat nog lang ga volhouden.

Nog wat oud geweld

Glen Elgin 1968/2005, 46%, G&M Connoisseurs Choice – Speyside – 84/100
Neus: hout, rubber (ja, het is een sherryvat), fruit (peer), honing, kruiden. Smaak: sherry, lichte rook, peper. Droge afdronk. Meer dan geslaagde kennismaking met Glen Elgin.
 
Royal Brackla 16y, 57%, OB for Italy, Bonfanti (Zenith) import, bottled +/- 1980, 3600 bottles, 75 cl – Highland – 84/100
Mijn eerste Royal Brackla is een Italiaanse oldie. Een lekkere. Erg fruitige neus (appel, abrikoos, perzik) met ook wat hout en honing. Iets bloesemigs ook, fruitgaard in bloei. De smaak kan wat water hebben, alhoewel ook zonder best te pruimen. Weerom veel fruit (zelfde als in de neus), wat zoet en peperig. Peper gaat voort in de middellange afdronk.
 
Glen Albyn 1968, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, 75 cl – Highland – 83/100
Zou een botteling zijn van rond 1990, whisky was dus minstens 20 jaar oud. Lekkere sherry met een subtiele turftoets. Vooral de neus en de afdronk blijven bij.

Enkele klassiekers – de letter B

En vandaag diepen we proefnotities van enkele klassiekers met de letter B op.

The Balvenie 12y ‘Double Wood’, 40%, OB 2001 – Speyside – 81/100
Sherry, zoetig (marsepein?) en licht maltig. Fruit ook. Ben geen Speyside fan, maar deze is een aanrader! Stevige, mooi gebalanseerde malt met een lange, kruidige afdronk.
 
Bowmore 12y, 40%, OB 1999 – Islay – 62/100
Rook, beetje zilt, bloemen en… zeep. Lavendelzeep. Zowel in de neus, de smaak als in de afdronk. Zonder die zeepsmaak zou dit best een lekkere whisky zijn, want heel wat aangename elementen, alle mooi de das om gedaan door de zeep. Wat heeft men op Bowmore in de jaren 80 toch z’n best gedaan z’n whisky te verkrachten!
 
Bruichladdich 10y, 46%, OB 2005 – Islay – 79/100
Licht geturfd. Beetje ziltig. Beter dan de 12y, complexer en meer body. Wat zoet (honing). Lekkere afdronk.
 
Bunnahabhain 12y, 40%, OB 2006 – Islay – 71/100
Een buitenbeentje onder de Islay’s. Hoegenaamd geen turf. Licht rokerig in de neus & afdronk. Neus wat peperig ook. Smaak maltig, bourbon, wat bitter. Haalt de 70 punten, maar met de hakken over de sloot.