Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Jack Wieber’

Laphroaig 10y 1996, Jack Wiebers Auld Distillers

Een whisky die ik al enige tijd geleden proefde, maar waarvan ik nu op de tasting note stootte, is deze Laphroaig 1996.

 

Laphroaig 10y 1996/2006, 54.7%, Jack Wiebers Whisky World, Auld Distillers Collection, sherry cask 5369, 300 bottles
De neus start op stevige, medicinale turf. Turfrook, jodium, zilt. En dat samen met de geuren die de sherry aanbrengt: karamel, peper, kaneel, pruimen, rozijnen en gekarameliseerde appeltjes. Ook wat appelsienen. En dan is er ook nog een meer dan aangename toets van geroosterd vlees. De smaak is stevig op een mengeling van turf, appelsien, mandarijn, karamel, chocolade, peper, kaneel en zilt. Niet erg complex, wel meer dan gewoon aangenaam. De afdronk is lang en bitterzoet. Niet voor gevoelige zielen, maar sherry en turf kunnen samen mooie dingen doen, dat weten we ondertussen wel. 86/100

Advertenties

Glencadam 28y 1978, Jack Wieber

Vandaag wat voor menig liefhebber de beste of toch op z’n minst één van de beste Glencadams is, namelijk de 1978 die Jack Wieber bottelde onder z’n Old Train Line. Hij zal het wat mij betreft dan toch moeten opnemen tegen de 1974 van Malts of Scotland.

 

Glencadam 28 YO 1978, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train LineGlencadam 28y 1978/2006, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train Line, cask 2311, 402 bts.
O ja, dit is een wel erg mooie sherryneus. Gedroogde vijgen en dadels, koffie, tabak (tabaksbladeren en tabaksrook), noten, praliné en een hoop kruiden. Qua kruiden zowel de keukenvariant (kaneel, nootmuskaat) als de tuinvariant (munt, bieslook, peterselie). Gebakken appeltjes. Met kaneel dus. De smaak is stevig en start op licht bittere tonen van de eik, de noten en de kruiden, snel gevolgd door fruitige tonen van pruimen, aardbeien en abrikozen en zoete tonen van karamel en chocolade. Lange, verwarmende afdronk waarbij het fruit en de kruiden mooi in balans blijven. I like this a lot. 89/100

Caperdonich 1969, The Cross Hill

Oude Caperdonich, altijd iets om naar uit te kijken. We weten ondertussen hoe fenomenaal goed Caperdonich 1972 kan zijn (voor mij nog altijd het beste wat de laatste paar jaar op de markt is gekomen), maar er zijn natuurlijk ook andere vintages door allerlei bottelaars uitgebracht. Telkens een ander profiel dan dat beroemde 1972 profiel, maar meestal ook erg lekker. Vandaag een 1969 uit de stal van Jack Wieber.

 

Caperdonich 1969/2010, 46.4%, The Cross Hill, Jack Wiebers Whisky World, 147 bottles
De neus start alvast fantastisch, op smeuïg zoet fruit. Ananas, sappige rode appels, mandarijn, meloen en mango. Vooral dat tropisch fruit springt er uit. Vanille. Niet al te veel hout, wel een zalige florale toets. Gedroogde bloemen en gesuikerde kamillethee. Een beetje gras ook. Heerlijke aromatische neus. De smaak is licht en erg zacht. Misschien zelfs iets té zacht. Fruitig, floraal en zoet, in lijn met de neus dus. Koude infusiethee, zachte karamel, munt, ananas, limoen, mandarijn… Misschien wat meer hout dan op de neus, maar dat is niet echt abnormaal bij veertig jaar oude whisky. De eik houdt zich echter redelijk gedeisd, het is pas in de afdronk dat het droger wordt. Alhoewel het fruitige en florale karakter niet helemaal moet wijken. Niet erg complex, wel zalige sloeberwhisky. Vooral de neus is top, met een iets krachtigere smaak en iets minder droge afdronk zou hij nog hoger scoren. 90/100

Clynelish 1971 en T-Bone Burnett

Gisteren De Kleine Prins aan het werk gezien in Gent, een dijk van een concert. Ik ben absoluut geen fan van de muziek van Prince, maar wat een performer en wat een muzikant ook. Behoorlijk indrukwekkend feestje. Deze avond echter wentel ik me in subtiliteit en elegantie. Subtiliteit? Elegantie? Dan hebben we het toch wel over Clynelish zeker? Oké, oké, ik had ook een andere whisky kunnen nemen, maar ik heb nu eenmaal een zwak voor Clynelish, de keuze was dus evidenter dan het misschien lijkt. Clynelish en zeker oude Clynelish is zelden scherp of hoekig, integendeel, de combinatie van fruit, (bijen)was en romige zoete toetsen maakt het juist een erg toegankelijk profiel. Zacht, smeuïg, elegant, dit profiel moet het minder hebben van explosiviteit en kracht, maar meer van zijdezachte en gebalanceerde tonen. Subtiel en elegant dus, net als de muziek van T-Bone Burnett.

T-Bone Burnett, geboren in St. Louis als Joseph Henry Burnett, is een Amerikaans singer-songwriter en gitarist (er zijn trouwens maar weinig foto’s te vinden waar hij niet met z’n gitaar poseert), maar hij is waarschijnlijk bekender als producer, producer van albums en soundtracks. Artiesten die op hem een beroep deden zijn o.a. Elvis Costello, Los Lobos, Counting Crows, Natalie Merchant en Robert Plant. Qua films zorgde hij voor de geniale soundtracks van o.a. O Brother, Where Art Thou? (Grammy), Walk the Line en The Big Lebowsky. Hij won ook een Oscar voor beste song, The Weary Kind uit Crazy Heart.

Burnett speelde eerst in enkele bands, o.a. in The Alpha Band, dat hij oprichtte samen met David Mansfield en Steven Soles, die hun sporen verdiend hadden bij Bob Dylan. Vanaf 1980 ging hij solo. Zijn albums kregen altijd erg lovende kritieken maar verkochtten voor geen meter, zeker in Europa niet. Ontdekken deed ik hem via Humans From Earth, een song uit de film Until the End of the World van Wim Wenders (ook een geweldige soundtrack trouwens). En de bovenvermelde films maakte me natuurlijk nog meer fan. Ik luister momenteel naar The True False Identity, een plaat uit 2006. Song als Earlier Baghdad (The Bounce) en There Would be Hell to Pay zijn echt parels. Subtiel en elegant, wel ja, het zijn eigenschappen die perfect toepasbaar zijn op deze muziek.

 

Ik drink bij dit album een subtiele en elegante Clynelish 1971 van Jack Wieber. Let op, dit vatnummer staat tweemaal vermeld in de Malt Maniacs Monitor, éénmaal onder het Premier Malts label en éénmaal onder het Auld Distillers label, mèt een ander alcoholpercentage.

 

Clynelish 32y 1971/2003, 54.2%, JWWW Premier Malts, cask 2704
Oké, even de neus in het glas steken maakt duidelijk dat dit weer een topper wordt. Een enorme fruitigheid (peer en veel tropische soorten à la mango, ananas, meloen en papaya), honing, bijenwas, zoethout, een klein beetje zilt, meer bloesems en heel lichte turf. Elegant, subtiel, complex en perfect gebalanceerd. De smaak ligt mooi in het verlengde van de neus. Sappig fruit (veel perzik hier), turf, zilt, bijenwas, pollen, honing (oké, bijenkorf – niet dat ik weet hoe bijenkorf smaakt, maar alla), noten, … van alles een beetje en niets dat de rest verdrukt. Lange, licht bittere afdronk op eik, pompelmoes en turf. Heerlijk. Man, wat hou ik van dit profiel! En van T-Bone Burnett. 92/100

Tomatin 30y 1976, Jack Wieber

Eén van de vele distilleerderijen die tijdens de whiskyboom werden opgericht is Tomatin, nl. in 1897. Maar de beginjaren waren voor Tomatin erg moeilijk, resulterend in een faillissement in 1906. Na de heropstart sloot het nog z’n deuren tijdens de twee wereldoorlogen om pas vanaf midden jaren vijftig pas echt vleugels te krijgen. Het aantal stills werd verdrievoudigd van 4 naar 12, resulterend in een productie van 9 miljoen liter alcohol (geen whisky) per jaar. Desondanks ging het opnieuw over kop in 1985. Snel daarna werd het overgenomen door Takara Shuzo, een Japans groep die z’n sporen verdiende in het hotelwezen, ook vandaag nog de eigenaar.

 

Tomatin 30y 1976/2007, 55%, Jack Wieber, The Old Train Line, cask 2601, 273 bottles
Tomatin kan zwaar tegenvallen, maar kan ook enorm lekker zijn. Deze behoort duidelijk tot de tweede categorie. De neus is er één om van te genieten: fruit, veel fruit (citrus en gestoofde appels), granen, boterkoeken en een heel lichte rokerigheid. Een erg aangename zurigheid ook, fruitig zuur. Op de smaak een echt fruitbombardement: de appels van de neus, sinaas, pompelmoes, evoluerend naar tropische toestanden à la ananas en mango. Naar het einde komen er wat kruiden bij. Lange, fruitige afdronk met een kruidige bitterheid. Geen geweldig complexe whisky, maar o zo lekker. 91/100