Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Inver House’

Balmenach 26y 1983, Bladnoch Forum

Van onbekend naar onbekender? Balmenach is één van de vijf distilleerderijen van Inver House, naast de bekendere Old Pulteney, Balblair en Knockdhu (An Cnoc) en het even weinig bekende Speyburn. Het is met z’n oprichting in 1824 één van de oudere Schotse distilleerderijen.

 

Balmenach 26y 1983/2010, 52.8%, Bladnoch Forum, cask 2410, 201 bottles
Frisse, aangename neus op florale en fruitige elementen. Appels, perziken. Honing ook en een lichte granigheid. De smaak is olie-achtig en wat aan de bittere kant (noten, koffie, zoethout), maar zonder te storen, de honing en het fruit compenseren meer dan genoeg. Stevige en eerder droge finish, maar ook hier wat fruit dat er voor zorgt dat de balans niet te veel overhelt naar het droge. Verre van slecht deze Balmenach. 82/100

Hankey Bannister

Hankey Bannister. Bij velen zal deze naam geen belletje doen rinkelen. Bij mij tot voor kort ook niet. Nochtans bestaat het merk al meer dan 250 jaar en was de whisky geliefd bij o.a. King George V en Winston Churchill.
De naam Hankey Bannister verwijst naar z’n twee stichters, de heren Beaumont Hankey en Hugh Bannister die in 1757 een handel in wijnen en sterke dranken begonnen in de Londense West End. Omdat ze zelf uit de betere kringen kwamen, richtten ze hun handel vooral op dit cliënteel. Vrij spoedig begonnen ze met het ontwikkelen van een eigen blend, op basis van Lowland grain whisky en Highland & Speyside malt whisky. De kwaliteit van deze blend was blijkbaar dermate dat hij snel z’n weg vond naar de salons en landhuizen van de Britse upper class, tot in het koninklijk paleis toe. Een Royal Warrant kon dan ook niet achterblijven.
Vandaag wordt Hankey Bannister verkocht als ‘Original’ (zonder leeftijd), als 12y ‘Regency’, als 21y en als 40y, en dit in een veertigtal landen, waarvan naast het Verenigd Koninkrijk Zuid-Afrika en Duitsland de belangrijkste afnemers zijn. HB is in handen van Inver House Distillers en hun whisky’s kaapten de laatste jaren meerdere prijzen op verschillende concours. Ik kon vorig weekend de Original, de 12y en de 40y proeven. Hieronder mijn bevindingen.

 

Hankey Bannister ‘Original’, 40%, OB 2010
Deze Original bevat – net zoals de andere bottelingen – voor 30% single malt (vooral Balblair maar ook wat Knockdhu en Balmenach) en voor 70% grain whisky van North British en Port Dundas. De begeleidende tekst vermeldt ‘ideal for mixing’, dat beloofd niet veel goeds. Eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen dat het ook ‘and great served straight’ vermeldt. Let’s see. Wel, die neus kan er al best mee door. Het is natuurlijk geen complexe of ‘diepe’ neus, dat verwacht je hier niet, maar hij is genietbaar. De basistonen zijn granig (wat bitter-granig), zoet en zout. Ik heb gesuikerde ontbijtgranen, havermoutpap, groentebouillon, wat kruiden (herbal, maar ook gember) en een beetje gestoofd fruit. Een beetje scherp, maar dat is hier een pluspunt, zeker in vergelijking met een gemiddelde blend. De smaak is erg zacht en clean, op granen, vergezeld van zoete en vegetale tonen. Honing, gebakken champignons, de groentebouillon weer, hout en stro. Wat gedroogd fruit ook. Verdacht lange afdronk op granen, honing en het steeds terugkerende vegetale. Gho, voor een instap-blend is dit zeker geen slechte whisky en inderdaad ook genietbaar ‘served straight’. Een blend met pit en karakter, en een toch wel beter alternatief voor bv. J&B of Johnny Walker. 65/100

 

Hankey Bannister 12y ‘Regency’, 40%, OB 2010
De 12y is duidelijk familie van de Original, hij ligt er mooi in het verlengde van, maar biedt iets meer diepgang. Het vegetale is aanwezig maar minder prominent. De neus heeft iets licht geparfumeerd en floraals. Niets storends evenwel. Integendeel, hij is vooral fris. Voor de rest is de neus zoet (honing, vanille) en fruitig. De geur van harde peren. En wat granen natuurlijk. Zachte, romige smaak, met ook hier wat meer ‘body’ dan de Original. Veel honing, zachte karamel, wat hout (wat ik bij de Original niet echt had) en wit fruit. Alhoewel ik ook nectarine noteer. Naar het einde toe wordt hij licht bitter. Ook de middellange afdronk is wat bitter. Die extra rijping geeft toch een bepaalde meerwaarde, zonder dat ik hier zwaar van onder de indruk was. 72/100

 

En dan heb ik de eer ook nog de veertigjarige te mogen proeven. Deze whisky werd op vatsterkte gebotteld ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van Hankey Bannister in 2007. En met 450 euro per fles is het duidelijk dat dit het paradepaardje van de reeks is. Hij werd trouwens beloond met de prijs van Best Blended Whisky in the World op de World Whiskies Awards 2008 en 2009.
Het verhaal gaat dat men deze blend uit 1966 uit het oog verloor en pas midden de jaren ’00 herontdekte ergens achteraan in de opslagplaatsen van Inver House. Het goedje rijpte op sherryvaten (‘Spanish Oak’, denk ook aan de Balblairs Spanish Oak van 1966) en bevat whisky van enkele illustere en nu reeds lang gesloten en vaak ook vergeten distilleerderijen zoals Garnheath, Killyloch en Glenflagler. Uniek is het minste wat je van deze blend kan zeggen.

 

Hankey Bannister 40y, 43.3%, OB 2007, 1917 bottles
Ruiken: hola, dit is inderdaad heel andere koek. Heerlijke, belegen en kruidige neus. Ik moet meteen aan gebakken peterselie (wat je al eens bij garnaalkroketten geserveerd krijgt) denken. Maar gelukkig biedt hij nog heel wat meer. Rozijnen, noten, chocolade… oké, we zitten weer bij de studentenhaver. Geroosterde noten trouwens. Karamel, gebakken banaan, boenwas ook, toast, ananas, mandarijn en een heel kruidenboeket. Bloemen… ja, een erg rijke en complexe neus. I love it. Zeer aromatisch, met de verschillende geuren heel mooi geïntegreerd. Proeven: heerlijk romig, olie-achtig en al even complex als de neus. Bosvruchten, noten, kruiden en hout bepalen hier de smaak. Cassis, bramen, rozijnen op rum, chocolade, orangettes, kruidnagel, peper, nootmuskaat, enzovoort enzoverder. Licht bitter, maar het hout gaat nooit overheersen. Lange, rijke afdronk op sinaas en kruiden. Zalige blend, het hoeft gezegd, een blend die perfect voor een veertigjarige single malt kan doorgaan. 90/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Blitzbezoek Schotland

Eind vorige week bracht ik een wel zeer kort bezoekje aan een regenachtig Schotland. Samen met negen andere bloggers was ik door Inver House (International Beverage) uitgenodigd om enkele van hun distilleerderijen te bezoeken. Inver House is eigenaar van de distilleerderijen Pulteney, Speyburn, Balblair, Knockdhu en Balmenach. Deze laatste brengt evenwel geen single malt whisky uit, er bestaan wel enkele onafhankelijke bottelingen van. Ook de vatted malt Blairmohr en enkele blends zoals Hankey Bannister en MacArthur’s zitten in hun portefeuille.
Woensdag stond Pulteney op het programma, maar daar kon ik helaas niet bij zijn omdat ik pas woensdagavond laat ter plekke geraakte (het probleem van te werken voor een baas), donderdag stond Balblair en Knockdhu op het programma. Omdat ik me vrijdag wel kon vrijmaken, heb ik er nog een half dagje Edinburgh aan vastgeplakt.

 

Na een reisje van een dikke twaalf uur met auto, vliegtuig, vliegtuig, taxi, trein, trein en nog eens taxi, arriveerde ik iets voor middernacht in het statige Morangie House Hotel in Tain en maakte kennis met mijn reisgenoten: Lucas & Chris van Edinburgh Whisky Blog, Jason van Guid Scotch Drink, Mark van het Whisky Whisky Whisky forum, Keith van Whisky Emporium, Matt & Karen van Whisky for Everyone, James van Scotch Odyssey Blog, Ben van Master of Malt Whisky Blog en Cathy James van Inver House. Nadien een slaapmutje (of beter, twee slaapmutsjes) en dan onder de lakens. Goed geslapen, mooi hotel… maar wat echter het meeste indruk gemaakt had die eerste dag, was de fish & chips tijdens het wachten op de trein van Aberdeen naar Inverness.

Hoe je dat als Schot wekelijks, laat staan meermaals per week binnenkrijgt, het is me een raadsel. En ik die dacht dat vis eten gezond was. De vis, de fritten, alles druipend van het vet. Je kan het papier waarin alles gewikkeld is, nadien gewoon uitwringen. En dat vet is geen plantaardige olie, nee, puur varkensvet (lard). Je eet enkele happen en je zit meteen vol. En neen, de cheeseburger is geen alternatief… wat ze ginds een cheeseburger noemen, zouden wij omschrijven als cheeseburgerbeignets. De witte kleverige substantie die uit het vlees druipt moet dan doorgaan voor de kaas.

Soit, morgen en overmorgen ligt de nadruk op het lekkers, je leest hier dan een verslagje van de bezoeken aan Balblair en Knockdhu en mijn – soms verrassende – indrukken van hun whisky’s.

Balmenach 1973, Gordon & MacPhail

Tijd voor een Balmenach, die hebben we nog niet gehad. Deze distilleerderij met z’n rijke geschiedenis ligt midden in Speyside, naast Tomintoul en werd opgericht in 1824 door James McGregor, een notoir ‘moonshiner’. Het bleef een ganse eeuw familiebezit. In 1993 sloot de toenmalige eigenaar Diageo de deuren, maar tot een afbraak kwam het net niet. Daar zorgde Inver House voor, dat in 1997 Balmenach opkocht, weliswaar met lege warehouses. Je kan de whisky van Balmenach ook tegenkomen onder de namen Balminoch en Cromdale.

 
Balmenach 1973/1995, 40%, G&M Connoisseurs Choice
De neus is droog en wat muf. Niet echt stoffig, ik denk eerder aan champignons en mos. Stro. Niets fouts evenwel. Na enige tijd maakt dit plaats voor fruit. Pruimen, sinaas en zelfs wat mango. Ook een kruidige toets doemt op. Kamille, munt. Evolueert mooi. Fruitige smaak met de mango en de sinaas van de neus, net als kiwi. Ja, deze Balmenach is wat tropisch. Naast het fruit heb ik vanille, zoethout, gember en een beetje hout. Lekker. Dat muffe zit blijkbaar enkel wat in de neus. Middellange afdronk op gestoofd fruit en kruiden, eindigt licht bitter. Een meer dan geslaagde kennismaking. 85/100