Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Glenglassaugh’

Glenglassaugh 31y 1967, Signatory, Silent Stills

Glenglassaugh figureerde weliswaar in de Silent Still reeks van Signatory (een reeks bottelingen van gesloten distilleerderijen), maar hoort daar vandaag eigenlijk niet meer in thuis, aangezien de distilleerderij in 2008 opnieuw werd opgestart. In 1998 (het jaar dat deze whisky gebotteld werd) was Glenglassaugh echter inderdaad nog gewoon een gesloten distilleerderij (sinds 1986).

 

Glenglassaugh 31 YO 1967, 55.8%, Signatory Silent Stills, cask 2893Glenglassaugh 31y 1967/1998, 55.8%, Signatory, Silent Stills, cask 2893, 217 bottles
Aromatische neus. Zoet, fruitig, kruidig, grassig en licht rokerig. Het fruit speelt hier wel de eerste vioool, ik noteer abrikozen, rabarbercompot, sinaas, pompelmoes en sappige appels. Het grassige vertaalt zich in gedroogd gras (hooi), het kruidige in munt, citroenmelisse, gember en tijm. De lichte rook doet me niet direct aan turf denken, eerder aan tabaksrook en rook van een houtvuur. In ieder geval, ik vind dit zalig om ruiken. De smaak is lichter dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Erg grassig wel (net zoals in de geur de gedroogde variant). Samen met hars en eik maakt dit het geheel wel vrij droog. Ook de kruiden versterken dit gevoel. Maar vanille en sinaas zorgen wel voor tegengewicht. En ook een zilte toets komt nog om de hoek kijken. En opnieuw de zachte (tabaks)rook. En na enige tijd opnieuw de munt. Fris. Lekker op de smaak, schitterend op de neus. 91/100

Advertenties

Glenglassaugh 12y

De feestdagen zijn achter de rug, nu dus terug met beide voeten op de grond. Niet leuk misschien voor de whisky die nu volgt. Alhoewel, dat valt best wel mee.
Deze standaard Glenglassaugh kan je nog voor een 150 euro kopen, o.a. via The Whisky Exchange. Dat zal indertijd een pak goedkoper zijn geweest.

 

Glenglassaugh 12Glenglassaugh 12y, 43%, OB mid 1990’s
Zachte, lichte en frisse neus op tonen van vanille, noten, kaarsvet en een beetje fruit. Niet veel, maar het is er wel. Ik denk dan vooral aan abrikozen en appelsienen. Aangenaam zonder meer. De smaak is redelijk droog op granen, eik, noten, chocolade en ook wel wat abrikoos. Licht zilt naar het einde toe. Mist body en complexiteit. Nog relatief lange, droge afdronk. Dankzij de neus toch nog 80/100

Beach House & Glenglassaugh

Tijd voor een streepje muziek. Beach House deze keer. Beach House is een Amerikaanse band die in 2004 in Baltimore werd opgericht door Vicortia Legrand en Alex Scally. Qua genre zou je hun muziek onder de grote Indie noemer kunnen steken. In ieder geval, als je van The National, Avi Buffalo, Bon Iver, Fleet Foxes of Trembling Bells houdt, dan moet je zeker ook Beach House ontdekken.
In 2006 bracht de groep een eerste titelloos album uit, wat meteen op gejuich van de critici onthaald werd. Nadien volgende om de twee jaar een nieuw studio-album, Devotion in 2008, het geweldige Teen Dream in 2010 en het even sterke Bloom dit jaar.

Uniek is dat Beach House maar uit twee leden bestaat, Legrand neemt de zang en orgel voor haar rekening, Scally (slide)gitaar en keyboards (incl. de geprogrameerde drums). Legrands stemgeluid is dromerig en melancholisch, en doet denken aan dat van Nico (vooral bekend van haar samenwerking met Velvet Underground – zijn die al aan bod gekomen trouwens?).

Met Bloom en meer bepaald het prachtige nummer Wishes op de achtergrond, zet ik mij aan de beste Glenglassaugh die ik al kon proeven, namelijk de 1974 ‘Manager’s Legacy’. Deze whisky werd hand-gebotteld op de distilleerderij ter ere van Jim Cryle, gewezen manager van Glenglassaugh. En dit op een zeer beperkte oplage van 200 flessen.

 

Glenglassaugh 1974 ‘Manager’s Legacy’, 52.9%, OB 2010, Jim Cryle, refill hogshead, 200 bottles
Heerlijke, complexe neus, fris en levendig. Veel fruit om mee te beginnen (sinaas, ananas, pruimen), aangenaam zoet (zachte fruitsnoepjes, kandijsuiker), gevolgd door kruiden (zoethout, gember), tabak, noten, koffie, siroop, leder, lichte bijenwas en antieke meubelen. Erg rijk en vol. Ook de smaak is prachtig. Romig, stroperig bijna. Ik heb associaties van kandijsiroop, perenstroop, appelsap, sinaas, mandarijn, pruimen, rozijnen (op rum), rozenbottel, lychee,… ja, vooral veel puntjes. Vreselijk complex en rijk. Dat alles op een bedje van sappige eik, hars en de bijhorende kruiden (zoethout, nootmuskaat, peper). Verwarmende afdronk die wel heel lang blijft hangen, perfect in lijn met de smaak (dat is dus al even complex als de rest met een perfecte hoeveelheid eik ter ondersteuning). Lovely. 92/100

Glenglassaugh 22y 1974, Hart Brothers

Glenglassaugh werd opgericht in 1875, maar diende tijdens z’n bestaan de deuren meermaals te sluiten. Een laatste maal gebeurde dat in 1986, waarna het er sterk naar uit zag dat dat definitief was. In november 2008 echter werd de productie terug opgestart door de nieuwe eigenaars, de Scaent groep.

 

Glenglassaugh 22y 1974/1997, 43%, Hart Brothers, Finest Collection
Florale en fruitige neus, met onderliggend graan en rook. Bloemen, gras, planten, tuinkruiden en citrus vallen op. Daarna volgen in willekeurige volgorde vanille, bijenwas en amandelen. En dus rook, lichte rook, wat hier echt we leen meerwaarde is. Het mondgevoel is olieachtig, de smaak is delicaat en vrij complex. Enerzijds is hij zoet (ik denk aan marsepein, karamel en honing), anderzijds fruitig (citrus opnieuw), maar ook kruidig (nootmuskaat en peper), waxy en zilt. Best lange afdronk, met hier de zoete en kruidige sensaties die blijven hangen. Erg lekkere Glenglassaugh, waarbij 1974 toch een goed jaar blijkt te zijn. Binnenkort volgt hier een andere 1974, nog lekkerder dan deze. 89/100

Glenglassaugh 38y 1967, Signatory

Een Glenglassaugh, dat is weer even geleden. En een stevige, zo goed als 60% alcohol na meer dan 38 jaar op vat, sterk.

 

Glenglassaugh 38y 1967/2006, 59.3%, Signatory, Cask Strenght Collection, cask 98/685, 109 bottles
Stevig is inderdaad het woord. Enorm krachtig op geur en smaak, maar nooit erover, de sensaties hebben vrij spel, hij wordt op geen enkel moment te wrang of te droog. Complex daarentegen is ie wel. Op de neus heb ik abrikoos, pompelmoes, limoen, eik, hars, honing, heide, eucalyptus, varens, mos, enzovoort enzoverder. Wat zilt zelfs. Verdacht drinkbaar zonder water. Stevig en verwarmend natuurlijk, maar water is niet nodig, brengt ook niet veel extra bij. De citrus van op de neus, kruisbessen, karamel, fudge, eik, nootmuskaat, zilt… Lange afdronk, bitterzoet. Peper en zout. Lovely whisky! 90/100

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Nog twee Malts of Scotland

Glenglassaugh 25y 1984/2009, 54.7%, Malts of Scotland, cask 186, 213 bottles – Speyside
Zachte neus waarbij het fruit en het hout om beurten strijden om de aandacht. Het hout wint evenwel, de balans is zeker niet perfect. Qua fruit denk ik aan abrikozen, perzikken en pruimen. Gedroogde pruimen. Dadels ook. Karamel en cake geven het een zoete touch. Met enkele druppels water komt het zoete meer op de voorgrond. Kaarsvet? Ja, en ook heel wat kruiden na enige tijd. Zachte rook. Zoet en bitter domineren op de tong. Karamel, hout, kruiden en gedroogd fruit. Bittere chocolade. Middellange, kruidige afdronk die toch vrij snel uitdroogt, ondanks het beetje water dat ik toevoegde. 84/100
 
Glengoyne 11y 1998/2009, 55.9%, Malts of Scotland, cask 1133, 321 bottles – Highland
Zustervat van vat 1130, dat de hemel ingeprezen is. Op de neus stevige sherry met associaties van espresso, gedroogd fruit (rozijnen in de eerste plaats maar ook abrikozen en vijgen), noten, hout, verbrande cake, verbrande karamel en tabak. Sulfer? Misschien, vaag in ieder geval. Heavy! Hetzelfde geldt voor de smaak. Zware sherry. Bitterzoet en drogend, op okkernoten, geconfijt fruit, zoethout en bittere chocolade. Rauwe kastanjes ook. Eerder lange, droge en bittere finish met terugkerende kruiden. Sherryheads gaan dit geweldig lekkere whisky vinden, voor mij was ie er net over, net. 85/100