Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Glen Moray’

Glen Moray 15y 1991 ‘Mountain Oak’ final release

In 2003 bracht Glen Moray een eerste deel van de Mountain Oak op de markt, in 2007 en met dus vier jaar extra rijping verscheen het tweede en meteen ook laatste deel van deze 1991, gerijpt op getoaste eikenhouten vaten.

 

Glen Moray 15y 1991 ‘Mountain Oak’ final release, 58.6%, OB 2007, 1158 bottles
De neus start op vanille (niet te verwonderen) en wat vluchtige tonen zoals lijm en vernis. Daarna een lading kruiden zoals nootmuskaat, kruidnagel en zoethout. Niet erg veel fruit, misschien wat ananas en woudvruchten zoals zwarte bessen en braambessen. Wat wel opvalt is dat de vanille meer en meer plaats maakt voor stroperige karamel. En voor praliné. Best genietbare aroma’s, maar het is allemaal nogal springerig, weinig consistent. Romige smaak op zachte karamel, ananas, braambessen, kruiden (peper, gember en kaneel), noten en meer en meer eik. Eik die de rest serieus begint te overvleugelen. En opnieuw vernis, wat hier niet direct een meerwaarde is. Geen al te lange, zeg maar korte afdronk op donkere bosvruchten, de kruiden van op de smaak en eik. Wel, ik vond de 2003 botteling merkelijk beter in mijn herinnering, die vier jaar extra rijping hebben de kwaliteiten van deze whisky wat verstomd. 81/100

Advertenties

Glen Moray 1981 Manager’s Choice

Glen Moray was oorspronkelijk een brouwerij, opgericht in 1815 en in 1897 omgevormd tot een distilleerderij. Het ligt in de Elgin regio. Vandaag een officiële botteling, de 1981 Manager’s Choice. Naar het schijnt is er ook een 1974 Manager’s Choice.

 

Glen Moray 1981 ‘Manager’s Choice’, 57.7%, OB 2001, sherry cask #3661, 463 bottles
Zeer mooie sherryneus op tonen van karamel, munt, chocoladepudding, praliné, vijgen, thee, bramen, kersen… afgewerkt met de geur van een houtvuur. Ook die thee krijgt een rokerig kantje, we gaan dus richting Lapsang Souchong thee. En Zwarte Woudham, nog zo’n gerookt aroma. Zalig! Balsamico crème mag ik niet vergeten. Dik mondgevoel, stroperig. De smaak van rozijnen op rum, chocolade, perensiroop, pruimencompot, mokka, karamel en kruiden (gember, nootmuskaat). Rijke, romige en elegante whisky met weinig hout. Dat laatste heb ik meer in de (lange) afdronk, die is licht bitter. Maar daar malen we niet om, dit is heerlijk spul. Glen Moray, toch wel een schromelijk onderschatte distilleerderij als je ’t mij vraagt. 90/100

Glen Moray 34y 1977, Malts of Scotland

Een andere botteling in de nieuw batch Malts of Scotland is een Glen Moray 1977. Glen Moray was sinds 1923 in handen van de Glenmorangie groep, maar in 2008 werd het verkocht aan het Franse La Martiniquaise.

 

Glen Moray 34y 1977/2012, 52.1%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12021, 172 bottles
Geroosterde noten! En nog niet zo’n klein beetje. Daarna – en in het verlengde ervan – marsepein. Best wat fruit ook, diverse soorten: ananas, mandarijn, witte perzik. Geboende oude meubels. Onderliggend mooie, sappige eik. Een neus om van te genieten. Een gelijkaardig patroon op de smaak. Eik, meer dan op de neus maar ook hier sappig, eerder dan drogend. Lichte (antiek)was, kruiden en fruit: pompelmoes en mandarijn. De kruiden groeien, allerlei tuinkruiden. Groene thee. Naar het einde en in de afdronk toch wat drogend. Die afdronk is vrij lang te noemen. De neus alleen is 90 punten waard. 88/100

Glen Moray 20y 1991, Duncan Taylor ‘Dimensions’

In de nieuwe Dimension reeks van Duncan Taylor zit ook een Glen Moray 1991, die we vandaag eens onder de loep zullen nemen. Het is me onderhand duidelijk geworden dat Glen Moray een zwaar onderschatte distilleerderij is, zeker distillaten uit de jaren zeventig en tachtig hebben me al meermaals in positieve zin verrast.
Ik vind niet direct een afbeelding van de fles, hierbij dus een andere Glen Moray uit de reeks.

 

Glen Moray 20y 1991/2012, 54.8%, Duncan Taylor ‘Dimensions’, cask 9408
Frisse en florale neus: weidebloemen, vers gemaaid gras en muntsnoepjes (fris en zoet). Tonen van hars duiken op, en onderliggend een zoete granigheid. Geroosterde granen met ahornsiroop (Jeroen Meus z’n recept). Pas na enige tijd komt er ook fruit naar voor: groene appels en peren. Ook de smaak is fris, maar zoeter dan de neus. Daar zorgt de ahornsiroop voor, samen met vanille en kristalsuiker. Het graan blijft aanwezig, maar de appels en de peren maken op de tong plaats voor citrus (citroen en witte pompelmoes). Alcoholisch. Kruiden zoals kaneel en peper maken het plaatje af. Middellage, grassige en alcoholische afdronk. Lekker zonder meer, op de smaak is de alcohol iets te prominent aanwezig om hoger te scoren. 83/100

Glen Moray 36y 1973, The Perfect Dram

Vandaag wat voor mij de winnaar was op de Fulldram Class of ‘89 tasting. Ruben en Marc hebben een verslagje van deze tasting gepubliceerd. Zoals je daar kan lezen was de Highland Park 1986 van The Nectar de winnaar voor de groep, voor mij ging daar nog zeer nipt de Glen Moray 1973 Perfect Dram boven. Dit vat deelde The Whisky Agency met de Three Rivers bar in Tokyo. Waar hij nog te koop is, betaal je er een dikke 150 euro voor.

 

Glen Moray 36y 1973/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), joint bottling with Three Rivers Tokyo, bourbon hogshead, 301 bottles
Mooie, ronde en volle neus op allerlei soorten fruit (ik denk onder andere aan vijgen, pruimen en ananas), honing, boenwas, een klein beetje rook van het hout, kaneel, vanille en volle, sappige eik. De eik is hier echt groots. Op de smaak een gelijkaardig patroon. Fruit (pruimen, rijpe sinaas, en ook roze pompelmoes), kruiden (ik proef vooral nootmuskaat), was, vanille en noten ook, gedragen door de romige eik. Smeuïg, met onderliggend een zalige bitterheid. Lange afdronk in lijn met de smaak: sinaas, kruiden en eik. En dat laatste, de eik, is wat ‘m voor mij de winnaar maakte. Die eik is echt prachtig en geeft het geheel body en karakter, zonder de andere aroma’s zoals het fruit en kruiden naar de achtergrond te verwijzen. Het lijkt me een typisch kenmerk van Glen Moray, zeker uit deze periode, te zijn. 91/100

Glen Moray 24y 1986, Duncan Taylor

Vandaag en ook later deze maand bespreek ik enkele nieuwe Duncan Taylor bottelingen. Beginnen doe ik met een Glen Moray 1986, die je voor 85 euro op de kop moet kunnen tikken.

 

Glen Moray 24y 1986/2011, 53.2%, Duncan Taylor, cask 2860, 246 bts.
Aromatische, grassige en florale neus met tussen dat buitenlevengevoel ook wat mandarijn en veel vanille. Na enige tijd kruiden à la gember, kaneel en munt. Houtsnippers ook. Met water buigt het fris florale zich om in nat hooi, het geheel een lichte farmy toets gevend. Mooi. Op de volle, ronde smaak zetten de kruiden zich door, vergezeld van fruit. Ik heb hier trouwens meer fruit dan op de neus. De mandarijn opnieuw, maar ook abrikozen en ananas. En kokos. Zachte eik en honing. Met water komt daar nog zoethout en marsepein bij. Lange, verwarmende afdronk op citrus en kruiden. Munt opnieuw, het vat heeft z’n werk gedaan. Erg aangename whisky. 85/100

Glen Moray 1959, Samaroli

En nu we toch bezig zijn met superspul, proefde ik gisteren ook nog een Glen Moray van 1959 gebotteld door Samaroli, een whisky die omwille van de bottelaar en de huidige veilingprijzen van rond de 1000 euro torenhoge verwachtingen schiep.

 

 

Glen Moray – Glenlivet 1959, 46%, Samaroli, 1984, sherry butt, 240 bts.
Een hele waaier aan geuren. Zalige geuren. Tropisch fruit (we zitten dan ook in de goeie periode daarvoor): mango, meloen, passievrucht, ananas, papaya… heerlijk. Abrikozen niet te vergeten, hoe langer hoe duidelijker. Vanille komt erbij, wat hout, bijenwas, pollen, antieke meubelen, sandalwood… een typisch oud Highland profiel. Of oude Springbank, ook daar kan je deze mee vergelijken. De smaak is vrij krachtig en vol, fruitig en kruidig. De abrikozen zijn hier gedroogde, ik heb ook sinaas, er is ook meer hout dan op de neus, de vanille is nog aanwezig, maar het zijn de kruiden die hier het verschil maken. Nootmuskaat, kaneel, kruidnagel, koriander, the whole lot. Hoestbonbons. Geen al te lange maar wel heerlijke afdronk op vanille, sinaas en gember. Een whisky waar de klasse van afstraalt. 92/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!