Spring naar inhoud

Posts tagged ‘geturfd’

Kilchoman

Het wordt tijd dat ik wat aandacht besteed aan Kilchoman, de jongste distilleerderij op Islay en de – voorlopig – meest westelijk gelegen van Schotland, in het plaatsje Bruichladdich. De opening van Kilchoman in 2005 was een uniek event, want het was van eind 19e eeuw geleden dat er nog eens een nieuwe distilleerderij werd geopend op het eiland. Na de sluiting van Port Ellen in 1983 telt Islay dus opnieuw acht actieve distilleerders.
Kilchoman teelt en mout trouwens een deel van de gebruikte gerst zelf (de rest betrekt het bij Port Ellen Maltings) en ook het rijpen van de whisky vindt plaats in hun eigen warehouses. 80% rijpt op bourbonvaten van Buffalo Trace, 20% op Oloroso sherry. Met een volume van 90.000 liter per jaar is het één van de kleinste distilleerderijen in Schotland. Distillery Manager is Malcolm Rennie.
Begin 2009 bracht Kilchoman z’n eerste whisky op de markt, een driejarige op 50 ppm en gefinished op sherryvaten. Deze proef ik vandaag samen met de tweede release die vorige week op de markt werd gebracht.

 
Kilchoman 3y ‘Inaugural release’, 46%, OB 2009, 8450 bottles – Islay
De neus geeft turf, rook, houtkool, assen… het ledigen van een barbeque de day after. Iets chemisch ook. Bubblegum sowieso (new make). Vanille en misschien een beetje fruit. Citroenen. Pfff, neen, deze neus kan me niet boeien. Smaak: het proberen ledigen van een barbeque de day after door hard te blazen, en dus met een bakkes vol assen zitten. Zeker in de afdronk zijn de assen te dominant. In de smaak probeert het zoets (stroopwafels, karamel) wat te counteren, maar slaagt daar maar gedeeltelijk in. De afdronk is lang en geeft zoals gezegd niet veel meer dan rook en assen. Ja, een ietsje kruiden misschien. Al bij al te weinig complex, daarenboven kan ik dit niet echt lekker vinden. 74/100
 
Kilchoman 3y ‘Autumn 2009 release’, 46%, OB 2009, 10000 bottles – Islay
Deze tweede release heeft drie jaar gerijpt op refill bourbonvaten en is dan 2,5 maand gefinished op sherryvat. Vrij snel blijkt dat deze beter is. Hij heeft meer body (ja, dat ontbrak ook aan de ‘Inaugural’) en is gelukkig ook complexer. De neus blijft natuurlijk stevige turf tentoonspreiden, maar ik heb ook vanille, fruit en speculaas. Oh ja, duidelijk speculaas. Geturfde speculaas, njummie. In de smaak rook, kruiden (kruidnagel, peper), een beetje hout en wat fruit. Pompelmoes, licht bitter. Ook een lichte zeeptoets, zonder te storen evenwel. De afdronk is ook bij deze erg lang op turf en kruiden. Nog niet smashing, maar al wel heel wat lekkerder dan de eerste. 81/100

Turf

Ofte ‘peat’. Je hebt peat freaks en peat haters. Ik beken me eerder tot de eerste groep, alhoewel ik me zeker niet wens te beperken tot geturfde whisky, ook niet-geturfde whisky kan verdraaid lekker zijn.

Vanwaar komt dat turfkarakter in whisky nu? Van het gebruikte water dat door turfgrond stroomt? Nope, dat is een vaak gehoorde kwallel. Het is het droogproces van de gemoute gerst dat hier bepalend is. De gerst wordt eerst gemout (malting) door het in water te weken, waarna het vochtige graan begint te kiemen, te eesten. Het kiemen wordt gestopt door de gerst te drogen, op een eestvloer of moutvloer. Deze vloer bevat een rooster waaronder een vuur wordt gestookt. Dit kan een kolenvuur zijn, een turfvuur of gewoon hete lucht. In het geval van een turfvuur, zal dit het uiteindelijke distillaat een peaty karakter geven.
Lightly peated whisky is whisky van malt dat gedurende enkele uren op een turfvuur is gedroogd en vervolgens de rest van de droogtijd met warme lucht of met een kolenvuur.

Sommige distilleerders vermalen de turf tot poeder en strooien dat over een klassiek vuur. Dit zal een eerder rokerig karakter aan de whisky geven, met minder prominente turf.

Spreekt men over turf, dan denkt men onmiddellijk aan Islay, het eiland ten westen van het Schotse vastenland, gekend om z’n geturfde whisky’s. Maar ook buiten Islay werd en wordt peaty whisky geproduceerd. Ik denk aan Longrow, sommigen Benriachs, Brora…
Het is zelfs zo dat vroeger alle distilleederijen hun mout op een turfvuur droogde, whisky was dus sowieso peaty. Later stapte men stilaan af van het gebruik van turf en schakelde vele distilleerderijen over op kolen.
 

 

Het grootste deel van Schotland is bedekt met een turflaag van een goeie meter dik, die zich onder een dunne bovenlaag bevindt. Elk jaar komt er een millimeter bij (1 meter per duizend jaar dus).
Vroeger was turf dé energiebron en ook nu nog wordt turf op bepaalde plaatsen gebruikt om huizen te verwarmen. Toen we in november 2006 door Skye trokken, kwam de turflucht ons vaak uit woonwijken tegemoet gewaaid (één neusgat dichtduwen en maar snuiven!).
Turf vormt zich uit dode planten. Het zijn deze dode planten in de turf die energie leveren, net zoals dat met steenkool het geval is. Turf brand sneller dan kolen en geeft daarbij een grotere hitte af.
Turf werd vroeger gestoken met behulp van een smalle turfspade. Tegenwoordig gebeurt dit meer en meer machinaal. De worsten turf worden te drogen gelegd, het water ontsnapt en zo onstaan er brandbare turf-briketten.

Maar niet alle turf is hetzelfde en geeft eenzelfde aroma aan whisky. Op Islay bv. is de turf in de loop der tijd doordrenkt geraakt door het jodium, het zeewier en het zilt van de zee, wat terug te vinden is in de medicinale neus en smaak van heel wat whisky’s van het eiland.
De turf uit de Highlands is harder en brand dus ook langer. Deze turf zal de whisky een doordringendere geur en smaak geven. In de Lowlands is de turf zachter, brandt korter en geeft minder smaak af.
A propos, op Islay koestert men z’n turf, er is zelfs een verbod uitgevaardigd op de export ervan. Nu ja, er is naar schatting nog voor meer dan 1.000 jaar whisky-stoken aanwezig, we hoeven ons dus geen zorgen te maken. Computermodellen maken trouwens duidelijk dat er in gans Schotland meer turf bijkomt dan dat er wordt gestoken.
Op Campbeltown is de turf wel bijna uitgeput, Springbank voert een groot deel van de benodigde turf in uit andere Schotse regio’s.

Het turfgehalte van whisky wordt weergegeven in fenolen p.p.m. (parts per million). 1 PPM komt overéén met 1 deel fenolen in 1 miljoen delen whisky. Ook niet geturfde whisky bevat fenolen, maar nooit meer dan 5 PPM. Bij 10 à 20 PPM spreken we van licht geturfde whisky, 30 à 40 PPM is zowat normaal geturfde whisky en alles daarboven kan men zwaar geturfde whisky noemen. De Octomore van Bruichladdich is bij mij weten ’s werelds zwaarst geturfde whisky met een PPM van 80.
Tijdens de eerste jaren rijping kan het fenolengehalte van de whisky toenemen als gevolg van het schroeien van het vat aan de binnenkant. Na 15 à 20 jaar zal het fenolengehalte in een vat echter afnemen.

Bon, indien je aan deze post niet genoeg hebt, kan je het boek Peat, Smoke and Spirit: a Portrait of Islay and its Whiskies van Andrew Jefford lezen. Met z’n 406 bladzijden een turf van een boek. Whoehahaha! Euh, sorry. De whisky nu. Ja, hoog tijd voor de whisky.

 
Isle of Jura Superstition ‘Lightly peated’, 45%, OB 2005 – Jura – 78/100
Beter dan de 10y. Lichte rook in de voor de rest vrij zoete neus. Honing, chocolade… Zachte en wat vettige smaak met honing en turf. Afdronk op lichte rook en zilt. Makkelijk en aangenaam drinkbaar, maar mist wat punch.
 
The Ileach Cask Strength, 58%, OB 2007 – Islay – 88/100
The Ileach (‘The Man from Islay’) is een vatted malt botteling van The Vintage Malt Whisky Company (in 1992 opgericht door Brian Cook) . Bestaat in een 40% versie en een Cask Strength. Gouden medaille op de International Wine & Spirit Competition. Deze Islay heeft een geweldige neus, met turf, rook, zilt, kruiden… the whole lot. Barbeque in de winter. Krachtige smaak met turf en kruiden. Maar ook iets fruitigs. Vrij lange afdronk op turf en zilt. Lagavulin? In ieder geval, voor een 40 euro is dit top prijs/kwaliteit.