Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Duncan Taylor’

Highland Park 22y 1986, Duncan Taylor

Highland Park, gelegen aan de Scapa flow niet ver van Kirkwall op het eiland Orkney, is de meest noordelijk gelegen distilleerderij van Schotland. Zonder tegenspoed breng ik er volgend jaar een bezoekje aan. Vandaag een Highland Park 1986 van Duncan Taylor, gebotteld in 2009 maar hier en daar nog verkrijgbaar.

 

Highland Park 22 y 1986/2009, 55.7%, DT Rare Auld, cask 2254
Cleane, mineralige neus die start op granen, lichte zilt en gras. Hooi, gedroogde bloemen, heide… Daarna en daarnaast bijenwas, sinaas, lichte rook… kortom de neus van een jonge (jonger dan hier het geval is) Highland Park. Eucalyptus ook wel, het geheel is erg fris en levendig. Gember? De smaak sluit hier mooi op aan. De sinaas, het florale en grassige, zachte rook, wat kruiden, het zit ook hier. Licht drogend op het einde en in de afdronk. Die afdronk is wat zoeter dan de smaak. Aangename, complexloze whisky. 83/100

Benriach 12y 1996, Duncan Taylor for Whisky Doris

Een deel van de Benriach 1996 die ik vandaag proef, werd door Duncan Taylor op vatsterkte gebotteld (198 flessen), een ander deel werd versneden tot 46%. Beide zijn bottelingen voor Whisky Doris. Ik proef de versneden versie.

 

Benriach 12y 1996/2008, 46%, Duncan Taylor NC2 for Whisky-Doris, refill bourbon, cask 45757, 120 bts.
De neus start zoet en erg granig. Karamel, granen, hooi. Wordt hoe langer hoe grassiger. Belegen hout ook, nat hout en natte bladeren. Mos. Daarna fruit. Appels. Licht waxy. Bloemen. Grassige en kruidige smaak, nogal droog en bitter, met wat zilt erdoorheen. En citrus fruit. Sinaas. De schil ervan ook. De afdronk is redelijk lang en kruidig. Foutloos maar weinig boeiend. 80/100

Aultmore 21y 1989, Duncan Taylor

Aultmore, nog zo’n nobele onbekende. Dit is ook nog maar de tweede Aultmore die ik proef. Net als Royal Brackla was Aultmore eigendom van Diageo om dan later verkocht te worden aan de Bacardi-Martini groep. Z’n geschiedenis startte wel iets later, meer bepaald in 1896, midden in de whisky-boom. De naam laat zich uit het Gaelic vertalen als ‘grote bron’ en verwijst naar een gelijknamige rivier in de buurt.

 
Aultmore 21y 1989/2010, 51.8%, Duncan Taylor, cask 1124, 184 bts.
Geur van lijm, alcohol, hars, hout, granen, gist en wat zoets. Het geheel is scherp, zelfs licht zuur en gewoon niet aangenaam. Ook de smaak is scherp, krachtig, kruidig en granig. Wat grassig misschien ook. Droge, bittere afdronk op hout en granen. Nee, dit is gewoon niet lekker, hier hadden ze mee moeten blenden zoals met het grootste deel van de productie. 64/100

Imperial 19y 1990, Duncan Taylor

Imperial dankt zijn naam aan de bouw in 1897, het jaar dat Queen Victoria haar diamanten jubileum vierde. Op een enkele uitzondering na (denk aan de 15y), zijn alle Imperial whisky’s trouwens onafhankelijke bottelingen, de productie was immers bedoeld voor de blenders. Imperial kon je o.a. aantreffen in Ballantine’s, Old Smuggler en Teachers. Ik schrijf ‘kon’ want sedert 1998 sloot Allied Distillers de distilleerderij, waarschijnlijk definitief.

 
Imperial 19y 1990/2009, 53.9%, DT Rare Auld, cask 450, 156 bottles
Neus: tutti frutti. Sinaas, perzik, ananas en ongetwijfeld nog heel wat meer. Zoet ook, vooral vanille van het hout en een lekkere kruidigheid (nootmuskaat, kaneel). Smaak: erg gelijkaardig. Weerom veel fruit en kruiden. Citrus (bitterzoet à la roze pompelmoes en limoen), honing, appel-kaneel vla en hout. Mediumlange finish op… ja, fruit en kruiden. Aangename, vlot drinkende Imperial. 84/100

Dallas Dhu 27y 1981, Duncan Taylor

Dallas Dhu distillery werd getekend door Charles Doig, de geestelijke/geestrijke vader van het pagodedak. Dallas Dhu is niet meer actief, het sloot de deuren in 1988.

 
Dallas Dhu 27y 1981/2008, 55.1%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 389
Sherry cask. Lekkere fruitige neus op pompelmoes, limoen, kiwi en peer. Antiekwas, honing, zilverpoets, koffie, sigarenrook… oh ja, dit is lekker. Behoorlijk wat hout op de smaak met zoets en fruit ter compensatie. Sinaas, pompelmoesschil, karamel en veel kruiden. Ik denk aan kruidnagel en nootmuskaat. Een aangename zurigheid. Lange, kruidige afdronk met ook hier veel citrus. 88/100

Glen Grant 37y 1970, Duncan Taylor for The Nectar

De naam Glen Grant verwijst naar de twee oprichters, James en John Grant. De distilleerderij, gebouwd in 1840, ligt in Rothes en aan de overkant van de straat bouwde de tweede generatie Grants, burgemeester James Grant jr., een tweede distilleerderij: Glen Grant 2. Deze laatste kennen we vandaag de dag als Caperonich.

 
Glen Grant 37y 1970/2007, 53.3%, DT for The Nectar, c3475, 139 bts.
Subtiele en complexe neus op verfijnde sherrytonen. Ik heb gedroog fruit (vijgen, pruimen), noten, tabak, tabaksrook, oud leder, zachte karamel, koffie, praliné en belegen hout. Zelfs een licht tropische toets. Een neus om van te smullen! Stevig en prikkelend op de tong. Gedroogd fruit, karamel, wat hars, munt, veel noten en meer en meer hout. Wordt op de duur nogal droog (kost een puntje of twee). Lange, intense, kruidige afdronk. Kaneel. Maar ook hier wat te droog om nog hoger te scoren. Het blijft evenwel een héél lekkere whisky. 89/100

Brora 27y 1981/2009, Duncan Taylor

Dit is een fel bejubelde Brora. Oké, dit is in zekere zin een pleonasme, maar Brora van begin jaren tachtig is over het algemeen toch van een minder niveau dan Brora van enkele jaren ervoor en bijlange niet meer van het niveau van begin jaren zeventig. Toch bestaan er enkele fantastische tachtigers, zie bijvoorbeeld ook de 18y 1981/1999 Old Malt Cask. Maar desalniettemin denk ik dat Brora op tijd gesloten werd. Er was natuurlijk Caol Ila dat de rol van geturfde-whisky-leverancier voor Diageo overnam, er was het asbest in de distilleerderij, maar – en dat is dan belangrijker voor de Brora liefhebbers – er was ook het gegeven dat de jaren zeventig Brora waarschijnlijk toch nooit meer terug ging komen. Ga er maar van uit dat Brora, indien nooit gesloten, vandaag de dag helemaal niet de reputatie zou hebben die het nu heeft.

 

 

Brora 27y 1981/2009, 51.3%, DT Rare Auld, cask 291, 330 bts.
Frisse, waxy en erg mineralige neus. Natte stenen, de geur na een zomerse regenbui, je kent dat wel. De geur van aarde ook. Dan de bijenwas dus, en kaarsen. Vervolgens zachte rook, citroen, groene appels, honing, bloemen, marsepein… complex. En verdomd lekker! Ook de smaak is fris en mineralig. De mineralen, de citroenen, de waxyness, de zachte, fruitige turf, wat kruiden… lekker indeed. Lange, mineralige afdronk met turf en kruiden. Zalige Brora. Dit profiel leunt veel dichter aan bij Clynelish (min de turf) dan bij jaren zeventig Brora. Die typische farmy notes ontbreken. 91/100

Glen Grant 1972, Duncan Taylor for The Whisky Fair

Een oude Glen Grant, altijd iets waar een mens naar uitkijkt. Deze whisky – die rijpte op sherryvat – werd recent door Duncan Taylor gebottled voor The Whisky Fair.

 

Glen Grant 36y 1972/2009, 56.3%, DT for The Whisky Fair, 209 bts
De neus is krachtig en start erg fruitig. Eerst op pompelmoes en mandarijn, daarna gaat ie de exotische toer op. Ananas, mango… maar ook pruimen en allerlei gedroogd fruit. Noten. Studentenhaver dus. Langzaamaan komen er bloemen en kruiden opzetten. Zoethout, eucalypthus. Dan boenwas en honing. Veel honing. Subtiele rook ook. Erg complex en wreed lekker die neus. De smaak is zoet en licht bitter. De sherry heeft z’n werk gedaan maar gaat nooit domineren. Het fruit (dezelfde soorten als in de neus), de kruiden, de noten, het hout, de honing, de chocolade, ze krijgen vrij spel. Middellange, verwarmende finish op allerlei zoets, leder en kruiden. Droogt niet uit. Geweldige Glen Grant. Dit is sherry zonder streken, sherry zoals ik ‘m graag heb. 91/100

Kevin Coyne & Caol Ila

Ha, die Kevin Coyne… een beetje een twisted mind maar o zo geniaal. Singer-songwriter, schilder, schrijver, componist (o.a. van musicals), filmmaker, levenskunstenaar… een artiest in alle betekenissen van het woord. Hij stierf in 2004 op zestigjarige leeftijd, na een intens leven balancerend op de grens tussen heroïek en tragiek. Zijn onorthodoxe muziekstijl met stevig wat bluesinvloeden inspireerde op zijn beurt een hele generatie artiesten. Z’n teksten zijn erg maatschappijkritisch, o.a. de misstanden in de behandeling van psychiatrische patiënten krijgen een prominente plaats in z’n lyrics. Als je je verder verdiept in de persoon Coyne hoeft dat laatste niet te verbazen. Laat me zeggen dat hij zich wel zou verstaan hebben met Syd Barrett bv.. Maar het is toch vooral de humor, de vaak absurde en typisch Britse humor die z’n songs typeren.
Voordat z’n zangcarrière een hoge vlucht nam, werkte hij als sociaal werker, o.a. met drugsverslaafden. Deze zelfkant van de maatschappij bleef hem boeien en inspireren, maar ook aantrekken. Na de voor hem zeer productieve jaren zeventig, eerst met Siren en daarna solo, volgden enkele donkere jaren, grotendeels in de hand gewerkt door overmatig drankverbruik. Dit vertaalde zich in een paar somberdere albums. In 1985 verhuisde hij naar Neurenberg, Duitsland om een nieuwe start te nemen. Deze verhuis en het afzweren van de drank bezorgde z’n productiviteit een boost, zowel wat z’n muziek als z’n schilderkunst betreft. Het complete oeuvre van Coyne beslaat een veertigtal albums.
Nog een leuk weetje: toen hem gevraagd werd Jim Morrison te vervangen als leadzanger van The Doors na diens overlijden, stuurde Coyne de platenbaas droogweg wandelen met de boodschap “I don’t like leather trousers!”. Het tekent z’n aversie voor het maken van compromissen.

Het album Marjory Razorblade uit 1973 is z’n bekendste en voor mij samen met Babble uit 1979 ook z’n beste. Deze klassieker – blanke blues met een vleugje punk – betekende de doorbraak bij het grote publiek en bevat geweldige nummers zoals Eastborne Ladies, House on the Hill – over het leven in een psychiatrisch ziekenhuis, Marlene, Good boy, Dog Latin,… allemaal uitingen van een geniale en soms behoorlijk geschifte geest.

Laat dit een ode zijn aan wijlen Steven De Batselier, professor Steven De Batselier. Hij was het die mij Coyne leerde kennen, wat niet hoefde te verbazen, verwante zielen enzomeer. Hij was het ook die ons in contact bracht het werk van Jorge Semprum, György Konrád en Georges Steiner, onze blik op Mens en Maatschappij verruimde, ons met een andere bril naar de dingen leerde kijken, onze vastgeroeste zekerheden onderuit haalde – wat voor sommigen als erg bedreigend overkwam. Een prof die durfde rammelen met conventies, die zich niet liet leiden door politieke correctheid, daardoor niet altijd even onbesproken bleef, kortom, iemand die niemand onverschillig liet. Een prof ook die graag een glaasje dronk. Whisky? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik drink er in ieder geval vandaag één op zijn gezondheid. En op deze van Kevin Coyne.

 
Caol Ila 26y 1982/2009, 55.9%, Duncan Taylor Rare Old, cask 2741
Lekkere fruitige neus met een perfecte mix tussen citrus (witte pompelmoes, mandarijn) en zachte turf. Tabak en zilt heb ik ook nog. Ook de smaak vertoont een mooie balans tussen zachte zoete turf, citrusfruit en elementen van de zee (zilt, zeewier, oesters). Lange afdronk in het verlengde hiervan met een lekkere kruidigheid om het plaatje af te maken. 88/100

Caperdonich 1968, Duncan Taylor for The Nectar

Oude Caperdonich kan verdorie lekker zijn. De laatste jaren komen veel Caperdonichs van rond 1970 op de markt, vooral van 1968 en 1972 blijkt er serieus wat voorraad te zijn.

 
Caperdonich 38y 1968/2007, 54.2%, DT for The Nectar, c2609, 130 bttls
Caperdonich van eind jaren zestig, begin jaren zeventig dat is fruit, fruit en nog ’s fruit. Het fruit dat ik hier heb is vooral gestoofd fruit. Het geur van het maken van confituur. Daarnaast ook banaan en ananas. Yep, het fruit verschuift een beetje van gestoofd naar tropisch. Door al het fruit heen heb ik ook wat vernis, hout, amdandelspijs en munt. Erg lekker en mooi gebalanceerd. Op de smaak toont hij zich nog erg stevig na 38 jaar op vat gelegen te hebben. Kruidiger dan op de neus evenwel, en minder fruit. Vrij zoet ook. Honing vooral. Lange, zachte afdronk op fruit en bloesems. Iets minder dan enkele 1972’ers die ik al proefde, maar toch weer smullen geblazen. 88/100

Brora 23y 1981 Duncan Taylor

Bij tijd en wijlen een Brora, dat moet kunnen. Neen, dat is een doelstelling.

 
Brora 23y 1981/2005, 61%, DT Rare Auld, cask 1425, 542 bottles
Ah, vat 1425 was een sherryvat, de neus maakt dat vrij snel duidelijk. De sherry is er mooi verweven met waxy elementen (boenwas, kaarsvet…), fruit (abrikoos, peer), honing en bloemen. Subtiele rook. Heerlijk! Gelijkaardige elementen in de smaak. Sherry (noten, rubber en zo), fruit, turf, karamel, zilt. De finish is vrij lang, kruidig en ziltig. Prachtige sherry. Verdacht drinkbaar ook, is uiteindelijk 61% maar water ben ik gewoon vergeten… te veel aan het genieten. 90/100

North Port

North Port (ook gekend onder de naam Brechin, North Port Brechin of in z’n beginjaren onder Townhead) is een distilleerderij die in 1820 gebouwd werd door David, John & Alexander Guthrie in het plaatsje Brechin, aan de oostkust van Schotland. Na af en toe tijdelijk de productie stil te hebben gelegd, o.a. tijdens de twee wereldoorlogen, sloot Diageo in 1983 definitief de deuren van North Port. Vandaag staat er een supermarkt op het terrein waar ooit deze distilleerderij actief was.

 
North Port 26y 1981/2007, 52.9%, DT Rarest of the Rare, cask 775
Deze whisky is redelijke ‘waxy’. Op de neus heb ik boenwas, kaarsvet, lampolie, dat soort zaken. Geen Clynelish waxyness echter. Geen honing, geen bloemen. Veel gras, dat wel. Hooi (gedroogd gras dus eerder). Wat hars en zoethout ook. Niet echt boeiend eigenlijk. Ook de smaak is dit niet. Die is vettig, olieachtig en geeft associaties van hars, citrus, venkel en het gras weer. Eerder lange, droge en zilte afdronk. Bwa, dit is verre van slechte whisky hoor, maar nogal aan de saaie kant. 75/100

Black Bull 40y ‘Deluxe Blend’

Deze blend is niet zomaar een blend. Ten eerste is de jongste whisky die er in zit minstens 40 jaar oud, hij bevat ook niet veel anders dan single malt whisky. Benieuwd wat dat geeft.

 
Black Bull 40y ‘Deluxe Blend’, 40.2%, Duncan Taylor 2009
Wauw, op de neus geeft dat vuurwerk! Romige honing, bijenwas, zacht hout en fruit, veel fruit. Banaan, ananas, peer, perzik, meloen. Een lichte kruidigheid ook. Zacht, subtiel, complex… prachtig! Op de tong idem dito. Zacht, boterig, dik met het hout en de kruiden die je van oude whisky verwacht, vermengd met lekker fruit. Kruiden: zoethout, nootmuskaat, kruidnagel, peper. Fruit: banaan, perzik, sinaas. Lange, complexe afdronk in het verlengde van de smaak. Dit is een whisky die zowel oud als fris overkomt. Niet jong, niet duf. Knap! Neen, ze hebben daar bij Duncan Taylor geen rommel gebruikt voor deze blend, hier zitten oude pareltjes tussen. De beste blend van het moment? Het zou wel eens kunnen. 91/100

Arran 10y 1996, Duncan Taylor

Arran 10y 1996/2006, 46%, Duncan Taylor, Whisky Gallore – Isle of Arran
Arran is één van de jongste Schotse distilleerderijen. Deze botteling van Duncan Taylor heeft een zachte, maltige en wat zoete neus. Beetje zilt? Misschien, maar al bij al vrij ééntonig. Smaak is dat ook. Vrij vlak, weinig uitgesproken. Beetje zoet, beetje bitter. Vanille. Niet echt geweldig te noemen. Ook afdronk stelt teleur, droog en bitter. Mist karakter. 69/100

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.

Drie maal Brora 1981

Brora 25y 1981/2007, 56.5%, Duncan Taylor, cask 1423, 682 bottles – Highland – 82/100
Neus: waar zit de turf?? Niet te bespeuren. Wel veel hout. Vanille ook, en iets zoet-zurigs. Groene appels. Ook in de smaak is het behoorlijk zoeken om iets van turf waar te nemen. Hier is het vooral het citrus fruit dat domineert. Niet meer dan een lichte waxyness. Weinig distilleerderijkarakter eigenlijk. Middellange afdronk, beetje bitter. Het bewijs dat het na de jaren zeventig voor Brora toch wat bergaf ging, enkele pareltjes van uitzonderingen zoals deze niet te na gesproken. Pas op, dit is nog altijd lekkere whisky hoor, maar beneden Brora’s standaard.
 
Brora 20y 1981/2001, 43%, Signatory, cask 578, 412 bottles – Highland – 85/100
Mineralige neus. Lichte rook ook, bloemen, amandel (marsepein), zilt en honing. De smaak is vrij droog, met een beetje turf, zoethout en kruiden. Droge, kruidige afdronk. Da’s al wat beter.
 
Brora 22y 1981/2004, 56.4%, Signatory, cask 1561, 611 bottles – Highland – 86/100
Frisse neus met lichte sherryinvloed. Koffie en leder naast rook en zilt. Mineralige smaak moet zoete en fruitige tonen die ik associeer met rozijnen, citrus, appel, zilt, drop en turf. Wordt hoe langer hoe droger, het hout speelt op. Mooie lange en kruidige afdronk. Ook deze is geen grootse Brora, maar desalniettemenin erg genietbaar.

Twee Duncan Taylors for The Nectar

Twee schitterende DT’s geselecteerd door en gebotteld voor The Nectar.
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.3%, DT for The Nectar, cask 2746, 269 bottles – Islay – 91/100
De verwachte turf is aanwezig, maar op de achtergrond. De elegante neus is zoet (karamel) en fruitig (citrus). Kruiden zitten er ook in. En zoethout. Heerlijk. Zachte, romige, fruitige smaak met zilt en kruiden. Lange kruidge afdronk. Zeer lekkere en complexe Caol Ila.
 
Caperdonich 35y 1972/2008, 50.3%, DT for The Nectar, cask 7424, 136 bottles – Speyside – 92/100
Deze Caperdonich is er één uit de oude doos, een voorbeeld van hoe lekker oude whisky kan zijn. Het hout heeft z’n werk gedaan, maar overheerst niet, wat maakt dat de andere elementen zich ten volle kunnen profileren en we hier dus een complexe en subtiele whisky hebben. Het hout wordt in de geur vergezeld van vanille, boenwas (bijenwas…), perzik, abrikoos, kruiden, lichte turf zelfs. Top! De smaak is erg zacht, zoet en fruitig (appelsienen hier). Lange fruitige en kruidige afdronk. Super whisky!

Vicks

Inchgower 37y 1969/2006, 46.2%, Duncan Taylor, cask 6129, 184 bottles – Speyside – 58/100
Dit heeft meer weg van een kruidendrankje dan van whisky. Vooral de neus is erg bloemig en kruidig. Maar het type kruidig dat m’n in de taal van Shakespeare ‘herbal’ noemt en dus niet ‘spicy’, spijtig genoeg maakt het Nederlands dat onderscheid niet. Concreet nu. Eucalyptus. Vicks. Hars ook. Zeer vreemd. Ook smaak is erg ongewoon. Hoestsiroop! En veel hout. Lange afdronk op Vicks toestanden. Op z’n minst speciaal te noemen, maar lekker kan ik dit niet vinden. Daarenboven vind ik 170 euro veel geld om een verkoudheid te bestrijden…

Oude Strathisla

Strathisla is één van die whisky’s die over het algemeen wél lekker is op oudere leeftijd. Vaak moet je vaststellen dat oude whisky’s gewoon te laat gebotteld zijn. De smaak volgt dan niet meer de verschillende sensaties die in de neus nog wel aanwezig zijn, hij wordt wat ‘plat’. Op basis van de neus kan je dan afleiden dat de whisky ook in de smaak ooit erg lekker moet zijn geweest.
Als ik mijn top-whisky’s (score van 90 of meer) bekijk, stel ik vast dat de meeste whisky’s hierin een leeftijd hebben tussen 15 en 25 jaar, weinig 30 plussers.

Natuurlijk bestaan hier heel wat uitzonderingen op, o.a. meerdere Stathisla’s. Blijkbaar leent deze whisky zich tot langere rijptijden. Zie o.a. de Strathisla 40y 1967/2007 gebottled door G&M voor LMDW die ik 90 scoorde. Een ander voorbeeld vind je hieronder.

 
Strathisla 40y 1967/2007, 48.8%, Duncan Taylor, cask 1894, 162 bottles – Speyside – 85/100
Zoete neus met vanille en citrus. Sinaas vooral. Vettige smaak met ook hier sinaas, honing, een beetje hout en een lichte hint van rook. Noten ook. Erg complex en mooi in balans. Vrij lange, lekkere afdronk.

Angel’s share

Vaten waarop whisky rijpt zijn nooit luchtdicht. Doorheen de poriën van het hout zal de whisky smaken en geuren uit de omgevende lucht opnemen. Zo zal een vat dat rijpt aan zee een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland.
Maar de luchtdoorlaatbaarheid van de vaten heeft ook tot gevolg dat een deel van de alcohol door het hout heen verdampt en vervliegt. De vervlogen alcohol wordt ook wel eens de ‘angels share’ genoemd (volgens mijn dochter worden we na onze dood allemaal engelen, zowaar een zalig vooruitzicht).
Door dit vervliegen zal het alcoholpercentage tijdens het rijpen verminderen. In Schotland is het standaard alcoholpercentage waarop de whisky op vat wordt gedaan 63,4%. Vroeger lag dat percentage hoger (70% of meer). Na verloop van tijd verlaagt dit percentage, tot onder 40% als men een vat uit het oog verliest. Onder 40% is whisky geen whisky meer.
De vatsterkte van een oude whisky zal dus over het algemeen lager liggen dan dat van een jonge whisky.

 
Macduff 37y 1969/2007, 40.6%, Duncan Taylor Old Lonach – Speyside – 73/100
De bottelingen uit de Lonach serie van Duncan Taylor bevatten casks uit diverse jaren van één distilleerderij waarvan er een aantal under strength waren (<40%) en dus op zich niet gebotteld kunnen/mogen worden. Heb geen specifieke nota’s genomen van deze whisky, maar gezien de score die ik wel genoteerd heb, lijkt me dit niet erg.