Spring naar inhoud

Posts tagged ‘distillers edition’

Talisker 1991 ‘Distillers Edition’

Vandaag een Talisker uit de Distillers Edition reeks. De 1991, gebotteld in 2004.

 

Talisker 1991 Distillers EditionTalisker 1991/2004 ‘Distillers Edition’, 45.8%, OB, Amoroso finish
Zoete neus op pruimen, rozijnen, cake, kandijsiroop, chocolade en karamel, met onderliggend sappige eik, zilt, gember, hazelnoten en turfrook. Het fruit beperkt zich niet tot de pruimen en de rozijnen, ik noteer ook appelsienen. En wat ook niet onvermeld mag blijven, is geboend leder. Rond en romig mondgevoel, zelfs wat stroperig. De kandijsiroop die ik ook op de neus had. Sinaas, gekonfijt fruit, zilt, zoethout en zachte eik. Een kruidigheid in de vorm van gember, peper en kruidnagel. En op de achtergrond natuurlijk de rokerigheid van brandende turf. Geen al te lange afdronk, zilt en zoet (sinaas). Niet slecht, helemaal niet, maar een beetje ongeïnspireerd. De sherry domineert me iets te veel het distilleerderijkarakter. 84/100

Clynelish 1993 Distillers Edition

De Distillers Editions van de Diageo groep zijn bottelingen die na een klassieke rijping nog enige tijd op een ander type vat gerijpt hebben. Voor de Clynelishes uit deze reeks was dat telkens een Oloroso sherryvat.

 

Clynelish 1993/2010 ‘Distillers Edition’, 46%, OB, double matured (Oloroso sherry)
Geen al te aangename neus, daarvoor heb ik iets te veel granen en zure krieken. Dat zurige trekt wel weg op de duur, en maakt plaats voor zoetere toetsen, zoals daar zijn: sinaas, vanille en kandijsuiker. Iets licht floraals ook. Ook op de smaak vallen granen op, naast de sinaas en vanille. De sinaas is wat bitter. Of is het ook hier lichtjes zuur? Inderdaad. Let op, dat is geen off-note, maar een pluspunt is het al evenmin. Wat kruiden vullen nog aan. Tuinkruiden zijn dat. Middellange afdronk op diezelfde tuinkruiden en sinaas. Niet zo bijzonder. 82/100

Clynelish 1992 Distillers Edition

Laat ons nog een Distillers Edition proeven, tevens een 1992, een Clynelish. Het dient gezegd, ik ben een grote fan van deze distilleerderij, maar gemiddeld genomen niet zo van de Distillers Editions (oké, er zijn de geweldige Lagavulins, goeie Caol Ila’s…). Deze Clynelish is gefinished (of ‘double matured’ beter gezegd) op Oloroso Seco vaten.

 

Clynelish 1992/2008 ‘Distillers Edition’, 46%, OB, Oloroso Seco, ref 171/3h
De neus is niet geweldig aromatisch. Ik heb granen, hooi, limoen, planten, een beetje bijenwas. Wat mineralig ook. Veel granen en hooi (richting gedroogde bloemen) ook in de smaak. Een beetje hout, vrij veel kruiden, suiker… het geheel is me toch wat te droog. Licht bitter. De afdronk is niet echt lang te noemen, kruidig en weinig boeiend. Al bij al een redelijk saaie whisky, een beetje een tegenvaller. Zelfde score als de Oban. 78/100

Oban 1992 Distillers Edition

Oban, gelegen in het gelijknamige havenstadje met zicht op het eiland Mull, is één van de oudste Schotse distilleerderijen. Het werd opgericht in 1794. Oban is vooral gekend als één van zes uit de eerste reeks Classic Malts van Diageo. De Distillers Edition die ik vandaag proef, werd gefinished op Montilla sherryvaten. Montilla is een Fino variant.

 

Oban 1992/2006 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Montilla Fino cask, ref. OD 155.FR
De neus start erg granig. Havermout, malt, muesli, dat soort zaken. Hij is ook zoet (vanille en honing) en na enige tijd komen er kruiden door. Kaneel. Rosemarijn. Zachte curry. Met wat goede wil kan ik ook een beetje fruit detecteren. Kruisbessen. Sinaas? En een lichte zeelucht. Aangename en redelijk complexe neus. De smaak vind ik iets minder. Hij is vrij droog, in eerste instantie op noten, hout, granen en kruiden. Kruidnagel. Daarna komen er toch ook wat zoete tonen opzetten, maar het (licht) bittere overheerst toch. Een hint (meer niet) van turf, eigenlijk vooral in de afdronk. Die afdronk is niet erg lang en droog. Gember, een klein beetje vanille, zilt en wat overrijpe sinaas. De neus is goed maar de whisky verliest het pleit op de smaak. 78/100

Twee Lagavulins

Zoals beloofd volgen nu twee Lagavulin’s, hier ook de standaard botteling – waarmee het voor mij allemaal begon – en een ‘distillers edition’.

 
Lagavulin 16y, 43%, OB 2010
Zachte, zoete turf met behoorlijk wat fruit (appelmoes, appelstrudel), een beetje boenwas, Lapsang Souchong thee, karamel en kruiden. Kaneel (de strüdel), munt, nootmuskaat. Ja dit is een boeiende, subtiele en mooi gebalanceerd neus. Iets meer turf op de smaak die voor de rest zoet is, wat medicinaal en kruidig. Zowel herbal als spicy. Zoethout, nootmuskaat en wat hout op het einde. Vrij lange en kruidige afdronk met terugkerende rook. De Lagavulin 16 is niet meer wat het was in de jaren tachtig en negentig, maar het blijft een dijk van een grootwarenhuiswhisky. 87/100
 
Lagavulin 1991/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB ref 4/496
En dan begeven we ons een trapje hoger, de 1991 Distillers Edition is voor mij de beste DE die ik al proefde, zelfs iets beter dan de 1981 Lagavulin. Er staat niet vermeld welke tweede rijping deze Lagavulin nog gehad heeft maar bij vroegere batchen was dat telkens Pedro Ximénez. De neus geeft in ieder geval al snel de richting aan: lekkere, zoete sherrytonen die zich mooi vermengen met florale en ziltige. De associaties die ik heb zijn karamel, okkernoten, sappige peren, ananas, zeelucht, bloemen en sigarendozen. Daarna komt de zachte turf opzetten, vergezeld van lichte rubber. De smaak spreidt een schitterend samenspel tentoon van zoets (zachte karamel, honing), fruit (peer en sappige appels), zilt en zachte turf. Behoorlijk wat zoethout, zeker naar het einde en in de lange afdronk. Dit is echt een beauty, de turf en de sherry vullen elkaar perfect aan. 91/100

Twee Caol Ila’s

De komende dagen bespreek ik enkele Islay’s. Vandaag twee Caol Ila’s, morgen twee Lagavulins en daarna zal nog een Laphroaig volgen en ééntje die zich niet kenbaar wil maken.

 
Caol Ila 12y, 43%, OB 2010
De recentste batch van deze klassieker. Jonge, cleane turf op de neus, licht medicinaal met een aangename zurigheid. Yoghurt. Zilt en zeewier voegen ‘zee’ toe. Champignons, geen off-note echter. De smaak is rokerig met tabak, wat assen (zonder te storen), rijpe sinaas en zilt. Licht drogend, ook in de rokerige maar vrij korte afdronk. Ver van slecht maar mist wat complexiteit om nog hoger te scoren. 83/100
 
Caol Ila 1996/2008 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, ref 4/468, moscatel cask
Zeer lichte turf, op de achtergrond. Meer op de voorgrond heb ik planten, banaan, appels, zeewier, mineralen en zachte waxyness. Schoensmeer. Zachte en lekkere neus, die zoeter wordt met de tijd. Honing. Erg aangenaam. Ook de smaak is zacht, fruitig (sinaas) met hier iets meer turf. Turf die bijlange niet domineert maar gewoon een toegevoegde waarde is, juist zoals ik het graag heb. Een beetje hout, noten en zoethout ook. Middellange afdronk, fruitig en ook hier lichte turf. Ik vind dit erg lekkere whisky. Lekkerder en vooral complexer dan de standard 12y en dus ook enkele puntjes meer. 87/100

Lagavulin Distillers Edition H2H

Lang geleden dat ik nog eens een Lagavulin gedronken heb, laat er ons dan maar meteen twee van maken. Ik heb immers nog samples staan van een koppel Distillers Editions, beide – zoals gewoonlijk bij Lagavulin – bijkomend gerijpt op Pedro Ximénez sherryvaten. De 1981 heb ik me aangeschaft via Luc’s Whiskysamples, de 1990 is een sample van Ruben. De flesjes staan al enige tijd stof te vergaren tussen allerlei ander lekkers, hoog tijd dus om de stofdoek boven te halen.

 
Lagavulin 1981/2000 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
Complexe neus met de herkenbare Lagavulin-elementen mooi verweven met de sherry. De zachte en zoete turf moet z’n best doen om de aandacht te trekken. Een lekkere kruidigheid (gember en kruidnagel), appelsien en zilt zorgen voor heel wat weerwerk. Ook in de mond komt ie me minder agressief en subtieler over dan andere Lagavulins. Turf en rook ja, maar met een zeer aangename toets die het midden houdt tussen bitter en zuur. Wat is de kruising tussen een citroen en een pompelmoes? Wat hout naar het einde, net zoals wat noten. Lange, verwarmende finish op citrus en rook. Zachte en complexe Lagavulin en minder op turf dan ik gewoon ben bij dit ‘merk’. 90/100
 
Lagavulin 1990/2006 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
De neus van de 1990 is zoet (suikerspin), rokerig (kampvuur) en zeer droog. Vrij veel hout. En zoethout, ook hiervan veel. Marsepein heb ik zeker nog, net als chocolade – echt wel veel ‘zoete’ associaties – en een beetje zilt. Niet al te veel fruit in deze, en als er al fruit te detecteren valt, is het citrus. De smaak is romig en zoet. Een stevige portie rook vermengd met wat zilt, espresso en ook hier veel zoethout. Geen al te lange, bitterzoete afdronk. Kruiden en turf maken hier de dienst uit. 87/100
 

In de 1981 speelt de sherry een grotere rol dan in de 1990. Ik weet niet of het dat is, maar ik heb een duidelijke voorkeur voor de 1981.

Distillers Edition

Diageo brengt van z’n Classic Malts regelmatig Distillers Editions uit. Dit zijn whisky’s die ‘double matured’ zijn, op twee vaten gerijpt dus. Eerst op een klassiek vat, daarna op een ander (porto, sherry, wijn, cognac…). De vraag is of we hier niet moeten spreken over finishes. Probleem is dat dat verschil niet altijd even duidelijk is. Waar leg je de grens? Hoe lang moet m.a.w. een whisky op een tweede vat rijpen om geen finish maar een double matured whisky te zijn? Soit, Diageo vermeldt op z’n flessen enkel de totale rijptijd, je weet als consument dus niet hoelang de whisky op het tweede vat heeft gelegen.

Dubbel gerijpte of gefinishte whisky’s kennen hevige voor- en tegenstanders. De eersten benadrukken dat deze rijpingswijze extra dimensies toevoegt aan een whisky, welke nooit via wijzigingen aan het distillatieproces of rijpingstijd verkregen kunnen worden. Tegenstanders vinden ze niet meer dan makkelijke uitbreidingen van het assortiment en een slimme manier om de gebrekkige kwaliteit van de whisky te maskeren. Het is duidelijk dat er een waarheid zit in beide strekkingen. De resultaten van een dubbele rijping zijn echter wisselvallig. Zoals in het dagelijkse leven kan een huwelijk slagen, maar ook mislukken (gho, wat mooi gezegd Johan).

Het is voor Diageo natuurlijk wel de bedoeling dat de whisky ondanks de tweede rijping z’n distilleerderijkarakter behoudt. Een Lagavulin Distillers Edition moet nog steeds door de klant herkend kunnen worden als een Lagavulin. De selectie van het vat is m.a.w. extreem belangrijk, een verkeerd gekozen vat kan de whisky onherkenbaar of zelfs kapot maken. De smaken van het vat moeten dus gematched worden met de smaken van de whisky. Zo zal een vat dat stevige smaken afgeeft, zoals een Pedro Ximinez sherry vat, enkel gebruikt worden bij ‘stevige’ whisky’s, zoals bv. diezelfde Lagavulin.

De Distillers Editions selection bieden een goede kennismaking met het fenomeen. De reeks werd gelanceerd in 1997. De whisky’s dragen het stempel van de distilleerderij en van de warehouse manager, vermelden distillatie- en botteljaar en hebben slechts een gelimiteerde oplage.

 
Clynelish ‘Distillers Edition’ 1991/2006, 46%, OB – Highland – 81/100
Tweede vat is hier Oloroso seco (sherry dus). Lekkere neus met hout, kruiden, iets van leer en veel fruit. Appel. En subtiele turf. Ook de smaak er erg complex: zoet, erg fruitig, beetje hout, beetje ziltig en heerlijk kruidig (kaneel!), maar alles mooi in balans. Lekkere droge en kruidige afdronk. Voor mij beter dan de klassieke 14y.
 
Talisker ‘Distillers Edition’ 1993/2006, 45.8%, OB 2006 – Skye – 76/100
Nope, hier heeft de tweede rijping (op Amoroso sherryvat) de whisky geen goed gedaan. Slecht kan je ‘m niet noemen, maar verbleekt bij de standaard 10y & 18y. Zoet, kruidig, zee… wel wat typische Talisker kenmerken, maar te droog op te tong. Te ‘woody’.