Spring naar inhoud

Posts tagged ‘distilleerderij’

Kilchoman

Het wordt tijd dat ik wat aandacht besteed aan Kilchoman, de jongste distilleerderij op Islay en de – voorlopig – meest westelijk gelegen van Schotland, in het plaatsje Bruichladdich. De opening van Kilchoman in 2005 was een uniek event, want het was van eind 19e eeuw geleden dat er nog eens een nieuwe distilleerderij werd geopend op het eiland. Na de sluiting van Port Ellen in 1983 telt Islay dus opnieuw acht actieve distilleerders.
Kilchoman teelt en mout trouwens een deel van de gebruikte gerst zelf (de rest betrekt het bij Port Ellen Maltings) en ook het rijpen van de whisky vindt plaats in hun eigen warehouses. 80% rijpt op bourbonvaten van Buffalo Trace, 20% op Oloroso sherry. Met een volume van 90.000 liter per jaar is het één van de kleinste distilleerderijen in Schotland. Distillery Manager is Malcolm Rennie.
Begin 2009 bracht Kilchoman z’n eerste whisky op de markt, een driejarige op 50 ppm en gefinished op sherryvaten. Deze proef ik vandaag samen met de tweede release die vorige week op de markt werd gebracht.

 
Kilchoman 3y ‘Inaugural release’, 46%, OB 2009, 8450 bottles – Islay
De neus geeft turf, rook, houtkool, assen… het ledigen van een barbeque de day after. Iets chemisch ook. Bubblegum sowieso (new make). Vanille en misschien een beetje fruit. Citroenen. Pfff, neen, deze neus kan me niet boeien. Smaak: het proberen ledigen van een barbeque de day after door hard te blazen, en dus met een bakkes vol assen zitten. Zeker in de afdronk zijn de assen te dominant. In de smaak probeert het zoets (stroopwafels, karamel) wat te counteren, maar slaagt daar maar gedeeltelijk in. De afdronk is lang en geeft zoals gezegd niet veel meer dan rook en assen. Ja, een ietsje kruiden misschien. Al bij al te weinig complex, daarenboven kan ik dit niet echt lekker vinden. 74/100
 
Kilchoman 3y ‘Autumn 2009 release’, 46%, OB 2009, 10000 bottles – Islay
Deze tweede release heeft drie jaar gerijpt op refill bourbonvaten en is dan 2,5 maand gefinished op sherryvat. Vrij snel blijkt dat deze beter is. Hij heeft meer body (ja, dat ontbrak ook aan de ‘Inaugural’) en is gelukkig ook complexer. De neus blijft natuurlijk stevige turf tentoonspreiden, maar ik heb ook vanille, fruit en speculaas. Oh ja, duidelijk speculaas. Geturfde speculaas, njummie. In de smaak rook, kruiden (kruidnagel, peper), een beetje hout en wat fruit. Pompelmoes, licht bitter. Ook een lichte zeeptoets, zonder te storen evenwel. De afdronk is ook bij deze erg lang op turf en kruiden. Nog niet smashing, maar al wel heel wat lekkerder dan de eerste. 81/100

Rosebank

Eén van mijn favoriete distilleerderijen is Rosebank. Ondertussen al 15 jaar in de mottenballen, maar ze hebben daar verdorie lekkere whisky geproduceerd.

De distilleerderij werd in 1842 door James Rankine opgericht en is gelegen aan de oevers van het Forth-Clyde kanaal in Falkirk, tussen Glasgow en Edingburgh. Op deze plaats werd al eerder whisky gedistilleerd, maar het was Rankine die de oude maltings van de Camelon Distillery converteerde in een nieuwe distilleerderij. De naam Camelon werd behouden. R. Rankine, James’ zoon, renoveerde de distilleerderij in 1864 en in 1894 werd de naam veranderd in Rosebank Distillery.
In 1914 stond Rosebank mee aan de wieg van de groep Scottish Malt Distillers, waarvan het sindsdien deel uitmaakte. Scottish Malt Distillers werd later overgenomen door Distiller Company Ltd (DCL), wat dan op zijn beurt overging in United Distillers, het huidige Diageo. In 1993 sloot Rosebank voorgoed z’n deuren. In 2006 werden delen van de gebouwen afgebroken om woningen te zetten, wat de hoop op een heropening meteen de grond inboorde. Een gedeelte van de opslagruimte doet heden ten dage dienst als Beefeater restaurant.

De whisky van Rosebank werd drie keer gedistilleerd, zoals wel meer het geval was (en is) bij Lowland whisky. Rosebank heeft over het algemeen een complex, bloemig en fruitig karakter.

De whisky wordt nog regelmatig gebotteld, veelal door onafhankelijke bottelaars.


Rosebank 15y 1990/2006, 59.5%, Blackadder Raw Cask, cask 1522, 294 bottles – Lowland – 80/100
Hogshead vat. Neus is eerst clean en scherp, maar komt zachtjes aan open. Zeker met wat water wordt ie echt wel lekker en redelijk complex. Zoet en bloemig met wat citrustonen. Groene appels. Ook de smaak is toegankelijker met water. Zacht en kruidig. Middellange afdronk op fruit en kruiden. Aangename whisky.
 
Rosebank 25y 1981/2006, 43%, The Nectar, Daily Dram – Lowland – 88/100
Botteling van Mario Groteklaes, The Nectar, in Daily Dram reeks. Het alcoholpercentage laat het niet uitschijnen, maar dit is wel degelijk een cask strength whisky. Veel fruit in de neus. Passievrucht en citrus. Beetje hars en zelfs een beetje turf. Beetje ‘coastal’ zelfs. Ook de smaak is lekker. Een echte fruit-bom: pompelmoes, citroen, appel… en weer die lichte turf. Heerlijk! Lange fruitige afdronk. Dacht me een fles aan te schaffen, maar voorraad was uitgeput voor ik er erg in had.

Ardbeg


 
Ardbeg is één van de zeven nog actieve distilleerderijen op het eiland Islay. Het ligt aan de zuidkust, ten oosten van Laphroaig en Lagavulin.

De geschiedenis van Ardbeg gaat terug tot het jaar 1794, toen Alexander Stewart z’n distilleerderij diende te sluiten. De (illegale) productie werd evenwel niet stilgelegd. In 1798 starte John McDougall samen met enkele boeren uit de buurt de bouw van een nieuwe distilleerderij, welke in 1815 officiëel van start ging en tot 1977 in het bezit van de familie McDougall bleef.
Eind 19e eeuw beleefde Ardbeg z’n hoogdagen. Geleid door twee McDougall zussen telde het 60 personeelsleden (vandaag zijn dat er een tiental) en klom de jaarlijkse productie tot meer dan 1 miljoen liter.
In 1959 werd een nieuwe vennootschap, de Ardbeg Distillery Ltd opgericht

In 1977 kwam Ardbeg in handen van Hiram Walker and Sons, dat later overgenomen werd door Allied Distillers. Allied Distillers bezat in die dagen verschillende distilleerderijen, waaronder ook Laphroaig. Het sloot de distilleerderij in 1981, om het in 1989 op verminderde capaciteit opnieuw op te staren. Het mouten van de gerst werd uitbesteed aan Port Ellen Maltings, dat heden alle distilleerderijen op Islay van mout voorziet. Hierdoor verloor de whisky een deel van z’n rokerig karakter.

Na een nieuwe sluiting in juli 1996 werd Ardbeg in 1997 overgenomen door Glenmorangie Plc. en heropend. Glenmorangie Plc., dat vandaag eigendom is van LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy), investeerde meer dan 1,4 miljoen BP in de verbouwing van Ardbeg en is er in geslaagd de traditie van de sterk geturfde Islay whisky nieuw leven in te blazen.
Ardbeg heeft een mash tun met een inhoud van vier ton en zes washbacks met een gezamenlijke inhoud van 168.000 liter. Per jaar wordt ongeveer 600.000 liter whisky geproduceerd.
De huidige Distillery Manager is Michael “Mickey” Heads die in 2007 Stuart Thomson opvolgde.
 
In 2000 is de ‘Ardbeg Committee’ opgericht, een genootschap dat Ardbeg-liefhebbers – zoals mezelf – over de hele wereld verenigt. Iedereen kan gratis lid worden via de website. Soms worden voor leden van de commissie speciale bottelingen uitgegeven.
 
Wat nog vermeldenswaard is, is dat de volledige productie van Ardbeg naar single malt gaat, wat in de whisky wereld vrij uniek is. Het water van de distilleerderij is afkomstig van Loch Iaran (Airigh Nam Beist) en Loch Uigeadail.
De whisky’s van Ardbeg behoren tot de meest geturfde van Schotland en hebben daarnaast over het algemeen ook een erg fruitig karakter.
 
Twee officiële Ardbeg bottelingen uit 2003:
 
Ardbeg Uigeadail, 54.2%, OB 2003 – Islay – 84/100
Lekkere neus van de zee, naast de te verwachten rook en turf. Wel minder turf dan de 10y. Vanille. Kruidnagel? Smaak ietsje minder, maar wel lekker. Zoet (zoethout?) en zilt, naast de turf. Ook wat bitters. Lange droge afdronk. Beter dan de 10y.
 
Ardbeg 25y ‘Lord of the Isles’, 46%, OB 2003 – Islay – 91/100
Sample van het Whiskyfest 2007 te Oostende. Lekkere Ardbeg neus met veel ‘zee’ (zilt & jodium), rook en sinaas. Zachte smaak, erg fruitig (citroen), zoet en ietsje bitter (karamel), beetje hout, peper en aangename turf. Complex. Erg lange afdronk, medicinaal, rokerig. Subtiel genieten!
 

Bruichladdich

Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd.
Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke.

Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie.
Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag.
In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar.

Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum.
Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year.
Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders.
Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte.

Enkele jaren geleden werd Bruichladdich onderwerp van een onderzoek van het Amerikaanse Defence Threat Reduction Agency (DTRA), toen bleek dat met het distillatiemateriaal chemische wapens konden worden gemaakt en het webcam systeem – op het distillatieproces te monitoren – werd gekraakt.

Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels:

  • Bruichladdich zelf, een overwegend niet tot licht geturfde malt (op enkele uitzonderingen zoals de 3D en de schitterende Infinity na).
  • Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM.
  • Octomore, s’ werelds zwaarst geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Nog niet geproefd, maar volgens mij kan je evengoed vloeibare asfalt drinken.

 
Lynne Mc Ewan, dochter van Jim, kwam enige tijd geleden een aantal recente bottelingen voorstellen in Tasttoe. Vandaag en morgen lees je wat ik er van vond. Van de bottelingen welteverstaan.
 
Celtic Nations, 46%, OB 2006, 7200 bottles – 75/100
Dit is een blend van Bruichladdich 1999 en Ierse geturfde whiskey, ik dacht van Cooley (Connemara). Turf indeed, in neus en smaak. Voor z’n 46% redelijk alcoholische neus, waarschijnlijk door de jonge leeftijd. Wat zoet ook. En duidelijke citrus. De smaak is dan eerder fruitig. Wit fruit. Appel en peer. Weinig complex, te jong. Afdronk op turf en granen.
 
Bruichladdich 12y, 46%, OB 2006 – Islay – 72/100
Beetje een tegenvaller. Redelijk fruitig (neus) en maltig (smaak van graan, mout), maar niks bijzonder. Minder door z’n voorganger, de 10y.
 
Bruichladdich Links V ‘Liverpool’ 14y, 46%, OB 2006 – Islay – 80/100
Fruitig en zoet. Perzik, honing, beetje vanille. Licht geturft. Mooi in balans. Lekkere whisky.
 

Benriach

En dan nu een streepje Benriach (spreek uit ben-rie-ak), distilleerderij uit Lossie, streek in het hart van Speyside. Benriach = ‘gespikkelde berg’.

Na in 1897 de Longmorn distilleerderij gebouwd te hebben, stampte John Duff een jaar later Benriach uit de grond. In 1900 werden beide distilleerderijen verkocht, waarop de nieuwe eigenaar Benriach meteen sloot. Het mouten werd evenwel niet gestopt (voor Longmorn o.a.). Pas in 1965 werd de productie er terug opgestart. In 1977 kwam Benriach in handen van Seagram, dat in 1985 de productiecapaciteit verdubbelde (twee naar vier stills). In de jaren tachtig werd er op Benriach ook getrufde whisky gedistilleerd, welke we nu terugvinden in recente bottelingen. Deze peated malt is erg clean en verschilt in die zin erg van de meeste geturfde eilandwhiskies, welke over het algemeen een stuk medicinaler zijn.
In 1999 sloot Benriach opnieuw. In 2001 werd de distilleerderij overgenomen door Pernod-Ricard die het in 2002 weer sloot en 2004 doorverkocht aan het Zuid-Afrikaanse Intra Trading van Billy Walker.

Alan McConnochie, Benriachs distillery manager, stelde onlangs enkele nieuwe bottelingen voor. Hieronder en volgende dagen een verslag. Beginnen doen we met twee standaard, non-peated, non-finished bottelingen.
 
Benriach 12y, 43%, OB 2006 – Speyside – 75/100
30% 13y second fill bourbon, 30% 13y third fill bourbon, 40% 14y reracked in Sherry Oloroso cask. Lekkere neus met honing en veel fruit. Iets subtiel kruidigs ook. En bloesems. Ook smaak is erg fruitig en zoet (vanille en caramel) en ook hier weer iets kruidigs. Easy drinking.
 
Benriach 25y, 50%, OB 2006 – Speyside – 80/100
Samenstelling van deze botteling: 20% first fill Oloroso sherry vat, 60% second fill Oloroso sherry vat en 20% nieuwe eiken vaten. Wat zoete neus (honing) met hout (de sherry), appels, zoethout, mosterd en lichte turf. Ook duidelijke sherry in de smaak: hout, appels, sterke thee. Beetje bitter. Maar ook kruiden (peper) en honing. Middellange afdronk op hout en sherry. Best lekker.

Port Ellen

Zoals je in m’n sidebar kan lezen, staat Port Ellen op 3 in mijn top 10 van favoriete distilleerderijen, maar de top 3-4 ligt behoorlijk dicht bij elkaar. De Port Ellen distilleerderij ligt aan de zuidkust van Islay in het gelijknamige dorp, ten westen van Laphroaig en werd in 1825 opgericht door A. Mackay and Co.. In 1836 werd ze overgenomen door John Ramsey die als eerste een ‘spirit safe’ in gebruik nam en eveneens als eerste z’n whisky exporteerde naar de States. Distillatie lag plat tussen 1929 en 1966, om in 1967 met verdubbelde productiecapaciteit (twee extra stills) te herstarten. In 1973 werd er op Port Ellen een mouterij gebouwd, die nu nog steeds de verschillende distilleerderijen op Islay bevoorraad.
Door de huidige eigenaar Diageo definitief gesloten in mei 1983 (why oh why?), licentie teruggegeven in 1992 (idem), waardoor het behoorlijk onwaarschijnlijk is dat de distilleerderij ooit opnieuw wordt opgestart. Nu ja, de afbraak is volop bezig, laat ons onze wensen dus maar niet voor werkelijkheid nemen.

De productie tussen 1967 en 1983 wordt geleidelijk op de markt gebracht, zowel door onafhankelijke bottelaars als door Diageo. Deze laatste o.a. via twee Rare Malts eind vorige eeuw en vanaf 2001 via een jaarlijkse release. Van deze releases hebben er tot op heden zeven het licht gezien. Vermits de voorraden in dalende lijn gaan, maken de prijzen een omgekeerde beweging, oude bottelingen halen vaak 500 euro en meer. Nu ja, de reputatie van Port Ellen doet hier ook geen goed aan.

De whisky’s van Port Ellen worden gekenmerkt door hun complex aroma van turf, zilt en kruiden. Een Port Ellen op sherry vat waarbij de turf en de sherry perfect in harmonie zijn, is de hemel op aarde.
 
Port Ellen 24y 1982/2007, 57.8%, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464, 168 bottles – Islay – 93/100
Sherry cask gebotteld voor The Nectar Belgium. Heerlijke, complexe neus met zee-associaties (zeelucht, zilt, zeewier…), maar ook een lichte zoetigheid, appel, rook, nat hout. Licht zoete smaak met een grootse turf-explosie. Citrus (pompelmoes), zilt en een beetje kruiden. Lange, droge afdronk met zilt en turf. Beperkte sherry invloed, maar alles toch mooi in balans, complex en krachtig. I love it!

Lagavulin

De Lagavulin 16y was voor mij – en waarschijnlijk niet alleen voor mij – dé whisky die de passie heeft aangewakkerd. Het is immers een whisky die makkelijk verkrijgbaar, betaalbaar (een 40 euro in den Delhaize) én daarenboven ook nog ’s geweldig lekker is. Prijs/kwaliteit top m.a.w.. Wel hoor je vaak zeggen dat deze whisky over de jaren heen wat aan kwaliteit heeft ingeboet, en dat de recente bottelingen niet meer kunnen typen aan de superieure Lagavulins van eind jaren 80, maar ook niet meer aan deze van de jaren 90. Onlangs kon ik een recente botteling van de 16y proeven, en aangezien er nog een klets in mijn eerste fles van 1999 zat, was dit de ideale gelegenheid de proef op de som te nemen en beide eens tegenover elkaar te zetten.

Lagavulin ligt aan de zuidkust van Islay, tussen Ardbeg en Laphroaig in, en werd in 1813 opgericht door John Johnston. In 1816 kreeg Lagavulin met Kildalton er een zuster-distilleerderij bij. Vanaf 1837 werden de activiteiten samengevoegd. Vervolgens ging Lagavulin over in verschillende handen tot Peter Mackie in 1878 het roer overnam. Hij lanceerde de ‘White Horse’ blend, bouwde in 1908 een nieuwe distilleerderij Malt Mill (sinds 1960 onderdeel van Lagavulin) en ging een harde concurrentiestrijd aan met de buren van Laphroaig. Na de dood van Peter Mackie is Lagavulin opnieuw verscheidene malen van eigenaar veranderd om uiteindelijk in de portefeuille van Diageo te belanden.
 
Lagavulin 16y, 43%, OB 1999 – Islay – 91/100
Mijn kennismaking met Islay dus, en met lekkere whisky in het algemeen, en wat voor een kennismaking… een echte (turf) bom! Smooky. Lichte sherry in neus en smaak. Smaak van de zee, zeewier en zilt. Licht zoet. Honing? En de afdronk, die blijft maar duren. Dé klassieker onder de turf whiskies. Heb ik hier nog ergens een sigaar liggen?
 
Lagavulin 16y, 43%, OB 2007 – Islay – 88/100
In vergelijking met de 1999, valt deze recente botteling me inderdaad toch wat tegen. Het blijft een heerlijke whisky, maar niet meer zo smashing als de oudere versie. Eerder Bourbon karakter naast de turf en het zilt.

Arran

Jonge distilleerderij op het gelijknamige eiland, gesticht in 1995 door Harrold Currie (ex Chivas). Korte geschiedenis, dus niet veel meer over te vertellen. Misschien wel dat Arran het alleenrecht heeft verworven om de naam van Robert Burns, Schotlands beroemdste dichter, te gebruiken ter promotie van z’n whisky’s. Omdat de oudste whisky die het kan bottelen een goeie 12 jaar oud is, probeert Arran zijn beperkt aanbod aan te vullen met finishes. Hierover binnenkort meer.
Enige tijd geleden kon ik in Tasttoe (whiskyshop Kampenhout) een tasting bijwonen van een aantal officiële Arran bottelingen, gepresenteerd door de bevallige Jacklyn Kelly, maar dit volledig terzijde. Hieronder al enkele notes (morgen meer).
 
Arran Robert Burns blended 5y, 40%, OB 2006 – Isle of Arran – 71/100
40% malt – 60% grain. Ja ja, ook blends kunnen best lekker zijn! Neus: sherry en banaan. Smaak: droog met zoete vanille. Voor een blend een behoorlijk lange, lichte afdronk.
 
Arran Robert Burns Malt 5y, 40%, OB 2007 – Isle of Arran – 73/100
Erg lichte, frisse malt met veel fruit (appel, citroen) en lichte zoetigheid. 0 ppm (‘parts per million’, fenolen) zoals de andere Arrans en mede daardoor een atypische eiland-whisky. Wild word ik er niet van, maar wel ideaal als aperitief of in de zomer op een terrasje.

Laphroaig 17y 1989, Feis Ile 2007

Ik had me daarnet voor de televisie genesteld met een opgenomen aflevering van de tweede reeks van het onvolprezen Extra’s. Tweede reeks die ik trouwens nóg beter vind dan de eerste. Had me er een al even schitterende whisky bij ingeschonken, de Laphroaig 17y 1989 (Feis Ile botteling).

Laphroaig is zonder enige twijfel één van mijn favoriete distilleerderijen, zeker wat prijs/kwaliteit van hun standaardbottelingen (10y, 10y cask strength, 15y…) betreft. De distilleerderij – gesticht in 1815 door de gebroeders Johnston, leden van de MacDonalds klan – ligt naast Lagavulin aan de zuidkust van het eiland Islay. De naam Laphroaig is Gaelic voor ‘het prachtige dal bij de uitgestrekte baai’. Door de jaren heen is Laphroaig enkele malen van eigenaar veranderd om uiteindelijk in de portefeuille van het Amerikaanse Fortune Brands te belanden. Laphroaig heeft momenteel zeven actieve stills: drie wash stills voor het eerste distillaat, de ‘Low Wines’ (op ongeveer 22% alcohol) en vier spirit stills voor de tweede distillatie (resulterend in 68%).
Het overgrote deel van de productie gaat – zoals bij de meeste distilleerderijen – naar blends, voor Laphroaig logischerwijze blends van Fortune Brands, w.o. Long John en Islay Mist. De whisky’s van Laphroaig worden gekenmerkt door een sterk medicinaal aroma.

Dit 17 jarig distillaat van 1989 werd speciaal voor de Friend of Laphroaig (FOL) gebotteld tijdens het Feis Ile 2007 whisky festival op Islay, ter gelegenheid van de opening van de nieuwe Friends of Laphroaig lounge in de distilleerderij. Als lid (ja ja, ik ben de trotse eigenaar van een ‘lifetime lease on a square foot of Islay’) kon ik maximum drie flessen bestellen. £50 de fles, maar gaan nu al makkelijk het dubbele op eBay. Pretty good investment I’d say… nu ja, investment, één heeft er al aan moeten geloven en een tweede volgt spoedig. Bon, de proefnotities nu.
 
Laphroaig 17y 1989, Feis Ile 2007, 50.3%, 4000 bottles – Islay – 90/100
Neus komt me minder medicinaal voor dan andere Laphroaigs, maar is wel erg lekker. Turf, zoete turf, maar niet te dominant. Goed zo! Marsepein, vanille en fruit (appel). Ook smaak is wat zoet. Geconfijt fruit. Vanille. En dan de turf. Mooie balans. Fantastische, lange finish, op zalige turf. Twee punten extra voor de afdronk, resulterend in een verdiende 90 punten.