Spring naar inhoud

Posts tagged ‘61%’

Glen Mhor 22y 1979, Rare Malts Selection

Glen Mhor is één van de vele distilleerderijen die opgericht is op het einde van de negentiende eeuw, tijdens de zogenaamde whisky-boom. Diageo, vanaf 1972 eigenaar, sloot de deuren in 1983. En dat was definitief, want drie jaar later werd Glen Mhor letterlijk met de grond gelijk gemaakt.

 

Glen Mhor 22y 1979/2001, 61%, Rare Malts Selection
Zoals wel vaker bij de Rare Malt whisky’s, start de neus behoorlijk alcoholisch, clean en wat scherp. Eik, vernis, alcohol, vers gemaaid gras, varens, kalk… Maar het slaat snel om, onder andere dankzij tonen van vanille, sappig wit fruit zoals meloen, appel en perzik, kruiden zoals zoethout, en zachte rook. Sigaren en tabak. Water toevoegen, brengt chocolade, noten en leder naar voor, het wordt complexer en de scherpte verdwijnt volledig. Stevig, verwarmend en licht drogend in de mond, op smaken van eik, vanille, peper, kaneel, munt, noten, meloen, perzik en chocolade. Zelfs wat merengue. Met water meer fruit, nog een beetje zilt, en ook hier een zachte rokerigheid. Middellange, droge afdronk op hooi, bijenwas, een beetje leder en lichte rook. Erg lekkere Glen Mhor, maar water is zeker een meerwaarde. Zonder is het een punt of drie minder. 87/100

Advertenties

Nikka ‘Single Coffey Grain’ 2000

Na de Single Coffey Grain 1997, nu de 2000 van Nikka.

 

Nikka ‘Single Coffey Grain’ 10y 2000/2010, 61%, cask 23993
Nog scherper op de neus dan de 1997, het is dan ook nog 3% hoger in alcohol. Naast de vanille, eik en granen die ik ook al in de vorige overvloedig had, valt hier vernis op. Kokos, amandelen en munt tekenen ook in de 2000 present. Maar die vernis begint toch wel wat te storen. Water helpt hier een beetje, maar niet veel. De smaak is erg explosief. Vanille, pompelmoes, peper, eik, granen, kokos… dat zijn geen verkeerde smaken, maar het is toch allemaal vrij simpel en vooral scherp. Water maakt het natuurlijk wat minder scherp, en dus wat ronder en zoeter, maar echt lekker kan ik dit niet vinden. Vrij lange, droge en licht bittere afdronk. Toch een trap(je) lager dan de 1997. 75/100

Octomore 5y ‘Comus’

We keren even terug naar Octomore. Na de 4.1. die ik best te pruimen vond, proef ik nu de 4.2, ook op astronomisch turfgehalte (167 ppm – let wel, dat gaat dan altijd over hoe zwaar de malt geturfd is, dat zegt uiteindelijk weinig over het turfgehalte van de whisky zelf). Deze is echter gefinisht op Chateau d’Yquemvaten. De naam van deze botteling verwijst naar Comus, de zoon van Bacchus, die we natuurlijk wel allemaal kennen.

 

Octomore 5y 04.2 ‘Comus’, 61%, OB 2012, 18000 bottles, chateau d’Yquem finish
Ook bij deze valt de turfrook wel mee. Hij is er – natuurlijk – maar hij is niet zo overweldigend dan je wel zou denken. Deze whisky is ook fruitig en zoet, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Wat het fruit betreft, denk ik aan perzik en abrikoos, peren en rode appels. Qua zoete tonen noteer ik cake, honing en nougat. Maar daar stopt het niet bij. Ik heb ook leder, hooi en een beetje bijenwas. Zilt ook nog. En peper. En een klein beetje hars. Erg lekker vind ik dit. Stevig en olieachtig mondgevoel, de smaak verweeft perfect de zilte en rokerige aroma’s van de whisky met de zoete en fruitige aroma’s van de Sauternes. Turfrook, teer, zilt en zeewier aan de éne kant, abrikozen, perziken, druiven en meloen aan de andere. Leder, hooi en noten vullen aan. Lange afdronk, rokerig en zoet. Lekkerder nog dan z’n voorgangers. De finish op Chateau d’Yquem heeft hier blijkbaar een erg positief effect gehad, het voegt een heerlijke complexiteit toe. 89/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, Berry Bros

Berry Bros bracht recent een tweede ‘peat smoked’ Springbank uit. In 2009 hadden we al vatnummer 71. Zoals we weten, bottelt Springbank hun geturfde whisky onder de naam Longrow. Berry Bros echter heeft nog nooit een whisky onder de naam Longrow gebotteld, zij houden het dus op peat smoked Springbank.

 

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 61
De neus start op dezelfde olieachtige turf die ik ook in de 2009 botteling had en die typisch is voor Longrow. Lijnzaadolie, inderdaad. Ook dat mineralige heb ik hier, net als de mercurochroom (wat medicinaal). De neus lijkt me alvast vrij gelijkend, én even lekker. Wat ik hier ook nog wel heb en niet genoteerd heb bij de 2009, is teer en citrus. Sinaas, mandarijn. En potloodslijpsel. Na verloop van tijd meer en meer kruiden uit de tuin (tijm, roosmarijn, laurier). Vol, rond, dik en vettig in de mond. Olieachtig, inderdaad. Complex ook. Zachte turf, olie, zilt, mineralen, citrus, honing. Net als op de neus zetten kruiden zich na enige tijd door, maar dan de spicy kind. Ik denk aan nootmuskaat en gember. Wat vegetale tonen. Middellange afdronk, clean en complex, gedomineerd door zoete turf, kruiden en citrusfruit. Knappe whisky en even heerlijk als Berry Bros’s botteling uit 2009. 90/100

Weedram Masters – Het tweede paar

Voor het tweede koppel zorgde Longmorn (eigenlijk Bert, maar soit): de standaard 16y zij aan zij met een vrij legendarische 1969/1991 van Gordon & MacPhail, waarvan er trouwens twee versies bestaan. Wij kregen de G&M Cask white label ingeschonken, er bestaat ook een G&M for Intertrade (Highlander Label, Turatello). Verschillende bottelingen, dezelfde whisky. Reken op 300, 350 euro op veilingen of bij verzamelaars.

 
Longmorn 16y, 48%, OB 2011
Deze besprak ik eerder al, ik ga er van uit dat dit dezelfde batch is. Frisse, fruitige whisky, niet echt complex maar foutloos.
 
 

Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M Cask, White Label
Yééhaa, dit noemt men een stevige neus. Punchy! Alcoholisch, ja, maar de schitterende sherry laat zich meteen kennen. Veel rood fruit, noten, kruiden, koffie en tabak. Dat fruit krijgt op de duur zelfs een tropisch karakter. Iets zalig zurigs zit er ook in, iets wat ik niet onmiddellijk kan thuisbrengen. Limoen, dat in ieder geval wel. Pollen en bijenwas. Zachte rook. Die rokerigheid wordt nog versterkt met wat water toe te voegen. Alhoewel water, ondanks het alcoholpercentage niet noodzakelijk is. Deze whisky is inderdaad perfect drinkbaar op 61%. Krachtig, dat spreekt. Mondvullend, brandend. Opnieuw veel fruit: roze pompelmoes, sinaas, frambozen, perzik, meloen. Noten, karamel, espresso, eik. Een afdronk op het fruit van de smaak, peper, vanille en eik, blijft lang hangen. Best veel eik in deze Longmorn, maar op geen enkel moment storend, de andere smaken krijgen vrij spel. Een dijk van een whisky. 93/100
 

Blij deze eens geproefd te hebben, stond al lang op m’n verlanglijstje. I get the fuss…

Drie geweldig lekkere Japanners

Hakushu 12y, 43%, OB 2007 – Japan – 84/100
Hakushu – spreek uit ‘haksjoe’ – is één van de distilleerderijen onder de Suntory vlag. Deze 12 jarige whisky heeft een lekkere, zoete en fruitige neus. Vanille, honing, kruisbessen… Ook de smaak is behoorlijk zoet (vanille), maar ook kruidig en eindigt in mooie turf. Middellange, droge afdronk. Ja, die Jappen kunnen whisky stoken.
 
Yamazaki 1990/2008, 61%, OB 2008, cask ON70646, 506 bottles – Japan – 88/100
Laat het duidelijk zijn, vat ON70646 was een sherryvat. Als de kleur nog niet doorslaggevend was, neemt de geur en de smaak alle twijfel weg. Neus met veel hout, koffie, tabak en donkere chocolade. Met water zoeter. Karamel, rozijnen en noten krijgen we dan. Ook smaak is een pak toegankelijker met water. Fruit, rood fruit vooral, maar ook tabak, koffie en andere typische sherry associaties die we ook in de neus aantroffen. Glühwein! Lange, droge en peperige finish. Top sherry!
 
Hanyu 22y 1986/2008, 58.4%, Closed Distilleries, cask 2812, 305 bottles – Japan – 90/100
De Hanyu distilleerderij, gelegen in de buurt van Tokyo, werd opgericht in 1946 en sloot z’n deuren in 2004. Erg lekkere, fruitige neus. Karamel ook, en hout. Kruiden. Hint van rook. Elegant en complex! Ook de smaak is meer dan ok. Weer veel fruit, hout, peper. Geen water nodig. Mooie, lange afdronk. Wreed lekkere Hanyu.

Een schep turf

Port Charlotte PC7 2001/2008, 61%, OB 2008 – Islay – 83/100
Derde batch na de PC5 en de PC6. Alcoholpercentage zorg voor een stevig mondgevoel. Wham bam, en dan turf, turf turf. Ook een beetje zilt. Op het eind wordt ie wat peperig. Lange afdronk op turf en kruiden. Best aangenaam hoor, maar als je op zoek bent naar complexiteit ga je die hier niet vinden. Misschien moet ik eens water gebruiken bij een volgende tasting van deze Port Charlotte.
 
Benriach 21y ‘Authenticus’, peated malt, 46%, OB 2007 – Speyside – 85/10
Stevige turf-neus, met ook iets zoets (honing), iets kruidigs en na een tijdje ook wat citrus. Smaak wordt behoorlijk gedomineerd door de turf. Daarnaast ontwaar ik een beetje kruiden (peper) en zoethout. Het fruit is zo goed als weg. Hij start vrij zoet, maar wordt bitterder naar het eind. Bittere chocolade. Ja, nu duidelijk erg bittere chocolade. Lange, bitterzoete afdronk op turf en pure chocolade. Erg lekkere whisky, spijtig dat de balans met het originele Speyside-karakter zoek is, ik geef de voorkeur aan de klassieke 20-jarige.

Twee Jappen

Nikka Yoichi 1987/2005, 61%, OB, cask 89714, Warehouse no 24 – Japan – 68/100
Een sherryvat. Staat er wel niet bij, maar kleur en neus verraden alles. Hout, noten, rubber, gedroogd fruit. Smaak van (erg) sterke thee. English breakfast that is. Behoorlijk bitter en droog. Veel hout. Misschien help wat water, want is tenslotte een botteling op 61%. Nope, brengt weinig bij, blijft te wrang. Ook de eerder korte afdronk is erg droog met hout en zoethout. De sherry is hier veel te dominant voor mij.
 
Karuizawa 16y 1991/2007, 62.5%, OB, cask 3318 – Japan – 76/100
Nog een sherryvat. Neus blijft zonder water eerder gesloten. Rubber. Vernis. Met water komen er naast de sherry fruitige en bloemige tonen door. Noten ook. Ook drinken doe je ‘m best met wat water. Dan krijg je zoet en kruiden. Zoethout. Vrij lange, droge afdronk.