Spring naar inhoud

Posts tagged ‘30yo’

Highland Park 30y 1981, The Whisky Agency

Ik proefde deze Highland Park reeds enkele maanden geleden, toen ie nog geen 30 jaar oud was. Ik was er toen volledig weg van. Toch zie ik me verplicht ‘m nog eens te proeven, enkele maanden extra rijping kunnen het profiel immers (soms zelfs drastisch) wijzigen. Oké, ik geef toe, elke reden is goed deze nog eens te proeven. Pas in de winkel, maar volgens mij al uitverkocht…

 

Highland Park 30y 1981/2011, 52.2%, The Whisky Agency, Fungi, ex-bourbon wood, 198 bottles
Bingo! Pure Highland Park neus: heide (enorm), honing, sinaas, veel pollen, turfrook (maar duidelijk heideturf): de typische markers voor Highland Park. Nat hooi ook, wat deze neus een zalige ‘farmy’ toets geeft. Daarna komt er meer fruit door. Kruisbessen, kokos en de sinaas dus. Rijpe sinaas. Die heide die van in het begin zo op de voorgrond trad, wordt nu eerder verbrande turf. Is dat storend? Forget it, I just love it! Zoethout ook en een beetje bijenwas. Warm zaagsel niet te vergeten. Man, wat vind ik dit goed. Krachtig en romig mondgevoel, en al even typisch Highland park als de neus: heide, smeuïge honing, overrijpe sinaas en prachtige heideturf. Nootmuskaat en zoethout zorgen voor een lekkere kruidgheid. Kokos opnieuw. En mooie eik. Lange, verwarmende afdronk, perfect in het verlengde van de smaak. Een prachtige en uitgepuurde Highland Park. 92/100

Brora 30y 2010

Ik heb hier al enige tijd een sample van de officiële Brora 30y 2010 staan. Van vorig jaar dus. Ondertussen is de nieuwe uit, ik zou misschien beter wachten en beide naast elkaar zetten. Maar ik ben geen masochist, ik wacht niet langer!

 

Brora 30y, 54.3%, OB 2010, 2958 bottles
Zoet-rokerige neus zonder de typische boerderijtoestanden uit eerdere batchen. Veel zoete citrus, groene appels, marsepein (amandelen), gedroogde pruimen, zilt en kruiden. Bijenwas, maar met mate. En na enige tijd een frisse, prikkelende mineraliteit. Met water groeit de rook en de was. De smaak gaat hier op verder. Rook en zoete kruidigheid of zoete rokerigheid en kruiden, wat je verkiest. Verder noteer ik sinaas, vanille, perzik, zilt, bijenwas, lijnzaadolie en mineralen. Iets licht medicinaals. Kruidenthee (ijzerkruid?). Gekonfijte gember. Romig, olieachtig mondgevoel. Zeer drinkbaar zonder water, maar met water typischer Brora (meer was én licht farmy). Lange afdronk waar het zilt, de was, de rook en de vanille elkaar mooi in evenwicht houden. Ha, een klein beetje eik hier, iets wat ik daarvoor niet had. Soit, een typische 90 punten voor mij. Geslaagd met vlag en wimpel. 90/100

Talisker 30y 1953, G&M Black Label

Glenlivet 1954, Glenburgie 1966, Lochside 1966, Ardbeg 1977… ik heb me de laatste tijd blijkbaar wat laten gaan. Maar laat ons de decadentie nog even rekken, ik heb hier nog veel te veel lekkers staan: o.a. Longmorn 1969, Brora 30y en deze Talisker 1953.

 

Talisker 30y 1953, 40%, Gordon & MacPhail Black Label, 75cl
Neus: waxy! Zalige bijenwas vermengd met citrus, sappige peren, honing, oud leder en een beetje turf. Mineralig ook wel, zalig mineralig that is. Natte stenen. Wat zilt ook nog. Smaak: waxy! Again. Hier heb ik de citrus terug, net als het zilt, peper en de turf. Een beetje bitter, maar o zo aangenaam bitter. Maar ook iets zurigs, maar o zo…. juist ja. Citroenen, zelfs iets van yoghurt. Balsamico. Lange afdronk op allerlei specerijen, honing en turf. Superieure oude Talisker, en na bijna 30 jaar achter glas geen vleugje old bottle effect te bespeuren. 93/100

Tomatin 30y

Na de Decades vandaag een Tomatin waar niets jonger dan dertig jaar oud in zit, ook een botteling van zowel Europese als Amerikaanse eiken vaten.

 

Tomatin 30y, 46%, OB, European & American oak casks
Ook dit blijkt een lekkere Tomatin te zijn. Directer dan de Decades maar minder complex. De neus combineert heel mooi wit fruit à la appel, peer en meloen, met eik en kruiden. Vanille en wat honing ook. Na enige tijd maakt het wit fruit plaats voor woudvruchten en komt er leder door. Op de smaak roept in eerste instantie het fruit het hards om de aandacht, na enige tijd doet ook de eik serieus z’n best. Het fruit is eerder tropisch van aard, naast sinaas en appels. De eik en kruiden (gember en zoethout) maken het geheel wat drogend. Mist hier toch wat complexiteit. Middellange, drogende afdronk. Zalige neus, een iets te weinig complexe smaak. De prijs is ongeveer het dubbele van de Decades, ik weet wat kopen. 86/100

Macallan 30y 1980, Prenzlow Portfolio Collection

De Macallan 1980 die ik nu bespreek, werd gebotteld door Jack Wieber in z’n Prenzlow Portfolio Collection. Alfred Prenzlow is kunstenaar en gekend om z’n tekeningen en schilderijen van het distilleerproces en distilleerderijen. De whisky’s onder dit label krijgen dan ook een passend label mee, en worden op een uitzondering na alle gebotteld op 120 flessen. Hier vind je meer info terug over de collectie.

 

Macallan 30y 1980/2010, 49.6%, Jack Wiebers Whisky World, Prenzlow Portfolio Collection, cask 16447, 120 bottles
Bitterzoete sherryneus op de schil van sinaas, donkere chocolade (orangettes, inderdaad), praliné, butterscotch, kandijsuiker, geroosterde noten, rozijnen, pruimencompot, eik en een klein beetje rook van het hout. Een lichte waxyness. Aangenaam, en meer dan dat. Best stevig op de tong. Romig ook, op kandijsiroop, zoete appels, sinaas, rozijnen, cake en kruiden. Qua kruiden denk ik aan nootmuskaat en kruidnagel. Licht drogend. En ook hier een toefje rook. Lange, bitterzoete afdronk op kruiden, gekonfijt fruit en wat eik. Erg lekkere Macallan, vooral de neus is dat. 87/100

Billy Bragg & Macduff

Hoog tijd voor een streepje muziek, was weer veel te lang geleden. Billy Bragg (op bijgaande foto: Jeroen Moernaut binnen 20 jaar), dat is jeugdsentiment maar toch ook nog veel actueel luistergenot. Ik had zonet het wondermooie Way over Yonder in the Minor Key spelen dat hij samen met Wilco opnam, een recenter nummer. Maar ik grijp zeker even graag terug naar z’n ouder werk. Zoals Back to Basics wat ik nu afspeel, een verzamelalbum van z’n eerste drie platen, uit 1987. Man, we worden oud…

En Billy Bragg nog ouder, want hij werd geboren in 1957, als Steven William Bragg. Eerst speelde hij in een aantal bandjes waaronder het mede door hem opgerichte Riff Raff, om na z’n legerdienst solo als Billy Bragg te debuteren met Life’s a riot with spy vs. spy. Na zich bij John Peel (BCC) binnengewerkt te hebben, groeide z’n populariteit, benefietoptredens voor stakende mijnwerkers en andere sociale acties droegen hier nog verder toe bij.
Bragg trad meestal solo op, maar ook op z’n eerste albumopnames begeleidde hij zichzelf enkel op een (aftandse) gitaar. Op latere albums zoals het knappe Don’t Try This at Home werd hij echter begeleid door een band. Enkele jaren radiostilte – na vader te zijn geworden – luidde een nieuwe periode in. Hij wierp zich o.a. op het werk van Woody Guthrie en trad op met z’n nieuwe band The Blokes. Vanaf 2003 speelde hij weer meestal solo. Z’n laatste plaat uit 2008 kreeg de titel Mr Love & Justice mee.

Bragg’s muziekgenre laat zich niet eenvoudig omschrijven, hij is eigenlijk een genre op zich. De invloeden in z’n muziek komen zowel uit de folk als uit de punk. Zijn sociaal engagement vind je ook terug in z’n teksten. Deze zijn vaak maatschappij- en politiek-kritisch, hij schopt graag tegen de schenen van het establishment en vertegenwoordigers van het kapitaal. Laat ons zeggen dat hij zich perfect in z’n vel voelt als ‘working class hero’. Dit links engagement zorgde er trouwens voor dat Bragg één van de weinige artiesten was die tijdens de Koude Oorlog achter het Ijzeren Gordijn Gordijn kon optreden.
Billy Bragg’s bekendste nummers zijn waarschijnlijk Sexuality en A New England, dat nog gecoverd werd door Kirsty MacColl.
Toch wel een prachtige plaat die Back to Basics (Which Side Are You On, The Man In The Iron Mask, Island Of No Return, Between the Wars… klassiekers). En weet je wat ik ook prachtig vind, de nieuwe Macduff 1980 van Malts of Scotland. Samen met de twee Caperdonichs 1972 en de Glen Keith 1970 voor mij zowat de vaandeldrager van de nieuwe releases.

 

Macduff 30y 1980/2011, 54.1%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6707, 175 bottels
Njummie, die neus is goed! Sappig fruitig. Rijpe peren. Banaan. Ananas. Dat fruit vermengt zich met acaciahoning, geroosterde noten en geboend leder. Geroosterde granen ook, en toast. Pollen. Nat hout. Zéér mooie neus. Zachte, romige smaak die start op gestoofd fruit, mandarijn, verse vijgen en cake. Na enige tijd rozenbottel, rabarber en licht tropische smaken. Meloen. De ananas opnieuw. Zachte kruiden op de achtergrond en een beetje eik, maar ook dat achterliggend. Middellange, fruitige afdronk met nootmuskaat en zoethout. Zeer mooie Macduff. 139 euro. 89/100

Glenugie 1966, Signatory dumpy

Volgende in het rijtje feestwhisky’s is een Glenugie 1966 van Signatory, een dumpy botteling van 1996. Ik weet niet meer waar ik dit sampletje vandaan heb, maar wat maakt het uit.

 

Glenugie 30y 1966/1996, 58%, Signatory, cask 848, 180 bottles
Fruity! Erg fruitige neus (ik proef de laatste tijd precies niet veel anders dan fruitbommen, watch this space – niet dat ik dat erg vind), heel aromatisch. Appels vooral. Ook wat papaja en ananas. Lichte florale toetsen erdoorheen, net als wat kruiden, wat eik en de geur van aarde. Een heel lichte rokerigheid. En een even lichte farmyness annex waxyness. Subtiel en complex. Perfect drinkbaar op 58%, straf! Ook hier zijn subtiel en complex de kernwoorden. Opnieuw heel veel fruit. De nadruk ligt op perzik hier, maar in het midden en het einde meer tropisch fruit. Honing ook, net als kruiden. Kruidnagel, beetje peper. Eik, maar nooit té. Kandij, dat samen met de honing voor de zoete toetsen zorgt. Met water komt er een heerlijke waxyness bovendrijven. Een hint van turf. Lange, filmende en pittige afdronk met het fruit, de kruiden en de eik die elkaar mooi in evenwicht houden. Prachtig! 92/100

The Dalmore 30y

Bijzonder aan The Dalmore Distillery is dat het gebouwd werd met de bedoeling het te verhuren. In 1839 stichtte Alexander Matheson de distilleerderij en verhuurde het aan de familie Sutherland. Eén van de leden van deze familie, Margaret Sutherland, huurde het van 1860 tot 1866. Haar bijnaam was ‘Sometime distiller’ aangezien zij maar af en toe aanwezig was en de productie meer stil lag dan wat anders.
De Dalmore 30y die ik vandaag bespreek werd gebotteld rond 2003 en daarna is er volgens mij geen nieuwe dertigjarige meer gebotteld. Let op, dit is niet de bekende 1973 Gonzales Byass sherry finish.

 
Dalmore 30y, 42%, OB 2003
De neus is erg licht, als je iets ruikt is die geur vrij snel weer weg. Slappe thee, vernis, lichte rook (één of andere wierook), vanille, gedroogde vruchten, nootmuskaat… alles nogal vluchtig. Elegant, dat wel. Ook op de tong mis ik de nodige punch. Granig en zoet. Vanille en aardbeienijs (of vanilleijs met aardbeiencoullis, dat kan ook). Natte bladeren? De thee weer, ook hier niet al te sterke thee. Zoethout en kaneel voor wat betreft de kruidenafdeling. De afdronk is zoals te verwachten niet erg lang, licht rokerig en even licht zoet. Tja, niet slecht, zeker niet, maar ik had hier heel wat meer van verwacht. 79/100

Tomatin 30y 1976, Jack Wieber

Eén van de vele distilleerderijen die tijdens de whiskyboom werden opgericht is Tomatin, nl. in 1897. Maar de beginjaren waren voor Tomatin erg moeilijk, resulterend in een faillissement in 1906. Na de heropstart sloot het nog z’n deuren tijdens de twee wereldoorlogen om pas vanaf midden jaren vijftig pas echt vleugels te krijgen. Het aantal stills werd verdrievoudigd van 4 naar 12, resulterend in een productie van 9 miljoen liter alcohol (geen whisky) per jaar. Desondanks ging het opnieuw over kop in 1985. Snel daarna werd het overgenomen door Takara Shuzo, een Japans groep die z’n sporen verdiende in het hotelwezen, ook vandaag nog de eigenaar.

 

Tomatin 30y 1976/2007, 55%, Jack Wieber, The Old Train Line, cask 2601, 273 bottles
Tomatin kan zwaar tegenvallen, maar kan ook enorm lekker zijn. Deze behoort duidelijk tot de tweede categorie. De neus is er één om van te genieten: fruit, veel fruit (citrus en gestoofde appels), granen, boterkoeken en een heel lichte rokerigheid. Een erg aangename zurigheid ook, fruitig zuur. Op de smaak een echt fruitbombardement: de appels van de neus, sinaas, pompelmoes, evoluerend naar tropische toestanden à la ananas en mango. Naar het einde komen er wat kruiden bij. Lange, fruitige afdronk met een kruidige bitterheid. Geen geweldig complexe whisky, maar o zo lekker. 91/100

Miltonduff 30y 1980, Malts of Scotland

Vandaag proef ik een zustervat van de Miltonduff 1980 van A.D. Rattray die ik vorige zondag besprak, vat 12427, deze draagt het vatnummer 12429. Van de Rattray heb ik nog wat over, ideaal om te vergelijken dus.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.7%, Malts of Scotland, cask 12429, bourbon hogshead, 259 bottles
De neus start misschien wat gedempt, maar wel duidelijk fruitig, snel gevolgd door zoete tonen. Een zoete fruitigheid dus, met lichte frisse, kruidige toetsen. Munt, eucalyptus. Ik denk aan Vicks citroen, maar ook andere citroensnoepjes. Nog zoet fruit à la banaan, ananas en perzik, net zoals in de Rattray. Perzik op siroop. Honing… het geheel is iets zoeter dan bij vat 12427. Boterig ook, echte boter. Gezouten. Het grassige zit ook in deze neus, alhoewel hier misschien eerder gedroogd dan vers gemaaid gras. De smaak is meteen grassig, en fruitig. De schil van allerlei citrusvruchten, groene appels. Honing. Meer eik en kruiden dan op de neus, licht drogend. Geen water nodig, brengt niets bij. Droge, kruidige afdronk met wat hars, maar ook voldoende fruit. Op de neus is deze wat zoeter en zachter dan de Rattray, op de smaak is er zo goed als geen verschil. Ik heb een zeer lichte voorkeur voor deze, maar hij is wel wat duurder. 87/100

Miltonduff 30y 1980, Dewar Rattray

Miltonduff werd in 1824 gebouwd op de site waar vroeger de molen van Pluscarden Abbey stond, even ten zuiden van Elgin. Er wordt vermoed dat de monniken daar reeds in de 13e eeuw niet alleen brouwden maar ook distilleerden. Eén van de stenen van de abdij is nog te bezichtigen op Miltonduff.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, Dewar Rattray, bourbon cask #12427, 240 bottles
Ook bij deze whisky is het het fruit dat de aandacht trekt. Peren en witte perziken. De sappige varianten dan nog. Ananas ook. Wat appel in de verte. Mooie, belegen eik erdoorheen. Een aangename en frisse kruidigheid ook. Ik denk aan kamille en methol. Vers gemaaid gras. Honing. Heel clean en afgeborsteld, er zit geen scherp kantje aan. Op de smaak misschien wat meer hout, maar ook nog voldoende fruit. Lychee hier, naast citrusfruit. Die citrus gaat domineren. Het grassige (hooi) en de honing keren weer. Kruiden naar het einde en in de middellange afdronk, waar het de strijd aangaat met het fruit. Het witte fruit dat ik op de neus had. Met 95 euro weerom scherp geprijsd, dit is immers 30 jaar oude whisky. En lekker! 86/100
 

Hiermee sluit ik het rondje van zeven nieuwe Dewar Rattray (oké, A.D. Rattray) bottelingen af, bottelingen met gemiddeld een sterke prijs/kwaliteit verhouding als je ’t mij vraagt.

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Port Ellen 9th release

Voordat de tiende release wordt uitgebracht, laat ik nog even de vorige passeren. Dit is een whisky die me doet denken aan Campbeltown. Je zou denken aan Islay, maar neen, aan Campbeltown. Op onze Fulldram Schotlandreis werd deze ontkurkt toen we wachtten op de overzet van Campbeltown naar Arran. We hadden immers tijd zat… Gezeten op een rots, met de voeten in het water, de blik op het wondermooie Isle of Arran en een Port Ellen 9th in m’n glas… ha, memories! Nu dezelfde whisky, maar op een bureaustoel en de blik op het scherm, het is niet hetzelfde.


Port Ellen 30y 1979/2009 ‘9th release’, 57.7%, OB, 5916 bottles
Cleane neus. Niet scherp, niet heftig zoals deze van sommige andere Port Ellens. Niet teveel turf, niet teveel hout, niet teveel zilt, neen, alles is zacht, subtiel zelfs en perfect gebalanceerd. Ik heb het dan over zachte turf, een zoete granigheid (ontbijtgranen met honing en melk), teer (maar ook dit is subtiel), zeelucht (inclusief de jodium), fruit (zoete appels), planten (heide, munt) en een lichte farmy touch. I love it! En I love de smaak also. Even clean, subtiel en complex als de neus. Evoluerend van zoet naar droog, met altijd een aangename rokerigheid en fruitigheid. Eerst is er de citrus en het zilt, daarna het hout, de grassige tonen en de kruiden. Zoethout, peper, kruidnagel… De afdronk is zoals te verwachten lang en moet het hebben van rook en zilt, zo kennen we Port Ellen. Eén van de beste ‘officials’ die ik al dronk. 92/100

Longmorn 30y, Gordon & MacPhail

Een dertigjarige Longmorn voor minder dan 100 euro, nice! Gordon & MacPhail blijft z’n whisky’s op drinksterkte scherp geprijsd houden. Mooi zo.

 
Longmorn 30y, 43%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus laat zich omschrijven als ‘gedempte vegetale sherry’. Wat ik bedoel is dat de sherry zacht is, wat onderdrukt en vergezeld wordt van de geur van groenten en planten. Peterselie, oxo… ja, ook wat zilt. Mooi verweven met de sherry: karamel, gedroogde vruchten, noten en nootmuskaat. Lekker! De smaak ligt perfect in het verlengde van de neus, maar is wel behoorlijk droog. Gedroogd fruit, noten (studentenhaver), groenten. Ja, die peterselie zit ook hier. Wat nog? Bessen, sinaas, bittere chocolade, kruiden en toch wel een stevige hoeveelheid hout. De droge afdronk is middellang, kruidig en toch ook nog voldoende fruitig. Los van het iets teveel aan hout op de smaak is dit best een aangename whisky. 86/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

Benriach 30y 1976 for The Nectar

Bon, naast de Birnie Moss wordt er bij Benriach gelukkig ook heel wat anders gebotteld. Laat ik mijn tasting notes van de 1976 voor The Nectar eens publiceren zie. Pas op, in tegenstelling tot andere besproken 1976’ers, is deze geturfd. Ja dat was de Birnie Moss ook, maar daar houdt elke vergelijking op.

 
Benriach 30y 1976/2007, 52%, OB for The Nectar, cask 8080, 151 bottles
Hogshead vat. Zalige complexe neus met subtiele rook- en turfaroma’s. De lichte turf vermengd zich mooi met het fruit (perzik, appel, kokos), het hout, de vanille, de honing en de noten. Prachtig! Dezelfde schitterende combinatie krijg je op de tong. Zachte turf in een heerlijk samenspel met een beetje hout (op de achtergrond), kruiden (peper, kruidnagel) en fruit. Wat dat laatste betreft, denk ik vooral aan peer, pompelmoes en kruisbessen. Ananas? Lange, ietwat zoete afdronk op peper en een hint van rook. Anders dan andere Benriachs 1976 dus (de turf), maar oh zo lekker. 92/100

De clash der Brora’s 22y Rare Malts (61.1% vs. 58.7%)

Na twee uur sneeuwpret met de kids heb ik even mijn neusholtes moeten laten wennen aan temteraturen die ze gewend zijn bij het proeven van whisky, maar ze zijn nu helemaal klaar voor Onversnedens note nummer 500: de Brora 22y 1972/1995, 61.1%, Rare Malts. Geef toe, ik kon een slechtere keuze maken. Aangezien ik nog een sample van die andere batch op 58.7% heb staan en mijn Brora 30y 2004 bijlange nog niet leeg is, wordt dit een mooie jubileum post.

Ik begin met een snifje en een nipje van de 30y 2004, kwestie van het pallet meteen op ‘what the fuck!?’ te zetten. Man, dit is en blijft toch een dijk van een whisky! Die gebalde farmy notes, zalig. De perfecte gangmaker voor de Brora 22y 1972 op 61.1% me dunkt.

Deze Rare Malts geeft zich ondanks het alcoholpercentage meteen bloot. En hoe! De neus is scherp, de whisky stormt echt je neusholtes binnen. Ik heb turf, zilt, farmy notes van de beste soort, wit fruit, maar ook een licht medicinaal toets. Djéé, dit is goed! De smaak is erg ‘dik’, hij blijft plakken, beetje vettig. Ik tref er de turf en het zilt uit de neus aan, plus peper, nootmuskaat, honing en witte pompelmoes. Erg complex en o zo lekker! I love it! Oh man, I love it! Rustig Johan, rustig, denk aan je hart. En dan hebben we die afdronk nog niet gehad… ja, dit is het soort whisky waar ik gelukkig van word zie. En, het beste van alles: ik heb nog 8cl over!

Tenslotte schenk ik mezelf nog een klestje van de 58.7% uit, voor mij de op één na beste whisky die ik ooit dronk (euh, ondertussen misschien op twee na, maar daarover later meer). Deze is zoals te verwachten redelijk vergelijkbaar, maar hij is toch nog complexer hoor, zeker in de neus maar ook op de smaak voegt hij nog extra fruit en een waxy toefje toe. Oh ja, dit is duidelijk nóg beter! Buitenaards gewoon… en by far mijn beste Brora ever.

Conclusie? De 30y is meer rechttoe rechtaan farmy Brora, de 58.7% de complexiteit ten top. Qua scores gaat het allemaal niet zo heel veel schelen. Ik gaf de 30y 2004 indertijd 95/100 en de Rare Malts 58.7% 97/100. Ik heb na vandaag absoluut geen reden om daar iets aan te wijzigen. De 61.1% kan het niveau van de 58.7% niet aan, dat is ook schier onmogelijk, maar dat van de 2004 kan hij wel aan, makkelijk. 95/100 wordt het, en met de twee sparringpartners is dat een behoorlijk gefundeerde score, al zeg ik het zelf. Drie 95+ op één avond, hèhè. En zes op een weekend, maar daarover dus later meer…

 

Bon, dit was weer een hoogtepunt in m’n leven zie! En dan straks mevrouw Onversneden mogen uitleggen hoe het drinken van enkele centiliter whisky in godsnaam een hoogtepunt in m’n leven kan zijn… het onbegrip!

 

Brora & Clynelish tasting II

Nadat iedereen opnieuw gezeten was (noodzakelijk, want anders zouden meerdere broeken afgezakt zijn) werd ons de Brora 29y 1971/2000, 50%, Douglas Laing OMC, 274 bottles voorgeschoteld. Hèhè, dit is wat ik lekker vind zie! Een herkenbare Brora-neus met alles wat Brora je kan geven. Genot, plezier, levensvreugde, een reden om te leven tout court, maar ook farmy notes, rook, fruit (citrus & appels had ik), wat zoets, zilt en de zee. Gerookte vis! Bij Dominiek doemde een plat de fruits de mer, inderdaad. De smaak gaat hier mooi op door, geeft een zalige combinatie van de associaties uit de neus, en brengt ook een heerlijke kruidigheid naar voren. Pffiew, dit is goeie whisky! En dan die afdronk… man, man. 93/100. De rest van deze fles moest en zou ik mee naar huis nemen. Biedt diene onnozele Luc toch wel mee zeker… Bon, geen Brora 29y 1971 op whiskysamples!

Ik dacht dat ik deze Brora al eens had gedronken, maar dat blijkt niet zo te zijn. Het is z’n broertje op 210 flessen (ook 29y 1971 OMC) die ik al gehad had (niet gepost). In mijn herinneringen – nee, dit soort whisky vergeet men niet – zijn ze aan elkaar gewaagd.

 

Dan terug wat meer ‘gewonere’ whisky dachten er enkelen, de Clynelish 27y ‘Synch Elli’ 1982/2009, 46%, Daily Dram, The Nectar. Ik wist beter, ik had de batch van The Perfect Dram al geproefd (op vatsterkte die) – dit is immers een split cask met The Whisky Agency. Ruiken: whoehoe! Bijenwas (en véél!), zalig fruit (pompelmoes, meloen), dito zoets (zachte honing) en bloesems (een fruitgaard in volle bloei). Proeven: whoehoe bis! De was, het fruit, de honing, en ook kruiden. Kaneel. Nootmuskaat? Lange, zoet-fruitige afdronk met ook hier een geweldige waxy touch. Van een heel andere orde dan de Brora, maar evenzeer top. 92/100.

Weer eens een bewijs van de constant hoge kwaliteit van Clynelish. In tegenstelling tot een aantal distilleerderijen waarbij het “vroeger toch allemaal beter was”, kunnen heel wat Clynelish’s van de jaren tachtig of negentig (zie ook de SMWS of de 12y 1996 Malts of Scotland) makkelijk naast toppers uit de jaren zestig en zeventig gaan staan. Ook deze dus, met sprekend gemak.

 

Het slot van het ‘officiële’ gedeelte werd verzorgd door de Brora 30y, 53.2%, OB 2009, 2652 bottles. De neus is vrij krachtig en geeft turf, wit fruit, een beetje zilt, redelijk wat boenwas en verbrande cake (wat scherp, zonder te storen). Ook op de tong is hij stevig. De boenwas doemt ook hier op, net zoals de turf, het zout en het fruit. Na een tijdje kruiden, ‘wood-spices’. Dit laatste komt ook terug in de lekkere, lange afdronk.
Deze Brora is niet ‘farmy’ te noemen, je zou ‘m anderzijds wel kunnen beschouwen als een geturfde Clynelish. Het is duidelijk meer op eind jaren zeventig dan begin jaren zeventig Brora. Begin jaren zeventig Brora is volgens mij dan ook zo goed als op, anders zouden ze vorig jaar ook geen 25 jarige hebben uitgebracht. Het zou me echter niet verbazen mochten ze binnen enkele jaren nog een veertigjarige op de markt brengen. Aan een viercijferig bedrag natuurlijk.
Score: 92/100. Voor mij speelt deze nog net in de categorie van de 30y 2007 (92) en de 25y 2008 (91). Lekker, zéér lekker zelfs, maar toch een categorie lager dan de drie voorgaande releases. De eerste twee batchen (2002 & 2003) heb ik nog niet gedronken. Hier moet dringend verandering in komen, vind ik zo.

 

Naar goede gewoonte werd er op het einde en voor de veiling van de flessen een top 3 samengesteld, deze zag er als volgt uit:

  1. Brora 29y 1971 OMC
  2. Clynelish ‘Synch Elli’ 27y 1982 Daily Dram
  3. Brora 1972/1995 G&M

Exact mijn top 3 trouwens.

 

Tot slot had Dominiek nog een extraatje bij, de Clynelish 12y, 56.9%, OB, Ainslie & Heilbron for Edward & Edward, Italy (Giaccone), rotation 1973, bicolor label. Ik rook, ik nipte, ik mompelde een ‘halleluja’ en goot m’n 2cl gezwind over in een sampleflesje. Dit is echt wel zonde om als achtste whisky nog rap rap achterover te kappen. Ik proef ‘m nu, in alle rust en lichtjes boven m’n stoel zwevend.
Rotation 1973, dat is dus pre-Brora Clynelish, gedistilleerd in de distilleerderij die later Brora zou heten, ergens rond het jaar 1960. En dit ís ook Brora, Brora voordat Brora bestond. En hoeft het gezegd, I love it. Zachte, zoete turf en sappig fruit, prachtig verweven met zalige waxy én lichte farmy notes. Piew, wat een neus! Honing, vanille, amandel, peer, sinaas, antiekwas, ‘boerderij’, enzovoort enzoverder. De smaak houdt moeiteloos dit niveau aan. Krachtig en toch subtiel, complex en toch perfect gebalanceerd. Goddelijk! De turf, het fruit, de honing, het hooi, de waxy touch, een mens wordt daar stil van. Ook een lichte kruidigheid, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. En die afdronk, die blijft maar duren! Ik denk dat ik straks m’n tanden niet poets… wakker worden op dit, stel je voor. Ok, ok, de lyriek (anderen noemen het malt-o-porn) neemt de bovenhand. Ik stop. Enkel de score nog. Pfff, who cares? Of toch, ik heb de 1971 93/100 gegeven en vermits ik mij de rest van deze fles bij opbod heb aangeschaft, zie ik mezelf verplicht nog wat van deze laatste in te schenken. Een score moet immers gefundeerd zijn, dat spreekt. Wel, deze 12 jarige Clynelish is nóg beter. Niet veel, maar toch. 94/100 zal het zijn.

 

En of het dus goed was. Ook de nabeschouwing was dat, alleen ben ik nog altijd niet bijgeslapen.