Spring naar inhoud

Posts tagged ‘30 yo’

Tomatin 30y

Na de Decades vandaag een Tomatin waar niets jonger dan dertig jaar oud in zit, ook een botteling van zowel Europese als Amerikaanse eiken vaten.

 

Tomatin 30y, 46%, OB, European & American oak casks
Ook dit blijkt een lekkere Tomatin te zijn. Directer dan de Decades maar minder complex. De neus combineert heel mooi wit fruit à la appel, peer en meloen, met eik en kruiden. Vanille en wat honing ook. Na enige tijd maakt het wit fruit plaats voor woudvruchten en komt er leder door. Op de smaak roept in eerste instantie het fruit het hards om de aandacht, na enige tijd doet ook de eik serieus z’n best. Het fruit is eerder tropisch van aard, naast sinaas en appels. De eik en kruiden (gember en zoethout) maken het geheel wat drogend. Mist hier toch wat complexiteit. Middellange, drogende afdronk. Zalige neus, een iets te weinig complexe smaak. De prijs is ongeveer het dubbele van de Decades, ik weet wat kopen. 86/100

Advertenties

Macallan 30y 1980, Prenzlow Portfolio Collection

De Macallan 1980 die ik nu bespreek, werd gebotteld door Jack Wieber in z’n Prenzlow Portfolio Collection. Alfred Prenzlow is kunstenaar en gekend om z’n tekeningen en schilderijen van het distilleerproces en distilleerderijen. De whisky’s onder dit label krijgen dan ook een passend label mee, en worden op een uitzondering na alle gebotteld op 120 flessen. Hier vind je meer info terug over de collectie.

 

Macallan 30y 1980/2010, 49.6%, Jack Wiebers Whisky World, Prenzlow Portfolio Collection, cask 16447, 120 bottles
Bitterzoete sherryneus op de schil van sinaas, donkere chocolade (orangettes, inderdaad), praliné, butterscotch, kandijsuiker, geroosterde noten, rozijnen, pruimencompot, eik en een klein beetje rook van het hout. Een lichte waxyness. Aangenaam, en meer dan dat. Best stevig op de tong. Romig ook, op kandijsiroop, zoete appels, sinaas, rozijnen, cake en kruiden. Qua kruiden denk ik aan nootmuskaat en kruidnagel. Licht drogend. En ook hier een toefje rook. Lange, bitterzoete afdronk op kruiden, gekonfijt fruit en wat eik. Erg lekkere Macallan, vooral de neus is dat. 87/100

Glenugie 1966, Signatory dumpy

Volgende in het rijtje feestwhisky’s is een Glenugie 1966 van Signatory, een dumpy botteling van 1996. Ik weet niet meer waar ik dit sampletje vandaan heb, maar wat maakt het uit.

 

Glenugie 30y 1966/1996, 58%, Signatory, cask 848, 180 bottles
Fruity! Erg fruitige neus (ik proef de laatste tijd precies niet veel anders dan fruitbommen, watch this space – niet dat ik dat erg vind), heel aromatisch. Appels vooral. Ook wat papaja en ananas. Lichte florale toetsen erdoorheen, net als wat kruiden, wat eik en de geur van aarde. Een heel lichte rokerigheid. En een even lichte farmyness annex waxyness. Subtiel en complex. Perfect drinkbaar op 58%, straf! Ook hier zijn subtiel en complex de kernwoorden. Opnieuw heel veel fruit. De nadruk ligt op perzik hier, maar in het midden en het einde meer tropisch fruit. Honing ook, net als kruiden. Kruidnagel, beetje peper. Eik, maar nooit té. Kandij, dat samen met de honing voor de zoete toetsen zorgt. Met water komt er een heerlijke waxyness bovendrijven. Een hint van turf. Lange, filmende en pittige afdronk met het fruit, de kruiden en de eik die elkaar mooi in evenwicht houden. Prachtig! 92/100

The Dalmore 30y

Bijzonder aan The Dalmore Distillery is dat het gebouwd werd met de bedoeling het te verhuren. In 1839 stichtte Alexander Matheson de distilleerderij en verhuurde het aan de familie Sutherland. Eén van de leden van deze familie, Margaret Sutherland, huurde het van 1860 tot 1866. Haar bijnaam was ‘Sometime distiller’ aangezien zij maar af en toe aanwezig was en de productie meer stil lag dan wat anders.
De Dalmore 30y die ik vandaag bespreek werd gebotteld rond 2003 en daarna is er volgens mij geen nieuwe dertigjarige meer gebotteld. Let op, dit is niet de bekende 1973 Gonzales Byass sherry finish.

 
Dalmore 30y, 42%, OB 2003
De neus is erg licht, als je iets ruikt is die geur vrij snel weer weg. Slappe thee, vernis, lichte rook (één of andere wierook), vanille, gedroogde vruchten, nootmuskaat… alles nogal vluchtig. Elegant, dat wel. Ook op de tong mis ik de nodige punch. Granig en zoet. Vanille en aardbeienijs (of vanilleijs met aardbeiencoullis, dat kan ook). Natte bladeren? De thee weer, ook hier niet al te sterke thee. Zoethout en kaneel voor wat betreft de kruidenafdeling. De afdronk is zoals te verwachten niet erg lang, licht rokerig en even licht zoet. Tja, niet slecht, zeker niet, maar ik had hier heel wat meer van verwacht. 79/100

Tomatin 30y 1976, Jack Wieber

Eén van de vele distilleerderijen die tijdens de whiskyboom werden opgericht is Tomatin, nl. in 1897. Maar de beginjaren waren voor Tomatin erg moeilijk, resulterend in een faillissement in 1906. Na de heropstart sloot het nog z’n deuren tijdens de twee wereldoorlogen om pas vanaf midden jaren vijftig pas echt vleugels te krijgen. Het aantal stills werd verdrievoudigd van 4 naar 12, resulterend in een productie van 9 miljoen liter alcohol (geen whisky) per jaar. Desondanks ging het opnieuw over kop in 1985. Snel daarna werd het overgenomen door Takara Shuzo, een Japans groep die z’n sporen verdiende in het hotelwezen, ook vandaag nog de eigenaar.

 

Tomatin 30y 1976/2007, 55%, Jack Wieber, The Old Train Line, cask 2601, 273 bottles
Tomatin kan zwaar tegenvallen, maar kan ook enorm lekker zijn. Deze behoort duidelijk tot de tweede categorie. De neus is er één om van te genieten: fruit, veel fruit (citrus en gestoofde appels), granen, boterkoeken en een heel lichte rokerigheid. Een erg aangename zurigheid ook, fruitig zuur. Op de smaak een echt fruitbombardement: de appels van de neus, sinaas, pompelmoes, evoluerend naar tropische toestanden à la ananas en mango. Naar het einde komen er wat kruiden bij. Lange, fruitige afdronk met een kruidige bitterheid. Geen geweldig complexe whisky, maar o zo lekker. 91/100

Miltonduff 30y 1980, Malts of Scotland

Vandaag proef ik een zustervat van de Miltonduff 1980 van A.D. Rattray die ik vorige zondag besprak, vat 12427, deze draagt het vatnummer 12429. Van de Rattray heb ik nog wat over, ideaal om te vergelijken dus.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.7%, Malts of Scotland, cask 12429, bourbon hogshead, 259 bottles
De neus start misschien wat gedempt, maar wel duidelijk fruitig, snel gevolgd door zoete tonen. Een zoete fruitigheid dus, met lichte frisse, kruidige toetsen. Munt, eucalyptus. Ik denk aan Vicks citroen, maar ook andere citroensnoepjes. Nog zoet fruit à la banaan, ananas en perzik, net zoals in de Rattray. Perzik op siroop. Honing… het geheel is iets zoeter dan bij vat 12427. Boterig ook, echte boter. Gezouten. Het grassige zit ook in deze neus, alhoewel hier misschien eerder gedroogd dan vers gemaaid gras. De smaak is meteen grassig, en fruitig. De schil van allerlei citrusvruchten, groene appels. Honing. Meer eik en kruiden dan op de neus, licht drogend. Geen water nodig, brengt niets bij. Droge, kruidige afdronk met wat hars, maar ook voldoende fruit. Op de neus is deze wat zoeter en zachter dan de Rattray, op de smaak is er zo goed als geen verschil. Ik heb een zeer lichte voorkeur voor deze, maar hij is wel wat duurder. 87/100

Miltonduff 30y 1980, Dewar Rattray

Miltonduff werd in 1824 gebouwd op de site waar vroeger de molen van Pluscarden Abbey stond, even ten zuiden van Elgin. Er wordt vermoed dat de monniken daar reeds in de 13e eeuw niet alleen brouwden maar ook distilleerden. Eén van de stenen van de abdij is nog te bezichtigen op Miltonduff.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, Dewar Rattray, bourbon cask #12427, 240 bottles
Ook bij deze whisky is het het fruit dat de aandacht trekt. Peren en witte perziken. De sappige varianten dan nog. Ananas ook. Wat appel in de verte. Mooie, belegen eik erdoorheen. Een aangename en frisse kruidigheid ook. Ik denk aan kamille en methol. Vers gemaaid gras. Honing. Heel clean en afgeborsteld, er zit geen scherp kantje aan. Op de smaak misschien wat meer hout, maar ook nog voldoende fruit. Lychee hier, naast citrusfruit. Die citrus gaat domineren. Het grassige (hooi) en de honing keren weer. Kruiden naar het einde en in de middellange afdronk, waar het de strijd aangaat met het fruit. Het witte fruit dat ik op de neus had. Met 95 euro weerom scherp geprijsd, dit is immers 30 jaar oude whisky. En lekker! 86/100
 

Hiermee sluit ik het rondje van zeven nieuwe Dewar Rattray (oké, A.D. Rattray) bottelingen af, bottelingen met gemiddeld een sterke prijs/kwaliteit verhouding als je ’t mij vraagt.

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Port Ellen 9th release

Voordat de tiende release wordt uitgebracht, laat ik nog even de vorige passeren. Dit is een whisky die me doet denken aan Campbeltown. Je zou denken aan Islay, maar neen, aan Campbeltown. Op onze Fulldram Schotlandreis werd deze ontkurkt toen we wachtten op de overzet van Campbeltown naar Arran. We hadden immers tijd zat… Gezeten op een rots, met de voeten in het water, de blik op het wondermooie Isle of Arran en een Port Ellen 9th in m’n glas… ha, memories! Nu dezelfde whisky, maar op een bureaustoel en de blik op het scherm, het is niet hetzelfde.


Port Ellen 30y 1979/2009 ‘9th release’, 57.7%, OB, 5916 bottles
Cleane neus. Niet scherp, niet heftig zoals deze van sommige andere Port Ellens. Niet teveel turf, niet teveel hout, niet teveel zilt, neen, alles is zacht, subtiel zelfs en perfect gebalanceerd. Ik heb het dan over zachte turf, een zoete granigheid (ontbijtgranen met honing en melk), teer (maar ook dit is subtiel), zeelucht (inclusief de jodium), fruit (zoete appels), planten (heide, munt) en een lichte farmy touch. I love it! En I love de smaak also. Even clean, subtiel en complex als de neus. Evoluerend van zoet naar droog, met altijd een aangename rokerigheid en fruitigheid. Eerst is er de citrus en het zilt, daarna het hout, de grassige tonen en de kruiden. Zoethout, peper, kruidnagel… De afdronk is zoals te verwachten lang en moet het hebben van rook en zilt, zo kennen we Port Ellen. Eén van de beste ‘officials’ die ik al dronk. 92/100

Longmorn 30y, Gordon & MacPhail

Een dertigjarige Longmorn voor minder dan 100 euro, nice! Gordon & MacPhail blijft z’n whisky’s op drinksterkte scherp geprijsd houden. Mooi zo.

 
Longmorn 30y, 43%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus laat zich omschrijven als ‘gedempte vegetale sherry’. Wat ik bedoel is dat de sherry zacht is, wat onderdrukt en vergezeld wordt van de geur van groenten en planten. Peterselie, oxo… ja, ook wat zilt. Mooi verweven met de sherry: karamel, gedroogde vruchten, noten en nootmuskaat. Lekker! De smaak ligt perfect in het verlengde van de neus, maar is wel behoorlijk droog. Gedroogd fruit, noten (studentenhaver), groenten. Ja, die peterselie zit ook hier. Wat nog? Bessen, sinaas, bittere chocolade, kruiden en toch wel een stevige hoeveelheid hout. De droge afdronk is middellang, kruidig en toch ook nog voldoende fruitig. Los van het iets teveel aan hout op de smaak is dit best een aangename whisky. 86/100