Spring naar inhoud

Posts tagged ‘26yo’

Bunnahabhain 26y 1987, The Nectar of the Daily Drams

Dat Bunnahabhain 1987 lekker kan zijn, weten we ondertussen al. De kleur van deze van The Nectar & La Maison du Whisky is lichter dan de kleur van hun zusterbotteling, deze op 60.3%.

 

Bunnahabhain 26y 1987/2013, 62.5%, The Nectar of the Daily Drams ‘Yin-Yang’, joint bottling with LMdW
Die lichtere kleur kon al doen vermoeden dat deze Bunna op de neus eerder zachte sherry ten toon zou spreiden. En dat doet hij ook. Geen scherpe, bittere tonen, wel associaties van chocolade en praliné, rozijnen en pruimen, koffie en tabak. Lichte mineralen en de geur van de herfst. Natte bladeren, varens… de eik laat zich gelden, zonder schreeuwerig te worden. Zachte kruiden. Een neus om stilletjes van te genieten. Erg prikkelend mondgevoel (je weet wel, zoals cayennepeper het gat van een ezel prikkelt – ik blijf het een goei vinden). Krachtig en kruidig, op smaken van tabak, sterke thee, koffie, noten, chocolade, gember, nootmuskaat en peper. En meer eik dan in de geur. Zilt op de achtergrond. Lange, droge en kruidige afdronk. Minder complex dan de Archives en op de smaak scherper. 87/100

Advertenties

Bunnahabhain 26y 1987, Archives

Een nieuwe reeks Archives bottelingen, altijd iets om naar uit te kijken. Onder het label The Fishes of Samoa zien vijf nieuwe whisky’s het levenslicht. Van een Ledaig 2005 tot deze mooi amberkleurige Bunnahabhain 1987. Kost een goeie 140 euro.

 

Bunnahabhain 26y 1987/2013, 50.2%, Archives, Whiskybase, sherry cask #2557, 233 bottles
Dit is sherry zoals ik ‘m het liefste heb. Subtiel, elegant en verfijnd. Ik ruik gele rozijnen, zachte chocolade, praliné, sigarendoosjes, koffie (cappuccino), appelsien en zoete krieken. Kaneel. Er komt ook wat zilt om de hoek kijken. En subtiele toetsen van gerookt vlees. Zwarte Woudham, leidend naar lapsang souchong thee (in de verte weliswaar). En dan komt er ook nog hars en mos bij kijken. Complex is het dus ook nog. En de eik houdt zich gedeisd, het vult enkel aan. Het doet dat ook op de smaak, en daar kan ik alleen maar blij om zijn. Rijk en elegant, met een zacht en romig mondgevoel. Ik proef allerlei confituren. Aardbei-, appelsien- en abrikozenconfituur. Maar ook gedroogd fruit zoals rozijnen, dadels en pruimen. Daarachter kruiden zoals kaneel, zoethout en nootmuskaat, gevolgd door zilt, chocolade en koffie (opnieuw niet de straffe variant, eerder koffie verkeerd of mokka). De afdronk is lang op noten, chocolade, dadels en aardbeien. Elegante, complexe en gelaagde Bunna. Knap! 90/100

Glendullan 26y 1978, Rare Malts

Glendullan is zo’n typische blenderswhisky. Grote productie, weinig single malts. Het is in handen van Diageo en werd gesticht in 1896. Er zijn meerdere Rare Malts van uitgebracht, deze 1978 is de meest courante. Nog op meerdere plaatsen te koop, voor een 150 euro.

 

Glendullan 26 YO 1978/2005, 56.6%, Rare Malts SelectionGlendullan 26y 1978/2005, 56.6%, OB Rare Malts Selection
De neus start op het typische Rare Malts profiel: granig, grassig (hooi), alcoholisch en clean. Maar dat slaat vrij snel om in aromatischere toestanden zoals fruit (abrikozen, perziken, ananas en meloen), kruiden (eucalyptus, gember, kaneel en peper), vanille en een beetje karamel. Zachte, ondersteunende eik. De smaak is zoals altijd krachtig en prikkelend, op granen (muesli), fruit (perziken, ananas, meloen… gelijklopend met de geur dus), kruiden (hier valt vooral de gember en de peper op) en zoete tonen zoals vanille en kandijsuiker. Water toevoegen brengt zelfs een heel klein beetje turfrook naar boven. Nice. De afdronk is van het lange type, clean, kruidig en zoet. Dit is niet mijn beste Glendullan, die eer gaat naar de Manager’s Dram (wat een beauty), het is wel mijn tweede beste. 86/100

Karuizawa 26y 1981

Een Karuizawa die enkele jaren geleden hoge ogen gooide, was deze 1981 geselecteerd door Marcin Miller van Number One Drinks, toen het nog geen eigenaar was van de resterende Karuizawa stock. Deze whisky behaalde een gouden medaille en de titel van beste Japanse whisky op de Malt Maniac Awards 2007.

 

Karuizawa 26 YO 1981/2007 'Vintage', 58.1%, cask 103Karuizawa 26y 1981/2007 ‘Vintage’, 58.1%, OB selected by Marcin Miller, cask 103
Klassieke, stevige Karuizawa-neus. Krachtig en vol. Vol van kruiden en eik vooral. Peper, kruidnagel, zoethout, anijs, munt. Gevolgd door kansijsuiker en woudvruchten zoals bosbessen en bramen. Maar ook door leder, noten en dennennaalden. Antiekwas. Lichte turfrook en tabak maken het plaatje compleet. Al even stevig op de smaak, en op dezelfde associaties dan in de geur. Veel eik en kruiden, bosvruchten, noten, leder, tabak, zachte turfrook… pruimen en mosterd als extra. Maar het zijn de kruiden die veruit het luidste om de aandacht roepen. Kruidnagel, eucalyptus, munt, zoethout, kaneel, enzomeer. Lange afdronk, of wat had je gedacht? Niet veel fruit meer, de eik en de kruiden nemen ook hier het heft in handen. Misschien niet het absolute topniveau van enkele latere bottelingen (die zijn nog wat complexer met vooral nog grootser fruit), maar wel opnieuw een dijk van een whisky. En in heinde en verre geen sulfer te bespeuren. Die sulfer lijkt me echt wel een fenomeen van Karuizawa uit de tweede helft van de jaren zeventig te zijn. 90/100

 
de wijze whiskyquiz 2013

Een kleine dienstmededeling: whiskyclub Friends of the Quaich organiseert binnenkort hun tweede whiskyquiz, meer bepaald op vrijdag 13 september 2013. De club wil de quiz toegankelijk te houden voor iedereen, het is dus geen quiz voor freaks. Mensen die zich niet door de datum laten afschrikken, vinden hier meer informatie.

Glenburgie 26y 1983/2010, The Nectar of the Daily Drams

Glenburgie, één van mijn favoriete ‘kleine’ distilleerderijen. Geen grote naam, wel vaak grote whisky. Het merendeel van de productie verdwijnt dan wel in de Ballentine’s blends, wat overblijft aan single malt vind ik vaak top. Zeker Glenburgie gedistilleerd in de jaren zestig, als je ooit de kans krijgt dat te proeven, niet twijfelen. Vandaag een iets recenter product, een 1983 van The Nectar.

 

Glenburgie 26 YO 1983/2010, 48.5%, The Nectar of the Daily DramsGlenburgie 26y 1983/2010, 48.5%, The Nectar of the Daily Drams
Cleane en frisse neus op mineralen, gras, weidebloemen en heide. De buitenlucht. Het heeft ook een vegetale toets, en een granige. En er komt een beetje was bij kijken. Schoensmeer en kaarsvet. Fruit? Jawel, appels en witte perziken. Best genietbaar zonder geweldig boeiend te zijn. Prikkelend en tintelend mondgevoel. De smaken zijn niet geheel geïntegreerd, het springt wat van hier naar daar. Appels en peren, dan gras, dan peper, dan aarde, dan vanille, dan granen, dan gember, dan noten, dan boter… niet slecht hoor, verre van, maar het mankeert hier aan verwevenheid. Het geheel is licht bitter. Geen al te lange afdronk, granig, fruitig en zoet en vooral beter gebalanceerd. Niet makkelijk te temmen, zeker niet op de smaak. 84/100

The Littlemill Sessions – part II

In het tweede deel van m’n Littlemill sessions laat ik twee wat ongewonere bottelingen aan bod komen, een oude officiële 12 jarige en een 1985 uit Japan.

 

Beginnen doen we met een 12 jarige gebotteld rond 1980 op vatsterkte. Of op 54% toch. Italiaanse import.

Littlemill 12y cask strength, 54%, OB +/- 1980, F+G Bruino Import, 750ml
De neus start wat onderdrukt, licht granig, neigend naar bierbeslag, maar met wat tijd geven komt ie open. En dan krijg je een zachte, ronde fruitigheid onder de vorm van verse abrikozen en perziken, snel gevolgd door gele appels. En dan kom je uit op ciderassociaties. Appelschil. Wat hooi ook. Op de smaak komen die gele appels en de cider meteen naar de voorgrond, vergezeld van eik en zoethout. Misschien ook wat gember. Boter. Karamel in de verte. Geen al te lange afdronk, waar de gele appels het langst blijven hangen. Eentje die moest groeien, maar dat doet hij dan wel erg mooi. 86/100

 

We kennen natuuurlijk 1991, 1990, 1989 en sinds kort ook 1988, maar laat ons nog iets verder in de tijd gaan, naar het jaar 1985 dus. Een botteling van het Japanse Shinanoya, dat ons ook al ander lekkers heeft gebracht (denk Benriach 1976), spijtig genoeg hier in Europa niet te krijgen. Geweldig bedankt Menno.

Littlemill 26y 1985/2011, 55.1%, Shinanoya, Hogshead, 250 bottles
Hola, dit is goed. Prikkelende, expressieve en frisse neus, barstend van het fruit. Roze pompelmoes galore! Maar ook veel lychee, wat kiwi en een beetje ananas. Mineralen in de hoedanigheid van natte stenen, net als gras en humus. Rozenbottelthee. Ronde, smeuïge, zoete en fruitge smaak. Sinaas, pompelmoes en lychee (enorm hier). Zeste. Opnieuw wat gras (hooi eigenlijk), een lichte mineraliteit en tuinkruiden. Behoorlijk lange afdronk, waarin het fruit van geen wijken wil weten. Niet complex genoeg om hoger te scoren, maar wel lekker genoeg om nog altijd zeer hoog te scoren. I love it. 91/100

Benrinnes 26y 1984, Kintra

Benrinnes is een distilleerderij waar ik nog niet veel bottelingen van geproefd heb. Het is dan ook een typische blenderswhisky, alhoewel er af en toe toch ook single malts van verschijnen, meestal onder onafhankelijke labels.
De geschiedenis van Benrinnes gaat terug tot 1826 en naar goede gewoonte is de distilleerderij doorheen de jaren enkele malen van eigenaar veranderd, om uiteindelijk in de handen van het huidige Diageo terchtgekomen.

 

Benrinnes 26y 1984/2011, 58.3%, Kintra Single Cask Collection, refill sherry butt #2272, 120 bottles
Vrij onaangename neus op tonen van natte kranten, al even nat karton, gekookte artisjok en champignons. Klink niet erg aanlokkelijk, geef toe. Toch nog even zoeken naar wat aangenamere tonen… Schoensmeer misschien? Ja, schoensmeer. En ook iets vlezigs. Ham. En zachte karamel. Oké, misschien niet geheel onaangenaam, maar genieten is er toch niet bij. Krachtig en alcoholisch op de tong. Kirsch. Eau de vie van pruimen. Bitter. Tonic. Water brengt misschien beterschap. Met water wordt het grassiger en komt er fruit door, ik denk aan mandarijn. Maar ook hier komt het niet in de buurt van lekker. Middellange, bittere afdronk. Nope, dit is het niet. 71/100

Glen Elgin 26y 1984, A. Dewar Rattray

Het grootste deel van de productie van Glen Elgin wordt gebruikt in de Whitehorse blend. Af en toe verschijnt er ook een single malt op de markt. Het voorbije jaar lag de nadruk op 1984. Zo bracht ook A. Dewar Rattray een distillaat van dat jaar uit. Te koop voor een 85 euro.

 

Glen Elgin 26y 1984/2011, 48.7%, A. Dewar Rattray, bourbon hogshead #2861, 252 bts.
De geur start op olie en gras. Niet zozeer vers gemaaid maar eerder gedroogd gras, richting hooi. Dat evolueert dan verder naar nat hooi. In de verte zelfs wat mest (voor alle duidelijkheid, dat is een plus). Honing en perzik maakt het wat zoet, noten (amandelen – marsepein), kaneel en zoethout zorgen voor de nodige ondersteuning. Wat hier ook opvalt is lichte rook. Geen turf echter, wel haardvuur. Vol en olieachtig mondgevoel, zoet en erg grassig. Veel honing opnieuw, pompelmoes, amandelen, getemde eik en kruiden. Hier eerder tuinkruiden. Malt (iets van Ovomaltine). Middellange afdronk, aangenaam bitter, met veel granen, citrus en een snuifje peper. Puur, erg rechttoe rechtaan, een whisky zonder streken. 86/100

Cardhu 26y 1984, Duncan Taylor

Een andere nieuwe botteling van Duncan Taylor is een Cardhu 1984. Opnieuw opmerkelijk is dat er jaren zo goed als geen onafhankelijke Cardhu op de markt kwam (ik ken enkele Signatory’s van begin jaren 2000), terwijl we nu kunnen kiezen. De wondere wereld van de brokers…

 

Cardhu 26y 1984/2011, 54.4%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2873, 222 bottles
Zeer mooie neus op tonen van toast met sinaasconfituur, vanille, sappige eik, appel-kaneel (warme appelstrudel), geboende eikenhouten meubelen en kandij. Nat hooi ook. Niet supercomplex maar erg lekker om ruiken. Prikkelend en mondvullend. De smaak is zowel zoet (chocolade, rozijnen en kandij), fruitig (mandarijn en pompelmoes) als licht kruidig (kaneel). Bijenwas erdoorheen, net als amandelen en hooi. Erg lekker. Lange afdronk waar het zoete en het bittere elkaar perfect in evenwicht houden, én met een zalig tropisch kantje als bonus. Knappe, prikkelende en aromatische whisky. 88/100

Watch Cardhu 1984! Kom morgen bv. eens terug.

Port Ellen 26y 1982, Douglas Laing for The Nectar

Pfff, weer Port Ellen…

 

Port Ellen 26y 1982/2009, 56.2%, DL OMC for The Nectar, refill hogshead #4900, 193 bottles
Bitterzoete neus op vanille, citroen, roze pompelmoes en groene appels. Ertussen priemt zilt en jodium, amandelen en versgemaaid gras. En natuurlijk ontbreekt ook de zachte turfrook niet. Krachtig op de tong, mondvullend. Een behoorlijke hoeveelheid turf, wat zilt, hars ook, vanille, honing, sinaasconfituur (best wat zoete tonen), citroen, gember en peper. Lekkere neus, maar ik vind de smaak nog beter. Lange, kruidige afdronk met een aangename bitterzoete fruitigheid. 91/100

Balmenach 26y 1983, Bladnoch Forum

Van onbekend naar onbekender? Balmenach is één van de vijf distilleerderijen van Inver House, naast de bekendere Old Pulteney, Balblair en Knockdhu (An Cnoc) en het even weinig bekende Speyburn. Het is met z’n oprichting in 1824 één van de oudere Schotse distilleerderijen.

 

Balmenach 26y 1983/2010, 52.8%, Bladnoch Forum, cask 2410, 201 bottles
Frisse, aangename neus op florale en fruitige elementen. Appels, perziken. Honing ook en een lichte granigheid. De smaak is olie-achtig en wat aan de bittere kant (noten, koffie, zoethout), maar zonder te storen, de honing en het fruit compenseren meer dan genoeg. Stevige en eerder droge finish, maar ook hier wat fruit dat er voor zorgt dat de balans niet te veel overhelt naar het droge. Verre van slecht deze Balmenach. 82/100

Black bullets in a posh library

Deze naam kan enkel naar een botteling van de Scotch Malt Whisky Society verwijzen. En zoals wel vaker is de naam niet slecht gekozen.

 
Clynelish 26y 1983/2009, 55%, SMWS 26.61 ‘Black bullets in a posh library’, 101 bottles
Zoete en fruitige neus, met de verwachte wastoestanden. Boenwas, kaarsvet, schoensmeer, dat soort dingen. Oude eiken meubels. De geur van oude boeken, ja toch wel. Honing. Aangenaam zoet op de tong met een lichte kruidigheid. Ietwat droge afdronk. Lekker maar toch minder dan verwacht van Clynelish van deze periode. 86/100

Kevin Coyne & Caol Ila

Ha, die Kevin Coyne… een beetje een twisted mind maar o zo geniaal. Singer-songwriter, schilder, schrijver, componist (o.a. van musicals), filmmaker, levenskunstenaar… een artiest in alle betekenissen van het woord. Hij stierf in 2004 op zestigjarige leeftijd, na een intens leven balancerend op de grens tussen heroïek en tragiek. Zijn onorthodoxe muziekstijl met stevig wat bluesinvloeden inspireerde op zijn beurt een hele generatie artiesten. Z’n teksten zijn erg maatschappijkritisch, o.a. de misstanden in de behandeling van psychiatrische patiënten krijgen een prominente plaats in z’n lyrics. Als je je verder verdiept in de persoon Coyne hoeft dat laatste niet te verbazen. Laat me zeggen dat hij zich wel zou verstaan hebben met Syd Barrett bv.. Maar het is toch vooral de humor, de vaak absurde en typisch Britse humor die z’n songs typeren.
Voordat z’n zangcarrière een hoge vlucht nam, werkte hij als sociaal werker, o.a. met drugsverslaafden. Deze zelfkant van de maatschappij bleef hem boeien en inspireren, maar ook aantrekken. Na de voor hem zeer productieve jaren zeventig, eerst met Siren en daarna solo, volgden enkele donkere jaren, grotendeels in de hand gewerkt door overmatig drankverbruik. Dit vertaalde zich in een paar somberdere albums. In 1985 verhuisde hij naar Neurenberg, Duitsland om een nieuwe start te nemen. Deze verhuis en het afzweren van de drank bezorgde z’n productiviteit een boost, zowel wat z’n muziek als z’n schilderkunst betreft. Het complete oeuvre van Coyne beslaat een veertigtal albums.
Nog een leuk weetje: toen hem gevraagd werd Jim Morrison te vervangen als leadzanger van The Doors na diens overlijden, stuurde Coyne de platenbaas droogweg wandelen met de boodschap “I don’t like leather trousers!”. Het tekent z’n aversie voor het maken van compromissen.

Het album Marjory Razorblade uit 1973 is z’n bekendste en voor mij samen met Babble uit 1979 ook z’n beste. Deze klassieker – blanke blues met een vleugje punk – betekende de doorbraak bij het grote publiek en bevat geweldige nummers zoals Eastborne Ladies, House on the Hill – over het leven in een psychiatrisch ziekenhuis, Marlene, Good boy, Dog Latin,… allemaal uitingen van een geniale en soms behoorlijk geschifte geest.

Laat dit een ode zijn aan wijlen Steven De Batselier, professor Steven De Batselier. Hij was het die mij Coyne leerde kennen, wat niet hoefde te verbazen, verwante zielen enzomeer. Hij was het ook die ons in contact bracht het werk van Jorge Semprum, György Konrád en Georges Steiner, onze blik op Mens en Maatschappij verruimde, ons met een andere bril naar de dingen leerde kijken, onze vastgeroeste zekerheden onderuit haalde – wat voor sommigen als erg bedreigend overkwam. Een prof die durfde rammelen met conventies, die zich niet liet leiden door politieke correctheid, daardoor niet altijd even onbesproken bleef, kortom, iemand die niemand onverschillig liet. Een prof ook die graag een glaasje dronk. Whisky? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik drink er in ieder geval vandaag één op zijn gezondheid. En op deze van Kevin Coyne.

 
Caol Ila 26y 1982/2009, 55.9%, Duncan Taylor Rare Old, cask 2741
Lekkere fruitige neus met een perfecte mix tussen citrus (witte pompelmoes, mandarijn) en zachte turf. Tabak en zilt heb ik ook nog. Ook de smaak vertoont een mooie balans tussen zachte zoete turf, citrusfruit en elementen van de zee (zilt, zeewier, oesters). Lange afdronk in het verlengde hiervan met een lekkere kruidigheid om het plaatje af te maken. 88/100

North Port

North Port (ook gekend onder de naam Brechin, North Port Brechin of in z’n beginjaren onder Townhead) is een distilleerderij die in 1820 gebouwd werd door David, John & Alexander Guthrie in het plaatsje Brechin, aan de oostkust van Schotland. Na af en toe tijdelijk de productie stil te hebben gelegd, o.a. tijdens de twee wereldoorlogen, sloot Diageo in 1983 definitief de deuren van North Port. Vandaag staat er een supermarkt op het terrein waar ooit deze distilleerderij actief was.

 
North Port 26y 1981/2007, 52.9%, DT Rarest of the Rare, cask 775
Deze whisky is redelijke ‘waxy’. Op de neus heb ik boenwas, kaarsvet, lampolie, dat soort zaken. Geen Clynelish waxyness echter. Geen honing, geen bloemen. Veel gras, dat wel. Hooi (gedroogd gras dus eerder). Wat hars en zoethout ook. Niet echt boeiend eigenlijk. Ook de smaak is dit niet. Die is vettig, olieachtig en geeft associaties van hars, citrus, venkel en het gras weer. Eerder lange, droge en zilte afdronk. Bwa, dit is verre van slechte whisky hoor, maar nogal aan de saaie kant. 75/100

Twee Ardbegs 1974

Bon, genoeg ‘basic’ whisky gehad, terug naar het betere werk. Wat te denken van Ardbeg 1974? Of nog beter, van twee Ardbegs 1974?

 
Ardbeg 1974/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Zalige ouwe Ardbeg zonder turfexplosie maar met véél fruit. In de neus geeft dat peer, perzik en abrikoos, met daarnaast zilt, jodium en dus ook een heerlijk toefje zachte turf. In de smaak vervoegt hout het fruit en de turf. Zeewier ook en een lichte kruidigheid. Elegantie in de overtreffende trap! Lange afdronk op zoete turf en kruiden. Mooie balans tussen fruit, zilt en turf, en alles zo zacht… schoon! Misschien dat ie op een hoger alcoholpercentage nog hoger zou scoren, maar het subtiele zachte karakter van deze whisky is misschien wel z’n grootste ‘kracht’. 91/100
 
Ardbeg 26y 1974/2001, 46%, Silver Seal, 264 bottles
Mmm, ik mis het verwachte Ardbeg 1974 karakter in de neus. Turf? Nauwelijks. Zilt? Idem. Fruit? Ja, een beetje (appels denk ik). Voor de rest vrij mineralig. De smaak is beter, stevig en prikkelend. Hier hebben we wel een beetje turf alsook vanille, peren, noten en kruiden. Ja, op de smaak wint hij punten. Middellange, zoete afdronk. Al bij al toch een wat teleurstellende Ardbeg ‘74. 85/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Twee Port Ellens

Port Ellen 26y 1982/2008, 50%, DL Old Malt Cask, cask 4808, 731 bottles – Islay
Lichte neus op zilt, wit fruit (appel, peer) en lichte rook. Mist punch. Smaak is steviger, met peper en zout. En een beetje turf, of course. Kruidige afdronk. Lekker, maar wat ééntonig en er bestaan heel wat betere Port Ellens. 83/100
 
Port Ellen 21y 1982/2003, 46%, Silver Seal, 375 bottles – Islay
Dit is beter zie! Erg lekkere Port Ellen met zachte zilt, zeewier, oesters, sappige groene appels, zoethout, nootmuskaat en een beetje rubber op de neus. Complex en mooi gebalanceerd. De smaak ligt in het verlengde van de neus, maar geeft een hevigere rokerigheid. Lange, zilte afdronk. I like. 89/100

Port Ellen 26y 1983, Old Bothwell

Old Bothwell is een jonge bottelaar, opgericht in 1998 en opererend vanuit het plaatsje Bothwell. Het bottelt allerlei sterke dranken, waaronder Single Cask whisky, maar het onderscheidt zich van andere onafhankelijke bottelaars door het personaliseren van hun flessen, voor eender welke gelegenheid. Wil je m.a.w. je eigen kop op een label, één adres.
Onderstaande Port Ellen van 1983 is één van de Port Ellens uit hun stock, naar het schijnt hebben ze nog een behoorlijke voorraad. Nu ja, daarmee zijn ze niet alleen, er ligt nog behoorlijk veel Port Ellen in allerlei opslagplaatsen te wachten op botteling, Port Ellen is Brora niet.

 
Port Ellen 26y 1983/2009, 54.9%, Old Bothwell, cask 220 – Islay – 91/100
Ondanks een opkomende verkoudheid ruik ik de zeer herkenbare Port Ellen neus van zilt, jodium en zeewier. Een strandwandeling in de winter. Rook, houtskool en een lichte houttoets er mooi doorheen. Een smeulend kampvuur op het strand dus eigenlijk. Dan komt het fruit opzetten: kruisbessen (de zeer ondergewaarde ‘stekebezen’), maar ook appel. Noten, geroosterde. Complex! De smaak is stevig en vrij vettig met dezelfde elementen uit de neus (voor de grapjassen onder jullie: neen, geen snot), boter en veel turf. Kruiden (zoethout, gember) heb ik ook. Marsepein. Njummie. De afdronk is lang, erg lang, op zoete turf, zilt en kruiden. Een whisky om van te genieten op een koude winteravond, als het even kan op de pier van Oostende. Een erg lekkere Port Ellen dus en wat mij betreft beter dan de twee 1982’ers van Old Bothwell die ik op Spirits in the Sky dronk. Reviews van deze twee vind je trouwens terug op WhiskyNotes, maar als je er één wil aanschaffen, laat het dan de 1983 zijn.