Spring naar inhoud

Posts tagged ‘26 yo’

Port Ellen 26y 1982, Douglas Laing for The Nectar

Pfff, weer Port Ellen…

 

Port Ellen 26y 1982/2009, 56.2%, DL OMC for The Nectar, refill hogshead #4900, 193 bottles
Bitterzoete neus op vanille, citroen, roze pompelmoes en groene appels. Ertussen priemt zilt en jodium, amandelen en versgemaaid gras. En natuurlijk ontbreekt ook de zachte turfrook niet. Krachtig op de tong, mondvullend. Een behoorlijke hoeveelheid turf, wat zilt, hars ook, vanille, honing, sinaasconfituur (best wat zoete tonen), citroen, gember en peper. Lekkere neus, maar ik vind de smaak nog beter. Lange, kruidige afdronk met een aangename bitterzoete fruitigheid. 91/100

Balmenach 26y 1983, Bladnoch Forum

Van onbekend naar onbekender? Balmenach is één van de vijf distilleerderijen van Inver House, naast de bekendere Old Pulteney, Balblair en Knockdhu (An Cnoc) en het even weinig bekende Speyburn. Het is met z’n oprichting in 1824 één van de oudere Schotse distilleerderijen.

 

Balmenach 26y 1983/2010, 52.8%, Bladnoch Forum, cask 2410, 201 bottles
Frisse, aangename neus op florale en fruitige elementen. Appels, perziken. Honing ook en een lichte granigheid. De smaak is olie-achtig en wat aan de bittere kant (noten, koffie, zoethout), maar zonder te storen, de honing en het fruit compenseren meer dan genoeg. Stevige en eerder droge finish, maar ook hier wat fruit dat er voor zorgt dat de balans niet te veel overhelt naar het droge. Verre van slecht deze Balmenach. 82/100

Black bullets in a posh library

Deze naam kan enkel naar een botteling van de Scotch Malt Whisky Society verwijzen. En zoals wel vaker is de naam niet slecht gekozen.

 
Clynelish 26y 1983/2009, 55%, SMWS 26.61 ‘Black bullets in a posh library’, 101 bottles
Zoete en fruitige neus, met de verwachte wastoestanden. Boenwas, kaarsvet, schoensmeer, dat soort dingen. Oude eiken meubels. De geur van oude boeken, ja toch wel. Honing. Aangenaam zoet op de tong met een lichte kruidigheid. Ietwat droge afdronk. Lekker maar toch minder dan verwacht van Clynelish van deze periode. 86/100

Kevin Coyne & Caol Ila

Ha, die Kevin Coyne… een beetje een twisted mind maar o zo geniaal. Singer-songwriter, schilder, schrijver, componist (o.a. van musicals), filmmaker, levenskunstenaar… een artiest in alle betekenissen van het woord. Hij stierf in 2004 op zestigjarige leeftijd, na een intens leven balancerend op de grens tussen heroïek en tragiek. Zijn onorthodoxe muziekstijl met stevig wat bluesinvloeden inspireerde op zijn beurt een hele generatie artiesten. Z’n teksten zijn erg maatschappijkritisch, o.a. de misstanden in de behandeling van psychiatrische patiënten krijgen een prominente plaats in z’n lyrics. Als je je verder verdiept in de persoon Coyne hoeft dat laatste niet te verbazen. Laat me zeggen dat hij zich wel zou verstaan hebben met Syd Barrett bv.. Maar het is toch vooral de humor, de vaak absurde en typisch Britse humor die z’n songs typeren.
Voordat z’n zangcarrière een hoge vlucht nam, werkte hij als sociaal werker, o.a. met drugsverslaafden. Deze zelfkant van de maatschappij bleef hem boeien en inspireren, maar ook aantrekken. Na de voor hem zeer productieve jaren zeventig, eerst met Siren en daarna solo, volgden enkele donkere jaren, grotendeels in de hand gewerkt door overmatig drankverbruik. Dit vertaalde zich in een paar somberdere albums. In 1985 verhuisde hij naar Neurenberg, Duitsland om een nieuwe start te nemen. Deze verhuis en het afzweren van de drank bezorgde z’n productiviteit een boost, zowel wat z’n muziek als z’n schilderkunst betreft. Het complete oeuvre van Coyne beslaat een veertigtal albums.
Nog een leuk weetje: toen hem gevraagd werd Jim Morrison te vervangen als leadzanger van The Doors na diens overlijden, stuurde Coyne de platenbaas droogweg wandelen met de boodschap “I don’t like leather trousers!”. Het tekent z’n aversie voor het maken van compromissen.

Het album Marjory Razorblade uit 1973 is z’n bekendste en voor mij samen met Babble uit 1979 ook z’n beste. Deze klassieker – blanke blues met een vleugje punk – betekende de doorbraak bij het grote publiek en bevat geweldige nummers zoals Eastborne Ladies, House on the Hill – over het leven in een psychiatrisch ziekenhuis, Marlene, Good boy, Dog Latin,… allemaal uitingen van een geniale en soms behoorlijk geschifte geest.

Laat dit een ode zijn aan wijlen Steven De Batselier, professor Steven De Batselier. Hij was het die mij Coyne leerde kennen, wat niet hoefde te verbazen, verwante zielen enzomeer. Hij was het ook die ons in contact bracht het werk van Jorge Semprum, György Konrád en Georges Steiner, onze blik op Mens en Maatschappij verruimde, ons met een andere bril naar de dingen leerde kijken, onze vastgeroeste zekerheden onderuit haalde – wat voor sommigen als erg bedreigend overkwam. Een prof die durfde rammelen met conventies, die zich niet liet leiden door politieke correctheid, daardoor niet altijd even onbesproken bleef, kortom, iemand die niemand onverschillig liet. Een prof ook die graag een glaasje dronk. Whisky? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik drink er in ieder geval vandaag één op zijn gezondheid. En op deze van Kevin Coyne.

 
Caol Ila 26y 1982/2009, 55.9%, Duncan Taylor Rare Old, cask 2741
Lekkere fruitige neus met een perfecte mix tussen citrus (witte pompelmoes, mandarijn) en zachte turf. Tabak en zilt heb ik ook nog. Ook de smaak vertoont een mooie balans tussen zachte zoete turf, citrusfruit en elementen van de zee (zilt, zeewier, oesters). Lange afdronk in het verlengde hiervan met een lekkere kruidigheid om het plaatje af te maken. 88/100

North Port

North Port (ook gekend onder de naam Brechin, North Port Brechin of in z’n beginjaren onder Townhead) is een distilleerderij die in 1820 gebouwd werd door David, John & Alexander Guthrie in het plaatsje Brechin, aan de oostkust van Schotland. Na af en toe tijdelijk de productie stil te hebben gelegd, o.a. tijdens de twee wereldoorlogen, sloot Diageo in 1983 definitief de deuren van North Port. Vandaag staat er een supermarkt op het terrein waar ooit deze distilleerderij actief was.

 
North Port 26y 1981/2007, 52.9%, DT Rarest of the Rare, cask 775
Deze whisky is redelijke ‘waxy’. Op de neus heb ik boenwas, kaarsvet, lampolie, dat soort zaken. Geen Clynelish waxyness echter. Geen honing, geen bloemen. Veel gras, dat wel. Hooi (gedroogd gras dus eerder). Wat hars en zoethout ook. Niet echt boeiend eigenlijk. Ook de smaak is dit niet. Die is vettig, olieachtig en geeft associaties van hars, citrus, venkel en het gras weer. Eerder lange, droge en zilte afdronk. Bwa, dit is verre van slechte whisky hoor, maar nogal aan de saaie kant. 75/100