Spring naar inhoud

Posts tagged ‘222 bottles’

Three of a kind!

Bowmore 7y 2000/2007, 60%, Van Wees – The Ultimate Collection, cask 800064, bottle 190 – Islay – 77/100
Een jonge Bowmore met zoals te verwachten jonge, frisse turf. Nat hooi, rook en citroenen. Eerste slok is wat scherp… nu ja, met 60% is dat niet verwonderlijk. Daarna best drinkbaar zonder water. Ook hier de jonge frisse turf, peper, zoethout en wit fruit. Turf en zilt in de droge finish. Zonder al te complex te zijn, is deze dram best OK voor z’n leeftijd, maar ook niet meer.
 
Bowmore 17y, 43%, OB 2006 – Islay – 79/100
Eerste maal geproefd op het Whiskyfestival Gent 2007. Complexe en aangename neus. De zee! Wat kruidig ook. Smaak maltig en ziltig, met een aangename bitterheid. Citrusfruit. Een weinig turf. Complex. En een lange rokerige afdronk. 89 punten. Op dat moment nog te krijgen, maar niet meer voor lang (vervangen door een 18-jarige botteling, maar daarna toch ook nog door een nieuwe 17), dus snel nog een fles gekocht.
Fles geopend op 17/05/07, maar deze had een zeepsmaak! Nochtans dezelfde batch, dacht ik toch. Nu ja, het was wel nummer 28 of zo op het festival… Naast de boven beschreven sensaties dus duidelijk zeep. Doet me wat denken aan die harde paarse snoepjes (viooltjes?) die m’n grootmoeder vroeger had, vond ik toen ook al naar zeep smaken. Lavendel zeep.
Ook bij volgende pogingen nog steeds de (lavendel) zeep. Storend. De zeep-toets in de voor de rest best wel lekkere whisky kost deze fles toch 10 punten.
 
Bowmore 17y 1989/2007, 51.9%, cask 7914, 222 bottles – Islay – 80/100
Frisse neus (munt) met stevige rook en turf. Beetje kruiden. Ook de smaak is in eerste instantie erg fris, maar wordt vrij snel gevolgd door een turfexplosie. Lange afdronk met weer eens veel turf. Lekker hoor, maar de turf is me wat te dominant en de combinatie turf-munt is niet helemaal my cup of tea.

Benriach 1976 clash

Onder het motto ‘Wat Bert B. kan, kan ik ook!’ zet ik vandaag – eveneens blind gedronken trouwens – drie 1976 Benriachs naast elkaar, meer bepaald de beide vaten voor The Whisky Fair, 3550 en 3558 op respectievelijk 46.2% en 47.4%, uitgedaagd door de lichtjes geweldige Benriach 30y 1976/2006 for LMDW, vat 3557, waarvan ik in extremisch nog een sampel kon bemachtigen.
1976 is een legendarisch jaar voor Benriach, echt straf wat ze daar dat jaar uit hun stills hebben geschud. En al even straf dat dat de jaren ervoor en erna minder lukte, alhoewel er ook daar soms nog erg lekker spul tussen zit, maar toch merkelijk minder.

 
Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 – Speyside – 93/100
Whohoow, wat een zalige frisse, fruitige neus! De heerlijkste fruitsla met meloen, perzik, passievrucht, mango. Tropical! Honing ook en een heel lichte kruidigheid. Klein beetje hout. Een even grote fruitigheid in de smaak (citrus en tropisch fruit) en ook hier een klein beetje hout. Peper naar het einde. Zachte, zéér fruitige finish.
Heerlijke whisky en qua fruitigheid in de lijn van de St. Magdalene’s van midden jaren zestig.
 
Benriach 33y 1976/2009, 47.4%, OB for The Whisky Fair, cask 3558 – Speyside – 92/100
Ha, dit is anders. Ook veel fruit, maar verweven met hout en kruiden. Meer houtinvloed dan de vorige dus. Het fruit in de neus is ook ‘Europeser’. Sappige peer, perzik. Wat zoeter ook. Honing en vanille. In de smaak merk je nog duidelijker het hout. De prominente fruitigheid gaat over in een lichte bitterheid. Rozebottel ook. Lange, fruitige en licht drogende finish.
Deze is wat scherper dan de eerste. Hier zorgen het hout en de bijhorende kruiden voor. Dit maakt het geheel misschien wat complexer, maar daarom nog niet beter dan de pure fruitigheid van de eerste. Het zijn twee verschillende whisky’s, maar verdomd moeilijk uit te maken welke ik nu best vind. Lichte – heel lichte – voorkeur voor de vorige.
 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Hoho, dit is weer anders. Ook dit is een fruitbom, met hier citrus (de pompelmoes nietwaar), ananas, mango, passievrucht,… honing en vanille. Beetje hout ook. Tot hier een mooie synthese van beide voorgangers, maar deze gaat verder. Floraal (rozen in volle bloei), iets geroosterd. Gewoonweg subliem! De smaak van hetzelfde laken een broek. Het fruit (pompelmoes), het zoets, een heerlijke kruidigheid, eindigend in een schitterende bitterheid (de pompelmoes!). Lange en – hoeft het gezegd? – superfruitige afdronk.
Oh ja, deze gaat toch nog vlot boven z’n zustervaten. Het bleek vat 3557 te zijn, wat me niet echt verwonderde. Deze heb ik in het verleden al eens besproken. Blijft voor mij van het beste ‘fruit’ dat ik al gedronken heb.
 
Heb de 3550 en de 3558 maar meteen ook in 70 cl vorm aangeschaft, kwestie van me achteraf niet voor het hoofd te moeten stoten zoals met de 3557 die ik grandioos gemist heb.

Deksels goede whisky ten huize Dominiek…

Maar dat wisten we al. Had al lang beloofd een CD’tje bij Dominiek binnen te brengen en gisteren kwam het er van. Nu, zoals te vrezen viel – ja ok, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen ‘te hopen viel’ – liep het bezoekje een beetje uit. Voor ik er erg in had, waren we vijf uur later en besefte ik dat ik in het beste geval nog 4 uur slaap zou hebben. De wekker gemolesteerd, de dag vervloekt, een teen op niet nader vernoemde – maar vooral onnavolgbare – wijze gestoten, de “precies een beetje laat gisteren?” opmerkingen over me heen laten komen, de aandachtige blik tijdens een vergadering wanhopig proberen vast te houden… ja, het was een beetje doorbijten vandaag, maar hoeft het gezegd, het was het allemaal méér dan waard.
Ik had zelf enkele flessen meegenomen zodat we een paar head to head konden zetten.

Wat dronken we zoal? We begonnen met een fruitige Speysider, de Tomatin 26y 1966/1992, 43%, Signatory, casks 14362-63, 1200 bottles. Veel fruit dus, honing ook en beetje bitter op het einde. Mooie opener. Daarna volgde nog een Signatory, de Aberlour-Glenlivet 19y 1970/1990, 46%, Signatory, casks 236-239, 1300 bottles, lekkere sherry en behoorlijk kruidig in de smaak en afdronk. Ook lekkere sherry in de Macallan 18y 1980/1999 ‘Gran Reserva’, 40%, OB, alhoewel ik de Aberlour toch lichtjes beter vond. Vervolgens maakte Luc’s Daily Dram z’n opwachting. Luc is Luc Timmermans, de whisky een… Glenfarclas, inderdaad. Een veertigjarige Glenfarclas. Er bestaan 20 flessen van, de rest van het vat werd door Douglas Laing gebotteld voor QualityWorld Denmark, een Deense whiskyclub. Voluit: Glenfarclas 40yo 1964/2005, 53.5%, DL for QWD, cask 1578, 515 bottles. Schitterende whisky die de voorgaande gesherriede whisky’s deed verbleken. Naast de sherry ook zilt en lichte rook. Supercomplex, krachtig… smullen! Scoort vooraan in de negentig. Daarna nog een Glen Garicoh 29y 1968, 56%, OB, cask 622, één van de vele heerlijke 1968 Glen Gariochs.

Dan volgde 4 head to heads. Dat de nadruk op Brora lag, mag niet verbazen.

Dominiek’s Brora 27y 1981/2008, 53.8%, Duncan Taylor, cask 1427 vs. mijn Brora 18y 1981/1999, 50% DL OMC, 335 bottles. Deze laatste won overtuigend het pleit. De DT kan je omschrijven als een Clynelish (mineralig, was, bloemen) met een toefje turf, in de tweede herken je onmiskenbare Brora. Voor mij is deze de tot op heden de beste jaren tachtig Brora. Wat niet wil zeggen dat de DT niet lekker was, integendeel.

Dominiek vond niet onmiddelijk een fles om tegen mijn Port Ellen 6e Release te zetten. Tot hij plots “wacht” uitriep en z’n kelder indook. Hij kwam boven met een Port Ellen 24y 1978/2002, 57.9%, DL for The Whisky Shop, 602 bottles die prompt soldaat werd gemaakt. Hoe graag ik de zesde release ook drink (90/100), hij maakte geen kans tegen het geweld van Dominiek. Man, dat is bangelijk lekkere whisky. Top-sherry, top-turf en dito zilt… in perfecte harmonie. Misschien wel de beste Port Ellen tot op heden gedronken. 93, 94? Whatever.

Het gesprek viel op de Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, sherry cask, 618 bottles, waarover Dominiek in het verleden al eens de loftrompet stak. Een whisky die nochtans geen hoge scores krijgt in de Maltmaniacs Monitor, maar waarvan meneer Bouckaert toevallig toch nog een staaltje had liggen zeker. De maniacs hebben ongelijk, dit is verdorie lekker spul, Port Ellen zoals ik ‘m graag heb.

En dan werd het tijd om mijn Brora 30y 2004, 56.6%, OB, 3000 bottles naast de Brora 30y 2007, 55.7%, OB, 2958 bottles van mijn gastheer te zetten. De 2004 wordt algemeen beschouwd als de beste van de officiële releases, een these die ik alleen maar kan onderschrijven. Ook de 2007 kon er niet tegen op. Ik scoorde de 2004 95, de 2007 ligt 2 à 3 punten achter, wat nog meer dan behoorlijk is natuurlijk. Hiermee te maken heeft het feit dat in de 2007 duidelijk nog wat begin jaren 1970 Brora zit. 30 jaar is dus ruim 30+.

De laatste head to head was deze tussen de Brora 20y 1975/1995, 59.1%, Rare Malts, 75 cl van Dominiek en mijn Brora 21y 1977/1998, 56.9%, Rare Malts. Beide erg lekker, beide vrij mineralig. Turf, zilt, fruit, zoet, lichte farmy toestanden, kortom the whole shebang, al bij al een redelijk gelijklopend profiel. Ik herinner me niet meer welke Dominiek de beste vond (neem het me maar eens kwalijk), ik had een lichte voorkeur voor de 21y. De mijne weerom, ha!

Als toetje haalde Dominiek nog de Brora 30y 1972/2003, 49.7%, DL Platinum, L6961, 222 bottles en de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de batch op 58.7%) uit z’n toch al indrukwekkende kast whisky’s. Ja, ik wist niet goed waaraan ik het verdiende, maar dat vraagstuk bande ik snel uit m’n hoofd en schoof mijn glas gezwind een halve meter vooruit. De Rare Malts kende ik al (Halleluja!), de Platinum was nieuw voor mij en, my God, ook dat is een dijk van een whisky! ’t Is dat ik de accenten op m’n toetsenbord niet vind, er horen er immers te staan op de ‘ij’ van dijk. De farmy en waxy Brora-notes met de schitterendste sherry (ok, ik weet het, ik val in herhaling, er is al wat sherry van het schitterende soort gepasseerd). En wat een evolutie! Elke snuif, elke slok geeft andere en nieuwe sensaties. Wohoow! En krachtig en complex moeten ook nog vermeld worden… goddelijk! 95/100 I’d say.

Ziezo, dat was het zo’n beetje. Niet slecht hé? Een geslaagd avondje, om even een eufemisme te placeren. Thanks again Dominiek!

Bert Bruyneel heeft gelijk

Die Benriach 1976/2006 voor La Maison du Whisky ís dus gewoon een onvoorstelbaar lekkere whisky! Bert doet daar al geruime tijd erg lyrisch over, maar ik had ‘m tot op heden nog niet kunnen proeven. Op het Lindores Whiskyfest vorige maand kwam het er eindelijk van, en ik was dermate onder de indruk dat ik de rest van de fles – ook al was het spijtig genoeg maar 4cl – mee naar huis heb genomen. Ondertussen zijn die 4cl al gehalveerd, want heb mezelf gisteren het gezelschap van de helft ervan gegund.

 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Man, wat een sublieme neus! Fruitbom. Sinaas, pompelmoes, appel, passievrucht, ananas… you name it, het zit er allemaal in. Maar daar blijft het niet bij, hij is ook zoet (honing), heeft iets van bloemen (vraag me niet welke, fauna & flora was nooit mijn sterkste terrein), boerderij? Blijft maar evolueren… Een subtiele hint van turf, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. Al evenveel fruit in de smaak, zelfde soorten als in de neus. Vanille. Peper ook, meer naar het eind. Superieure Earl Grey. Geloofd zij de Heer! Ik ga niet snel nog iets beters drinken denk ik. Schitterende finish, lang en – hoeft het gezegd – superfruitig. En deze Benriach is oh zo vlot drinkbaar. Man, dit is smullen! Die resterende 2cl zijn vrees ik geen lang leven beschoren…
 

Wie een fles weet staan, laat het me aub weten. Een volle welteverstaan, een (bijna) lege heb ik dus al.