Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1986’

Ben Nevis 27y 1986, Chester Whisky

Ben Nevis, dat is lang geleden. Chester Whisky bottelde een 1986. Ook The Nectar bottelde een 1986, vorig jaar als ik me niet vergis. Ik weet niet of die zo goed was als deze. Wat ik wel weet, is dat 99 euro voor een 27-jarige single malt van dit niveau tegenwoordig een koopje is.

 

Ben Nevis 27 YO 1986/201, 52.9%, Chester WhiskyBen Nevis 27y 1986/2013, 52.9%, Chester Whisky, bourbon hogshead, 157 bottles
Erg aangename en ronde neus, zoet en fruitig. Rijpe kruisbessen, rode appels en perziken. Een wandeling tussen de fruitbomen. Dat fruit wordt gevolgd door hooi, peperkoek en marsepein. Veel marsepein. Vanille ook wel. En honing. Dat zoete wil van geen wijken weten. Een mooie minerale toets maakt het af. Natte stenen en zo, je kent dat wel. Niet al te veel eik, alhoewel aanwezig. Ronde, volle en romige smaak met een zeer leuke ‘kick-back’. Eerst proef ik kruiden zoals peper en kaneel, honing en kandijsuiker, en appels. Siroop van appels, het blijft ook op de smaak erg zoet. Maar dan, plotsklaps en schijnbaar uit het niets, duikt daar roze pompelmoes en mango op. Een tropische terugslag als het ware. Iets wat voor mij het verschil maakt tussen 89 en 90 punten. Knap! Niet alleen dat ik dat proef, maar ook de manier waarop, als een dief in de nacht. Tomatin 1976 heeft dat ook soms. Sappige, ondersteunende eik. Lange afdronk, licht drogend (de eik groeit wat), maar vooral zoet en fruitig. En het goede nieuws is dat het exotisch karakter behouden blijft. Dankzij de geweldige twist op de smaak een welverdiende 90/100

Advertenties

Highland Park 25y 1986, The Whisky Agency for Sweden

Niet alleen The Whiskyman, ook The Whisky Agency heeft al eens iets voor de Zweedese markt gebotteld. Onder andere deze Highland Park 1986.

 

Highland Park 25 YO 1986, 52.5%, The Whisky AgencyHighland Park 25y 1986/2011, 52.5%, The Whisky Agency for Origo import Sweden, bourbon hogshead, 233 bottles
Deze whisky heeft een typische HP neus. En dat wil zeggen dat ik appelsienen ruik, vooral de schil ervan, honing, zilt, heide en zachte turfrook. Turf die heide bevat dus. Daarnaast en daarna ruik ik ook bijenwas, vanille en anijs. En de heide wordt vergezeld van gedroogde bloemen. Zacht en eerder droog mondgevoel. Naast de appelsienen ook ander citrusfruit zoals pompelmoes. Chocolade. Eik, gember en zoethout zorgen voor het drogere karakter. Zachte turf en heide op de achtergrond. En ook enkele lichte mineralige elementen. De afdronk is niet geweldig lang en moet het hebben van appelsien, heide, eik en kruiden. Minder turf dan we gewoon zijn bij Highland Park, maar voor de rest vrij typische en dus lekkere HP. 86/100

Bunnahabhain 25y 1986 for the CasQueteers

CasQueteersDe CasQueteers is een initiatief van enkele Nederlandse enthousiastelingen en bestaat er in om met een aantal liefhebbers de ontwikkeling van een whisky te volgen, van de rijping tot het bottelen. Ze kiezen dus zelf een vat, volgen middels regelmatig proeven de evolutie van de spirit op en besluiten op een gegeven ogenblik dat de tijd en de whisky rijp zijn om tot bottelen over te gaan. Langzaamaan bouwen ze hun kennis over het product op en leggen ze een netwerk aan van contacten met distilleerderijen. Deelnemers krijgen vrijblijvend de mogelijkheid te participeren (voor het deel van hun keuze) in de aankoop van een vat. Meer informatie over dit bijzondere initiatief vind je op de website van de CasQueteers.
Hun eerste whisky is een Bunnahabhain 1986. Deze Bunna rijpte 25 jaar op sherryvat en daarna nog een half jaar op een zogenaamd Octave vat van 50 liter, wat voor wat extra houtinvloed zorgt (hoe kleiner het vat hoe groter de inwerking van het hout). Deze whisky kost 138 euro.

 

Bunnahabhain 25 YO 1986/2012, 54.3%, Duncan Taylor The Octave for the CasQueteers, cask 382893Bunnahabhain 25y 1986/2012, 54.3%, Duncan Taylor ‘The Octave’ for the CasQueteers, cask 382893, 71 bottles
Heerlijke ronde en romige neus op tonen van toast, rozijnen, amandel (zoet, dus eerder richting marsepein), geflambeerde bananen, sigaren en hooi. Ook wat sinaas komt om de hoek kijken. Net als perziken en abrikozen (zowel verse als gedroogde). En daarna gaat het eiland praten, het eiland met z’n zilt en zeewier. En ook de eik maakt duidelijk dat hij er is. Belegen eik. Oude eiken meubels. En oud, geboend leder. Dat hooi dat ik initieel al had, brengt me meer en meer naar de boerderij, met z’n stallen en de geur van een natte hond. Altijd een absolute meerwaarde. De smaak is vol en rijk, en start mooi bitter. Een fruitige bitterheid is dat. Sinaas, granaatappels en veenbessen. Op een bedje van peper en zoethout. De eik is prominent aanwezig, maar het wordt nooit drogend. Daar zorgen het fruit, maar ook zoete elementen zoals honing en chocolade voor. Tabak en boenwas vullen aan. Vrij lange afdronk op orangettes (de schil van sinaas en donkere chocolade), eik en kruiden. Munt, kaneel en zoethout meer bepaald. En helemaal op he einde een terugkeer van de bananen. Dat half jaar Octave cask heeft hier volgens mij absoluut z’n meerdwaarde. Een half jaar was waarschijnlijk ook genoeg, meer eik zou de balans wat verstoord hebben, nu is het perfect. De oude, sappige eik is echt groots hier. 90/100

Highland Park 1986, MoS Amazing Casks

Hoog tijd om terug wat recentere bottelingen te proeven, de laatste drie weken ben ik niet meer tot proeven gekomen en teerde ik vooral op tasting notes die ik nog had liggen. Ik begin met de jongste Amazing Cask van Malts of Scotland. Niet dat we er daar al veel van hebben gehad, deze Highland Park is nog maar de tweede. Wat het bijzonder karakter van deze bottelingen natuurlijk alleen maar onderstreept. Bedoeling van deze reeks is immers whisky’s te bottelen die uit de band springen, die een uniek en bijzonder karakter hebben, eerder nog dan dat ze uitzonderlijk lekker zouden zijn (wat we natuurlijk niet mogen uitsluiten), een beetje zoals het fameuse White Label van Cadenhead. De selectie gebeurt door Thomas Ewers (de man achter Malts of Scotland) en Luc Timmermans.
Deze HP kost je 160 euro.

 

Highland Park 1986/2012, 54.1%, Malts of Scotland ‘Amazing Casks’, Bourbon Hogshead #MoS12053, 245 bottles
Zeer frisse, aromatische neus. Veel ‘buitenlucht’. Een wandeling door de heide, en nog meer door de weide, met z’n hoge gras en bloemen. Boterbloemen, paardenbloemen. Ochtenddauw. Klei. Kalk. Natte stenen (we wandelen nu langs een bergriviertje). Aspirine. Honing? Mja, maar toch eerder vanille. En fruit zegt u? Reken maar van yes. Rode, sappige appels (Jazz), perziken, veel kruisbessen en een beetje lycheesap. Rook? Ook dat is er wel, maar ver op de achtergrond. Bijenwas, dat zeker wel. Hooi ook. En dennennaalden, samen met een klein beetje hars. Echt wel veel ‘buiten’-associaties. Clean, en vooral complex profiel. Frisse, zoete, florale en fruitige tonen mooi met elkaar verweven. Maar geef ‘m zeker tijd, hij groeit, evolueert prachtig. Eigenlijk veel meer Clynelish dan Highland Park. De smaak doet qua cleanigheid en complexiteit niet onder. Eerst valt het florale karakter op (hooi, gras, bloemen), gevolgd door het zoete (honing, vanille, nougat), dan door het mineralige, het fruit (perziken, peren, ananas en pompelmoes) en de bijenwas. Onderliggend kruiden (kaneel, zoethout en peper) maar zo goed als geen eik. Wel een beetje zout. Prikkelend mondgevoel. Lange, tintelende afdronk, zoet, zilt en kruidig. De neus is pure Clynelish, de smaak is iets meer Highland Park. Zeer complexe, en inderdaad toch ook wel bijzondere whisky. 91/100

Highland Park 24y 1986, The Nectar of the Daily Drams

De winnaar van de Fulldram Class ’89 tasting was deze Highland Park 1986 van The Nectar. Zoals ik al vermeldde, ging voor mij de Glen Moray 1973 Perfect Dram daar nog een ietsje boven. Maar ik begrijp perfect waarom er meer mensen waren die deze beter vonden. Het is dan ook een schitterend whisky. Als je ‘m nog vindt, reken op een dikke 100 euro.

 

Highland Park 24y 1986/2010, 51.8%, The Nectar of the Daily Drams
Expressieve neus met veel fruitaroma’s zoals daar zijn: rode appels, sappige perzik, sinaas, ananas in blik. Naast het fruit noteer ik vanille, munt, rook en wat mineralige tonen (natte keien). Een beetje bijenwas merk ik ook op, net als honing. Zalig om ruiken in ieder geval. Deze Highland Park is romig en boterig op de tong, maar ook stevig en mondvullend. Qua associaties denk ik opnieuw in eerste instantie aan fruit (kruisbes, kiwi en de schil van sinaas), honing en vanille, maar ook aan zilt, zachte turfrook en zoethout. Curry? Toch iets dat in die richting gaat. Een klein beetje eik, maar niet veel. Vrij lange afdronk op zoet fruit, zilt en lichte rook. Complexe en aromatische whisky. En vreselijk drinkbaar. 91/100

Blair Athol 25y 1986, A. Dewar Rattray for Whiskyhuis & The Hebridean Whisky Society

Vandaag een whisky waar ik op heb zitten wroeten. Ruiken aan het sampleflesje overtuigde me niet helemaal en ook toen ik ‘m uiteindelijk in m’n glas goot, was m’n eerste indruk niet geweldig. Maar met ‘m tijd te geven en te laten ademen, kwam hij open, er voltrok zich een mooie transformatie.
Het betreft dus de whisky die Jurgen Van De Wiele selecteerde voor z’n shop en voor z’n Hebridean Whisky Society.

 

Blair Athol 25y 1986/2011, 53.5%, A. Dewar Rattray for Whiskyhuis and The Hebridean Whisky Society, bourbon cask #20076, rum finished, 115 bottles
De neus start vrij gesloten, ik heb enkel lichte florale toetsen en een beetje graan (muesli). Maar zoals gezegd, de whisky tijd geven doet wonderen. Er komt zoet fruit naar de voorgrond. Sappige rode appels, peren en appelsiensap. Daarna ook rozijnen en banaan (de rum die z’n sporen achterlaat?) en wat kruiden (the herbal kind). Vers gemaaid gras. Ja, dat gaat van gesloten naar fris en fruitig. Op de smaak heeft de rum echt wel z’n werk gedaan: banaan, kokos, rozijnen (op rum dus) en veel kruiden vallen op. Daarna ook sinaas. Kandijsuiker maakt het wat zoet. Naar het einde krijg ik nog tonen van zoethout, gember en paprika. Behoorlijk lange afdronk op kandij, bittere sinaas en kruiden. Tja, een whisky die je de tijd moet geven, anders gaat ie volledig aan je voorbij. Maar het wachten loont. 86/100

Glen Moray 24y 1986, Duncan Taylor

Vandaag en ook later deze maand bespreek ik enkele nieuwe Duncan Taylor bottelingen. Beginnen doe ik met een Glen Moray 1986, die je voor 85 euro op de kop moet kunnen tikken.

 

Glen Moray 24y 1986/2011, 53.2%, Duncan Taylor, cask 2860, 246 bts.
Aromatische, grassige en florale neus met tussen dat buitenlevengevoel ook wat mandarijn en veel vanille. Na enige tijd kruiden à la gember, kaneel en munt. Houtsnippers ook. Met water buigt het fris florale zich om in nat hooi, het geheel een lichte farmy toets gevend. Mooi. Op de volle, ronde smaak zetten de kruiden zich door, vergezeld van fruit. Ik heb hier trouwens meer fruit dan op de neus. De mandarijn opnieuw, maar ook abrikozen en ananas. En kokos. Zachte eik en honing. Met water komt daar nog zoethout en marsepein bij. Lange, verwarmende afdronk op citrus en kruiden. Munt opnieuw, het vat heeft z’n werk gedaan. Erg aangename whisky. 85/100

Highland Park 22y 1986, Duncan Taylor

Highland Park, gelegen aan de Scapa flow niet ver van Kirkwall op het eiland Orkney, is de meest noordelijk gelegen distilleerderij van Schotland. Zonder tegenspoed breng ik er volgend jaar een bezoekje aan. Vandaag een Highland Park 1986 van Duncan Taylor, gebotteld in 2009 maar hier en daar nog verkrijgbaar.

 

Highland Park 22 y 1986/2009, 55.7%, DT Rare Auld, cask 2254
Cleane, mineralige neus die start op granen, lichte zilt en gras. Hooi, gedroogde bloemen, heide… Daarna en daarnaast bijenwas, sinaas, lichte rook… kortom de neus van een jonge (jonger dan hier het geval is) Highland Park. Eucalyptus ook wel, het geheel is erg fris en levendig. Gember? De smaak sluit hier mooi op aan. De sinaas, het florale en grassige, zachte rook, wat kruiden, het zit ook hier. Licht drogend op het einde en in de afdronk. Die afdronk is wat zoeter dan de smaak. Aangename, complexloze whisky. 83/100

Highland Park 24y 1986, Malts of Scotland

Ook Malts of Scotland brengt dezer dagen een reeks nieuwe bottelingen uit. En dat is gezien de opgebouwde reputatie van deze bottelaar altijd iets om naar uit te kijken. Binnen enkele dagen zullen de flessen beschikbaar zijn in de handel, vanaf vandaag laat ik de negen whisky’s hier hun verhaal doen, met af en toe een hemels zijsprongetje. Beginnen doen we met een Highland Park 1986.

 

Highland Park 24y 1986/2011, 50.7%, Malts of Scotland, cask 2296, bourbon hogshead, 234 bottles
Mooie neus met heel wat ‘tuin’ associaties. Gedroogd gras, natte bladeren, dennennaalden, eik. Honing (uiteraard zou ik bijna zeggen). Daarna zetten zich mineralige tonen door (natte stenen), gevolgd door fruit (banaan, kruisbessen, appels), om te eindigen met kruiden. Zoethout, eucalyptus. Een lichte waxyness ook. Allemaal erg clean en ‘natuurlijk’. En zéér genietbaar. Olieachtig en stevig mondgevoel. Fris en prikkelend, op grassige, fruitige (ananas, roze pompelmoes, kruisbes, kiwi) en kruidige (peper, zoethout, curry?) tonen. Eik en vanille vervolledigen. En het mineralige zit ook hier. Ah, hier op het einde krijgen we ook een beetje turf. Een klein beetje. Dat blijft wel wat hangen in de middellange afdronk, samen met de kruiden, zilt en citrus. Geen water nodig. Heerlijk op de neus, lekker op de tong. 87/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!