Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1974’

Old Pulteney 1974, Gordon & MacPhail

De spirit van Pulteney distillery rijpt grotendeels op bourbonvaten, waar voor mij de beste Old Pulteney’s rijpten op sherryvat. Als je de kans krijgt een 100% sherry wood matured Old Pulteney te proeven, zeker doen, het zilte karakter van de whisky vermengd met de sherry van het vat geeft over het algemeen een geweldige combinatie. Zo ook bij deze heerlijke 1974 van Gordon & MacPhail.

 

Old Pulteney 1974/2009, 43%, Gordon & MacPhail
Je ruikt de zilt, maar met mate. Hij gaat heel mooi op in aroma’s van gedroogde vruchten (dadels, pruimen), geboend leder, geboende meubels (een beetje ‘waxy’ dus), kruiden zoals nootmuskaat, kaneel, munt en zoethout, zachte karamel, kandijsiroop en daarna ook vers en sappig fruit. Oranje fruit. Appelsien, mango, perzik. En een zalige subtiele rokerigheid. Turfrook? Misschien. Tabaksrook, ik denk in ieder geval aan de geweldige Lapsang Souchong, wat ondertussen mijn dagelijkse thee geworden is (mocht ik elke dag thee drinken tenminste). Belegen eik. Ronduit schitterende neus. Op de smaak is hij droog, maar hier op een prachtige manier. De eik en de kruiden zijn groots en worden belet de mond uit te drogen of de smaak bitter te maken door veel fruit (zowel citrus als gedroogd als tropisch) en zoete elementen zoals kandij en marsepein. Het leder en de lichte rook van de neus keren terug in de mond. En natuurlijk ontbreekt ook het zilt niet. Lange afdronk, fruitig en kruidig. De neus is subliem, maar waar ik vreesde dat hij te droog op de smaak zou zijn, is dat hier voor mij dus niet het geval. 91/100

Advertenties

Inchgower 36y 1974, Master of Malt

Twee à drie jaar geleden zagen we meerdere Inchgowers 1974 verschijnen, o.a. bij The Nectar en The Whisky Agency. Allemaal met een gelijkaardig fruitig en romig profiel. Maar ook Master of Malt heeft een 1974 gebotteld, wat volgens mij de laatste was.

 

Inchgower 36y 1974/2011, 41.5%, Master of Malt, refill hogshead, 177 bottles
De neus start op zeer aangename zoete en zure associaties. Zoet: vanille, marsepein, perziken, nectarines, appelsienen. Zuur: groene appels, yoghurt. Lichte mineraliteit. Nootmuskaat en kaneel zorgen voor de nodige pit. Antiekwas en kaarsvet voor de nodige smeuïgheid. Gedroogde bloemen en heide maken het nog wat extra aromatisch. Echt wel zalig om ruiken. De whisky is fris en prikkelend op de tong, daar zorgen citrus (citroen, mandarijn) en kruiden (gember, munt, kamille, basilicum) voor. Vanille en honing maken dat het ook hier redelijk zoet blijft. Amandelen en bijenwas vullen aan. En dan valt er ook nog een subtiele ziltigheid op de achtergrond te noteren. Lange afdronk op fruit en kruiden. Levendige en complexe Inchgower. Doet niet onder voor z’n broertjes, integendeel. 91/100

Royal Lochnagar 30y 1974, Rare Malts

En dan heb ik hier nog een Rare Malts staan, de Royal Lochnagar 1974. De geschiedenis van Royal Lochnagar gaat terug tot 1826, maar de huidige distilleerderij werd gebouwd in 1845, oorspronkelijk onder de naam New Lochnagar. Amper drie jaar later mocht het al het epitheton ‘royal’ voor z’n naam zetten, na een bezoek van Queen Victoria.

 

Royal Lochnagar 30y 1974/2004, 56,2%, Rare Malts Selection
Ook deze Rare Malts is in eerste instantie erg clean, grassig (droog hooi) en alcoholisch. Daarachter gaan wel wat geuren schuil, maar geweldig expressief is dit toch niet. Noten, eik, graan, vanille… pas na enige tijd ook fruit zoals dadels, appels en perziken. Wordt beter en beter. Heel lichte rook. De smaak is stevig en wat scherp. Eik, noten, hooi, peper, gember… maar wordt ook hier snel beter. Zoeter. Perzik, peer, ananas, crème brûlée, karamel, vanille, met net als op de neus een lichte rokerigheid. Redelijk droog mondgevoel. Water toevoegen maakt het geheel sneller toegankelijk, het is minder werken. Lange, droge en prikkelende afdronk op eik en wit fruit. Zoals de meeste Rare Malts kan hij wat water gebruiken, de scherpe kantjes verdwijnen er door naar de achtergrond. Maar dan is deze Lochnagar best genietbaar, maar ook niet meer dan dat. 84/100

Ardbeg Provenance for Asia

Laat ons nog eens écht zwaar geschut bovenhalen. Van de Ardbeg Provenance zijn vier batchen gebotteld, één voor de Europese markt (1997), één voor de Amerikaanse markt (de Verenigde Staten eigenlijk, 1998) en twee voor de Aziatische én Amerikaanse markt (2000). Ik had tot voor kort enkel nog maar de Europese botteling geproefd, een machtige whisky. Deze voor Azië & de VS is beter. Oh yes! Ongelooflijk bedankt Bert!

 

Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March, 2000 for Asia & US, third release, bottle no 5060, 75 cl
Pfiew, wat ruikt dit hemels! Zeemzoete turfrook, oud geboend leder, geboende eiken meubels, lichte zilt, belegen eik, zachte kruiden zoals zoethout, gember en kaneel, vers gebakken croissants, honing, warme appeltaart (of is het abrikozentaart? Nee, het is beide), lapsang souchong thee, een beetje jodium… wow! Ik weet dat een opsomming van associaties niet veel zegt, het toont enkel aan dat deze whisky een complexe neus heeft. Maar dit moet je ruiken, dit is zo goed, prachtig verweven, niets scherps aan, en het blijft maar evolueren. Geuren komen, prikkelen je zinnen, gaan weer weg en duiken weer op. Hemels dus. De smaak is zeker even complex en even goed. Nu ja, ‘goed’ is een licht understatement hier. Zoete turf, zilt, een lichte medicinaliteit, bijenwas, olijfolie (eerste persing – yeah right), zachte karamel, appels, mandarijn, peper, gember, melkchocolade en cake. Niet dat dat alles is, maar ik heb geen zin om verder te graven, wel om verder te genieten. Het geheel er erg olieachtig, licht vettig dus. Zeer lange afdronk, op de meest sublieme turf, zilt, kruiden en fruit. Ardbeg op z’n absolute top en toch wel mooi twee puntjes meer dan de ‘Europe’. 96/100

Highland Park 34y 1974, Ambassadors cask 5

Vandaag proef ik de voor mij beste Ambassadors cask van Highland Park, de vijfde. Dat was meteen ook de laatste. Tussen 2005 en 2008 selecteerde Gerry Tosh, toenmalig ambassadeur van de distilleerderij en tegenwoordig Global Marketing Manager, vijf vaten die volgens hem te goed waren om te laten liggen.

 

Highland Park 34y 1974/2008, 41.5%, OB ‘The Ambassadors cask no 5’, refill sherry hogshead 8845
De neus start op veel gedroogd en gekonfijt fruit (dadels, vijgen, pruimen), gevolgd door klassieke Highland Park aroma’s zoals tabak, heide, zachte turfrook, een even zachte zilte toets, honing, maar ook munt, gember, antiekwas en de geur van de herfst: mos, gevallen bladeren, takken, varens… Alles heel elegant en subtiel, ondersteund door mooie, ronde eik. Ronde en erg zachte smaak op afwisselende tonen van appelsien, gele rozijnen, pruimen, aardbeien, tabak, turf, honing, heide en hoe langer hoe meer kruiden. De eik houdt zich gedeisd. Het alcoholpercentage speelt zeker een rol, dit is zo elegant, en ook zo vreselijk drinkbaar. Maar nooit wordt het slap of plat, daarvoor is deze whisky veel te aromatisch. Ik vind het super. De afdronk is al even zacht, romig en rijk als de smaak. Klasse! 92/100

Bowmore 24y 1974, First Cask

Bowmore van een niet alledaagse vintage deze keer. 1974. Op de overgang tussen de sublieme whisky’s van de jaren zestig en vaak ook nog begin jaren zeventig en de mindere goden van eind jaren zeventig en (vooral) jaren tachtig.

 

Bowmore 24 YO 1974, 46%, First Cask, cask 2109Bowmore 24y 1974, 46%, First Cask +/- 1998, cask 2109
Een whisky waar ik lang op heb zitten wroeten. Hij heeft fantastische kanten maar ook kanten die me minder aanstaan. Enerzijds heeft hij tropisch fruit (zoals passievrucht, mango, meloen en pompelmoes), maar anderzijds ruik ik ook inkt en karton. Deze laatste associaties verdwijnen wel na enige tijd, om na terug te grijpen naar deze whisky opnieuw aan de oppervlakte te komen drijven. Bizar. Maar wat ruik ik nog? Om te beginnen zilt en zeewier. We zijn aan zee. Turf natuurlijk ook, maar die is zacht en zoetzuur. Nat hooi. Honing en zoethout vallen ook nog op. Op de smaak valt eerst het fruit op, en dat is een goede zaak. Pompelmoes, mandarijn, citroen en ananas. Dat fruit wordt gevolgd door honing, zoute drop en teer. Hars en zachte eik geven structuur. Zoete turf. Daarna wordt het droger. Kruiden, eik, maar ook karton. Een heel klein beetje karton, maar toch. Droog karton, wat beter is dan nat karton. Licht medicinaal. De afdronk is minder lang dan verwacht, de whisky valt vrij snel weg. Zilt, rook en kruiden, niet veel fruit meer. Was het niet van dat karton en die inkt, het was een topper. Moeilijk te scoren dus, laat het me houden op 87/100

Beach House & Glenglassaugh

Tijd voor een streepje muziek. Beach House deze keer. Beach House is een Amerikaanse band die in 2004 in Baltimore werd opgericht door Vicortia Legrand en Alex Scally. Qua genre zou je hun muziek onder de grote Indie noemer kunnen steken. In ieder geval, als je van The National, Avi Buffalo, Bon Iver, Fleet Foxes of Trembling Bells houdt, dan moet je zeker ook Beach House ontdekken.
In 2006 bracht de groep een eerste titelloos album uit, wat meteen op gejuich van de critici onthaald werd. Nadien volgende om de twee jaar een nieuw studio-album, Devotion in 2008, het geweldige Teen Dream in 2010 en het even sterke Bloom dit jaar.

Uniek is dat Beach House maar uit twee leden bestaat, Legrand neemt de zang en orgel voor haar rekening, Scally (slide)gitaar en keyboards (incl. de geprogrameerde drums). Legrands stemgeluid is dromerig en melancholisch, en doet denken aan dat van Nico (vooral bekend van haar samenwerking met Velvet Underground – zijn die al aan bod gekomen trouwens?).

Met Bloom en meer bepaald het prachtige nummer Wishes op de achtergrond, zet ik mij aan de beste Glenglassaugh die ik al kon proeven, namelijk de 1974 ‘Manager’s Legacy’. Deze whisky werd hand-gebotteld op de distilleerderij ter ere van Jim Cryle, gewezen manager van Glenglassaugh. En dit op een zeer beperkte oplage van 200 flessen.

 

Glenglassaugh 1974 ‘Manager’s Legacy’, 52.9%, OB 2010, Jim Cryle, refill hogshead, 200 bottles
Heerlijke, complexe neus, fris en levendig. Veel fruit om mee te beginnen (sinaas, ananas, pruimen), aangenaam zoet (zachte fruitsnoepjes, kandijsuiker), gevolgd door kruiden (zoethout, gember), tabak, noten, koffie, siroop, leder, lichte bijenwas en antieke meubelen. Erg rijk en vol. Ook de smaak is prachtig. Romig, stroperig bijna. Ik heb associaties van kandijsiroop, perenstroop, appelsap, sinaas, mandarijn, pruimen, rozijnen (op rum), rozenbottel, lychee,… ja, vooral veel puntjes. Vreselijk complex en rijk. Dat alles op een bedje van sappige eik, hars en de bijhorende kruiden (zoethout, nootmuskaat, peper). Verwarmende afdronk die wel heel lang blijft hangen, perfect in lijn met de smaak (dat is dus al even complex als de rest met een perfecte hoeveelheid eik ter ondersteuning). Lovely. 92/100

Glenglassaugh 22y 1974, Hart Brothers

Glenglassaugh werd opgericht in 1875, maar diende tijdens z’n bestaan de deuren meermaals te sluiten. Een laatste maal gebeurde dat in 1986, waarna het er sterk naar uit zag dat dat definitief was. In november 2008 echter werd de productie terug opgestart door de nieuwe eigenaars, de Scaent groep.

 

Glenglassaugh 22y 1974/1997, 43%, Hart Brothers, Finest Collection
Florale en fruitige neus, met onderliggend graan en rook. Bloemen, gras, planten, tuinkruiden en citrus vallen op. Daarna volgen in willekeurige volgorde vanille, bijenwas en amandelen. En dus rook, lichte rook, wat hier echt we leen meerwaarde is. Het mondgevoel is olieachtig, de smaak is delicaat en vrij complex. Enerzijds is hij zoet (ik denk aan marsepein, karamel en honing), anderzijds fruitig (citrus opnieuw), maar ook kruidig (nootmuskaat en peper), waxy en zilt. Best lange afdronk, met hier de zoete en kruidige sensaties die blijven hangen. Erg lekkere Glenglassaugh, waarbij 1974 toch een goed jaar blijkt te zijn. Binnenkort volgt hier een andere 1974, nog lekkerder dan deze. 89/100

Strathmill 37y 1974, Archives

De Strathmill 1974 uit de Archives Inaugural Release die ik vandaag bespreek, zou wel eens een zustervat kunnen zijn van de geweldige 1974 van The Nectar, maar die vermeldde geen vatnummer, dat zullen we dus nooit zeker weten. Deze Archives botteling kost 170 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.5%, Archives, bourbon hogshead #1231, 180 bottles
Heerlijke, smeuïge neus, in lijn met deze van The Nectar, en dus ook wat in lijn met Clynelish. Fruit, bijenwas en honing zijn de voortrekkers. Het fruit vertaalt zich in ananas, perzik en rijpe kruisbessen. Een beetje cassis zelfs, en na enige tijd ook wat planten. Zaken die ik niet in de botteling van The Nectar had. De neus van deze laatste was nog wel iets expressiever. Zacht en romig mondgevoel met ook hier het fruit dat opvalt: mandarijn en pompelmoes (mooi bitter), gevolgd door honing en gesuikerde infusiethees. Licht floraal, richting tuinkruiden. Eik. Minder rond en wat bitterder dan de TNOTDD, maar nooit storend. Mooie, bitterzoete afdronk van gemiddelde lengte. Als je een Strathmill in je collectie wil, laat het dan een 1974 zijn. Ook deze is een schot in de roos. 90/100

Glen Grant 35y 1974, Duncan Taylor

In de negentiende eeuw bestonden er even twee Glen Grant distilleerderijen tegenover elkaar, Glen Grant en Glen Grant 2, het huidige Caperdonich. Tussen beide gebouwen liep er een pijplijn waardoor de spirit werd gepompt. Volgens de overlevering hadden enkele inwoners van Rothes, waar Glen Grant zich bevindt, een manier gevonden om spirit van deze pijp af te tappen.
Onderstaande Glen Grant werd gekozen door de bezoekers van het Spirtits in the Sky festival als single cask botteling voor België.

 

Glen Grant 35y 1974/2009, 55.2%, Duncan Taylor for The Nectar, cask 16582, 168 bottles
Fruitige en zoete neus, in eerste instantie op appel-kersensap (maar dan iets sterker), gevolgd door meloen, perzik, honing, vanille, een beetje kruiden en mooie eik. De smaak is zijdezacht en zoet. Vanille, honing, marsepein en opnieuw veel fruit (perzik, appel, sinaasconfituur). Naar het einde meer en meer kruiden: kaneel (appel-kaneel that is) en gember. Eik, maar niet dominant. Middellange en eerder droge afdronk. Wordt na verloop van tijd redelijk droog, was anders een punt of twee meer geweest. 86/100

Dailuaine 27y 1974, Silver Seal

Dailuaine 1983 kan erg lekker zijn, dat weten we ondertussen. Laat ons vandaag een klein decennium verder in de tijd gaan, uitkomende in het jaar 1974 met een botteling van Silver Seal uit 2001.

 

Dailuaine 27y 1974/2001, 53%, Silver Seal ‘First Bottling’, 210 bottles
Zachte, zoete en fruitige neus. Ik noteer onder andere vanille, ananas en banaan. Die ananas, dat is eerder ananas in blik, en op siroop. Dat wordt gevolgd door boter, nat hooi en natte aarde (wat damp uit de aarde ook wel). En daar dan onder lichte eik (geboend) en nog lichtere rook. Aroma’s die in lagen komen. Delicaat profiel, ook op de smaak. Ik noteer vanille, honing, kruiden (hier valt zoethout op), eik, granen, noten, citrus…. bittere en zoete tonen dus die elkaar mooi in evenwicht houden. Middellange, bitterzoete afdronk (zie de associaties van de smaak) met ook hier een klein beetje rook. Foutloos en aangenaam zonder dit echt geweldig te kunnen noemen. 84/100

Strathmill 37y 1974, The Nectar of the Daily Drams

Strathmill, één van de vele distilleerderijen opgericht tijdens de whisky-boom eind 19e eeuw, is zo’n typische blenderswhisky die je zelden tegenkomt als single malt. Officieel ken ik enkel een Flora & Fauna botteling en een Manager’s Choice. Deze 1974 was voor mij één van de hoogtepunten op het voorbije Spirits in the Sky festival. Eens kijken of dit in andere omstandigheden nog zo is. Een fles kost ongeveer 150 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.4%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with The Whisky Agency
Oh ja, pure Clynelish-stijl. Erg fruitig en ‘waxy’ that is. Mandarijn, peer en meloen wat het fruitdepartement betreft, bijenwas, boenwas en schoenpoets wat de waxyness betreft. Dat alles vermengd met honing, melkchocolade en zoethout. Heerlijk om ruiken. Zacht en romig op de tong, op tonen van abrikoos, citrus, honing (veel), romige melkchocolade en kruiden. Het zoethout opnieuw, maar ook kaneel, curry en peper. Succulent en smeuïg. Middellange, kruidige afdronk met hints van gekonfijt fruit. Niet de meest complexe whisky, maar wreed lekker! 92/100

Highland Park 28y 1974, DL Platinum

2011 was wat whisky betreft best een gezegend jaar vond ik zo. Er is heel wat lekkers gebotteld en ook heel wat beter dan lekker. En we hoeven daarvoor tegenwoordig zelfs niet meer over de landsgrenzen te kijken. Denk maar aan al het moois dat Thosop, Asta Morris en The Whiskyman ons gebracht hebben. Buiten dat Belgische geweld vielen wat mij betreft eens te meer de bottelingen van Malts of Scotland (die Caperdonichs!) en The Whisky Agency op.
Maar het is niet het verleden wat belangrijk is, het is wat de toekomst ons zal brengen. De heren van Thosop, Asta Morris en The Whiskyman weten alvast dat de lat erg hoog ligt, maar ook van de andere bottelaars mogen we verwachten dat ze ons regelmatig een glimlach op het aangezicht toveren. En dat is uiteindelijk ook wat ik jullie allen dit jaar toewens, af en toe een whisky ontdekken die je simpleweg blij maakt, al is het maar voor even.

Bon, genoeg meligheid, laat ons het nieuwe jaar gezwind inzetten met een Highland Park 1974 van het prestigelabel van Douglas Laing, de Platinum Selection.

 

Highland Park 28y 1974/2002, 56.8%, DL Platinum Selection, 226 bottles
Frisse, grassige neus. Hooi, granen, sinaas, rook en melkchocolade tref ik aan. Ik vind deze neus eerlijk gezegd toch lichtjes tegenvallen. Redelijk wat turf in de smaak, naast geroosterde noten, munt, acaciahoning en gestoofd fruit. Lange zoete afdronk met wat turf. Niet geweldig complex maar wel lekker, alhoewel ik niet weet of Douglas Laing deze Highland Park onder het Platinum label had moeten bottelen. 85/100

Glenlochy 1974, Connoisseurs Choice

Glenlochy Distillery werd opgericht in 1898 (jawel, de whisky-boom) door David McAndies, die op dat ogenblik directeur was van de Glenlochy Fort William Distillery Co. Hieruit kan je afleiden dat Glenlochy in Fort William lag, aan de voet van de Ben Nevis in de Highlands. Ik schrijf ‘lag’ want Glenlochy werd definitief gesloten in 1983 (jawel, de sluiting-boom).

 

Glenlochy 1974/1991, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Pfff, die neus is wel erg granig. Muesli, malt… Wat kruiden ook, hooi en lichte zilt. Rather boring. Ook op de tong veel graan, noten, wat hout, vanille, zoethout, druivenpitten… dat laatste wijst op een wat wrang mondgevoel. Droge, bittere afdronk. Een korte beschrijving, maar veel meer valt er over deze whisky niet te vertellen. 74/100

Nog twee Glen Mhors

Ik had hier nog twee staaltjes staan van oude Glen Mhors. Weliswaar niet zo oud als de Charles MacKinlay van zaterdag, maar toch. Beide werden door Gordon & MacPhail gebotteld. Ik proefde ze gisteren naast elkaar.

 

Glen Mhor 13y 1974, 58.4%, G&M for Sestante, White label with green and gold letters, 75cl
De neus is clean, fris (zelfs na meer dan twintig jaar op fles), mineralig en grassig. Natte stenen, vers gemaaid gras, natte aarde. Leder ook en een klein beetje citrus. Water toevoegen accentueert het grassige nog meer, en voegt noten en groene thee toe. Eigenlijk helemaal niet slecht deze neus. Op de tong is deze whisky zonder water weinig toegankelijk, alcoholisch en scherp. Maar met water is hij erg genietbaar. Dan krijg je fruit, meer dan op de neus, noten en vooral veel kruiden. Peper, gember, en hoe langer hoe meer tuinkruiden. Dille, rozemarijn, tijm… Heel lichte rook ook. De afdronk is lang, zeer lang zelfs, licht drogend en vooral erg kruidig. Bijzondere whisky, en zeker met water ook best lekker. 86/100
 
 

Glen Mhor 15y, 40%, Gordon & MacPhail +/- 1985, 75cl
Erg donker van kleur, dat wordt een sherrymonstertje. En inderdaad, veel eik op de neus, maar met genoeg zoete toetsen erdoorheen. Zelfs wat tropisch fruit, heel licht weliswaar. Ook wat hars en granen. En redelijk wat kruiden. Peterselie, kervel, dille. In de verte wat tabak. De smaak is voor z’n alcoholpercentage best krachtig en eerder droog. Toch ook wat zoet (karamel, maar ook wat vanille), fruitig (banaan) en kruidig. Verwarmende afdronk, stevig en droog. Niet echt complex en misschien wat te droog op de tong, maar voor de rest niets mis mee. 83/100

Ardbeg 21y 1974, Sestante

Nog eens een Ardbeg 1974? Why not, een mens kan immers nooit teveel Ardbeg 1974 proeven. Het wordt een botteling uit 1996 door het Italiaanse Sestante.

 

Ardbeg 21y 1974/1996, 40%, Sestante
Zachte, smeuïge en fruitige turf, hét kenmerk van Ardbeg uit deze periode. Ik denk aan mandarijn en citroensnoepjes, vermengd met turf en wat coastal tonen zoals zilt en zeewier. Marsepein en gebak geven de neus een zoete toets. Een beetje bijenwas niet te vergeten, wat altijd een mooie meerwaarde is. Erg lekkere neus. Hopelijk kan de smaak dit niveau aanhouden. Het mondgevoel is alvast romig en zacht. Erg zacht. Mmm, misschien wel wat té zacht, hij mist hier toch wat kracht. Turfrook, bijenwas, amandelspijs (om niet opnieuw marsepein te schrijven), maar minder fruit dan op de neus (juist een beetje citrus). Weinig complexe en ook niet al te lange afdronk op turf en noten, wat drogend. Op de smaak een beetje een tegenvaller, maar meer dan aangenaam om ruiken. 85/100

Weedram Masters – Het vierde koppel

Voordat de Benriach 1975 voor Asta Morris voor het orgelpunt mocht zorgen, moesten we toch nog even richting Islay trekken. En wat beter dan Ardbeg 1974 om een statement te maken?

 
Ardbeg 10y, 46%, OB 2011
Ik vind dit nog steeds een correcte standaardbotteling. Complexloze whisky, in alle betekenissen van het woord. Veel (medicinale) turfrook, zilt en kruiden. Aardetoetsen en noten ook nog. Olijven. Zo goed als geen fruit. Een gelijkaardig verhaal op de smaak. Turf (op het assige af), kruiden (zoethout vooral), zilt en aarde. Hier ook wat vanille. Lange afdronk op zit en rook. Weinig complex dus maar wel lekker. Lekker zonder meer. 83/100
 
Ardbeg 1974/1997, 50.9%, Signatory, cask 1045, 248 bottles
Ja ja, die smeuïge, zoete turf op de neus vermengd met fruit en zilt. Het fruit is zoetzuur, ik denk in eerste instantie aan die gesuikerde citroenschijfjes van bij de bakker. Witte pompelmoes, mandarijn. Misschien ook wat abrikoos in de verte. Maar dan komt het coastal karakter opzetten met het zilt, jodium en zeewier. Gerookte vis. Het zoete vertaalt zich ook in marsepein. Een lichte kruidigheid ook: munt en gember. O ja, duidelijk gember. Complex en heel elegant die neus. Zachte, romige smaak op turf, citrus, zilt en kruiden. Hier komt ook een beetje eik om de hoek kijken. Zeer mooi. Lange afdronk, zoet en zilt met citroen en de turfrook die lang blijft nazinderen. Perfect gebalanceerd op neus en smaak. 91/100
 

Tja, Ardbeg 1974, what can I say. Een uniek profiel, alhoewel deze misschien niet bij de beste 1974’ers hoort, was het toch weer genieten. Thanks again Bert!

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Linlithgow 27y 1974, Silver Seal

Linlithgow is eigenlijk St. Magdalene onder een andere naam en verwijst naar het plaatsje Linlithgow waar de distilleerderij gevestigd is. De distilleerderij was enkel in z’n beginjaren gekend als Linlithgow, de naam werd spoedig veranderd in St. Magdalene. Er zit echter geen logica in het gebruik van beide namen in de bottelingen, zowel bij officiële als onafhankelijke bottelingen heb je beide. Blijkbaar drukte men soms de éne naam op de vaten en soms de andere. Bizar.

 

Linlithgow 27y 1974, 50%, Silver Seal ‘First Bottling’ 2001, 180 bts.
Cleane, sobere neus die me onmiddellijk doet denken aan olijfolie. Daarna krijgt hij een zoet en licht fruitig kantje. Perziken en tropisch fruit. Kaarsvet, amandelen (de noten welteverstaan), marsepein. Subtiel, je moet wat zoeken, maar dan is het een beauty. De smaak is zacht en fruitig. Na een tijdje komen er kruiden en hout bij. De noten zitten ook hier, net als wat citrusschil. Een aangename bitterheid. Lange, licht bittere afdronk. Erg lekkere St. Magdalene (of nee..), niet helemaal het niveau van midden jaren zestig spul, en eerder neigend naar 1966 St. Magdalene dan naar 1964 of 1965, voor zover ik dat kan beoordelen in functie van wat ik daar van gedronken heb tenminste. 89/100

Glencadam 1974, Malts of Scotland

Malts of Scotland blijft maar whisky’s bottelen, ik krijg ze amper bijgeproefd verdorie. In de nieuwe release zit een Glencadam 1974, een Clynelish 1982 en een Glen Scotia 1992. Ik zette ze vandaag alle drie op een rij en publiceer alvast mijn review van de Glencadam. De andere volgen morgen en zaterdag.

 
Glencadam 1974/2010, 48.9%, Malts of Scotland, sherry cask #3214, 216 bottles
Heerlijke zoete neus. Niet mierzoet, geen suikerspin of kandijsirooptoestanden, eerder een fruitige zoetheid. Ik denk aan appel- en perensiroop, geconfijt fruit, gedroogde abrikozen, vijgen en rozijnen. Rozijnen op rum. Daardoorheen priemt wat hout, boter en leder door. Top! Bloemen na enige tijd. Vrij complexe, delicate sherry. Op de tong is hij krachtig en romig, met het zoete fruit (hier eerder sinaas), rozijnen opnieuw, noten, kirsh en zilt (vrij veel zelfs). Hout ook, misschien net wat teveel hout zelfs, hij droogt naar het eind en in de middellange afdronk wat uit. Het hout en de bijhorende kruiden gaan het fruit en het zoets wat overheersen in plaats van het te completeren. Spijtig, het maakt dat hij toch onder de negentig punten tuimelt, een score die ik op basis van de neus niet meer dan terecht had gevonden. Heeft geen water nodig, water brengt trouwens niet veel bij. 88/100