Spring naar inhoud

Posts tagged ‘14yo’

Oban 1992 Distillers Edition

Oban, gelegen in het gelijknamige havenstadje met zicht op het eiland Mull, is één van de oudste Schotse distilleerderijen. Het werd opgericht in 1794. Oban is vooral gekend als één van zes uit de eerste reeks Classic Malts van Diageo. De Distillers Edition die ik vandaag proef, werd gefinished op Montilla sherryvaten. Montilla is een Fino variant.

 

Oban 1992/2006 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Montilla Fino cask, ref. OD 155.FR
De neus start erg granig. Havermout, malt, muesli, dat soort zaken. Hij is ook zoet (vanille en honing) en na enige tijd komen er kruiden door. Kaneel. Rosemarijn. Zachte curry. Met wat goede wil kan ik ook een beetje fruit detecteren. Kruisbessen. Sinaas? En een lichte zeelucht. Aangename en redelijk complexe neus. De smaak vind ik iets minder. Hij is vrij droog, in eerste instantie op noten, hout, granen en kruiden. Kruidnagel. Daarna komen er toch ook wat zoete tonen opzetten, maar het (licht) bittere overheerst toch. Een hint (meer niet) van turf, eigenlijk vooral in de afdronk. Die afdronk is niet erg lang en droog. Gember, een klein beetje vanille, zilt en wat overrijpe sinaas. De neus is goed maar de whisky verliest het pleit op de smaak. 78/100

Arran 14y

Een whisky waar serieus naar uitgekeken werd, is de nieuwe Arran 14y. Deze vervangt de 12-jarige als oudste product van het huis. Zoals geweten is Arran een erg jonge distilleerderij. Het werd in 1993 opgericht als eerste officiële distilleerderij op het eiland Arran sedert 1840, de productie startte in 1995. Daarenboven is Arran met z’n 750.000 liter per jaar één van de kleinste Schotse distilleerderijen en opereert het volledig onafhankelijk. Distillery Manager is James MacTaggart.
Omdat hun core range redelijk beperkt is (de 10y, de 12y, een 100 proof en een unchillfiltered) brengt Arran regelmatig wijn-gefinishte limited editions uit. Daarnaast is er ook nog de recente botteling ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de distilleerderij. Maar nu gaat onze aandacht dus naar hun nieuwe 14-jarige. Deze whisky kreeg twee jaar geleden een extra rijping, twee derde op first-fill bourbon en één derde op nieuwe sherryvaten.

 

Arran 14y, 46%, OB aug. 2010
Het resultaat is een cleane, levendige en fruitige whisky. De neus start fris en floraal (gedroogde bloemen) met veel fruit ertussendoor, zowel gedroogde vruchten zoals abrikozen en rozijnen als rijpe perzik, dito peer en citrus. Hij is ook zoet, hiervoor zorgt de honing die langzaamaan plaats ruimt voor vanille. Het hout komt er door: naast de vanille heb ik eik en een heel lichte kruidigheid. Proeven nu. Zacht, subtiel en fris. Eerst granig en fruitig, daarna kruidig. Dit vertaalt zich in ontbijtgranen, citrus, honing, vanille, noten ook en qua kruiden denk ik aan nootmuskaat en kruidnagel. De finish begint zoet met de honing en de vanille van de smaak, maar snel worden deze vergezeld van kruiden, wordt wat droger. Ja, die twee jaar extra zijn een meerwaarde, de Arran malt wordt rijker, complexer en voller, minder scherp. En zowel de bourbon als de sherry hebben hun toegevoegde waarde in deze whisky. 85/100

Cragganmore 14y 1993, A.D. Rattray

Er resten mij nog twee nieuwe Rattray’s te proeven, plus een extraatje in de vorm van de nieuwe Stronachie 12y. Vandaag de Cragganmore 1993, later deze week een bijzondere Macallan 1991. Cragganmore werd in 1869 uit de grond gestampt door John Smit, die voordien een pak ervaring had opgedaan als manager van Macallan, Glenlivet en Glenfarclas. De populariteit van het merk kreeg een boost toen het in 1988 één van de zes Classic Malts van UDV werd.

 
Cragganmore 14y 1993/2007, 59.8%, Dewar Rattray, cask 1910, 317 bts
Bourbon cask. Cleane, scherpe en grassige neus (vers gemaaid gras) met redelijk wat hout, zoethout en fruit. Rijpe peren en limoen. Zeep? Mmm misschien, erg onderliggend in ieder geval, niets storends. Smaak: idem dito. Grassig, clean en scherp. Alcohol, graan, hout, appelschillen, onrijpe kruisbessen. Toch maar watergewijze tot een 50% brengen. Dat is beter, meer fruit en ook okkernoten, in de neus en in de smaak, zonder écht smashing te worden. Hij blijft wel effe hangen. Foutoze maar weinig boeiende whisky. 79/100

Nog twee Highland Parks

Highland Park 12y, 43%, OB bottled 1980’s for Italy (Ferraretto), 75 cl – Orkney
Zachte en zoete neus op honing, pollen, appelsienconfituur, een beetje hout, appelbloesems, heel lichte rook en nog heel wat meer. Complex dus, en erg lekker. Stevige smaak (moest ik niet beter weten, ik zou ‘m een 50% schatten) met karamel, cake, koffie, wat rubber en een aangename kruidigheid (peper, kruidnagel). Drogend naar het einde. Lange, droge finish met honing en zilt. Merkelijk beter dan de huidige standaardbotteling. 88/100
 
Highland Park 14y 1995/2009, 57.6%, SMWS 4.132 ‘Wrestling match on Hobbister Hill’, 296 bottles – Orkney
Lichte turf in de neus, naast honing en citrus. Sinaas. Wat mineralig ook. Smaak in het verlengde hiervan, met kruiden op het einde. Niet slecht, maar ook niet bijzonder. 77/100

Twee nieuwe Malts of Scotlands

Highland Park 20y 1989/2009, 51%, Malts of Scotland, cask 10521, triple wood, 280 bottles – Orkney
Triple wood? Wel ja, deze HP heeft na een dikke twintig jaar op bourbonvat nog drie maand gerijpt op portovat en daarna nog ’s drie maand op sherryvat. Sobere, ‘strenge’ neus. ‘Austere’, mocht ik in het Engels schrijven. Wat eerst opvalt, is het gedroogde gras, hooi, gedroogde bloemen, potpourri. Honing ook, eucalypthus en een beetje hars. Vernis. Fruit? Niet veel, een toefje aardbeienconfituur misschien. Een weinig rook op de achtergrond. De smaak is behoorlijk droog, kruidig, met het hars en de honing uit de neus, naast een stevige stukje hout. Wat rubber. Kirsch? Drogende afdronk met peper en gember. Lekkere, maar zeker niet de beste Highland Park die ik al dronk. 82/100
 
Bowmore 14y 1995/2009, 56.7%, Malts of Scotland ‘Clubs’, cask 113, sherry but, 316 bottles – Islay
Dit is de eerste Malts of Scotland gebotteld in de ‘Clubs’ reeks, whisky’s geselecteerd door en gebotteld voor whiskyclubs, in dit geval de Maltisten uit Wesfalen. Een lekkere jonge Bowmore met mooi gebalanceerde turf is dit, vooral op de neus, de turf is wat scherper op de tong. Maar het blijft dus niet bij turf. De geur geeft ook roze pompelmoes, mandarijn, kruiden en wat medicinale toetsen. Tandartstoestanden. Dat medicinale zit ook in de smaak, naast houtskool, zilt, wat citroen en nootmuskaat. Best lekker. Eerder lange afdronk op turf en citrus. Ja ja, Bowmore heeft zich in de jaren negentig goed herpakt. Laat dit soort whisky 10, 20 jaar langer rijpen – zodat de turf nog wat meer naar de achtergrond verschuift en het fruit en de kruiden nog meer ruimte krijgen – en we gaan op onze oude dag nog heel wat beauties uit dit decenium tegenkomen. 86/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Drie Longmorns, een oude en twee jonkies

Longmorn-Glenlivet 1963/2003, 40% Gordon & MacPhail – Highland
Deze oude Longmorn is nog erg fruitig, het hout heeft ondanks de 40 jarige rijping niet de overhand gekregen. Mooie balans! Aangenaam bitter, lekkere sherry. Smaak mocht iets meer punch (i.e. alcoholpercentage) hebben, maar is nog steeds erg aangenaam. Middellange, droge finish. 87/100
 
Longmorn 14y 1994/2008, 50%, DL Old Malt Cask, 352 bottles – Highland
Neus startte met een lichte off-note. Waspoeder? Krijt, kalk, dat zeker. Dit verdwijnt na een tijdje en maakt plaats voor fruit en graan. Mineralig ook. Vettige smaak (olie) met honing, fruit en kruiden. Zoete, kruidige afdronk. Mooie bitterheid. 81/100
 
Longmorn 1990/2005, 46%, Berry Bros, casks 30111-30112 – Highland
Superneus. Veel fruit, beetje rook, honing, daarna bloemen… zalig. Erg complex. Ook de smaak is lekker. Fruit, karamel, hout… mmm, wordt mij een ietsje te droog, het hout gaat wat overheersen. Spijtig. Bitter-fruitige afdronk. Verliest enkele punten op de smaak, was anders vooraan in de negentig geëindigd. 89/100