Spring naar inhoud

Benriach 29y 1983 for Asta Morris

Bert Bruyneel heeft zich weer eens door een stapel Benriach samples geworsteld. Na de jaren zeventig (zie 1975, 1977, 1978 en 1979) heeft hij zich deze keer aan de jaren tachtig gewaagd. Het resultaat van al dat werk resulteert in een 1983 die gebotteld werd voor z’n Asta Morris vehikel.

 

Benriach 29y 1983/2012, Asta Morris, bourbon hogshead #299, 258 bottles
Aromatische neus die start op sprankelend fruit. Ik denk aan sappige peer, meloen, wat sinaas en ananas in blik. Een behoorlijke portie vanille ook, praliné en eik. Getoast hout. Knappe balans tussen het fruit, de zoete tonen en de eik. Prikkelende smaak, dansend op de tong. Romige honing, boter, meringue en opnieuw veel fruit: ik noteer opnieuw peer en meloen, en voeg daar aardbeien, lychee en rijpe kruisbessen aan toe. De eik komt weer om de hoek kijken en wordt vergezeld van zoethout. Maar het fruit krijgt alle ruimte om zijn ding te doen. En dat ding is zeer luid om de aandacht roepen. Een beetje bijenwas ook. Niet supercomplex, wel erg expressief en vooral zeer lekker. Lange, zoete afdronk, een beetje ‘zesty’. Eens te meer – ik weet het, ik val in herhaling – een zeer knappe selectie. En evenzeer eens te meer een referentie voor Benriach van het betreffende jaar. 91/100

The Littlemill Sessions – part II

In het tweede deel van m’n Littlemill sessions laat ik twee wat ongewonere bottelingen aan bod komen, een oude officiële 12 jarige en een 1985 uit Japan.

 

Beginnen doen we met een 12 jarige gebotteld rond 1980 op vatsterkte. Of op 54% toch. Italiaanse import.

Littlemill 12y cask strength, 54%, OB +/- 1980, F+G Bruino Import, 750ml
De neus start wat onderdrukt, licht granig, neigend naar bierbeslag, maar met wat tijd geven komt ie open. En dan krijg je een zachte, ronde fruitigheid onder de vorm van verse abrikozen en perziken, snel gevolgd door gele appels. En dan kom je uit op ciderassociaties. Appelschil. Wat hooi ook. Op de smaak komen die gele appels en de cider meteen naar de voorgrond, vergezeld van eik en zoethout. Misschien ook wat gember. Boter. Karamel in de verte. Geen al te lange afdronk, waar de gele appels het langst blijven hangen. Eentje die moest groeien, maar dat doet hij dan wel erg mooi. 86/100

 

We kennen natuuurlijk 1991, 1990, 1989 en sinds kort ook 1988, maar laat ons nog iets verder in de tijd gaan, naar het jaar 1985 dus. Een botteling van het Japanse Shinanoya, dat ons ook al ander lekkers heeft gebracht (denk Benriach 1976), spijtig genoeg hier in Europa niet te krijgen. Geweldig bedankt Menno.

Littlemill 26y 1985/2011, 55.1%, Shinanoya, Hogshead, 250 bottles
Hola, dit is goed. Prikkelende, expressieve en frisse neus, barstend van het fruit. Roze pompelmoes galore! Maar ook veel lychee, wat kiwi en een beetje ananas. Mineralen in de hoedanigheid van natte stenen, net als gras en humus. Rozenbottelthee. Ronde, smeuïge, zoete en fruitge smaak. Sinaas, pompelmoes en lychee (enorm hier). Zeste. Opnieuw wat gras (hooi eigenlijk), een lichte mineraliteit en tuinkruiden. Behoorlijk lange afdronk, waarin het fruit van geen wijken wil weten. Niet complex genoeg om hoger te scoren, maar wel lekker genoeg om nog altijd zeer hoog te scoren. I love it. 91/100

Highland Park 1977 ‘Bicentenary’

De Highland Park ‘Bicentenary’ werd in 1998 gebotteld ter gelegenheid van – u raadt het al – het tweehonderdjarig bestaan van de distilleerderij. De keuze voor deze feestfles viel op een 21-jarige whisky gedistilleerd in 1977.

 

Highland Park 1977 ‘Bicentenary’, 40%, OB 1998
Erg aangename maar eerder lichte neus (het alcoholpercentage) op elementen die niet ongewoon zijn voor Highland Park: zilt, honing, heide, zachte rook en eik. Zachte, sappige eik is dat. Geboende meubels ook en wat oud leder. Pas in tweede instantie heb ik fruit: perzik, peer en druivensap. Lichte bijenwas. Allemaal erg elegant, breekbaar bijna. Romig en zacht mondgevoel. Meer turf, nog steeds een behoorlijke hoeveelheid honing, nu aangevuld met vanille. En ook de bijenwas zet zich verder op de smaak. Net als het zilt trouwens. Daarna kruiden, zowel de keuken- als de tuinvariant. Eucalyptus, nootmuskaat en zoethout onder meer. Qua fruit moet ik het hier met sinaas doen, de schil van sinaas meer bepaald. Vergezeld van donkere chocolade geeft dit de geweldige orangettes. Best lange afdronk, zoet en waxy, met lichte turf en tonen van mokka die ook nog om de hoek komen kijken. Delicate en subtiele whisky die eigenlijk enkele extra graden alcohol kon gebruiken. Zeer lekker, complex ook, maar wat dun. 88/100

Bowmore 21y 1989, Silver Seal

Nog een recente Silver Seal botteling, is een Bowmore 1989. Bowmore 1989, de ervaring leert dat dat net voorbij de zeepperiode is. Meer nog, Bowmore 1989 is al vaak zéér lekker gebleken.

 

Bowmore 21y 1989/2011, 46%, Silver Seal, 565 bottles
Cleane neus die start op zilt, jodium, mineralen en turfrook. Daarna komen daar natte aarde, varens en kamillethee bij. Niet veel fruit, enkel wat citrus. Noten, vanille en marsepein. Wat zoet dus ook. Munt? Ja, een beetje. Mmm, zelfs een lichte ‘farmy’ toets. Geen mest, wel nat hooi bijvoorbeeld. Oesters, jawel. Heerlijk. Ook de smaak is clean en prikkelend, met meer rook dan op de neus. Maar opnieuw de aarde en de citrus. En de perfecte hoeveelheid zilt en jodium. En ook de oesters zijn daar weer. Oké, de smaak ligt dus mooi in het verlengde van de neus. Ah, ook wat ananas in (of beter uit) blik. Peper mag ik niet vergeten te vermelden. Lange, zilte afdronk met citrus en zachte rook. Perfecte, cleane Bowmore. 90/100

Old Pulteney 15y 1997/2011, G&M for ALS-liga

Onafhankelijke Pulteney, dat kom je niet zo vaak tegen. En toch viel de keuze voor deze botteling voor de ALS liga op een Old Pulteney. ALS is een zeldzame maar wrede neurologische ziekte. Weet dat van de 65 euro die je voor deze whisky betaalt, er 4 naar de liga gaat. Meer motivatie heb je toch niet nodig? Of toch? Wel, je krijgt er een Glencairn blendersglas bij. Nog niet overtuigd? Shame on you, maar als het kan helpen, hij is nog lekker ook. Erg lekker.
Te koop via de website van The Bonding Dram of bij De Clercq in Lochristi.

 

Old Pulteney 15y 1997/2012, 57%, Gordon & MacPhail for ALS-liga, first fill bourbon barrel #1199, 224 bottles
Sobere, cleane neus. Alles behalve exuberant, maar dat vinden we niet erg. Groene harde appels, een lichte granigheid, amandelen en zilt vallen op, met daarachter aardse tonen: natte aarde, wortels, gevallen bladeren. Zeer genietbaar. Pas na enige tijd zorgt vanille voor wat zoets. Mooie evolutie. Ronde, volle smaak op vanille, appels, perzik en zilt, snel gevolgd door heel wat kruiden: zoethout, peper, gember. Hazelnoten. Iets van één of andere eau-de-vie. Pruimen? Mmm, kersen misschien. Is dat daar turf dat op het eind om de hoek komt kijken? Ik denk het. Lekker in ieder geval. Middellange afdronk, zoet en zout. Cleane, gebalanceerde whisky. Mooie selectie vind ik dit, en alhoewel ik al wel eens betere Pulteney heb gedronken (Pulteney op actief – let wel, actief – sherryvat, moet je zeker ’s naar op zoek gaan), zowaar de hoogst scorende Pulteney op deze pagina’s. 87/100

Macduff 12y 2000, The Whiskyman for Pin’Art

Vandaag een Macduff 2000. Niet de eerste Macduff 2000 die verschijnt natuurlijk, wel één van de eerste drie bottelingen onder het Classic Label van The Whiskyman, naast de Clynelish 1997 en de Bowmore 2000 voor Whiskysite.nl.

 

Macduff 12y 2000/2012, 51.6%, The Whiskyman for Pin’Art, refill sherry hogshead, 109 bottles
Zachte en wat droge sherryneus die langzaamaan omslaat in zoet-fruitig. Warme appelmoes, appelsienenconfituur en abrikozencompot krijg je dan. Allez, ik toch. Rozijnen. Gekonfijte gember (prikkelend kruidig en toch ook zoet). Onderliggend leder en zachte eik. Niet complex, wel aangenaam. Op de smaak bittere en zoete tonen, mooi in evenwicht. Rozijnen, gedroogde abrikozen, kruiden, eik, okkernoten… drogend naar het einde. Lange, eerder droge afdronk. Het fruit dooft vrij snel uit. Mocht op de smaak iets voller en ronder zijn, maar lekkere whisky is dit zeker wel. 85/100

Glen Moray 1981 Manager’s Choice

Glen Moray was oorspronkelijk een brouwerij, opgericht in 1815 en in 1897 omgevormd tot een distilleerderij. Het ligt in de Elgin regio. Vandaag een officiële botteling, de 1981 Manager’s Choice. Naar het schijnt is er ook een 1974 Manager’s Choice.

 

Glen Moray 1981 ‘Manager’s Choice’, 57.7%, OB 2001, sherry cask #3661, 463 bottles
Zeer mooie sherryneus op tonen van karamel, munt, chocoladepudding, praliné, vijgen, thee, bramen, kersen… afgewerkt met de geur van een houtvuur. Ook die thee krijgt een rokerig kantje, we gaan dus richting Lapsang Souchong thee. En Zwarte Woudham, nog zo’n gerookt aroma. Zalig! Balsamico crème mag ik niet vergeten. Dik mondgevoel, stroperig. De smaak van rozijnen op rum, chocolade, perensiroop, pruimencompot, mokka, karamel en kruiden (gember, nootmuskaat). Rijke, romige en elegante whisky met weinig hout. Dat laatste heb ik meer in de (lange) afdronk, die is licht bitter. Maar daar malen we niet om, dit is heerlijk spul. Glen Moray, toch wel een schromelijk onderschatte distilleerderij als je ’t mij vraagt. 90/100

Dalmore King Alexander III

In het gezegende jaar 1263 redde een voorouder van de clan Mackenzie (de latere eigenaars van The Dalmore) het leven van koning Alexander III, welke op het punt stond gespiest te worden door het gewei van een hert. Dat gewei siert vandaag trouwens alle officiële bottelingen van de distilleerderij.
Deze botteling vermeldt geen leeftijd maar zou whisky bevatten van 1990 en later, whisky die rijpte op verschillende types vaten: Sherry Oloroso, Madeira, Marsala, Porto, Bourbon en Cabernet Sauvignon. Hij kost een kleine 150 euro.

 

Dalmore ‘King Alexander III’, 40%, OB 2010
Granige en zoete neus. Chocolade, zachte karamel en zoet fruit zoals gestoofde rode vruchten en pruimen, maar ook sinaassnoepjes. Eik ook, en wat leder. Nieuw leder. Ik ruik echter liever oud leder. Op de smaken heb ik opnieuw het rode fruit, de pruimen, de karamel, het leder en de eik. Nootmuskaat noteer ik ook nog. Op zich allemaal niets mis mee, maar het geheel wordt wel vrij bitter. Is dat karton dat om de hoek komt kijken? Ik vrees het. Vrij lange afdronk, maar wat te bitter. Mmm, mixed feelings, een whisky met aangename en met minder aangename kanten. 78/100

The Littlemill Sessions – part I

Ik heb hier nog acht Littlemill samples staan, geduldig wachtend op een geschikt moment om eens naast elkaar gezet te worden. Dat moment was gisterenavond. Zes van deze samples komen van de jongens van Whiskybase (waarvoor nogmaals dank). Ik publiceer mijn bevindingen per twee, vandaag het eerste koppel, een oude jongeling en een jonge op middelbare leeftijd.

 

 

De Littlemill 8 is lange tijd dè standaardbotteling van deze Lowland distillery geweest. Ik proefde in het verleden al een botteling van rond de eeuwwisseling, die me niet erg beviel. Vandaag ga ik wat verder terug in de tijd met een botteling van begin jaren tachtig. Ik proefde tijdens onze reis naar Orkney een versie uit datzelfde tijdsvak, in het Lynnfield hotel in Kirkwall. En ik niet alleen, toen we toekwamen was de fles nog zo goed als vol, toen we twee dagen later uitcheckten, zat er nog een bodempje in. Een whisky die m.a.w. bij heel wat clubleden in de smaak viel. Geen idee of dit dezelfde batch betreft (weliswaar ook groen glas en 40%).

 

Littlemill 8y, 40%, OB early 1980’s
O ja, dit ligt in dezelfde lijn. Fris, fruitig en floraal aroma. Delicaat en elegant, zonder opvallend old bottle effect. De geur van een weide in de lente, met z’n gras en allerlei bloemen, vergezeld van witte perzik, mandarijn en ananas. Een lichte kruidigheid ook. Oosterse kruiden? Zacht en boterig mondgevoel. Een beetje granen in het begin, snel gevolgd door fruit (mandarijn en abrikoos), florale aroma’s en ook wat kokos. Opnieuw kruiden die ik niet onmiddellijk kan plaatsen. Soit, het belangrijkste is dat ik dit wreed lekker vind. De afdronk kan je moeilijk lang noemen, maar ook hier is dit echt wel lekkere whisky. Niet complex, absoluut niet gelaagd, gewoon zalige simpele drink-away whisky. Meer moet dat zeker niet zijn. En veel beter dus dan de recentere botteling die ik kon proeven. 89/100

 

De tweede Littlemill is er ééntje uit 1991, een periode – rond 1990 – die ons al meerdere schitterende Littlemills heeft gegeven. Deze werd gebotteld voor de Deense whiskyclub Falster.

 

Littlemill 16y 1991/2007, 53.5%, Dansk Maltwhisky Akademi for Falster
De neus start licht alcoholisch maar gaat snel over in heerlijke fruitige tonen. Zoet en zelfs licht tropisch fruit. Ananas, kokos, kiwi, banaan, rijpe kruisbessen. Ook de vanille, de marsepein en de honing maken het geheel smeuïg zoet. Bijenwas en leder vullen aan. De smaak is al even smeuïg en romig. Boter, vanille, warme appelcake (inclusief de kaneel) en fruit vallen op. En ook hier is dat fruit zoet en zit er een tropische toets in. Middellange afdronk, romig, op dezelfde zoet/fruitige tonen als de smaak. Niet super complex, wel super lekker. 91/100

Brora 32

Brora 32, zou dat geen tijd gaan worden? Welaan dan! Al vaak gedronken, maar dus nog niet besproken. Deze recentste release bevat whisky gerijpt op Amerikaanse en Europese eik. Oorspronkelijk te krijgen voor een 350 euro, nu betaal je minstens honderd euro meer.

 

Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 10th annual release, 1500 bottles
Delicate en subtiele neus waarvan je de eerste keer ruiken denkt “bwa, niet slecht”, de tweede keer “mja, toch wel lekker”, de derde keer “gho, toch goed hoor”, de vierde keer “mmm, heerlijk eigenljk” en uiteindelijk (twaalfde maal?) simpelweg “wauw!”. Neem er m.a.w. je tijd voor, dan geeft hij zich in al z’n complexe glorie bloot. En die glorie is zoet (honing en vanille, maar ook wat nougat), fruitig (rijpe sinaas, zoete roze pompelmoes, citroensorbet, sappige perzik, ananas, verse gele pruimen), mineralig (natte stenen), zilt (plus het zeewier), matig kruidig (tuinkruiden), waxy (smeuïge bijenwas, van die kaarsen gemaakt van opgerolde bijenwas) en licht gerookt. Die rook is niet zozeer turfrook, alhoewel dat er ook in zit, maar eerder de rook van een houtvuur. En zelfs daarmee stopt het niet, de geweldige natte hond en al even nat hooi zijn ook van de partij, zonder de mest echter. Niet erg. Rond en romig mondgevoel. De smaak start zoet en fruitig: opnieuw dat zoete citrusfruit (roze pompelmoes en rijpe sinaas), ananas en perzik. Melkchocolade en zachte karamel. Vrij snel valt ook de kruidige rook op. Hier niet onmiddellijk tuinkruiden, wel peper, gember, zoethout en nootmuskaat. Hoe langer hoe meer zilt. Het geheel krijgt een zalig droog kantje (altijd het juiste droog), de kruiden worden grootser, er komt wat eik en noten bij, en zelfs wat hars. Knappe evolutie van fruitig zoet naar kruidig droog. Lange afdronk, balancerend tussen de zoete en drogere aroma’s van de smaak. Een whisky waar je tijd voor moet nemen (aan enkele euros per slok doe je dat ook gewoon). Uitzonderlijk complex en erg delicaat. Het niveau van de 2004, 2005 en 2006 release haalt hij voor mij echter niet. Maar erg veel scheelt dat nu ook weer niet. 93/100

Highland Park 18y 1992, Silver Seal

Highland Park, de meest noordelijk gelegen Schotse distilleerderij, bevindt zich aan de rand van de hoofdstad Kirkwall en overziet de bekende Scapa Flow, de centrale baai tussen een aantal van de Orkney eilanden die doorheen de geschiedenis heel wat bekendheid verwierf. De vikingen gebruikten de baai voor hun oorlogsschepen, het werd later de thuisbasis van de Britse vloot en het speelde een belangrijke rol tijdens de twee wereldoorlogen.
Vandaag een 1992 van Silver Seal, te koop voor een goeie 140 euro.

 

Highland Park 18y 1992/2010, 53.1%, Silver Seal, 260 bottles
Zeer mooie, ronde sherryneus, zoet en kruidig. Honing en zachte karamel zorgen voor het zoets, nootmuskaat, kaneel, gember en zoethout voor het kruidig karakter. Oud leder ook, geboende antieke meubels, tabaksdoosjes, en de heerlijke rozijnen op (oude) rum. Sinaas komt ook naar voor, net als gebakken bananen. Sappige eik. Ook op de tong is het rond, geen scherpe kantjes te bespeuren. Gedroogd fruit zoals rozijnenen, pruimen en vijgen vallen op, net als tabak, zachte karamel, antiekwas, smeuïge eik en opnieuw heel wat kruiden. Zoethout, kaneel, nootmuskaat en peper naar het einde. Een klein beetje zilt ook in dat einde. Rook vraagt u? Wel ja, maar ver op de achtergrond, zowel op de neus als op de smaak. Het is pas in de afdronk dat ik heide opmerk. Die afdronk is voor de rest behoorlijk lang, de balans behoudend tussen het droge, kruidige en het zoete, fruitige. Als je het weet, merk je hier en daar typische Highland Park elementen op, maar het is de sherry die ‘m speciaal maakt. Of beter, de stevigere sherry dan we gewoon zijn bij HP. 89/100

Laphroaig 13y 1998, Archives

In de tweede reeks bottelingen van Archives zat ook nog een Laphroaigh 1998. Hieronder mijn bevindingen.

 

Laphroaig 13y 1998/2011, 54.2%, Archives, Bourbon Hogshead #700228, 80 bottles
Typische jonge Laphroaigneus. Cleane turfrook en citroenen, hier vermengd met medicinale toetsen, vanille en zilt. Gerookte heilbot. Varens. Peterselie (enorm). Ja, dat is het helemaal, heilbot besprenkeld met citroen en peterselie erbovenop. Ook wat teer en houtskool. De smaak is minder stevig dan verwacht, zonder dat dit een slappe toestand is, verre van. Assige citroenen. Voor mij te veel assen. Opnieuw dat medicinale en het zilt. Nog maar weinig zoete aroma’s te bespeuren, buiten wat vanille. Lange afdronk op assen, peper en zout. Voor de liefhebbers van het profiel, assen en citroen dus. Ik geraak hier snel op uitgekeken. 84/100

Port Ellen 18y 1976, First Cask

First Cask is het label waaronder in de eerste helft van de jaren negentig enkele whisky’s gebotteld werden voor Direct Wines. De reeks bevat juweeltjes zoals een Tomatin 1976, een Caol Ila 1974, een Glenrothes 1975, een Bowmore 1974 en een sublieme Ardbeg 1974 (één van de twee Ardbegs 1974 trouwens). Vandaag proef ik de Port Ellen 1976. Of beter één van de Port Ellens 1976 van hen, vat 4776, terwijl zij ook vaten 4778, 4781 en 4783 bottelden.

 

Port Ellen 18y 1976, 46%, First Cask +/- 1994, cask 4776
Erg expressieve neus, op prachtige rook en boter. Barbecue, geroosterd en gerookt vlees, houtvuur, turf, teer en diesel (geweldig hier). Daarna frisse tonen zoals munt en appelsap. Vanille ook, en pas daarna zilt en enkele kruiden (peper en kruidnagel vallen op). Iets licht grassigs nog. Complex, maar vooral zeer expressief, ik zei het al. Krachtig in de mond, voelt sterker aan dan 46%. Mooie, zoete turfrook, opnieuw vanille en het appelsap (ook appelmoes), maar ook gedroogde ananas en peer. En op de duur ook sinaasconfituur. Amandelspijs. Vervolgens komt de peper en het zout opzetten, vergezeld van zoethout, gember en drop. Geen teer meer. Erg rijk en ‘dik’. Lange afdronk, rokerig en zilt, met daartussen drop en peper. Bijzonder compacte, krachtige en aromatische Port Ellen, zoeter dan recentere vintages. 91/100

Caperdonich 1972/2010, Connoisseurs Choice

Ik blijf vandaag bij het Connoisseurs Choice label, en wel met een Caperdonich 1972. O yes! Het zou echter een wat ander profiel kunnen worden dan dat ik gewoon ben bij Caperdonich ’72… first fill sherry, erg donkere kleur, een sherrybom?

 

Caperdonich 1972/2010, 43%, G&M Connoisseurs Choice, first fill sherry butt
Stevige en volle sherryneus op sappige eik, noten (amandelen, cashew- en hazelnoten), rozijnen, pruimen, wat tabak, koffie, sinaas en kruidnagel. Ook licht florale aroma’s, bloemen en bloesems. Naast het gedroogd fruit en de sinaas toch minder fruit dan verwacht. Maar so far so good. Op de smaak is hij wel erg droog. Zware eik, tabak, gedroogde vijgen, veel kruiden (peper, zoethout, kruidnagel), ook veel noten, karamel, bittere chocolade… enkel voor de fanatieke sherry heads. Best lange, kruidige afdronk, maar ook hier voor mij wat te droog. Weer zo’n whisky die het pleit op de smaak verliest omwille van de té zware sherry. Van de neus kan ik echter erg genieten. 85/100

Port Ellen 1982/2006, Connoisseurs Choice

Vandaag nog maar eens een Port Ellen, nu een 1982 gebotteld in 2006 door Gordon & MacPhail in z’n Connoisseurs Choice reeks.

 

Port Ellen 1982/2006, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Lichte en zachte neus op schuwe tonen van zilt, wit fruit (appels, peer), citrus en turf. Misschien wat jodium en zeewier in de verte, maar dat is maar omdat ik er op lette. Licht en delicaat, maar dat delicate is hier geen pluspunt. De smaak is wat steviger en moet het hebben van grosso modo dezelfde associaties als op de neus: lichte turf, zilt, zeewier, (rode) appels, aangevuld met wat peper. De (turf)rook groeit naar het einde en in de eerder korte afdronk, waar het vergezeld wordt van het zilt. Helemaal niets verkeerds mee, maar deze whisky mist de nodige punch en expressie om hoger te scoren. Vrij uitzonderlijke score voor een PE… 84/100

Macduff 11y 2000, Whisky-Doris

Vandaag een Macduff 2000, eind vorig jaar gebotteld door Whisky-Doris. Nu ja, dat kon je ook wel afleiden uit hetgeen hieronder staat.

 

Macduff 11y 2000/2011, 54.8%, Whisky-Doris, sherry butt, 246 bottles
Granige sherryneus. Een combinatie dus van granen (muesli bv.) met typische sherry-associaties zoals tabak, leder, koffie en noten. Het is pas in tweede instantie dat er zoetere elementen naar voor komen, zoals daar zijn: honing, sinaas en rozijnen. Nat hooi en munt komen er ook nog bij. Notenlikeur. De smaak is erg droog en bitter, met behoorlijk wat taninnes (druivenpitten, kastanjes). Van de neus kon ik nog genieten, van de smaak niet meer. Veel kruiden ook, pijptabak en sterke koude koffie. Onrijpe bessen. Wat buskruit zelfs (was me op de neus niet zo is opgevallen). Spijtig genoeg een lange afdronk, bitter en zelfs wat zuur. Best oké op de neus, maar op de smaak en in de afdronk verliest hij grandioos het pleit. 76/100

Strathisla 25y G&M

In 1950 kon Chivas Brothers Strathisla – dat toen nog Milton Distillery heette – opkopen voor 71.000 Pond, wat ook in die tijd een koopje was. Omwille van betrokkenheid bij frauduleuse transacties werd de toenmalige eigenaar George Pomery immers veroordeeld voor belastingontduiking en werd de distilleerderij failliet verklaard en openbaar verkocht. Chivas hapte toe en veranderde de naam in Strathisla, de naam waaronder de distilleerderij eind negentiende eeuw opereerde.
Vandaag de 25y van Gordon & MacPhail, die in tegenstelling tot vorige batchen niet op 40 maar op 43% werd gebotteld.

 

Strathisla 25y, 43%, Gordon & MacPhail +/- 2010
Mooie en zachte sherryneus: sinaas, bramen en rijpe kersen qua fruit, melkchocolade en kandijsuiker qua zoets en zoethout en nootmuskaat qua kruiden. Sappige eik en leder als ondersteuning. Ah, ik mag de rozijnen op rum niet vergeten. De balans zit goed. Ook op de smaak, daar komt de eik misschien iets meer naar voor, maar het houdt zich al bij al gedeisd. Krijgen vrij spel: leder, sinaas, rozijnen, gedroogde pruimen, tabak, koffie, peper en gerookte vlees. Vol en stevig mondgevoel. Best lange, warme afdronk. Lekkere, ronde en volle Strathisla, waar ik weinig op kan aanmerken maar waar ik ook geen ‘wow’-gevoel bij heb. 85/100

Banff 36y 1975, Malts of Scotland

De geschiedenis van Banff laat zich lezen als een opéénvolging van vernielingen en heropbouwingen. Het werd opgericht in 1824 als Mill of Banff, om daarna z’n naam te wijzigen in Inverboyndie. Na een sluiting werd het heropgebouwd in de buurt van de originele site. Nadien werd de distilleerderij vernield in 1877 door een grote brand, in 1941 door een bombardement, in 1953 door een explosie en tenslotte een laatste keer in 1991, toen opnieuw door een brand de overblijvende gebouwen – waar na de sluiting in 1983 geen activiteit meer was – eraan gingen.
Deze pas gebottelde 1975 van Malts of Scotland kost 189 euro, als je ‘m nog ergens vindt tenminste. Hype is nog zacht uitgedrukt.

 

Banff 36y 1975/2012, 43.8%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel #MoS12015, 165 bottles
Subtiele neus die wat onderdrukt van start gaat en dan heel geleidelijkaan omslaat in erg aromatisch. Hij begint op olie (motorolie), noten, nat hooi en kruiden. Heel wat kruiden, maar vooral andere soorten dan je gewoonlijk in whisky aantreft. Ik denk aan dille, venkel, munt en mosterd. Onderliggend romige waxy tonen: bijenwas en vooral kaarsvet. Dan wat vanille en pas nadien het fruit. Ananas, sinaas, limoen en een hint van kokos. Op dat fruit moet je dus even wachten, maar je geduld wordt beloond. En het is nog niet gedaan, nu krijg ik ook nog leder en gerookt vlees. Schitterende evolutie. Ha, naast het natte hooi ook wat stalgeur, het geheel krijgt dus een farmy kantje. Prachtig! Eik? Wel ja, dat zit er toch ook (een beetje) in, onderliggend en ondersteunend. Man, wat een boeiende neus… En dan de smaak: ook hier neem je best een beetje tijd voor, maar dan: al even rijk en complex. Waar begin ik? Bij de vanille en honing bijvoorbeeld. Of bij de prominente kruidigheid (de mosterd en de dille van op de neus, plus nootmuskaat en zoethout). Vervolgens bijenwas, sappige eik en lichte tabaksrook. Het fruit groeit ook hier: sinaas, citroen en perzik. En ook hier is het daarmee nog niet gedaan. Melkchocolade, noten en hooi ontbreken niet op het appel. Perfect gebalanceerd allemaal, elegant en vol. Fruitiger en expressiever dan andere Banffs uit deze periode. Lange, zachte, zoete en kruidige afdronk. Indrukwekkende whisky. Cult in the making. En nu weet ik ook waarom deze whisky uitverkocht was alvorens hij in de winkel lag. Na de 1971 van de Dead Whisky Society, opnieuw een Banff die me compleet van m’n sokken blaast. Voor mij met stip de beste botteling uit de reeks. 93/100

Benriach 34y 1976 for Taiwan

Benriach 1976, het is zo stilaan een begrip geworden. Ik heb hier al enkele 1976’ers besproken, die scores van 92 of 93 kregen, met als absoluut hoogtepunt vat 3557 voor La Maison du Whisky die voor mij met 95 punten nog steeds één van de beste whisky’s is die ik kon proeven. Vandaag een 1976 die vorig jaar exclusief gebotteld werd voor de Taiwanese markt en die niet veel onder moet doen. Zie het als voorbereiding op de Benriach 1976 tasting ten huize Serge Reijnders volgende zaterdag.

 

Benriach 34y 1976/2011, 48.2%, OB for Taiwan, cask 3033, 216 bottles
Prachtige, smeuïge, samengebalde aroma’s van tropisch fruit zoals mango, passievrucht, ananas, meloen, lychee, perzik… pfiew, heerlijk om ruiken. Rozenbottel, bijenwas, kokos (echt wel tropical galore), romige honing, munt, nootmuskaat, zoethout,… het draagt allemaal bij tot deze sublieme en complexe neus. Dat tropisch karakter wordt met zwier doorgetrokken op de smaak. Een geweldige fruitsla die vergezeld wordt van bijenwas, honing, amandelspijs, melkchocolade, munt en eucalyptus. Eik? Wel ja, niet abnormaal op deze leeftijd, maar het is er puur ter ondersteuning, het hout treedt op geen enkel moment op de voorgrond. Lange, zoete afdronk met een prachtig bitter kantje. De balans tussen het overweldigende fruit, de zoete tonen en de eik is werkelijk perfect. Misschien dat de LMdW nog een ietsje meer diepgang heeft (ik proefde ze enige tijd geleden samen, naast de 1975 voor Asta Morris), maar dit komt behoorlijk in de buurt hoor. 94/100

Springbank 14y 1998, Malts of Scotland

De laatste, nee, de voorlaatste (ik hou het beste voor laatst) botteling uit de reeks nieuwe Malts of Scotland is een Springbank 1998. Hij is hier en daar al besproken, en het blijkt een whisky te zijn die je ofwel geweldig vindt ofwel maar matig kan appreciëren. Benieuwd tot welke categorie ik me ga bekennen.

 

Springbank 14y 1998/2012, 51.5%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #MoS12014, 212 bottles
Bwa, ik vind dat toch geen slechte neus. Een beetje ongewoon misschien, maar zeker niet slecht. Een combinatie van geroosterd hout, natte aarde, mos, natte bladeren, (nieuw) leder, gekookte groenten en rubber. Vrij scherp wel. De sherry brengt ook nog rozijnen en pruimencompot aan. En ik moet ook ineens aan Canada Dry denken. Lichte turfrook op de achtergrond. Mmm, na enige tijd ook natte kranten en al even nat karton. Natte wol ook wel. Ha, zelfs de smaak is nat! En voor de rest vrij scherp. Eik, kruiden (veel gember), hars, cassis, druivenpitten (lichte tannines). Daardoorheen wat zoete tonen, maar de bittere overheersen. Mineralen mag ik niet vergeten te vermelden. En zilt, hoe langer hoe meer. Ook hier een (klein) beetje turf. Lange afdronk, moeizaam balancerend tussen scherpe, droge tonen en zoete. Moeilijke whisky. Er waren momenten dat ik ‘m in z’n vreemdheid best kon appreciëren (85), maar deze werden gecounterd door momenten dat het tegenwrong (75). 81/100