Spring naar inhoud

Posts from the ‘Miltonduff’ Category

Miltonduff 21y ‘Pluscarden Valley’

Miltonduff distillery ligt op het landgoed van de oude Pluscarden priorij, in de Pluscardenvallei (Glen of Pluscarden), ten zuiden van Elgin. Deze benedictijner priorij bezat een brouwerij en waarschijnlijk ook een distilleerderij, en dat reeds in de 13de eeuw. In die dagen (de Middeleeuwen dus) werden religieuze ordes immers beschouwd als houders van de geheimen van het distilleren.
Vandaag een oude Miltonduff, ergens in de jaren tachtig gebotteld voor Sestante.

 

Miltonduff 21 YO 'Pluscarden Valley', 43% G&M for SestanteMiltonduff 21y ‘Pluscarden Valley’, 43%, G&M for Sestante, 1980’s
Old style sherry op tonen van balsamico, geroosterde noten, rozijnen op rum, pruimen en dadels. Hoe langer hoe meer kruiden. Peterselie, munt en gember. Lichte tonen van boenwas en kaarsvet ook. Ondersteundende belegen eik. Erg mooi toch wel. De smaak ligt in het verlengde hiervan: kruiden (dezelfde als op de neus), noten, rozijnen, pruimencompot, bijenwas, balsamico. Naast het gedroogde fruit ook sinaas. Allemaal erg elegant en subtiel. Middellange, zijdezachte afdronk, waxy en licht kruidig. Een golden oldie. 87/100

Advertenties

Miltonduff 21y 1989, Kintra Single Cask Collection

Miltonduff is met een jaarlijkse productie van 5,5 miljoen liter een vrij grote distilleerderij. Tot 1981 was het ook verantwoordelijk voor de in Lomond stills geproduceerde Mosstowie whisky. Vandaag een 1989 van Kintra, die je zowat 75 euro kost.

 

Miltonduff 21y 1989/2011, 50%, Kintra Single Cask Collection, sherry wood #13, 120 bottles
De neus start al best aangenaam, maar groeit nog met tijd te geven. Eerst heb ik ontbijtgranen, chocolade, praliné, zachte karamel en rozijnen (op rum), daarna gaat hij over op fruit (zoals daar zijn druiven en ananas). Leder en bloemen (vraag me niet welke) vullen aan. Zachte, olieachtige smaak, licht bitter. Donkere chocolade, noten, dadels, eik, amandelen, dat zijn zowat de zaken waar ik in eerste instantie aan denk. Koffie volgt, net als enkele kruiden (nootmuskaat en kruidnagel). Ook de middellange afdronk is vrij droog. De neus verdient beter dan 84/100

Miltonduff 1991, G&M Reserve

Miltonduff ligt in de Pluscarden regio, genoemd naar de gelijknamige vroegere 13e eeuwse abdij, een regio die omwille van het vele beschikbare water van perfecte distilleerkwaliteit heel wat distilleerderijen telt.

 

Miltonduff 1991/2009, 60.9%, G&M Reserve, selected by Van Wees, cask 26594 257 bottles
Deze whisky start erg ruw en wild, zowel op de neus als op de smaak. Het alcoholpercentage zal daar wel voor iets tussen zitten. Hij evolueert echter mooi. De geur van sherry, koffie, pollen, honing, ananas, yoghurt (aangename zurigheid), wood smoke, geroosterde noten… en de balans zit goed. Mondvullend en ‘dik’ op de tong met lekkere sherry, honing, gestoofd fruit en hout. Water maakt het geheel kruidiger. Zoethout, kruidnagel, nootmuskaat. Lange bitterzoete afdronk op noten en hout. 85/100

Miltonduff 30y 1980, Malts of Scotland

Vandaag proef ik een zustervat van de Miltonduff 1980 van A.D. Rattray die ik vorige zondag besprak, vat 12427, deze draagt het vatnummer 12429. Van de Rattray heb ik nog wat over, ideaal om te vergelijken dus.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.7%, Malts of Scotland, cask 12429, bourbon hogshead, 259 bottles
De neus start misschien wat gedempt, maar wel duidelijk fruitig, snel gevolgd door zoete tonen. Een zoete fruitigheid dus, met lichte frisse, kruidige toetsen. Munt, eucalyptus. Ik denk aan Vicks citroen, maar ook andere citroensnoepjes. Nog zoet fruit à la banaan, ananas en perzik, net zoals in de Rattray. Perzik op siroop. Honing… het geheel is iets zoeter dan bij vat 12427. Boterig ook, echte boter. Gezouten. Het grassige zit ook in deze neus, alhoewel hier misschien eerder gedroogd dan vers gemaaid gras. De smaak is meteen grassig, en fruitig. De schil van allerlei citrusvruchten, groene appels. Honing. Meer eik en kruiden dan op de neus, licht drogend. Geen water nodig, brengt niets bij. Droge, kruidige afdronk met wat hars, maar ook voldoende fruit. Op de neus is deze wat zoeter en zachter dan de Rattray, op de smaak is er zo goed als geen verschil. Ik heb een zeer lichte voorkeur voor deze, maar hij is wel wat duurder. 87/100

Miltonduff 30y 1980, Dewar Rattray

Miltonduff werd in 1824 gebouwd op de site waar vroeger de molen van Pluscarden Abbey stond, even ten zuiden van Elgin. Er wordt vermoed dat de monniken daar reeds in de 13e eeuw niet alleen brouwden maar ook distilleerden. Eén van de stenen van de abdij is nog te bezichtigen op Miltonduff.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, Dewar Rattray, bourbon cask #12427, 240 bottles
Ook bij deze whisky is het het fruit dat de aandacht trekt. Peren en witte perziken. De sappige varianten dan nog. Ananas ook. Wat appel in de verte. Mooie, belegen eik erdoorheen. Een aangename en frisse kruidigheid ook. Ik denk aan kamille en methol. Vers gemaaid gras. Honing. Heel clean en afgeborsteld, er zit geen scherp kantje aan. Op de smaak misschien wat meer hout, maar ook nog voldoende fruit. Lychee hier, naast citrusfruit. Die citrus gaat domineren. Het grassige (hooi) en de honing keren weer. Kruiden naar het einde en in de middellange afdronk, waar het de strijd aangaat met het fruit. Het witte fruit dat ik op de neus had. Met 95 euro weerom scherp geprijsd, dit is immers 30 jaar oude whisky. En lekker! 86/100
 

Hiermee sluit ik het rondje van zeven nieuwe Dewar Rattray (oké, A.D. Rattray) bottelingen af, bottelingen met gemiddeld een sterke prijs/kwaliteit verhouding als je ’t mij vraagt.

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Whisky & Bier

Vorige vrijdag hadden we met onze club een unieke tasting. Fulldram organiseerde deze samen met de Leuvense Bier Therapeuten (LBT), de locale bierclub. De opkomst was niet zo geweldig – vooral LBT was ondervertegenwoordigd – maar de afwezigen hadden ongelijk. We proefden vijf whisky’s en vijf bieren. Het waren eerlijk gezegd vooral de bieren die mij verrasten, niet geheel onlogisch gezien het feit dat deze categorie van speciale bieren nog relatief onontgonnen terrein is voor mij. Ik kom nog niet veel verder dan de in de meeste etablissementen verkrijgbare Orval, Blauwe Chimay, Duvel of Westmalle Trippel. Niet slecht, maar vrijdag ben ik met de wetenschap (eigenlijk bevestiging) naar huis gegaan dat er nog héél wat meer en soms nog lekkerders beschikbaar is. De vermoeidheid na een drukke week zorgde er wel voor dat ik m’n glas Bravoure over m’n schoot omkieperde, maar ik vrees dat de indruk bij de anderen eerder was van “lap, den eerste met een stuk in z’n kl…”.

 

Beginnen deden we met de Gouden Carolus Tripel naast de Gouden Carolus Single Malt te zetten. Deze laatste had ik al geproefd, maar nu was er de gelegenheid om te zien hoe dicht de whisky nog bij het bier aanleunt. En het antwoord is behoorlijk dicht. De ‘whisky’ ligt mooi in het verlengde van de tripel, maar is wel een pak zoeter. De tripel is lekker, de whisky is geen whisky maar dat wisten we ondertussen al.

 

Vervolgens proefden we vier (echte) whisky’s, gevolgd door vier andere bieren. Hieronder alvast een bespreking van de eerste twee whisky’s, de rest is voor morgen.

 
Campbeltown Loch 30y blended, 40%, OB 2008 – 76/100
In de neus had ik fruit (sinaas en perzik), granen, wat hout, beetje karamel en Worcestershiresaus (spreek uit: wshstrchrtschstrch). De smaak was erg licht en een beetje bitter op hout en fruit. Mocht op een iets hoger alcoholpercentage gebottled zijn. Lekkere, kruidige finish wel, waar het hout weinig kans krijgt het geheel uit te drogen.
 
Miltonduff 26y 1980/2006, 48%, Dewar Rattray, cask 12502, 132 bottles – Speyside – 89/100
Voor mij de winnaar bij de whisky’s. Lekker bloemig in de neus, verweven met een mooie kruidigheid. Nootmuskaat en kaneel heb ik opgeschreven. Vanille ook, fruit (perzik) en hooi. Ook de smaak is aangenaam kruidig, zoet en fruitig (meloen hier). Lichte turf en dito hout. Geen al te lange maar wel zacht zoete afdronk. Complexe en perfect gebalanceerde whisky.

Twee ‘Miltonduffs’

Milton-Duff Glenlivet 5y, 40%, OB bottled by George Ballantine Genova 1974 rotation – Speyside – 73/100
Was benieuwd om deze oude Miltonduff te proeven, maar dat viel me eerlijk gezegd wel wat tegen. Zowel in de neus als in de smaak erg ‘maltig’. Granen, muesli, brood, honing ook. Weinig opwindends.
 
Mosstowie 1979, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1997 – Speyside – 77/100
Mijn eerste Mosstowie (spreek uit mostauwie). Mosstowie is/was eigenlijk geen distilleerderij, maar de naam van een whisky die tussen 1964 en 1981 in twee Lomond stills werd gedistilleerd in de Miltonduff distilleerderij. Neus: gestoofd fruit, karamel en lichte sherry. Wat olieachtig ook. Relatief krachtige smaak voor z’n 40%. Filmend, wat vettig. Boter. Amandel, hout, karamel, iets kruidigs en lichte rook hier. Geen noemenswaardig fruit, ondanks duidelijk sherry-invloed. Licht rokerige finish. Lekker, maar ook niet meer dan dat.

Fulldram SUPERtasting

Maandagavond hebben we met Fulldram Leuven in stijl het seizoen afgesloten. Het betrof een supertasting samengesteld en geleid door Luc Timmermans. Dan weet je dat ‘in stijl’ geen verkeerde woordkeuze is. We kregen acht whisky’s voorgeschoteld (ja whisky’s, we zijn niet voor niets een whiskyclub nietwaar) waaronder een nogal indrukwekkende Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Deze won echter het pleit niet, om maar te zeggen dat je mij niet gaat horen klagen over het niveau van deze tasting.
Nu donderdagavond. De madam op de lappen, de kids in bed, de ideale gelegenheid om mijn sampleflesjes met de overschotjes te ledigen. Samen met mijn notities van maandag resulteert dit in het volgende:

 
Miltonduff 12y, 43%, OB bottled mid 1990’s – Speyside
Deze laat zich herleiden tot kurk, kurk en kurk. En misschien een beetje rauwe champignons. Geen score dus, want defective bottle. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik dat niet onmiddelijk merkte, pas nadat Luc ons op ‘een offnote’ wees, rook ik de kurk. Ik ging er van uit dat dat kwam omdat het kurkgehalte nog best meeviel, maar na andere whisky’s te degusteren, werd de kurk in deze alsmaar prominenter. Didactisch materiaal.
 
Glenugie 20y 1984/2004, 50%, DL OMC, cask 1320, 201 bottles – Highland – 90/100
Aangezien Glenugie z’n deuren sloot in 1983 hebben we hier te maken met een misprint. Ofwel heeft de kuisploeg zich in 1984 eens goed laten gaan. Soit, het is dus whisky van 1983. Stevige neus met veel fruit. In your face fruit. In your face fruit?? Het is nogal een krachtige neus is, het fruit stuwt zich als het ware een weg door je neusholte, dat bedoel ik. Vooral wit fruit. Sappige peer. Zoet ook. En een beetje kruidig. Maar dan het ‘herbal’ type kruidigheid. Kruidenthee. Het Nederlands maakt spijtig genoeg niet het onderscheid tussen ‘herbal’ en ‘spicy’ kruidigheid. De spicy variant zit dan weer wel in de smaak. Vooral op het eind veel peper. Natuurlijk ook hier veel (zoet) fruit. Vrij lange, fruitige afdronk. Smullen!
 
Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, 618 bottles – Islay – 91/100
Deze heb ik recent nog bij Dominiek gedronken. En goed bevonden. Lekkere turf perfect in harmonie met dito sherry. En zonder scherpe kantjes. Score bevestigd.
 
Tomatin 25y 1980/2005, 56.6%, Weiser Germany, cask 13462, 320 bottles – Speyside – 91/100
En dan gingen we weer de fruitige torr op. En hoe. Deze Tomatin zit vol fruit, fruit van het exotische type hier. Passievrucht, mango, ananas… Schitterende frisse neus en erg drinkbaar voor dit alcoholpercentage. Lange afdronk met… juist, fruit. Top!
 
Bowmore 35y 1968/2004, 40.5%, DT for The Whisky Fair, cask 3818, 150 bottles – Islay – 88/100
En voor diegenen die nog niet genoeg fruit hadden, stond er nog een Bowmore 1968 op het programma. Bowmore 1968, dat is tropisch fruit. Veel ervan in de neus. Nat hooi ook. Beetje zoet. Smaak is erg zacht (ok, amper 40%), zoet en fruitig. Naast de tropische toestanden ook wat citrus. Na een tijdje komen er bloesems door. Lange afdronk. Lekker? Zeer zeker, maar mist de complexiteit van de 1966 distillaten. Dat laatste zet ik er vooral bij omdat dat wel chique staat, niet dat ik al geweldig veel jaren zestig Bowmore gedronken heb. Met 88 punten voor mij de minst scorende dram. Jawel, een Bowmore 1968.
 
Nectar of the Gods (Glenfarclas) 38y 1966/2004, 42.3%, Whisky Magazine Editor’s Choice, cask 6461, 84 bottles – Speyside – 92/100
De naam die de jongens van Whisky Magazine deze whisky hebben meegegeven, wekt wel wat verwachtingen moet ik zeggen. Benieuwd of hij deze kan waarmaken. Zoete neus met honing en speculaas. Bodding roept er iemand. Nu je het zegt. Boenwas heb ik ook. Fruit natuurlijk. Gestoofd fruit en confituur toestanden. En dan komt er ook nog ‘s subtiele rook door. Woodsmoke zegt Luc, hout dat verwarmd wordt. Inderdaad. Sherry? Amper. Heerlijke complexe neus. Hetzelfde geldt voor de zoete, romige smaak. Bijenwas, honing, hout, sinaas, perzik, beetje zilt, beetje meer peper, en ongetwijfeld nog heel wat meer want complex is ie wel. Zeer lange afdronk. Schitterende whisky.
 
Ben Nevis 34y 1966/2001, 53.7%, OB for Germany, cask 4276, 209 bottles – Highland – 93/100
Neus: banaan! Ben Nevis noemt men ook wel de banaanwhisky. Nu weet ik waarom. Ondanks het feit dat deze vrij recent gebotteld is toch wat lichte old bottle toestanden. Oude boeken, oude kleren… dat soort zaken. Zoet (karamel) en geleidelijkaan kruidiger. Zalig! Het fruit (banaan, jawel, maar niet alleen dat) en de kruiden kom ik ook de smaak tegen, én in de lange afdronk. Voor de leeftijd niet te veel hout. OK, de smaak wordt naar het einde wat bitter, maar het is een bitterheid van de heerlijkste soort. Lange zalige afdronk. Deze whisky leunt trouwens een beetje tegen rum aan. De banaan, de (verbrande) karamel. Zeker geen gemakkelijke whisky, je moet hem wat tijd geven. Maar hij is o zo lekker.
 

En dan… dan kwam de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Ik kan me moeilijk een betere afsluiter van een supertasting voorstellen. Man, dit is zó goed. Whisky van een andere planeet. Whisky van een ander tijdperk, en dat mag wél letterijk genomen worden. Dit soort whisky maken ze vandaag immers niet meer. En kán – met de huidige productieprocessen – ook niet meer gemaakt worden. Vandaar ook de prijzen. Deze kan je met wat geluk nog wel op één of andere veiling op de kop tikken, maar dan moet je wel bereid zijn een 900 euro neer te telen. Voor de rest van de fles (toch nog een achttal drams) had Dominiek nog 130 euro over. Mijn maximum lag een beetje lager, maar heb vandaag – met de resterende anderhalve centiliter die ik van de tasting mee naar huis had genomen voor mij – al spijt van m’n consequentie. Nu ja, ben Dominiek vergeten vragen wat z’n maximumbod was geweest. Whatever, laat ik maar gewoon genieten van dit kostbare restje.

Ardbeg 28y 1967/1995, 53.7%, Signatory, cask 575, Pale Oloroso – Islay – 95/100
Neus het glas in. Geloofd zij de Heer! En Luk. Turf, maar niet de jaren zeventig Ardbeg turf, laat staan recentere, scherpere turf type Airigh Nam Beist. Deze turf is subliem zacht, fruitig en zoet. De heerlijkste, zachte sherry erdoorheen. Lichte zee associaties (zilt, zeewier…) en wat kruiden ook. Welke? Who cares! En waarschijnlijk kan ik nog heel wat meer uit de neus halen, want hij is zo complex, maar daar heb ik nu even geen zin in. Prachtig gewoon. En de smaak? Ja, ook die verantwoordt de score. Krachtig, mondvullend, met de fruitige turf, zilt, zoethout, was, beetje teer… whatever. Mooie verwevenheid om een illuster clublid te citeren. Nee, mooi is een term die afbreuk doet aan deze Ardbeg. Formidabel, subliem, breath-taking, mouth-watering, dat is de terminologie die hier van toepassing is. Zaaaalige, eeuwigdurende finish. Man, dit is lekkere whisky!
 

Bon, even terug met de voeten op de grond, voor ik het laatste – ja, écht het laatste – bodempje van deze godendrank mijn papillen laat beroeren (the lucky bastards). De top drie van de avond was:

1. Glenfarclas
2. Ardbeg (hunk?)
3. Bowmore & Tomatin ex-aequo

Mijn top drie:

1. Ardbeg (mocht u er nog aan twijfelen)
2. Ben Nevis
3. Glenfarclas

Vwalla, dat was weer eens een mooie avond zie. Enkele Orvals in de vroege uurtjes maakte wel dat het een beetje doorbijten was dinsdag, maar erg kon ik dat niet vinden.

Bedankt voor al het lekkers Luc! En nu de papillen…