Spring naar inhoud

Posts from the ‘Longmorn’ Category

Longmorn 34y 1976, Malts of Scotland

Longmorn werd opgericht in 1894 tijdens de zogenaamde whisky-boom door John Duff, die in de jaren 1870 reeds Glenlossie uit de grond had gestampt, en in 1898 ook nog eens Benriach bouwde, toen onder de naam ‘Longmorn #2’. Even later echter werd Duff failliet verklaard, waarop de distilleerderij overgekocht werd door James Grant. Deze overname luidde een periode van grote bloei in, het aantal stills werd verdubbeld, de productie schoot de hoogte in. Vandaag is Longmorn in handen van Pernod-Ricard (Chivas).

 

Longmorn 34y 1976/2011, 51.5%, Malts of Scotland, cask 5892, bourbon hogshead, 132 bottles
Heerlijke zoete en kruidige neus. Honing en honingkoek. Gekonfijt fruit, cake, wat me onvermijdelijk bij de bolus brengt (je weet wel, de koffiekoek die je niet vaak meer tegenkomt, toch niet in onze regio). Naast het gekonfijte fruit denk ik ook aan lychee en sinaas, en qua kruiden zijn het gember en nootmuskaat die bij me opkomen. Zachte eik. Butterscotch. En dan iets waar ik heel lang op heb zitten zoeken en dat ik heel duidelijk aanwezig vind, nl. Maitrank. Maitrank is een aperitief uit Luxemburg op basis van witte wijn en Lievevrouwbedstro. Het wordt meestal met een schijfje sinaasappel geserveerd. De smaak is minstens even goed als de neus, misschien zelfs nog iets beter. Zoet, fruitig en kruidig. Appel-kaneel, apfelstrudel, rozijnen op rum… I love it! Munt ook, gember, vanille, marsepein, sinaas (de marsepein met sinaas omhuld door donkere chocolade van Dominique Persoone, ha!), ja, dit is smullen! Met water wordt het geheel wat droger, zowel op de neus als op de smaak. Ook hier geen water nodig dus. Lange, erg lange, verwarmende en licht drogende afdronk in het verlengde van de smaak (kruiden en fruit), bitterzoet. Zalige whisky! 91/100

Longmorn 1966, G&M for Japan Import System

De tweede Longmorn die ik gisteren proefde, is een 1966 die Gordon & MacPhail enkele maanden geleden bottelde onder z’n Book of Kells label voor Japan Import System. Een beauty.

 

Longmorn 44y 1966/2010, 46.8%, G&M for Japan Import System, cask 612, 278 bottles
Een neus die ondanks z’n 44 jaar op vat nog erg levendig en fris is, en absoluut niet overpowerd wordt door het hout. Integendeel. Zachte, fruitige en zoete sherry op tonen van gedroogd fruit, confituur van allerlei soorten rood fruit, honing, fudge, praliné, mokka, noten, hooi en kruidenthee (niet direct een idee aan welke ik hier concreet moet denken). Zalig! De smaak is mondvullend en stevig. Het fruit blijft duidelijk aanwezig (sinaas nu eerder – sinaasconfituur), net als de praliné en de mokka. Hier wat meer hout dan op de neus, maar vooral als toegevoegde waarde. Correctie: qua fruit niet enkel sinaas, ook bosbessen en braambessen die erdoor komen. Vrij lange, bitterzoete afdronk met het fruit dat prominent aanwezig blijft. Niet overmatig complex maar verschrikkelijk lekker. En voor mij nog ietsje beter dan de 1969. 92/100

Longmorn 1969, G&M for LMDW

Als je van fruitige whisky houdt, zal ook oude Longmorn je zelden teleurstellen. En gelukkig verschijnen er hier vaak onafhankelijke bottelingen van. Longmorn is trouwens één van de weinige distilleerderijen die doorheen z’n geschiedenis de productie nooit heeft moeten stilleggen.
Vandaag proefde ik twee Longmorns van de jaren zestig zij aan zij, beide gebotteld door Gordon & MacPhail. Hieronder lees je mijn bevindingen van de eerste, morgen van de tweede.

 

Longmorn 1969/2008, 50%, G&M for La Maison du Whisky, cask 5295
Zeer fruitige neus, amai. Ik heb zowel heel wat tropische varianten als citrus. Moet ik ze allemaal opsommen? Onmogelijk, maar een poging is: passievrucht, meloen, papaya, ananas, roze pompelmoes, mandarijn, limoen… niet meer dan een poging dus. De neus is daarnaast ook een beetje floraal, biedt vanille en de geur van sommige kruidentheeën (welke? maakt het echt uit?). Het fruit zit ook prominent op de smaak, maar wordt hier vergezeld van heel wat meer hout dan op de neus het geval was. Ook meer kruiden, wat niet onlogisch is. Het maakt het geheel prikkelend en levendig. Het fruit blijft vooral tropisch, minder citrus echter. De finish is lang en fruitig, het fruit wint het hier duidelijk van het hout en de kruiden. Zalige oude Longmorn. 91/100

Longmorn 15y

De Longmorn 15 is de voorganger van de huidige 16. Ik heb de 15 altijd graag gedronken, iets wat bij de 16 toch wel minder het geval is.

 

Longmorn 15y, 45%, OB 2005
Lekkere levendige neus op fruit en bloemen. Appels en appelbloesems. Perzik. Daarnaast heb ik karamel, een beetje graan, amandel en vanille. Zeer speels allemaal. De smaak is olieachtig en zoet op tonen van fruit, kandijsuiker, rozijnen, gras, munt en peper. Lichte sherryinvloed. De afdronk is niet echt lang te noemen maar is aangenaam bitterzoet op kaneel, gember en noten. Toch een stuk beter dan de nieuwe 16y. 85/100

Longmorn 30y, Gordon & MacPhail

Een dertigjarige Longmorn voor minder dan 100 euro, nice! Gordon & MacPhail blijft z’n whisky’s op drinksterkte scherp geprijsd houden. Mooi zo.

 
Longmorn 30y, 43%, Gordon & MacPhail, 2009
De neus laat zich omschrijven als ‘gedempte vegetale sherry’. Wat ik bedoel is dat de sherry zacht is, wat onderdrukt en vergezeld wordt van de geur van groenten en planten. Peterselie, oxo… ja, ook wat zilt. Mooi verweven met de sherry: karamel, gedroogde vruchten, noten en nootmuskaat. Lekker! De smaak ligt perfect in het verlengde van de neus, maar is wel behoorlijk droog. Gedroogd fruit, noten (studentenhaver), groenten. Ja, die peterselie zit ook hier. Wat nog? Bessen, sinaas, bittere chocolade, kruiden en toch wel een stevige hoeveelheid hout. De droge afdronk is middellang, kruidig en toch ook nog voldoende fruitig. Los van het iets teveel aan hout op de smaak is dit best een aangename whisky. 86/100

Twee geweldige 15-jarige Longmorns 1990

Laat ons vandaag twee Longmorns 1990 naast elkaar zetten die reeds veelvuldig bejubeld zijn. Het betreft enderzijds vaten 30111 & 30112 van Berry Bros en anderzijds vat 30091 van Speciality Drinks, gebotteld in hun Single Malts of Scotland reeks. Beide whisky’s werden in 2005 op de markt gebracht.

 

Longmorn 15y 1990/2005, 46%, Berry Bros & Rudd, casks 30111-30112
Die neus is zalig. Veel fruit, zoet en sappig fruit. Ik denk aan peer, banaan, meloen, druiven, limoen en nog heel wat andere soorten. Dit succulent fruit gaat vergezeld van rook, bijenwas en honing. Zachte karamel (vanille fudge?) dien ik nog te vermelden, alsook mokka. Gianduia-chocolade! Daarna komen er bloemen opzetten… zalig. Erg complex, doet me denken aan (veel oudere) Clynelish. Op de tong heb ik gelijkaardige aroma’s. Fruit (pompelmoes, limoen), honing, florale elementen en karamel. Daarna wordt hij wat droog: noten, sterke thee, hout… Spijtig. Lichte zilt en nog lichtere turf. Bitter-fruitige afdronk met witte pompelmoes, hout en kruiden. Louter op basis van de neus zou ik ‘m 93 scoren, omwille van de licht storende bitterheid in de smaak en afdronk valt het eindoordeel iets lager uit. 91/100

 

Longmorn 15y 1990/2005, 60.4%, Single Malts of Scotland (TWE), cask 30091, 129 bottles
De neus is zoeter dan die van de Berry Bros, wat minder fruitig en natuurlijk ook een pak krachtiger. Het fruit is hier perzik en abrikoos, evoluerend naar banaan en ananas. Geconfijte ananas. Veel vanille, wat hout en gesuikerde amandelen. Latte Macciato (met veel suiker), kandij, munt… ook deze neus is om van te smullen! Complexe, zoete smaak en verdacht drinkbaar op dit percentage. Wit fruit (meloen, peer), mokka, peper, nootmuskaat, hout (maar hier stoort dit niet). Met wat water worden de zoete en fruitige tonen nog versterkt. De afdronk is lang en kruidig. De neus van de Berry Bros vond ik beter, qua smaak prefereer ik de SMoS. Globaal genomen zijn ze evenwaardig, geen reden dus om deze anders te scoren. 91/100

En nog een Longmorn

Ook de Longmorn gebotteld door de Van Compernolle Whisky Club ter gelegenheid van het eerste Wild West Whiskyfest proefde ik reeds eerder, nl. tijdens de eerste editie van het festival. Nu dus sample-gewijs een tweede maal. Dit was trouwens één van de twee festivalbottelingen, de andere is een Royal Brackla 1998.

 
Longmorn 32y 1976/2008, 54.7%, V.C.W.C., Wild West Whiskyfest 2009, cask 5895, 125 bottles
Deze 32-jarige Longmorn heeft een zeer aangename, kruidige en wat ‘aardse’ neus (grond, het wroeten in de aarde) en een krachtige, filmende smaak – op fruit en kruiden – die misschien wel wat complexiteit ontbeert, maar de sterke afdronk (zoet, vol) maakt veel goed. Mmm, dit is een korte note, dit moet beter kunnen Johan. Eens kijken wat we nog uit neus kunnen halen. Buiten snot. Vleessaus? Ja, vleessaus. Leder ook en een beetje tabak. Banaan, en iets waxy. Schoensmeer. In de smaak moet ik ook nog een beetje zilt vermelden. Het zijn echter de neus en de afdronk die deze whisky tot een winnaar maken. 89/100

Longmorn 37y 1972, The Whisky Agency

Dit is whisky die op korte tijd een stevige reputatie heeft opgebouwd. Ik proefde hem voor het eerst in Schotland dankzij Dominiek. Vandaag dus een tweede maal.

 
Longmorn 37y 1972/2010, 51.3%, The Perfect Dram IV (The Whisky Agency & Three Rivers Tokyo 2010), 231 bottles
Oh ja, die neus is goed! Geweldig lekkere sherry, geweldig lekker fruit. Rood fruit (bessen), appelsien en kruisbessen. De sherry uit zich verder in associaties van noten, rozijnen, gedroogde pruimen en gedroogde bloemen. Potpourri, maar dan niet van die goedkope lavendeltoestanden. Alsof dat nog niet genoeg is, is deze Longmorn op de neus zalig waxy en geurt hij naar oude lederen zetels. Complex dus met een schitterende balans tussen bitter, fruitig en zoet. De romige whisky vult de mond meteen, waar hij zich een even schitterende dram als op de neus toont. De rozijnen en de pruimen, het rood fruit en het leder zitten ook op de smaak. Perziken, verse witte pruimen (naast de gedroogde dus), peren en wat – maar nooit teveel – hout vervolledigen het plaatje. Lange afdronk op studentenhaver en hout. Wat een zalige whisky, een terechte hype. 93/100

Longmorn 16y

De Longmorn 16y werd in 2007 gelanceerd als opvolger van de 15y. Die 15 vond ik altijd al een sterke benchmark whisky.

 

Longmorn 16y, 48%, OB 2010
Veel fruit op de neus, fruit à la appels, peren en kersen, Europees fruit dus. Niet veel meer dan dit fruit evenwel… of ja, wat vanille, maar toch redelijk vlak die neus. Lekker maar weinig complex. Romig op de tong met ook hier vooral fruit, wat honing, noten en een beetje kruiden. Middellange, droge finish op kruiden en gestoofd fruit. De oude 15y vond ik beter. 79/100

Longmorn 33y 1976, The Whisky Agency

Longmorn 33y 1976/2009, 52.5%, The Perfect Dram (TWA), 168 bottles – Highland
Zeer aangename neus op zoete tonen (honing, marsepein), fruitige tonen (kruisbessen, appels), hout en zachte rook. Ook zoethout doemt op. Zalig die neus. Het fruit dat zo typisch is voor Longmorn uit deze periode zit natuurlijk ook de prikkelende smaak. Appel, peer, perzik, abrikozen. Citrus ook wel. Eigenlijk ligt die smaak heel mooi in het verlengde van de neus, want ook het hout heb ik hier en het zoethout. Beetje peper naar het einde. Middellange, fruitige afdronk. Weer een schitterende Perfect Dram botteling. 90/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Drie Longmorns, een oude en twee jonkies

Longmorn-Glenlivet 1963/2003, 40% Gordon & MacPhail – Highland
Deze oude Longmorn is nog erg fruitig, het hout heeft ondanks de 40 jarige rijping niet de overhand gekregen. Mooie balans! Aangenaam bitter, lekkere sherry. Smaak mocht iets meer punch (i.e. alcoholpercentage) hebben, maar is nog steeds erg aangenaam. Middellange, droge finish. 87/100
 
Longmorn 14y 1994/2008, 50%, DL Old Malt Cask, 352 bottles – Highland
Neus startte met een lichte off-note. Waspoeder? Krijt, kalk, dat zeker. Dit verdwijnt na een tijdje en maakt plaats voor fruit en graan. Mineralig ook. Vettige smaak (olie) met honing, fruit en kruiden. Zoete, kruidige afdronk. Mooie bitterheid. 81/100
 
Longmorn 1990/2005, 46%, Berry Bros, casks 30111-30112 – Highland
Superneus. Veel fruit, beetje rook, honing, daarna bloemen… zalig. Erg complex. Ook de smaak is lekker. Fruit, karamel, hout… mmm, wordt mij een ietsje te droog, het hout gaat wat overheersen. Spijtig. Bitter-fruitige afdronk. Verliest enkele punten op de smaak, was anders vooraan in de negentig geëindigd. 89/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Whisky & Bier II

Vandaag volgen de laatste twee whisky’s die we vrijdag proefden, een Longmorn gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society en de nieuwe Laphroaig Cask Strength. Tenslotte passeren ook de bieren de revue.

 
Longmorn 38y 1968/2007, 52.5%, SMWS 7.38 ‘An old barber’s Shop’, 467 bottles – Highland – 83/100
Kleur, neus, smaak: sherry! In de neus geeft dat rozijnen, noten, pijptabak, karamel en lichte rook. In de mondvullende smaak espresso, koffiebonen, bittere okkernoten en bittere chocolade. Verbrande karamel ook. Big I’d say. Naar het einde toe wordt ie wel erg bitter en droog. Lange, droge en licht rokerige afdronk. Ik vind deze duidelijk beter dan de SMWS 7.37.
 
Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB, batch 001 feb 2009 – Islay – 84/100
De nieuwe Laphroaig CS sloot het whiskyhoofdstuk af. Bij mijn weten nog niet verkrijgbaar in België, het was dan ook een fles die zich de week ervoor nog op Islay bevond. De geur moet het vooral hebben van rook en medicinale toetsen. Rubber ook, leder en houtskool. Op de achtergrond – en goed gecamoufleerd – wat fruit. Plakkaatverf wierp er iemand op. Inderdaad, plakkaatverf – waar is de tijd? Maar het is vooral de rook die de forcing voert en het geheel vrij ééndimensionaal maakt. Deze lijn wordt doorgetrokken in de stevige smaak. Rook, rook, rook, wat zilt en peper. Met water nóg meer rook, echt wel over the top, had ik beter niet gedaan. Finish? Juist ja.
Ik vind deze batch merkelijk minder dan de vorige, minder complex, het zoete en het fruit ontbreken hier, teveel rook quoi. Vraag me af wat het p.p.m. gehalte is, volgens mij zouden ze dit bij Laphroaig ook vermarkt kunnen hebben als antwoord op Octomore en Supernova, én slijten aan het dubbele van de prijs. Soit, 84 is al bij al nog een mooie score – ik kan ‘m best appreciëren – maar de vorige was met z’n 92 toch van een heel andere orde. Als je die vorige batch nog kan vastkrijgen, doen!
 

En dan nog een kort woordje over de bieren, stuk voor stuk ontdekkingen voor mij. Naast de Gouden Carolus Tripel, dronken we het volgende:

Liefmans Goudenband Oud Bruin, 8%, Moortgat
Gebrouwen bij Moortgat, gelagerd bij Liefmans. Dit is bier van de eerste batch na de overname van het failliete Liefmans door Duvel. De smaak is zoet-zuur. Deed me wat aan Rodenbach denken, maar dan minder zuur. Geweldig lekker en voor mij de winnaar bij de bieren.

Bravoure ‘De dochter van de korenaar’, 6.5%, Baarle-Hertog
Amberkleurig. Licht rokerig (jawel, ook bij bier!) en licht bitter. Je proeft duidelijk de mout. Ook lekker.

Bon Voeux, 9.5%, Brasserie Dupont
Bitter bier met een erg aangename zure toets. Hop, floraal en fruitig. Drogend naar het einde.

Sint Bernardus Abt 12, 10%
Donker, quadrupel. Gemaakt volgens hetzelfde recept als de Westvleteren 12. Spijtig genoeg konden we niet vergelijken, maar deze Sint Bernardus is top. Zacht en heerlijk fruitig met wat kruiden erdoorheen.
 
En morgen: Lindores Whisky Fest!

The Whisky Agency

Het wordt tijd dat ik eens een woordje placeer over deze nieuwe bottelaar, want heb er ondertussen al één en ander van geproefd, meestal tot mijn grote voldoening.
The Whisky Agency (TWA) is een Duitse bottelaar die werd opgericht door de heren Ehrlich en Schneider. Carsten Ehrlich is trouwens ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Fair, één van de meest gerenomeerde whiskyfestivals ter wereld, dat jaarlijks plaatsvindt in het Duitse Limburg. Het hoeft geen betoog dat beide oprichters al jaren intensief met whisky bezig waren alvorens ze besloten zelf whisky te gaan selecteren en bottelen. In principe bottelen ze alles wat ze zelf lekker vinden, ongeacht regio, distilleerderij, leeftijd, vattype of wat dan ook. De whisky wordt niet koud gefilterd noch bijgekleurd. TWA bottelt zowel onder z’n eigen naam als onder het label van The Perfect Dram.

Vandaag mijn bevindingen van hun Caol Ila, Fettercairn – ja, die hadden we nog niet gehad – en Longmorn, later deze week gaan we de sherrytoer op met één van hun Bunnahabhains (de 1974) en een spiksplinternieuwe Glenfarclas.

Caol Ila 26y 1982/2009, 63%, The Perfect Dram (TWA), 120 bottles – Islay – 84/100
Door de alcaohol ruik je zoete truf. Met water heel wat meer. Wat? Wel, we hebben o.a. zilt, gerookte vis (heilbot?), appels en vanille. In de smaak zonder water kruiden (nootmuskaat) en rook, met water nog meer rook en ook appels (opnieuw), zoethout en drop. Lange rokerige finish. Heeft absoluut water nodig om open te komen, maar vertoont zich dan een goeie zwemmer.
 
Fettercairn 33y 1975/2008, 58.3%, The Perfect Dram (TWA), 143 bottles – Highland – 80/100
Pfff, dit is een vreemde neus. Er is een hoek af, maar kan niet onmiddelijk associëren. Stoffig? Mmm, zeker geen old bottle toestanden. Nat karton misschien. Iets ranzig in ieder geval. Granen ook, kandij en na een tijdje wat fruit. Appels. Advocado? Moeilijk. Je moet ‘m sowieso wat tijd geven. Smaak is in ieder geval beter. Hout (vrij veel), karamel, fruit (allerlei citrus) en kruiden. Kruidige, licht bittere afdronk. Niet slecht en alhoewel lang getwijfeld over de score toch 80, weliswaar met de hakken over de sloot en volledig op het conto van de smaak.
 
Longmorn 32y 1976/2008, 53%, The Whisky Agency, 120 bottles – Highland – 85/100
Aangename neus met hooi, fruit (perzik, abrikoos, peer), beetje hout, kruiden, lichte rook en tabak. Mondvullende smaak – deels door het hout veronderstel ik – met ook hier fruit en kruiden, wordt vrij bitter naar het einde. Lange, droge en kruidige afdronk. Lekker, maar een beetje te bitter om geweldig te zijn.

Een koppel Highlanders van Blackadder

Clynelish 13y 1990/2003, 59.3%, Blackadder, sherry finish, cask 3593, 258 bottles – Highland – 84/100
Stevige turf neus. Zoet ook. Zoethout. Chocolade. Smaak is krachtig, met dezelfde elementen: turf, zoethout en chocolade. Peper ook. Erg lange, ziltige, wat droge afdronk. Lekker!
 
Longmorn 16y 1990/2006, 58.3%, Blackadder Raw Cask no 30051, 225 bottles – Highland – 77/100
Neus: vanille, hout, rook, nootmuskaat. Smaak: erg fruitig en ook hier duidelijke invloed van het hout. Ook lichtjes zoet. Lange afdronk met opnieuw veel hout en vanille.

Jack Wiebers

Jack Wiebers is het geesteskind van Lars-Göran Wiebers en is dus geen Britse maar Duitse whiskyimporteur, gevestigd in Berlijn. In 1998 begon het zelf whisky te bottelen.
Dit bottelen doet het onder verschillende labels. The Cross Hill, Old Train Line en de Auld Distillers collection zijn misschien wel de bekendste reeksen. Daarnaast heb je nog de Prenzlow Portfolio Collection, Premier Malts, Scottish Castles (de goedkoopste reeks) en de recente Gentle Nose range.
Alle reeksen bevatten een beperkt aantal bottelingen, meestal single casks, vaak op vatsterkte en op een gelimiteerd aantal flessen gebotteld. Nooit koud gefilterd of gekleurd.
Als je in Berlijn bent, moet je zeker eens in Jack Wiebers’ bar binnenstappen. Je kan er een groot deel van de Jack Wiebers bottelingen proeven.

By the way, Wiebers was in het verleden met het platenlabel Jack Wiebers Records één van de drijvende krachten achter de Neue Deutsche Welle. Doens’t ring a bell? De namen Nena, Rheingold, Nina Hagen en het onvolprezen Einstürzende Neubauten doen dat ongetwijfeld wel. Zoniet ben je waarschijnlijk nog niet op alcoholdrinkende leeftijd – ksj, ksj, van mijn blog! – of ben ik het misschien die ouder word?

 
Glen Scotia 16y 1992/2008, 51.6%, Jack Wiebers Auld Distillers Collection, 174 bottles – Campbeltown – 79/100
Mijn eerste Glen Scotia. Frisse fruitige neus. Wat zoet ook. Karamel. Zilte ‘coastal’ smaak met weerom de karamel. Vrij droge en zilte afdronk. Best wel ok.
 
Longmorn 1975/2007, 53.2%, Jack Wiebers, The Cross Hill, 130 bottles – Highland – 86/100
Stevige en complexe neus met veel fruit (perzik, abrikoos, appel, banaan), subtiele waxyness (boenwas, schoensmeer, kaarsvet, dat soort zaken), munt? Beetje kruidig, zoethout. Honing en wat hout ook. De smaak is van hetzelfde laken een broek. Zelfde fruit, zelfde waxyness, de honing, de kruiden (peper), maar ook een beetje zilt en wat citrus op het eind. Lichte bitterheid. Lange afdronk op citroen en peper. Wat kunnen oude Longmorns toch lekker zijn!

La Maison Du Whisky


 
La Maison du Whisky (LMDW) is dé whisky-referentie in Frankrijk. Het huis werd opgericht in 1956 en brengt heel wat eigen bottelingen op de markt. Het gaat om whisky’s gebotteld door de distilleerder zelf of door een onafhankelijke bottelaar, telkens exclusief voor LMDW. Het huidige assortiment telt een 800 verschillende whisky’s, verkrijgbaar via hun winkel in Parijs, hun jaarlijkse catalogus en via de website.
 
Bekende reeksen zijn:

  • Prestonfield, een label van Signatory, exclusief voor whisky verdeeld door LMDW.
  • Single Cask Selection, gebotteld door Gordon & MacPhail.
  • Straight From The Cask, een serie cask strength bottelingen.
  • The Un-chillfiltered Collection
  • Very Cloudy, een variatie op de un-chillfiltered reeks.

 
In 1999 zag Taste Still het licht, de Belgische afdeling van La Maison du Whisky met thuisbasis Battice. Sinds 2005 brengt deze club eigen bottelingen onder de naam Taste Still op de markt. De nadruk ligt op de whisky en niet op de marketing en de verpakking. De reeks wordt dan ook verkocht in wijnflessen met een sober etiket (70cl in 75cl flessen m.a.w.). Het betreft whisky van streng geselecteerde kleine vaten.
 
Enkele van de bottelingen voor LMDW hebben ondertussen een vrij legendarische status verworven. Ik denk bv. aan de Laphroaig 31y 1974 en de Ardbeg 32y 1974/2006 (proefnotitie volgt).
 
Ook lekker:
 
Strathisla 40y 1967/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 6112, 400 bottles – Speyside – 90/100
Zachte, complexe neus met veel fruit (citrus) en lekkere zee-invloeden. Zeewier, zilt. Na een tijdje komen er kruiden door. Smaak is aangenaam, erg aangenaam, met zoethout, wit fruit, vanille en kruiden. Echt lekker! En vlot drinkbaar. Enorm fruitige finish op banaan, perzik, abrikoos, peer… njammie!
 
Longmorn 43y 1964/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 1538, 210 bottles – Highland – 86/100
First fill hogshead sherry but, en een behoorlijk actief! Neus is erg aangenaam, met veel sherry. Fruit (ananas, banaan), zoethout, leder, koffie, lichte rook… Maar de smaak is er voor mij wat over, te veel sherry-invloed. Smaak van sterke Earl Grey. Bitter en scherp. Met water beter, dan ook wat perzik, peer en bittere chocolade. Vrij lange, wat ziltige afdronk op earl grey en veel (tropisch) fruit.
 

SMWS – deel 2

Vandaag nog drie bottelingen van de Scotch Malt Whisky Society, eigenlijk vier.
 
Ardbeg 10y 1994/2004, 59.9%, SMWS 33.51 – Islay – 90/100
Fles 33.51 kreeg als benaming ‘Big boy in the kitchen’ mee. Beetje vreemde naam, maar proeven maakt veel duidelijk. Zachte Ardbeg neus, niks te dominant. Beetje turf, beetje zilt, beetje fruit, beetje zoets. Neus van gerookt spek en sinaas. Ook de smaak is erg subtiel, en toch krachtig. Met een beetje water hetzelfde van de neus, plus een lichte houttoets. Maar zelfs op 60% zonder water is hij behoorlijk complex. Kernwoorden: complex en schitterende balans. ‘Big’ indeed.
 
Cragganmore 14y 1993/2007, 60.6%, SMWS 37.34, 639 bottles – Speyside – 84/100
Deze 34e SMWS Cragganmore werd door het proefpanel Ballindalloch Balm genoemd. Kleur verraadt een sherry vat. Neus van alcohol (wat wil je), maar vrij snel ook rood fruit (aardbei en allerlei andere bessen) en balsamico. Hout ook. Wat droge smaak met fruit en caramel. En rosebottel thee! Droge, erg droge sherry afdronk. Wel perfect drinkbaar op meer dan 60%, straf!
 
Longmorn 38y 1968/2007, 56.6%, SMWS 7.37, 448 bottles – Highland – 71/100
Nummer 7.37 ‘Irrisistible’ in het Scotch Malt Whisky Society logboek. First Fill Oloroso, en laat dat duidelijk zijn. Zowel kleur, neus als smaak laten weinig aan de verbeelding over, dit was een erg actief sherryvat! Droge neus en smaak met veel hout, bittere chocolade en nog een hoop andere bittere dingen. In de smaak naast het bittere ook nog iets zoetigs. Anijs? Vrij wrange nasmaak. Kan best wel een gesherryde (of hoe schrijf je dat?) whisky appreciëren, maar dit is er voor mij toch iets over, redelijk ‘resisitible’.
 
Uitsmijter
Clynelish 20y 1983/2003, 56%, SMWS – Highland – 80/100
Deze Clynelish hebben we blind geproefd en van de 25 proevers was er geen enkele die de distilleerderij juist had. Het is dan ook een alles behalve typische Clynelish. Weinig of geen boenwas/schoensmeer. Wel wat zoet (honing) en fruitig (appel). Frisse smaak. Droge, licht bittere afdronk. Best lekker.