Spring naar inhoud

Posts from the ‘Highland Park’ Category

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Dave Broom

Dave Broom, whiskyjournalist en vooral gekend van Whisky Magazine, is de Billy Connolly van de whisky. Die kop, die moves, dat gevoel voor humor… Gekoppeld aan een massieve whiskykennis was hij de ideale ceremoniemeester bij deze tasting ter ere van de restyling van Tasttoe, Kampenhout, de moeder der Belgische whiskywinkels. Donderdag verzorgde hij er een tasting, vrijdag één bij Broekmans. Ik moet toegeven dat de line-up bij Broekmans mij de ogen uitstak, maar Kampenhout is een stuk dichterbij en uiteindelijk ga je voor Broom, veel meer dan voor wat je te drinken krijgt. Daarenboven was de line-up in Kampenhout ook erg sterk, een top drie samenstellen was onbegonnen werk. Enkele whisky’s kende ik al, enkele nog niet, maar waren verdomd aangename verrassingen. Het thema van beide tastings was turf. En ik die dacht dat ik ondertussen al heel wat wist over turf. Quod non.
Ik heb zoveel mogelijk neergepend van wat we dronken – hieronder lees je wat ik er van vond – maar ook enkele opvallende uitspraken genoteerd, zoals daar zijn “age means nothing” of “p.p.m. is bollocks”.

 
Longrow 18y, 46%, OB 2010
185 euro voor een 18-jarige standaardbotteling op drinksterkte… alleen maar omdat het de oudste Longrow is die ze hebben. Maar, ik moet toegeven, hij is fantastisch lekker. Zalige zoete en fruitige neus met mooi geïntegreerde rook. Eerder rook die aan een houtvuur doet denken dan aan turf. Het fruit dat ik had, was pompelmoes, meloen en peer. Dave sprak zelf van zwarte olijven (inderdaad). Boter. Noten. Olieachtig mondgevoel, zacht en ’briny’. Zilt dus, met andere zee-elementen, fruit (citrus), chocolade, kruiden en pas daarna de rook. Lange, fruitige afdronk. Complexe, subtiele, prachtige whisky deze Longrow. 91/100
 
Bunnahabhain ‘Toiteach’, 46%, OB 2010
De turf die voor deze Bunnahabhain gebruikt werd, is mainland turf, wat een heel ander effect heeft op de whisky dan eilandturf. De Islay-turf is maritiemer, bevat ook zo goed als geen materiaal van bomen (te winderig op de meeste westelijke eilanden). Ik vond dit geen bijzondere whisky. Droge turf, vegetaal, herbal, hooi… Voorlopig geen score, ik proef deze whisky immers later deze week nog eens opnieuw.
 
Bowmore 15y 1995/2010, 46%, Daily Dram, The Nectar, sherry butt
Van Bowmore 1995 kunnen we de laatste tijd niet genoeg krijgen. Ook dit Oloroso vat is een schot in de roos en een bewijs dat Bowmore de vermaledijde jaren tachtig de rug heeft gekeerd. Expressieve neus op sherry, zilt en tropisch fruit (de sixties zijn terug). Ik heb passievrucht, ananas en peer genoteerd. Peperkoek en buskruid (neen, geen sulfer). Op de tong lijkt hij sterker dan 46%. De start is maritiem (zilt, zeewier, iodium), dan zet de rook door, sigaren en dan krijg je het fruit (sinaas vooral). Ook wat chocolade. Pim’s cakes zei Dominiek. Erg lange, fruitige en ziltige afdronk met de zoete rokerigheid die zich niet laat wegdrummen. Een topper. 90/100
 
Laphroaig 21y 1989/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), 197 bts
Deze Laphroaig was voor velen de beste whisky van de avond, zo ook na lang wikken en wegen voor mij (een tikkeltje beter dan de Longrow). Weer een ander type turf. Zoet en herbal. Grassig. Eucalyptus merkte iemand op. Maar ook fruit (banaan, perzik). Vanille. Gerookte ham. Een ziltige toets dus. De kruidigheid en de fruitigheid van de neus zitten ook op de smaak. Eerst het fruit (en vanille), op het einde de kruiden. In het midden, mooi ingekapseld, de turf. Een lichte waxyness niet te vergeten, altijd een meerwaarde. In de mond toont deze Laphroaig zich erg romig en ‘dik’. Lange kruidige, rokerige finish. O ja, ‘erg lang’ schreef ik tien minuten later op. What a cracker! 92/100
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.6%, DT for The Nectar, cask 2738, 279 bts
Het niveau van deze tasting blijft geweldig hoog liggen, ook deze Caol Ila 1982 for The Nectar II is een zalige whisky. Zeer fris en fruitig voor z’n leeftijd, dit was dus een reatief inactief vat (vandaar de “age means nothing”). De neus is daarnaast grassig en erg mineralig. Natte steen, nat gras, de schil van sinaas en turfrook op de achtergrond. Dat laatste zit wat prominenter op de smaak, meer vooraan. Daarna komt het fruitige-zoets er door, gevolgd door wat zilte tonen. Lange, fruitige en zilte afdronk. 90/100
 
Highland Park 20y 1988, 46%, Murray McDavid
Eén van de betere HP’s die ik al dronk. We vergeten even enkele wonderbaarlijke distillaten uit de jaren vijftig. In deze turf ruiken en proeven we de heide van Orkney (ook hier geen bomen). Delicate rook, gaat richting haardvuur. Veel sappig fruit, mooi gelaagd. Citrus. Honing. Dave sprak van honinggraten (honeycomb). Onderliggende kokos. Erg fris en clean. Ook de smaak is dat. Veel citrus met mooi geïntegreerde subtiele turf. Een klein beetje zilt. Zesty! Geen al te lange maar wel frisse afdronk. 88/100
 
Slotsom: dit was een erg mooie line-up en vooral een leuke ervaring om Broom eens in levende lijven bezig te zien en te horen. Bijzonder man met een bijzonder indrukwekkende kennis over de door ons zo geliefde drank.
 

Highland Park 25y 1981, Daily Dram

Highland park ligt zoals iedereen weet niet in de Highlands maar op Orkney. De naam van de distilleerderij komt van de hoger gelegen heuvels, High Park. Een 20% van de productie gaat naar single malts.

 

Highland Park 25y 1981/2007, 43%, Daily Dram, The Nectar
Aangename, grassige en frisse neus. Hooi, citrus, appels, een beetje rook en een beetje zilt. Zoete en fruitige smaak op honing, marespein, citrus, noten, gras en lichte turf. Geen geweldig lange afdronk met citrus en kruiden. Lekkere en me dunkt vrij typische HP. 84/100

Highland Park 1998, Dewar Rattray

Na de verrassende Mortlach en de net iets minder verrassende Tullibardine, proef ik vandaag nog een nieuwe van Dewar Rattray, een Highland Park 1998 op bourbonvat, dit jaar op 11-jarige leeftijd gebotteld. Morgen een Arran.
Highland Park mout een deel van de gebruikte gerst zelf en droogt het met turf uit de buurt, welke het dan vermengt met ongeturfde malt van het vasteland.

 
Highland Park 11y 1998/2010, 46%, Dewar Rattray, cask 5789, 317 bts
Ola, deze neus is lekker! Veel zoet fruit vermengd met zachte, zoete turf. I love that. Het fruit is echt om van te smullen. Ik heb sinaasappelconfituur, ananas, peer, citroenschil… Redelijk wat mineralen ook, natte stenen en kalk, met daarnaast nog wat vanille, honing, gras en bloesems. En turf dus, meer turf dan ik verwachtte bij een Highland Park. Elegant en perfect gebalanceerd die neus. De smaak is vol en prikkelend met ook hier veel fruit, net als de vanille en de zoete turf. En de grassige toets. Een tikkeltje hars, wat citroen en gember maken het plaatje af. Redelijk lange afdronk op fruit, iets meer hout dan op de smaak, kruiden en diezelfde aangename turf. Prijs/kwaliteit een topper. 87/100

Highland Park 16y

De Highland Park 16y, met z’n lichtblauw label, werd gebotteld voor de Duty Free markt in 1 literflessen.

 

Highland Park 16y, 40%, OB 2010, 1L
Zachte en lichte neus op rozijnen, pruimen, kersen, honing, lichte turf, vanille, noten, gedroogde bloemen en een beetje hout. Maar alles erg subtiel en licht, weinig power. Hetzelfde kan gezegd worden van de smaak. Licht, floraal, wat sinaas, wat gedroogd fruit, zachte rook, een beetje vanille, een hintje kruiden, maar ook hier erg gedempt. Wordt vrij bitter na enige tijd. Hout, okkernoten, wat zilt. Korte, bittere finish met honing die voor wat tegengewicht zorgt. Een beetje een tegenvaller. 76/100

Nog twee Highland Parks

Highland Park 12y, 43%, OB bottled 1980’s for Italy (Ferraretto), 75 cl – Orkney
Zachte en zoete neus op honing, pollen, appelsienconfituur, een beetje hout, appelbloesems, heel lichte rook en nog heel wat meer. Complex dus, en erg lekker. Stevige smaak (moest ik niet beter weten, ik zou ‘m een 50% schatten) met karamel, cake, koffie, wat rubber en een aangename kruidigheid (peper, kruidnagel). Drogend naar het einde. Lange, droge finish met honing en zilt. Merkelijk beter dan de huidige standaardbotteling. 88/100
 
Highland Park 14y 1995/2009, 57.6%, SMWS 4.132 ‘Wrestling match on Hobbister Hill’, 296 bottles – Orkney
Lichte turf in de neus, naast honing en citrus. Sinaas. Wat mineralig ook. Smaak in het verlengde hiervan, met kruiden op het einde. Niet slecht, maar ook niet bijzonder. 77/100

Twee nieuwe Malts of Scotlands

Highland Park 20y 1989/2009, 51%, Malts of Scotland, cask 10521, triple wood, 280 bottles – Orkney
Triple wood? Wel ja, deze HP heeft na een dikke twintig jaar op bourbonvat nog drie maand gerijpt op portovat en daarna nog ’s drie maand op sherryvat. Sobere, ‘strenge’ neus. ‘Austere’, mocht ik in het Engels schrijven. Wat eerst opvalt, is het gedroogde gras, hooi, gedroogde bloemen, potpourri. Honing ook, eucalypthus en een beetje hars. Vernis. Fruit? Niet veel, een toefje aardbeienconfituur misschien. Een weinig rook op de achtergrond. De smaak is behoorlijk droog, kruidig, met het hars en de honing uit de neus, naast een stevige stukje hout. Wat rubber. Kirsch? Drogende afdronk met peper en gember. Lekkere, maar zeker niet de beste Highland Park die ik al dronk. 82/100
 
Bowmore 14y 1995/2009, 56.7%, Malts of Scotland ‘Clubs’, cask 113, sherry but, 316 bottles – Islay
Dit is de eerste Malts of Scotland gebotteld in de ‘Clubs’ reeks, whisky’s geselecteerd door en gebotteld voor whiskyclubs, in dit geval de Maltisten uit Wesfalen. Een lekkere jonge Bowmore met mooi gebalanceerde turf is dit, vooral op de neus, de turf is wat scherper op de tong. Maar het blijft dus niet bij turf. De geur geeft ook roze pompelmoes, mandarijn, kruiden en wat medicinale toetsen. Tandartstoestanden. Dat medicinale zit ook in de smaak, naast houtskool, zilt, wat citroen en nootmuskaat. Best lekker. Eerder lange afdronk op turf en citrus. Ja ja, Bowmore heeft zich in de jaren negentig goed herpakt. Laat dit soort whisky 10, 20 jaar langer rijpen – zodat de turf nog wat meer naar de achtergrond verschuift en het fruit en de kruiden nog meer ruimte krijgen – en we gaan op onze oude dag nog heel wat beauties uit dit decenium tegenkomen. 86/100

Royal flush!

Ok, ok, de jaartallen volgen elkaar niet op, zo royal is deze flush dus ook niet…
 
Highland Park ‘High Dark Plan’ 10y 1998/2009, 46%, Daily Dram – The Nectar – Orkney – 85/100
Herkenbare bitterzoete HP neus met fruit (citrus), honing en (lichte) turf. Ook de smaak is fruitig (appel) en zoet (vanilla, honing) en vermengt zich mooi met de turf. Na een tijdje kruiden. Zoete en kruidige finish. Peper. Klassieke en dus aangename Highland Park.
 
Highland Park 11y 1997/2008, 57.6%, Gordon & MacPhail, sherry cask 5820, 298 bottles – Orkney – 62/100
Wow, dit is speciaal! En niet in positieve zin. Neus is erg scherp, met veel zwavel. Toch is ie ook zoet, mierzoet zelfs. Karamel, maar dan verbrande karamel, zwaar verbrande karamel. Chicorei. En iets van gerookte bacon. Maar de zwavel is veel te dominant. Ook de smaak is erg aggressief. Droog, wrang en scheepladingen zwavel. Water helpt iets, maar niet veel. Doet ook hier chicorei naar boven komen. Afdronk? Welke afdronk? M’n zintuigen zijn KO.
 
Highland Park 12y 1989/2001, 56.5%, Caledonian Selection, cask 1897 – Orkney – 83/100
Elegante sherryneus met fruit en honing. Krachtige, wat zoete smaak. Sinaas en bittere chocolade. Orangettes, jawel! Lichtjes rokerig. Lange droge afdronk. Een lekkere malt.
 
Highland Park 19y 1986/2005, 55.3%, OB for Maxxium Holland, cask 2793, 1120 bottles, 35 cl – Orkney – 90/100
Schattig flesje! En lekkere whisky dat daar in zit! Subtiele en zoete sherryneus op honing, kandijsiroop, rozijnen, rum (en de combinatie van deze laatste twee), hout, koffie, rubber, leder, lichte rook,… zalig complex. Hetzelfde kan gezegd worden van de stevige, ronde smaak. Sinaasschil, bittere karamel, noten, rozijnen (studentenhaver toestanden), beetje turf, hout, chocolade. Mooie bitterheid. Middellange, bitterzoete afdronk. Top-notch HP!
 
Highland Park 24y 1981/2005, 52.3%, Dewar Rattray, cask 6061, 263 bottles – Orkney – 86/100
Zalige zoet-zilte neus. Honing, zee en lichte turf. Appels ook. En na een tijdje krijgt ie iets bloemigs. Erg complex allemaal. Smaak ligt mooi in het verlengde hiervan. Zoet en zilt hand in hand. Ook wel wat hout op het einde en in de lange, zoete afdronk.

Een koppel oude knarren

Twee 1966’ers.
 
Balblair 41y 1966/2007, 43%, Gordon & MacPhail – Highland – 84/100
Frisse, fruitige neus. Munt? Lichte rook ook. Erg fruitige smaak, maar hier ook iets van bloemen. Beetje droog. Hout. Zoethout en kruiden. Best complex. Relatief korte, wat ziltige finish. Lekkere oude Balblair.
 
Highland Park 38y 1966/2005, 40.7%, Duncan Taylor, cask 11010, 138 bottles – Orkney – 84/100
Lekkere neus, tegenvallende smaak. Neus van honing, fruit (sinaas, peer…), evoluerend naar hout, rook, kokos. Heerlijk! Smaak is wat plat. Erg droog ook. En veel hout. Daarnaast sinaas, kokos en kruiden. Peper, nootmuskaat. Korte afdronk. Als ze dit vat tien jaar eerder hadden gebotteld, was het ongetwijfeld een 90-er. Toch nog 84 punten omwille van de geweldige neus.

Whisky en Orval

Een Orval na een whiskytasting… man, dat smaakt! Is ondertussen een vast ritueel geworden, ook eergisteren dus. Neen, geen proefnotitie van Orval, wel van iets anders lekkers.

 
Highland Park 18y 1989/2007, 53.5%, Dewar Rattray, cask 1913, 241 bottles – Orkney – 81/100
Erg fruitige neus. Sinaas. Bittere chocolade. Orangettes! Honing. Ook de smaak is erg in lijn met de officiële HP bottelingen. Sinaas, bittere chocolade en hint van rook. Zachter en zoeter met water. Karamel. Mooie balans. Vrij lange, rokerige nasmaak. Weinig op aan te merken.

Signatory

Eén van de jongste onafhankelijke bottelaars is Signatory. Signatory werd opgericht in 1988 en is nog steeds volledig in familie-handen. Het is ook één van de weinige volledig onafhankelijke bottelaars die hun eigen vaten bottelen. Heel wat bottelaars bottelen onder contract.
Oorspronkelijk gevestigd in Leith, verhuisde Signatory in 1992 naar de huidige thuisbasis Newhaven – Edingburgh, waar het over grotere opslagfaciliteiten beschikte. Na deze verhuis ontving de bottelaar een licentie om ter plaatse eigen vaten te bottelen, waarop een bottelinglijn werd geïnstalleerd.

Sedert 2002 is Signatory tevens eigenaar van Edradour, Schotland’s kleinste distilleerderij.

De bottelingen van Signatory vermelden meestal de datum van distillatie, de datum van botteling en het vatnummer. Elke fles krijgt een individueel nummer mee.

Hieronder drie Signatory bottelingen die ik recent kon proeven.
 
Glen Ord 8y 1998/2006, 40%, SIG, cask 3440, 407 bottles – Highland – 73/100
Hogshead vat. Frisse, fruitige neus. Vanille. Zachte, weinig uitgesproken smaak. Granen en fruit, meer haal ik er niet uit. Middellange fruitige afdronk. Beetje te vlak, te weinig karakter.
 
Highland Park 18y 1985/2003, 53.9%, SIG for LMDW, cask 2915, 415 bottles, 50cl – Orkney – 85/100
Schattig 50 cl flesje, gebotteld uit een Hogshead vat voor La Maison Du Whisky. Behoorlijk ziltige en rokerige neus met de typische Highland Park honing. Ook veel honing in de smaak, met rook en fruit. Marsepein! Njammie. Lange, ziltige afdronk. Lekker!
 
Rosebank 13y 1991, 43%, SIG, casks 4717 & 4718 – Lowland – 84/100
Dit is dus geen Single Cask, maar een botteling van twee vaten. Lekkere neus. Kruidig. Peper. Licht ziltig. Fruitig, maar ook bloemig. Hint van turf? Ook de smaak mag er zijn, kruidig en fruitig. Citrus. Lange droge afdronk. Ben niet echt een Lowland fan, maar deze is erg lekker!

Enkele klassiekers – de letter H

Highland Park 12y, 40%, OB 2003 – Orkney – 74/100
De naam en de herkomst zeggen alles. Verenigt Highland kenmerken (maltig, fruitig, kruidig) met eiland karakteristieken (beetje ziltig, lichte turf in de afdronk). Geen al te lange noch prettige afdronk. Een echte all rounder, maar daardoor te weinig karakter.

The Scotch Malt Whisky Society (SMWS)

De Scotch Malt Whisky Society is een genootschap van whiskyliefhebbers, opgericht in 1983 met als doel het promoten van Schotse single malt whisky. Het bottelt vaten van zowat iedere Schotse distilleerderij, alle single casks op vatsterkte en non-chill-filtered.
De bottelingen van de SMWS dragen alle hetzelfde label, en worden enkel onderscheiden door twee getallen. Het eerste verwijst naar de distilleerderij. De Society mag immers de naam van de betreffende distilleerderij niet vermelden. Je hebt dus de lijst met getallen en bijhorende distilleerderijen nodig om te weten wat je drinkt of koopt. Het tweede getal verwijst naar het nummer van de botteling. Zo is 85.12 het 12e vat Glen Elgin (85) dat de Society bottelt.
Tot op heden heeft de SMWS vaten van 125 distilleerderijen gebotteld, Glenmorangie sluit de rij met nr. 125.

De bottelingen van de SMWS zijn enkel beschikbaar voor leden en zijn dus niet te vinden in de reguliere handel. Sinds kort zijn de SMWS whisky’s ook in de Benelux verkrijgbaar via een filiaal in Roosendaal, Nederland. Lidmaatschap kost het eerste jaar 110 euro, jaarlijks hernieuwbaar aan 60 euro. Ieder lid krijgt op regelmatige basis een nieuwsbrief en bijhorende bottelinglijst.
Voor iedere botteling is er een proefnotitie beschikbaar, opgesteld door het SMWS proefpanel. Dit panel geeft elke botteling ook een ‘poëtische’ naam. Momenteel telt het genootschap wereldwijd meer dan 15.000 leden.

Vandaag en morgen publiceer ik enkele proefnotities van SMWS bottelingen die ik recent kon proeven.
 
Highland Park 22y 1984/2007, 52.7%, SMWS 4.113, 271 bottles – Orkney – 75/100
Deze fles draagt het nummer 4.113, wat wil zeggen dat het om het 113de vat van Highland Park (nr. 4) gaat. Hij kreeg als naam Hush-a-by Hoggie mee, waarmee we meteen weten dat het een Hogshead vat betreft.
De neus is zonder water erg gesloten en geeft enkel wat houtskool associaties. Met water wordt ie meer typisch Highland Park, zowel in de neus als in de smaak. Honing, sinaas, beetje kruiden en wat rook. Ziltige afdronk. Gewoon lekker.
 
Bowmore 10y 1997/2007, 59.6%, SMWS 3.132 – Islay – 79/100
Deze botteling draagt het nummer 3.132 (132e vat Bowmore) en m’n heeft dit Beachcomber’s tipple (strandjutter’s drankje) genoemd. Is een botteling van een Refill Hogshead vat. Cleane, wat zoete neus met turf en fruit, zonder enige zeep associatie. Hebben ze het bij Bowmore eindelijk begrepen? Smaak is stevig, wat zoet, maar vooral rokerig. Ook rook in de afdronk.
 
Springbank 11y 1996/2007, 57.9%, SMWS 27.66 – Cambeltown – 63/100
Deze botteling van de SMWS draagt het nummer 27.66, waaruit je kan afleiden dat het een Springbank betreft (nr. 27). De naam heb ik vergeten te noteren. Neus is erg fris, bloesemig, maar ook fruitig. Appel. Smaak vind ik maar plattekes, weinig expressief. Water toevoegen helpt niet echt. Bloemen en slappe thee. Heel lichte rook, ook in de afdronk. Slechte Springbank.
 
Teaninich 21y 1983/2005, 56.6%, SMWS 59.31, 252 bottles – Highland – 80/100
Draagt het nummer 59.31. Is dus het 31e vat van distilleerderij met nr. 59. Kreeg de naam Light smoke from a wood fire opgeplakt. Effe de SMWS lijst erbij halen en 59 blijkt Teaninich te zijn, mijn eerste Teaninich trouwens. Neus is aangenaam zoet en fruitig. Fruitsnoepjes! Ook een hint van rook (toch wel). Zachte fruitige smaak, vlot drinkbaar. Middellange finish.

Tolstoj en Highland Park

Een dram van de Highland Park 18y vergezelde me tijdens de laatste 30 bladzijden van De dood van Ivan Iljitsj van Lev Tolstoj. Een boek dat in mijn verre herinnering (ik was een jaar of 18) het beste was wat ik ooit had gelezen. De nieuwe vertaling van Arthur Langeveld was dan ook een ideale gelegenheid dit aan de realiteit van 20 jaar ouder te toetsen. Ik moet zeggen, het boek blijft overeind. Hoe Tolstoj een getormenteerde ziel neerzet en de leegte van het leven beschrijft, is en blijft indrukwekkend. Ik wou dat ik van de Highland Park 18y hetzelfde kon zeggen, maar helaas is indrukwekkend hier niet helemaal het juiste woord, hij moet het met een ‘gewoon lekker’ stellen.
 
Highland Park 18y, 43%, OB 2007 – Orkney – 80/100
Nieuwe fles. Knap! Kruidige en fruitige neus. Licht rokerig ook. Zacht zoete smaak. Mout. Hint van turf. Lange fruitige afdronk, ietsjes medicinaal. Ok, maar had er dus toch wat meer van verwacht…