Spring naar inhoud

Posts from the ‘Bruichladdich’ Category

Twee Bruichladdichs, een lekkere nieuwe en een héél lekkere oude

Bruichladdich 1998 ‘Manzanilla’, 46%, OB, 2008, sherry wood, 6000 bottles – Islay – 80/100
Dit is een Bruichladdich op Manzanillavat gerijpt. Manzanilla is een lichte, droge sherry afkomstig van San Lucar de Barrameda, gelegen aan de Atlantische oceaan. Het heeft een kruidige en licht zilte smaak. Andere bekende sherry variëteiten zijn Fino, Oloroso, Pedro Ximénez en Amontillado. Eens zien wat de sherry met deze spirit heeft gedaan. Frisse neus met zilt, honing, veel citrus, maar ook abrikoos en appel. En de sherrykenmerken zoals koffie, hout en noten, maar die gaan nooit overheersen. Mooie balans. Zoete smaak, veel zoet fruit. Kokos. Karamel, vanille, beetje kruiden (een zeer herkenbaar kruid, maar kom er niet op). Vrij korte maar lekkere, licht rokerige en fruitige afdronk.
 
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, OB, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles – Islay – 90/100
Frisse neus met veel rijp, sappig fruit (peer, perzik, appel), granen en lichte rook. Stevige, zoet-zilte smaak met duidelijke sherry en weerom wit fruit. Peper & zout finish. Erg lekkere, fruitige oude Bruichladdich.

Advertenties

Een mélangeke

Hieronder enkele whisky’s die ik op diverse gelegenheden heb gedronken, en dus meestal maar van summiere notities heb kunnen voorzien.

 
Bunnahabhain XVIII, 43%, OB 2005 – Islay – 79/100
Fruitige neus, met wat hout. Ik smaakte fruit, beetje zoet en granen. Lichte bitterheid in smaak en afdronk. Lekker maar had hier toch iets meer van verwacht.
 
Auchentoshan Three Wood, 43%, OB 2008 – Lowland – 74/100
Neus is lekker maar smaak is me te wrang. Te droog, te veel hout. Two wood was genoeg geweest. Ook heel veel drop. Ben nooit z’n drop-fan geweest. 74 (voor de neus).
 
Glenturret 12y, 40%, OB 2003 – Highland – 73/100
Granige neus met zoet fruit. Gestoofd fruit. Honing. En een beetje kruiden. De granen ook in de smaak, van die muesli toestanden. Wit fruit en wat zilt. Korte, ziltige afdronk. Aangename whisky zonder meer. Vooral zonder meer.
 
Strathisla 8y ’70 proof’, Gordon & MacPhail, bottled mid 1970’s – Speyside – 75/100
Dit moet dus whisky van de tweede helft van de jaren 1960 zijn. Ter info, 70° proof is ongeveer 40%. Fruit, karamel, wat platte smaak. Te vroeg gebotteld? Te fel versneden?
 
Talisker 10y Cask Strength, 58.1%, OB 2006, only available at the distillery – Skye – 78/100
Niet gecommercialiseerd, gedronken tijdens ons Skye-reisje (november 2006) op de distilleerderij zelf. Viel wat tegen, miste de finesse van de versneden 10y. Maar moet wel zeggen dat ik geen water bij de hand had.
 
Bruichladdich 16y 1990/2007, 46%, Duncan Taylor NC², sherry Cask – Islay – 62/100
Neus van een witte wijn. Slap, zonder veel associaties. Wat bittere en droge smaak met ook hier weinig boeiends. Korte, wijnige finish.

Bruichladdich Full Strength head to head

Van de ‘Full Strength’ bestaan er twee versies, een 1989 gebotteld in 2003 en een 1994 gebotteld in 2005. De 1989 heb ik een tijdje geleden gedronken op restaurant, de 1994 staat hier in mijn kast.

 
Bruichladdich 1989 Full Strength, 57.1%, OB 2003 – Islay – 86/100
Heerlijk! Erg complex. Licht maltig, maar ook een beetje zilt, beetje turf en een lekkere, lange afdronk. Meer heb ik niet onthouden, maar voor mij na de Infinity de tot op heden beste Laddie.
 
Bruichladdich 1994 Full Strength, 56.5%, OB 2005 – Islay – 79/100
Minder dan de vorige editie. Maltig (graan, mout), vanille, appel. Niet bijster complex. Zoet ook, neigend naar bitter in de smaak. Kruidig op het einde.

Zilt

Eilandwhisky’s of whisky’s die dicht bij de zee rijpen – wat we dan ‘coastal’ whisky’s noemen – hebben meestal een zilt karakter. Dit komt omdat de whisky in het vat de zeelucht doorheen de poriën van het vat opneemt. Zeelucht bevat de typische zilt en jodium.

 
Bruichladdich 15y 1991/2007, 46%, Cadenhead – Islay – 72/100
Zee-associaties zonder de turf. Zilt en zeewier in de neus. Smaak is eerst zwakjes, maar na een tijdje komt ook hier ‘de zee’ door. Vrij veel zilt, maar blijft wel erg zacht. Behoorlijk gevaarlijke dram, zeer makkelijk drinkbaar.

Bruichladdich – vervolg

Hieronder nog drie Laddie’s, waaronder twee geturfde.
 
Bruichladdich 17y, 46%, OB 2006 – Islay – 69/100
De langere rijping heeft deze laddie geen goed gedaan. Vanille, noten, graan, mout. Mist punch.
 
Bruichladdich ‘Infinity’ (first edition), 55.5%, OB 2005 – Islay – 89/100
Botteling van Bruichladdich en Port Charlotte vaten, resulterend in een meer dan geslaagde balans tussen kracht, complexiteit en finesse; tussen ziltigheid, zoetheid en turf. De zachte, wat zoete turf zit vooral in de neus en de smaak. Het ziltige in de zalig lange afdronk. Een Bruichladdich die moeiteloos de vergelijking met z’n zuiderburen op Islay kan doorstaan. Aanrader! En een kooptip, want best betaalbaar. Als je ‘m nog vind ten minste.
 
Bruichladdich 3D ‘Moine Mhor’, 50%, OB 2005 – Islay – 78/100
Rokerig en behoorlijk veel turf, maar niet veel meer buiten wat vanille en granen. Niet uitgebalanceerd. Te heftig, mist complexiteit. Geef mij dan maar de Infinity.

Bruichladdich

Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd.
Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke.

Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie.
Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag.
In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar.

Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum.
Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year.
Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders.
Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte.

Enkele jaren geleden werd Bruichladdich onderwerp van een onderzoek van het Amerikaanse Defence Threat Reduction Agency (DTRA), toen bleek dat met het distillatiemateriaal chemische wapens konden worden gemaakt en het webcam systeem – op het distillatieproces te monitoren – werd gekraakt.

Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels:

  • Bruichladdich zelf, een overwegend niet tot licht geturfde malt (op enkele uitzonderingen zoals de 3D en de schitterende Infinity na).
  • Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM.
  • Octomore, s’ werelds zwaarst geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Nog niet geproefd, maar volgens mij kan je evengoed vloeibare asfalt drinken.

 
Lynne Mc Ewan, dochter van Jim, kwam enige tijd geleden een aantal recente bottelingen voorstellen in Tasttoe. Vandaag en morgen lees je wat ik er van vond. Van de bottelingen welteverstaan.
 
Celtic Nations, 46%, OB 2006, 7200 bottles – 75/100
Dit is een blend van Bruichladdich 1999 en Ierse geturfde whiskey, ik dacht van Cooley (Connemara). Turf indeed, in neus en smaak. Voor z’n 46% redelijk alcoholische neus, waarschijnlijk door de jonge leeftijd. Wat zoet ook. En duidelijke citrus. De smaak is dan eerder fruitig. Wit fruit. Appel en peer. Weinig complex, te jong. Afdronk op turf en granen.
 
Bruichladdich 12y, 46%, OB 2006 – Islay – 72/100
Beetje een tegenvaller. Redelijk fruitig (neus) en maltig (smaak van graan, mout), maar niks bijzonder. Minder door z’n voorganger, de 10y.
 
Bruichladdich Links V ‘Liverpool’ 14y, 46%, OB 2006 – Islay – 80/100
Fruitig en zoet. Perzik, honing, beetje vanille. Licht geturft. Mooi in balans. Lekkere whisky.
 

Enkele klassiekers – de letter B

En vandaag diepen we proefnotities van enkele klassiekers met de letter B op.

The Balvenie 12y ‘Double Wood’, 40%, OB 2001 – Speyside – 81/100
Sherry, zoetig (marsepein?) en licht maltig. Fruit ook. Ben geen Speyside fan, maar deze is een aanrader! Stevige, mooi gebalanseerde malt met een lange, kruidige afdronk.
 
Bowmore 12y, 40%, OB 1999 – Islay – 62/100
Rook, beetje zilt, bloemen en… zeep. Lavendelzeep. Zowel in de neus, de smaak als in de afdronk. Zonder die zeepsmaak zou dit best een lekkere whisky zijn, want heel wat aangename elementen, alle mooi de das om gedaan door de zeep. Wat heeft men op Bowmore in de jaren 80 toch z’n best gedaan z’n whisky te verkrachten!
 
Bruichladdich 10y, 46%, OB 2005 – Islay – 79/100
Licht geturfd. Beetje ziltig. Beter dan de 12y, complexer en meer body. Wat zoet (honing). Lekkere afdronk.
 
Bunnahabhain 12y, 40%, OB 2006 – Islay – 71/100
Een buitenbeentje onder de Islay’s. Hoegenaamd geen turf. Licht rokerig in de neus & afdronk. Neus wat peperig ook. Smaak maltig, bourbon, wat bitter. Haalt de 70 punten, maar met de hakken over de sloot.