Spring naar inhoud

Posts from the ‘_Undisclosed’ Category

‘Speyside region’ 17y 1995, Archives

Derde en laatste Archives botteling uit de jongste reeks, is een niet nader genoemde Speyside whisky. Het zou, zoals wel vaker, om een Glenfarclas gaan.

 

Speyside region 17 YO 1995/2012, 48.2%, Archives, Whiskybase, butt #56‘Speyside region’ 17y 1995/2012, 48.2%, Archives ‘The Fishes of Samoa’, Whiskybase, butt #56, 54 bottles
Frisse, cleane neus op sappige appels, rijpe kruisbessen, verse abrikozen, een beetje meloen, zachte karamel en honing. De geur doet me ook denken aan een weide met z’n bloemen zoals boterbloemen, klaver, distels, klaprozen, Sint-Janskruid… in volle bloei. Wordt beter en beter. Ik krijg er nu ook iets licht zurigs bij. Aangenaam zuur. Yoghurt. Melkwei. Prikkelend en al even fris op de tong. Appelsap, meloen, een beetje appelsien, zelfs wat lychee (op siroop). Na enkele seconden in de mond komt dat tropisch karakter helemaal naar voor. Altijd een meerwaarde. Lichte eik, nog lichtere granen en drop. Zoete drop, alhoewel er toch ook een klein beetje zilt te ontwaren valt. Vrij complexe smaak, en beter dan de neus. Middellange afdronk, licht drogend met nog heel wat fruit. Een whisky die je de nodige tijd moet geven. Maar als je dat doet, word je dubbel en dik beloond. Het tropisch fruit in het midden van de smaak brengt ‘m zeker een punt of twee extra op. 88/100

Advertenties

Glen Avon 35y

Glen Avon is de naam waaronder Gordon & MacPhail Glenfarclas bottelde. Glenfarclas, één van die distilleerderijen die het niet erg op prijs stelt dat onafhankelijke bottelaars onder zijn naam whisky op de markt brengt.

 

Glen Avon 35 YOGlen Avon 35y, 41.2%, Gordon & MacPhail mid 1990’s
Meer dan aangename sherryneus, waar veel kruiden, chocolade en eik de dienst uitmaken. Koffie, de geweldige sigarendoosjes en rook van het hout. Niet veel fruit, buiten een beetje sinaas. Ook niet veel zoete elementen. Tenzij sojasaus. Tamari. Op de smaak zet dat patroon zich verder, wat wil zeggen dat het behoorlijk droog is. Noten, donkere chocolade, eik, kruiden, je kent het plaatje. Eucalyptus en peper wat die kruiden betreft. Kersen en appelsienen compenseren, maar net iets te weinig. Zeker naar het einde wordt het mij te droog. Lange, licht bittere afdronk. De neus is geweldig, op de smaak is hij me wat te bitter. Een whisky die net boven de negentig startte maar er uiteindelijk stevig onder tuimelde. 85/100

Glen Highland Class, Malts of Scotland

De nieuwe aanwinst in de Glen Classes van Malts of Scotland is deze Glen Highland Class. Hij vult het rijtje aan van de Glen First Class, de Glen Peat Class, de Glen Speyside Class en de Glen Grain Class.

 

Glen Highland Class Malts of ScotlandGlen Highland Class 1999/2013, 50%, Malts of Scotland, batch 1, 999 bottles
Zachte, romige sherryneus op tonen van zowel gedroogd als gestoofd fruit. Onder de eerste categorie vallen pruimen, abrikozen, rozijnen en vijgen. Onder de tweede braambessen (confituur) en een beetje cassis. Melkchocolade, praliné en zachte karamel zorgen voor het romig karakter. Je neus in een doos pralines. Na enige tijd ruik ik ook wat appelsienen. En de sherry laat zich verder nog kennen door tabak, koffie en zoethout aan te slepen. Romig op de tong, mooi balancerend tussen zoete en drogere elementen. Gedroogde vruchten, appelsien, karamel, gezoete koffie, kruiden (peper, zoethout) en zachte eik. Zeer toegankelijke sherry zonder ook maar één scherp kantje. Middellange afdronk, blijft erg zacht. De perfecte instap-whisky voor sherryliefhebbers. A ja, sommigen beweren dat dit Glengoyne is. 84/100

Yellow Spot 12y

Yellow Spot is, net zoals zijn kleine broer Green Spot, een product van Midleton distillery. Single pot still Irish whiskey’s, de Green Spot zonder leeftijdaanduiding, de Yellow Spot een 12-jarige. De namen verwijzen naar de ‘Spot’ bottelingen voor Mitchel & Sons uit een ver verleden. De laatste batchen dateren uit de jaren 1950, en naast de Green en Yellow bestonden er ook een Blue (8y) en Red (15y) Spot.
Deze whisky bevat spirit die rijpte op bourbonvaten, sherryvaten en Malagavaten. En met rijpen bedoel ik de volle twaalf jaar, er is dus geen sprake van enige finish. Voor een dikke zestig euro is hij de jouwe.

 

Yellow Spot Whiskey 12yo MidletonYellow Spot 12y, 46%, OB 2012
Zoete, ronde neus die aan de betere bourbon doet denken. Gezoete granen (Frosties), veel vanille, wat honing, geroosterde eik, frisse kruiden… dat zijn zowat de belangrijkste associaties op de neus. Er zit ook een ‘groene’ kant aan: groene thee, nog wat groene bananen, gras en takken. Perziken en abrikozen. En nu ook iets van gin (de kruiden spelen op en ik ruik jeneverbessen). Rijke smaak die opnieuw sterk bij bourbon aanleunt. Prominente eik, vanille en kruiden (kaneel, nootmuskaat) dus. Maar ook chocolade en geroosterde noten. Niet veel meer echter, geweldig complex kan je dit niet noemen. Alhoewel, ik mag het fruit niet vergeten. Meer bepaald appelsienen, druiven en (onrijpe) bananen. Middellange afdronk op abrikozen, kruiden, vanille en eik. Kruidige en zoete whiskey die zeker de bourbonliefhebbers zal bekoren. 83/100

Speyside Malt 17y 1995, The Whiskyman

The Whiskyman heeft niet alleen een Isle of Jura gebotteld voor de Zweedse markt, er is ook een whisky die door het leven gaat als Speyside Malt, waarmee we niet veel meer dan de regio te weten komen.

 

Speyside Malt 17 YO 1995/2013, 53.9%, The Whiskyman for Viking Lines, SwedenSpeyside Malt 17y 1995/2013, 53.9%, The Whiskyman for Viking Lines, Sweden, bourbon cask, 167 bottles
De geur start op studentenhaver. Noten, gedroogde vruchten (abrikozen en gele rozijen) en melkchocolade. Bourbonvat? Serieus? Actief vatje dan toch wel. Best wat eik ook. Het is pas na enige tijd dat hij volledig de bourbon toer op gaat. Ik ruik nu kruisbessen en perziken. Zoethout, honing en esdoornsiroop (maple) maken het zoet. Hij heeft ook een mooi floraal kantje. Heide en gedroogde bloemen. De balans tussen de drogere en de zoetere elementen zit juist. Ook op de smaak. Die is prikkelend. Met siroop, honing en melkchocolade aan de éne kant, eik, heide en kruiden anderzijds. Zoethout, veel peper en al even veel gember. Zoete granen en toast vullen aan. Lange bitterzoete afdronk op de tonen van de smaak, met wat nougat als extra. Een whisky die me even op een verkeerd been zette. Lekker, dat wel. 86/100

Confidential 16y 1995, Kintra Single Cask Collection

Vandaag een whisky waar ik weinig over kan vertellen, behalve dat het een botteling is van Kintra, gedistilleerd in 1995 en gebotteld op 16-jarige leeftijd. Je vindt ‘m in de rekken onder de ‘c’ van confidential.

 

Confidential 16y 1995/2011, 53.9%, Kintra Single Cask Collection, sherry butt #5, 120 bottles
Mooie, ronde sherryneus. Naast die sherry kan ik echt moeilijk ruiken, ik noteer associaties van noten en gedroogd fruit (dadels, vijgen), koffie, zachte karamel, sinaas en tabak. Maar wat me vooral opvalt, is geroosterd vlees. Zoet en gemarineerd vlees dat net iets te lang op de barbecue heeft gelegen. Maar niks onaangenaam, integendeel. Ook de smaak is meer dan gewoon genietbaar. Mooi droog op noten, allerlei gedroogde vruchten (dadels, pruimen en rozijnen), schil van sinaas en donkere chocolade. En ook hier tonen van geroosterd vlees. En kruiden niet te vergeten. Lange, bitterzoete afdronk. Best lekkere Glen Whatever. 84/100

 

P.S.: voor de mensen die af en toe eens een gokje wagen op één of andere whiskyveiling, check this out. Aangezien ik zelf twee jaar geleden een niet al te aangename ervaring had met dit veilinghuis, wil ik Luc z’n ervaring graag delen. Een gewaarschuwd man, enzoverder…

Speyside Class, Malts of Scotland

Eén van de nieuwe zogenaamde ‘steady crackers’ van Malts of Scotland (scherp geprijsde kwaliteitsmalts) is de Glen Speyside Class, een vatting van achtienjaar oude Glenrothes, gerijpt op bourbonvaten.

 

Glen Speyside Class 18y, 50%, Malts of Scotland ‘Steady Crackers’
Aangename, zachte en zoete neus. Honing. Lichte grassige tonen zoals hooi en heide. Geroosterde kastanjes, net als geroosterde noten. Een mooie granigheid. Appelmoes ook en daarna praliné. Al even aangenaam mondgevoel. Romig, zacht en zoet. Honing, melkchocolade, gevolgd door fruitige en florale toetsen. Kweepeer en allerlei confituren. Kirsch. Suikerspin. Fris. Ha, zelfs een klein beetje rook van het hout op het einde. Prikkelende, middellange afdronk op het florale en het fruitige van de smaak met ook hier zeer lichte rook. Nice! Meer dan correcte instapmalt, je krijgt hier echt wel waar voor je geld. 84/100

Berry Bros & Rudd Pure Single Malt 1961

Derde in de rij feestwhisky’s is net als de Glen Cawdor een blindganger, ik bedoel dat het label geen distilleerderij vermeldt. Wat dat label wel vermeldt, is ‘Berry Bros & Rudd’, ‘Pure Single Malt’ en de jaartallen 1961 en 1974 voor respectievelijk distilleer- en botteljaar. Iemand hier een idee wat het kan zijn?

 

Berry Bros. & Rudd ‘Pure Single Malt’ 1961, 43%, Berry Bros 1974, Italian Import, 75 cl
De neus start zoet-kruidig. Karamel, misschien verbrande karamel, crème brûlée, nootmuskaat, peterselie, kervel. Groentebouillon. Daartussen ook heel wat ‘bos’: varens, mos, aarde. Lichte metalige tonen, toch wat old bottle effect met andere woorden. Oud leder, oude boeken met een dun laagje stof op. Dan een beetje balsamico en evenzeer een beetje zoete turf op de achtergrond. Dit is een erg subtiele maar prachtige oude sherryneus. Op de tong is hij zacht en romig, vegetaal en kruidig. Hier mocht hij me wel iets krachtiger. Associaties van vanille-fudge, bosbessen, koude thee, pruimen, de peterselie opnieuw en de metalige toetsen. Een klein beetje eik. Niet slecht, maar het niveau van de neus haalt hij bijlange niet meer. Middellange, bitterzoete afdronk met een klein beetje turf dat om de hoek komt kijken. Merkelijk beter op de neus dan op de smaak, daar mist hij ‘ballen’. Een – weliswaar lichte – teleurstelling toch, ik had immers gehoopt met mijn rijtje constant boven de negentig te kunnen blijven. Nu ja, laat me dit maar spoedig compenseren. 88/100

Glen Cawdor 1951

Vermits de Glen Grant 21y securo cap eigenlijk een herneming was, blijft de teller op 999 staan en is het vandaag pas echt aan nummer duizend. Geen nood, ook wat ik vandaag proef heeft genoeg adelbrieven om die eer te krijgen.
Glen Cawdor? Nooit van gehoord? Don’t worry, Glen Cawdor is geen distilleerderij, laat staan een actieve, het is een label van Samaroli. Er zijn meerdere whisky’s gebotteld onder dit label, in sommige gevallen met vermelding van distilleerderij, in andere gevallen zonder enige referentie. Er zijn enkele vrij legendarische bottelingen in dit laatste geval, o.a. de 1951 en de 1964. Het is de 1951 die nu in m’ glas zit. Merci beaucoup Patrick!

 

Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Duthie for Samaroli, 120 bottles, 75cl
Neus: mmm, mellow… belegen, rond, romig, niks scherps. Hij start wel een beetje gesloten, heeft wat tijd nodig om al z’n geheimen prijs te geven, maar dan… wat een beauty! Hoe omschrijf ik dit? Uniek. In het begin heb ik honing, romige honing, vergezeld van hooi. Maar echt grassig is dit niet, daarvoor komt er na enige tijd teveel zoets en fruit door. Gestoofd fruit, rijpe kruisbessen, marsepein. Boter. Gezouten boter. Ja, wat zilte aroma’s, licht coastal. Kruiden ook, maar niet zo evident om te benoemen. Heide, dat zeker wel. Hoe langer hoe duidelijker. Boterbloemen misschien. Dju, deze neus laat zich moeilijk doorgronden. Een heerlijke, lichte rokerigheid. Op zich zegt het allemaal niet zo veel, maar dit is één van de boeiendste geuren dit ik de laatste tijd in mijn glas had. Smaak: jawel, de smaak moet niet veel onderdoen voor de neus. Hij is zowel zoet (de honing), als grassig (het hooi, de heide, gedroogde bloemen, linde…) en subtiel kruidig. Erdoorheen priemt iets zalig zilts en een beetje turf. My God, dit is goed. Afdronk: dat is het leuke aan dit soort whisky, er is ook nog een afdronk. Geen idee wat het is, maar het profiel doet me wel wat denken aan oude Talisker of oude Springbank. Of oude Highland Park? Zou ook kunnen. Die honing, die heide. Whatever, dit is bangelijk lekkere whisky. En niet dat ik al geweldig veel Springbank, Talisker of HP 1951 gedronken heb. Omzeggens geen. Talisker 1953 daarentegen… Highland Park 1955… zucht. Iemand uitsluitsel? 94/100

Televoting

Gisteren stond er een nieuwe Fulldram tasting op het programma, met als thema ‘televoting’. De leden kregen op voorhand een lijst van twintig whisky’s voorgeschoteld, waaruit ieder zes whisky’s diende te selecteren. De zes met het hoogste aantal stemmen zouden dan de line-up uitmaken, uiteindelijk werden het er zeven. Vandaag en morgen een verslagje hiervan.

 
The Irishman, 40%, OB 2010
Als opwarmer kregen we deze malt uit de Bushmills stal te proeven, een tiental jaar gerijpt. Granige en licht fruitige neus. Slappe thee, wat kruiden. De smaak gaat daar op door en voegt wat vanille toe. Korte, licht kruidige afdronk. Niets bijzonders. 70/100
 
Glenfarclas 14y 1991/2005, 46%, OB, cask 164, 454 bottles
De neus is zoet en bitter. Hij start op rozijnen, pruimen, karamel en eik, en wordt dan hoe langer hoe kruidiger. Na wat verder in de line-up terug te gaan naar deze Glenfarclas vielen vegetale tonen op. Peterselie, oxo. De smaak is vrij droog. Bittere citrus, wat hars. Iemand merkte koffielikeur op. Middellange bitterzoete afdronk. Niet slecht maar nogal eenzijdig en op sommige momenten wat scherp. De standaard 15y lijkt mij ronder en complexer. 82/100
 
Clynelish 20y 1983/2004, 46%, Murray McDavid Mission III, 498 bts.
Op de neus heb ik niet de verwachte waxyness en ook minder fruit dan verhoopt. Wel dennennaalden, vanille, citrus en abrikoos. En wat peper en zout. Erg delicaat allemaal. Op de tong is hij zoet en fruitig (de citrus maar ook de abrikoos opnieuw). Misschien heel in de verte wat turf. De afdronk is niet echt lang en licht drogend. Ik was hier in eerste instantie een beetje door teleurgesteld, maar na wat andere whisky’s gedronken te hebben, treedt het fruit maar op de voorgrond. Tropisch fruit dan vooral. Toch bleef ie onder par voor Clynelish uit deze periode. 86/100
 
Caol Ila 11y 1995/2006, 57.6%, G&M Cask, casks 10638/10639
Cleane turf en zilt. Gerookt vlees, een hammetje aan het spit. Jodium. Een beetje fruit, niet veel. Op de tong agressief en bitter. Scherpe turf en peper. Niet echt aangenaam maar water doet wonderen. Veel ronder, romiger, zoeter dan. De peper blijft, maar het fruit komt er meer door. Lange, zoete en kruidige afdronk met cleane turf. Lekkere whisky, maar dat is ie enkel met water. 85/100

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994

Na de Affinage ‘Sauternes’ 1995 Speyside van Celtic Connection komt vandaag de ‘Affinage Vin de Paille’ 1994, Highland aan bod. Benieuwd of hij mij evenzeer kan bekoren.

 
Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Highland, 328 bottles
Zware en scherpe sherryneus. Stevig verbrande karamel, tabak, espresso, rubber… wat herbal ook. Sulfer? Mmm, daar ben ik niet uit. Op de neus nog min of meer te doen, op de smaak heel wat minder. Het begin kan er nog mee door (vegetaal, toast, wat zoet) maar daara wordt hij erg droog. Te bitter, te veel hout. De afdronk is weliswaar redelijk lang maar droog. Zoet-kruidig. Zonder écht slecht te zijn, is dit – zeker op de smaak – absoluut niet mijn ding. 75/100

Adelphi’s Laudale

Deze Laudale (‘Valley of the Mountain Streams’) is eigenlijk een vatted Glenfarclas. Hij bevat whisky van tien first fill sherryvaten waarvan de jongste 12 jaar en de oudste 15 jaar oud is, alle van dezelfde Speyside distilleerderij dus. Ook Adelphi was vroeger een distilleerderij en is nu gekend als onafhankelijk bottelaar. Het wordt geadviseerd door Charles McLean.

 
Adelphi’s Laudale ‘Batch #1’ 12y, 46%, Adelphi 2009, 3458 bottles
Droge en sterke sherryneus. Veel hout, rubber, bittere chocolade, tabak, rozijnen, leder… the usual suspects. Herbal ook. Eigenlijk helemaal niet slecht, maar de smaak kondigt zich aan als ‘erover’. Inderdaad, alhoewel het nog meevalt. Vrij bitter en droog maar misschien eerder ‘op het randje’ dan ‘erover’. Rode bessen, onrijpe kruisbessen, maar vooral rubber, bittere chocolade, koffie, noten en sterke thee. Ook de afdronk is droog en bitter met veel noten en espresso. De score kan vooral op het conto van de neus geschreven worden. 81/100

Celtique Connexion

Celtique Connexion is een label van Celtic Whisky Companie, een Bretoense whiskyspecialist met warehouses gelegen aan de noordkust van Bretagne. De whisky’s onder dit label zijn alle ‘double matured’: na hun klassieke rijping in Schotland, werden ze ‘afgewerkt’ in Bretagne op first fill vaten van allerlei herkomst. Naar eigen zeggen, waren zij het die voor het eerst experimenteerden met het finishen van whisky op Sauternesvaten, een praktijk die ondertussen overgenomen is door menig Schots distilleerder. Een voorbeeld hiervan proef ik vandaag, welke trouwens hoge ogen gooide op de Malt Manic Awards van vorig jaar.

 

Celtique Connexion ‘Affinage Sauternes’ 1995/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Speyside, 235 bottles
Lekkere, zoete en florale neus met hoe langer hoe meer vegetale tonen. Gedroogde bloemen. Peterselie. Citrus en een beetje eikenhout. De smaak is kruidig (peper, nootmuskaat), zoet (vanille) en licht drogend. Voor dat laatste zorgt het hout en de bijhordende kruiden. Wat abrikoos ook, vooral in de voor de rest kruidige finish. Niet slecht, verre van. 86/100

En dan nog een Islay ‘in disguise’

De laatste Islay in het rijtje van zes is één van de Born on Islay’s van Wilson & Morgan, ook gekend als hun ‘house malt’. Iemand enig idee welke whisky dit is?

 
‘Born on Islay’ 1999/2009, 43%, W&M Barrel Selection ‘House Malt’, casks 12732-12739
Deze neus zou ik omschrijven als ‘vegetale turf’. Turf vermengd met planten en groenten. Broccoli, groene kool, peterselie. En dit alles slecht gekuisd, waarmee ik bedoel dat ik ook aarde ruik. Het wroeten in de aarde. Wat nog? Kalk, spek & eieren, lichte sherry… al bij al vrij complex zonder dat ik dit echt lekker kan vinden. De smaak is zacht, vegetaal met de turf die langzaamaan de bovenhand krijgt. Een lichte kruidigheid naar het einde en in de lange afdronk. Verre van slecht, maar ook niets bijzonder. 79/100

Stronachie 12y 2010

Bij de (her)lancering van de brand Stronachie was er sprake van het feit dat het hier om whisky van Benrinnes zou gaan. Of dit in de nieuwe batchen nog steeds het geval is, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik absoluut niet wild was van eerdere batchen.

 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, batch 12/10-1
De neus is veel fruitiger dan deze van de vorige versie. Zoet fruit. Peren, witte perziken, rijpe ananas, rozijnen (op rum). En veel minder granig. Wel karamel, heide en honing. Niet erg complex, maar wel euh… complexloos. De smaak start zacht en zoet. Veel rozijnen, sinaas, appelcake, peperkoek en hout. Hars ook, wordt wat droog. Hij verliest hier toch enkele punten. De afdronk is middellang en droog. Beter dan de vorige batchen die ik proefde (2006 & 2009). Een stijger met stip, vooral op het conto van de neus te schrijven. 78/100

Undercover no. 4, The Nectar

De vierde Undercover van Daily Dram is een Speysider ‘in disguise’. Glenfarclas? Balvenie? Wie zal het zeggen.

 
’Undercover no. 4’ 19y 1990/2009, 48%, The Nectar, Daily Dram
De neus is smeuïg met veel fruit, bloemen, vanille en honing. Een beetje hars en een mineralige toets. Qua fruit denk ik aan perzik, abrikoos en allerlei confituren. De smaak is krachtig en een beetje vettig. Olie-achtig. Gedroogd fruit, sinaas, honing, eucalyptus en kruiden. Peper, gember… Vrij lange finish op perzik en kruiden. Mmm, zou wel eens een Balvenie kunnen zijn. Vlot en plezant drinkende whisky in ieder geval. 85/100

Drie instapmalts

Vandaag bespreek ik drie malts die je je voor een appel en een ei kan aanschaffen, alhoewel sommige handelaren cash of betaalkaart zullen prefereren. Vooral de Singleton of Glendullan is gezien z’n prijs zeker een aanrader. Je vindt die trouwens ook buiten het duty free circuit.

 
Locke’s Single Malt 8y, 40%, OB (Cooley) 2009, Pure Pot Still
Maltige en licht fruitig neus. Appel, perzik. Beetje yoghurt (lichte zurigheid). Bloemen. Niet echt geweldig. De smaak is zacht met granen, een beetje peper en thee, slappe infusiethee. Nogal platjes. Korte en granige afdronk met een kleine beetje zoete appel. Valt me wat tegen. 73/100
 
Singleton of Glendullan 12y, 40%, OB 2009, for duty free, 1 liter
Singleton is een label van Diageo, gericht op de duty free markt. Deze Glendullan heeft een frisse, fruitige en bloemige neus met gedroogd gras, kamille, honing, sinaas, noten, nougat en een lichte kruidigheid. Complexe en erg aangename geur. De smaak geeft granen en hout vermengd met zoethout en honing. Korte maar best lekkere afdronk op de honing, de granen en het zoethout. Niet slecht, deze Glendullan. 80/100
 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, 2009
Pfffiew, erg veel hars, hout en granen op de neus. Zoethout ook, rozijnen en bittere karamel. Na een tijdje notes van vleessaus en maggi. Op de tong is ie romig en zoet, met karamel, ananas, rozijnen en de vleesaus weer. Licht mineralig. Middellange, droge maar vooral saaie afdronk. Speciaal zonder echt slecht te zijn, maar kan me toch niet bekoren. 72/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Blackadder

Nee nee, we hebben het niet over de schitterende BBC reeks, we’re talking whisky here. Blackadder is één van de vele onafhankelijk bottelaars die Schotland rijk is.

Blackadder werd recent (1995) opgericht door Robin Tucek, een Brit van Tsjechische afkomst maar woonachtig in Zweden. Hij werd bijgestaan door John Lamond van de Malt Whisky Association. Beide zijn auteurs van de bestseller The Malt Whisky File. Voor de naam inspireerde Tucek zich op de 14e eeuwse bisschop John Blackadder.

Alle vaten worden door Tucek zelf geselecteerd en worden als single casks gebotteld. Blackadder gaat er bovendien prat op dat al z’n bottelingen unchill-filtered en ongekleurd zijn. De reeks Raw Cask – whisky’s op vatsterkte – worden zelfs helemaal niet gefilterd. Daar durven dus af en toe nog wat vatresten in te drijven, al dan niet door de heren van Blackadder achteraf toegevoegd om het autenticiteitsgehalte nog wat op te krikken. Het gebruik van wit glas maakt dan weer dat whiskyliefhebbers de natuurlijke kleur van de whisky kunnen waarnemen.
Een andere bekende reeks is de Distillery series, bottelingen van diverse Schotse distilleerders op 43% of 45%.

Naast Blackadder zelf bottelt het ook onder andere (internationale) labels zoals Aberdeen Distillers, Clydesdale Original en Caledonian Connections.
Bekende buitenbeentjes zijn o.a. Smoking Islay, Peat Reek en Old Man of Hoy.

Blackadder won al enkele prijzen op de Malt Maniac Awards.
 
Ben Nevis 11y 1992/2003, 59.6%, Blackadder Raw Cask, cask 687, 239 bottles – Highland – 64/100
Bourbon Hogshead vat. Matige en vooral saaie whisky. Scherpe neus van graan en vanille. Lavendel? Scherpe smaak met iets fruitigs en ook hier weer veel graan. Met water minder scherp maar niet veel beter. Ook de wat bittere nasmaak blijft erg maltig. Behoorlijk eentonig.
 
Blackadder Peat Reek, 61.8%, 2005, bottle 146 of 306 – 72/100
Turf, turf en nog eens turf. Alleen maar turf. Allez, misschien ook wel wat gras & diesel (!) in de neus. Smaak van ’t zelfde. Erover, niks complex. Ben in zekere zin een ‘peatfreak’, maar wil ook wel iets meer dan turf proeven in een whisky.