Spring naar inhoud

Archief voor

Macallan 1951

Laat ons nog eens heel decadent doen. De Macallan die ik vandaag proef (voor alle duidelijkheid, het gaat om een 2 cl sample), kost ongeveer 4.500 euro (voor de fles, niet de sample). Het is een vatting van twee sherryvaten, distillaten van 1951, op 50-jarige leeftijd gebotteld.

 

Macallan 1951, 48.8%, OB 2001, casks 1541 & 1542, 632 bottles
Erg rijke sherryneus met veel eik en veel kruiden. Kruidnagel en kaneel vooral. Zoethout ook. Rozijnen, vijgen en dadels geven het een zoet-fruitige toets. Ah, en de perensiroop ook natuurlijk. Wat nog? Koffie onder andere, en tabak. Grootse neus! Al even rijk en ‘dik’ op de tong. Stroperig opnieuw, kandijsiroop, perensiroop, met ook hier veel eik. Daarna lichte turf, peper, gekonfijt fruit, cake (Christmas cake, inderdaad). Licht verbrande cake. Braambessen. Zelfs licht medicinale elementen. Zeer lange, droge afdronk op turf, kandij en kruiden, en na enige tijd ook nog wat gedroogd fruit. Prachtige oude sherry! 94/100

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Bowmore 12y 1998, A. Dewar Rattray

Vandaag een Bowmore 1998 van Dewar Rattray, te koop aan minder dan 60 euro. We weten al langer dat Bowmore de zepige jaren tachtig achter zich heeft gelaten, we hebben schitterende dingen kunnen proeven uit 1993, 1994 en 1995, maar ook distillaten uit de tweede helft van de jaren negentig blijken dus vaak erg lekker te zijn.

 

Bowmore 12y 1998/2011, 62.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #800167 (part), 271 bottles
Stevig rokerige neus (en dus niet ‘a touch of smoke and peat’ zoals de officiële tasting notes suggereren), vermengd met zee-elementen, mineralen en mooie sherrytonen. Dat vertaalt zich in associaties van turfrook, zilt, jodium, wat rubber, noten, leder, sinaas en natte stenen. Bij die sinaas denk ik vooral aan de schil ervan (zeste). Met water (want niet onlogisch aan dit alcoholpercentage) zelfs wat ‘farmy’ (nat hooi en natte hond). Mooi! Hij is zonder water natuurlijk erg krachtig en prikkelend op de tong, olieachtig ook. Opnieuw rook, maar minder dan op de neus, zilt, citrus (eerder citroen hier) en een groot aandeel sherry. Noten, leder en kruiden (zoethout valt op). Met water zoeter (vanille), meer citroen, en ook nog meer zilt. Lange afdronk, rokerig en zilt. Bowmore uit een sterke periode heb ik zo de indruk. 87/100

Miltonduff 21y 1989, Kintra Single Cask Collection

Miltonduff is met een jaarlijkse productie van 5,5 miljoen liter een vrij grote distilleerderij. Tot 1981 was het ook verantwoordelijk voor de in Lomond stills geproduceerde Mosstowie whisky. Vandaag een 1989 van Kintra, die je zowat 75 euro kost.

 

Miltonduff 21y 1989/2011, 50%, Kintra Single Cask Collection, sherry wood #13, 120 bottles
De neus start al best aangenaam, maar groeit nog met tijd te geven. Eerst heb ik ontbijtgranen, chocolade, praliné, zachte karamel en rozijnen (op rum), daarna gaat hij over op fruit (zoals daar zijn druiven en ananas). Leder en bloemen (vraag me niet welke) vullen aan. Zachte, olieachtige smaak, licht bitter. Donkere chocolade, noten, dadels, eik, amandelen, dat zijn zowat de zaken waar ik in eerste instantie aan denk. Koffie volgt, net als enkele kruiden (nootmuskaat en kruidnagel). Ook de middellange afdronk is vrij droog. De neus verdient beter dan 84/100

Highland Park 28y 1974, DL Platinum

2011 was wat whisky betreft best een gezegend jaar vond ik zo. Er is heel wat lekkers gebotteld en ook heel wat beter dan lekker. En we hoeven daarvoor tegenwoordig zelfs niet meer over de landsgrenzen te kijken. Denk maar aan al het moois dat Thosop, Asta Morris en The Whiskyman ons gebracht hebben. Buiten dat Belgische geweld vielen wat mij betreft eens te meer de bottelingen van Malts of Scotland (die Caperdonichs!) en The Whisky Agency op.
Maar het is niet het verleden wat belangrijk is, het is wat de toekomst ons zal brengen. De heren van Thosop, Asta Morris en The Whiskyman weten alvast dat de lat erg hoog ligt, maar ook van de andere bottelaars mogen we verwachten dat ze ons regelmatig een glimlach op het aangezicht toveren. En dat is uiteindelijk ook wat ik jullie allen dit jaar toewens, af en toe een whisky ontdekken die je simpleweg blij maakt, al is het maar voor even.

Bon, genoeg meligheid, laat ons het nieuwe jaar gezwind inzetten met een Highland Park 1974 van het prestigelabel van Douglas Laing, de Platinum Selection.

 

Highland Park 28y 1974/2002, 56.8%, DL Platinum Selection, 226 bottles
Frisse, grassige neus. Hooi, granen, sinaas, rook en melkchocolade tref ik aan. Ik vind deze neus eerlijk gezegd toch lichtjes tegenvallen. Redelijk wat turf in de smaak, naast geroosterde noten, munt, acaciahoning en gestoofd fruit. Lange zoete afdronk met wat turf. Niet geweldig complex maar wel lekker, alhoewel ik niet weet of Douglas Laing deze Highland Park onder het Platinum label had moeten bottelen. 85/100