Spring naar inhoud

Archief voor

Craigellachie 32y 1973, Douglas Laing Platinum

Craigellachie is niet meteen de meest bekende, laat staan meest sexy distilleerderij. Sedert 1998 is het in handen van John Dewar & Sons (deel van de Bacardi groep), die ook MacDuff en Aberfeldy in portefeuille hebben. Craigellachie, gelegen aan de samenvloeiing van de Spey en de Fiddich, is misschien nog meer bekend van z’n hotel (mét indrukwekkende whiskybar) dan van z’n distilleerderij. En van de Speyside Cooperage natuurlijk. En van Macallan, inderdaad. Eigenlijk van heel wat… kortom, een must bij een bezoek aan Speyside.

 

Craigellachie 32y 1973/2005, 42.7%, Douglas Laing Platinum, 181 bts.
Zoete en grassige neus. Gedroogd gras, gaat richting hooi. Honing. Daarna fruit. Lekker, sappig fruit. Appels, appelsap. Vanille. Wat me ook opvalt, is de geur van geroosterde granen, het maken van muesli (dat is een jeugdherinnering). Natuuryoghurt, samen een ideaal ontbijt. Die neus is echt complex, er komt ook nog wat hout bij en een klein beetje hars. Ha, nu we het toch over bomen hebben: berkensap. Nog zo’n jeugdherinnering. Erg boeiende, lekkere, complexe neus. Op de smaak heb ik meer hout, kruiden, linde, munt en ook hier best wat fruit. Clementines, limoen. Honing, wat hars en een licht mineralige toets. Licht bitter op het einde en in de vrij lange, zoete, kruidige afdronk. Heerlijke genietwhisky, die blijft en blijft boeien. 89/100

Linlithgow 27y 1974, Silver Seal

Linlithgow is eigenlijk St. Magdalene onder een andere naam en verwijst naar het plaatsje Linlithgow waar de distilleerderij gevestigd is. De distilleerderij was enkel in z’n beginjaren gekend als Linlithgow, de naam werd spoedig veranderd in St. Magdalene. Er zit echter geen logica in het gebruik van beide namen in de bottelingen, zowel bij officiële als onafhankelijke bottelingen heb je beide. Blijkbaar drukte men soms de éne naam op de vaten en soms de andere. Bizar.

 

Linlithgow 27y 1974, 50%, Silver Seal ‘First Bottling’ 2001, 180 bts.
Cleane, sobere neus die me onmiddellijk doet denken aan olijfolie. Daarna krijgt hij een zoet en licht fruitig kantje. Perziken en tropisch fruit. Kaarsvet, amandelen (de noten welteverstaan), marsepein. Subtiel, je moet wat zoeken, maar dan is het een beauty. De smaak is zacht en fruitig. Na een tijdje komen er kruiden en hout bij. De noten zitten ook hier, net als wat citrusschil. Een aangename bitterheid. Lange, licht bittere afdronk. Erg lekkere St. Magdalene (of nee..), niet helemaal het niveau van midden jaren zestig spul, en eerder neigend naar 1966 St. Magdalene dan naar 1964 of 1965, voor zover ik dat kan beoordelen in functie van wat ik daar van gedronken heb tenminste. 89/100

Glenfar… euh Speyside 1976 by Thosop

Neen, de naam Glenfarclas staat niet vermeld op de fles, maar als Luc Timmermans een niet nader genoemde Speysider bottelt, mag men ervan uit gaan dat het om Glenfarclas gaat. Hij bottelde deze onder z’n handwritten label, een label dat zo stilaan een stevige reputatie aan het opbouwen is.

 

Speyside 33y 1976 (Glenfarclas), 53%, Thosop 2010, Handwritten label
Schitterende smeuïge, romige en zoete neus op tonen van gekonfijt fruit, vanille, honing, siroop en pruimentaart. Confituren. Bijenwas. Daarna heb ik ook wat geroosterde vlees, geroosterd en gemarineerd eigenlijk. Gekruid vlees op de barbeque. Een beetje eucalyptus. Wat meloen. Subtiele en delicate neus. Het zoete en het fruitige zetten zich door op de smaak, maar moeten daar opboksen tegen het hout. Eik, noten, kastanjes, hars en veel kruiden. Nootmuskaat, en peper vooral. Doorheen deze ‘droogmakers’ priemt wat peer en meloen, groene thee en het (gemarineerde) vlees dat ik ook op de neus had. Naar het einde komt het fruit meer opzetten, very nice. Lange, kruidige afdronk met voldoende speelruimte voor het fruit. Erg lekkere whisky, waarbij de neus het absolute hoogtepunt is. 88/100