Spring naar inhoud

Search results for 'brora rare malts'

De clash der Brora’s 22y Rare Malts (61.1% vs. 58.7%)

Na twee uur sneeuwpret met de kids heb ik even mijn neusholtes moeten laten wennen aan temteraturen die ze gewend zijn bij het proeven van whisky, maar ze zijn nu helemaal klaar voor Onversnedens note nummer 500: de Brora 22y 1972/1995, 61.1%, Rare Malts. Geef toe, ik kon een slechtere keuze maken. Aangezien ik nog een sample van die andere batch op 58.7% heb staan en mijn Brora 30y 2004 bijlange nog niet leeg is, wordt dit een mooie jubileum post.

Ik begin met een snifje en een nipje van de 30y 2004, kwestie van het pallet meteen op ‘what the fuck!?’ te zetten. Man, dit is en blijft toch een dijk van een whisky! Die gebalde farmy notes, zalig. De perfecte gangmaker voor de Brora 22y 1972 op 61.1% me dunkt.

Deze Rare Malts geeft zich ondanks het alcoholpercentage meteen bloot. En hoe! De neus is scherp, de whisky stormt echt je neusholtes binnen. Ik heb turf, zilt, farmy notes van de beste soort, wit fruit, maar ook een licht medicinaal toets. Djéé, dit is goed! De smaak is erg ‘dik’, hij blijft plakken, beetje vettig. Ik tref er de turf en het zilt uit de neus aan, plus peper, nootmuskaat, honing en witte pompelmoes. Erg complex en o zo lekker! I love it! Oh man, I love it! Rustig Johan, rustig, denk aan je hart. En dan hebben we die afdronk nog niet gehad… ja, dit is het soort whisky waar ik gelukkig van word zie. En, het beste van alles: ik heb nog 8cl over!

Tenslotte schenk ik mezelf nog een klestje van de 58.7% uit, voor mij de op één na beste whisky die ik ooit dronk (euh, ondertussen misschien op twee na, maar daarover later meer). Deze is zoals te verwachten redelijk vergelijkbaar, maar hij is toch nog complexer hoor, zeker in de neus maar ook op de smaak voegt hij nog extra fruit en een waxy toefje toe. Oh ja, dit is duidelijk nóg beter! Buitenaards gewoon… en by far mijn beste Brora ever.

Conclusie? De 30y is meer rechttoe rechtaan farmy Brora, de 58.7% de complexiteit ten top. Qua scores gaat het allemaal niet zo heel veel schelen. Ik gaf de 30y 2004 indertijd 95/100 en de Rare Malts 58.7% 97/100. Ik heb na vandaag absoluut geen reden om daar iets aan te wijzigen. De 61.1% kan het niveau van de 58.7% niet aan, dat is ook schier onmogelijk, maar dat van de 2004 kan hij wel aan, makkelijk. 95/100 wordt het, en met de twee sparringpartners is dat een behoorlijk gefundeerde score, al zeg ik het zelf. Drie 95+ op één avond, hèhè. En zes op een weekend, maar daarover dus later meer…

 

Bon, dit was weer een hoogtepunt in m’n leven zie! En dan straks mevrouw Onversneden mogen uitleggen hoe het drinken van enkele centiliter whisky in godsnaam een hoogtepunt in m’n leven kan zijn… het onbegrip!

 

Kleppers – Brora 22y 1972/1995 Rare Malts

Zet je schrap! Vandaag maak ik tijd voor de tot op heden beste whisky die ik geproefd heb. Het hoeft niet te verbazen dat dit een Brora is.
 
Brora 22y 1972/1995, 58.7%, Rare Malts – Highland – 97/100
Op het Lindores Wiskyfest 2007 kon ik nog net de laatste 2 cl bemachtigen uit deze ondertussen erg zeldzame en vooral erg dure fles. Op eBay is er onlangs nog een goeie 1.200 euro voor geboden. De prijs van het sampletje was dan ook navenant, maar elke cent meer dan waard! Deze botteling heeft alles van een goede Brora, maar dan in de overtreffende trap. Neus: complex en krachtig met zoete turf, rook, ‘farmy’ notes, zilt, kruiden, fruit (appel)… subliem gewoon, olfactorisch orgastisch! Euh, steady on Johan, it’s only whisky. Only whisky? Nee, dit is meer dan gewoon whisky… Heb hier zeker een halfuur gewoon aan zitten ruiken. Genieten! Smaak: heaven! Weer die heerlijk zoete Brora turf met zalige zilt en kruiden (peper vooral). Wat citrus ook. God, I love Brora! En de afdronk kan geen puntje afdoen van de 97 die ik ‘m wil geven op basis van geur en smaak. Vreselijk – ik bedoel fantastisch – lang op tonen van rook en zilt. Zonder enige twijfel de ster aan de top van mijn track record!

Brora 30y, 2003

De tweede Brora release, de 2003 botteling, waarmee mijn rijtje officiële Brora’s compleet is. De Rare Malts even gemakshalve buiten beschouwing gelaten.

 

Brora 30y, 55.7%, OB 2003, 2nd release, 3000 bottles
Niet de verwachte boerderij-explosie (gelieve dit niet letterlijk te nemen), wel een erg ‘coastal’ profiel. Meer Brora 1971 dan 1972 met andere woorden. Pas op, die boerderij ruik je wel (stallen, hooi, mest…) maar het is niet zo into-your-face als bij de 2004, of als in mindere mate bij de 2005 of de 2006. Zilt dus, en zeewier, en oesters, en een beetje jodium. Na enige tijd komt een schitterende fruitigheid los: pompelmoes, mango, papaja, ananas en (witte) perziken. Kruiden zoals peper en kaneel volgen gezwind. Tabak en leder maken het plaatje af. Alles in perfecte harmonie. Wie zei ook al weer dat die eerste twee bottelingen wat te ruw, wat te scherp waren? Scherp, ruw, dit? Of is het de flessenrijping die z’n werk heeft gedaan? Whatever, I like it. A lot. In de mond is dit ook alles behalve scherp. Dit is rond, romig en elegant. Stevige turf, samen met een beetje rubber en teer. Zilt en zeewier. Peper, kruidnagel en gember. Toch iets scherps dus, alhoewel dat gecounterd wordt door vanille en marsepein. Het fruit is van de citrusvariant: pompelmoes opnieuw, appelsien en mandarijn. En olie. Olijfolie meer bepaald. Gewoonweg heerlijk. Lange afdronk op honing, vanille, zilt, rook en peper. Pure Brora 1971 als je het mij vraagt. Je hoort me niet klagen. Niet helemaal het niveau van z’n voorganger of directe opvolgers, wel beter dan verwacht. 92/100

Brora 35

Als de geruchten kloppen, zou Diageo eind dit jaar de laatste officiële Brora op de markt brengen. Een 40 jaar oude, een botteling van de laatste drie vaten Brora 1972. De whisky uit deze vaten zou reeds gebotteld zijn, Diageo wacht op de volgende release om de flessen uit te brengen. In afwachting hou ik me ledig met de vorige release, de 35y, de tot op heden oudste Brora dus. Hij kostte een kleine 500 euro, maar er werd al snel meer voor gevraagd.

 

Brora 35 YOBrora 35y, 48.1%, OB 2012, refill American oak, 11th release, 1566 bottles
Geweldige waxy neus. Clynelish van begin jaren zeventig vermengd met enkele typische Brora elementen, zoals lichte boerderijtoestanden en zachte rook. Typisch Brora 1975/1977. De geur doet inderdaad denken aan de twee Rare Malts van dat jaar (de 21y en 24y), maar de leeftijd voegt extra complexiteit toe. Dat oude Clynelish karakter laat zich gelden onder de vorm van bijenwas, kaarsvet, leder, klei, zilt (gerookte heilbot), honing, kruiden zoals zoethout en munt, en veel fruit. Mango, zoete appel, banaan, appelsien, pompelmoes. Het onderscheidt zich van Clynelish door zachte turfrook, nat hooi en lichte tonen van mest. Zonder evenwel de zware ‘farmyness’ van 1972 tentoon te spreiden. Noch de zware ‘coastalness’ van 1971. Een onderliggende mineraliteit en olijfolie maken het nog wat complexer. Eik? Ja, maar voor 35 jaar oud te zijn zeer bedeesd. Zoals wel vaker is de turfrook op de smaak duidelijker aanwezig. En hetzelfde kan gezegd worden van het zilt. Maar de was en het fruit nemen vrij makkelijk de bovenhand. En dan gaat het zowel om citrusfruit (appelsien, limoen, mandarijn) als om tropisch fruit (mango, ananas, banaan). Honing en vanille wat het zoete betreft. Het mineralige karakter van de neus duikt ook hier op. Eik, noten en kruiden maken de smaak rond en vol. Qua kruiden denk ik aan peper, zoethout, munt en zelfs wat mosterd. Heb ik de geweldige was al vermeld? Ja, pure bijenwas, boenwas, kaarsvet, oud leder. Lange afdronk, waxy, kruidig en rokerig, ook hier is dit top. Een licht ander profiel dan de 32, maar door de verwevenheid van al deze heerlijke smaken, van hetzelfde hoge niveau. 94/100

Binnenkort een head-to-head van de 2005 en de 2006. Iets om naar uit te kijken. Reikhalzend.

Brora & Clynelish tasting I

De eerste clubtasting van het seizoen zette ons onder de noemer ‘Back to basics’ weer met beide voeten op de grond, de tweede tasting had een lichtjes ander effect. De meesten onder ons bevonden zich na afloop met hun hoofd in de wolken, wolken die naar bijenwas en schapenstal roken dan nog (ja, ik kan me voorstellen dat dat voor menigeen een nieuw concept is). Bijenwas en schapenstal, dat is dus Clynelish en Brora. Voor de geïnteresseerden, ik heb me in het verleden al aan een beknopte geschiedschrijving van deze toch wel legendarische distilleerderijen gewaagd, daar hoef ik me dus niet meer mee bezig te houden.
Dominiek, die niet vies is van dit soort whisky, had acht flessen mee. Sommige whisky’s waren lekker, voor andere moet ik een ander vocabularium bovenhalen.

 

Het opwarmertje was de Clynelish 12y, 46%, OB for the Friends of the Classic Malts. Geen slechte whisky om mee te starten, maar wel veruit de minste van de avond. De neus vond ik heel mineralig. Natte steen. Ook geeft ie wat citrusfruit, wat zoets (karamel), rook, zilt en een heel lichte zeeptoets, wat geen meerwaarde te noemen is. Die zeep had ik weliswaar pas toen ik er na enkele andere whisky’s terug naar greep, dat viel dus nog wel mee. De smaak vonden sommigen wat zurig. Ik had appels (maar inderdaad eerder zure dan zoete), citrus opnieuw en een beetje was. Licht zoete en kruidige finish die effe blijft hangen. Al bij al weinig distilleerderijkarakter. Score? 76/100. Ik zie dat SV ‘m 85 geeft, die was er dus duidelijk meer van onder de indruk.

 

Ook nummer twee was een Clynelish, meer bepaald de Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, Douglas Laing OMC, sherry finish, 186 bottles, die ik hier al eens besproken heb. Net zoals toen was ik er ook maandag niet echt wild van. Het is lekkere whisky, zeker op de neus, maar hij had eerder gebotteld moeten zijn. Het hout maakt het op de tong en in de afdronk wat te droog. Mijn bevindingen en score van maandag komen mooi overéén met wat ik begin dit jaar neerpende. Die 85/100 blijft dus ongewijzigd.

 

Tijd voor een Brora, ééntje uit 1972 (jawel): Brora 1972/1997, 40%, Gordon & MacPhail Rare Old. Gordon & MacPhail heeft een aantal Brora’s 1972 onder het Connoisseurs Choice label uitgebracht, waarvan ik er onlangs twee proefde en een derde (1992) mij wel heel verleidelijk vanuit m’n whiskyschap staat aan te staren (ja, flessen en samples kunnen staren). Deze 25 jarige Brora hebben ze – bij mijn weten als enige – onder hun Rare Old label gebotteld. De neus is wat je van Brora 1972 mag verwachten: farmy! Very farmy that is. De stallen, de mest, het hooi, de natte hond die tegen je opspringt, de… nee Johan, laat de boerendochter maar achterwege. Zachte zoete turf ook, beetje fruit, beetje honing… smullen! Ook de smaak is lekker, maar mist punch. De Connoisseurs Choices bewijzen dat dat niet aan het lage alcoholpercentage hoeft te liggen, toch is deze op de smaak wat plattekes, licht waterig. Pas op, wat je proeft is nog altijd zeer Brora-ig (turf, farmy, honing, beetje zilt) en dus lekker-lekker. De 1993 blijft echter mijn favoriet, die is steviger én complexer. De extra waxyness, bloemen en zalige fruitigheid van de 1993 ontbeert de Rare Old. Desondanks geef ik ‘m toch nog 90/100, vooral dankzij de neus.

 

Het eerste gedeelte van de tasting eindigde met de Clynelish 8y 1999/2008, 62.8%, SMWS 26.54 ‘Midsummer nights’ dram’, een erg lekkere, frisse Clynelish die wel water nodig heeft. Zonder water is de neus erg mineralig. De natte steen weer. Wat metalig ook. Met water gaat hij open, wordt zoeter en komen er bloemen, fruit en wat zilt door. Ook de smaak kan water gebruiken, best veel water zelfs, deze Clynelish toont zich een erg goeie zwemmer (iets wat niet over mezelf gezegd kan worden, maar dit volledig terzijde). Fruitig (peer, perzik), bijenwas, noten, kruiden, erg complex voor zo’n jonge whisky. Hij blijft ook z’n kracht behouden, zelfs nog indien verdund tot onder 40%. Knap! 86/100.

 
Morgen deel twee, going crescendo.

Calexico & een kletsje Brora

Daarnet wat naar Calexico zitten luisteren. Nee, hangen luisteren omschrijft de toestand beter. Feast of Wire, hun zesde plaat als ik me niet vergis. Lekkere deep down USA rock-blues-country, alhoewel dat qua omschrijving nogal bij de haren getrokken is, I know. iTunes omschrijft het als alternative country, wat al even nietszeggend is. Laat het ons op Americana houden, met duidelijke Mexicaanse invloeden welteverstaan. Dat laatste hoeft niet te verwonderen, die gasten komen uit Tucson, Texas.
Sunken Walz, Black Heart, Woven Birds, Guero Canelo… schitterende muziek. Dito optredens trouwens.

Het spreekt voor zich dat ik me hierbij iets te drinken had ingeschonken. Dat iets was de rest van m’n 20 cl flesje Brora Rare Malts. Muziek en whisky… aaah!

 
Brora 20y 1975/1996, 60,75%, Rare Malts, 20cl – Highlands – 91/100
De neus: zilt, turf, zoet, mineralig. Farmy toch ook wel. Zalig! Na een tijdje staan wordt ie wat stoffig. Oude boeken. Verre van onaangenaam, maar toch. De smaak: turf, hout, wat droog. Beetje water toevoegen helpt, wordt wat zoeter. Naast het zoete, bloemen in de neus en peper in de smaak. Afdronk op zilt en turf. Weerom een erg geslaagde Brora Rare Malts.

Brora 21y 1977/1998 RM – een puntje erbij

Ik heb deze whisky thuis open staan en ik moet zeggen, hoe meer ik hem drink, hoe lekkerder ik hem vind. Nazicht leert dat ik deze whisky indertijd 92 scoorde. Wel, na gisteren nog 2cl tot mij genomen te hebben, doe ik er een puntje bij. 92 wordt 93.

Twee Rare Malt Brora’s – smullen!

Brora 20y 1975/1995, 59.1%, Rare Malts, 75cl – Highland – 91/100
Van dit 20 jarig distillaat van 1975 bestaan er 3 verschillende Rare Malt versies, gebotteld in 1995 en 1996. Deze is in ieder geval weer eens een schitterende Brora. Indrukwekkende neus met zee-associaties, turf, fruit (perzik)… Krachtige smaak met dezelfde karakteristieken: turf, fruit en zilt. Maar ook een aangename zoetigheid. Marsepijn? Iets van peper ook. Erg complex. Lange, zalige afdronk. Top!
 
Brora 20y 1982/2003, 58.1%, Rare Malts – Highland – 89/100
Gedronken na een gezellig etentje in restaurant De Bosmolen in O.L.V.-Waver. Mooie uitgebreide whiskykaart.
Lekkere neus met ziltige tonen en fruit. Groene appels, peer. Wat zoetigs ook. Honing. Hint van rook. En de onvermijdelijke turf, maar minder prominent dan bij andere Brora’s. Wel behoorlijk complex! Smaak is zacht en kruidig met vanille, zilt en subtiele turf. Mooie balans. Perfect drinkbaar op vatsterkte. Lange rokerige en peperige afdronk. Heerlijk. Ondanks het feit dat deze door de band lagere scores krijgt dan andere Brora Rare Malts bottelingen, is dit echt wel mijn ding. Sleutelwoorden: subtiel en complex.
 
Weerom twee erg lekkere Brora’s dus, en dan hebben we de echte top nog niet gehad…

Brora – Clynelish

Hoog tijd om Brora eens wat nader te belichten, aangezien deze distilleerderij al enige tijd met stip op één staat in mijn Top 10.

De geschiedenis van Brora is gelinkt aan deze van zuster-distilleerderij Clynelish (ook in m’n Top 10 trouwens) en gaat terug tot het jaar 1819. In dat jaar werd de Clynelish distilleerderij opgericht door de Marquis van Stafford, de latere Hertog van Sutherland. De Marquis had enorme velden gerst waar hij een bestemming voor zocht, wat na rijp beraad whisky stoken werd. In 1824 ontving hij een licentie, waarmee hij ook een pak illegale stokers in de regio een hak zette.
In 1896 werd Clynelsh opgekocht door James Ainslie & Co, in 1912 kwam ze in handen van de Clynelish Distillery Co. Ltd., om in 1925 eigendom te worden van de Distillers Company Ltd (DCL). Deze groep zag zich in 1931 verplicht de distilleerderij te sluiten. Pas in 1938 kon de productie opnieuw opgestart te worden, maar dit was van kort duur, want in 1941 werd Clynelish opnieuw stilgelegd. Tijdens de oorlog was er immers een chronisch tekort aan gerst. In 1945 werd het stoken hervat.
In 1967 werd aan de overkant van de straat een nieuwe distilleerderij gebouwd, welke de naam Clynelish 2 meekreeg. De oude distilleerderij (Clynelish 1) werd in mei 1968 gesloten, de nieuwe starte een maand later.

Maar op Islay dreigde de productie van geturfde malt door droogte serieus te krimpen, wat Johnnie Walker (eigendom van DCL) met een ernstig probleem opzadelde. Johnnie Walker was (en is) immers erg afhankelijk van geturfde whisky voor z’n blends. Dit noopte de groep te zoeken naar alternatieven. En zo werd in 1969 de oude Clynelish distilleerderij heropend onder naam ‘Clynelish 1’, om geturfde malt te produceren. In december 1969 besliste het management de naam te wijzigen in ‘Brora’, naar het plaatsje waar beide distilleerderijen liggen. In 1983 sloot DCL Brora definitief, samen met een hoop andere distilleerderijen. Clynelish daarentegen is nog steeds actief, en gebruikt de gebouwen van Brora als opslagplaats (warehouse) voor z’n vaten. Beide merken zijn momenteel eigendom van Diageo.
99% van de productie van Clynelish wordt heden ten dage gebruikt voor de blend Johnnie Walker Gold Label, amper 1% komt op de markt als single malt.

Brora stookte de meest geturfde whisky van de Highlands en werd ook wel eens ‘The Lagavulin of the North’ genoemd. Dit kwam Diageo goed uit toen het Caol Ila (Islay) tijdelijk moest sluiten en daardoor met een tekort zat aan geturfde whisky voor z’n blends. Na 1975 nam de nood aan geturfde Highland malt evenwel af en daalde het turfgehalte van Brora geleidelijk aan, alhoewel niet-geturfde batches wel regelmatig afgewisseld werden met geturfde batches. Niet-geturfde Brora’s trekken erg op Clynelish bottelingen. Beide hebben dan een duidelijk ‘waxy’ karakter (boenwas, schoensmeer en zo), wat je ook wel terugvindt in de peated Brora’s.

Vanaf 1989 worden Brora bottelingen door Onafhankelijke bottelaars op de markt gebracht. De voorraad aan vaten slinkt evenwel en de prijzen stijgen dan ook navenant.
In 1995 lanceert Diageo enkele – ondertussen legendarische – Brora Rare Malts en sedert 2002 brengt het elk jaar een prijzige 30 jarige Brora uit. Eind vorig jaar verwelkomde we hiervan de zesde release. Een lang leven is dit jaarlijks bottelen evenwel niet beschoren.
 
Hieronder twee dijken van whisky’s:
 
Brora 30y 1972/2002, 46.6%, DL Old Malt Cask for Alambic Germany, 204 bottles – Highland – 94/100
Whooow… heb m’n neus 2 seconden in m’n glas en ik weet dat indien de smaak de neus bevestigt, dit een erg hoge score wordt. Gedistilleerd maart 1972, gebotteld april 2002. Neus is licht en fruitig op een zalig subtiele ondergrond van turf. Daarna kruidig met de turf die in intensiteit toeneemt. Subtiel maar toch krachtig. En complex. Fantastisch! En dan de smaak… lichtjes droog met duidelijke turf. Maar ook fruitig. Peer? Citroen zeker. Zoet ook, en een aangename bitterheid. Schitterend gewoon, dit wordt een stevige negentiger. En dan die afdronk! Eeuwigdurend, rokerig, ziltig, fruitig, subtiel. Delicious!
 
Clynelish 23y 1983/2006, 50%, DL Old Malt Cask, cask 1354, 303 bottles – Highland – 89/100
Gerijpt op een hogshead vat (+/- 275 liter, tegenover 200 liter voor een klassiek vat of barrel). Neus van nat hout, boenwas, honing, citrus en dan evoluerend naar bloesems. Bloesems van een appelboom. Smaak is redelijk vettig en fruitig. Tropisch fruit (passievrucht). En opnieuw de honing. Na een tijdje duikt er zowaar lichte turf op. Lange, wat zoete afdronk met citroen en wat kruiden. Een whisky die je tijd moet geven, wordt alsmaar beter en complexer.

Rare Malts – Diageo

Vandaag een clash tussen twee van mijn favoriete distilleerderijen, Brora en Port Ellen. Van beide een fameuze Rare Malts botteling. De Rare Malts reeks is een serie bottelingen van Diageo, dé grote speler op de whiskymarkt en eigenaar van een derde van alle Schotse distilleerderijen. Daarnaast is Diageo ook eigenaar van brands à la Johnny Walker, J&B, Smirnoff, Gordon’s Gin, Guiness, Baileys, Hennessy, Dom Perignon… kortom, een uit de kluiten gewassen KMO’tje. De Rare Malts zijn dus officiële bottelingen waarvan de eerste in 1995 en de laatste in 2005 het levenslicht zag.
 
Brora 21y 1977/1998, 56.9%, Rare Malts – Highland – 92/100
Rook en kruiden, that’s my dram! Ook zoet en fruitig in de neus. Peer. Banaan? Turf. Lichte Clynelish touch ook. Smaak: duidelijke turf, naast het zilte van de zee. Blind proeven zou me direct op Islay laten belanden. Licht zoet ook. Al even complex als de neus. Intens! Enorm krachtige whisky, maar laat zich perfect drinken op cask strength. Lange, kruidige, zoete en vooral héééérlijke afdronk. Niet het niveau van de 22y 1972/1995, maar toch een grootse Brora. Zijn er eigenlijk andere?
 
Port Ellen 20y 1978/1998, 60.9%, Rare Malts – Islay – 93/100
Dit is één van die whiskies die ik al lang graag eens geproefd had. Op het Lindores Whiskyfest 2007 was het zo ver. Neus met heerlijk zee-associaties en subtiele turf. Zeker niet zo dominant als bij sommige PE’s. Stevig mondgevoel met dezelfde zee-elementen, maar hier is de turf wel prominent. Daarnaast ook wat zoet en kruidig. Fantastisch! Erg lange, zalige afdronk op rook, zout en peper. Weerom een schitterende Port Ellen en een top-score!

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Duizend

Wel, bijna toch. Vrijdag publiceerde ik mijn 999ste proefnotitie. En dat na drie jaar en drie maanden Onversneden. Time flies. Ik heb dan ook wat lekkers (en ja, dat is een understatement) klaar staan, maar daarover later meer. Ik wil immers van de gelegenheid gebruik maken om een soort van round-up te maken van Onversneden. Sommige bloggers geven bij het begin van een nieuw jaar een overzicht van hun bezoekersaantallen en dergelijke van het voorbije jaar, ik heb dat tot op heden nooit gedaan, omdat ik er niet direct de meerwaarde van inzag. Of wou inzien, want ik krijg daar toch regelmatig (nee, dat is gelogen, af en toe) vragen over. Vandaar dat ik de gelegenheid te baat neem om eens wat cijfers de ether in te gooien, zonder het evenwel te kunnen laten daar enkele al dan niet zinvolle bedenkingen bij te formuleren.

 

Bezoekersaantallen. Tricky! Sommigen geven zogenaamde pageviews of bezichtigingen, andere bezoeken, nog andere unieke bezoekers. Het is dus niet altijd even evident appels met appels te vergelijken. Indien jij vandaag drie maal Onversneden bezoekt, de eerste keer twee pagina’s opent, de tweede keer één en de derde keer vier, zijn dat zeven bezichtigingen, drie bezoeken en één unieke bezoeker. Spijtig genoeg heb ik geen cijfers over het aantal unieke bezoekers, daarvoor moet je Google Analytics of andere site stats in je pagina’s hebben staan, wat ik niet heb. Soit, bezichtingen en bezoeken dus. Onversneden genereert tussen de 500 en de 800 bezichtigingen per dag, met de laatste maand een gemiddelde van 588. Aan gemiddeld 1,4 bezichtigingen per bezoek geeft dit meer dan 400 bezoeken per dag. Rekening houdend met het feit dat het Nederlands het hinterland ervan behoorlijk inperkt, overtreft dit eerlijk gezegd mijn stoutste dromen.

Omwille van die taal merk ik dat de pagina’s regelmatig worden vertaald. De top-3 van talen zijn niet echt verrassend te noemen, nl. Engels, Duits en Japans. Ook Chinees, Frans en Zweeds scoren niet slecht. Een aparte vermelding verdient echter Swahili. No kidding, weliswaar buiten de top-10, maar toch. Swahilli! Ik stel me dan de Keniaanse savanne voor, een local die zich Hakuna-Matata-gewijze tegen een baobab vlijt en op z’n laptop http://www.onversneden.com intikt (of nee, uit z’n favorieten selecteert). De realiteit is ongetwijfeld een stuk prozaïscher, maar sta me toch toe dit beeld even te koesteren.

 

Bezoekduur. Ook tricky! Er moet immers een onderscheid gemaakt worden tussen de gemiddelde bezoekduur en de tijd dat de gemiddelde bezoeker op de site blijft hangen. Voorbeeld: indien er van de laatste 100 bezoeken een bezoeker 2 uur op Onversneden zit en de andere 99 telkens een tiental seconden, krijg je een gemiddelde bezoekduur van 1 min. 22 sec. terwijl de gemiddelde bezoeker maar 10 seconden op de blog blijft. De gemiddelde bezoekduur op Onversneden is trouwens 2 minuten en 26 seconden.
Maar als ik het voorbeeld van daarnet concretiseer en de laatste 100 bezoeken nader bekijk, zie ik dat 41 van de 100 bezoeken geregistreerd staan als een 0 seconden bezoek. Een 0 seconden bezoek is een niet relevant bezoek, ééntje met een duur van minder dan vier seconden. Typisch en ongetwijfeld herkenbaar: Onversneden openen, zien dan er niets nieuws gepubiceerd staat en onmiddellijk weer weg. Of nog: zoekopdracht ‘mest schapenstal te koop’ in Google ingeven, resultaat ‘Brora 1972’ aanklikken, en met gefronste wenkbrauwen weer teruggaan naar de zoekresultaten.
Daarnaast zijn er 24 bezoeken met een duur tussen 4 en 10 seconden. Typisch: pagina openen, lezen over welke whisky het gaat, conclusie en score lezen en weer weg. Toch is de gemiddelde bezoekduur van die laatste 100 bezoeken 4 minuten en 11 seconden omwille van een paar lange bezoeken van meer dan een uur en één van 2 uur en 36 minuten (get a life!). De mediaan echter is een bezoek van 8 seconden. Het is dus belangrijk te weten wat je meet.

 

De populairste pagina is de home page, gevolgd door ‘geproefd’, wat niet hoeft te verbazen omdat er van daaruit veel genavigeerd wordt. Daarna volgen Whisky Top 20, Japan, Over en Whiskytermen.
De populairste zoektermen zijn ook weinig verrassend: onversneden, whisky kopen, whisky top-10, whisky tasting notes, japanse whisky, onversneden whisky, beste whisky, whisky besprekingen, whisky veiling, duurste whisky, whisky reviews… maar bv. ook Duvel distilled deed het goed, net als Lagavulin, Brora, Clynelish, Bowmore, The Belgian Owl, Bruichladdich, Ardbeg, Benriach, Laphroaig, Glenfarclas, Springbank en Port Ellen. Diageo, Douglas Laing, Blackadder (hier zitten ongetwijfeld een hoop mensen tussen die niet begrijpen hoe ze hier terecht zijn gekomen), Rare Malts, Samaroli, Signatory, Malts of Scotland, La Maison du Whisky, Gordon & MacPhail, Duncan Taylor, Dewar Rattray zijn ook populair. Ook op een zekere Luc Timmermans wordt veel gezocht. Zou die iets hebben met whisky misschien?

 

De whisky’s die tot vandaag het meest aan bod zijn gekomen, zijn Caol Ila (36), Bowmore (32), Ardbeg (31), Laphroaig (30), Brora (28), Clynelish (27), Port Ellen (27), Glenfarclas (26), Benriach (26), Springbank (26), Highland Park (24) en Longmorn (21). Ik kan niet onder stoelen of banken steken dat mijn persoonlijke voorkeur enigzins meespeelt in het selecteren van whisky’s. Zo geweldig veel Brora wordt er immers niet meer gebotteld, maar je moet al erg je best doen om geen Caol Ila, Laphroaig, Clynelish of Bowmore tegen te komen.

 

Voila, tot zo ver deze kleine round-up. Er rest mij jullie enkel nog te bedanken voor de online bezoeken. Zoals gezegd ga ik me de komende dagen wat lekkers inschenken, laat je niet weerhouden dit zelf ook te doen. Op het onversneden zintuiglijk genot dat whisky ons dag in dag uit verschaft!

 

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Scores

Ik heb de vorige week gedronken Ardbeg 1967 Pale Oloroso 95 punten gegeven. Ik moet toegeven dat ik lang getwijfeld heb tussen 95 en 96, want hij is echt wel gigantisch lekker. Ik merk bij mezelf dat ik hoe langer hoe scrupuleuzer wordt bij het toekennen van dit soort scores. Soms vraag ik me af of ik sommige whisky’s niet te hoog scoor, of mijn referentiekader ondertussen groot genoeg is om deze scores te verantwoorden. Ik heb het eens nageplozen. Tot op heden heb ik 480 whisky’s gescoord (maar nog niet alles gepubliceerd), waarvan er tien een score van 95 of meer hebben gekregen. Dit is 2% van alles wat ik geproefd heb. Als ik kijk naar de scores boven 92 – wat ik om één of andere reden een psychologische drempel vind – kom ik op 26 (5%). Dat valt dus wel mee vind ik.

In totaal geef ik er 79 een score van negentig of meer (16%). 16% is misschien veel maar het is wel zo dat je na een tijdje wel weet welke whisky’s lekker zijn, welke whisky’s een reputatie hebben opgebouwd. Op festivals bv. zoek je die dan ook op (als de prijs het toelaat natuurlijk). Samaroli tastings en zo helpen natuurlijk ook wel om het betere werk voorgeschoteld te krijgen.

Bovendien kunnen scores na een nieuwe proefbeurt altijd herzien worden, zowel naar boven als naar beneden. Scores zijn immers geen vaststaande beoordelingen en worden altijd in bepaalde mate beïnvloed door het moment waarop men de whisky in kwestie drinkt. Met ‘moment’ bedoel ik de sfeer, de mood, de plaats van de whisky in een line-up, etc.. Zo had ik na onze supertasting vorige maandag voor de bewuste Ardbeg een score van 96 in m’n hoofd, maar na herproeven woensdag thuis uiteindelijk toch naar 95 gebracht, weliswaar na erg lang wikken en wegen. Ben ook eens benieuwd naar de herkansing voor de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de 58.7% versie), die ik in 2007 97 punten gaf, toen mijn referentiekader zeker nog niet voldoende groot was. Ik heb tot nu toe het karakter gehad m’n 3cl sampeltje te negeren, maar denk niet dat ik dat nog lang ga volhouden.

Deksels goede whisky ten huize Dominiek…

Maar dat wisten we al. Had al lang beloofd een CD’tje bij Dominiek binnen te brengen en gisteren kwam het er van. Nu, zoals te vrezen viel – ja ok, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen ‘te hopen viel’ – liep het bezoekje een beetje uit. Voor ik er erg in had, waren we vijf uur later en besefte ik dat ik in het beste geval nog 4 uur slaap zou hebben. De wekker gemolesteerd, de dag vervloekt, een teen op niet nader vernoemde – maar vooral onnavolgbare – wijze gestoten, de “precies een beetje laat gisteren?” opmerkingen over me heen laten komen, de aandachtige blik tijdens een vergadering wanhopig proberen vast te houden… ja, het was een beetje doorbijten vandaag, maar hoeft het gezegd, het was het allemaal méér dan waard.
Ik had zelf enkele flessen meegenomen zodat we een paar head to head konden zetten.

Wat dronken we zoal? We begonnen met een fruitige Speysider, de Tomatin 26y 1966/1992, 43%, Signatory, casks 14362-63, 1200 bottles. Veel fruit dus, honing ook en beetje bitter op het einde. Mooie opener. Daarna volgde nog een Signatory, de Aberlour-Glenlivet 19y 1970/1990, 46%, Signatory, casks 236-239, 1300 bottles, lekkere sherry en behoorlijk kruidig in de smaak en afdronk. Ook lekkere sherry in de Macallan 18y 1980/1999 ‘Gran Reserva’, 40%, OB, alhoewel ik de Aberlour toch lichtjes beter vond. Vervolgens maakte Luc’s Daily Dram z’n opwachting. Luc is Luc Timmermans, de whisky een… Glenfarclas, inderdaad. Een veertigjarige Glenfarclas. Er bestaan 20 flessen van, de rest van het vat werd door Douglas Laing gebotteld voor QualityWorld Denmark, een Deense whiskyclub. Voluit: Glenfarclas 40yo 1964/2005, 53.5%, DL for QWD, cask 1578, 515 bottles. Schitterende whisky die de voorgaande gesherriede whisky’s deed verbleken. Naast de sherry ook zilt en lichte rook. Supercomplex, krachtig… smullen! Scoort vooraan in de negentig. Daarna nog een Glen Garicoh 29y 1968, 56%, OB, cask 622, één van de vele heerlijke 1968 Glen Gariochs.

Dan volgde 4 head to heads. Dat de nadruk op Brora lag, mag niet verbazen.

Dominiek’s Brora 27y 1981/2008, 53.8%, Duncan Taylor, cask 1427 vs. mijn Brora 18y 1981/1999, 50% DL OMC, 335 bottles. Deze laatste won overtuigend het pleit. De DT kan je omschrijven als een Clynelish (mineralig, was, bloemen) met een toefje turf, in de tweede herken je onmiskenbare Brora. Voor mij is deze de tot op heden de beste jaren tachtig Brora. Wat niet wil zeggen dat de DT niet lekker was, integendeel.

Dominiek vond niet onmiddelijk een fles om tegen mijn Port Ellen 6e Release te zetten. Tot hij plots “wacht” uitriep en z’n kelder indook. Hij kwam boven met een Port Ellen 24y 1978/2002, 57.9%, DL for The Whisky Shop, 602 bottles die prompt soldaat werd gemaakt. Hoe graag ik de zesde release ook drink (90/100), hij maakte geen kans tegen het geweld van Dominiek. Man, dat is bangelijk lekkere whisky. Top-sherry, top-turf en dito zilt… in perfecte harmonie. Misschien wel de beste Port Ellen tot op heden gedronken. 93, 94? Whatever.

Het gesprek viel op de Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, sherry cask, 618 bottles, waarover Dominiek in het verleden al eens de loftrompet stak. Een whisky die nochtans geen hoge scores krijgt in de Maltmaniacs Monitor, maar waarvan meneer Bouckaert toevallig toch nog een staaltje had liggen zeker. De maniacs hebben ongelijk, dit is verdorie lekker spul, Port Ellen zoals ik ‘m graag heb.

En dan werd het tijd om mijn Brora 30y 2004, 56.6%, OB, 3000 bottles naast de Brora 30y 2007, 55.7%, OB, 2958 bottles van mijn gastheer te zetten. De 2004 wordt algemeen beschouwd als de beste van de officiële releases, een these die ik alleen maar kan onderschrijven. Ook de 2007 kon er niet tegen op. Ik scoorde de 2004 95, de 2007 ligt 2 à 3 punten achter, wat nog meer dan behoorlijk is natuurlijk. Hiermee te maken heeft het feit dat in de 2007 duidelijk nog wat begin jaren 1970 Brora zit. 30 jaar is dus ruim 30+.

De laatste head to head was deze tussen de Brora 20y 1975/1995, 59.1%, Rare Malts, 75 cl van Dominiek en mijn Brora 21y 1977/1998, 56.9%, Rare Malts. Beide erg lekker, beide vrij mineralig. Turf, zilt, fruit, zoet, lichte farmy toestanden, kortom the whole shebang, al bij al een redelijk gelijklopend profiel. Ik herinner me niet meer welke Dominiek de beste vond (neem het me maar eens kwalijk), ik had een lichte voorkeur voor de 21y. De mijne weerom, ha!

Als toetje haalde Dominiek nog de Brora 30y 1972/2003, 49.7%, DL Platinum, L6961, 222 bottles en de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de batch op 58.7%) uit z’n toch al indrukwekkende kast whisky’s. Ja, ik wist niet goed waaraan ik het verdiende, maar dat vraagstuk bande ik snel uit m’n hoofd en schoof mijn glas gezwind een halve meter vooruit. De Rare Malts kende ik al (Halleluja!), de Platinum was nieuw voor mij en, my God, ook dat is een dijk van een whisky! ’t Is dat ik de accenten op m’n toetsenbord niet vind, er horen er immers te staan op de ‘ij’ van dijk. De farmy en waxy Brora-notes met de schitterendste sherry (ok, ik weet het, ik val in herhaling, er is al wat sherry van het schitterende soort gepasseerd). En wat een evolutie! Elke snuif, elke slok geeft andere en nieuwe sensaties. Wohoow! En krachtig en complex moeten ook nog vermeld worden… goddelijk! 95/100 I’d say.

Ziezo, dat was het zo’n beetje. Niet slecht hé? Een geslaagd avondje, om even een eufemisme te placeren. Thanks again Dominiek!

Whisky Top 20

Vandaag vieren we één jaar Onversneden. Allez, ik toch. Met een Brora in de hand, dat spreekt. Dé gelegenheid om mijn Whisky Top 20 te publiceren me dunkt. Van sommige heb ik nog geen proefnotitie op het net gezet, maar wees gerust, die komen er nog aan.

 
Vandaag ziet mijn Top 20 er zo uit:
 
1. Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles (99)
2. Brora 22y 1972/1995, 58,7%, Rare Malts (97)
3. Ardbeg 32y 1974/2006, 52,5%, OB for LMDW, cask 3309, 109 bottles (97)
4. Caol Ila 15y Manager’s Dram, 63%, OB bottled 1990, dark sherry (96)
5. Laphroaig 31y 1974/2005, 49,7%, OB for LMDW, 910 bottles (96)
6. Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for LMDW, cask 3557, 222 bottles (96)
7. Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, OB for Samaroli, 2280 bottles (96)
8. Brora 30y 2004, 56,6%, OB, 3th release, 3000 bottles (95)
9. Clynelish 33y 1973/2006, 54.3%, Prest. for LMDW, cask 8912, 405 bttls (94)
10. Ardbeg 25y 1975/2001, 58%, John Milroy’s selection, sherry but (94)
11. Caol Ila 12y, 43%, OB for Italy, Bullock Lade & Co, bottled +/- 1957 (94)
12. Brora 30y 1972/2002, 46,6%, DL OMC for Germany, 204 bottles (94)
13. Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles – Islay – (94)
14. Brora 1972/1993, 40%, G&M Connoisseurs Choice, old map label (94)
15. Springbank 35y 1971/2007 TWF, sherry wood, 239 bottles, 59% (93)
16. Talisker 30y, 49.5%, OB, 2008, 2970 bottles (93)
17. Ord 16y Manager’s Dram, 66,2%, OB bottled 1991 (93)
18. Springbank 22y 80° proof, 46%, Cadenhead Dumpy, sherry, late 1970’s (93)
19. Port Ellen 20y 1978/1998, 60,9%, Rare Malts (93)
20. Brora 29y 1971/2000, 50%, DL OMC, 210 bottles (93)
 
Close, but no cigar:

21. Brora 1972/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice (93)
22. Brora 30y 2007, 55,7%, OB, 6th release, 2958 bottles (93)
23. Laphroaig 30y, 43%, 2003 (93)
24. Brora 21y 1977/1998, 56,9%, Rare Malts (93)
25. Clynelish 32y 1974/2006, 58,6%, TWF, 266 bottles (92)
26. Macallan 37y 1969, 44,6%, Duncan Taylor, cask 8373 (92)
27. Aberfeldy 19y Manager’s Dram, 61,3%, OB bottled 20/10/1991 (92)
28. Saint Magdalene 19y 1979/1998, 63,8%, Rare Malts (92)
29. Bowmore 32y 1968, 45,5%, OB, 1860 bottles (92)
30. Benriach 30y 1976/2007, 52%, OB for The Nectar, cask 8080, 151 bttls (92)
31. Laphroaig 10y Cask Strength, 55,7%, OB 2007 (92)
32. Brora 18y 1981/1999, 50%, DM OMC, 335 bottles (92)
33. Aberfeldy 25y 1975/2001, 57%, Cadenhead, 228 bottles, 750 ml (91)
34. Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, DT Rare Auld, cask 2597, 262 bottles (91)
35. Yamazaki 1993/2008, 62%, OB, cask 3Q70048, 503 bottles (91)
36. Glengoyne 32y 1972/2005, 48,7%, White Rioja cask, 328 bottles (91)
37. Glen Garioch 1971/1997, 43%, Samaroli, cask 1239, 300 bottles (91)
38. Glenburgie 1966/2005, 45%, G&M for LMDW, cask 11693, 150 bottles (91)
39. Pittyvaich 26y 1974/2000, 55,8%, Kingsbury, cask 3498, 514 bottles (91)
40. St. Magdalene 1965/1993, 40%, Connoisseurs Choice (91)
41. Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante for Gallo, 75cl (91)
42. Linkwood 16y 1990/2006, 45%, Samaroli Coilltean, cask 4205, 780 bttls (91)
43. Aberlour – Glenlivet 8y (cube bottle small cork 75 cl), 50%, +/- 1965 (91)
44. Ardbeg 25y ‘Lord of the Isles’, 46%, OB, 2003 (91)
45. Springbank 12y 100 proof (for Europe) (91)
46. Glenfarclas 50y 1956/2006, 50%, OB For Friends II, cask 1779, 96 bttls (91)
47. Port Ellen 24y 1982/2007, 58,2%, DR, sherry cask 2463, 467 bottles (91)
48. Laphroaig ‘Aloha Grip’ 16y 1992/2008, 58%, Daily Dram, 180 bottles (91)
49. Brora 20y 1975/1995, 59,1%, Rare Malts, 75cl (91)
50. Lagavulin 16y, 43%, OB 2002 (91)
51. Brora 25y 2008, 56.3%, OB, 7th release, 3000 bottles (91)
52. Port Ellen 24y 1982/2007, 57.8%, DR, sherry Cask no 2464, 168 bottles (91)

Samaroli tasting – het verslag

Vandaag stuur ik zoals beloofd mijn verslag van de nu al legendarische Samaroli tasting van vorige vrijdag de wereld in. Voor diegenen die rechtstaan achter hun computer stel ik voor even te gaan zitten.

 

De eerste whisky die Silvano Samaroli inschok – ’t is te zeggen, liet inschenken, dit soort man heeft daar personeel voor – was een jonge Glen Garioch. Een schitterende jonge Glen Garioch.

Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, Samaroli, 2280 bottles – Highland – 96/100
Een neus met een erg hoge ‘wow’ factor. De heerlijkste sherry gemixt met de heerlijkste turf. Koffie, tabak, rubberen banden… voor een highlander behoorlijk medicinaal ook. Na een tijdje ook wat farmy notes. Geitenstal, merkt iemand op. Geitenstal? Mmm, om dat onderscheid te kunnen maken, moet ik mijn kinderen toch nog eens bewegen tot een boerderijbezoek. Immers, zo alleen op een boerderij toekomen met de vraag de stallen eens te mogen ruiken, komt misschien wat vreemd over. We wijken af. Heb ik al fruit vermeld? Perzik that is. Bon, proeven nu. Oh boy, dit is van hetzelfde kaliber als de neus. Massive! Schitterende, subtiele turf… rook, zilt, hout, koffie, karamel, zoet fruit… Perfecte balans tussen de sherry en de jonge turf. Hoe kan in godsnaam een 8 jarige whisky dit ten toon spreiden? Naar het einde beetje (aangenaam) bitter en kruidig. Is het woord complex hier al gevallen? Wel, dit is een ongelooflijk complexe whisky. Sublieme afdronk op rook en vanille. Veruit de beste -10 jarige die ik ooit gedronken heb. 96 punten. Punt.
 

Nummer twee was een Ardbeg uit het magische Ardbeg jaar 1974. Weliswaar ook een erg jonge, maar gezien de lofbetuigingen die over deze whisky de ronde doen, denk ik niet dat dat hier een probleem vormt. Deze Ardbeg heeft zowat dezelfde reputatie opgebouwd als de Glen Garioch. Een stevige.

Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles – Islay – 94/100
Misschien wel de krachtigste neus die ik ooit heb waargenomen! Zo één die je benen onder je lijf maait. Gelukkig zat ik. Als de eerste alcohol en scherpe turf (en zelfs vers gelegde asfalt) wat is weggetrokken, krijg je rook en houtskool. Typische barbeque toestanden. Maar daar blijft het niet bij. De neus wordt langzaamaan zoeter en fruitiger (appel?) en daarna komt er ook balsamico door. Complex, maar vooral indrukwekkend krachtig. Hetzelfde kan gezegd worden van de smaak. Die wordt enerzijds gekenmerkt door veel turf en rook, maar is anderzijds ook behoorlijk zoet, met vanille en zoethout. Het is een botteling op 59%, dus het klinkt misschien een beetje lullig om dit een straffe whisky te noemen, maar toch is het zo en niet zozeer omwille van het alcoholpercentage maar wel omwille van de ongelooflijke intensiteit en kracht. En dan hebben we de afdronk nog niet gehad… lang, ik bedoel héééél lang, rokerig… zalig! Ja wadde, dit is dus echt een whiskybom. Geweldige whisky zoals ie spijtig genoeg niet meer wordt gemaakt, resulterend in een verdiende 94 punten. En dan moest het beste nog komen…
 

En dit beste was de 18 jarige Bowmore uit de Bucket, euh Bouquet reeks. Volgens sommigen die de eer hadden deze whisky reeds eerder te proeven zonder meer de beste whisky ooit. Zo hebben zowel Luc Timmermans als Dominiek Bouckaert – twee heerschappen die toch al ’t één en ’t ander gedronken hebben – deze Bowmore gewoonweg 100/100 gescoord. Laat ons zeggen dat mijn verwachtingen hoog gespannen waren…

Bowmore 18y 1966, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles – Islay – 99/100
Gho, waar begin je met zo’n overweldigende neus? Ik stel voor bij het fruit, want dat is wel erg prominent aanwezig. Het bij een oude Bowmore verwachte tropische fruit, maar ook peer, zo’n goei sappige… ananas (euh, dat is tropisch zeker?), citroen, pompelmoes… een behoorlijk superieure fruitsalade als het ware. En wat naast al dat fruit? Wel, heel wat. Om te beginnen de oh zo geweldige ‘boerderij’ sensaties: subtiele geur van stallen, van hooi, tot de mest toe. Hu, kunnen we dat spreken van fruitsalade met een toefje mest? Soit, zilt ook, wat zoets, rook… en dan mis ik ongetwijfeld nog een groot deel. Onvoorstelbaar complex en vooral intergalactisch lekker. Nu de smaak. Ook hier veel fruit, allerlei citrus (nota voor mezelf: dit kan in het vervolg als ‘agrum’ omschreven worden), naar het einde meer neigend naar (bittere) pompelmoes. Heerlijk. Kamille ook. Peper en zoethout. Schitterende balans tussen zoet en bitter. En zilt. Geweldig lange, intense, fruitige, licht rokerige afdronk. Man man, moeilijk om op zo’n tasting objectief te blijven zoeken naar geur- en smaaksensaties. Dit is dus echt wel hemels.
Maar nu de score. Is deze whisky 100 punten waard? Misschien wel, maar mijn hoogste score tot op vandaag is 97 (voor een Brora en een Ardbeg). Ok, deze ís ook wel nog dat ietsje beter – dit klinkt te eufemistisch, ik bedoel deze is absolute top in whisky – maar meteen de sprong naar de 100 is me wat gewaagd. Indien ik deze Bowmore 100 punten geef, eindigt het hier wel. Dan ontneem ik mezelf immers de hoop ooit nog iets beters te proeven. En neen, die hoop wens ik levend te houden. 99 wordt het dus. Ook niet slecht en by far het beste wat ik ooit in m’n glas heb gehad. Punt. Zucht. Punt.

Laat het een kadotip zijn, ik verjaar op 23 januari. Nu ja, je moet naast erg veel geld ook veel geluk hebben, heb het laatste jaar nergens een fles te koop zien staan. En als er al één te koop zal worden aangeboden, is Dominiek er geheid me aan de haal.
 

Ze bottles

Ze bottles


 

Zie zo, tot zover een avondje in het gezelschap van fijn volk en dito whisky. Ik begin me zo stilaan bewust te worden van het feit dat het leven er zonder whisky voor mij toch een pak minder interessant zou uitzien.

 

Kleppers – Ardbeg 32y 1974/2006 for LMDW

De 22 jarige Brora 1972/1995 Rare Malts krijgt gezelschap aan de top van m’n track record. Deze Ardbeg uit het magische jaar 1974 werd gebotteld voor La Maison du Whisky. Heb hiervan een sampeltje kunnen kopen op het Lindores Whiskyfest 2007 en mee naar huis genomen omdat ik hier echt wel m’n tijd voor wou nemen. Hou u vast.

 
Ardbeg 32y 1974/2006, 52.5%, OB for LMDW, cask 3309, 109 bottles – Islay – 96/100
Ronduit schitterende neus met turf en kruiden. Vrij medicinaal. Honing ook, van de beste soort. En vanille en (citrus) fruit. Heerlijk rokerig en ziltig (gerookt spek). De smaak bevestigt grotendeels de neus… honing, rook, zilt, iets medicinaals. Dit is absolute top! Nu ja, voor 700 euro verwacht je geen rommel natuurlijk. Lange ziltige en rokerige finish. I love it! Met vlag en wimpel mijn beste Ardbeg tot op heden.

Farmy

Farmy? Jawel, sommige whisky’s hebben een ‘boerderij’ karakter. Wat je daar onder moet verstaan zijn associaties à la koeiestal, paardestal… eender welke stal eigenlijk, logischerwijze dus ook mest, nat hooi… Voor alle duidelijkheid, dit zijn allemaal associaties in de neus (lang geleden dat ik nog mest gegeten heb). Natte hond komt hier ook in de buurt. Iedereen heeft al wel eens een hond die door de regen gelopen heeft tegen zich weten opspringen. Wel, die geur bedoel ik.
Ik kan me voorstellen dat dat allemaal weinig aanlokkelijk klinkt, maar ik ben over het algemeen echt wel fan van farmy notes in whisky. Het zijn meestal geturfde bottelingen die dit karakter vertonen, met Brora op kop.

 
Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts – Highland – 90/100
Neus is erg Clynelish-achtig. Droog, beetje bloemig, beetje boenwas, met eerst lekkere en subtiele turf en dan ‘farmy’ notes (koeienstal, nat hooi). Smaak is vettig en complex. Wat zoet, wat peperig, wat fruitig (citrus) en lekkere turf. Geen water nodig, zoals het geval is voor de meeste Brora’s. Lange, rokerige afdronk met iets ziltigs en hint van mosterd. Zeer lekker, maar voor mij ietsje minder dan de 21y 1977.

Whisky Top 50

1. Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles (99)
2. Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, OB, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles (99)
3. Laphroaig 15y 1967/1982, 46%, Cadenhead, black dumpy, sherrywood (99)
4. Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, dark sherry, bottled late 1980’s (98)
5. Brora 22y 1972/1995, 58,7%, Rare Malts (97)
6. Ardbeg 29y 1967/1996, 52%, Kingsbury, cask 923 (97)
7. Glen Grant 21y 70° proof, G&M, early 1960’s, securo cap (97)
8. Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB for Asia & US, third release, 2000 (96)
9. Caol Ila 15y Manager’s Dram, 63%, OB bottled 1990, dark sherry (96)
10. Laphroaig 31y 1974/2005, 49,7%, OB for LMDW, 910 bottles (96)
11. Caol Ila 12y 1974/1986 (63%, James MacArthur, London Scottish #74.23.1) (96)
12. Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974 (96)
13. Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, cask 2391 (96)
14. Tormore 16y 1966, 57%, Samaroli 1982, sherry wood (96)
15. Glen Garioch 13y, 57%, Samaroli, +/- 1988, Fino sherry (96)
16. Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4 (96)
17. Ardbeg 32y 1974/2006, 52,5%, OB for LMDW, cask 3309, 109 bottles (96)
18. Highland Park 40y 1958/1998, 44%, OB, 665 bottles (96)
19. Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rot. 1969 (96)
20. Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, OB for Samaroli, 2280 bottles (96)
21. Ardbeg 28y 1967/1995, 53.7%, Signatory, cask 575, Pale Oloroso (95)
22. Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, cask 1546 (95)
23. Laphroaig 30y 1966/1996, 48.9%, Signatory, cask 561 (95)
24. Brora 22y 1972/1995, 61.1%, Rare Malts (95)
25. Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’ (95)
26. Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for LMDW, cask 3557, 222 bottles (95)
27. Glenburgie 1966/1990, 61.2%, G&M Cask, cask 3405/6, 75cl (95)
28. Brora 30y, 56.6%, OB 2004, 3th release, 3000 bottles (95)
29. Ardbeg 29y 1972/2001 ‘Arbeggeddon’, 48.4%, DL OMC for PLOWED (95)
30. Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s (95)
31. Brora 30y 1972/2003, 49.7%, DL Platinum, L6961, 222 bottles (95)
32. Caperdonich 39y 1972/2011, 52.8%, TWA Private Stock, 57 bts. (95)
33. Springbank 36y 1965 ‘Local Barley’ (52.1%, OB, 2001, cask 1965/9) (95)
34. Isle of Jura 1966/1998, 50.6%, Signatory, 10th Anniversary, cask 1485 (95)
35. Highland Park 35y 1962/1997, OB for the retirement of John Goodwin (95)
36. Clynelish 24y 1965/1989, 49.4%, Cadenhead, Sestante import (95)
37. Glen Grant 48y 1958/2007 (50%, G&M for La Maison du Whisky) (95)
38. Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, golden seal, dumpy, Japan import (95)
39. Brora 30y, 56.3%, OB 2005, 4th release, 3000 bottles (95)
40. Strathisla 1937 70° proof, G&M, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s (95)
41. Clynelish 1972/2000, 57.75%, Helmsdale Bar Tokyo, cask 14281 (95)
42. Glenlivet 15y 1954, 45.7%, OB +/- 1969, Baretto Import (95)
43. Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bts. (95)
44. Ardbeg 27y 1973/2000, 50%, DL Old Malt Cask, 240 bts. (95)
45. Longrow 1987/1999, 55%, Samaroli, To Celebrate 2000 (95)
46. Karuizawa 48y 1964/2012, 57.7%, OB for Wealth Solutions, cask #3603 (95)
47. Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import, Parma (95)
48. Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label (94)
49. Bunnahabhain 34y 1968 ‘Auld Acquaintance’, 43.8%, OB 2002 (94)
50. Glenburgie 22y 1966/1988, 58%, Sestante for Marchetti, cask 323 (94)
 
Close, but no cigar:
 
51. Clynelish 33y 1973/2006, 54.3%, Prest. for LMDW, cask 8912, 405 bts. (94)
52. Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (94)
53. Macallan 1951, 48.8%, OB, 2001, casks 1541 & 1542, 632 bottles (94)
54. Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl (94)
55. Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward (Giaccone), rot. 1973 (94)
56. Bowmore 34y 1968/2003, 41.7%, DT Peerless, cask 1426, 182 bts. (94)
57. Karuizawa ‘Noh’ 28y 1983/2012, 57.2%, OB, sherry butt #7576, 571 bts. (94)
58. Brora 30y 1972/2002, 46,6%, DL OMC for Germany, 204 bottles (94)
59. Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles (94)
60. Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB +/- 1995, First Edition, 100cl (94)
61. Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles (94)
62. Caperdonich 1972/2011, 52.4%, Malts of Scotland, cask 1145 (94)
63. Port Charlotte 2001, 61.1%, MoS, sherry cask #833, 326 bottles (94)
64. Benriach 34y 1976/2011, 48.2%, OB for Taiwan, cask #3033, 216 bts. (94)
65. Highland Park 21y 1959, 43%, OB 1980, J. Grant for Italy, green dumpy (94)
66. Brora 30y, 55.7%, OB 2006, 5th release, 2130 bottles (94)
67. Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘flowers’, 300 bts. (94)
68. Karuizawa 42y 1967/2009, 58.4%, OB for LMdW & TWE, cask 6426 (94)
69. Brora 29y 1971/2001, 50%, DL OMC, sherry cask, 258 bottles (94)
70. Longmorn 35y 1976/2011, 53.6%, The Perfect Dram (TWA), 187 bts. (94)
71. Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles (94)
72. Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, TWF, 266 bottles (94)
73. Benriach 34y 1976/2011, 48.2%, OB for Taiwan, cask 3033, 216 bts. (94)
74. Brora 32y 1970/2002, 58.4%, DL Platinum Selection, 297 bts. (94)
75. Mortlach 21y 1980/2002, 63.8%, G&M Cask, refill sherry butt #3646 (94)
76. Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan) (94)
77. Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622 (94)
78. Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997 (94)
79. Brora 35y, 48.1%, OB 2012, 11th release, 1566 bts. (94)
80. Caol Ila 12y, 43%, OB for Italy, Bullock Lade & Co, +/- 1957 (94)
81. Longrow 1987/1999 ‘Dreams’, 45%, Samaroli, cask 334, 967 bts. (94)
82. Ardbeg 13y 1975/1988, 54.2%, G&M for Intertrade, sherry, 543 bts. (94)
83. Ardbeg 25y 1975/2001, 58%, John Milroy’s selection, sherry but (94)
84. Port Ellen 24y 1978/2002, 57.9%, DL for The Whisky Shop, 602 bottles (93)
85. Ben Nevis 34y 1966/2001, 53.7%, OB for Germ., cask 4276, 209 bts. (93)
86. Brora 1972/1993, 40%, G&M Connoisseurs Choice, old map label (93)
87. Caperdonich 38y 1972/2011, 58.4%, The Perfect Dram (TWA), 145 bts. (93)
88. Benriach 34y 1976/2011, 42.1%, OB for Shinanoya, cask 3029, 139 bts. (93)
89. Springbank 22y 80 proof, 46%, Cadenhead Dumpy, sherry, late 1970’s (93)
90. Port Ellen 20y 1978/1998, 60,9%, Rare Malts (93)
91. Brora 29y 1971/2000, 50%, DL OMC, 274 bottles (93)
92. Brora 29y 1971/2000, 50%, DL OMC, 210 bottles (93)
93. Laphroaig 30y, 43%, 2003 (93)
94. Brora 21y 1977/1998, 56,9%, Rare Malts (93)
95. Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 (93)
96. Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, G&M for Edwards&Edwards, SC 803 (93)
97. Benriach 32y 1976/2008, 50.3%, OB, batch 5, cask 2041, 271 bts. (93)
98. Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl (93)
99. Caperdonich 38y 1972/2011, 57.4%, Malts of Scotland, cask 1144 (93)
100. Glendronach 37y 1972, 54.8%, OB 2009, oloroso cask 719, 474 bottles (93)
101. Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl (93)
102. Longmorn 37y 1972/2010, 51.3%, The Perfect Dram (TWA), 231 bts (93)
103. Caperdonich 1968/2006, 49.5%, M&H Cask Selection, sherry, 131 bts (93)
104. Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles (93)
105. Clynelish 27y 1982/2010, 59.8%, The Nectar of the Daily Drams (93)
106. Glenfarclas 41y 1968/2010, 49.7%, OB for Thosop, casks 702/5240 (93)
107. Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition (93)
108. Port Ellen 28y 1982/2010, 57.5%, Timmermans for QV.ID/Whiskysite.nl (93)
109. Glenlivet 16y 1964 (46%, Cadenhead dumpy +/- 1980) (93)
110. Highland Park 26y 1972/1998, 55.7%, Signatory, cask 1632 (93)
111. Benriach 33y 1976/2009, 51.%, OB for LMdW, cask 3551, 160 bts. (93)
112. Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, sherry butt #576 (93)
113. Glen Keith 40y 1970/2011, 47.9%, Malts of Scotland, cask 6042 (93)
114. Caol Ila 15y, 43%, OB bottled mid 1980’s, bronze metallic jug (93)
115. Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M Cask, White Label (93)
116. Springbank 31y 1964/1996, 51.1%, SMWS 27.41 (93)
117. Clynelish 24y 1965/1989, 46%, Cadenhead’s for Mainardi (93)
118. Glenfarclas 43y 1968/2011, 47.5%, by Luc Timmermans, cask 697 (93)
119. Longmorn 23y 1969/1993, 61.2%, G&M Cask, cask 3721 & 5297 (93)
120. Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545 (93)
121. Glenmhor 10y 75° proof, Charles Mackinlay, bottled +/- 1960 (93)
122. Laphroaig ’19.0’, 54.9%, OB 2005 for 190th anniv., cask 5386, 175 bts. (93)
123. Talisker 30y 1953, 40%, Gordon & MacPhail, Black Label (93)
124. Bunnahabhain 43y 1968/2011 ‘Dram Together’, 46.5%, The Whiskyman (93)
125. Benriach 35y 1976/2011, 44.2%, OB for Whisky-e Ltd, cask 3032, 176 bts. (93)
126. Benriach 34y 1977/2011, 45.7%, OB for Asta Morris, cask 9119, 175 bts (93)
127. Macallan 10y Full proof, 57%, OB +/- 1980, Giovinetti Import (93)
128. Banff 36y 1975/2012, 43.8%, Malts of Scotland, #MoS12015, 165 bts. (93)
129. Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 10th annual release, 1500 bts. (93)
130. Glendronach 25y 1968, 43%, OB 1993 (93)
131. Brora 30y, 52.9%, TWE for The Whisky Show 2011 (93)
132. Clynelish 33y 1973/2007, 54.5%, Signatory, cask 8915, 399 bts. (93)
133. Longrow 1987/2005, 45%, Samaroli, cask 113, 312 bts. (93)
134. Caperdonich 38y 1972/2011, 53.6%, Duncan Taylor, cask 7460, 160 bts. (93)
135. Caperdonich 40y 1972/2012, 49%, The Whiskyman & QV.ID, 65 bts. (93)
136. Linlithgow 30y 1973, 59.6%, OB 2004, 1500 bts. (93)
137. Bruichladdich 29y 1964/1994, 50.4%, G&M Cask, casks 3673 & 3675 (93)
138. Longmorn 1971/2009, 57.3%, OB for Spirito Divino, 56 bts. (93)
139. Lagavulin 21y 1991, 52%, OB Special Release 2012, 2772 bts. (93)
140. Macallan 1946 80 proof, OB +/- 1961, Campbell, Hope & King (93)
141. Clynelish 17y Manager’s Dram, 61.8%, OB 1998, sherry cask (93)
142. Karuizawa 39y 1972/2011, 63.3%, OB for LMdW, cask 7038, 523 bts. (93)
143. Clynelish 28y 1965/1993, 50.7%, Signatory, cask 666, 520 bts. (93)
144. Bruichladdich 30y 1968/1998, 52.9%, Signatory, cask 2326, 186 bts. (93)
145. Brora 1972/1995, 40%, G&M, Connoisseurs Choice (93)
146. Lochside 30y 1981/2011, 54.9%, Cadenhead’s Closed Distilleries, 246 bts. (93)
147. Springbank 35y 1971/2007 TWF, sherry wood, 239 bottles, 59% (93)
148. St. Magdalene 18y 1964 (40%, G&M Connoisseurs Choice 1983) (93)
149. Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc T. #699, 35 bts. (93)
150. Glen Keith 40y 1970/2011, 54.2%, TWA with The Nectar, 163 bts. (93)
151. Glenburgie 37y 1962/2000, 51.1%, Cadenhead’s Authentic Coll., 186 bts. (93)
152. Port Ellen 24y 1982/2007, 57.8%, Dewar Rattray for The Nectar, c#2464 (93)
153. Highland Park 34y 1971/2006, 53%, OB for Binny’s, sherry butt #8363 (93)
154. St Magdalene 1966/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice (93)
155. Glenrothes 40y 1969/2010, 45.5%, DT Rare Auld for Germany, cask 12884 (93)
156. Talisker 30y, 49.5%, OB, 2008, 2970 bottles (93)
157. Brora 35y, 49.9%, OB, 2013, 12th release, 2944 bottles (93)
158. Glenfarclas 44y 1968/2012, 54.4%, OB, ‘My Tribute’, cask 5241 (93)
159. Bowmore 13y 1966/1979, 80 proof, Cadenhead dumpy, 26 2/3 fl. oz. (93)
160. Talisker 27y 1985, 56.1%, OB, 2013, Special Release, 3000 bts. (93)
161. Ord 16y Manager’s Dram, 66,2%, OB bottled 1991 (93)
162. Caol Ila 35y 1969/2004 (45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760) (93)
163. Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles (93)