Spring naar inhoud

Artikels over ‘Bruichladdich’

Bruichladdich 18y 1992 Brunello finish

Een finish? Nee? Toch wel. Het hoeft niet te verbazen dat we bij Bruichladdich uitkomen, en wel bij hun ‘Micro Provenance’ serie ofte ‘Cask Evolution Exploration’. Juist, een ander woord is ‘finish’.

 

Bruichladdich 18y 1992/2010 Brunello finish, 51.2%, OB for Belgium ‘Micro Provenance series’, bourbon cask #004, 288 bottles
Zoete neus op suikerspin en karamel, gevolgd door schoensmeer, kaarsvet en boter. Wat fruit in de vorm van sinaas en ook een beetje zeep. Dat laatste is hier niet op z’n plaats en stoort toch wel. Ook lichte metalige tonen. Matig. Ook de smaak is zoet en licht fruitig (opnieuw sinaas, maar ook wat perzik). Kruiden zoals nootmuskaat en kruidnagel vullen aan. Ik schrijf ook nog eik en noten op, het geheel wordt hierdoor vrij bitter. Ook hier dien ik het woord matig te gebruiken, op z’n best. Middellange en toch voral droge afdronk. Absoluut geen geslaagd huwelijk als je ‘t mij vraagt. 74/100

Bruichladdich ‘Sherry Classic’

Morgen vertrek ik richting Schotland, voor een weekje Highlands en Orkney (maar heb voor de komende dagen enkele posts ingepland), vandaag proef ik nog een standaard Bruichladdich: de ‘Sherry Classic’. Anders dan de naam doet vermoeden, is dit geen whisky gerijpt op sherryvaten, maar op bourbonvaten, weliswaar gefinished op sherryvaten. Of ‘extra matured’ of ‘enhanced’, hoe je het ook wil noemen. De vaten komen van hun vaste leverancier, Bodega Fernando de Castilla.

 

Bruichladdich ‘Sherry Classic’, 46%, OB +/- 2011, Fernando de Castilla Finish
Op de neus is de sherry alvast erg discreet aanwezig. Wat zoete sherrytonen wel, zoals karamel, sinaas en gedroogde vijgen en dadels. Daarnaast denk ik aan perzik en (verse) abrikoos, peer, gezouten boter, zilt, amandelen, granen en melkchocolade. Alles licht en speels. Jong. De smaak is zacht en romig, met zoet, granig en fruitig (niet exhuberant echter) als hoofdtonen. Een beetje peper ook, net als lichte rook. Middellange, prikkelende afdronk, licht bitter. Prikkelende, speelse, jonge whisky, maar absoluut niet slecht. 80/100

Bruichladdich Peat

Over het algemeen is Bruichladdich niet geturfd, maar regelmatig worden er ook geturfde batchen gebotteld. De range moet immers zo breed mogelijk zijn, nietwaar? We kennen de Infinity en de 3D, vandaag maak ik kennis met de ‘Peat’. Een naam die niet veel verhult voor een keer. Het p.p.m.-gehalte aan fenolen is 35.

 

Bruichladdich ‘Peat’, 46%, OB +/-2011
De neus start eh… peaty. Olieachtige turf zou ik het noemen. Zachte turf en zonnebloemolie met daarachter granen, vanille en vegetale toetsen. Oxo en gekookte groenten. Aarde ook wel. Niet slecht, zeker niet, maar een beetje bizar eerlijk gezegd. Op de smaak heb ik die vegetale toetsen niet meer, wel turf, olie, granen, vanille, gele appels, abrikoos en zilt. Gerookte heilbot. Romig maar wat ‘dun’ mondgevoel. Mist ‘body’. Ook in de afdronk, die is verdacht kort (op lichte turf en kruiden en misschien een klein beetje zilt) voor medium geturfde whisky. Foutloze Bruichladdich die me op alle vlakken een beetje te licht uitvalt. 77/100

Bruichladdich Black Art

Tijd voor een streepje marketing. En dan komen we toch wel uit bij Bruichladdich zeker… Alhoewel ze o.a. met hun recentste 10y (oké, Laddie Ten klinkt dan weer beter) de echte whiskyliefhebber hebben gecharmeerd, blijven ze langs de andere kant de markt ook overspoelen met allerlei whisky’s die één of andere speciale behandeling hebben gekregen (oké, gefinished zijn, maar bij Bruichladdich heet dat dan Additional Cask Enhancement) en die in de meest spectaculaire flessen aan de man worden gebracht. Vandaag de Black Art (tweede editie), gefinished in allerlei type vaten.

 

Bruichladdich 21y 1989 ‘Black Art edition 2.02’, 49.7%, OB 2010
De neus doet me aan rosé denken, maar dat kan ook aan de kleur liggen. Ik heb rood fruit zoals aardbeien, rode bessen maar vooral kersen. Daarnaast siroop, zoethout, toast en met wat goede wil ook balsamico. Maar vooral wijn-ige tonen. Ook de smaak is dat. Rood fruit, iets van porto, roze pompelmoes (die kleur speelt me echt wel parten), stroop, granen en eik. Het geheel wordt droger naar het einde. Deze whisky heeft een behoorlijk lange afdronk, waar het zoete opnieuw de bovenhand krijgt op het droge. Pfff, dit is ver van slecht maar ik word hier niet warm van. Te veel (zoete) wijn, te weinig whisky. 79/100

Bruichladdich 18y

Na de geweldige Laddie Ten, zet ik me aan een officiële Bruichladdich die iets hoger in pikorde staat, de 18y. Deze kost je een 75 euro.

 

Bruichladdich 18y, 46%, OB +/- 2011
Noten! Veel noten, dat is het eerste wat opvalt in deze neus. Okkernoten, cashewnoten en hazelnoten. Vanille, ook in grote hoeveelheden, en daarachter (maar dat is al wat meer zoeken) abrikozen, perziken, pruimen, wat gedroogd gras, kruiden en een beetje zilt. O wacht, ook een klein beetje rook, ver op de achtergrond, maar het komt toch even piepen. Zacht, romig op de tong met in eerste instantie dezelfde sensaties als in de geur, vanille en noten, gevolgd door perzik en abrikoos. Een beetje pompelmoes ook nog. Meer kruiden naar het einde en in de middellange, wat droge afdronk. Dit is geen slechte whisky, maar geef mij toch maar de nieuwe 10, pakken beter en maar de helft van de prijs. 77/100

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’

Vandaag een standaardbottelingen die links en rechts hoge ogen gooide, de Bruichladdich 10 of The Laddie Ten voor de vrienden. Het is een vatting van vooral bourbonvaten, maar ook enkele sherryvaten.

 

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’, 46%, OB 2011
Hola, dit is een wel zéér aangename neus. Aromatisch, met veel fruit. Fruit dat zich vermengt met zilt en zoete tonen (kandijsuiker en honing komen in me op). Qua fruit denk ik aan citroen, limoen en ananas. Wat gras ook (de vers-gemaaide variant), zoethout en een klein beetje rook. Maar dat alles erg expressief dus. De smaak is zacht, romig en fruitig: banaan, ananas, mandarijn. Licht tropisch zelfs. En ook hier gaat het fruit vergezeld van zilt. Zachte karamel en enkele kruiden vullen verder aan: kaneel, peper en gember. Mooi! Lange afdronk op fruit en kruiden. Ja, ik vind dit een indrukwekkende standaardbotteling, niet super-complex, maar voor een dikke 30 euro prijs/kwaliteit top me dunkt. 88/100

Fulldram Halloween tasting

Maandag hadden we met Fulldram een Halloween tasting in Tasttoe, Kampenhout, een tasting met als thema finishes. Finishes, altijd tricky natuurlijk. Kan meevallen, kan tegenvallen. En dat laatste valt wel wat vaker voor dan dat eerste, is zo mijn ervaring. Maar bon, het principe van Halloween is mensen eens goed te laten schrikken natuurlijk. Als aperitief dronken we een lekkere zesjaar oude rum, mijn summiere bevindingen van de zes whisky’s en het heerlijk toetje lees je hieronder.

 

Tyrconnell 10y Madeira cask finish, 46%, OB 2010
Vanille en zachte karamel op de neus, wat rozijnen en noten. Warme appelcompot, appelstrudel. Weinig complex, wel aangenaam om ruiken. Nogal licht op de tong, zonder al te veel diepgang. Maar ook hier niets mis mee. Zoet en licht drogend. 79/100
 
Glenmorangie ‘Lasanta’, 46%, OB 2007, Lasanta oloroso sherry extra matured
Deze whisky bespreek ik later. Ik heb immers de rest van de fles mee naar huis genomen. Niet omdat hij zo geweldig lekker is, maar omdat ik dit voor vijf euro (en toch nog 20cl in de fles) didactisch best wel interessant vond.
 
Ballechin 3rd release, port cask matured, 46%, OB 2008, 6000 bottles
Geturfde Edradour dus. Tja, hier waren de meningen stevig over verdeeld. Ik vind dit best lekkere whisky (reeds enige tijd geleden besproken), anderen vonden dit absoluut niet. Turf vermengd met zoete (marsepein) en fruitige (ananas o.a.) tonen. Meer rook en naast het zoete ook kruiden en wat rubber op de smaak. Goede rubber voor mij. Vrij lange afdronk op zoete turf. Bronze medaille op de Malt Maniac Awards 2009 trouwens.
 
Arran ‘Amarone finish’ NAS, 50%, OB 2011
Amarone is een Italiaanse rode wijn, afkomstig uit Veneto, de streek rond Venetië. Dit was een whisky die de meesten nogal koud liet. Niet bijzonder, maar ook niet slecht. Lichte, zoete neus met tonen van vanille, granen, rabarber en hooi. Met water meer fruit (peer ook). Ook de smaak is licht en zoet met honing en fruit en wat peper naar het einde. 77/100
 
Bruichladdich 16y 1992 The Sixteens – Cuvee E’, 46%, OB 2010 First Growth, Sauternes finish, 12000 bottles
De neus start granig en grassig, daarna komt er fruit door. Aardbeien en appels. Op de smaak meteen redelijk wat fruit, voor de rest eerder droog. Met water licht stoffig. De winnaar voor de groep, maar desalniettemin geen grootse whisky. 81/100
 
Auchentoshan 18y 1992/2011, 54%, Murray McDavid, Mission Gold, Chateau Climens finish, 254 bottles
Gerijpt op bourbonvat en gefinished op een vat Château Climens. Château Climens is een Sauternes Premier Grand Cru Classé. Ik kan me voorstellen dat dit geweldig lekkere wijn moet zijn, de whisky is dit absoluut niet. Een compleet mislukt huwelijk. Ofwel was het distillaat na rijping op bourbonvat al niet te drinken. Bitter, wat sulfer (meer sulfer met water), natte kranten… echt niet lekker. En met nul punten de afgetekende verliezer van de avond. 64/100
 
Laphroaig 20y 1991/2011, 53.3%, Liquid Sun, sherry hogshead, 279 bottles
Halvelings ter compensatie van het voorgaande (we wisten dat we hiermee een risico liepen) werd er als toetje geopteerd voor een zeer lekkere Laphroaig van Luiqid Sun, één van de labels van The Whisky Agency. Perfecte balans tussen turf, eilandassociaties (zilt, zeewier, jodium) en sherry. Dat laatste vertaalt zich in rood fruit, kruiden en barbecue (gerookt en geroosterd vlees). Lange, zoete, zilte en rokerige afdronk. Zeer mooi! 90/100
 
De ranking voor de groep (de Laphroaig buiten beschouwing gelaten) was:

  1. Bruichladdich Sauternes
  2. Tyrconnell Madeira
  3. Arran Amarone
  4. Ballechin Porto
  5. Glenmorangie Sherry
  6. Auchentoshan Château Climens

Bruichladdich 28y 1970, Old Malt Cask

Het wordt tijd dat ik eens de Bruichladdich 1970 OB (44.2%) proef, volgens velen de beste Laddie ever. Maar intussentijd moet ik het doen met een andere 1970’er, eentje gebotteld door Douglas Laing in z’n Old Malt Cask reeks. Ook niks mis mee.

 

Bruichladdich 28y 1970/1999, 50%, DL Old Malt Cask, 199 bottles
Dit is een erg complexe en subtiele Bruichladdich. Op de neus kruiden en fruit, vermengd met zachte rook en een lichte farmy toets. Nat hooi en zo. Qua fruit denk ik aan perziken, abrikozen, peren en meloenen. Maar zoals gezegd zeer subtiel allemaal. Super! De smaak is romig en zoet op de abrikozen en de perziken van de neus maar ook banaan. De kruiden komen vooral naar het einde en in de afdronk opzetten. Nootmuskaat. Een topper deze Bruichladdich. 90/100

Bruichladdich Organic

De Bruichladdich ‘Organic’ is een 100% organische whisky. Dit wil zeggen dat de ingrediënten op bio-dynamische wijze geproduceerd werden én van Schotse oorsprong zijn. Het graan komt van vijf Schotse boerderijen. De whisky is gecertifieerd door de Bio Dynamic Agricultural Association. De naam die deze botteling meekreeg is Anns an t-seann doigh, ofte ‘zoals het vroeger was’.

 

Bruichladdich ‘Organic’ 2003/2009, 46%, OB, 15000 bottles
Maltige en granige neus. Bierbeslag, gist, ontbijtgranen. Wat gele appels erdoorheen, maar weinig andere elementen. Misschien een beetje aardbei op de achtergrond. Saai. Ook de smaak is vooral granig. Pils (goedkope pils), wort, wat florale toetsen, schil van sinaas… vrij bitter en niet echt lekker te noemen. Middellange, licht bittere afdronk op granen en kruiden. Een dag later een tweede keer proeven geeft een gelijkaardig oordeel, echt appreciëren kan ik deze whisky niet. 73/100

Bruichladdich 15y Samaroli ‘Mayflower ‘80’

Bon, tijd voor een klepper. En daar mag de heer Samaroli nog eens voor zorgen. Ik heb hier een stenen kruikje staan met daarin Bruichladdich die minstens vijftien jaar oud was toen hij in 1980 gebotteld werd, whisky van de eerste helft van de jaren zestig dus. Met kruiken is het altijd opletten geblazen, die zijn immers niet altijd even luchtdicht, maar bij deze blijkt er wat dat betreft geen enkel probleem te zijn.

 

Bruichladdich 15y ‘Mayflower ’80′, 43%, Samaroli 1980, ceramic decanter, 1000 bottles
O ja, dit zit snor. Dit zit meer dan snor. Heerlijke, subtiele, zoete sherryneus. High-end balsamico is het eerste waar ik aan denk, perensiroop ook, oxo, peterselie, oud leder, geboend leder, oude boeken… yep, we evolueren richting antiekshop. Wijlen mijn grootvader lurkend aan z’n pijp (het is dus die pijp eerder dan mijn grootvader an sich die ik hier wens te evoceren). Wat waxy tonen mag ik niet vergeten te vermelden, net als een lichte rokerigheid die het allemaal nog wat complexer en vooral lekkerder (nóg lekkerder) maakt. Genieten in overdrive. In de mond is hij zacht, vol en romig. Mooie, zijdezachte sherry (zoals ik het prefereer – watje, I know) met maar een klein beetje hout en kruiden, voor de rest blijft hij doorgaan op het subtiele zoete, stroperige. Donkere chocolade die je dipt in koffie en die dan verder smelt op je tong (kwijl kwijl), rozijnen op rum, pruimenkompot… De balsamico zit ook hier, net als het leder en de turf die zich ergens op de achtergrond blijft manifesteren. Smullen! Lange afdronk die het bittere en het zoete perfect in evenwicht weet te houden. Een zalig en uniek profiel. 93/100

Octomore 5y, Edition 03.1

Vandaag draaien we de turfkraan helemaal open met de nieuwe Octomore. Hoeveel ppm? 152? Who cares, dat zegt toch niets over het turfgehalte van de whisky, enkel iets over het turfgehalte van de gebruikte malt. De Edition 01.1 kon mij al bekoren, in de zin dat hij complexer was dan ik vreesde. Benieuwd of dit hier bij de 03.1 ook het geval is. Let op, deze fles vermeldt dat het om een Limited Edition gaat. En inderdaad, blijkbaar is deze op ‘amper’ 18.000 flessen gebotteld. Als je je deze fles aanschaft, weet dan dat je iets unieks in handen hebt.

 

Octomore 5y ‘Edition 03.1′, 59%, OB 2010, 18000 bottles
Op de neus veel (turf)rook (of wat had je gedacht), maar ook heel wat coastal aroma’s. Zilt, jodium, zeewier. Citroenen ook, net als groene appels. Daarna wordt hij wat vegetaal. Groenten à la broccoli, kool. De rokerigheid domineert maar overschaduwt de rest niet. De smaak is romig, olie-achtig en clean. Ook hier heb je meer dan rook. Hij start vrij droog en wat assig, maar hij wordt (gelukkig) zoeter met de tijd. Vanille en van die harde citroensnoepjes. Zout en kruidig. Gember, peper en munt. Lange, en hier toch vooral rokerig afdronk. Wat peper en zout. Water is ondanks het alcoholpercentage niet nodig, het accentueert de assen alleen maar. Gho ja, ook deze biedt heel wat meer dan turf en is gewoon lekker om drinken. Misschien niet als dagelijkse dram, maar als je eens zin hebt in een portie turf is dit een goeie keuze. 86/100

Bruichladdich 17y, Moon import

De eerste sample vanop het Lindores Whisky Fest die ik kraak, is een oude (of wat had je gedacht) 17-jarige Bruichladdich, Moon import, geïmporteerd in Italië dus, ergens rond 1980. Begin jaren zestig distillaat inderdaad. Sample van Giovanni Guiliani.

 
Bruichladdich 17y, 43%, OB, Moon import, Italy +/- 1980, 75cl
De neus is erg clean, fris en olieachtig. Lijnzaadolie. Mineralen. Granen. Wat zilt ook, net als zeelucht en daarna fruit: peer, meloen, ananas… heel zachte assen. Ook de smaak is clean en olieachtig, op granen, suikerspin, mineralen (steentjes in je mond) en zilt. Gele appels. Een klein beetje turf. Middellange, zoet en zilte finish. Niet geweldig complex, maar zo’n fles is leeg voor je het beseft, kapt binnen als limonade (maar geef mij dan toch maar dit). 87/100

Bruichladdich 17y 1992, Sherry Edition 2

Bruichladdich 17y 1992/2009 ‘Sherry Edition 2 – Fino’, 46%, OB 2009, fino sherry finish, 6000 bottles – Islay
Na 15 jaar bourbonvat nog 2 jaar op sherry fino gerijpt. De neus is vrij droog en geeft lichte rook, meloen, amandelen, karamel, munt en gras. De smaak is zacht en boterig en geeft citrus, chocolade, tabak en kruiden. De afdronk is best lang, zacht en kruidig, noten doemen op. Gewoon lekkere whisky, maar ook niet meer dan dat. 80/100

Bruichladdich

Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd.
Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke.

Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie.
Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag.
In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar.

Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum.
Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year.
Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders.
Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte.

Enkele jaren geleden werd Bruichladdich onderwerp van een onderzoek van het Amerikaanse Defence Threat Reduction Agency (DTRA), toen bleek dat met het distillatiemateriaal chemische wapens konden worden gemaakt en het webcam systeem – op het distillatieproces te monitoren – werd gekraakt.

Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels:

  • Bruichladdich zelf, een overwegend niet tot licht geturfde malt (op enkele uitzonderingen zoals de 3D en de schitterende Infinity na).
  • Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM.
  • Octomore, s’ werelds zwaarst geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Nog niet geproefd, maar volgens mij kan je evengoed vloeibare asfalt drinken.

 
Lynne Mc Ewan, dochter van Jim, kwam enige tijd geleden een aantal recente bottelingen voorstellen in Tasttoe. Vandaag en morgen lees je wat ik er van vond. Van de bottelingen welteverstaan.
 
Celtic Nations, 46%, OB 2006, 7200 bottles – 75/100
Dit is een blend van Bruichladdich 1999 en Ierse geturfde whiskey, ik dacht van Cooley (Connemara). Turf indeed, in neus en smaak. Voor z’n 46% redelijk alcoholische neus, waarschijnlijk door de jonge leeftijd. Wat zoet ook. En duidelijke citrus. De smaak is dan eerder fruitig. Wit fruit. Appel en peer. Weinig complex, te jong. Afdronk op turf en granen.
 
Bruichladdich 12y, 46%, OB 2006 – Islay – 72/100
Beetje een tegenvaller. Redelijk fruitig (neus) en maltig (smaak van graan, mout), maar niks bijzonder. Minder door z’n voorganger, de 10y.
 
Bruichladdich Links V ‘Liverpool’ 14y, 46%, OB 2006 – Islay – 80/100
Fruitig en zoet. Perzik, honing, beetje vanille. Licht geturft. Mooi in balans. Lekkere whisky.
 

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 36 other followers