Spring naar inhoud

Posts from the ‘Springbank’ Category

Springbank extravaganza

Vandaag twee top-Springbanks. De eerste, de 25y dumpy golden seal Japan import, had ik bij op het Lindores Whiskyfest, oktober vorig jaar. Om deel te mogen nemen aan het gebeuren moest je immers een ‘deftige’ fles voorleggen. Deftig scheen ie alvast te zijn, het bleek voor velen zelfs één van de toppers van het fest te zijn. Ik proefde hem begin deze maand nog eens naast de volgens velen beste Springbank ooit, de 12y 100 proof 57.1% voor Samaroli, waarvan je hieronder ook notes leest. De 25 proef ik vandaag een derde en wie weet laatste maal, in de vorm van de laatste twee centiliter uit de fles. Op die manier moet Luc de lege fles niet meer naar de glasbak brengen. Puur altruïsme, blij dat u het opmerkt.

 

Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, parchment label, golden seal, dumpy bottle, Japan import, 75cl
Prachtige neus, maar niet evident om te omschrijven. Een eindeloze reeks associaties, perfect gebalanceerd, die zich aandienen in lagen. We nemen een start op hazelnoten, amadelen en rozijnen. Daarna volgen bijenwas, honing en geboend leder. Dan olie en en romige boter. Onderliggend hebben we zeewier, tabak, teer en lichte rook. Een volgende laag wordt gevormd door belegen eik en hars. En dan de finishing touch in de vorm van succulent fruit: banaan, kokos, sinaas, vijgen (gedroogde en verse), papaya, passievrucht… en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een tiental andere geuren. Schitterend. Ho maar, de smaak is minstens even goed! Olieachtig, elegant en subtiel, en al even complex als de neus. Geflambeerde banaan, kokos, kiwi, sinaas, passievrucht, honing, peper, kaneel, bijenwas (big time!), amandelen, melkchocolade, praliné, prachtige eik opnieuw, … sorry, hier stop ik, laat me maar wat verder genieten. Ja, op de smaak vind ik ‘m eigenlijk zelfs nog een ietsje beter dan op de neus. De afdronk is niet super-lang, maar wat maakt het uit als het perfect in lijn met de sublieme smaak is? Grootse whisky! 95/100

 

Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s, 2400 bottles
Naast de 25 viel me op dat de neus van deze Springbank zo mogelijk nog beter is dan deze van de 25. Niet noodzakelijk complexer, maar expressiever. Ja, zeker expressiever. Vandaar de cult status I presume. Veel fruit, honing en bijenwas. Het fruit is zoet, al dan niet gestoofd (confituren, maar ook rozijnen en pruimen, en net zo goed ananas en banaan). Zachte rook, belegen eik, tabak en koffie. En ook hier ongetwijfeld nog veel meer, kon onmogelijk alles opschrijven, laat staan onthouden. Ja, ‘zilt’ staat hier nog. Die neus is simpelweg subliem. De smaak is enorm explosief en ‘invasief’, de whisky explodeert bijna letterlijk in je mond. Ook hier zeer complex, maar ook scherp en zelfs wat ruw. De elementen van in de geur komen terug (het fruit, de bijenwas, de zachte rook, de koffie, het zilt, de tabak), maar worden aangevuld met kruiden en noten. De eik treedt ook meer op de voorgrond en gaat gepaard met een beetje hars. Op dit alcoholpercentage erg drinkbaar, maar dus wat ruw. Zeer lange afdronk in lijn met de smaak. Echt super op de neus, maar voor mij net wat te scherp, te hoekig, te bruut op de smaak. Ik zou qua score niet boven deze van de 25 uitkomen. 95/100 (verificatie vereist, dat spreekt).

 

Indien de neus van de Samaroli gecombineerd werd met de smaak van de 25, deed ik er nog een punt of twee bij.

West Coast Whisky Battle

Maandagavond was het verzamelen blazen in zaal De Blauwe Schuit voor een tasting van onze club Fulldram onder de noemer West Coast Whisky Battle. De dames Jenny Karlsson en Paulina Kwiatkowska, brand ambassadors van respectievelijk Springbank en Arran, kruisten de degens in een vriendschappelijk doch gedreven tweestrijd om de gunst van het publiek. De namen van beiden klinken niet echt Schots, Jenny is van Zweede afkomst, Paulina van Poolse. Schotse roots hebben is niet echt een vereiste voor de job, er gelden in het wereldje duidelijk andere criteria. Als lelijke Schotse vent maak je volgens mij zo goed als geen kans om het tot brand ambassador (of sales representative of regional sales manager of hoe ze het ook noemen) te schoppen. Soit, hieronder een kort verslag. De begeleidende info over beide distilleerderijen laat ik gemakshalve achterwege.

 

De eerste ‘battle’ was deze tussen de Arran 14y, 46%, OB 2010 en de Springbank 15y, 46%, OB 2011. Die Arran kende ik al, de Springbank nog niet. Voor mij, en ook voor de groep was de Arran de winnaar. Ik vind dit een erg lekkere, volle en voldragen whisky. De Springbank, die voor 100% op sherryvaten rijpte, is ook best genietbaar, maar minder complex en een beetje saai. Licht fruitig (citrus vooral) en mineralig op de neus met zachte turf en wat teer. Op de smaak wat meer kruiden.
 
Arran 14y, OB 2010 85/100
Springbank 15y, 46%, OB 2011 82/100
 
 
De tweede battle ging tussen de Arran ‘Sleeping Warrior’ 10y 2000/2011, 54.9%, OB, 6000 bottles en de Longrow 14y, 56.2%, OB 2011 for The Nectar Belgium. De naam Sleeping Warrior verwijst naar de hoogste berg van het eiland Arran, met wat goede wil – of een halve fles Arran achter de kiezen – herken je in het silhouet van deze berg een slapende krijger. De whisky in deze botteling werd gedistilleerd in 2000 en rijpte zowel op bourbon-, sherry als rode wijnvaten. De wijn heeft hier in ieder geval z’n werk gedaan, je ruikt de wijn, net als Turks fruit en zoethout. Wordt hoe langer hoe zoeter (gekonfijte kersen). Stevig op de tong, ook hier vooral zoet met een licht bittere ondertoon. Kruiden. Ben hier absoluut niet wild van, maar water maakt het geheel wel wat beter (meer fruit). De Longrow vertoont de verwachte zachte en olieachtige turf, granen, vanille, citrus, aarde en een licht florale toets, hooi en heide. Vlot drinkbaar en ondanks het alcoholpercentage zacht op de tong. Lichte rook, sinaas, kruiden, een beetje zilt en vanille. Lange afdronk, rokerig en kruidig. Zéér lekkere whisky, die deze battle dan ook won. Afgetekend.
 
Arran ‘Sleeping Warrior’ 78/100
Longrow 14y for The Nectar 89/100
 
 
Vervolgens werden de Arran Single Cask 14y 1996/2011, 52%, OB, sherry cask #2034, 272 bottles en de Hazelburn 12y, 46%, OB 2011 tegenover elkaar gezet. Die Arran vond ik erg lekker (smeuïg zoet met associaties van marsepein, amandelen, appelmoes en opgelegde peren, licht mineralig en wat waxy, rijk en romig mondgevoel met meer kruiden dan op de neus), de Hazelburn viel me tegen (clean en grassig – gaande van versgemaaid tot stro – plus wat aarde, noten en lichte rubber, maar vooral saai, zeker minder dan de 2009 batch). Ook hier dus een duidelijke winnaar.
 
Arran Single Sherry Cask 1996 89/100
Hazelburn 12y 2011 76/100
 
 
Tot slot kregen we de Arran Single Cask 5y 2005/2011, 55%, OB bottled for the 5th anniversary of The Nectar, Belgium, bourbon cask 124, 254 bottles te drinken naast de Kilkerran Work in Progress III, 46%, OB 2011, Glengyle Distillery. Bijzonder aan de Arran is dat deze whisky licht geturfd is, de gebruikte malt had 14 p.p.m. (deeltjes per miljoen) turf. De neus ervan is clean op zoete tonen (vanille), fruit (appels en peren), gedroogd gras, heide en lichte turf in de verte. De smaak is zoet, fruitig (wit fruit opnieuw) en kruidig met de turf die ver op de achtergrond blijft. De Kilkerran (klassiek, dus tweemaal gedistilleerd) zou ongeveer 7 jaar oud zijn, 60% rijpte op bourbonvaten, 40% op sherryvaten. Ook hier veel wit fruit, maar meer olieachtige tonen en noten. Kaneel. Op de smaak vrij mineralig ook, licht ziltig en wat waxy. Niet slecht en zeker beter dan de eerste WIP. Hier was het een stuk spannender, met een nipte winst voor de Arran, ook voor mij.
 
Arran Single Cask 2005 for The Nectar 86/100
Kilkerran WIP III 85/100
 
Dat resulteerde dus in een 3-1 stand ten voordele van Arran.
 

De eerste organische whisky

Met de Da Mhile bracht Springbank in 1999 de eerste 100% organische whisky op de markt. Later volgden nog batchen. Da Mhile is Gaelic voor het jaar 2000, aan de vooravond waarvan de eerste botteling het levenslicht zag. Later zouden andere distilleerderijen zoals Bruichladdich en Benromach het voorbeeld van Springbank volgen en een eigen organische whisky op de markt brengen. Alle ingrediënten van deze whisky’s worden dus lokaal én op bio-dynamische wijze geproduceerd.

 

Springbank 7y 1992/1999 ‘Da Mhile’, 46%, OB, Organic, 1000 bottles
Cleane en lichte neus, wat waterig en weinig uitgesproken. Wat fruit, dat wel, wat zilt ook. Na enige tijd wordt het geheel licht vegetaal. Misschien iets van boter ook, maar alles erg onderdrukt. Valt weinig meer over te zeggen. Ook over de smaak kan ik niet erg veel zeggen. Zoet en granig. Punt. Nee, wacht, harde citroensnoepjes. Geen fouten, enkel nogal saai. De afdronk? Idem. Saai dus, zoet en wat zilt. Een whisky die me niet echt kan bekoren en net zoals de bruichladdich toch wel een tegenvaller. 75/100

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, Berry Bros

Berry Bros bracht recent een tweede ‘peat smoked’ Springbank uit. In 2009 hadden we al vatnummer 71. Zoals we weten, bottelt Springbank hun geturfde whisky onder de naam Longrow. Berry Bros echter heeft nog nooit een whisky onder de naam Longrow gebotteld, zij houden het dus op peat smoked Springbank.

 

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 61
De neus start op dezelfde olieachtige turf die ik ook in de 2009 botteling had en die typisch is voor Longrow. Lijnzaadolie, inderdaad. Ook dat mineralige heb ik hier, net als de mercurochroom (wat medicinaal). De neus lijkt me alvast vrij gelijkend, én even lekker. Wat ik hier ook nog wel heb en niet genoteerd heb bij de 2009, is teer en citrus. Sinaas, mandarijn. En potloodslijpsel. Na verloop van tijd meer en meer kruiden uit de tuin (tijm, roosmarijn, laurier). Vol, rond, dik en vettig in de mond. Olieachtig, inderdaad. Complex ook. Zachte turf, olie, zilt, mineralen, citrus, honing. Net als op de neus zetten kruiden zich na enige tijd door, maar dan de spicy kind. Ik denk aan nootmuskaat en gember. Wat vegetale tonen. Middellange afdronk, clean en complex, gedomineerd door zoete turf, kruiden en citrusfruit. Knappe whisky en even heerlijk als Berry Bros’s botteling uit 2009. 90/100

Springbank 1965, Murray McDavid

In de jaren 1850 was Springbank één van de eerste distilleerderijen die overschakelden van turf naar kolen om hun malt te drogen. Er waren immers genoeg koolmijnen in de buurt op Campbeltown. Het is vandaag trouwens één van de enige distilleerderijen die hun eigen whisky ook zelf bottelt.

 
Springbank 1965/1998, 46%, Murray McDavid, cask 580, 204 bottles
De neus start zoet (honing, nougat) en laat langzaamaan fruitige tonen door. Eerst gedroogd fruit à la rozijnen en vijgen, daarna frambozen en tropisch fruit. Passievrucht, meloen, mango. Een lichte waxyness (boenwas) en een even lichte kruidigheid op de achtergrond. Meer op de voorgrond ook melkchocolade en praliné. Heerlijk om ruiken. In de mond komt hij steviger over dan het alcoholpercentage kon doen vermoeden. Olieachtig. Ook hier licht tropisch met kokos als extraatje. Perziken ook. De kruiden meer prominent dan in de geur. Peper, gember, munt. Chocolade, hier donkere. Wordt naar het einde wel wat bitter, maar nooit storend. Lange verwarmende afdronk met munt en abrikoos die opvallen. Stevige oude Springbank. En lèkker! 91/100

Springbank 1969/1995 Signatory

Springbank uit de jaren zestig… we weten dat dat wreed lekker kan zijn. Hoog tijd dus om dat nog eens onder mijn neus en aan mijn lippen te zetten.

 

Springbank 1969/1995, 51.7%, Signatory dumpy, 790 bottles
Ja ja, dit is wat men lekkere whisky noemt. Waxy sherry! De geur van boenwas en antieke meubels vermengd met noten, rood fruit (gestoofd rood fruit), braambessen, tabak en lichte farmy notes. Mosterd in de verte. Duidelijker waar te nemen is marsepein. Eucalyptus ook. Njummie! Deze Springbank voelt erg dik aan, stroperig bijna. Ik heb lichte turf, mandarijn en sinaasconfituur met de sherry die meer en meer naar voor treedt. Chocolade, rozijnen op rum, koffie, eik, wat zilt, peper en hars. Mooie bitterheid. Lange, bitterzoete afdronk op dadels en peper. Erg lekkere oude Springbank. 90/100

Springbank 34y 1970, Prestonfield

Ha, oude Springbank, altijd iets om naar uit te kijken. De whisky van Springbank is licht geturfd, in tegenstelling tot hun Hazelburn (niet-geturfd) en Longrow (zwaar geturfd). In concreto betekent dit dat de gemoute gerst gedurende ongeveer zes uur gedroogd wordt boven een turfvuur en dan nog eens een 24 uur met hete lucht. Dat is in ieder geval de situatie nu, de whisky die ik vandaag bespreek, is er eentje van eventjes geleden. Bedankt voor deze sample Karel!

 

Springbank 34y 1970/2001, 51.2%, Prestonfield, cask 1631, 157 bts.
Mmm, mooie sherry op de neus. Bitterzoet. In eerste instantie denk ik aan hout, eikenhout, vermengd met zwarte bessen (cassis – crème de cassis). Een heerlijke lichte rokerigheid erdoorheen. Rook van het hout. Geboende antieke meubels. Gho ja, dat typische oude Campbeltown profiel, I just love it. Waxy sherry! Gestoofd fruit, warme aarbeienconfituur. Kruiden. Complex quoi. Proeven nu. Mondvullend, dik op de tong, stevig en drogend. Zelfs wat agressief. De bessen, het hout, de lichte rook, de kruiden, het zit allemaal ook hier. Daarenboven dien ik nog hazelnoten en rijpe sinaas te vermelden. Op de duur wordt hij me evenwel een beetje té droog, er doemen taninnes in de vorm van druivenpitten en kastanjes op. Lange, droge en kruidige afdronk met wat appelsienschil. Een hemelse neus en een smaak die je terug met de voeten op de aarde zet. 87/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970′s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Springbank 1997, batch #2

De eerste batch van deze 1997 Vintage werd in 2007 gebotteld op 55.2%, de tweede een jaartje later op 54.9%. Het is deze laatste die ik nu proef. Gerijpt op ‘recharred’ (opnieuw geschroeide) sherryvaten en te koop voor een 55 euro.

 

Springbank 1997 cask strength, 54.9%, OB 2008, batch #2, 10800 bts
Stevige en droge neus op geroosterde en aardse tonen. Bosgrond, varens, rauwe champignons. Geroosterde granen (het maken van muesli). Zeelucht ook, een beetje boenwas en veel citrus. Schil van pompelmoes, mandarijn. Kruiden en een beetje rook. Vrij complex maar ook vrij ruw. Hetzelfde geldt voor de smaak. Ook hier heb ik geroosterd graan, veel kruiden, citrus en rauwe champignons. Daarnaast karamel, geroosterde noten en rook. Best bitter. Misschien wat water proberen… dat help, een beetje. Meer fruit maar ook (nog) meer kruiden. Lange, droge en redelijk bittere afdronk of kruiden (veel peper en ook gember) en rook. Gho, ik kan me voorstellen dat sommigen dit erg lekkere whisky vinden, maar ik vind het geheel te scherp om een score in de tachtig te rechtvaardigen. 77/100

Springbank 1992 ‘peat-smoked’, Berry Bros

Deze ‘peat-smoked’ Springbank had evengoed onder de naam ‘Longrow’ gebotteld kunnen worden, want is geturfde Springbank niet gewoon Longrow? Verkeerd gelabeld bij het op vat doen? Longrow die 2,5 maal gedistilleerd is? Whatever, dit is wreed lekkere whisky.

 

Springbank 1992/2009 ‘Peat-Smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 71
Tja, de neus zou alvast perfect deze van een Longrow kunnen zijn. Olieachtige turf, geturfde olie, turfolie, whatever. De olie en de turf zijn in ieder geval de twee zaken die eerst opvallen. Zonneboemolie. Of nee, misschien eerder lijnzaadolie. Yep, that’s it. Vrij mineralig ook wel. Natte stenen. Mercurochroom. Zachte turf, planten, verse spinazie en veel fruit, zeker na enige tijd lucht happen. Meloen, sinaas, ananas. De turf blijft discreet en laat heel wat ruimte voor al het andere lekkers. Ook in de mond is hij complex en subtiel. Hij is zowel mineralig, ziltig, fruitig, licht bitter als zoet-rokerig. Best lange, cleane afdronk met zilt, groenten en een beetje turf. Zalige Longrow, euh Springbank. 90/100

Springbank 12y Cask Strength

In maart 2010 lanceerde Springbank deze nieuwe 12-jarige Cask Strength. De whisky rijpte voor 60% op nieuwe sherry hogsheads en voor 40% op refill sherry buts.

 

Springbank 12y Cask Strength, 54.6%, OB 2010
Lekkere neus. Rokerig, fruitig en droog. Dat droge vertaalt zich in hout, hooi, graan en kruiden. Kaneel. Het fruit is vooral gedroogd fruit. Pruim en abrikoos. Lichte turf op een zacht sherrybedje. Ronde, stevige smaak met het fruit, de kruiden van het hout en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Sinaas, zoete turf, graan, zoethout. Geen water nodig. Lange, zoete en kruidige finish. 86/100

Een oude Springbank

Springbank 12y, 43%, OB bottled early 1980′s for Italy, ceramic jug
Bijzondere fles. Nu ja fles, het is een zwarte stenen kruik, met wit opschrift. Eens zien of de inhoud even bijzonder is. Bij een eerste ‘nosing’ is de neus vrij droog en scherp. Hout, hars, vernis, thinner, gras, dat soort zaken. Inderdaad bijzonder dus, alhoewel niet in geheel positieve zin. Maar als je ‘m wat tijd geeft, wordt ie toegankelijker. Je krijgt dan iets zoets en iets rokerigs. Gerookte vis. De smaak zit wel meteen goed. Zoet en kruidig met een lichte bitterheid. Het grassige en hooi duikt ook in de smaak op. En in de kruidige finish. Ondanks het feit dat de eerste indruk me wat afschrikte, evolueert deze whisky tot een erg mooie dram. Je moet er enkel wat tijd voor maken. 87/100
 
En ook:
 
Springbank 13y 1996/2009, 57%, SMWS 27.74 ‘Stripped down’, 193 bttls
Ziltige neus. Jodium, zeewier, typische zee-elementen. Gerookt vlees. Beetje zoet. Ook veel zilt in de smaak, naast lichte rook. Kruiden naar het eind die overgaan in de afdronk. Aangenaam maar niet bijzonder complex. 80/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

De nieuwe Springbank 18y

De nieuwe Springbank 18y kon ik al eens eerder vluchtig proeven, ik vond ‘m toen vrij teleurstellend, zeker in vergelijking met de eerste batch ervan. Nu heb ik de gelegenheid er wat meer tijd voor te nemen. Benieuwd of m’n eerste indruk bevestigd wordt.

 

Springbank 18y, 46%, OB 2010, 2nd edition – Campbeltown
De neus is nogal grassig met hooi, hars, zoethout, linde, granen en noten. Niet geweldig boeiend eigenlijk. Daarna komt ook rood fruit bovendrijven. Aardbeien, braambessen enzo. Lichte rook. Op de tong is deze Springbank vrij vettig en mondvullend met eerst rozijnen, sinaasschil, bittere chocolade (inderdaad, orangettes!) en zachte rook. Na enige tijd zetten kruiden door. Peper en veel zoethout, drop. Behoorlijk lange en bitterzoete afdronk met terugkerende rook. Bwa, dit is best lekkere whisky, maar inderdaad toch wel een stevige stap achteruit ten opzichte van die eerste batch van vorig jaar. 84/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980′s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Springbank 22y 80° proof Cadenhead dumpy

Springbank 22y 80° proof, 46%, Cadenhead dumpy, refill sherry, bottled late 1970′s – Campbeltown
Ha, nog eens zo’n goeie ouwe dumpy! Dat zijn zo van die lelijke gedrongen flessen in bruin glas. Deze moet ergens tweede helft jaren ’70 gebotteld zijn. Erg complexe neus met vanille, hout, citrus, mineralen (de geur na een zomerse regenbui), amandel. Marsepein. Top! De smaak is fruitig en zoet (de vanille opnieuw), met subtiele rook. Ook wat peper en iets licht bitters. Zalig man! Middellange, fruitige finish met ook hier een toefje peper. Schitterende oude Springbank. 93/100

Ian MacLeod

Ian Macleod

Als de naam Ian MacLeod geen belletje doet rinkelen, zullen Chieftain’s, Dun Bheagan, Glengoyne en Smokehead dat ongetwijfeld wel doen. Samen met nog een rits andere brands maken ze immers deel uit van de portefeuille van Ian MacLeod distillers Ltd. Deze bottelaar en distilleerder mag dus gerust beschouwd worden als één van de grote namen in de Schotse whiskywereld.

Het bedrijf werd opgericht in 1933 onder de naam Ian Macleod & Company Limited, maar kwam in 1963 in handen van de familie Russell, die er tot op de dag van vandaag de plak zwaait. Het was pater familias Leonerd J Russell die zich in 1936 vestigde als whiskymakelaar. Hij stierf evenwel in 1956, waardoor hij de overname niet meer meemaakte. In 1963 was het immers Peter Russell die als Managing Director de overname in goede banen leidde. Een jaar later werd Peter vervoegd door z’n jongere broer David. De eeuwwisseling luidde enkele wijzigingen aan de top aan: David ging op pensioen, Peter schoof op naar de voorzittersstoel en Peter’s zoon Leonard jr. – die in 1989 in het bedrijf stapte – nam de dagelijkse leiding over van z’n vader.
In 2003 verwierf Ian MacLeod de controle over de Glengoyne distilleerderij en werd de naam gewijzigd in Ian Macleod Distillers Ltd..

De activiteiten van Ian MacLeod strekken zich uit over gans de business. Distilleren (recent via de overname van Glengoyne), blenden (de oorspronkelijke activiteit), bottelen, ze doen het allemaal. Het bottelen gebeurt trouwens op de Broxburn bottling plant, die ze delen met J&G Grant, eigenaars van Glenfarclas. Broxburn bottlers bottelt ook voor derden zoals Old Pulteney en Finlaggan.

De hoofdactiviteit blijft evenwel het blenden. Hiervoor beschikken ze over een arsenaal aan vaten, o.a. van Lagavulin en Talisker, distilleerderijen wiens whisky ze via een soort van gentlemen’s agreement enkel mogen gebruiken voor blends. Ook sommigen supermarkt labels betrekken hun whisky bij Ian MacLeod. Alles bij elkaar geteld produceert en verkoopt Ian MacLeoad jaarlijks zo’n 15 miljoen flessen.

De belangrijkste merken van de firma zijn:

  • Single Malt: Chieftain’s Choice, Dhun Beaghan en McLeod’s Single malt.
  • Blends/vatted: Isle Of Skye, Smokehead, The Six Isles, Hedges & Butler, Lang’s Blended, Magilligan, King Robert II.
    Nice to know: The Six Isles wordt dra The Seven Isles, als naast Islay, Skye, Arran, Orkney, Jura en Mull ook het eiland Barra (Outer Hebrides) whisky zal produceren.
  • Andere: London Hill Gin, Wincarnis Tonic Wines.

 
Springbank 37y 1969/2006, 41%, Chieftains, casks 57/61, 486 bottles – Campbeltown – 79/100
Springbank is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland (gesticht in 1828), reeds 180 jaar in familiehanden. Hun whiskies worden 2,5 maal gedistilleerd (een deel twee maal en een ander deel drie maal). Deze Chieftains is een botteling van twee vaten, waarvan – gezien het alcoholpercentage – waarschijnlijk één under proof was. Frisse, bloemige neus met banaan, bloesems, hout en lichte rook. Effe laten staan brengt nog meer fruit naar boven, wit fruit (peer vooral). In verhouding tot deze erg aangename neus, valt de smaak wat tegen. Bloemig, wat waterachtig en bitter. Hout. Vaten waren beter wat eerder gebotteld me dunkt. Middellange afdronk.

Fleet Foxes & Springbank

Fleet Foxes’ gelijknamige debuutplaat was voor mij misschien wel het beste album van 2008. De Amerikaanse freakfolkers combineren schitterende harmoniezang met dito akoestisch vernuft. Zelf omschrijven ze hun muziek als harmonische pop-barokmuziek. Ik speel dit album nog behoorlijk veel, ook daarnet nog, vergezeld van een lekkere jonge Springbank.

 
Springbank 1999/2006, 59.2%, cask 108 (Werner Hertwig cask) – Campbeltown – 88/100
Dit was een fles uit een vat dat eigendom is van een zekere Werner Hertwig. Ik ken die man niet, maar hij heeft wel een verdomd goeie neus. Zeker gezien de leeftijd is dit een ongelooflijk lekkere dram. Zoete en licht medicinale neus met sherry, munt, citrus, hout (een subtiele bitterheid) en turf. Heel intens, maar behoeft geen water, ook niet in de smaak. Die is stevig, kruidig (peper) en de sherry vermengt zich mooi met de turf en het zilt. Vrij lange, bitterzoete finish. Vraag me af wat dit zou geven na 10 jaar extra rijping.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 26 other followers