Spring naar inhoud

Posts from the ‘Bruichladdich’ Category

Bruichladdich 18y 1992 Brunello finish

Een finish? Nee? Toch wel. Het hoeft niet te verbazen dat we bij Bruichladdich uitkomen, en wel bij hun ‘Micro Provenance’ serie ofte ‘Cask Evolution Exploration’. Juist, een ander woord is ‘finish’.

 

Bruichladdich 18y 1992/2010 Brunello finish, 51.2%, OB for Belgium ‘Micro Provenance series’, bourbon cask #004, 288 bottles
Zoete neus op suikerspin en karamel, gevolgd door schoensmeer, kaarsvet en boter. Wat fruit in de vorm van sinaas en ook een beetje zeep. Dat laatste is hier niet op z’n plaats en stoort toch wel. Ook lichte metalige tonen. Matig. Ook de smaak is zoet en licht fruitig (opnieuw sinaas, maar ook wat perzik). Kruiden zoals nootmuskaat en kruidnagel vullen aan. Ik schrijf ook nog eik en noten op, het geheel wordt hierdoor vrij bitter. Ook hier dien ik het woord matig te gebruiken, op z’n best. Middellange en toch voral droge afdronk. Absoluut geen geslaagd huwelijk als je ‘t mij vraagt. 74/100

Bruichladdich ‘Sherry Classic’

Morgen vertrek ik richting Schotland, voor een weekje Highlands en Orkney (maar heb voor de komende dagen enkele posts ingepland), vandaag proef ik nog een standaard Bruichladdich: de ‘Sherry Classic’. Anders dan de naam doet vermoeden, is dit geen whisky gerijpt op sherryvaten, maar op bourbonvaten, weliswaar gefinished op sherryvaten. Of ‘extra matured’ of ‘enhanced’, hoe je het ook wil noemen. De vaten komen van hun vaste leverancier, Bodega Fernando de Castilla.

 

Bruichladdich ‘Sherry Classic’, 46%, OB +/- 2011, Fernando de Castilla Finish
Op de neus is de sherry alvast erg discreet aanwezig. Wat zoete sherrytonen wel, zoals karamel, sinaas en gedroogde vijgen en dadels. Daarnaast denk ik aan perzik en (verse) abrikoos, peer, gezouten boter, zilt, amandelen, granen en melkchocolade. Alles licht en speels. Jong. De smaak is zacht en romig, met zoet, granig en fruitig (niet exhuberant echter) als hoofdtonen. Een beetje peper ook, net als lichte rook. Middellange, prikkelende afdronk, licht bitter. Prikkelende, speelse, jonge whisky, maar absoluut niet slecht. 80/100

Bruichladdich Peat

Over het algemeen is Bruichladdich niet geturfd, maar regelmatig worden er ook geturfde batchen gebotteld. De range moet immers zo breed mogelijk zijn, nietwaar? We kennen de Infinity en de 3D, vandaag maak ik kennis met de ‘Peat’. Een naam die niet veel verhult voor een keer. Het p.p.m.-gehalte aan fenolen is 35.

 

Bruichladdich ‘Peat’, 46%, OB +/-2011
De neus start eh… peaty. Olieachtige turf zou ik het noemen. Zachte turf en zonnebloemolie met daarachter granen, vanille en vegetale toetsen. Oxo en gekookte groenten. Aarde ook wel. Niet slecht, zeker niet, maar een beetje bizar eerlijk gezegd. Op de smaak heb ik die vegetale toetsen niet meer, wel turf, olie, granen, vanille, gele appels, abrikoos en zilt. Gerookte heilbot. Romig maar wat ‘dun’ mondgevoel. Mist ‘body’. Ook in de afdronk, die is verdacht kort (op lichte turf en kruiden en misschien een klein beetje zilt) voor medium geturfde whisky. Foutloze Bruichladdich die me op alle vlakken een beetje te licht uitvalt. 77/100

Bruichladdich Black Art

Tijd voor een streepje marketing. En dan komen we toch wel uit bij Bruichladdich zeker… Alhoewel ze o.a. met hun recentste 10y (oké, Laddie Ten klinkt dan weer beter) de echte whiskyliefhebber hebben gecharmeerd, blijven ze langs de andere kant de markt ook overspoelen met allerlei whisky’s die één of andere speciale behandeling hebben gekregen (oké, gefinished zijn, maar bij Bruichladdich heet dat dan Additional Cask Enhancement) en die in de meest spectaculaire flessen aan de man worden gebracht. Vandaag de Black Art (tweede editie), gefinished in allerlei type vaten.

 

Bruichladdich 21y 1989 ‘Black Art edition 2.02’, 49.7%, OB 2010
De neus doet me aan rosé denken, maar dat kan ook aan de kleur liggen. Ik heb rood fruit zoals aardbeien, rode bessen maar vooral kersen. Daarnaast siroop, zoethout, toast en met wat goede wil ook balsamico. Maar vooral wijn-ige tonen. Ook de smaak is dat. Rood fruit, iets van porto, roze pompelmoes (die kleur speelt me echt wel parten), stroop, granen en eik. Het geheel wordt droger naar het einde. Deze whisky heeft een behoorlijk lange afdronk, waar het zoete opnieuw de bovenhand krijgt op het droge. Pfff, dit is ver van slecht maar ik word hier niet warm van. Te veel (zoete) wijn, te weinig whisky. 79/100

Bruichladdich 18y

Na de geweldige Laddie Ten, zet ik me aan een officiële Bruichladdich die iets hoger in pikorde staat, de 18y. Deze kost je een 75 euro.

 

Bruichladdich 18y, 46%, OB +/- 2011
Noten! Veel noten, dat is het eerste wat opvalt in deze neus. Okkernoten, cashewnoten en hazelnoten. Vanille, ook in grote hoeveelheden, en daarachter (maar dat is al wat meer zoeken) abrikozen, perziken, pruimen, wat gedroogd gras, kruiden en een beetje zilt. O wacht, ook een klein beetje rook, ver op de achtergrond, maar het komt toch even piepen. Zacht, romig op de tong met in eerste instantie dezelfde sensaties als in de geur, vanille en noten, gevolgd door perzik en abrikoos. Een beetje pompelmoes ook nog. Meer kruiden naar het einde en in de middellange, wat droge afdronk. Dit is geen slechte whisky, maar geef mij toch maar de nieuwe 10, pakken beter en maar de helft van de prijs. 77/100

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’

Vandaag een standaardbottelingen die links en rechts hoge ogen gooide, de Bruichladdich 10 of The Laddie Ten voor de vrienden. Het is een vatting van vooral bourbonvaten, maar ook enkele sherryvaten.

 

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’, 46%, OB 2011
Hola, dit is een wel zéér aangename neus. Aromatisch, met veel fruit. Fruit dat zich vermengt met zilt en zoete tonen (kandijsuiker en honing komen in me op). Qua fruit denk ik aan citroen, limoen en ananas. Wat gras ook (de vers-gemaaide variant), zoethout en een klein beetje rook. Maar dat alles erg expressief dus. De smaak is zacht, romig en fruitig: banaan, ananas, mandarijn. Licht tropisch zelfs. En ook hier gaat het fruit vergezeld van zilt. Zachte karamel en enkele kruiden vullen verder aan: kaneel, peper en gember. Mooi! Lange afdronk op fruit en kruiden. Ja, ik vind dit een indrukwekkende standaardbotteling, niet super-complex, maar voor een dikke 30 euro prijs/kwaliteit top me dunkt. 88/100

Fulldram Halloween tasting

Maandag hadden we met Fulldram een Halloween tasting in Tasttoe, Kampenhout, een tasting met als thema finishes. Finishes, altijd tricky natuurlijk. Kan meevallen, kan tegenvallen. En dat laatste valt wel wat vaker voor dan dat eerste, is zo mijn ervaring. Maar bon, het principe van Halloween is mensen eens goed te laten schrikken natuurlijk. Als aperitief dronken we een lekkere zesjaar oude rum, mijn summiere bevindingen van de zes whisky’s en het heerlijk toetje lees je hieronder.

 

Tyrconnell 10y Madeira cask finish, 46%, OB 2010
Vanille en zachte karamel op de neus, wat rozijnen en noten. Warme appelcompot, appelstrudel. Weinig complex, wel aangenaam om ruiken. Nogal licht op de tong, zonder al te veel diepgang. Maar ook hier niets mis mee. Zoet en licht drogend. 79/100
 
Glenmorangie ‘Lasanta’, 46%, OB 2007, Lasanta oloroso sherry extra matured
Deze whisky bespreek ik later. Ik heb immers de rest van de fles mee naar huis genomen. Niet omdat hij zo geweldig lekker is, maar omdat ik dit voor vijf euro (en toch nog 20cl in de fles) didactisch best wel interessant vond.
 
Ballechin 3rd release, port cask matured, 46%, OB 2008, 6000 bottles
Geturfde Edradour dus. Tja, hier waren de meningen stevig over verdeeld. Ik vind dit best lekkere whisky (reeds enige tijd geleden besproken), anderen vonden dit absoluut niet. Turf vermengd met zoete (marsepein) en fruitige (ananas o.a.) tonen. Meer rook en naast het zoete ook kruiden en wat rubber op de smaak. Goede rubber voor mij. Vrij lange afdronk op zoete turf. Bronze medaille op de Malt Maniac Awards 2009 trouwens.
 
Arran ‘Amarone finish’ NAS, 50%, OB 2011
Amarone is een Italiaanse rode wijn, afkomstig uit Veneto, de streek rond Venetië. Dit was een whisky die de meesten nogal koud liet. Niet bijzonder, maar ook niet slecht. Lichte, zoete neus met tonen van vanille, granen, rabarber en hooi. Met water meer fruit (peer ook). Ook de smaak is licht en zoet met honing en fruit en wat peper naar het einde. 77/100
 
Bruichladdich 16y 1992 The Sixteens – Cuvee E’, 46%, OB 2010 First Growth, Sauternes finish, 12000 bottles
De neus start granig en grassig, daarna komt er fruit door. Aardbeien en appels. Op de smaak meteen redelijk wat fruit, voor de rest eerder droog. Met water licht stoffig. De winnaar voor de groep, maar desalniettemin geen grootse whisky. 81/100
 
Auchentoshan 18y 1992/2011, 54%, Murray McDavid, Mission Gold, Chateau Climens finish, 254 bottles
Gerijpt op bourbonvat en gefinished op een vat Château Climens. Château Climens is een Sauternes Premier Grand Cru Classé. Ik kan me voorstellen dat dit geweldig lekkere wijn moet zijn, de whisky is dit absoluut niet. Een compleet mislukt huwelijk. Ofwel was het distillaat na rijping op bourbonvat al niet te drinken. Bitter, wat sulfer (meer sulfer met water), natte kranten… echt niet lekker. En met nul punten de afgetekende verliezer van de avond. 64/100
 
Laphroaig 20y 1991/2011, 53.3%, Liquid Sun, sherry hogshead, 279 bottles
Halvelings ter compensatie van het voorgaande (we wisten dat we hiermee een risico liepen) werd er als toetje geopteerd voor een zeer lekkere Laphroaig van Luiqid Sun, één van de labels van The Whisky Agency. Perfecte balans tussen turf, eilandassociaties (zilt, zeewier, jodium) en sherry. Dat laatste vertaalt zich in rood fruit, kruiden en barbecue (gerookt en geroosterd vlees). Lange, zoete, zilte en rokerige afdronk. Zeer mooi! 90/100
 
De ranking voor de groep (de Laphroaig buiten beschouwing gelaten) was:

  1. Bruichladdich Sauternes
  2. Tyrconnell Madeira
  3. Arran Amarone
  4. Ballechin Porto
  5. Glenmorangie Sherry
  6. Auchentoshan Château Climens

Bruichladdich Organic

De Bruichladdich ‘Organic’ is een 100% organische whisky. Dit wil zeggen dat de ingrediënten op bio-dynamische wijze geproduceerd werden én van Schotse oorsprong zijn. Het graan komt van vijf Schotse boerderijen. De whisky is gecertifieerd door de Bio Dynamic Agricultural Association. De naam die deze botteling meekreeg is Anns an t-seann doigh, ofte ‘zoals het vroeger was’.

 

Bruichladdich ‘Organic’ 2003/2009, 46%, OB, 15000 bottles
Maltige en granige neus. Bierbeslag, gist, ontbijtgranen. Wat gele appels erdoorheen, maar weinig andere elementen. Misschien een beetje aardbei op de achtergrond. Saai. Ook de smaak is vooral granig. Pils (goedkope pils), wort, wat florale toetsen, schil van sinaas… vrij bitter en niet echt lekker te noemen. Middellange, licht bittere afdronk op granen en kruiden. Een dag later een tweede keer proeven geeft een gelijkaardig oordeel, echt appreciëren kan ik deze whisky niet. 73/100

Bruichladdich 15y Samaroli ‘Mayflower ‘80’

Bon, tijd voor een klepper. En daar mag de heer Samaroli nog eens voor zorgen. Ik heb hier een stenen kruikje staan met daarin Bruichladdich die minstens vijftien jaar oud was toen hij in 1980 gebotteld werd, whisky van de eerste helft van de jaren zestig dus. Met kruiken is het altijd opletten geblazen, die zijn immers niet altijd even luchtdicht, maar bij deze blijkt er wat dat betreft geen enkel probleem te zijn.

 

Bruichladdich 15y ‘Mayflower ’80′, 43%, Samaroli 1980, ceramic decanter, 1000 bottles
O ja, dit zit snor. Dit zit meer dan snor. Heerlijke, subtiele, zoete sherryneus. High-end balsamico is het eerste waar ik aan denk, perensiroop ook, oxo, peterselie, oud leder, geboend leder, oude boeken… yep, we evolueren richting antiekshop. Wijlen mijn grootvader lurkend aan z’n pijp (het is dus die pijp eerder dan mijn grootvader an sich die ik hier wens te evoceren). Wat waxy tonen mag ik niet vergeten te vermelden, net als een lichte rokerigheid die het allemaal nog wat complexer en vooral lekkerder (nóg lekkerder) maakt. Genieten in overdrive. In de mond is hij zacht, vol en romig. Mooie, zijdezachte sherry (zoals ik het prefereer – watje, I know) met maar een klein beetje hout en kruiden, voor de rest blijft hij doorgaan op het subtiele zoete, stroperige. Donkere chocolade die je dipt in koffie en die dan verder smelt op je tong (kwijl kwijl), rozijnen op rum, pruimenkompot… De balsamico zit ook hier, net als het leder en de turf die zich ergens op de achtergrond blijft manifesteren. Smullen! Lange afdronk die het bittere en het zoete perfect in evenwicht weet te houden. Een zalig en uniek profiel. 93/100

Bruichladdich 17y, Moon import

De eerste sample vanop het Lindores Whisky Fest die ik kraak, is een oude (of wat had je gedacht) 17-jarige Bruichladdich, Moon import, geïmporteerd in Italië dus, ergens rond 1980. Begin jaren zestig distillaat inderdaad. Sample van Giovanni Guiliani.

 
Bruichladdich 17y, 43%, OB, Moon import, Italy +/- 1980, 75cl
De neus is erg clean, fris en olieachtig. Lijnzaadolie. Mineralen. Granen. Wat zilt ook, net als zeelucht en daarna fruit: peer, meloen, ananas… heel zachte assen. Ook de smaak is clean en olieachtig, op granen, suikerspin, mineralen (steentjes in je mond) en zilt. Gele appels. Een klein beetje turf. Middellange, zoet en zilte finish. Niet geweldig complex, maar zo’n fles is leeg voor je het beseft, kapt binnen als limonade (maar geef mij dan toch maar dit). 87/100

Bruichladdich 17y 1992, Sherry Edition 2

Bruichladdich 17y 1992/2009 ‘Sherry Edition 2 – Fino’, 46%, OB 2009, fino sherry finish, 6000 bottles – Islay
Na 15 jaar bourbonvat nog 2 jaar op sherry fino gerijpt. De neus is vrij droog en geeft lichte rook, meloen, amandelen, karamel, munt en gras. De smaak is zacht en boterig en geeft citrus, chocolade, tabak en kruiden. De afdronk is best lang, zacht en kruidig, noten doemen op. Gewoon lekkere whisky, maar ook niet meer dan dat. 80/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980′s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Twee Bruichladdichs, een lekkere nieuwe en een héél lekkere oude

Bruichladdich 1998 ‘Manzanilla’, 46%, OB, 2008, sherry wood, 6000 bottles – Islay – 80/100
Dit is een Bruichladdich op Manzanillavat gerijpt. Manzanilla is een lichte, droge sherry afkomstig van San Lucar de Barrameda, gelegen aan de Atlantische oceaan. Het heeft een kruidige en licht zilte smaak. Andere bekende sherry variëteiten zijn Fino, Oloroso, Pedro Ximénez en Amontillado. Eens zien wat de sherry met deze spirit heeft gedaan. Frisse neus met zilt, honing, veel citrus, maar ook abrikoos en appel. En de sherrykenmerken zoals koffie, hout en noten, maar die gaan nooit overheersen. Mooie balans. Zoete smaak, veel zoet fruit. Kokos. Karamel, vanille, beetje kruiden (een zeer herkenbaar kruid, maar kom er niet op). Vrij korte maar lekkere, licht rokerige en fruitige afdronk.
 
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, OB, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles – Islay – 90/100
Frisse neus met veel rijp, sappig fruit (peer, perzik, appel), granen en lichte rook. Stevige, zoet-zilte smaak met duidelijke sherry en weerom wit fruit. Peper & zout finish. Erg lekkere, fruitige oude Bruichladdich.

Een mélangeke

Hieronder enkele whisky’s die ik op diverse gelegenheden heb gedronken, en dus meestal maar van summiere notities heb kunnen voorzien.

 
Bunnahabhain XVIII, 43%, OB 2005 – Islay – 79/100
Fruitige neus, met wat hout. Ik smaakte fruit, beetje zoet en granen. Lichte bitterheid in smaak en afdronk. Lekker maar had hier toch iets meer van verwacht.
 
Auchentoshan Three Wood, 43%, OB 2008 – Lowland – 74/100
Neus is lekker maar smaak is me te wrang. Te droog, te veel hout. Two wood was genoeg geweest. Ook heel veel drop. Ben nooit z’n drop-fan geweest. 74 (voor de neus).
 
Glenturret 12y, 40%, OB 2003 – Highland – 73/100
Granige neus met zoet fruit. Gestoofd fruit. Honing. En een beetje kruiden. De granen ook in de smaak, van die muesli toestanden. Wit fruit en wat zilt. Korte, ziltige afdronk. Aangename whisky zonder meer. Vooral zonder meer.
 
Strathisla 8y ’70 proof’, Gordon & MacPhail, bottled mid 1970′s – Speyside – 75/100
Dit moet dus whisky van de tweede helft van de jaren 1960 zijn. Ter info, 70° proof is ongeveer 40%. Fruit, karamel, wat platte smaak. Te vroeg gebotteld? Te fel versneden?
 
Talisker 10y Cask Strength, 58.1%, OB 2006, only available at the distillery – Skye – 78/100
Niet gecommercialiseerd, gedronken tijdens ons Skye-reisje (november 2006) op de distilleerderij zelf. Viel wat tegen, miste de finesse van de versneden 10y. Maar moet wel zeggen dat ik geen water bij de hand had.
 
Bruichladdich 16y 1990/2007, 46%, Duncan Taylor NC², sherry Cask – Islay – 62/100
Neus van een witte wijn. Slap, zonder veel associaties. Wat bittere en droge smaak met ook hier weinig boeiends. Korte, wijnige finish.

Bruichladdich Full Strength head to head

Van de ‘Full Strength’ bestaan er twee versies, een 1989 gebotteld in 2003 en een 1994 gebotteld in 2005. De 1989 heb ik een tijdje geleden gedronken op restaurant, de 1994 staat hier in mijn kast.

 
Bruichladdich 1989 Full Strength, 57.1%, OB 2003 – Islay – 86/100
Heerlijk! Erg complex. Licht maltig, maar ook een beetje zilt, beetje turf en een lekkere, lange afdronk. Meer heb ik niet onthouden, maar voor mij na de Infinity de tot op heden beste Laddie.
 
Bruichladdich 1994 Full Strength, 56.5%, OB 2005 – Islay – 79/100
Minder dan de vorige editie. Maltig (graan, mout), vanille, appel. Niet bijster complex. Zoet ook, neigend naar bitter in de smaak. Kruidig op het einde.

Zilt

Eilandwhisky’s of whisky’s die dicht bij de zee rijpen – wat we dan ‘coastal’ whisky’s noemen – hebben meestal een zilt karakter. Dit komt omdat de whisky in het vat de zeelucht doorheen de poriën van het vat opneemt. Zeelucht bevat de typische zilt en jodium.

 
Bruichladdich 15y 1991/2007, 46%, Cadenhead – Islay – 72/100
Zee-associaties zonder de turf. Zilt en zeewier in de neus. Smaak is eerst zwakjes, maar na een tijdje komt ook hier ‘de zee’ door. Vrij veel zilt, maar blijft wel erg zacht. Behoorlijk gevaarlijke dram, zeer makkelijk drinkbaar.

Bruichladdich – vervolg

Hieronder nog drie Laddie’s, waaronder twee geturfde.
 
Bruichladdich 17y, 46%, OB 2006 – Islay – 69/100
De langere rijping heeft deze laddie geen goed gedaan. Vanille, noten, graan, mout. Mist punch.
 
Bruichladdich ‘Infinity’ (first edition), 55.5%, OB 2005 – Islay – 89/100
Botteling van Bruichladdich en Port Charlotte vaten, resulterend in een meer dan geslaagde balans tussen kracht, complexiteit en finesse; tussen ziltigheid, zoetheid en turf. De zachte, wat zoete turf zit vooral in de neus en de smaak. Het ziltige in de zalig lange afdronk. Een Bruichladdich die moeiteloos de vergelijking met z’n zuiderburen op Islay kan doorstaan. Aanrader! En een kooptip, want best betaalbaar. Als je ‘m nog vind ten minste.
 
Bruichladdich 3D ‘Moine Mhor’, 50%, OB 2005 – Islay – 78/100
Rokerig en behoorlijk veel turf, maar niet veel meer buiten wat vanille en granen. Niet uitgebalanceerd. Te heftig, mist complexiteit. Geef mij dan maar de Infinity.

Bruichladdich

Bruichladdich – Gaelic voor ‘heuvel aan de kust’ – is één van die distilleerderijen waarvan je niet onmiddellijk weet hoe het uit te spreken. Vooreerst moet je weten dat je bij Keltische namen eindigend op ‘ich’ nooit de ‘ch’ uitspreekt. Zo is het ‘Glenfíddie’ voor Glenfiddich. De ‘bruich’ wordt in het Engels ‘brook’, dus ‘Brook-Laddie’. Of gewoon ‘Laddie’, zoals Laphroaig ook wel eens ‘Laffie’ wordt genoemd.
Het is van de zeven actieve distilleerderijen op Islay de enige onafhankelijke.

Bruichladdich werd in 1881 gebouwd door de gebroeders Robert, William en John Gourlay Harvey op de oevers van Loch Indaal, op de weg naar Port Charlotte in het westen van Islay. Het kapitaal voor de nieuwe distilleerderij kwam uit het nalatenschap van hun vader, William Harvey, indertijd eigenaar van de Glasgowse distilleerderijen Dundashill en Yoker. In 1886 werd Bruichladdich Distillery Co geboren, voor 100% in handen van de Harvey familie.
Na de dood van Kenneth Harvey werd de productie op Bruichladdich van 1929 tot 1938 stilgelegd. Deze periode staat bekend omwille van de drooglegging (Prohibition), een tijd waarin vele distilleerders op de fles gingen. In 1938 werd de distilleerderij opgekocht door Associated Scottish Distillers Ltd, eigendom van het Amerikaanse National Distillers, die het in 1952 doorverkocht aan Ross & Coulter. Ross & Couler werd in 1960 eigendom van A.B. Grant. Net zoals bij andere distilleerderijen op Islay werden de moutvloeren in 1961 gesloten, aangezien Port Ellen met z’n enorme moutvloeren gans het eiland van gemoute gerst voorzag.
In 1968 nam Invergordon Distillers de distilleerderij over. Invergordon ging vanaf 1993 zelf deeluitmaken van Whyte & MacKay, op zijn beurt onderdeel van het Amerikaanse Fortune Brands. Fortune Brands sloot Bruichladdich in 1994. Het bleef gesloten tot in december 2000 Murray McDavid, een bekende Schotse onafhankelijke bottelaar, de distilleerderij kocht en verbouwde. Murray Mcdavid is ook vandaag nog voor 100% eigenaar.

Bij het renoveren van de distilleerderij werd er op toegezien dat de originele infrastructuur zoveel mogelijk werd bewaard, eerder dan het te vervangen door nieuwe apparatuur. Oude machines werden weggehaald en door locale ambachtslui volledig gerestaureerd. Zo is er in heel de distilleerderij geen enkele computer werkzaam. Eigenlijk kan je Bruichladdich beschouwen als een actief distilleerderijmuseum.
Jim McEwan, die eerder Bowmore leidde, werd ingehuurd als Distillery Manager. Hij werd niet minder dan drie maal uitgeroepen tot Distiller of the Year.
Bruichladdich heeft twee wash stills en twee spririt stills, vult z’n vaten op 70% alcohol, wat iets hoger is dan gewoonlijk en heeft sedert 2003 ook haar eigen Bottling Hall, waarmee het de enige distilleerderij op Islay is die z’n whisky ter plekke distilleert, rijpt én bottelt. Alle Laddie’s worden ‘unchillfiltered’ en ‘uncoloured’ (geen caramel toegevoegd) gebotteld, indien op drinksterkte is dit 46%. De volledige productie van Bruichladdich wordt gebruikt voor hun single malt whisky, niets gaat er naar blenders.
Eind 2006 kon het nieuwe management haar eerste botteling op de markt brengen die volledig onder haar beheer gedistilleerd, gerijpt en gebotteld was, de Port Charlotte Evolution 5y, een verwijzing naar de vroegere distilleerderij in Port Charlotte.

Enkele jaren geleden werd Bruichladdich onderwerp van een onderzoek van het Amerikaanse Defence Threat Reduction Agency (DTRA), toen bleek dat met het distillatiemateriaal chemische wapens konden worden gemaakt en het webcam systeem – op het distillatieproces te monitoren – werd gekraakt.

Sedert 2002 stookt Bruichladdich whisky onder drie verschillende labels:

  • Bruichladdich zelf, een overwegend niet tot licht geturfde malt (op enkele uitzonderingen zoals de 3D en de schitterende Infinity na).
  • Port Charlotte, een geturfde malt, op 40 PPM.
  • Octomore, s’ werelds zwaarst geturfde malt, op liefst 80,5 PPM. Nog niet geproefd, maar volgens mij kan je evengoed vloeibare asfalt drinken.

 
Lynne Mc Ewan, dochter van Jim, kwam enige tijd geleden een aantal recente bottelingen voorstellen in Tasttoe. Vandaag en morgen lees je wat ik er van vond. Van de bottelingen welteverstaan.
 
Celtic Nations, 46%, OB 2006, 7200 bottles – 75/100
Dit is een blend van Bruichladdich 1999 en Ierse geturfde whiskey, ik dacht van Cooley (Connemara). Turf indeed, in neus en smaak. Voor z’n 46% redelijk alcoholische neus, waarschijnlijk door de jonge leeftijd. Wat zoet ook. En duidelijke citrus. De smaak is dan eerder fruitig. Wit fruit. Appel en peer. Weinig complex, te jong. Afdronk op turf en granen.
 
Bruichladdich 12y, 46%, OB 2006 – Islay – 72/100
Beetje een tegenvaller. Redelijk fruitig (neus) en maltig (smaak van graan, mout), maar niks bijzonder. Minder door z’n voorganger, de 10y.
 
Bruichladdich Links V ‘Liverpool’ 14y, 46%, OB 2006 – Islay – 80/100
Fruitig en zoet. Perzik, honing, beetje vanille. Licht geturft. Mooi in balans. Lekkere whisky.
 

Enkele klassiekers – de letter B

En vandaag diepen we proefnotities van enkele klassiekers met de letter B op.

The Balvenie 12y ‘Double Wood’, 40%, OB 2001 – Speyside – 81/100
Sherry, zoetig (marsepein?) en licht maltig. Fruit ook. Ben geen Speyside fan, maar deze is een aanrader! Stevige, mooi gebalanseerde malt met een lange, kruidige afdronk.
 
Bowmore 12y, 40%, OB 1999 – Islay – 62/100
Rook, beetje zilt, bloemen en… zeep. Lavendelzeep. Zowel in de neus, de smaak als in de afdronk. Zonder die zeepsmaak zou dit best een lekkere whisky zijn, want heel wat aangename elementen, alle mooi de das om gedaan door de zeep. Wat heeft men op Bowmore in de jaren 80 toch z’n best gedaan z’n whisky te verkrachten!
 
Bruichladdich 10y, 46%, OB 2005 – Islay – 79/100
Licht geturfd. Beetje ziltig. Beter dan de 12y, complexer en meer body. Wat zoet (honing). Lekkere afdronk.
 
Bunnahabhain 12y, 40%, OB 2006 – Islay – 71/100
Een buitenbeentje onder de Islay’s. Hoegenaamd geen turf. Licht rokerig in de neus & afdronk. Neus wat peperig ook. Smaak maltig, bourbon, wat bitter. Haalt de 70 punten, maar met de hakken over de sloot.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 36 other followers