Spring naar inhoud

Posts from the ‘Benriach’ Category

Benriach 32y 1979 for Asta Morris

En Bert Bruyneel weet maar van geen ophouden, na een 1975, een 1977 en een 1978 brengt hij nu een Benriach 1979 op de markt. Binnenkort kan hij aan de jaren tachtig beginnen. Ook deze is een officiële botteling voor Asta Morris.

 

Benriach 32y 1979/2012, 47.3%, OB for Asta Morris, cask 8507, 192 bottles
Romige neus met veel fruit (roze pompelmoes, mandarijn, lychee en meloen), heide, en hooi. Gaat verder op vanille, melkchocolade, noten (marsepein) en zachte eik. En daaronder een klein beetje zachte bijenwas en dito turfrook. Mooie gelaagdheid, en een neus om te genieten. De smaak is vol en rond, en ligt in het verlengde van de neus. Hetzelfde fruit (meloen, lychee, pompelmoes), de heide, de vanille, de noten en de zachte eik op de achtergrond. Hier wel aangevuld met kruiden. Zowel gember als allerlei kruidenthees. Gesuikerde kamillethee bijvoorbeeld. Best lange afdronk, fruitig op bitterzoete tonen. Erg lekkere Benriach die qua profiel weer anders is dan de andere. De 1978 is zoeter en op de neus nóg wat expressiever (maar minder complex), de 1977 is wat frisser en voor mij ook (nog) gelaagder dan zowel de 1978 als deze 1979. Ik heb een lichte voorkeur voor de 1977 (de sublieme 1975 laten we dan even buiten beschouwing), maar dat neemt niet weg dat dit weer een uitzonderlijk vat is waar Bert z’n handen op heeft weten te leggen. 92/100

Benriach 16y Sauternes finish

Deze Benriach nam ik mee vanop een Fulldram tasting in Leuven, die in het teken stond van wijn-finishes. Er zat wat rommel bij, maar ook enkele die er mee door konden. Deze was voor mij de beste van de line-up. Na 15 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, heeft deze whisky nog een jaar op Chateau D’Yquem vaten gelegen.

 

Benriach 16y Sauternes finish, 46%, OB 2011, 1650 bottles
Zoete neus op granen, honing, rozijnen, marsepein, ananas en meloen. Licht, romig, boterig op de tong en ook hier zoet. Vanille, honing en meloen. Wat eik en kruiden naar het einde toe, en in de middellange, zachte afdronk. Niet complex, wel lekker. Een geslaagd huwelijk in dit geval. 83/100

Benriach 34y 1977 for Asta Morris

We hadden al een Benriach 1978 voor Asta Morris (die niet slecht was) en een Benriach 1975 voor Asta Morris (die er ook mee door kon). Bert Bruyneel vond dit niet genoeg, hij botste immers op een vat 1977 dat hij echt niet kon laten liggen. Integendeel, het ligt vanaf deze week in de handel. En heden zit het ook in mijn glas.
In tegenstelling tot de twee voorgangers is dit geen sherryvat, maar een refill bourbon. Ik proef ‘m naast de 1975 en 1978.

 

Benriach 34y 1977/2011, 45.7%, OB for Asta Morris, refill bourbon #9119, 175 bottles
Deze is qua neus alvast subtieler dan de 1978. Gelaagder, complexer ook. Net als de 1978 is hij zoet en fruitig, op sappige appels en peren, maar ook mandarijn en banaan. Vanille eerder dan de stroop. Zachte melkchocolade. Daarna komt er iets licht grassigs en kruidigs bij: heide, hooi, kaneel en tijm. Zeer mooie onderliggende eik. Romig en stevig mondgevoel, licht prikkelend op wit fruit, pompelmoes en mandarijn. Honing, gedroogd gras, marsepein, zachte eik en kruiden. Iets van Mandarin Napoleon. Prachtig. Zeer boeiende whisky, elegant en complex. Vrij lange, verwarmende afdronk. Op de neus verschillend van de 1978 (qua profiel eerder richting de 1975) maar zeker even mooi, op de smaak gaat deze voor mij over de 1978, en dus een puntje meer. Ja ja, Bert weet wat lekker is. En deze is veel meer dan lekker. 93/100

Benriach 20y 1991, Malts of Scotland

Een gunstige wind bracht samples van de nieuwe batch Malts of Scotland ten huize Onversneden. Het betreft weer een erg gevarieerde reeks, zowel qua regio, leeftijd als type vat. Beginnen doen we met een Benriach 1991 op bourbonvat.

 

Benriach 20y 1991/2011, 51.6%, Malts of Scotland, bourbon barrel #32283, 251 bottles
Frisse, grassige neus met een licht mineralige toets. Vers gemaaid gras, afgereden toen het nog wat nat was (ja, probeer deze zomer maar eens je gras af te rijden als het volledig droog is). Honing, kruisbessen, frambozen, abrikozen, boter en wat munt. Hooi (het gras raakt stilaan droog), heide en op de achtergrond zelfs heel lichte rook. Heide en lichte rook, een combinatie die je wel vaker tegenkomt. Erg genietbaar. Stevig, romig mondgevoel. Fruitige smaak (mandarijn, limoen), met ook hier de honing en het grassige. Die heide opnieuw. Meer eik, licht drogend. Gember. Middellange afdronk op citrusfruit en kruiden. Ik vind dit verrassend lekkere whisky, zeker op de neus. 87/100

The Asta Morris sessions: Benriach 1978

Ik besluit de Asta Morris sessions with, euh, met de Benriach 1978 die al enkele maanden geleden op de markt kwam, tegelijkertijd met de 1975. Ik proefde deze whisky dus naast de twee nieuwe bottelingen én naast de 1975.

 

Benriach 32y 1978/2011, 48%, OB for Asta Morris, sherry hogshead #7037, 79 bottles
Directe, erg aromatische en expressieve neus. Smeuïg zoet en fruitig. Appel- en perensiroop, zoete ananas, dito sinaas, pruimencompot, rozijnen, evoluerend richting high-end rum en zelfs iets van oude porto. Zo goed als geen eik of kruiden, noch noten of andere eerder bittere associaties. De geur evolueert niet echt en is ook niet super complex (oké, de 1975 is wat dat betreft niet de meest ideale sparring partner), maar dat is natuurlijk allemaal niet nodig als het er meteen boenk op is. Puur genieten! Ook de smaak is vol, romig en zoet. Kandijsuiker. Het fruit is hier eerder citrus (sinaas), naast de rozijnen. Hier wel wat eik, licht en aangenaam bitter. Ook de smaak is niet complex te noemen maar blijft lekker, alhoewel hij niet helemaal het niveau van de neus haalt. Lange, volle afdronk. Puur op de neus was het 93 geweest. 92/100
 
Benriach 1978 is over het algemeen niet zo uitzonderlijk lekker, deze is dat wel. Dit zou dus wel eens de beste Benriach 1978 ooit kunnen zijn. Dat er een betere 1975 dan de Asta Morris zou bestaan, of nog zou verschijnen, lijkt me vrij onwaarschijnlijk. Wat wil zeggen dat de heer Bruyneel wel eens de beste 1975 én de beste 1978 gebotteld zou hebben. Sterk!

Benriach 10y ‘Curiositas’ revisited

De Curiositas proefde ik reeds in 2008 en vond die toen best aangenaam om drinken, lekker zonder meer. Vandaag keer ik er naar terug met de recentste versie. Kost geen 40 euro.

 

Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB 2010, Peated
Lekkere, ietwat farmy turf op de neus, vergezeld van vanille, wat fruit (ananas, rode bessen en rijpe kruisbessen) en na enige tijd ook vegetale toetsen. Op de smaak lichte assen (niks storends), een beetje rubber en opnieuw het vegetale (hier meer naar het kruidige). En de vanille. Eerder lange afdronk op vanille en turfrook. Wat simpel misschien maar wel lekker, en voor mij een trapje hoger dan de 2008 batch. 84/100

Benriach 12y

De Weedram Masters werd dus afgesloten met de Benriach 1975 voor Asta Morris, een in mijn ogen sublieme whisky. Deze werd voorafgegaan door de standaard 12y. Van deze laatste had ik nog een sample staan, de gelegenheid deze te ledigen.

 

Benriach 12y, 43%, OB 2011
De neus is fris, zoet en floraal. Honing, vanille, bloemen. Wat fruit erdoorheen. Rijpe sinaas. Iets etherisch ook. Nagellakverwijderaar? Noten. Rond en boterig mondgevoel. Vanille, een beetje eik, fruit en hier meer kruiden. Nootmuskaat, kaneel. Toast. Middellange afdronk op vanille en kruiden. Niet echt complexe maar vlot drinkbare Benriach aan een scherpe prijs (een 30 euro). 78/100

Benriach 35y 1975, Asta Morris

De voorlaatste feest-dram was een cultwhisky, de laatste is een cultwhisky in wording, neem dat van mij aan. We besluiten het ‘1000’ feest met een nagelnieuwe Benriach 1975 voor het bijna even nieuwe Asta Morris label. Ik proefde deze whisky reeds meerdere malen: afzonderlijk, naast een ook erg lekkere 1978 voor Asta Morris, naast andere Benriachs 1975, naast de legendarische 1976 (cask 3557) voor La Maison du Whisky, gisteren in een moord-line-up op de Weedram Masters – waarover later meer… en telkenmale doorstond hij de test. Met brio. Vanaf heden te koop bij menig whiskyhandel voor een 250 euro.

 

Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bts.
De neus start op een sublieme fruitigheid, zowel tuinfruit – ik denk hier aan appels en kruisbessen – als tropisch fruit: passievrucht, mango en ananas, en ook roze pompelmoes, met een beetje kristalsuiker. Succulent! Hij gaat verder op honing, heide, rozenbottel, hooi en eik. Zachte eik die het al schitterende geheel nog extra karakter, extra punch geeft. Proeven. De whisky blijft niet braaf op de tong liggen, maar verkent meteen alle hoeken van de mond. Hij is krachtig, romig en meteen full-blown tropisch. Meloen vooral, papaya en ook wat passievrucht. De roze pompelmoes hebben we opnieuw. Net als de zachte eik van de neus, kandij en een subtiele kruidigheid. Big! Lange, heerlijke afdronk waar het tropisch fruit van geen wijken wil weten. Indrukwekkend. Echt indrukwekkend. 95/100
 
Petje af Bert!

Benriach 12y 1996, Duncan Taylor for Whisky Doris

Een deel van de Benriach 1996 die ik vandaag proef, werd door Duncan Taylor op vatsterkte gebotteld (198 flessen), een ander deel werd versneden tot 46%. Beide zijn bottelingen voor Whisky Doris. Ik proef de versneden versie.

 

Benriach 12y 1996/2008, 46%, Duncan Taylor NC2 for Whisky-Doris, refill bourbon, cask 45757, 120 bts.
De neus start zoet en erg granig. Karamel, granen, hooi. Wordt hoe langer hoe grassiger. Belegen hout ook, nat hout en natte bladeren. Mos. Daarna fruit. Appels. Licht waxy. Bloemen. Grassige en kruidige smaak, nogal droog en bitter, met wat zilt erdoorheen. En citrus fruit. Sinaas. De schil ervan ook. De afdronk is redelijk lang en kruidig. Foutloos maar weinig boeiend. 80/100

Benriach 34y 1975 for The Whisky Agency

Ah, oude Benriach… smeuïge, zoete fruitigheid! Een profiel dat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Er zijn hier al een handvol 1976’ers en 1968′ers de revue gepasseerd, vandaag een 1975 voor The Whisky Agency. We weten dat Carsten z’n bottelingen wel weet te kiezen, dit kan alleen maar genieten worden…

 

Benriach 34y 1975/2010, 50.6%, OB for The Whisky Agency, cask 3061, bourbon hogshead, 348 bts.
Zoals te verwachten heb ik meteen veel fruit op de neus. Tropisch fruit à la meloen, passievrucht, ananas en ook mandarijn en roze pompelmoes. Wat honing zorgt voor een zoete toets, gember en peper voor een kruidige. Op de achtergrond een klein beetje turf, niet zoveel als in de 1976 for the Nectar maar wel aanwezig, wat ik bij andere 1976’s niet had. Die neus is om van te smullen, zonder erg complex te zijn. Ook de smaak is dat niet. Hij is romig, zoet en fruitig. De lichte rokerigheid is hier zo goed als verdwenen. Het tropisch fruit, de citrus, de honing en de lichte kruidigheid zijn wel nog aanwezig. Lange afdronk, perfect in het verlengde van de smaak, op dezelfde associaties. Héérlijk! 91/100

Benriach 24y 1985, Signatory

Benriach werd gebouwd in 1898, maar heeft niet lang kunnen genieten van een actief bestaan. Eigenaar John Duff, die ook Longmorn bezat, diende twee jaar later om financiële redenen beide distilleerderijen van de hand te doen. De nieuwe eigenaar besloot daarop één van de twee te sluiten, Benriach dus. Het bleef echter actief als malting plant, maar pas in 1965 werd de productie opnieuw opgestart.


Benriach 24y 1985/2009, 50.6%, Signatory bottled for Vinothek St. Stephan, cask 5500, 218 bottles
Zoete, florale neus met een heerlijke waxy draai. Ik heb hooi, gedroogde bloemen, veel bijenwas en daarna fruit. Zoet fruit. Ananas in blik (op siroop), pruimentaart, perensap. Harde fruitsnoepjes. Erg lekker. Rijke, romige smaak op citrus (mandarijn, limoen), cake en kandijsuiker. Hout en kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Terugkerende citrus (sinaas hier). Zeer geslaagde botteling. Eens te meer bedankt Serge. 88/100

Twee 16-jarige Benriachs head to head

De Benriach 1993 voor Pin’Art heb ik onlangs op een Fulldram-event geproefd en goed bevonden. Nu blijkt dat ik daar een sample van heb staan, de ideale gelegenheid dus om hem eens in al rust te proeven. En laat ik er meteen de officiële 16y naast zetten.

 
Benriach 16y, 43%, OB 2010
De neus is fris en fruitig, de smaak droog en fruitig (maar wordt hoe langer hoe kruidiger). Qua geuren denk ik aan honing, pompelmoes, onrijpe banaan, kruisbessen, sultanas (veel fruit zoals ik al aanhaalde), bloemen en… papier. Warm papier, net uit de copier gerold. Qua smaken noteer ik deze van vanille, banaan, kamillethee, redelijk wat hout, kruiden en hars. Het geheel droogt een beetje uit, het hout en de kruiden beginnen het fruit wat te verdrijven. Droge, middellange finish. Deze whisky begon mooi maar op de smaak wordt ie met de tijd een ietsje te droog. Al bij al toch een lekkere whisky. 82/100
 
Benriach 16y 1993, 55.6%, OB for Pin’Art, 2009, cask 2587, 295 bttls
Deze Benriach is gefinished op Sauternevat. Aangename zoete neus op karamel (fudge eerder), stroopwafels, rozijnen, perzikken en pruimentaart. Een lichte kruidigheid erdoorheen. Mooie balans. Ook op de smaak zijn de zoete en fruitige tonen mooi verweven met de kruiden. Deze 1993 is een vatsterkte, wat het geheel natuurlijk ook wat meer ‘oomph’ geeft. Op de afdronk nemen de kruiden het heft in handen. Knappe Benriach en beter dan standaardbotteling. 86/100

Benriach 30y 1976 for The Nectar

Bon, naast de Birnie Moss wordt er bij Benriach gelukkig ook heel wat anders gebotteld. Laat ik mijn tasting notes van de 1976 voor The Nectar eens publiceren zie. Pas op, in tegenstelling tot andere besproken 1976’ers, is deze geturfd. Ja dat was de Birnie Moss ook, maar daar houdt elke vergelijking op.

 
Benriach 30y 1976/2007, 52%, OB for The Nectar, cask 8080, 151 bottles
Hogshead vat. Zalige complexe neus met subtiele rook- en turfaroma’s. De lichte turf vermengd zich mooi met het fruit (perzik, appel, kokos), het hout, de vanille, de honing en de noten. Prachtig! Dezelfde schitterende combinatie krijg je op de tong. Zachte turf in een heerlijk samenspel met een beetje hout (op de achtergrond), kruiden (peper, kruidnagel) en fruit. Wat dat laatste betreft, denk ik vooral aan peer, pompelmoes en kruisbessen. Ananas? Lange, ietwat zoete afdronk op peper en een hint van rook. Anders dan andere Benriachs 1976 dus (de turf), maar oh zo lekker. 92/100

Benriach Birnie Moss ‘Intensly Peated’

Benriach Birnie Moss ‘Intensly Peated’, 48%, OB 2008 – Speyside
Dit is een erg jonge geturfde Benriach, gebotteld op 3, 4 jarige leeftijd. En dat is er aan te merken. Veel ‘new spirit’. De alcohol en het graan overheersen, de turf is te scherp, de prijs spijtig genoeg niet (40 euro). Op de tong nog wat zoets en zilts maar al bij al mist dit balans, mocht gerust nog enkele jaren verder rijpen. Meer dan een marketingvehikel is dit niet. 69/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980′s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.

Back to basics

De zomer loopt op z’n laatste benen, het vakantiegevoel is al lang uit de kleren, Johnny Cash is nog altijd dood… maar, een nieuw whiskyseizoen dient zich aan! Gewoontegetrouw steken we met onze club Fulldram van wal met een tasting die ons weer met beide voeten op de grond brengt. Zeker na de supertasting op het einde van vorig seizoen, is zo’n ‘back to basics’ tasting niet geheel zinloos. Een mens z’n standaarden moeten af en toe opnieuw eens geijkt worden nietwaar? Vandaag en morgen lees je wat we zoal (blind) proefden aan standaardbottelingen. Beginnen deden we met de White Horse 12y blend, waarna het officiële programma werd aangevat met de Benriach Curiositas, gevolgd door de Amrut NAS.

 
White Horse 12y, 40%, OB 2008 – 68/100
White Horse is een legendarische blend die vooral in het verleden hoge ogen gooide. Als ik het etiket goed gelezen heb, bevat hij vandaag de dag whisky van Craigellachie, Lagavulin en Glen Elgin. De neus vond ik best aangenaam. Hij had iets geroosterd, met verbrande karamel, hout, kruiden en rook. Ook de smaak gaf hout, maar was me wat te wrang waardoor ie uit de categorie van de zeventigers tuimelt. Al bij al geen slechte blend.
 
Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB, peated – Speyside – 80/100
Aangename zoete neus met vanille, turf (geen rook), iets floraals en fruitigs. Peren op wijnazijn. Op wijnazijn? Ja, toch wel, deed me aan m’n grootmoeder denken. Ik had ook lichte zilt in de neus, wat dan op een coastal whisky kon wijzen. Maar de aarde moet nog stevig opwarmen wil Benriach ooit coastal worden. Daar zat ik dus… euh, niet helemaal juist. In de smaak toont deze Curiositas zich erg drinkbaar. Licht zoet, beetje hout, kruiden en zachte turf. Mooie balans. Geen al te lange finish op lichte, zoete turf.
 
Amrut NAS, 46%, OB 2008 – India – 77/100
Deze had een wat ambigue neus (nu ja, dat kon van Cleopatra ook gezegd worden). Enerzijds had ik fruit, veel fruit. Zacht, zoet, gekookt fruit (het bereiden van confituur). Maar ik kreeg ook lijm, en ik was niet de enige. Beetje hout en vanille. De smaak is stevig, mondvullend en wat droog. Hout, drop, zoethout (kalisse), kruiden. Beetje fruit ook. Bitter-zoete afdronk met (te) veel hout. OK, maar de Amrut van Blackadder op 46% vind ik een pak beter.

Benriach 1976 clash

Onder het motto ‘Wat Bert B. kan, kan ik ook!’ zet ik vandaag – eveneens blind gedronken trouwens – drie 1976 Benriachs naast elkaar, meer bepaald de beide vaten voor The Whisky Fair, 3550 en 3558 op respectievelijk 46.2% en 47.4%, uitgedaagd door de lichtjes geweldige Benriach 30y 1976/2006 for LMDW, vat 3557, waarvan ik in extremisch nog een sampel kon bemachtigen.
1976 is een legendarisch jaar voor Benriach, echt straf wat ze daar dat jaar uit hun stills hebben geschud. En al even straf dat dat de jaren ervoor en erna minder lukte, alhoewel er ook daar soms nog erg lekker spul tussen zit, maar toch merkelijk minder.

 
Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 – Speyside – 93/100
Whohoow, wat een zalige frisse, fruitige neus! De heerlijkste fruitsla met meloen, perzik, passievrucht, mango. Tropical! Honing ook en een heel lichte kruidigheid. Klein beetje hout. Een even grote fruitigheid in de smaak (citrus en tropisch fruit) en ook hier een klein beetje hout. Peper naar het einde. Zachte, zéér fruitige finish.
Heerlijke whisky en qua fruitigheid in de lijn van de St. Magdalene’s van midden jaren zestig.
 
Benriach 33y 1976/2009, 47.4%, OB for The Whisky Fair, cask 3558 – Speyside – 92/100
Ha, dit is anders. Ook veel fruit, maar verweven met hout en kruiden. Meer houtinvloed dan de vorige dus. Het fruit in de neus is ook ‘Europeser’. Sappige peer, perzik. Wat zoeter ook. Honing en vanille. In de smaak merk je nog duidelijker het hout. De prominente fruitigheid gaat over in een lichte bitterheid. Rozebottel ook. Lange, fruitige en licht drogende finish.
Deze is wat scherper dan de eerste. Hier zorgen het hout en de bijhorende kruiden voor. Dit maakt het geheel misschien wat complexer, maar daarom nog niet beter dan de pure fruitigheid van de eerste. Het zijn twee verschillende whisky’s, maar verdomd moeilijk uit te maken welke ik nu best vind. Lichte – heel lichte – voorkeur voor de vorige.
 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Hoho, dit is weer anders. Ook dit is een fruitbom, met hier citrus (de pompelmoes nietwaar), ananas, mango, passievrucht,… honing en vanille. Beetje hout ook. Tot hier een mooie synthese van beide voorgangers, maar deze gaat verder. Floraal (rozen in volle bloei), iets geroosterd. Gewoonweg subliem! De smaak van hetzelfde laken een broek. Het fruit (pompelmoes), het zoets, een heerlijke kruidigheid, eindigend in een schitterende bitterheid (de pompelmoes!). Lange en – hoeft het gezegd? – superfruitige afdronk.
Oh ja, deze gaat toch nog vlot boven z’n zustervaten. Het bleek vat 3557 te zijn, wat me niet echt verwonderde. Deze heb ik in het verleden al eens besproken. Blijft voor mij van het beste ‘fruit’ dat ik al gedronken heb.
 
Heb de 3550 en de 3558 maar meteen ook in 70 cl vorm aangeschaft, kwestie van me achteraf niet voor het hoofd te moeten stoten zoals met de 3557 die ik grandioos gemist heb.

Een troep Speysiders

Tamnavulin 30y 1977/2007, 50%, DL OMC, cask 3947, 210 bottles – Speyside – 83/100
Lekkere oude Tamnavulin, gedronken op Spirits in the Sky 2008. Erg fruitig, maar smaak is redelijk snel weg.
 
Benriach 23y 1981/2004, 43%, G&M Connoisseurs Choice, refill sherry – Speyside – 78/100
Lekker fruit in de neus. Weliswaar niet zo lekker en veel als we in de jaren zeventig Benriachs aantreffen, maar toch. Vanille. Botermelk. Noten. Lichte rook. In de smaak hebben we bloemen, infusiethee (niet onmiddelijk een idee welke), kiwi en lichte turf. Sloeberwhisky. Eerder korte, tegenvallende finish. Spijtig van het einde, zo mist ie de kaap van de 80 punten.
 
Imperial 1991/2003, 59.1%, G&M Reserve, cask 8687 – Speyside – 77/100
Neus met veel graan, beetje citrus en wat karamel. Frisse maltige smaak met ook hier weer citrus en kruiden. Middellange finish met behoorlijk wat peper.
 
Mortlach 11y 1996, 57.5%, Dun Bheagan, cask 6131 – Speyside – 69/100
Officiële festivalbotteling Whisky Festival Gent 2007. Beetje een tegenvaller. Zoete, fruitige neus en smaak. Smaak ook licht kruidig, maar wat te scherp (bitter). Niet echt in balans.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 36 other followers