Feed on
Berichten
Reacties

Zoet

Als we spreken over zoet in whisky hebben we het meestal over vanille, honing of karamel. Vanille treffen we vaak aan in whisky, vooral in de neus. Als je indruk wil maken op je toehoorders maar niet echt iets uit de neus kan halen, zeg dan “vanille!”, daar doe je niet veel verkeerds mee. Tenminste, als het een bourbonvat betreft. Is de whisky een botteling uit een sherryvat, dan ben je veiliger met een “duidelijk karamel!”.

Bourbonvaten worden vervaardigd uit Amerikaans eik, sherryvaten uit Europese eik. Beide houttypes geven een ander aroma af. Een bourbonvat geeft zoete vanille, een sherryvat bitterzoete caramel.

Het was trouwens de Schotse zuinigheid die er voor zorgde dat geen nieuwe maar tweedehandse vaten gebruikt werden voor het rijpen van whisky. En aangezien de Amerikaanse overheid het niet toestaat om eiken houten vaten meer dan één keer te gebruiken om bourbon whiskey in te rijpen, krijgen de vaten daardoor een tweede bestemming en rijpt de meeste Schotse whisky op Amerikaanse Bourbon vaten.

 
Tyrconnell 10y Port Cask finished, 46%, OB 2006 - Ireland - 65/100
Whooo, wat een zoete neus! Ok, Ierse Whiskies zijn zoet, maar dit is overdrive. Vanille en honing. Na een tijdje komt er wat fruit (appel) door en wordt ie een beetje aangenamer. Smaak is kruidig en zoet. Kandij. Cake. Redelijke lange, weerom zoete afdronk. De porto heeft duidelijk z’n werk gedaan. Kapt makkelijk binnen, maar echt lekker vind ik ‘m niet.

Zilt

Eilandwhisky’s of whisky’s die dicht bij de zee rijpen - wat we dan ‘coastal’ whisky’s noemen - hebben meestal een zilt karakter. Dit komt omdat de whisky in het vat de zeelucht doorheen de poriën van het vat opneemt. Zeelucht bevat de typische zilt en jodium.

 
Bruichladdich 15y 1991/2007, 46%, Cadenhead - Islay - 72/100
Zee-associaties zonder de turf. Zilt en zeewier in de neus. Smaak is eerst zwakjes, maar na een tijdje komt ook hier ‘de zee’ door. Vrij veel zilt, maar blijft wel erg zacht. Behoorlijk gevaarlijke dram, zeer makkelijk drinkbaar.

Was

Wie was zegt, zegt Clynelish en Brora. Beide whisky’s hebben vaak (niet altijd) een ‘waxy’ karakter, vooral in de neus. Met waxy bedoel ik aroma’s van boenwas, schoensmeer, kaarsvet… Beide distilleerderijen hebben - hoeft het nog gezegd - schitterende whisky’s gestookt.

 
Clynelish 13y 1994/2007, 46%, Duncan Taylor NC² - Highland - 78/100
Summiere notities, geproefd bij Tasttoe. Lekkere neus, erg typisch Clynelish (waxy dus). Maar spijtig genoeg wat tegenvallende smaak, beetje kruiden, beetje zoet. Weinig uitgesproken. Toch maar een andere fles gekocht (de Springbank 13y 1993/2007 SMoS).

Back in business

Uitgewaaid nemen we de draad weer op en de whisky ter hand. Tijdens m’n verlof amper één whisky gedronken, de Dalmore 12 jaar. Deze week m’n schade inhalen zie…
 
Dalmore 12y, 40%, OB 2007 - Highland - 74/100
Mooie fles, inhoud iets minder. Een whisky waarbij de smaak beter is dan de neus. Vaak is het omgekeerd. Neus heeft in ieder geval wat tijd nodig, eerst is ie vrij plat, daarna komen zachte, zoete tonen door. Hout ook (sherry), granen en kruiden. Smaak is redelijk krachtig, zeker voor z’n alcoholpercentage. Ook hier hout en zoet. Honing. Fruit ook. Abrikoos. Droge, zoete afdronk.

Gesloten

Onversneden sluit z’n deuren voor een week of twee en gaat in de Languedoc een beetje uitwaaien. Ik stel voor dat we - ik bedoel ik - daar éne op drinken. Iets deftig.
 
Glengoyne 19y 1986/2005 Ewan’s Choice, 51.5%, sherry puncheon cask 441, 600 bottles - Highland - 90/100
Whoeha, zware sherryneus. Wat zoet ook. Karamel. Sinaas. Bittere chocolade. Houtskool. Boter? En dan iets waar ik lang op heb moeten zoeken, maar ineens wist ik het: rum-rozijnen! Geweldig… Complex, maar alles prachtig in balans. En hetzelfde geldt voor de smaak. Beetje vettig en ook hier die lekkere sherry, de bittere chocolade, de karamel… en gebakken banaan ook. Man, dit is lekker! Heerlijk lange en zachte finish op bittere chocolade. Grootse whisky!

Tom Waits - nagenieten

Net terug van een ronduit subliem Tom Waits concert in Parijs. Is van zijn generatie zowat de enige die zichzelf blijft vernieuwen en heruitvinden. Wordt met de jaren authentieker, ruwer en rauwer, en dan heb ik het niet zo zeer over z’n stem… En die energie! Stampen, roepen, wild met alle ledematen in alle richtingen om zich heen slaand, meer dan twee uur aan één stuk. Hoed af.

Parijs ademde trouwens een erg relaxed sfeertje uit. Om middernacht nog 28 graden, terrasjes, veel volk flanerend langs de boulevards, al dan niet kort-gerokt. Relaxen ga ik nu (5:42) ook doen, alvorens in bed te kruipen. Relaxen en vooral nog wat nagenieten. The Black Rider in de CD speler, nummertje 3 geselecteerd, het pareltje ‘November’ zachtjes door de speakers klinkend. En - it goes without saying - een whisky erbij. Bij het beste van Tom Waits, en dus meteen dat van de hedendaagse muziek, hoort van het beste op whisky gebied, de 30 jarige Brora, OB 2004. Jawel, de legendarische 2004 batch! Lucky me indeed. Voila, 2 cl in het nosing glass. Tasting notes? Nhaaaaa…

Fruit

Speydside is dé regio bij uitstek indien je graag fruitige whisky drinkt, maar ook daarbuiten kom je vaak erg gefruite whisky tegen. Sommige whisky’s hebben citrus, andere wit fruit, nog andere eerder tropisch fruit, perzik/abrikoos, banaan… you name it. Het herkennen van deze smaken is niet altijd eenvoudig en verschillende ‘kenners’ zullen vaak ook andere smaken uit dezelfde whisky halen. Het is maar wat je op het ogenblik van proeven opvalt.

 
Tomintoul 27y, 40%, OB 2005 - Speyside - 78/100
Erg veel fruit in de (lichte) neus. Appels. Ananas. Beetje sherry en mout. Niet erg complex maar best wel aangenaam. Redelijk zoet op de tong, met weerom veel fruit. Mooie balans. Zoete, fruitige afdronk. Eerder perzik en abrikoos hier. Lekkere fruitbom.

Overlijden Guy Boyen

Gisteren kreeg ik onderstaand bericht toe.
 
Deze ochtend om kwart voor zeven heeft Guy Boyen, na een lange en dappere strijd, het tijdelijke met het eeuwige gewisseld. Ons medeleven gaat uit naar de familie. We wensen hen veel sterkte toe.
 
Wie Guy gekend heeft, zal hem herinneren als een joviale, levenslustige en passionele liefhebber van de goede dingen van het leven. Met zijn enthousiasme heeft hij velen van ons samengebracht en dankzij hem hebben we fantastische momenten beleeft rond een goed glas whisky of wijn. Hij laat een grote leegte na.
Maar we zijn vooral dankbaar dat we hem hebben mogen kennen.
 
Guy, bedankt voor de tijd van ons leven.

 
Guy heeft een niet te onderschatten rol gespeeld in de ontwikkeling van mijn passie voor whisky, ik kan me dus helemaal vinden in de woorden van Dominiek.

Woensdag had ik het over turf en de rol die het speelt in het productieproces, vandaag maak ik tijd voor een koppel kruidige whisky’s.
Nu, het kruidig karakter van een whisky heeft niets met kruiden an sich te maken. Het is gewoon zo dat het distilleren en het rijpen van whisky resulteert in verschillende types whisky. Zo kan een whisky zoet zijn, of fruitig, of ziltig, of kruidig…
De smaak van een whisky wordt voor een groot stuk (70% naar men aanneemt) bepaald door het vat waarop het rijpt, het gebruikte hout, de poreusiteit van het vat, de regio waar dat vat ligt te rijpen, enzovoort. De whisky neemt smaken en geuren op uit het vat en uit de lucht die door de poriën van het vat raakt. Een vat dat rijpt aan zee zal een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland. De zeelucht zal jodium, zilt, zeewier… afgeven. Een dennenbos of de heide zullen andere aroma’s geven. Ook de ligging van een vat in de opslagplaats speelt een rol. Op de grond, zeven, acht rijen hoog, het speelt allemaal een rol.

Niet te onderschatten ook is het blakeren van het vat, het zwart branden van de binnenkant. Dit blakeren en de duur ervan hebben een invloed op de aroma’s die het hout (eik) aan de whisky zal geven. Vanille, tannines, kruidigheid, etc.. Het blakeren van een vat duurt over het algemeen 40 tot 60 seconden, soms ook langer. Suikers uit het hout worden zo ‘gekarameliseerd’, wat ook weer z’n invloed op de whisky heeft.

Soit, Google-gewijze vind je hier heel wat bijkomende technische info over. Soms wordt het wel heel technisch, wanneer het bijvoorbeeld gaat over chemische reacties tussen de vanille in het eikenhout en het koper in de whisky, afkomstig van de stookketels… In ieder geval, er zijn zoveel elementen die meespelen in het ontstaan van een bepaalde smaak, dat er geen twee identiek smakende vaten whisky bestaan. Gelijk smakende whisky kan enkel verkregen worden door de kunst van het blenden, het mengen van whisky uit verschillende vaten.

De praktijk leert dat je vooral in de (noordelijke) Highlands - en in mindere mate ook wel in Speyside - whisky’s met een kruidig karakter vindt.

Twee voorbeelden:
 
Blair Athol 15y 1990, 61.4%, Blackadder Raw Cask, sherry finish, cask 7161, 483 bottles - Highland - 73/100
Erg kruidig, zowel in de neus als in de smaak. Ook behoorlijk wat sherry. Smaak: hier moet water bij! Dan krijg je de kruiden en iets zoets. Bittere chocolade. Relatief korte peperige afdronk. Wat eenzijdig.
 
Glen Garioch 16y 1990/2007, 52.5%, Dewar Rattray, cask 4125, 264 bottles - Highland - 72/100
Spreek uit ‘Glen Gierie’. Fruitge neus (veel citrus, maar ook appel), zoet en kruidig. Mosterd ook. Zachte, licht zoete smaak. Hint van rook. Vrij lange, kruidige afdronk. Voor mij een ‘unusual’ dram, door de mosterd denk ik. Globaal niet slecht, maar word er niet wild van.

Turf

Ofte ‘peat’. Je hebt peat freaks en peat haters. Ik beken me eerder tot de eerste groep, alhoewel ik me zeker niet wens te beperken tot geturfde whisky, ook niet-geturfde whisky kan verdraaid lekker zijn.

Vanwaar komt dat turfkarakter in whisky nu? Van het gebruikte water dat door turfgrond stroomt? Nope, dat is een vaak gehoorde kwallel. Het is het droogproces van de gemoute gerst dat hier bepalend is. De gerst wordt eerst gemout (malting) door het in water te weken, waarna het vochtige graan begint te kiemen, te eesten. Het kiemen wordt gestopt door de gerst te drogen, op een eestvloer of moutvloer. Deze vloer bevat een rooster waaronder een vuur wordt gestookt. Dit kan een kolenvuur zijn, een turfvuur of gewoon hete lucht. In het geval van een turfvuur, zal dit het uiteindelijke distillaat een peaty karakter geven.
Lightly peated whisky is whisky van malt dat gedurende enkele uren op een turfvuur is gedroogd en vervolgens de rest van de droogtijd met warme lucht of met een kolenvuur.

Sommige distilleerders vermalen de turf tot poeder en strooien dat over een klassiek vuur. Dit zal een eerder rokerig karakter aan de whisky geven, met minder prominente turf.

Spreekt men over turf, dan denkt men onmiddellijk aan Islay, het eiland ten westen van het Schotse vastenland, gekend om z’n geturfde whisky’s. Maar ook buiten Islay werd en wordt peaty whisky geproduceerd. Ik denk aan Longrow, sommigen Benriachs, Brora…
Het is zelfs zo dat vroeger alle distilleederijen hun mout op een turfvuur droogde, whisky was dus sowieso peaty. Later stapte men stilaan af van het gebruik van turf en schakelde vele distilleerderijen over op kolen.
 

 

Het grootste deel van Schotland is bedekt met een turflaag van een goeie meter dik, die zich onder een dunne bovenlaag bevindt. Elk jaar komt er een millimeter bij (1 meter per duizend jaar dus).
Vroeger was turf dé energiebron en ook nu nog wordt turf op bepaalde plaatsen gebruikt om huizen te verwarmen. Toen we in november 2006 door Skye trokken, kwam de turflucht ons vaak uit woonwijken tegemoet gewaaid (één neusgat dichtduwen en maar snuiven!).
Turf vormt zich uit dode planten. Het zijn deze dode planten in de turf die energie leveren, net zoals dat met steenkool het geval is. Turf brand sneller dan kolen en geeft daarbij een grotere hitte af.
Turf werd vroeger gestoken met behulp van een smalle turfspade. Tegenwoordig gebeurt dit meer en meer machinaal. De worsten turf worden te drogen gelegd, het water ontsnapt en zo onstaan er brandbare turf-briketten.

Maar niet alle turf is hetzelfde en geeft eenzelfde aroma aan whisky. Op Islay bv. is de turf in de loop der tijd doordrenkt geraakt door het jodium, het zeewier en het zilt van de zee, wat terug te vinden is in de medicinale neus en smaak van heel wat whisky’s van het eiland.
De turf uit de Highlands is harder en brand dus ook langer. Deze turf zal de whisky een doordringendere geur en smaak geven. In de Lowlands is de turf zachter, brandt korter en geeft minder smaak af.
A propos, op Islay koestert men z’n turf, er is zelfs een verbod uitgevaardigd op de export ervan. Nu ja, er is naar schatting nog voor meer dan 1.000 jaar whisky-stoken aanwezig, we hoeven ons dus geen zorgen te maken. Computermodellen maken trouwens duidelijk dat er in gans Schotland meer turf bijkomt dan dat er wordt gestoken.
Op Campbeltown is de turf wel bijna uitgeput, Springbank voert een groot deel van de benodigde turf in uit andere Schotse regio’s.

Het turfgehalte van whisky wordt weergegeven in fenolen p.p.m. (parts per million). 1 PPM komt overéén met 1 deel fenolen in 1 miljoen delen whisky. Ook niet geturfde whisky bevat fenolen, maar nooit meer dan 5 PPM. Bij 10 à 20 PPM spreken we van licht geturfde whisky, 30 à 40 PPM is zowat normaal geturfde whisky en alles daarboven kan men zwaar geturfde whisky noemen. De Octomore van Bruichladdich is bij mij weten ’s werelds zwaarst geturfde whisky met een PPM van 80.
Tijdens de eerste jaren rijping kan het fenolengehalte van de whisky toenemen als gevolg van het schroeien van het vat aan de binnenkant. Na 15 à 20 jaar zal het fenolengehalte in een vat echter afnemen.

Bon, indien je aan deze post niet genoeg hebt, kan je het boek Peat, Smoke and Spirit: a Portrait of Islay and its Whiskies van Andrew Jefford lezen. Met z’n 406 bladzijden een turf van een boek. Whoehahaha! Euh, sorry. De whisky nu. Ja, hoog tijd voor de whisky.

 
Isle of Jura Superstition ‘Highly peated’, 45%, OB 2005 - Jura - 78/100
Beter dan de 10y. Lichte rook in de voor de rest vrij zoete neus. Honing, chocolade… Zachte en wat vettige smaak met honing en turf. Afdronk op lichte rook en zilt. Makkelijk en aangenaam drinkbaar, maar mist wat punch.
 
The Ileach Cask Strength, 58%, OB 2007 - Islay - 88/100
The Ileach (’The Man from Islay’) is een vatted malt botteling van The Vintage Malt Whisky Company (in 1992 opgericht door Brian Cook) . Bestaat in een 40% versie en een Cask Strength. Gouden medaille op de International Wine & Spirit Competition. Deze Islay heeft een geweldige neus, met turf, rook, zilt, kruiden… the whole lot. Barbeque in de winter. Krachtige smaak met turf en kruiden. Maar ook iets fruitigs. Vrij lange afdronk op turf en zilt. Lagavulin? In ieder geval, voor een 40 euro is dit top prijs/kwaliteit.

Glenrothes - Glenlivet 17y 1990/2008, 57.7%, Cadenhead, sherrywood, 395 bottles - Speyside - 72/100
Zware sherry in de neus, bitter-zoet met veel verbrand rubber. Hetzelfde in de smaak, alhoewel het lang geleden is dan ik nog eens verbrand rubber gegeten heb… hout ook, erg droog allemaal. Ook nog met water. Behoorlijk lange, droge (jawel) finish. Digestif, met of zonder sigaar.
 
Auchentoshan 17y 1990/2007, 59.2%, Cadenhead, 252 bottles - Lowland - 82/100
Erg lekkere Auchentoshan (spreek uit ‘oochentosjen’). Zoete neus met drop, zoethout, caramel. Hint van zout ook. Daarna balsamico. Lichte, zilt-zoete smaak met ook hier het zoethout, maar ook provencaalse kruiden. Middellange afdronk.

Dewar Rattray

Een bottelaar die nog niet de revue is gepasseerd, is Dewar Rattray. De naam verwijst naar de twee stichters, Andrew Dewar en William Rattray. Zij stampten in 1868 het bedrijf A. Dewar Rattray uit de grond, dat zich in de beginjaren voornamelijk toelegde op de import van Franse wijn en Italiaanse olijfolie en sterke drank. Na een tijdje werd de activiteit uitgebreid naar de blending en de opslag van malt en grain whisky. De firma werd de vertegenwoordiger en makelaar van verschillende Highland distilleerders.
De drooglegging van de jaren 1920 maakte ook bij de whiskymakelaars slachtoffers. Dewar Rattray diende de zaak te verkopen aan William Walker. Walker slaagde erin de zaak niet alleen draaiende te houden, maar ook uit te breiden met de overname van enkele kleinere handelaars.
Vandaag is Dewar Rattray opnieuw in familiehanden. Huidige eigenaar Tim Morrison is immers afstammeling van stichter Andrew Dewar. Morrison had z’n sporen verdiend bij Morrison Bowmore Distillers.

2004 werd een sleuteljaar voor de bottelaar. Het was in dat jaar dat Tim Morrison besloot enkele van de vaten die hij zelf geselecteerd had te bottelen. Dit luidde een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Dewar Rattray en een hele reeks eigen bottelingen in.
Dewar Rattray bottelt al z’n single malts als Single Cask en op vatsterkte. De whisky wordt nooit gekleurd en is altijd un-chillfiltered. Je vindt ze onder het Dewar Rattray Cask Collection label.

Twee Speysiders van deze bottelaar:
 
Craigellachie 15y 1989/2005, 54.2%, Dewar Rattray, refill cask 3882, 315 bottles - Speyside - 78/100
Zoete (honing) neus met veel rijp fruit. Appel, perzik. Peer. Yep, that’s it, echt de geur van een rijpe peer. Ook de smaak is erg fruitig en zoet. De honing weer. En een beetje peper ook. Middellange zoete afdronk. Niet slecht, maar mag iets complexer.
 
Glenglassaugh 21y 1986/2007, 53.4%, Dewar Rattray, sherry cask 162, 399 bottles - Speyside - 65/100
Zware sherry neus met ‘Maggi’ associaties. Sinaas ook. Smaak is erg zoet en wat bitter. Karamel. Korte, ietwat bittere afdronk met terugkerende karamel. Tegenvaller.

Afsluiter en hoogtepunt van een supertasting ten kelder Luc Timmermans. De andere whisky’s waren verschrikkelijk lekker, deze was… ja, wat? Wat is het superlatief van verschrikkelijk lekker? Soit, je leest het hieronder:
 
Caol Ila 15y Manager’s Dram, 63%, OB July 1990, dark sherry - Islay - 96/100
Een legendarisch botteling, misschien wel de beste Caol Ila ooit. En ik mag dat proeven! Stevige neus die op dit alcoholpercentage al z’n geheimen prijs geeft. Turf, kruiden, houtskool, hesp… een hammetje op de barbeque dus. Pas aangestreken lucifers. En dan komt de sherry, met caramel en chocolade. Appels. Oh boy, oh boy! Smaak ligt toch wel perfect in de lijn van de neus zeker… heeft ook hier geen water nodig (op 63% dus hé). Turf en sherry, maar ook iets ziltigs en wat peper. Sojasaus? En opnieuw donkere chocolade en caramel. Alles zóóóó perfect in balans, dit is hemels! De afdronk vormt de kroon op het werk, die blijft maar duren. Sherry en turf op z’n best, en dus whisky as such op z’n best!

Voor de geïnteresseerden: deze fles staat nog te koop bij The Whisky Exchange, voor de luttele som van £699. Ik hou het op m’n 2cl.

Mannochmore 12y 1990/2003, 46%, DL Provenance Spring distillation, cask 1012 - Speyside - 68/100
Erg lichte whisky, subtiel. Maar mist daardoor toch wel wat punch. Lichte sherryneus, maar meer kan ik er niet uithalen. Beetje zoet misschien. Banaan? Smaak is zeker fruitig en ook lichtjes zoet. Vanille. Korte, droge afdronk. Slecht kan ik dit niet noemen, maar lyrisch wordt ik er nu ook niet van.
 
Dufftown 20y 1980/2000, 50%, DL OMC, sherry cask , 630 bottles - Speyside - 86/100
Een heerlijke sherry neus met wat fruit en tabak. Ook sherry in de smaak, naast rozijnen (I love it) en behoorlijk wat fruit. Appels. Peer. Vrij lange afdronk op zoete en - aangenaam - bittere tonen. Dit is echt wel lekker!

Belastingsaangifte

Vandaag zitten zwoegen op onze belastingsaangifte. En dan blijkt dat we volgend jaar minder gaan terugtrekken dan dit jaar… Heb maar wat troost gezocht in een geweldig lekkere, oude Bowmore.
 
Bowmore 32y 1968, 45.5%, OB 2000, 1860 bottles - Islay - 92/100
Mijn eerste jaren zestig Bowmore… Fantastische neus met veel fruit (tropisch fruit, maar ook appel, peer, banaan), heerlijke rook, bloemen, vanille. Iets waxy (boenwas) ook. Erg complex. Ook fruit in de smaak (eerder citrus hier), naast kruiden en weerom de zalige rook. Lange afdronk. 92 punten, vooral dankzij de indrukwekkende neus.
 
Voor alle duidelijkheid, dit was een sampletje van 2cl, geen fles. Zoveel hebben we dit jaar nu ook weer niet teruggetrokken…

Gisteren nog het flesje met opschrift ‘14y’ geledigd, vandaag dat met vermelding ‘Gaja Barolo’.
 
Longrow 14y, 46%, OB 2007 - Campbeltown - 89/100
Mmm, dit is lekker! Zachte, zoete turfneus. Zwavel, maar het aangename type. Wat zilt ook. Gerookte heilbot! Zee associaties. Jodium. Vanille. Zoethout. Complex en wreed lekker die neus. Ook de smaak mag er wezen. Stevig, zoet (vanille), turf, zilt, eindigend in kruiden. Peper vooral. Lange, rokerige en zilte afdronk. Beste Longrow tot op heden geproefd!
 
Longrow 7y ‘Gaja Barolo’, 55.8%, OB 2008 - Campbeltown - 86/100
Na 5,5 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, is deze whisky nog anderhalf jaar gefinished op een Barolo wijnvat van Angelo Gaja, eigenaar van het beroemde wijnhuis Gaja uit Piemonte. Lekkere neus met de typische zoete turf, het zoete dat nog wat extra wordt geaccentueerd door de (zoete) wijn. Fruit, tropisch fruit. Lekker rokerig. En ook hier weer iets licht waxy. Boenwas en zo. Smaak is stevig, met de turf, het zoete (vanille vooral), en naar het eind peper. Behoorlijk wat ‘body’ voor een 7-jarige whisky!

Nog enkele Longrow OB’s

Ik heb hier nog enkele samples staan van een Longrow tasting in Tasttoe die ik spijtig genoeg niet kon bijwonen. Maar vermits ik me had ingeschreven, zal ik de flesjes dan maar eenzaam en alleen tot mij nemen. Vandaag proef ik de 10y en de 100 proof.
 
Longrow 10y, 46%, OB 2007 - Campbeltown - 80/100
Veel minder prominente turf dan de Longrow CV. Neus is erg subtiel. Turf ja, maar op de achtergrond. Zoet vooral. Iets waxy ook. Hars. En zilt. Ook in de smaak is de turf subtiel aanwezig. Hier domineert eerder de peper, met daarnaast iets zoets en iets ziltigs. Droge, vrij lange afdronk op peper en zout. Lekker.
 
Longrow 10y 100° proof, 57%, OB 2007 - Campbeltown - 78/100
Zoete, licht rokerige neus met iets bloemigs. Stevige smaak op zoete turf en fruit. Sinaas. Droge, rokerige en peperige afdronk.

Springbank

De Springbank distilleerderij op Campbeltown, een schiereiland ten westen van Schotland, is uniek in meerdere opzichten. Het is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland en is nog steeds familiebezit. Daarenboven is het ook de enige die het volledig productieproces in eigen beheer uitvoert, van het malten tot het bottelen.
 
Op de grondvesten van zijn illegale stokerij stichtte Archibald Mitchell in 1828 Springbank. In die dagen was het één van de 30 distilleerderijen op Campbeltown, dat toen nog geen 2.000 inwoners telde. Negen jaar later (1837) droeg Archibald z’n levenswerk over op zijn twee zonen John en William Mitchell.
De whisky die het produceerde was - zoals de gewoonte in die tijd - erg geturfd, maar Springbank was één van de eerste distilleerderijen die rond 1850 op vraag van de blending industrie niet-geturfde whisky produceerde door z’n gemoute gerst boven een kolenvuur i.p.v. een turfvuur te drogen.
Gedurende de rest van de 19e eeuw kende het bedrijf een grote bloei. In 1897 nam de vennootschap J. & A. Mitchell & Co Ltd het beheer over.
De jaren twintig van vorige eeuw was voor vele distilleerders een donkere periode. De drooglegging zorgde ervoor dat velen de productie dienden stil te leggen, soms tijdelijk, soms definitief. Ook Springbank ontsnapte niet aan het onheil en sloot z’n deuren van 1926 tot 1935.

Vandaag is de distilleerderij in handen van Hedley G. Wright, achter-achter-kleinzoon van stichter Archibald Mitchell. Het heeft drie stills, een wash still en twee spirit stills. De productie verloopt nog grotendeels artisanaal en draait ook niet altijd op volle toeren. Meer nog, Springbank is één van de minst actieve distilleerderijen, de stills opereren hooguit een derde van de tijd. Wat hier mee te maken heeft, is dat het weinig whisky stookt voor blenders. 70% van de productie gaat naar single malt whisky.
 
Naast whisky onder het label Springbank produceert de distilleerderij ook de Longrow en Hazelburn whisky’s. De drie single malt whisky’s hebben een eigen karakter en een specifiek productieproces.

Springbank Single Malt is veruit het bekendst en wordt 2,5 maal gedistilleerd. Dit houdt in dat maar een deel van het eerste distillaat (de low wines) een tweede maal wordt gedistilleerd. Daarna worden beide opnieuw vermengd voor de laatste distillatie. Als resultaat heb je een spirit waarvan een gedeelte tweemaal en een ander gedeelte driemaal gedistilleerd is. De mout wordt 6 uur boven een turfvuur gedroogd en daarna nog eens 24u met warme lucht, resulterend in een licht-geturfde whisky.
De 10y en de 100 proof zijn de populairste Springbanks, de Local Barley’s (1965/1966) het meest legendarisch.

Longrow Single Malt is een geturfde whisky, verkrijgbaar in enkele standaardbottelingen (CV, 10y, 14y, 100 proof…) of finishes. Longrow wordt tweemaal gedistilleerd. De naam verwijst naar een oude distilleerderij op Campbeltown, gesloten in 1896.

Hazelbrun Single Malt is de jongste whisky van Springbank, voor het eerst gedistilleerd in 1997 en tot op heden enkel als 8 jarige gebotteld. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Ook de naam Hazelburn is ontleed aan een vroegere Campbeltown distilleerderij. Hazelburn sloot definitief z’n deuren in 1925 (inderdaad, de doorglegging).
 
Twee standaard bottelingen, een Springbank en een Longrow:
 
Springbank 10y 100° proof, 57%, OB 2006 - Campbeltown - 78/100
Fruitige neus met vanille. Met water bloemen. Licht ziltig. Vaag ook wat turf. Ook in de smaak hint van turf. Droog, sherry. Toch ook iets bitter, zeker in de afdronk. Behoorlijk complex voor een 10 jarige, maar zou hoger scoren zonder te bittere nasmaak…
 
Longrow CV, 46%, OB 2008 - Campbeltown - 85/100
De ‘CV’ in de naam staat naar het schijnt voor Curriculum Vitae. Ik weet niet of ik dit moet begrijpen als het visitekaartje van Longrow, maar het is in ieder geval een erg lekkere dram. De botteling bevat whisky van verschillende leeftijden. Mooie turf in de neus met fruit (appel), vanille en zilt. Ook de smaak is meer dan OK. Turf, vanille, citrusfruit en vooral veel peper. De peper en de turf blijven nazinderen in de lange afdronk.

Enkele blends

Na de legendarische Brora, nu terug met beide voeten op de grond. Twee klassieke blends en één verrassing.
 
Famous Grouse, 40%, OB 2000 - 38/100
Eén van de betere onder de klassieke blends. Zeker een trapje hoger dan J&B of Johnny Walker RL, maar dat is niet echt moeilijk natuurlijk.
 
J&B, 40%, OB 2005 - 19/100
Goed voor cocktailsaus. Alhoewel zelfs dat voor discussie vatbaar is…
PS: J&B staat voor Justerini & Brooks. Is zo’n typische kwisvraag. Waarmee deze proefnotitie toch nog voor iets nuttig is.
 
Whyte & Mackay 21y, 43%, OB 2002 - 78/100
78 voor een blend??? Yep, deze is echt wel lekker. Het bewijs dat een blend niet per definitie niet te drinken is. Hoeft helemaal niet onder te doen voor een gemiddelde malt, integendeel. Maar ja, ook de prijs (80 euro) moet er niet voor onder doen…

Zet je schrap! Vandaag maak ik tijd voor de tot op heden beste whisky die ik geproefd heb. Het hoeft niet te verbazen dat dit een Brora is.
 
Brora 22y 1972/1995, 58.7%, Rare Malts - Highland - 97/100
Op het Lindores Wiskyfest 2007 kon ik nog net de laatste 2 cl bemachtigen uit deze ondertussen erg zeldzame en vooral erg dure fles. Op eBay is er onlangs nog een goeie 1.200 euro voor geboden. De prijs van het sampletje was dan ook navenant, maar elke cent meer dan waard! Deze botteling heeft alles van een goede Brora, maar dan in de overtreffende trap. Neus: complex en krachtig met zoete turf, rook, ‘farmy’ notes, zilt, kruiden, fruit (appel)… subliem gewoon, olfactorisch orgastisch! Euh, steady on Johan, it’s only whisky. Only whisky? Nee, dit is meer dan gewoon whisky… Heb hier zeker een halfuur gewoon aan zitten ruiken. Genieten! Smaak: heaven! Weer die heerlijk zoete Brora turf met zalige zilt en kruiden (peper vooral). Wat citrus ook. God, I love Brora! En de afdronk kan geen puntje afdoen van de 97 die ik ‘m wil geven op basis van geur en smaak. Vreselijk - ik bedoel fantastisch - lang op tonen van rook en zilt. Zonder enige twijfel de ster aan de top van mijn track record!

Oudere Berichten »