Feeds:
Berichten
Reacties

Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

 
Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ’sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.

Duvel Distilled

Duvel Distilled

Vorige week kreeg ik een 5cl staaltje van de Duvel distilled in de bus, maar vermits ik nog o.a. Ardbeg 1974 te proeven had, moest het Duvel distillaat toch even wachten. Tot vandaag dus.
Net zoals Het Anker met hun Gouden Carolus Single Malt, brengt nu ook Duvel-Moortgat een distillaat van hun bier op de markt. Maar in tegenstelling tot Gouden Carolus, draagt de Duvel niet de naam whisky. Ik vermoed omdat er reeds hop aan het brouwsel was toegevoegd alvorens het werd gedistilleerd, maar zeker ben ik daar niet van. Zoals geweten, mag whisky maar uit drie ingrediënten bestaan: water, graan en gist. Met hop erbij dus geen whisky meer.

 
Duvel Distilled 3y, 40%, OB 2009 – België
De neus verrast mij, en wel in positieve zin. Hij is fris, fruitig en bloemig. Ok, dat laatste durft misschien te neigen naar een licht geparfumeerde touch, maar niks onoverkomelijks of storends. Wat gist ook. Vers gebakken brood. De smaak is iets minder. Die is vrij bitter, ééntonig bitter. Veel graan. Muesli toestanden. Havermoutpap. Toch ook een beetje fruit en vanille. De afdronk is kort en ook hier eerder bitter. Het geheel zit nog dicht bij het distillaat, het hout heeft nog niet genoeg kunnen inwerken. Dit is niet enkel technisch, maar ook op de tong geen whisky te noemen, en als dusdanig ga ik ‘m ook niet scoren (een score zou trouwens compleet waardeloos zijn).
 

Ik moet wel toegeven dat ik dit liever drink dan de Gouden Carolus Single Malt, alhoewel ik vrees dat men ook hier te snel wou zijn en het hout niet voldoende z’n werk heeft laten doen. Vooral op de smaak is deze Duvel nog te onaf, te hoekig, te jong.
Pas op, dit heeft potentieel en op zich is het concept ook sterk. Uiteindelijk is whisky niet meer dan gedistilleerd bier. De wash (beslag) die men in distilleerderijen verhit is in feite een bier, maar dan een bier van bedenkelijke kwaliteit. Voor de Schotten moet hun graan vooral een zo groot mogelijke opbrengst genereren, de kwaliteit is van hoegenaamd geen tel. Bij zowel de Gouden Carolus Tripel als de Duvel vertrek je met een veel hoogstander product. Als men bij beide brouwerijen het distillaat de tijd zou geven om 5 à 10 jaar langer te rijpen, zodat het hout de scherpe ‘spirit’-kantjes kan milderen, moet het eindresultaat ook een pak beter en meer ‘mature’ zijn. Hopelijk beseft men dat bij Moortgat en laten ze een deel van hun vaten nog een tijdje liggen, zodat niet enkel de Duvelfanaten maar ook de whisky liefhebbers gecharmeerd geraken door deze Duvel distilled.

Ardbeg 22y 1974 Mellow Matured

Bon, de Mexicaanse griep is hier gaan liggen, er kan weer deftig geproefd worden. Vandaag is dat de Ardbeg 22y 1974/1996 ‘Mellow matured’ (40%, G&M for Italy). Bij deze whisky wou ik al lang even stilstaan, en wel hierom:
Toen ik de Ardbeg opzocht in de Malt Manicas Monitor bleek dat hij er tweemaal in vermeld stond, éénmaal onder G&M (for Italy) en éénmaal onder Sestante, Italiaanse importeur. Ah, zegt u, dat zijn dan misschien toch twee verschillende whisky’s of dezelfde whisky in twee verschillende bottelingen. Nope, het betreft wel degelijk één en dezelfde botteling. Tot hier geen probleem, een simpele slordigheid van de maniacs. Maar dan komt het. Serge Valentin heeft ‘beide’ whisky’s gereviewed en nogal verschillend bevonden. De ‘Sestante’ gaf hij 71/100 (nu, als Serge een Ardbeg 1974 71 punten geeft, weet je het wel: mijden die fles). De ‘G&M for Italy’ daarentegen scoorde hij… 94/100, wat toch wel van een lichtjes andere orde is. Ik heb de bijhorende foto’s op Whiskyfun minutieus bekeken en zie geen verschil.

Is de ‘Sestante’ die Serge proefde toch een fake bottle? Of is zijn suggestie “maybe a defective bottle” correct? Ik heb ‘m er onlangs zelf op aangesproken. Hij was absoluut niet op de hoogte van het bovenstaande, maar er wel behoorlijk door geïntrigeerd. Hij ging het napluizen. Na enige tijd stuurde hij mij volgend berichtje:

 
Hi Johan,

Indeed, these should be two different bottles of the same whisky, and one was probably defective (oxidised). It goes to show that it’s quite tricky to identify older bottles correctly. Indeed, we know that this was a Sestante bottling by G&M, so some add that to the ‘name’, but Sestante isn’t clearly indicated on the label, even if Bologna and the Italian licensee code say ‘Sestante’.
Anyway, seeing the scores for similar bottlings (other 1974/1996 by G&M, CC, Spirit of Scotland etc.), it should be very good, provided it’s not defective (twist cap not properly ‘twisted’, hence too much air flowing into the bottle). If the level is OK and the whisky limpid, there are great chances that it’s in perfect shape and very good.

I’d mention the big dilemma we’re facing with these Italian bottlings:
- regularly twist the cap so that it stays airtight (but break the tax stripe)
- keep the tax stripe intact, but face oxidising.

Or, of course, store the bottles where temperatures don’t vary so that the twist cap doesn’t go up (the dreadful bicycle pump effect).

Hope that helps
Serge

 

Voila, dat weten dan ook weer. Het gaat dus wel degelijk om één en dezelfde botteling, maar de whisky die hij als Sestante proefde, moet geoxideerd zijn geweest.

Nu, het leuke aan deze whisky is dat de prijszetting op veilingen vooral bepaald wordt door de score voor de ‘Sestante’. Zo heb ik een jaar of twee geleden een fles op de kop kunnen tikken voor 200 euro, een koopje naar ik meende. Tot ik enkele maanden geleden twee flessen op Whisky Auction zag gaan, de éne voor 160 euro en de andere voor… 130 euro. 130 euro voor een Ardbeg 1974 die op Whiskyfun 94/100 krijgt! Echt gerust was ik er toch nog altijd niet op. Voor ik mijn fles zou kraken, zou ik ‘m toch graag eens geproefd hebben.

En dat proeven gebeurt dus hier en nu. Tijdens het voorbije Lindores Whiskyfest zag ik immers dat Geert Bero tussen z’n 100 Ardbegs ook deze had openstaan. Heb me allegauw een sampeltje aangeschaft. Het resultaat van onderstaande review zal dus bepalen of ik mijn fles binnenkort soldaat maak of toch maar niet.

 
Ardbeg 22y 1974/1996, 40%, G&M for Italy (Sestante), white label – Islay – 89/100
De neus is erg zacht… zee, zilt, zeewier, zeer zubtiel allemaal. Lichte rook ook, en iodium. Sappige, zoete sinaas. Zalig! Ook de smaak is zacht en geeft zilt, rook en perzikken op siroop. Mist wel wat punch. Ja, op de smaak verliest hij toch enkele puntjes. Geen bijster lange maar wel lekkere, ziltige afdronk.
 
P1050749

Conclusie? Zeer lekkere whisky, maar hij mocht iets krachtiger zijn. En, ik mis de zachte, zoete turf die zo kenmerkend is voor Ardbeg uit die periode. 94 punten verdient ie voor mij niet, maar 71 nog veel minder. 89 zal het zijn.
Het whiskyniveau in Geert’s fles stond al wel laag, ben vergeten vragen hoe lang de fles al open was. Indien de fles al enkele jaren openstaat, is het misschien logisch dat de fenolen grotendeels verschwunden zijn, en dat mijn gesloten fles deze fenolen nog wel heeft. Of ook niet natuurlijk. Pfff… openen of niet? Gezien de herverkoopwaarde zal ik het er binnenkort toch maar op wagen, denk ik. De mellow matured whisky (eerlijk gezegd absoluut geen idee waar die ‘mellow matured’ op slaat) in mijn fles staat immers nog relatief hoog in de nek en de whisky zelf is behoorlijk ‘limpid’, dat Italiaans taxlabel zal er toch aan moeten geloven.

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.

Helen Arthur

Helen Arthur is misschien wel de bekendste vrouw van het andere geslacht in de mondiale whiskywereld. Arthur schrijft veel en ook erg succesvol over whisky, denken we maar aan The Single Malt Whisky Companion, een standaardwerk, of Whisky – Uisge Beatha, The Water of Life. Ze publiceert met de regelmaat van de klok artikels in allerlei magazines of op websites. Helen Arthur werkte ook voor een aantal grote merken zoals The Glenlivet, Highland Park, The Famous Grouse en Glendronach. Daarnaast organiseert ze wereldwijd tastings, vaak met het oogmerk geld in te zamelen voor lokale liefdadigheidsprojecten.
Sedert 1999 is Helen Arthur lid van het illustere genootschap van de Keepers of the Quaich.

Helen Arthur

In 2003 werd The Helen Arthur Single Cask Collection boven de doopvont gehouden. Dit eigen whiskylabel is een samenwerking met Caecil Gerrits van Versailles Dranken uit Nijmegen. Deze staat borg voor de commercialisatie van de collection. De opvallende labels van het… euh, label zijn ontworpen op basis van schilderijen van Ben Reiken, een Nederlands schilder. Onderstaande Mannochmore is één van de bottelingen van de Helen Arthur collection.

 
Mannochmore 19y 1984/2004, 46%, Helen Arthur, cask 4582 – Speyside – 80/100
Stevige neus op zoete sherry. Noten, karamel, rozijnen, kruiden, dat soort zaken. Iets onbestemd fruitigs. Smaak: ook hier sherry. Droge sherry. Hout, koffie, rood fruit… en na een tijdje ook thee. Earl Grey? Subtiele rook, wat altijd een plus is. Vrij korte, droge en kruidige afdronk. Mooi, maar niets om lyrisch over te gaan doen.

Drie maal Brora 1981

Brora 25y 1981/2007, 56.5%, Duncan Taylor, cask 1423, 682 bottles – Highland – 82/100
Neus: waar zit de turf?? Niet te bespeuren. Wel veel hout. Vanille ook, en iets zoet-zurigs. Groene appels. Ook in de smaak is het behoorlijk zoeken om iets van turf waar te nemen. Hier is het vooral het citrus fruit dat domineert. Niet meer dan een lichte waxyness. Weinig distilleerderijkarakter eigenlijk. Middellange afdronk, beetje bitter. Het bewijs dat het na de jaren zeventig voor Brora toch wat bergaf ging, enkele pareltjes van uitzonderingen zoals deze niet te na gesproken. Pas op, dit is nog altijd lekkere whisky hoor, maar beneden Brora’s standaard.
 
Brora 20y 1981/2001, 43%, Signatory, cask 578, 412 bottles – Highland – 85/100
Mineralige neus. Lichte rook ook, bloemen, amandel (marsepein), zilt en honing. De smaak is vrij droog, met een beetje turf, zoethout en kruiden. Droge, kruidige afdronk. Da’s al wat beter.
 
Brora 22y 1981/2004, 56.4%, Signatory, cask 1561, 611 bottles – Highland – 86/100
Frisse neus met lichte sherryinvloed. Koffie en leder naast rook en zilt. Mineralige smaak moet zoete en fruitige tonen die ik associeer met rozijnen, citrus, appel, zilt, drop en turf. Wordt hoe langer hoe droger, het hout speelt op. Mooie lange en kruidige afdronk. Ook deze is geen grootse Brora, maar desalniettemenin erg genietbaar.

Glenmorangie 1971

Glenmorangie 1971, 43%, OB 1993 – Highland – 87/100
Gebotteld op 30/8/1993. Oude Glemorangies zijn zeldzaam, deze batch voor de Belgische markt is dat dus eens te meer. Duidelijke sherry in de neus, maar zeker niet te scherp. Fruitig (wit fruit – appel, peer), lichtjes zoet (donkere chocolade) en lekkere subtiele rook. Balsamico? Ja, inderdaad ook balsamico. Droge smaak, licht bitter. Sterke thee. Het zoete is verdwenen, maakt plaats voor kruiden. Blijft erg aangenaam. Middellange droge finish. Lekkere oude Glenmorangie.

Whisky & Bier II

Vandaag volgen de laatste twee whisky’s die we vrijdag proefden, een Longmorn gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society en de nieuwe Laphroaig Cask Strength. Tenslotte passeren ook de bieren de revue.

 
Longmorn 38y 1968/2007, 52.5%, SMWS 7.38 ‘An old barber’s Shop’, 467 bottles – Highland – 83/100
Kleur, neus, smaak: sherry! In de neus geeft dat rozijnen, noten, pijptabak, karamel en lichte rook. In de mondvullende smaak espresso, koffiebonen, bittere okkernoten en bittere chocolade. Verbrande karamel ook. Big I’d say. Naar het einde toe wordt ie wel erg bitter en droog. Lange, droge en licht rokerige afdronk. Ik vind deze duidelijk beter dan de SMWS 7.37.
 
Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB, batch 001 feb 2009 – Islay – 84/100
De nieuwe Laphroaig CS sloot het whiskyhoofdstuk af. Bij mijn weten nog niet verkrijgbaar in België, het was dan ook een fles die zich de week ervoor nog op Islay bevond. De geur moet het vooral hebben van rook en medicinale toetsen. Rubber ook, leder en houtskool. Op de achtergrond – en goed gecamoufleerd – wat fruit. Plakkaatverf wierp er iemand op. Inderdaad, plakkaatverf – waar is de tijd? Maar het is vooral de rook die de forcing voert en het geheel vrij ééndimensionaal maakt. Deze lijn wordt doorgetrokken in de stevige smaak. Rook, rook, rook, wat zilt en peper. Met water nóg meer rook, echt wel over the top, had ik beter niet gedaan. Finish? Juist ja.
Ik vind deze batch merkelijk minder dan de vorige, minder complex, het zoete en het fruit ontbreken hier, teveel rook quoi. Vraag me af wat het p.p.m. gehalte is, volgens mij zouden ze dit bij Laphroaig ook vermarkt kunnen hebben als antwoord op Octomore en Supernova, én slijten aan het dubbele van de prijs. Soit, 84 is al bij al nog een mooie score – ik kan ‘m best appreciëren – maar de vorige was met z’n 92 toch van een heel andere orde. Als je die vorige batch nog kan vastkrijgen, doen!
 

En dan nog een kort woordje over de bieren, stuk voor stuk ontdekkingen voor mij. Naast de Gouden Carolus Tripel, dronken we het volgende:

Liefmans Goudenband Oud Bruin, 8%, Moortgat
Gebrouwen bij Moortgat, gelagerd bij Liefmans. Dit is bier van de eerste batch na de overname van het failliete Liefmans door Duvel. De smaak is zoet-zuur. Deed me wat aan Rodenbach denken, maar dan minder zuur. Geweldig lekker en voor mij de winnaar bij de bieren.

Bravoure ‘De dochter van de korenaar’, 6.5%, Baarle-Hertog
Amberkleurig. Licht rokerig (jawel, ook bij bier!) en licht bitter. Je proeft duidelijk de mout. Ook lekker.

Bon Voeux, 9.5%, Brasserie Dupont
Bitter bier met een erg aangename zure toets. Hop, floraal en fruitig. Drogend naar het einde.

Sint Bernardus Abt 12, 10%
Donker, quadrupel. Gemaakt volgens hetzelfde recept als de Westvleteren 12. Spijtig genoeg konden we niet vergelijken, maar deze Sint Bernardus is top. Zacht en heerlijk fruitig met wat kruiden erdoorheen.
 
En morgen: Lindores Whisky Fest!

Whisky & Bier

Vorige vrijdag hadden we met onze club een unieke tasting. Fulldram organiseerde deze samen met de Leuvense Bier Therapeuten (LBT), de locale bierclub. De opkomst was niet zo geweldig – vooral LBT was ondervertegenwoordigd – maar de afwezigen hadden ongelijk. We proefden vijf whisky’s en vijf bieren. Het waren eerlijk gezegd vooral de bieren die mij verrasten, niet geheel onlogisch gezien het feit dat deze categorie van speciale bieren nog relatief onontgonnen terrein is voor mij. Ik kom nog niet veel verder dan de in de meeste etablissementen verkrijgbare Orval, Blauwe Chimay, Duvel of Westmalle Trippel. Niet slecht, maar vrijdag ben ik met de wetenschap (eigenlijk bevestiging) naar huis gegaan dat er nog héél wat meer en soms nog lekkerders beschikbaar is. De vermoeidheid na een drukke week zorgde er wel voor dat ik m’n glas Bravoure over m’n schoot omkieperde, maar ik vrees dat de indruk bij de anderen eerder was van “lap, den eerste met een stuk in z’n kl…”.

 

Beginnen deden we met de Gouden Carolus Tripel naast de Gouden Carolus Single Malt te zetten. Deze laatste had ik al geproefd, maar nu was er de gelegenheid om te zien hoe dicht de whisky nog bij het bier aanleunt. En het antwoord is behoorlijk dicht. De ‘whisky’ ligt mooi in het verlengde van de tripel, maar is wel een pak zoeter. De tripel is lekker, de whisky is geen whisky maar dat wisten we ondertussen al.

 

Vervolgens proefden we vier (echte) whisky’s, gevolgd door vier andere bieren. Hieronder alvast een bespreking van de eerste twee whisky’s, de rest is voor morgen.

 
Campbeltown Loch 30y blended, 40%, OB 2008 – 76/100
In de neus had ik fruit (sinaas en perzik), granen, wat hout, beetje karamel en Worcestershiresaus (spreek uit: wshstrchrtschstrch). De smaak was erg licht en een beetje bitter op hout en fruit. Mocht op een iets hoger alcoholpercentage gebottled zijn. Lekkere, kruidige finish wel, waar het hout weinig kans krijgt het geheel uit te drogen.
 
Miltonduff 26y 1980/2006, 48%, Dewar Rattray, cask 12502, 132 bottles – Speyside – 89/100
Voor mij de winnaar bij de whisky’s. Lekker bloemig in de neus, verweven met een mooie kruidigheid. Nootmuskaat en kaneel heb ik opgeschreven. Vanille ook, fruit (perzik) en hooi. Ook de smaak is aangenaam kruidig, zoet en fruitig (meloen hier). Lichte turf en dito hout. Geen al te lange maar wel zacht zoete afdronk. Complexe en perfect gebalanceerde whisky.

Elbow & Jura

Elbow

Elbow – een band uit Manchester – heeft met The Seldom Seen Kid een wel erg knappe plaat afgeleverd, een plaat die vorig jaar trouwens de Mercury Price won – niet geheel onterecht als je het mij vraagt. The Bones of You, Grounds for Divorce, Some Riot (die laatste twee minuten!), An Audience with the Pope, The Fix (dat nu speelt), stuk voor stuk ijzersterke nummers. De band viel al langer in de smaak bij critici en collega-bands, maar het is met dit vierde studio-album dat ze ook bij het grote publiek doorbraken.

Goeie muziek noopt tot goeie whisky, dat spreekt. Ik heb me er dan ook een lekkere 35 jarige Isle of Jura bij ingeschonken.

 
Isle of Jura 35y 1966/2001, 47.8%, Douglas Laing Old Malt Cask, 204 bottles – Jura – 88/100
Vrij mineralige neus. De geur na een frisse zomerbui. Rood fruit heb ik ook, en amandel. Beetje zilt, beetje hout en hoe langer hoe meer kruiden. En laat ons de balsamico niet vergeten. Complex! Olie-achtige smaak (boter) met opnieuw het rode fruit, rozijnen, vanille, noten, wat zilt en naar het einde – zoals wel vaker – peper. Tintelende, wat droge en fruitige afdronk. Zalige Jura!

Glenugie 27y 1982/2009 OMC

Ook deze stond nog op m’n verlanglijstje. Eerder proefde ik al de Glenugie 20y 1984/2004 OMC, wat een meer dan aangename kennismaking was met deze distilleerderij.

 
Glenugie 27y 1982/2009, 50%, DL OMC, cask 5040, 216 bottles – Highland – 89/100
Ha, dit is weer een lekkere! Hij spreidt zalig sappig fruit (appel, sinaas, meloen…) tentoon, zowel in de neus als in de smaak. In de neus vanille, een beetje hout en een mooie kruidigheid erdoorheen. Ook hout (maar bescheiden) in de vrij smeuïge smaak. Suikerspin, rozijnen, amandel. Kokosmelk? Middellange, zachte en kruidige afdronk. Smullen!

Port Ellen 3rd release

PE3&6

Volgens sommigen is de derde de beste van alle jaarlijkse Port Ellen releases. Hoog tijd dus om ook deze eens te proeven. Ik zet er de zesde release naast (whisky mag niet té lang blijven staan in een geopende fles nietwaar), die ik indertijd 90 punten gaf, een score die bij volgende proefbeurten een status van solid-as-a-rock verwierf. Eens kijken of de 3rd heerst over de 6th.

 
 
 
Port Ellen 24y 1979/2003, 3rd release, 57.3%, OB, 9000 bottles – Islay 91/100
Neus: zilt, rook en citrus in beide, een beetje zoals verwacht. Maar de derde release is ‘vuiler’, minder afgeborsteld dan de zesde. Hij geeft ook stevige jodium, visolie (subtiele levertraan, gelukkig subtiel), planten en heeft iets etherisch. Ja, de derde wint hier. Smaak: veel zilt, rook, as, fruit (abrikoos), vanille, hout (licht drogend), noten, kruiden (kruidnagel, peper)… complex en alles mooi in balans. De 6e release mist de kruidigheid van de 3e en vertoont iets minder hout op het pallet. Al bij al toont de derde zich ook in de smaak wat rebelser, wat ruwer, maar ik kan hier moeilijk bepalen welke ik best vind. Afdronk: zalig! Lang, beetje droog met vanille, zilt en rook. Veel rook. Maar ook de challenger z’n finish mag er wezen. Tie, ook hier.

Wel, het zijn beide erg lekkere, maar ook typische Port Ellens. De derde steekt zeker niet boven de zesde uit, maar de wildere neus resulteert toch in een bonus van één puntje extra, 91/100. Dus ja, ook voor mij is de derde de beste van de jaarlijkse releases die ik al geproefd heb (1e, 2e en 4e heb ik nog niet gehad), maar beide Rare Malts (20y & 22y) en de 1978 DL for The Whisky Shop gaan hier toch nog over, en misschien ook wel de 1982 DR for The Nectar (deze laatste denk ik niet op de neus, maar wel op de smaak). Bedankt voor het sampletje Ruben. Ik moet trouwens eens dringend door de rest onze sampleshare gaan.

Ian MacLeod

Ian Macleod

Als de naam Ian MacLeod geen belletje doet rinkelen, zullen Chieftain’s, Dun Bheagan, Glengoyne en Smokehead dat ongetwijfeld wel doen. Samen met nog een rits andere brands maken ze immers deel uit van de portefeuille van Ian MacLeod distillers Ltd. Deze bottelaar en distilleerder mag dus gerust beschouwd worden als één van de grote namen in de Schotse whiskywereld.

Het bedrijf werd opgericht in 1933 onder de naam Ian Macleod & Company Limited, maar kwam in 1963 in handen van de familie Russell, die er tot op de dag van vandaag de plak zwaait. Het was pater familias Leonerd J Russell die zich in 1936 vestigde als whiskymakelaar. Hij stierf evenwel in 1956, waardoor hij de overname niet meer meemaakte. In 1963 was het immers Peter Russell die als Managing Director de overname in goede banen leidde. Een jaar later werd Peter vervoegd door z’n jongere broer David. De eeuwwisseling luidde enkele wijzigingen aan de top aan: David ging op pensioen, Peter schoof op naar de voorzittersstoel en Peter’s zoon Leonard jr. – die in 1989 in het bedrijf stapte – nam de dagelijkse leiding over van z’n vader.
In 2003 verwierf Ian MacLeod de controle over de Glengoyne distilleerderij en werd de naam gewijzigd in Ian Macleod Distillers Ltd..

De activiteiten van Ian MacLeod strekken zich uit over gans de business. Distilleren (recent via de overname van Glengoyne), blenden (de oorspronkelijke activiteit), bottelen, ze doen het allemaal. Het bottelen gebeurt trouwens op de Broxburn bottling plant, die ze delen met J&G Grant, eigenaars van Glenfarclas. Broxburn bottlers bottelt ook voor derden zoals Old Pulteney en Finlaggan.

De hoofdactiviteit blijft evenwel het blenden. Hiervoor beschikken ze over een arsenaal aan vaten, o.a. van Lagavulin en Talisker, distilleerderijen wiens whisky ze via een soort van gentlemen’s agreement enkel mogen gebruiken voor blends. Ook sommigen supermarkt labels betrekken hun whisky bij Ian MacLeod. Alles bij elkaar geteld produceert en verkoopt Ian MacLeoad jaarlijks zo’n 15 miljoen flessen.

De belangrijkste merken van de firma zijn:

  • Single Malt: Chieftain’s Choice, Dhun Beaghan en McLeod’s Single malt.
  • Blends/vatted: Isle Of Skye, Smokehead, The Six Isles, Hedges & Butler, Lang’s Blended, Magilligan, King Robert II.
    Nice to know: The Six Isles wordt dra The Seven Isles, als naast Islay, Skye, Arran, Orkney, Jura en Mull ook het eiland Barra (Outer Hebrides) whisky zal produceren.
  • Andere: London Hill Gin, Wincarnis Tonic Wines.

 
Springbank 37y 1969/2006, 41%, Chieftains, casks 57/61, 486 bottles – Campbeltown – 79/100
Springbank is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland (gesticht in 1828), reeds 180 jaar in familiehanden. Hun whiskies worden 2,5 maal gedistilleerd (een deel twee maal en een ander deel drie maal). Deze Chieftains is een botteling van twee vaten, waarvan – gezien het alcoholpercentage – waarschijnlijk één under proof was. Frisse, bloemige neus met banaan, bloesems, hout en lichte rook. Effe laten staan brengt nog meer fruit naar boven, wit fruit (peer vooral). In verhouding tot deze erg aangename neus, valt de smaak wat tegen. Bloemig, wat waterachtig en bitter. Hout. Vaten waren beter wat eerder gebotteld me dunkt. Middellange afdronk.

Twee Balblairs

Vandaag proef ik twee Balblair samples, een tijdje geleden meegebracht van een festival. Was het het WWWF? Of Spirits in the Sky vorig jaar? Mmm, don’t remember. In ieder geval, deze whisky’s vertegenwoordigen zowat het beste en het slechtste wat Balblair te bieden heeft.

 
Balblair 15y 1991/2007, 55.2%, Dewar Rattray, cask 3289, 204 bottles – Highland – 63/100
Een ander deel van dit vat is gebottled voor Jack Dewar (for Monnier). Bitterzoete neus, op lichte sherry met karamel en koffie. Het afsteken van vuurwerk. Lichte zwavel. Met water geconfijt fruit, of zo van die bitterzoete citrusschillen. De smaak is wel héél bitter, de sherry is veel te dominant. Veel rubber, (kurkdroog) hout, gember… Iets beter met water, maar blijft toch erg bitter, ook in de nasmaak. Enkel en alleen als je van über-sherried whisky houdt, maar absoluut not my cup of tea.
 
Balblair 38y 1966/2004, 44%, OB, spanish oak, 2400 bottles – Highland – 91/100
Wow, deze Balblair is helemaal anders dan ik had verwacht. Zo goed als geen hout en erg beheerste sherryinvloed. Fris en fruitig (appel, peer) in neus en smaak. De elegante neus geeft ook lekkere waxy toestanden en een dito kruidigheid. Karamel. Crème brûlée? Jawel! Lekker seg! De smaak is al evenzeer om van te smullen. Die is zoet (honing), fruitig (eerder gestoofd fruit hier) én kruidig, en dat alles heel mooi gebalanceerd. De finish is lang en bitterzoet op honing en okkernoot. Heerlijk! In verhouding tot de leeftijd en het vattype is deze whisky erg zacht en toegankelijk, hij vertoont relatief weinig houtinvloed. Een dijk van een whisky en by far mijn beste Balblair tot op heden.

De beste Dalwhinnie ooit?

Dalwhinnie is de hoogst gelegen distilleerderij van Schotland en volgens velen – waaronder Serge ‘Whiskyfun’ Valentin – is hun 29-jarige gebotteld in 2003 de beste Dalwhinnie die ze ooit proefden. Ben benieuwd!

 
Dalwhinnie 29y 1973/2003, 57.8%, OB – Highland – 86/100
Laat ons voor de verandering eens met de neus beginnen. Die geeft in eerste instantie veel zoet fruit, banaan en peer vooral. Het zoete gaat verder door op honing en zoethout. Heel lichte turf, wat toch wel een mooie plus is. De smaak is ondanks het alcoholpercentage licht en zacht. Beetje honing, wat boterig, fruit (de banaan van de neus en ook appels) en granen. Middellange afdronk op honing en fruit. Erg lekker, maar had er gezien de reputatie toch nog een ietsje meer van verwacht. Dus, beste Dalwhinnie ooit? Wie weet, maar laat ons voorlopig maar hopen van niet.

Royal flush!

Ok, ok, de jaartallen volgen elkaar niet op, zo royal is deze flush dus ook niet…
 
Highland Park ‘High Dark Plan’ 10y 1998/2009, 46%, Daily Dram – The Nectar – Orkney – 81/100
Herkenbare bitterzoete HP neus met fruit (citrus), honing en (lichte) turf. Ook de smaak is fruitig (appel) en zoet (vanilla, honing) en vermengt zich mooi met de turf. Na een tijdje kruiden. Zoete en kruidige finish. Peper. Klassieke en dus aangename Highland Park.
 
Highland Park 11y 1997/2008, 57.6%, Gordon & MacPhail, sherry cask 5820, 298 bottles – Orkney – 62/100
Wow, dit is speciaal! En niet in positieve zin. Neus is erg scherp, met veel zwavel. Toch is ie ook zoet, mierzoet zelfs. Karamel, maar dan verbrande karamel, zwaar verbrande karamel. Chicorei. En iets van gerookte bacon. Maar de zwavel is veel te dominant. Ook de smaak is erg aggressief. Droog, wrang en scheepladingen zwavel. Water helpt iets, maar niet veel. Doet ook hier chicorei naar boven komen. Afdronk? Welke afdronk? M’n zintuigen zijn KO.
 
Highland Park 12y 1989/2001, 56.5%, Caledonian Selection, cask 1897 – Orkney – 83/100
Elegante sherryneus met fruit en honing. Krachtige, wat zoete smaak. Sinaas en bittere chocolade. Orangettes, jawel! Lichtjes rokerig. Lange droge afdronk. Een lekkere malt.
 
Highland Park 19y 1986/2005, 55.3%, OB for Maxxium Holland, cask 2793, 1120 bottles, 35 cl – Orkney – 90/100
Schattig flesje! En lekkere whisky dat daar in zit! Subtiele en zoete sherryneus op honing, kandijsiroop, rozijnen, rum (en de combinatie van deze laatste twee), hout, koffie, rubber, leder, lichte rook,… zalig complex. Hetzelfde kan gezegd worden van de stevige, ronde smaak. Sinaasschil, bittere karamel, noten, rozijnen (studentenhaver toestanden), beetje turf, hout, chocolade. Mooie bitterheid. Middellange, bitterzoete afdronk. Top-notch HP!
 
Highland Park 24y 1981/2005, 52.3%, Dewar Rattray, cask 6061, 263 bottles – Orkney – 86/100
Zalige zoet-zilte neus. Honing, zee en lichte turf. Appels ook. En na een tijdje krijgt ie iets bloemigs. Erg complex allemaal. Smaak ligt mooi in het verlengde hiervan. Zoet en zilt hand in hand. Ook wel wat hout op het einde en in de lange, zoete afdronk.

Drie maal Glenlivet 12

Vandaag publiceer ik tasting notes van drie batchen Glenlivet 12y. De eerste is de 2005 batch, waarvan ik enkele jaren geleden een fles kreeg (ja, niet iedereen uit mijn omgeving begrijpt mijn passie voor whisky). De tweede is de meest recente batch, de derde een oudere gebotteld in 1991. Deze laatste twee proefden we begin dit jaar op een ‘Van oud naar nieuw’ tasting.

 
Glenlivet 12y, 40%, OB 2005 – Speyside – 65/100
“Alsjeblief, een Nieuwjaarskadootje voor een whisky-liefhebber”. Tja, wat zeg je dan? Ik ben een beleefde jongen. Onlangs toch maar de fles geopend (veel brengt dat niet op hé). Blijft toch wel een platte malt. Spijtig dat ik hem niet meer kan vergelijken met de 1999 botteling die ik indertijd had (ja, hier hoort een smily). Maar lekker kan ik ‘m niet vinden…
 
Glenlivet 12y, 40%, OB 2008 – Speyside – 71/100
Derde batch die ik van deze klassieker proef en deze vind ik zowaar lekker. Allez lekker, ‘hij valt te pruimen’ benadert dichter de waarheid. Typische neus van een moderne whisky, weinig opwindend maar foutloos. Honing, bloemen, appels, een soort waxyness ook, maar anders dan bv. bij Clynelish. Verf? Mineralen. Ronde olieachtige smaak met granen, vanille en (beetje) fruit. Snel weg, weinig afdronk. Maar dus wel ok en beter dan vorige batches. Kijk al uit naar de volgende… Alhoewel.
 
Glenlivet 12y, 43%, OB 1991 – Speyside – 77/100
Een oudere versie van deze klassieker. Zit in een mooie blikken doos (thema ‘golf’), naar het schijnt gegeerd bij verzamelaars. Neus is vergelijkbaar met de recentste batch, is alleen wat steviger. Kan aan de extra 3% liggen. Honing, wit fruit (appel, peer, perzik bedoel ik), bloesems. Heel lichte turf. Mondvullende smaak op fruit en vanille. En ook hier subtiele turf. Middellange, fruitige afdronk. Ja, vroeger was het (toch wel vaak) beter.

Straight!

Glengoyne 15y Scottish Oak, 43%, OB 2006 – Highland – 81/100
Neus: zacht, fruitig en zoet (honing). Smaak: fruitig, maltig, vanille, bittere chocolade. Mooie balans. Middellange afdronk. Niet smashing, wel lekker.
 
Aultmore 16y 1992/2008, 59.2%, SMWS 73.31 ‘+B235′, 209 bottles – Speyside – 84/100
Aangename neus met veel fruit. Appel en peer vooral. Subtiele rook. Diezelfde lichte rook in de voor de rest zoete en fruitige smaak. Zacht en zoete afdronk. Njummie!
 
Balvenie 17y Rum Cask Finish, 43%, OB 2008 – Speyside – 81/100
Deze Balvenie is gefinished op een Jamaicaans rumvat en dat merk je. Hij is erg zoet (siroop, honing), beetje kruidig en licht fruitig (sinaas). Ook de smaak is zoet. Hier heb ik opnieuw honing, maar ook rozijnen en (zoet) fruit. Naar het einde wordt de smaak wat droger (hout) en kruidiger. Zachte en zoete finish met diezelfde lichte kruidigheid.
 
Convalmore 18y 1984/2003, 43%, Dun Bheagan, cask 1997, 402 bottles – Speyside – 75/100
Neus van versgemaaid gras, granen (muesli), karamel en kruiden. Zoete smaak met chocolade, cake en bubblegum. Eerder korte, licht bittere afdronk. Slecht is deze whisky niet, maar hij is al bij al wat simpel, er valt weinig te beleven.
 
Dufftown – Glenlivet 19y 1988/2008, 53.5%, Cadenhead, sherrywood – Speyside – 83/100
Lekkere zoete neus. Vers gebakken cake. Acaciahoning. Veel fruit ook. Zoete appelsien. Stekebezen! (of hoe zeg je dat? Kruisbessen, inderdaad). Na een tijdje krijgt hij ook iets kruidigs. Complex. Ook smaak is zoet en kruidig. Peper naar het einde. Sherrywood? Weinig van te merken, alhoewel hij in de smaak wel wat droog is. Soit, best te pruimen deze Dufftown.

Back to basics III

Eindigen deden we met de Yamazaki 10y en de Hazelburn 12y. De Yamazaki had ik al gedronken en viel me wat tegen, maar deze nieuwe batch bevalt mij duidelijk beter. De Hazelburn was voor mij dé ontdekking van de avond.

 
Yamazaki 10y, 40%, OB 2009 – Japan – 78/100
Veel zoet fruit. Gestoofd fruit that is. Lychees ook. En daarnaast vanille, hout en balsamico. Wijnazijn. In de 2007 had ik levertraan – wat niet echt een meerwaarde is voor een whisky – maar dat is hier gelukkig niet meer te bespeuren. Ook in de smaak is hij er op vooruitgegaan. Fruitig met een lichtje bittere toets. Mooie balans. Middellange frutige en kruidige finish. Een stijger met stip.
 
Hazelburn 12y, 46%, OB 2009, 3600 bottles – Campbeltown – 84/100
Lekkere neus met zachte sherry associaties. Leder, koffie(likeur), hout, rozijnen – meer nog, rozijnen op rum! Pompelmoes ook. De smaak etaleert een breed pallet met bitter-zoete karamel, koffie, kruiden, citrus. De koffie en de karamel deed mijn buurman Karel denken aan die harde, donkerbruine snoepjes met witte wikkel en arabisch hoofd op. We kwamen niet op de benaming, en ik nu nog altijd niet, verdorie toch. Lange, kruidige finish. Voor mij én voor de groep de winnaar van de avond.
 

Als toetje kregen we de Laphroaig Triple Wood voorgeschoteld. Deze laffie rijpte op bourbon, quarter cask en Europese eik. Voor mij een beetje een tegenvaller, had er meer van verwacht. De turf is me wat te droog, te veel hout. Double had volstaan. Maar ik had geen zin meer om te noteren, en vermits ik er nog een sample van heb staan, bespreek ik deze later wel in detail.

Back to basics II

Kwamen vervolgens aan bod: de Scapa 16y en de Royal Lochnagar 12y. Twee tegenvallers. Morgen de rest, het betere werk.

 
Scapa 16y, 40%, OB 2008 – Orkney – 72/100
Frisse neus met bloemen, fruit (banaan, druiven), honing en een mineralige toets. ‘Modern’ dus. De smaak is scherp en behoorlijk alcoholisch ondanks het lage percentage. Granen, gist… maltig. Een klein beetje fruit (citroen, perzik) ook, maar het geheel blijft toch scherp en bitter. Eerder korte, bittere finish. Neus is best ok, smaak niet.
 
Royal Lochnagar 12y, 40%, OB 2007- 68/100
Veel graan in de neus, oudbakken brood, hout, beetje kruiden. Doet me wat denken aan oude jenever. Iemand merkte op dat je heel goed de grondstoffen herkent. I agree. De smaak is wat alcoholisch op granen en een beetje honing. Korte, droge afdronk. Er valt weining te beleven bij het proeven van deze whisky.

Oudere Berichten »