Feeds:
Berichten
Reacties

The Whisky Agency

Het wordt tijd dat ik eens een woordje placeer over deze nieuwe bottelaar, want heb er ondertussen al één en ander van geproefd, meestal tot mijn grote voldoening.
The Whisky Agency (TWA) is een Duitse bottelaar die werd opgericht door de heren Ehrlich en Schneider. Carsten Ehrlich is trouwens ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Fair, één van de meest gerenomeerde whiskyfestivals ter wereld, dat jaarlijks plaatsvindt in het Duitse Limburg. Het hoeft geen betoog dat beide oprichters al jaren intensief met whisky bezig waren alvorens ze besloten zelf whisky te gaan selecteren en bottelen. In principe bottelen ze alles wat ze zelf lekker vinden, ongeacht regio, distilleerderij, leeftijd, vattype of wat dan ook. De whisky wordt niet koud gefilterd noch bijgekleurd. TWA bottelt zowel onder z’n eigen naam als onder het label van The Perfect Dram.

Vandaag mijn bevindingen van hun Caol Ila, Fettercairn – ja, die hadden we nog niet gehad – en Longmorn, later deze week gaan we de sherrytoer op met één van hun Bunnahabhains (de 1974) en een spiksplinternieuwe Glenfarclas.

Caol Ila 26y 1982/2009, 63%, The Perfect Dram (TWA), 120 bottles – Islay – 84/100
Door de alcaohol ruik je zoete truf. Met water heel wat meer. Wat? Wel, we hebben o.a. zilt, gerookte vis (heilbot?), appels en vanille. In de smaak zonder water kruiden (nootmuskaat) en rook, met water nog meer rook en ook appels (opnieuw), zoethout en drop. Lange rokerige finish. Heeft absoluut water nodig om open te komen, maar vertoont zich dan een goeie zwemmer.
 
Fettercairn 33y 1975/2008, 58.3%, The Perfect Dram (TWA), 143 bottles – Highland – 80/100
Pfff, dit is een vreemde neus. Er is een hoek af, maar kan niet onmiddelijk associëren. Stoffig? Mmm, zeker geen old bottle toestanden. Nat karton misschien. Iets ranzig in ieder geval. Granen ook, kandij en na een tijdje wat fruit. Appels. Advocado? Moeilijk. Je moet ‘m sowieso wat tijd geven. Smaak is in ieder geval beter. Hout (vrij veel), karamel, fruit (allerlei citrus) en kruiden. Kruidige, licht bittere afdronk. Niet slecht en alhoewel lang getwijfeld over de score toch 80, weliswaar met de hakken over de sloot en volledig op het conto van de smaak.
 
Longmorn 32y 1976/2008, 53%, The Whisky Agency, 120 bottles – Highland – 85/100
Aangename neus met hooi, fruit (perzik, abrikoos, peer), beetje hout, kruiden, lichte rook en tabak. Mondvullende smaak – deels door het hout veronderstel ik – met ook hier fruit en kruiden, wordt vrij bitter naar het einde. Lange, droge en kruidige afdronk. Lekker, maar een beetje te bitter om geweldig te zijn.

De St. Magdalene distilleerderij werd in 1765 door Sebastian Henderson opgericht onder de naam Linlithgow in het gelijknamig stadje, op de plaats waar zich indertijd een lepra-hospitaal bevond. De geschiedenis hiervan gaat terug tot de 12e eeuw en de tempelridders, later werd dit hospitaal omgevormd tot het St. Magdalene klooster. De Scottish Malt Distillers company – wat later United Distillers en nog later Diageo werd – kocht de distilleerderij in 1912 en sloot het in 1983. Nu doen de gebouwen dienst als woonblokken.
Tot 1968 moutte St.Magdalene z’n gerst zelf, daarna betrok het mout van Glenesk. De whisky werd twee maal gedistilleerd, wat vrij ongewoon is voor een Lowland whiksy, die meestal triple-distilled is.
Doorheen de jaren werd de whisky zowel onder de naam St. Magdalene als Linlithgow gebotteld.
 
Linlithgow 25y 1982/2008, 46%, SMoS, The Whisky Exchange, cask 8902, 245 bottles – Lowland – 80/100
Frisse neus met perzik en appel, bloemen, een beetje hout en lichte rook. Ook wat hout in de voor de rest zoete (honing) en fruitige smaak. Granny Smith, lichtjes zuur. Droge, wat bittere finish.
 
St. Magdalene 26y 1982/2008, 50%, DL OMC, cask 1615, 511 bottles – Lowland – 77/100
Sample van Ruben. De neus is wat scherp en heeft veel hooi, gras, hout, hars (dat scherpe), een lichte kruidigheid en wat zoet fruit. Appels vooral, maar ook banaan en citrus. Ha, ook wat (subtiele) rook. De olie-achtige smaak is bitter en zoet. Hout, sinaasschil, zoethout. Ook de afdronk is bitter-zoet op appels, hout, zoethout en ook hier hooi/gedroogd gras. Slecht is dit niet, maar het geheel is me toch wat te wrang en kan me maar matig boeien.
 
Twee lekkere whisky’s zonder meer, maar St. Magdalene van begin jaren 1980 is toch niet te vergelijken met wat ze daar in de jaren zeventig en vooral zestig (1964! 1965! 1966!) uit hun stills hebben getoverd. Bij de weg, ik heb me zondag eBay-gewijs een 1966/1996 Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice aangeschaft. Gezien de prijs die ik er voor betaalde, heb ik de indruk dat er weinigen beseffen hoe goed deze whisky’s wel niet zijn. Nu ja, je gaat mij niet horen klagen, ik wacht enkel nog op DHL.

Net m’n gras gemaaid. En na deze inspanning (ok, ok, het is een zelftrekker) in de zetel geploft met een heerlijke Lochside. Lochside bottelingen zijn vrij zeldzaam. De distilleerderij was actief van 1957 tot 1992 en sloot definitief z’n deuren in 1996. Tot begin jaren zeventig stookte Lochside zowel malt- als graanwhisky (een deel ervan rijpte zelfs samen op vat – single blend), daarna enkel nog malt. Veruit het grootste deel van de productie ging naar blends of werd verscheept naar de toenmalige Spaanse eigenaars, slechts een klein deel rijpte verder en werd later als single malt gebotteld.

 
Lochside 21y 1987/2008, 62.4%, The Whisky Agency, 199 bottles – Highland – 90/100
Frisse neus met veel en lekker fruit. Vooral als je er een klein beetje water aan toevoegt. Citroen, pompelmoes. De schillen ervan vooral. Granen, koffie, hout. Vers gemaaid gras (nu ja). Iets kruidigs. Smaak is ook om van te smullen, zelfs zonder water. Maar water maakt het geheel nog toegankelijker. Waxy toestanden vermengd met fruit (de citrus) en geleidelijkaan ook wat kruiden. Erg complex allemaal. Zoete afdronk die lang aanhoudt. Schitterende whisky.

Caol Ila 15y 1992/2007, 52.5%, Duncan Taylor, cask 3633 – Islay – 86/100
Typische frisse Caol Ila neus met vanille, turf en zilt. Appels. Sappige groene appels. Stevige smaak. Zoet (de vanille), kruidig (peper) en voorzien van een behoorlijke dosis turf. Robuust, maar toch erg vlot drinkbaar. Lange zoete finish met de klassieke zilte turf. Foutloze en dus erg lekkere Caol Ila.
 
Laphroaig 15y, 43%, OB 2008 – Islay – 89/100
Complexe, subtiele neus. Vrij medicinaal. Zilt, jodium, turf… een echte eilander. Beetje zoet en fruitig ook. Smaak is wat vettig (olie), zoet en fruitig (citrus vooral). Turf natuurlijk ook, en naar het eind wat zilt. Hout ook, die de lange afdronk licht drogend maakt. Allemaal wat minder direct dan bij de andere OB’s heb ik de indruk. Wel héél lekker.
 
Port Ellen 26y 1979/2006, 50%, DL OMC, 514 bottles – Islay – 88/100
De herkenbare Port Ellen neus met zilt, zeewier en turf. Ook smaak dominant turf, maar daarna komt het fruit, citrus. Lichte aangename bitterheid. Bittere chocolade. Orangettes! Middellange rokerige afdronk.

Gouden Carolus

Neen, geen bierbespreking hier. Het Anker, de brouwerij achter het Gouden Carolus bier, heeft enkele jaren geleden besloten ook whisky te gaan distilleren. En dat op basis van het Gouden Carolus Tripel beslag. Misschien een beetje vreemd voor een bierbrouwer, maar niet geheel onlogisch. De familie Van Breedam, sinds 1873 eigenaar van Het Anker, heeft immers een rijk verleden als jeneverstokers. Deze whisky is als het ware het perfecte huwelijk tussen beide tradities.
Na vier jaar rijping werd de eerste Gouden Carolus single malt whisky op flessen getrokken. Op 2500 flessen meerbepaald. Ik kom ‘m proeven op het Wild West Whiskyfest begin deze maand.

 
Gouden Carolus Single Malt (4y), 40%, OB 2007 – België – 40/100
Het is de bedoeling dat deze whisky zo nauw mogelijk blijft aanleunen bij het Gouden Carolus bier, dat het moutbeslag voor deze whisky levert. Het resultaat is op z’n zachtst gezegd erg ongewoon. Als ik dit blind had geproefd, had ik niet geweten whisky te drinken. Heel veel citrus in de neus, bubblegum (het zoete, maar ook het chemische) en spijtig genoeg ook zeep. De smaak kan ik met veel goede wil wel linken aan het Gouden Carolus bier, maar niet aan whisky. Onmogelijk als dusdanig te scoren. Als whisky evenwel gebuisd.
 

Afwachten wat het resultaat na enkele jaren extra rijping zal zijn, alhoewel ik van de makers begrepen heb dat het niet hun bedoeling is de whisky nog veel langer te laten rijpen. Ze vrezen er – deels terecht – voor dat dat de typische karakteristieken van het Gouden Carolus bier uit de whisky zal doen verdwijnen. Toch proberen stel ik voor, zodat niet alleen de Gouden Carolus liefhebbers maar ook de whiskyliefhebbers gecharmeerd raken door dit initiatief. Ik gun Het Anker in ieder geval een succesvol vervolg, want het opzet zit goed en de bezieling en het vakmanschap zijn zeker aanwezig.

Violent Femmes & Rosebank

Daarnet nog eens de Violent Femmes opgezet, hun titelloos debuut uit 1982. Vooral jeugdsentiment, maar doorstaat de tand des tijds en blijft gewoon beregoede muziek. Heb ze vorig jaar nog live bezig gezien. Sterk concert, in de AB als ik me niet vergis. Had me bij deze plaat een Rosebank 1974 voor The Whisky Fair ingeschonken. Ook beregoed.

 
Rosebank 30y 1974/2004, 55.8%, TWF, 212 bottles – Lowland – 89/100
Mmm, zalige sherryneus met noten en fruit. Appels, peer. Een vleugje rook ook. Complex en perfect in balans. Stevige, wat droge smaak met hout, honing en veel fruit. Citroen, pompelmoes. Lekkere afdronk op hout en noten. En ook hier a touch of smoke. Wel wel, je hoort vaak dat Lowlanders vlak van smaak zijn en de nodige punch missen. Deze botteling is het beste bewijs dat dit niet zo hoeft te zijn. Trouwens, als ik zo mijn Rosebank scores bekijk, merk ik dat deze tot op heden vlotjes de 80 halen. Rosebank rules!

En nog twee oldies

Macallan 10y, 40%, OB +/- 1985 for Giovinetti & Figli, 75 cl – Speyside – 84/100
Lekkere oude gesherryde Macallan, wat moet een mens nog meer hebben? Rozijnen en gedroogde abrikozen, karamel. Of wacht, de schromelijk ondergewaardeerde rum-rozijnen! Koffie. Mooie balans bitter en zoet. Hele lichte zwavel, maar absoluut niet storend.
 
Glengoyne 8y, 43%, OB bottled 1973 – Highland – 87/100
Zoete en kruidige neus. Dito smaak. Ook wat fruit (perzik). Erg lekkere oude Glengoyne.

Linkwood 15y 100° proof, 57%, Gordon & MacPhail, black/white label, bottled 1980’s, 75 cl – Speyside – 86/100
Distillaat van ergens begin jaren 1970. Veel fruit in de neus, naast vanille, malt en sterke thee. Smaak is dan weer erg kruidig en aangenaam bitter. Eerder korte, peperige finish. Geslaagde oude Linkwood.
 
Oban 12y, 43%, John Hopkins & Co, bottled 1979 for Belgium, 75 cl – Highland – 86/100
Fruitige neus. Zoet fruit. Tropisch fruit. Lichtjes medicinaal ook, en kruidig. Het geheel balancerend op zoet en bitter. Ook in de smaak veel fruit. Papaya! Peer. Daarnaast iets van noten, kruiden en een klein beetje turf. Best lange afdronk. Een lekkere oude Oban.

Laphroaig Cairdeas 2009

Vrijdag mijn drie flessen Cairdeas 2009 toegekregen en er meteen één geopend. Deze Cairdeas is een 12 jarige Laphroaig gebotteld voor de Friends of Laphroaig (FOL) ter gelegenheid van het Feis Isle. ‘Cairdeas’ is Keltisch voor ‘vriendschap’ en vanaf vorig jaar de naam die Laphroaig aan z’n FOL bottelingen geeft. Hieronder mijn bevindingen.

 
Laphroaig ‘Cairdeas’ 12y, 57.5%, OB for Friends of Laphroaig, Feis Isle 2009 – Islay – 89/100
In de neus zoete turf met citrus en behoorlijk wat hout. Karamel ook. Rozijnen. Appelstrudel? Whatever, dit is lekker! Hetzelfde kan van de smaak gezegd worden. Wel wat droog, maar dat stoort niet. Zoete turf, beetje vettig, drop. En naar het einde kruiden. Wordt hoe langer hoe droger en kruidiger. In de vrij lange finish vermengt deze droge kruidigheid zich met de lekkere rook.

Als ik ‘m naast de vorige twee edities zet – ik heb het dan over de 17y vintage 1989 (2007) en de Cairdeas NAS (2008) – valt deze er net tussen. Een ietsje complexer dan de 2008, maar net niet het niveau van de 2007 FOL botteling.

Lagavulin 21y

De meningen over deze Lagavulin zijn nogal verdeeld. Sommigen zijn er ronduit lyrisch over, anderen zijn heel wat minder onder de indruk. Serge Valentin (95/100) en Olivier Humbert (96/100) waren er in ieder geval behoorlijk van hun sokken door geblazen. Ben benieuwd of hij hetzelfde effect heeft op míjn sokken.

 
Lagavulin 21y 1985/2007, 56.5%, OB, 6642 bottles – Islay – 92/100
Volledig gerijpt op Europese eiken sherryvaten. Het eerste wat opvalt in de neus is zoete, erg zoete turf. Karamel. Maar natuurlijk ook sherry. Rubber, houtskool, gestoofd fruit, zoethout, tabak… en nog heel wat meer. Erg complex. Zwavel? Neen, niet echt, alhoewel hij wel een scherp kantje heeft, maar storen doet dat niet. Wel iets verbrands. Verbrande cake? Verbrande karamel? In ieder geval geen sulfer. Mooie balans tussen de sherry en de turf. Evolueert ook knap. Er komt meer en meer fruit door. Citrus. Sinaas. Als je een beetje water toevoegt, krijg je zelfs iets bloemigs. Proeven nu. Vettige sherry en stevige turf, njummie. Blijft erg lang hangen. Karamel, zoethout, ook hier. Zilt. Kruiden, veel meer dan in de neus. Wel vrij droog. Met water nog meer kruiden. Stevige peper. Zéér lange, droge en kruidige afdronk. Zalig.

Conclusie: ik volg Serge en Olivier niet in hun scores (heb m’n sokken – net – aan kunnen houden), maar ben anderzijds ook niet afgeschrikt door enige sulfer die sommigen in meer of mindere mate ontwaren, alhoewel ik daar behoorlijk gevoelig voor ben. Luc? Dominiek? Dit is gewoon een lekkere Lagavulin, een zéér lekkere Lagavulin. 92 krijgt ie van mij. En bedankt voor de sample Ruben.

Scores

Ik heb de vorige week gedronken Ardbeg 1967 Pale Oloroso 95 punten gegeven. Ik moet toegeven dat ik lang getwijfeld heb tussen 95 en 96, want hij is echt wel gigantisch lekker. Ik merk bij mezelf dat ik hoe langer hoe scrupuleuzer wordt bij het toekennen van dit soort scores. Soms vraag ik me af of ik sommige whisky’s niet te hoog scoor, of mijn referentiekader ondertussen groot genoeg is om deze scores te verantwoorden. Ik heb het eens nageplozen. Tot op heden heb ik 480 whisky’s gescoord (maar nog niet alles gepubliceerd), waarvan er tien een score van 95 of meer hebben gekregen. Dit is 2% van alles wat ik geproefd heb. Als ik kijk naar de scores boven 92 – wat ik om één of andere reden een psychologische drempel vind – kom ik op 26 (5%). Dat valt dus wel mee vind ik.

In totaal geef ik er 79 een score van negentig of meer (16%). 16% is misschien veel maar het is wel zo dat je na een tijdje wel weet welke whisky’s lekker zijn, welke whisky’s een reputatie hebben opgebouwd. Op festivals bv. zoek je die dan ook op (als de prijs het toelaat natuurlijk). Samaroli tastings en zo helpen natuurlijk ook wel om het betere werk voorgeschoteld te krijgen.

Bovendien kunnen scores na een nieuwe proefbeurt altijd herzien worden, zowel naar boven als naar beneden. Scores zijn immers geen vaststaande beoordelingen en worden altijd in bepaalde mate beïnvloed door het moment waarop men de whisky in kwestie drinkt. Met ‘moment’ bedoel ik de sfeer, de mood, de plaats van de whisky in een line-up, etc.. Zo had ik na onze supertasting vorige maandag voor de bewuste Ardbeg een score van 96 in m’n hoofd, maar na herproeven woensdag thuis uiteindelijk toch naar 95 gebracht, weliswaar na erg lang wikken en wegen. Ben ook eens benieuwd naar de herkansing voor de Brora 22y 1972/1995 Rare Malts (de 58.7% versie), die ik in 2007 97 punten gaf, toen mijn referentiekader zeker nog niet voldoende groot was. Ik heb tot nu toe het karakter gehad m’n 3cl sampeltje te negeren, maar denk niet dat ik dat nog lang ga volhouden.

Balblair 1989

Gisteren waren we bij vrienden uitgenodigd voor een barbeque, weliswaar noodgedwongen binnen (allez, het eten toch). Na de koffie kreeg ik de keuze uit drie 5cl flesjes: een Tomintoul 16y, een Auchentoshan 10y en een Balblair 1989. Vermits ik enkel deze laatste nog niet gedronken had, was de keuze snel gemaakt. Met z’n tweëen het flesje geledigd en het onderstaande genoteerd (ik sta er eerlijk gezegd niet meer bij stil dat dat laatste misschien wat vreemd overkomt bij gastheer/vrouw, maar bon, mijn omgeving moet er stilaan maar aan gewoon worden).

 
Balblair 1989, 43%, OB 2008 – Highland – 84/100
Van deze 1989 bestaan er blijkbaar al enkele batchen, deze was de 2008, de meest recente veronderstel ik. Lekkere fruitige en licht zoete neus. Rijpe peer, honing en vanille. Behoorlijk waxy ook. Bijenwas. Bloesems. Zachte fruitige smaak die naar het einde kruidiger wordt. Middellange, kruidige afdronk. Lekkere Balblair en veel beter dan de 1997 vintage.
Merci Pieter. Ook voor het lekkere eten natuurlijk.

Fulldram SUPERtasting

Maandagavond hebben we met Fulldram Leuven in stijl het seizoen afgesloten. Het betrof een supertasting samengesteld en geleid door Luc Timmermans. Dan weet je dat ‘in stijl’ geen verkeerde woordkeuze is. We kregen acht whisky’s voorgeschoteld (ja whisky’s, we zijn niet voor niets een whiskyclub nietwaar) waaronder een nogal indrukwekkende Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Deze won echter het pleit niet, om maar te zeggen dat je mij niet gaat horen klagen over het niveau van deze tasting.
Nu donderdagavond. De madam op de lappen, de kids in bed, de ideale gelegenheid om mijn sampleflesjes met de overschotjes te ledigen. Samen met mijn notities van maandag resulteert dit in het volgende:

 
Miltonduff 12y, 43%, OB bottled mid 1990’s – Speyside
Deze laat zich herleiden tot kurk, kurk en kurk. En misschien een beetje rauwe champignons. Geen score dus, want defective bottle. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik dat niet onmiddelijk merkte, pas nadat Luc ons op ‘een offnote’ wees, rook ik de kurk. Ik ging er van uit dat dat kwam omdat het kurkgehalte nog best meeviel, maar na andere whisky’s te degusteren, werd de kurk in deze alsmaar prominenter. Didactisch materiaal.
 
Glenugie 20y 1984/2004, 50%, DL OMC, cask 1320, 201 bottles – Highland – 90/100
Aangezien Glenugie z’n deuren sloot in 1983 hebben we hier te maken met een misprint. Ofwel heeft de kuisploeg zich in 1984 eens goed laten gaan. Soit, het is dus whisky van 1983. Stevige neus met veel fruit. In your face fruit. In your face fruit?? Het is nogal een krachtige neus is, het fruit stuwt zich als het ware een weg door je neusholte, dat bedoel ik. Vooral wit fruit. Sappige peer. Zoet ook. En een beetje kruidig. Maar dan het ‘herbal’ type kruidigheid. Kruidenthee. Het Nederlands maakt spijtig genoeg niet het onderscheid tussen ‘herbal’ en ‘spicy’ kruidigheid. De spicy variant zit dan weer wel in de smaak. Vooral op het eind veel peper. Natuurlijk ook hier veel (zoet) fruit. Vrij lange, fruitige afdronk. Smullen!
 
Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, 618 bottles – Islay – 91/100
Deze heb ik recent nog bij Dominiek gedronken. En goed bevonden. Lekkere turf perfect in harmonie met dito sherry. En zonder scherpe kantjes. Score bevestigd.
 
Tomatin 25y 1980/2005, 56.6%, Weiser Germany, cask 13462, 320 bottles – Speyside – 91/100
En dan gingen we weer de fruitige torr op. En hoe. Deze Tomatin zit vol fruit, fruit van het exotische type hier. Passievrucht, mango, ananas… Schitterende frisse neus en erg drinkbaar voor dit alcoholpercentage. Lange afdronk met… juist, fruit. Top!
 
Bowmore 35y 1968/2004, 40.5%, DT for The Whisky Fair, cask 3818, 150 bottles – Islay – 88/100
En voor diegenen die nog niet genoeg fruit hadden, stond er nog een Bowmore 1968 op het programma. Bowmore 1968, dat is tropisch fruit. Veel ervan in de neus. Nat hooi ook. Beetje zoet. Smaak is erg zacht (ok, amper 40%), zoet en fruitig. Naast de tropische toestanden ook wat citrus. Na een tijdje komen er bloesems door. Lange afdronk. Lekker? Zeer zeker, maar mist de complexiteit van de 1966 distillaten. Dat laatste zet ik er vooral bij omdat dat wel chique staat, niet dat ik al geweldig veel jaren zestig Bowmore gedronken heb. Met 88 punten voor mij de minst scorende dram. Jawel, een Bowmore 1968.
 
Nectar of the Gods (Glenfarclas) 38y 1966/2004, 42.3%, Whisky Magazine Editor’s Choice, cask 6461, 84 bottles – Speyside – 92/100
De naam die de jongens van Whisky Magazine deze whisky hebben meegegeven, wekt wel wat verwachtingen moet ik zeggen. Benieuwd of hij deze kan waarmaken. Zoete neus met honing en speculaas. Bodding roept er iemand. Nu je het zegt. Boenwas heb ik ook. Fruit natuurlijk. Gestoofd fruit en confituur toestanden. En dan komt er ook nog ‘s subtiele rook door. Woodsmoke zegt Luc, hout dat verwarmd wordt. Inderdaad. Sherry? Amper. Heerlijke complexe neus. Hetzelfde geldt voor de zoete, romige smaak. Bijenwas, honing, hout, sinaas, perzik, beetje zilt, beetje meer peper, en ongetwijfeld nog heel wat meer want complex is ie wel. Zeer lange afdronk. Schitterende whisky.
 
Ben Nevis 34y 1966/2001, 53.7%, OB for Germany, cask 4276, 209 bottles – Highland – 93/100
Neus: banaan! Ben Nevis noemt men ook wel de banaanwhisky. Nu weet ik waarom. Ondanks het feit dat deze vrij recent gebotteld is toch wat lichte old bottle toestanden. Oude boeken, oude kleren… dat soort zaken. Zoet (karamel) en geleidelijkaan kruidiger. Zalig! Het fruit (banaan, jawel, maar niet alleen dat) en de kruiden kom ik ook de smaak tegen, én in de lange afdronk. Voor de leeftijd niet te veel hout. OK, de smaak wordt naar het einde wat bitter, maar het is een bitterheid van de heerlijkste soort. Lange zalige afdronk. Deze whisky leunt trouwens een beetje tegen rum aan. De banaan, de (verbrande) karamel. Zeker geen gemakkelijke whisky, je moet hem wat tijd geven. Maar hij is o zo lekker.
 

En dan… dan kwam de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Ik kan me moeilijk een betere afsluiter van een supertasting voorstellen. Man, dit is zó goed. Whisky van een andere planeet. Whisky van een ander tijdperk, en dat mag wél letterijk genomen worden. Dit soort whisky maken ze vandaag immers niet meer. En kán – met de huidige productieprocessen – ook niet meer gemaakt worden. Vandaar ook de prijzen. Deze kan je met wat geluk nog wel op één of andere veiling op de kop tikken, maar dan moet je wel bereid zijn een 900 euro neer te telen. Voor de rest van de fles (toch nog een achttal drams) had Dominiek nog 130 euro over. Mijn maximum lag een beetje lager, maar heb vandaag – met de resterende anderhalve centiliter die ik van de tasting mee naar huis had genomen voor mij – al spijt van m’n consequentie. Nu ja, ben Dominiek vergeten vragen wat z’n maximumbod was geweest. Whatever, laat ik maar gewoon genieten van dit kostbare restje.

Ardbeg 28y 1967/1995, 53.7%, Signatory, cask 575, Pale Oloroso – Islay – 95/100
Neus het glas in. Geloofd zij de Heer! En Luk. Turf, maar niet de jaren zeventig Ardbeg turf, laat staan recentere, scherpere turf type Airigh Nam Beist. Deze turf is subliem zacht, fruitig en zoet. De heerlijkste, zachte sherry erdoorheen. Lichte zee associaties (zilt, zeewier…) en wat kruiden ook. Welke? Who cares! En waarschijnlijk kan ik nog heel wat meer uit de neus halen, want hij is zo complex, maar daar heb ik nu even geen zin in. Prachtig gewoon. En de smaak? Ja, ook die verantwoordt de score. Krachtig, mondvullend, met de fruitige turf, zilt, zoethout, was, beetje teer… whatever. Mooie verwevenheid om een illuster clublid te citeren. Nee, mooi is een term die afbreuk doet aan deze Ardbeg. Formidabel, subliem, breath-taking, mouth-watering, dat is de terminologie die hier van toepassing is. Zaaaalige, eeuwigdurende finish. Man, dit is lekkere whisky!
 

Bon, even terug met de voeten op de grond, voor ik het laatste – ja, écht het laatste – bodempje van deze godendrank mijn papillen laat beroeren (the lucky bastards). De top drie van de avond was:

1. Glenfarclas
2. Ardbeg (hunk?)
3. Bowmore & Tomatin ex-aequo

Mijn top drie:

1. Ardbeg (mocht u er nog aan twijfelen)
2. Ben Nevis
3. Glenfarclas

Vwalla, dat was weer eens een mooie avond zie. Enkele Orvals in de vroege uurtjes maakte wel dat het een beetje doorbijten was dinsdag, maar erg kon ik dat niet vinden.

Bedankt voor al het lekkers Luc! En nu de papillen…

The day after

Gisteren het Wild West Whiskyfest gefrequenteerd. Echt een mooi festival, ik denk dat de meerderheid met een erg goed gevoel naar huis trok. Veel volk (maar niet té – gezellige drukte), goede mix van nieuwe bottelingen en oude & zeldzame flessen. Over het algemeen ook correcte prijzen voor de drams. Een festival waar zowel beginners als het gevorderde publiek z’n gading vond. De vuurdoop van dit festival is dus méér dan geslaagd te noemen en bij deze: chapeau (met een dikke pluim erop) voor het organiserende V.C.W.C.

Wat is er zoal langs mijn smaakpapillen gepasseerd? Wel, het begon al op de bus – een voor herhaling vatbaar gemeenschappelijk initiatief van Fulldram, The Finest Notes en 100° Proof – met een matige Balvenie 17 (rum finish), een schitterende Caperdonich 35 1972 DT for The Nectar en een erg lekkere Auchroisk 34 Daily Dram.
Bottelingen van op het festival die me zijn bijgebleven:

  • Gouden Carolus 3y (Het Anker). Vermeldenswaard alleen al omdat het om een Belgisch product gaat, maar evenzeer omwille van het bijzondere profiel. Het is de bedoeling dat deze whisky zo nauw mogelijk blijft aanleunen bij het Gouden Carolus bier waarvan deze whisky wordt gedistilleerd. Het resultaat is op z’n zachtst gezegd erg ongewoon. Als ik dit blind had geproefd, had ik niet geweten whisky te drinken. Heel veel citrus in de neus, maar spijtig genoeg ook zeep. Afwachten wat het resultaat na enkele jaren extra rijping is. Ik gun Het Anker in ieder geval een succesvol vervolg, want het opzet zit goed, en de bezieling en het vakmanschap is zeker aanwezig
  • De Longmorn festival botteling. Miste wat comlexiteit in de smaak, maar de schitterende afdronk maakte veel goed. Score achter in de tachtig.
  • Linkwood 18y 1990 G&M (vat 6962).
  • Lochside 21y 1987/2008, Perfect Dram. Fruitig, kruidig en vooral zéér lekker.
  • Strathisla 30y G&M. Lekkere sherry.
  • Linkwood 1972 G&M.
  • Highland Park 19y 1986/2005 OB (vat 2793).
  • Glenugie 27y 1982/2009 DL OMC (vat 5040).
  • Glenfarclas 21y, OB for Edward Giaccone Italy). Ronduit sublieme whisky.
  • Balblair 38y 1966/2004 OB. Ook top.
  • Springbank 12y (kruik), bottled 1970’s.
  • Springbank 1999/2006. Een vat in handen van één of andere Duitser, maar geen verdere details. Misschien wel dé verrassing.
  • Brora 22y 1981/2004 Signatory (vat 1561). Een aardige jaren ‘80 Brora.

Op de terugrit hadden we nog een Colvanmore 18y 1984 van Dun Bheagan (vat 1997), een Highland Park 12y for Italy bottled 1980’s en niet te vergeten de Caol Ila 24y for The Finest Notes (vraag me trouwens af of dat glas ooit leeg geraakt is).
Op de parking als afsluitertje een Ben Nevis 1990 uit de Taste Still reeks (vat 2712), een Brora 1972/1993 G&M CC (en toch nog een goeie cl gevrijwaard voor eigen en latere consumptie) en dan… ja, dan. Dan zei Dominiek, “bwa, why not?” en dan weet je het wel. Hij dook in z’n koffer en diepte een Clynelish 1965 OB en een Highland Park 21y 1959/1980 op. Uitroepteken. Generositeit is ’s mans tweede natuur.

Om maar te zeggen, een geslaagde dag in dito gezelschap en whisky.

Drie Ardmores

Ardmore NAS Traditinal cask, 46%, OB 2007, 1l – Speyside – 82/100
Aangename neus met lichte turf en fruit. Ook turf in de smaak. Naar het einde toe wel wat droog en bitter, maar wordt nooit onaangenaam. Middellange, beetje droge en fruitige afdronk. Lekkere whisky.
 
Ardmore 1992/2004, 55.4%, OB for the Belgian Whisky Festival Verviers – Speyside – 82/100
Bourbon Hogshead, gebotteld voor het whiskyfestival van Verviers 2004. Lekkere, rokerige neus. Smeulende houtskool. Zoete vanille. Smaak met turf en en een licht ziltige ondertoon. Middellange, rokerige en kruidige afdronk.
 
Ardmore 11y 1996/2008, 46%, DL Provenance, Autumn distillation, cask 4645 – Speyside – 74/100
Scherpe neus. Verf! Turf, leder, beetje mineralig ook. Na enige tijd komt er fruit door, wit fruit. De smaak is rokerig en kruidig. Zo goed als geen afdronk, alhoewel het mondgevoel wel wat blijft hangen.

Laphroaig Cairdeas 2009

Vorig weekend de nieuwe Friends botteling van Laphroaig besteld. Hopelijk spoedig ‘on my doorstep’. Deze Cairdeas (Keltisch voor ‘vriendschap’) is een 12 jaar oude Laphroaig gerijpt op Makers Mark bourbon vaten en gebotteld op 57.5%, ter gelegenheid van het Feis Ile festival dit jaar. Enkel beschikbaar voor de Friends of Laphroaig (FOL) en te bestellen via de website.

Wild West Whiskyfest

vcwc

Strijk je kilt en train je kuiten, het Wild West Whiskyfest komt er aan! Volgend weekend is het zo ver, dan vindt de eerste editie van het WWWF plaats. Het festival is een organisatie van de Van Compernolle Whisky Club (V.C.W.C), met o.a. Bert Bruyneel aan het roer.

Naar eigen zeggen belooft het festival een mooie mix te brengen van nieuwe en oude bottelingen, alsook enkele hoogst interessante experimenten voor te stellen. Bv. dezelfde whisky in koud-gefilterde en niet-koud-gefilterde versie, of nog: een bijgekleurde en niet-bijgekleurde versie. Proef de verschillen. Meerdere grote namen uit binnen- en buitenland zullen er een stand bemannen. Plaats van het gebeuren: Xpo te Kortrijk.
Bestel nog snel je kaart(en) in voorverkoop en geniet van een gratis dram van één van de festivalbottelingen en van 10 euro korting bij aankoop van een festivalbotteling. Klik hier voor meer info.

Dus, de boodschap is duidelijk: allen daarheen! Alhoewel, allen… nu ook weer niet overdrijven, ik wil nog vlot aan m’n drams kunnen geraken.

Planckendael

Een dagje met de kids naar Planckendael. Plezant, maar dan toch vooral voor hen. Uren aan een stuk beesten-kijken, op den duur verlangt een mens eens naar iets anders. Mijn opoffering moest dus dringend gecompenseerd worden, vond ik zo. Lekkere whisky is al vaker een goed middel gebleken om vanalles en nog wat te compenseren. Aldus ging ik na wat ik nog van samples had staan en mijn oog viel op een Clynelish. Een zalige Clynelish

 
Clynelish 33y 1973/2006, 54.2%, Signatory, cask 8914, 455 bottles – Highland – 90/100
Het vatnummer volgend op de twee legendarische Prestonfields. Nu ja, dat wil natuurlijk nog niets zeggen. Neus is in ieder geval wel erg lekker. Zoet (honing), fruitig (citrus, banaan), waxy (erg waxy, njummie!), een zalige toef turf erop… complex en perfect in balans. Evolueert ook erg mooi, na een tijdje komen er bloesems door. Erg lekker? Neen, subliem gewoon! De smaak is een ietsje minder dan de neus. Lichtjes bitter (hout) en wat scherp, maar toch ook zoet en fruitig. Drop? Lange, fruitige en kruidige afdronk. Zalige whisky, maar verliest enkele punten op de smaak en dus niet in dezelfde league als vat 8912. 90 punten. Toch nog.

Nog enkele Ieren

Bushmills 10y, 40%, OB 2007 – Ireland – 68/100
Zoete neus die me wat doet denken een de geur van een rijpe, sappige peer. Duidelijke bourbon. Ook smaak is fruitig. Perzik. Met een wat vettig mondgevoel. Boter. Korte maar complexe afdronk met veel perzik. Ideale aperitief whisky? In ieder geval beter dan oudere batches die ik al geproefd heb.
 
Connemara Cask Strength, 58.8%, OB 2006 – Ireland – 87/100
Voor de eerste, maar niet de laatste, keer gedronken op het Whiskyfestival Gent 2007. Voor mij één van de verrassingen toen. Deze kan moeiteloos wedijveren met de betere Schotse eilandmalts. Echt lekker! Complexe neus. Graan, zoet (banaan?), lichte rook. Turf. Warme rokerige smaak. Ook wat zoet. Erg drinkbaar voor een cask strength, ik schatte hem een 10 graden minder.
 
Redbreast 15y Pure Potstill Irish Whiskey, 46%, OB 2006 – Ireland – 82/100
Neus: lijm. Velpon. Beetje rubber ook. En peper. Na een tijdje ook fruit. Smaak: veel exotisch fruit. Papaya? Zeker banaan. Zoet ook. Honing, maar ook karamel. Noten. En ook hier een beetje peper. Lekkere afdronk in lijn met de smaak, met een subtiele houttoets. Eens gewend aan de wat bizarre, maar absoluut niet onaangename neus, ontwikkelt deze whiskey zich tot een schitterende blend.

Blends – bodem en top

Black Bottle, 40%, OB 2008 – 86/100
Dit is een unieke botteling. Het is een blend die whisky van de zeven actieve distilleerderijen op Islay bevat. Het grootste deel zou wel voor rekening van Bunnahabhain zijn, plaats waar deze whisky het licht zag. Neus is behoorlijk rokerig, zilt en zoet (honing). Beetje fruit ook. Stevige smaak, ondanks laag alcoholpercentage. Zilt, zoet, granen en zachte en subtiele turf. Lange rokerige afdronk. 86 voor een blend, alstamblief! En met 23 euro een fabelachtige prijs/kwaliteit verhouding!
 
Ballantine’s Finest, 40%, OB 2002 – 14/100
Yekkie, dit verpest zelfs een cocktailsaus.

Oudere Berichten »