Springbank extravaganza
Vandaag twee top-Springbanks. De eerste, de 25y dumpy golden seal Japan import, had ik bij op het Lindores Whiskyfest, oktober vorig jaar. Om deel te mogen nemen aan het gebeuren moest je immers een ‘deftige’ fles voorleggen. Deftig scheen ie alvast te zijn, het bleek voor velen zelfs één van de toppers van het fest te zijn. Ik proefde hem begin deze maand nog eens naast de volgens velen beste Springbank ooit, de 12y 100 proof 57.1% voor Samaroli, waarvan je hieronder ook notes leest. De 25 proef ik vandaag een derde en wie weet laatste maal, in de vorm van de laatste twee centiliter uit de fles. Op die manier moet Luc de lege fles niet meer naar de glasbak brengen. Puur altruïsme, blij dat u het opmerkt.
Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, parchment label, golden seal, dumpy bottle, Japan import, 75cl
Prachtige neus, maar niet evident om te omschrijven. Een eindeloze reeks associaties, perfect gebalanceerd, die zich aandienen in lagen. We nemen een start op hazelnoten, amadelen en rozijnen. Daarna volgen bijenwas, honing en geboend leder. Dan olie en en romige boter.
Onderliggend hebben we zeewier, tabak, teer en lichte rook. Een volgende laag wordt gevormd door belegen eik en hars. En dan de finishing touch in de vorm van succulent fruit: banaan, kokos, sinaas, vijgen (gedroogde en verse), papaya, passievrucht… en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een tiental andere geuren. Schitterend. Ho maar, de smaak is minstens even goed! Olieachtig, elegant en subtiel, en al even complex als de neus. Geflambeerde banaan, kokos, kiwi, sinaas, passievrucht, honing, peper, kaneel, bijenwas (big time!), amandelen, melkchocolade, praliné, prachtige eik opnieuw, … sorry, hier stop ik, laat me maar wat verder genieten. Ja, op de smaak vind ik ‘m eigenlijk zelfs nog een ietsje beter dan op de neus. De afdronk is niet super-lang, maar wat maakt het uit als het perfect in lijn met de sublieme smaak is? Grootse whisky! 95/100
Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s, 2400 bottles
Naast de 25 viel me op dat de neus van deze Springbank zo mogelijk nog beter is dan deze van de 25. Niet noodzakelijk complexer, maar expressiever. Ja, zeker expressiever. Vandaar de cult status I presume. Veel fruit, honing en bijenwas.
Het fruit is zoet, al dan niet gestoofd (confituren, maar ook rozijnen en pruimen, en net zo goed ananas en banaan). Zachte rook, belegen eik, tabak en koffie. En ook hier ongetwijfeld nog veel meer, kon onmogelijk alles opschrijven, laat staan onthouden. Ja, ‘zilt’ staat hier nog. Die neus is simpelweg subliem. De smaak is enorm explosief en ‘invasief’, de whisky explodeert bijna letterlijk in je mond. Ook hier zeer complex, maar ook scherp en zelfs wat ruw. De elementen van in de geur komen terug (het fruit, de bijenwas, de zachte rook, de koffie, het zilt, de tabak), maar worden aangevuld met kruiden en noten. De eik treedt ook meer op de voorgrond en gaat gepaard met een beetje hars. Op dit alcoholpercentage erg drinkbaar, maar dus wat ruw. Zeer lange afdronk in lijn met de smaak. Echt super op de neus, maar voor mij net wat te scherp, te hoekig, te bruut op de smaak. Ik zou qua score niet boven deze van de 25 uitkomen. 95/100 (verificatie vereist, dat spreekt).
Indien de neus van de Samaroli gecombineerd werd met de smaak van de 25, deed ik er nog een punt of twee bij.
Glen Moray 36y 1973/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), joint bottling with Three Rivers Tokyo, bourbon hogshead, 301 bottles
Met de Magnus Editions trilogie heeft Highland Park eer betoond aan Saint Magnus, de eerste graaf van Orkney, en ook wel een beetje aan z’n stichter Magnus Eunson (1798), genoemd naar deze heilige. Saint Magnus was een Noorman (Orkney was in die tijd Noors grondgebied) die leefde van 1075 tot 1116 of 1117, toen hij door z’n neef en rivaal, Earl Haakon, werd vermoord. Z’n verhaal wordt verteld in twee sages (Magnus’ saga) en een legende (Legenda de sancto Magno).
Gewoonweg heerlijke, oude sherryneus met de geur van appel- en perensiroop, rozijnen op rum (op oude rum), gedroogde dadels en vijgen, marsepein, geboend leder, bijenwas, belegen eik en kruiden. Gekonfijte gember, zoethout en peper. Ook wat tuinkruiden zoals peterselie en kervel. Daarna de lichte geur van geroosterd vlees, met een honingsausje. Erg complex, perfect gebalanceerd en vooral zalig om ruiken. En al even zalig om drinken. Enerzijds is ie zoet: marespein, perensiroop, honing. Anderzijds kruidig, zowel spicy als herbal: eucalyptus, munt, peper, gember, zoethout. Maar hij is ook fruitig: rozijnen, gedroogde pruimen, sinaas en bramen. Wat onderliggende eik, maar niet veel. Bijenwas ook en opnieuw de oude rum. Puur genieten. Lange, bitterzoete afdronk op marepein, rozijnen, rijpe sinaas en kruiden. Voor 48 jaar oud te zijn is dit een erg levendige, prikkelende en aromatische whisky. Top. 93/100

Bunnahabhain 36y 1975/2011, 58%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with LMdW, fino sherry, 258 bts.








Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.




