Skip to content

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Glencadam 15y

Glencadam is één van die distilleerderijen die je niet vaak tegenkomt. Het ligt in het oostelijk deel van de Highlands, meer bepaald in Brechin, tussen Dundee en Aberdeen. De geschiedenis van Glencadam gaat terug tot het jaar 1825 en is vandaag eigendom van Angus Dundee Distillers. Ik proef de officiële 15-jaar. Hij kost een 45 euro.

 

Glencadam 15y, 46%, OB 2013
Mooie neus op tonen van granen, vanillepudding, noten, kamille, gember, kaneel en warm hout (vers geschaafd hout). Ook best wat fruit: abrikozen, perziken en aardbeienconfituur. Lichte tonen van schoenpoets en kaarsvet vullen aan, samen met de geur van heide. Dit is meer dan gewoon aangenaam. De smaak moet het hebben van granen, vanille, warme eik, kruiden zoals kaneel en peper, wit fruit (modern jawel), maar ook wat citrus, munt, noten en gras. Clean en misschien wat simpel, ook niet helemaal het niveau van de neus, maar vlot drinkbaar. Droger naar het einde toe. Licht en zacht mondgevoel. De afdronk is van het korte en droge type, op kruiden, eik en vanille. Modern maar best genietbaar profiel. 85/100

Kilkerran 9y 2004 ‘Work in Progress’

Er zit een duidelijk stijgende lijn in de release van deze Kilkerran ‘Work in Progress’. Van de eerste batch over de derde tot deze vijfde, de Kilkerran wordt beter en beter.

 

Kilkerran 9y 2004/2013 ‘Work in Progress – Bourbon Wood’, 46%, OB, batch #5, 9000 bottles
Stevige neus (komt heftiger binnen dan je aan 46% zou verwachten), op tonen van zilt, fris fruit (zure appels, perziken, citrus), marsepein, granen, peper en ‘aardse’ turf. Natte aarde, mos, paddenstoelen. Licht muffe toestanden dus, maar het frisse fruit en het zilt prikken daar makkelijk doorheen. Sappige, wat belegen eik. Die ‘aardse’ turf domineert de smaak, samen met kruiden zoals peper, nootmuskaat en zoethout, zilt en zoet fruit. Appelsienen en perziken. Onderliggend nog noten, een beetje vanille en zachte eik. Lange afdronk op zoete, licht mineralige turf, groene kruiden en granen. Je proeft de relatief jonge leeftijd nog hier en daar, maar alle smaken geraken wel zeer goed geïntegreerd. Aan 45 euro is dit nog eens een stevige aanrader zie. 87/100

Glengoyne 12

Glengoyne werd gesticht onder de naam Burnfoot Distillery (of Burnfood of Dumgoyne), daarna werd het Glen Guin Distillery, maar de gebroeders maakten er in 1905 uiteindelijk Glengoyne van.
De nieuwe eigenaars van Glengoyne, Ian McLeod Distillers, zijn er in geslaagd deze wat saaie brand een veel hipper en zelfs wat ‘premium’ imago mee te geven. Het in het leven roepen van de ‘choices’ reeks, is daar zeker niet vreemd aan. Zowel de Ronnie’s, Duncan’s en Ewan’s ‘choices’ wonnen prijzen en medailes in diverse concours, o.a. op de Malt Maniac Awards. Vandaag gaan we echter niet de premium-toer op, we houden het bescheiden met de Glengoyne 12.

 

Glengoyne 12y, 43%, OB 2013
Zoete granen en appels maken de dienst uit op de geur. Groene appels, aangenaam zuur. Dat brengt me ook bij yoghurt, yoghurt met honing. Daarachter zit karamel en nougat. Zachte, stroperige karamel. Het hout brengt sappige eik en vanille met zich mee. Clean, fris en aangenaam om ruiken. De smaak is zacht, rond en zoet. Karamel, rode appels (gekarameliseerde appels eigenlijk), gekonfijt fruit, appelsien… de sherryvaten laten zich gelden. Zelfs wat kokos nu. Naar het einde toe meer en meer kruiden. Peper, gember en kaneel. Zachte eik. Mooie bitterheid. De afdronk is niet geweldig lang, zoet en kruidig. Karamel, peper, zoethout en gember. Meer dan genietbaar en een van de betere standaardbottelingen. 84/100

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Auchentoshan 32y 1979

Auchentoshan werd in 1940 gedeeltelijk verwoest door een Duits bombardement. De reden hiervoor is dat niet ver van de distilleerderij (in de buurt van Glasgow) de Britten oorlogsschepen lieten bouwden. Pas in 1948 werd de distilleerderij heropgebouwd.
Ik proef vandaag de 1979, gedistilleerd in oktober van dat jaar, en gebotteld na een dikke 32 jaar rijping op olorosovat

 

Auchentoshan 32y 1979/2012, 50,5%, OB 2012, first fill oloroso butts, 1000 bottles
Frisse, bijna sprankelende, fruitige neus. Het fruit van het vat, het fruit van de spirit, wat dan ook, fruitig is het wel. Veel citrus en een beetje tropisch fruit. Limoen, appelsien, papaja, meloen, ananas. Daarachter gaat honing schuil, boenwas, zoethout, anijs, pruimentaart, marsepein, cake… allemaal smeuïge en zoete associaties. Maar het is zo veel meer dan dat. De kruiden, leder en belegen eik zorgen voor diepgang en complexiteit. Ronduit machtige neus. De smaak is delicaat en rijk. De subtiele smaken komen en gaan, afwisselend is dat allerlei fruit (appelsienen, gele rozijnen, pruimen en rijpe kruisbessen – het tropische aspect is verdwenen), honing, zachte kandij en marsepein (en de bijhorende amandelen), kruiden (zoethout, peper, gember, kaneel) en onderliggende eik. Meer eik dan op de neus, zonder dat het echter drogend wordt. Lange, mooi licht drogende afdronk op eik, kruiden, leder en sinaas. Een whisky met klasse. En na de 1965 met stip mijn beste Auchentoshan.
Maar waarom moet dit 400 euro kosten? Waar is de tijd, en dat is dus helemaal nog niet zo lang geleden, dat de éne na de andere jaren-zeventiger op de markt kwam voor 130, 150 euro, in 2012 oplopend richting 170, 180 euro… Andere tijden, ik weet het wel. En het is natuurlijk een officiële botteling, dat scheelt ook weer wat. Maar los daarvan is dit fantastische whisky en in de huidige markomstandigheden is hij dat zelfs ook voor z’n prijs. 92/100

Balblair 2003

Vandaag één van de nieuwe officiële Balblairs, de 2003, samengesteld uit achtien bourbonvaten. Kost een kleine 40 euro.

 

Balblair 2003, 46%, OB 2013, first release, bourbon oak casks
Je ruikt alvast dat dit nog vrij jonge whisky is. Veel granen, wit fruit zoals appels en peren, nog niet helemaal rijpe kruisbessen, vanille en lichte florale toetsen. Ik denk aan heide en weidebloemen. Boterbloemen, paardenbloemen, je kent ze. Daar komt nog wat honing bij. En iets vaag mineraligs. Kalk? Misschien. Na enige tijd valt er zelfs bubblegum waar te nemen, wat de jonge leeftijd nog wat extra onderlijnt. Deze Balblair kapt vlot binnen, maar is een beetje simpel. Ik proef vanille en honing, granen, appelsien en rode appels, en grassige elementen. De heide weer. Lichte kruiden. Kaneel en tuinkruiden. Die kruiden groeien naar het einde en domineren de eerder korte afdronk, samen met gras en lichte citrustonen. Fris en jong profiel dat de nodige complexiteit mist. Net niet goed genoeg om tachtig te scoren. 79/100

Clynelish 34y 1972, Single Malts of Scotland

Aan Clynelish 1972 ga ik niet te veel woorden meer vuil maken. Het is Clynelish, het is 1972, ik vind dat lekker.

 

Clynelish 34y 1972/2007, 50.5%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, casks 20156 & 24651, 409 bottles
Op de neus het heerlijkste wat Clynelish te bieden heeft. En dat is smeuïge was (kaarsen van bijenwas en boenwas), sappig fruit (perziken, peren, rode appels, ananas, papaja en pruimen), honing en een beetje zilt. Achter deze typische zaken gaan er mineralen schuil, kruiden zoals gember en zoethout, iets van peperkoek, suikerspin en zachte eik. Alles erg levendig en expressief. En dan ook nog wat subtiele rook op de achtergrond. Geweldig is dit. Het mondgevoel is rond en romig, en brengt een waslijst aan aroma’s naar voor. Honing en karamel zorgen voor een zoete toets. Appels, perziken en ananas voor een fruitige. Bijenwas voor een romige. Gember, peper, hars en eik voor de mooi bittere toets, die zeker naar het einde toe de kop op steekt. Zilt vult aan, samen met de delicate rook. De afdronk is lang en verwarmend, waxy, zoet en kruidig. Op de smaak is deze Clynelish misschien iets droger dan andere 1972’ers, maar dit is hier zeker geen minpunt, op de neus is het even geweldig. Bedankt Lars! 91/100

Port Charlotte ‘An Turas Mor’

De An Turas Mor bevat vijf tot acht jaar oude whisky en is ‘unfinished’. Wat tegenwoordig een kwaliteitsaanduiding is. Voor een goeie 40 euro is hij de jouwe.

 

Port Charlotte ‘An Turas Mor’, 46%, OB +/-2010
Een neus met veel ‘kust’. Zilt, zeewier, een beetje jodium, je kent het plaatje. Zachte rook en veel mineralen. Olijfolie en natte stenen. Fruit in de vorm van citroen en limoen, appels en perziken. Zachte kruiden (munt, kaneel, peper). Een beetje vanille. En, als een duivel uit een doosje, is de boerderij en z’n bijhorende geuren daar. Nat hooi, natte hond en met wat goede wil ook mest. Na enige tijd komt daar oude kaas bij, een beetje zweterig. Maar dat laatste is hier absoluut geen minpunt. De smaak is zoet, met opnieuw de mineralige en medicinale tonen die ik ook in de geur had, samen met zilt, kruiden en turfrook. Die rook doet me ook wat aan een barbecue denken. Het fruit is nu nog enkel citrus. Vol en rond mondgevoel. Lange, kruidige en rokerig afdronk. Complex turfje, behoorlijk naar mijn goesting. 87/100

Benriach 21y 1992, batch 10

Batch 10 van Benriach zag vorige zomer het levenslicht. Eén van de toppers daaruit is deze 1992, gefinisht op Pedro Ximénez vat en te koop voor een 125 euro.

 

Benriach 21y 1992/2013, 53.3%, OB batch 10, PX Finish, Hogshead #986, 312 bottles
PX, dat is zoete sherry. Dus heel veel gedroogd en gekonfijt fruit, siroop en kandij. In willekeurige volgorde ruik ik hoestsiroop, dadels, vijgen, rozijnen (sultanas), perensiroop en kandijsuiker. Pas daarachter gaan er kruiden schuil. Kruidnagel, zoethout, kaneel. Heel lichte rook op de achtergrond. Tabak en gerookte hesp. Sappige eik. Behoorlijk complex en vooral heerlijk om ruiken. Het mondgevoel is romig en dik. De sherry brengt meer fruit dan kruiden naar voor, wat ik alleen maar kan toejuichen. Sinaas, rozijnen, dadels, vijgen en gekonfijt fruit. Chocolade en kandij maken het nog wat zoeter. Zonder dat het echt mierzoet wordt. het blijft whisky natuurlijk. Daarenboven vallen er nog andere dan zoete zaken te ontwaren. Noten bijvoorbeeld. En koffie en leder. En kruiden zoals munt en kaneel. De eik houdt zich gedeisd. De afdronk is best lang, zoet en kruidig. Een meer dan geslaagde finish als je het mij vraagt, de Pedro Ximénez is een absolute meerwaarde. Top! 90/100

Glenrothes Select Reserve

De Select Reserve is een creatie van John Ramsey, ‘malt master’ bij Glenrothes, en bevat whisky van verschillende jaargangen (maar gemiddeld zal dit niet al te oud zijn) en van verschillende vattypes.

 

Glenrothes ‘Select Reserve’, 43%, OB +/-2013
Frisse, florale en kruidige geur, vermengd met vanille en zachte fruittonen. Ik denk daarbij vooral aan citrus, appels en abrikoos. En ook aan gele rozijnen. Daarna doemen warme croissants op. Een zondagochtend bij de bakker. Heide heb ik ook nog (dat florale karakter dus). Het geheel is licht en komt vrij jong over, maar het is best aangenaam om ruiken. Sprankelende smaak op tonen van granen, kruiden (zoethout, nootmuskaat en gember), vanille, heide en fruit. Dat fruit is nu volledig op citrus gericht. Mandarijn, pompelmoes, limoen. Wat lichte eik op de achtergrond. Geen al te lange, tintelende afdronk op citrus en kruiden. Deze Glenrothes is duidelijk nog jong, maar best genietbaar. 80/100

Bunnahabhain 26y 1987, The Nectar of the Daily Drams

Dat Bunnahabhain 1987 lekker kan zijn, weten we ondertussen al. De kleur van deze van The Nectar & La Maison du Whisky is lichter dan de kleur van hun zusterbotteling, deze op 60.3%.

 

Bunnahabhain 26y 1987/2013, 62.5%, The Nectar of the Daily Drams ‘Yin-Yang’, joint bottling with LMdW
Die lichtere kleur kon al doen vermoeden dat deze Bunna op de neus eerder zachte sherry ten toon zou spreiden. En dat doet hij ook. Geen scherpe, bittere tonen, wel associaties van chocolade en praliné, rozijnen en pruimen, koffie en tabak. Lichte mineralen en de geur van de herfst. Natte bladeren, varens… de eik laat zich gelden, zonder schreeuwerig te worden. Zachte kruiden. Een neus om stilletjes van te genieten. Erg prikkelend mondgevoel (je weet wel, zoals cayennepeper het gat van een ezel prikkelt – ik blijf het een goei vinden). Krachtig en kruidig, op smaken van tabak, sterke thee, koffie, noten, chocolade, gember, nootmuskaat en peper. En meer eik dan in de geur. Zilt op de achtergrond. Lange, droge en kruidige afdronk. Minder complex dan de Archives en op de smaak scherper. 87/100

Highland Park 33y 1977, The Perfect Dram

Vandaag een whisky van het Perfect Dram label, uit de periode dat er ook nog veel perfecte drams waren, de Highland Park 1977. Bedankt voor de sample Lars.

 

Highland Park 33y 1977/2010, 52.3%, The Perfect Dram, TWA, bourbon hogshead, 193 bottles
Donker kleurtje voor een ex-bourbonvat. Wel fantastisch lekker om ruiken. Honing en heide (het is HP nietwaar), rook van sigaren en een beetje turf, zilt en veel fruit. Mandarijn, aardbeienconfituur, kersen, perziken. Iets van Earl Grey thee. Gember en kaneel. Zeker dat dit een bourbonvat was? Soit, ik ruik ook nog vanille-fudge. En zeelucht. In de verte zelfs wat diesel. Erg complex deze geur. De smaak is rond en romig, redelijk dik gevoel. Meer kruiden en meer eik dan op de neus, maar ook leder, turfrook, heide, hooi (de droge variant), honing, appelsien en allerlei confituren. Noten zorgen voor een heel mooie bitterheid. Ik tref ook aardse tonen aan. Wortels, natte grond. En het zilt van de neus keert terug. Zoute drop. Lange, gebalde afdronk, vol van smaken, met de nadruk op honing, zilt, eik en kruiden. Zonder die honing was het mij waarschijnlijk wat te droog geworden, nu is het perfect. Heerlijke, rijke en volle HP. 91/100

Glenturret 10

Glenturret is gekend van z’n whisky én van Towser. Towser is de kat van Glenturret, ééntje die de eer heeft te figureren in het Guinness Book of record. Towser zou in totaal 28.899 muizen gedood hebben. Om dit record te valoriseren, werden enkel de dode muizen in de gebouwen geteld. Het aantal betreft ook enkel muizen, de ontelbare ratten, konijnen en fazanten (!) werden niet meegeteld.

 

Glenturret 10y, 40%, OB +/- 2013
Deze standaardbotteling heeft een lichte neus met aroma’s van granen, honing en vanille, noten, kaneel en zoethout, heide, appels en peren en zachte eik. Nogal een klassiek patroon, met daarenboven weinig diepgang, noch kracht. Doet me eerder aan de betere blend denken. De smaak ligt in de lijn daarvan. Het is ook licht, met de nadruk op granen, wit fruit, kaneel, nootmuskaat en vanille. Redelijk kruidig en droog naar het einde. De eik groeit. De afdronk is behoorlijk kort op zoete granen en appels. Niet mijn langste bespreking ooit, daarvoor heeft deze Glenturret te weinig te bieden. Op de smaak vond ik ‘m daarenboven te droog. Ik blijf op m’n honger zitten. Morgen iets beters. 72/100

Brora 30y, 2003

De tweede Brora release, de 2003 botteling, waarmee mijn rijtje officiële Brora’s compleet is. De Rare Malts even gemakshalve buiten beschouwing gelaten.

 

Brora 30y, 55.7%, OB 2003, 2nd release, 3000 bottles
Niet de verwachte boerderij-explosie (gelieve dit niet letterlijk te nemen), wel een erg ‘coastal’ profiel. Meer Brora 1971 dan 1972 met andere woorden. Pas op, die boerderij ruik je wel (stallen, hooi, mest…) maar het is niet zo into-your-face als bij de 2004, of als in mindere mate bij de 2005 of de 2006. Zilt dus, en zeewier, en oesters, en een beetje jodium. Na enige tijd komt een schitterende fruitigheid los: pompelmoes, mango, papaja, ananas en (witte) perziken. Kruiden zoals peper en kaneel volgen gezwind. Tabak en leder maken het plaatje af. Alles in perfecte harmonie. Wie zei ook al weer dat die eerste twee bottelingen wat te ruw, wat te scherp waren? Scherp, ruw, dit? Of is het de flessenrijping die z’n werk heeft gedaan? Whatever, I like it. A lot. In de mond is dit ook alles behalve scherp. Dit is rond, romig en elegant. Stevige turf, samen met een beetje rubber en teer. Zilt en zeewier. Peper, kruidnagel en gember. Toch iets scherps dus, alhoewel dat gecounterd wordt door vanille en marsepein. Het fruit is van de citrusvariant: pompelmoes opnieuw, appelsien en mandarijn. En olie. Olijfolie meer bepaald. Gewoonweg heerlijk. Lange afdronk op honing, vanille, zilt, rook en peper. Pure Brora 1971 als je het mij vraagt. Je hoort me niet klagen. Niet helemaal het niveau van z’n voorganger of directe opvolgers, wel beter dan verwacht. 92/100

Laphroaig 18y

We blijven op Islay, maar zakken naar de zuidkust. De 18 is al enige tijd onderdeel van de standaardbottelingen van Laphroaig, tijd om hem onder loupe te nemen.

 

Laphroaig 18y, 48%, OB 2013
De turf is zacht en gaat vergezeld van vanille, zilt, jodium en een behoorlijke hoeveelheid fruit. Daar horen onder andere appels, perziken, wat ananas en abrikozen bij. Ik ruik ook een beetje boter. En in de verte hooi, ook een beetje. Het geheel is vrij licht, maar wel meer dan aangenaam om ruiken. Ook de smaak is vrij zacht, het mondgevoel is romig. In eerste instantie turf en zilt, met daarachter zoetere aroma’s zoals vanille, citroensnoepjes, marsepein, zoethout, perziken en wat ananas. Zeewier nu ook. En heide. De eik groeit naar het einde. De afdronk is zacht en lang, zoet, zilt en rokerig. Lekkere Laphroaig, minder assig dan soms het geval is (weliswaar bij jongere whisky’s), deze gaat wat breder. 88/100

Kilchoman ‘Loch Gorm’ 2007

Kilchoman is hier nog niet veel aan bod gekomen. Er zijn er nog maar twee voorafgegaan, aan deze Loch Gorm. Deze botteling is trouwens de enige standaard-Kilchoman die volledig op sherryvat rijpte. Bij deze eerste batch is dat oloroso.

 

Kilchoman ‘Loch Gorm’ 5y 2007/2013, 46%, OB, first release, 10.000 bottles
Zilte en rokerige neus, vergezeld van wat zoetere tonen (karamel en gebak) en wat scherpere (kruiden zoals peper en gember, en teer). Dankzij de sherry komen er ook koffie, tabak, leder en noten bij. En fruit. Bij deze laatste denk ik vooral aan appelsienen en kersen. Mooie balans voor zo’n jonge whisky, dit is immers nog geen zes jaar oud. De smaak moet het vooral hebben van zoete turfrook. De zoete aroma’s worden aangevoerd door chocolade, karamel, rozijnen, appelsien en pruimen. Met wat moeite ook een beetje banaan. Rijpe banaan. Pas daarna komen er kruiden bij. Gember, zoethout, munt en kaneel. Het mondgevoel is romig en olieachtig. De afdronk is iets droger, vooral op turf, zilt en kruiden, maar met voldoende zoet weerwerk. En hij is erg lang. Rekening houdend met het feit dat ik nog niet zo veel Kilchoman heb geproefd, is dit voor mij met gemak het beste van de distilleerderij. Moet ronduit fantastisch worden op hogere leeftijd. 86/100

Karuizawa 35y 1975 for Whisky Live Paris

Een zeer gunstige wind (bedankt Lars!) bracht een sample van deze Karuizawa naar huize Onversneden. Karuizawa van midden jaren zeventig, dat is hopen dat er geen sulfer om de hoek komt kijken.

 

Karuizawa 35y 1975/2010, 61.8%, OB for Whisky Live Paris, sherry butt #6736
Nope, geen sulfer. Wel veel noten (hazelnoten vooral, maar ook amandelen), dadels, vijgen en rozijnen. Geconcentreerde studentenhaver. Daarna ook sappiger fruit: pruimen, abrikozen, perzik, kersen en mandarijn. Onderliggend best wat eik en geroosterd vlees. Stevig geroosterd. Balsamico, dat is lang geleden… zeker dat ik dat nog eens zo duidelijk geroken heb. Zalig. Kweeperen vallen er na enige tijd ook te ontwaren. En meer en meer kruiden. Munt en kaneel vallen op. Groots en complex deze geur. Het goede nieuws is dat de smaak niet veel onder doet. De 62% alcohol laten zich gelden, maar laten de aroma’s volop hun werk doen. Hier is geen water nodig. Ik heb vrij veel fruit, zowel gedroogd (abrikozen, pruimen, vijgen) als gestoofd (appelsienenconfituur en aardbeienconfituur). En zelf wat verse ananas. Ik heb kruiden (peper, nootmuskaat, munt, kaneel). Ik heb opnieuw balsamico. Ik heb eik. En ook het geroosterde vlees keert terug. Oud leder. Het mondgevoel is droog en dik. Hij eindigt in een wel erg lange, droge afdronk op kruiden, eik en fruit. Een beest van een whisky, zoals wel vaker bij Karuizawa, maar met voldoende aroma’s om je een ganse avond te entertainen. 91/100

A’Bunadh Batch No. 46

A’Bunadh, dat is Aberlour op speed. Ik weet niet hoeveel batchen er jaarlijks op de markt worden gebracht, maar dit is al nummer 46.

 

Aberlour A’Bunadh Batch No. 46, 60.4%, OB 2013, Oloroso Sherry Butt
Stevige sherry die me qua geuren brengt bij appelsienen (zeste), dadels en vijgen, kandijsuiker, noten (amandelen en hazelnoten), kruiden zoals nootmuskaat en kaneel, cacao, hoestsiroop, chocolade en een beetje rubber. Nu ja, een beetje, eens je het opmerkt, kan je er nog moeilijk naast ruiken. Fietsbanden. Niet de meest aangename associatie. Behoorlijk wat eik. Stevig en tintelend mondgevoel met veel kruiden, citrusfruit en eik. Enorm prikkelend. Dit goedje prikkelt de tong zoals cayennepeper het gat van een ezel. Bittere chocolade, peper, gember, nootmuskaat, zwarte bessen, eik en opnieuw wat rubber. Toch eens proberen met enkele druppels water. Water brengt kandijsiroop naar voor. En appelsien, wat me met de chocolade bij orangettes brengt. Een stuk aangenamer met water. Vrij lange afdronk op chocolade, rozijnen, eik en kruiden (peper en nootmuskaat). Zonder water is het doorbijten, met water gaat het vlotter. Maar los daarvan denk ik niet dat dit de beste batch is. 81/100

St. Magdelene 1970, Rare Malts

Naast de overbekende 1979 heeft Diageo indertijd een tweede St. Magdalene gebotteld als Rare Malt Selection, een 1970. Voor beide betaal je ongeveer 400 euro op veilingen. Mocht je dat bedrag te spenderen hebben, zou ik wel weten op welke m’n zinnen te zetten.

 

St. Magdalene 23y 1970/1994, 58.1%, Rare Malts
Rare Malts, dat wil zeggen dat ik de termen ‘stevig’, ‘clean’ en ‘scherp’ moet bovenhalen. Zo ook hier. De neus start alcoholisch, grassig en scherp, maar dat deemstert langzaamaan weg. Granen, hooi en rubber maken plaats voor fruit, turfrook en honing. Qua fruit moeten we het zoeken bij de familie van de citrusvruchten. Limoen, mandarijn en appelsien. Kruiden piepen ook om de hoek. Zoethout, nootmuskaat en gember. Vol en krachtig op de tong, grassig en fruitig. Maar ook hier heeft hij tijd nodig om open te komen, dat fruit is er niet onmiddellijk. Het fruit ligt in lijn met dat van op de geur en wordt vergezeld van noten, hooi, kruiden en eik. Naar het einde wordt het een beetje bitter en doemt opnieuw de turfrook op. Lange, droge afdronk op eik en kruiden. Net zoals de 1979 is ook de 1970 een whisky die veel tijd en geduld nodig heeft. Maar die dan al bij al toch heel wat minder te beiden heeft dan z’n legendarische broer. 86/100

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 75 andere volgers